CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Koersdocument strategie en uitgangspunten Omgevingswet

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Strategie en uitgangspunten voor de implementatie van de Omgevingswet in Venray.5.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

‘Koersdocument implementatie Omgevingswet gemeente Venray’ Ambitie, strategie en uitgangspunten voor de invoering Omgevingswet (Ow) in de gemeente Venray december 2021 Doel van dit document De implementatie van de Omgevingswet is een langdurig en complex (verander)proces. Om aan dit proces sturing te kunnen geven is het formuleren van ambitie/strategie en uitgangspunten (en het continue herijken en/of aanvullen en verbeteren daarvan) erg belangrijk. Het kan daarbij ook gaan om ‘uitgangspunten’ die hogere overheden al hebben geformuleerd, en lokaal uitwerking en/of duiding behoeven. Bovendien zijn de afgelopen periode ook lokaal een aantal uitgangspunten geformuleerd. In dit koersdocument wordt een

totaaloverzicht van ambitie/strategie en uitgangspunten

geformuleerd, onder de titel ‘Koersdocument implementatie Omgevingswet Venray’. Hiermee worden belangrijke piketpalen vastgelegd ten behoeve van een efficiënte en heldere overdracht aan een nieuwe gemeenteraad. Achtereenvolgens zullen we in dit koersdocument ingaan op: 1. Achtergronden en doelen van de Omgevingswet 2. De inwerkingtreding 3. Ambitie en algemene uitgangspunten 4. Uitgangspunten per deelproject 5. De opgave voor de toekomst (zie ook het aandachtspunt m.b.t. de vergaderfrequentie van de raad)

1. Achtergronden en doelen van de Omgevingswet Achtergronden bij de Omgevingswet (Ow) De implementatie van de Omgevingswet is een lang en complex traject, met een lange voorgeschiedenis. Het idee, of beter gezegd de politieke wens, om alle wet- en regelgeving in het fysieke domein te integreren in één wet, bestond al in de jaren nul van dit millennium. Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht), de stroomlijning van allerlei procedures en de invoering van een milieuvergunning in 2010 is destijds een eerste forse stap gezet. Vervolgens is in ‘Den Haag’ verder gewerkt aan de integratie van 26 inhoudelijke (milieu)wetten, tot één Omgevingswet. De invoeringsdatum was oorspronkelijk gepland op 1 januari 2018, maar die datum is vervolgens steeds opgeschoven (zie hieronder). De einddatum van de implementatie is 31 december 2029. In Venray zijn we eind 2016 gestart met de eerste voorbereidingen voor de implementatie van de Ow. Deze voorbereiding resulteerde in een door uw raad vastgesteld ‘procesplan Omgevingswet gemeente Venray’ (maart 2017). In het procesplan werden achtergronden geschetst, een strategie bepaald, de organisatie uitgewerkt, een inschatting gemaakt van de incidentele kosten, en een 1

raadswerkgroep Ow (RWG Ow) opgericht. Een belangrijk aandachtspunt was én is het groeiende besef dat niet alleen sprake was van een lang en complex implementatieproces, maar ook dat we samen (ambtelijke organisatie, B&W, raad, inwoners en bedrijven) een veranderproces doormaken. Gezamenlijk veranderproces De eerder genoemde complexiteit, de langdurige transitieperiode en het veranderproces vraagt van ons allemaal uithoudingsvermogen en compassie. Vaak ook zal eerst moeten worden geïnvesteerd voordat de baten (financieel of anderszins, bijvoorbeeld in de vorm van eenvoudigere regels) kunnen worden geïnd. Grosso modo lopen drie verandertrajecten door elkaar heen, die elkaar beïnvloeden: 

verandering van wet- en regelgeving en de vertaling in de (nieuwe) instrumenten van de gemeente;

verandering in de verhouding, en samenwerking tussen college, raad, ambtelijke organisatie, én het samenspel met inwoners en bedrijven (verplichte participatie, meer verantwoordelijkheid voor initiatiefnemers). Voor allen betekent dit aanpassing van houding en gedrag, intern én extern (ja, mits-denken, verantwoordelijkheid afleggen, denken in de beleidscyclus, etc.);

verandering in digitalisering en integrale procesgang met ketenpartners.

Via de eerder genoemde RWG Ow worden vier (max zes) maal per jaar belangrijke ontwikkelingen en veranderingen gedeeld en besproken. Zodat we over een vergelijkbaar informatieniveau beschikken, maar we ook de opgaven, planning en risico’s helder voor ogen hebben en samen koers kunnen bepalen richting 2030. Doelen van de Ow Op rijksniveau zijn 26 sectorale (milieu)wetten en meer dan 100 sectorale AMvB’s (Algemene Maatregelen van Bestuur) samengevoegd tot één Omgevingswet en vier AMvB’s. De Ow kent vier centrale doelen (tussen haakjes een vertaling van het doel naar de gemeentelijke situatie): •

Meer ontwikkelingen mogelijk maken (ja, mits-gedachte; ruimte voor ontwikkeling, maar met waarborgen voor kwaliteit)

•

Meer inzichtelijkheid en voorspelbaarheid creëren (digitalisering van alle informatie én processen gereed in uiterlijk 2030; inwoners hebben vergelijkbare informatiepositie als overheid)

•

Meer lokaal maatwerk mogelijk maken (gelimiteerd door het rijk, én onder strikte randvoorwaarden, waaronder monitoring en resultaatsverplichting)

•

Snellere afhandeling procedures (door o.a. digitalisering, samenwerking met ketenpartners).

Maar de Ow gaat ook uit van: •

Meer verantwoordelijkheid neerleggen bij initiatiefnemers (je ‘huiswerk’ compleet hebben uitgevoerd voordat je een initiatief indient, inclusief participatie/omgevingsdialoog. En vervolgens sta je als initiatiefnemer aan de lat om de plannen uit te werken);

•

Plan-Do-Check-Act-denken (= beleidscyclus) introduceren. Het gaan dan vooral om het borgen, verantwoorden en leren van de ‘mits’, en een proces in gang zetten om visie, plan en uitvoering continu te verbeteren); 2

•

Meer of gerichtere participatie (o.a. omgevingsdialoog) door initiatiefnemer.

De betekenis van de Ow voor inwoners en bedrijven Hiervoor is al opgemerkt dat we te maken hebben met drie verandertrajecten, die door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden. De slogan van de minister van BZK m.b.t. de Ow: ‘eenvoudig beter‘ geldt niet op de korte termijn. Sterker nog, menig expert schat in dat het nieuwe stelsel de eerste jaren als ingewikkelder zal worden ervaren. De inschatting is dat het Omgevingswet en bijbehorende digitalisering pas eind jaren twintig voordelen kan gaan opleveren voor inwoners en bedrijven, mede afhankelijk van lokale besluitvorming over bijvoorbeeld de regels in het Omgevingsplan. 2. Inwerkingtreding Nieuwe invoeringsdatum, en einddatum van de implementatieperiode In mei 2021 heeft de minister van BZK, na consultatie van de diverse koepels (o.a. de VNG) (opnieuw) besloten om de invoeringsdatum van de Ow met 6 maanden te verschuiven naar: 1 juli 2022. De datum dat het Omgevingsplan gereed moet zijn blijft vooralsnog gehandhaafd op 31-122029. Najaar 2021 heeft nieuw bestuurlijk overleg plaats tussen de minister van BZK en de koepelorganisaties (waaronder de VNG) plaatsgevonden. De inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022 wordt vooralsnog gehandhaafd; in het voorjaar 2022 (maart?) wordt het definitieve besluit genomen als de Staten-Generaal besluiten over het invoeringsbesluit. Advies van de VNG m.b.t.

besluitvorming over onderdelen en overdracht aan de nieuwe raad (bijlage 2) De invoering van de Ow vindt plaats ruim 3 maanden na de gemeenteraadsverkiezingen 2022 (16 maart 2022). Op voorhand is onduidelijk of er dan al een nieuw college is geïnstalleerd, en of er al een coalitieakkoord beschikbaar is. De VNG adviseert om, met het oog op een soepele overgang, noodzakelijke besluiten zo veel als mogelijk in 2021/begin 2022 af te ronden (met focus op voldoen aan minimumeisen op invoeringsdatum). Daarmee ontstaat er ruimte om daadwerkelijk te gaan oefenen met nieuwe procedures, software en ICT, en de dienstverlening aan inwoners en bedrijven op minimaal het huidige niveau te continueren. Advies Raadswerkgroep Omgevingswet De Raadswerkgroep Ow heeft in haar vergadering van 2 juni 2021 gesproken over de nieuwe invoeringsdatum (1 juli 2022). Aandachtspunt dat door de RWG Ow is benoemd, betreft een goede overdracht van dit majeure project (én doorlopend veranderproces) aan de nieuwe gemeenteraad. Met dat in het achterhoofd heeft de RWG Ow geadviseerd om een overdrachtsdocument te maken voor de nieuwe gemeenteraad. Dit koersdocument kunt u beschouwen als het eerste deel van dit overdrachtsmoment.

Na de verkiezingen zal dit document worden “aangevuld” met de actuele stand van zaken per deelproject (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, VTH-dienstverlening, Procesaanpak, DSO, enz.; zie laatste voortgangsrapportage majeure projecten). Beide delen samen vormen het overdrachtsdossier voor de nieuwe raad.

3

3. Ambitie en algemene uitgangspunten De Venrayse ambitie en strategie voor de implementatie van de Ow In het procesplan uit 2017 is door uw Raad de ambitie en strategie gedefinieerd: Venray is ‘pragmatisch onderscheidend’ in haar aanpak. Deze strategie is de afgelopen periode, samen met de raad steeds concreter gemaakt, en kan als volgt worden geïnterpreteerd: •

onze huidige beleids- en bestemmingsplannen zitten goed in elkaar en kennen een goede balans tussen ontwikkelruimte en het borgen van (omgevings)kwaliteit; niet alles hoeft of moet (meteen) anders.

•

verbetering van beleid, plannen of regels bekijken we iedere keer serieus, maar met oog voor continuïteit en rechtszekerheid voor onze inwoners en bedrijven. We zetten een proces in gang om stapsgewijs en continu te verbeteren.

•

m.b.t. het Omgevingspslan gaan we beleidsneutraal over, tenzij dit juridisch niet kan of onwenselijk is.

•

Venray hoeft niet voorop te lopen met de implementatie van de Ow, maar loopt wel gelijk op met de ‘brede middengroep’ van gemeenten (in algemene zin, en in de regio NoordLimburg).

•

We vullen beleid en plannen de komende jaren gericht aan. Denk aan duurzaamheid, gezondheid, energietransitie en klimaatadaptatie.

Algemene beginselen en wettelijke uitgangspunten Het handelen van de overheid, maar ook van inwoners en bedrijven wordt geregeld via wet- en regelgeving. Voor het fysieke domein is dat straks de Ow, de vier AMvB’s en bijbehorende regelingen, en de daaruit afgeleide instrumenten; visie – plan – programma – melding/vergunning. Naast specifieke wetgeving kennen we in Nederland ook de ‘Algemene beginselen van behoorlijk bestuur’. Verder zijn in Europees of nationaal recht beginselen of uitgangspunten opgenomen, die mede sturing geven aan de invoering van de Ow. Het benoemen van deze algemene beginselen, wettelijke uitgangspunten of beleidsreeksen lijkt misschien overbodig (want ze zijn al vastgelegd), maar ze helpen wel enorm in het denken hoe je zo’n complex veranderproces aanstuurt. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen. Sturende uitgangspunten geformuleerd door uw raad (bovenop de uitgangspunten in bijlage 1) In 2017 (werkbezoek aan Dekkers Tweewielers, en aansluitende discussie in de voetbalkantine in Wanssum) heeft de raad voor de eerste keer gesproken over sturende uitspraken/uitgangspunten om het implementatie- en veranderproces van de Omgevingswet in goede banen te leiden. Deze uitgangspunten zijn vervolgens in de commissie Wonen besproken. Hieronder staan ze benoemd: •

We durven te experimenten en behouden het goede;

•

Onze regels bieden de ruimte (voor ontwikkeling);

•

Balans tussen ‘economische ontwikkeling’ en ruimtelijke kwaliteit;

•

Meedenken als grondhouding;

•

Participatie als randvoorwaarde;

•

Regionale afstemming moet functioneel zijn;

•

Digitalisering is een kans.

4

In april 2021 zijn tijdens een raadsbijeenkomst over de Ow, nieuwe aanvullende uitgangspunten benoemd, of bestaande uitgangspunten herijkt en bevestigd: 

De eerder geformuleerde ambitie en strategie: ‘pragmatisch onderscheidend’ wordt opnieuw volmondig onderschreven. Inclusief de stap-voor-stapaanpak, met focus op de minimumeisen vanuit de Omgevingswet op het moment van invoering.

Er mag meer focus worden aangebracht m.b.t. taken, rollen en verantwoordelijkheden. Wees duidelijk wat je van initiatiefnemers verwacht, van omwonenden, maar ook hoe de gemeente kan ondersteunen en helpen.

M.b.t. milieuleges is minder sprake van een gedeelde koers. Vooral de vraag waar de kosten terecht komen, bij de samenleving of bij de initiatiefnemer roept discussie op. Ook de gehanteerde (en eerder vastgestelde) uitgangspunten zoals kostendekkende leges, de mogelijkheid om onderling te kunnen verrekenen van leges en de regionale afstemming zijn dan van belang.

Bestaande dienstverlening minimaal handhaven op het huidige niveau, om vervolgens van daaruit stap voor stap uit te bouwen.

4. Uitgangspunten per deelproject Naast de algemene uitgangspunten, zijn tevens uitgangpunten per deelproject geformuleerd. Dit zijn als het ware het kader en de leidende principes voor de verdere implementatie en doorontwikkeling. Uitgangspunten Omgevingsvisie 

We sluiten aan bij de vier hoofdambities 1) Groen wonen voor iedereen 2) Een gezond Venray heeft de toekomst 3) Venray bloeit, bruist en boeit en 4) Natuurlijk Venray, een indeling naar vijf hoofdgebieden (Centrum Venray, Woongebieden, Werkgebieden, Agrarische gebieden en Natuurgebieden) en bescherming van de waarden (erfgoed, landschap, natuur en groen, bodem en water en stedenbouwkundig kader).

Uitwerking van de visie zal o.a. plaatsvinden door middel van het instrument ‘Programma’ en het opstellen van een ruimtelijk kwaliteitskader.

Programma’s die in ontwikkeling zijn, zijn: Wonen, Landelijk Gebied, Venray vergroent (met als deelprogramma’s energie, klimaatadaptatie en circulaire economie).

In de visie gaan we uit van de ‘Venrayse werkwijze’: (samen) werken op basis van vertrouwen, partnerschap en gelijkwaardigheid

Uitgangspunten Programma’s 

Programma’s hebben een ‘vergelijkbare’ indeling, met vaste onderdelen zoals doelen, monitoring en verantwoording.

Uitgangspunten Omgevingsplan Achtergrondinformatie: Met de inwerkingtreding van de Ow ontstaat er een ‘omgevingsplan van rechtswege’ (bestaande uit alle afzonderlijke bestemmingsplannen, regels uit ruimtelijk relevante verordeningen en rijksregels (=’bruidsschat’). Uiterlijk 31-12-2029 moet er een integraal en digitaal omgevingsplan zijn gerealiseerd voor het gehele grondgebied welke voldoet aan de nieuwe regelgeving.

5

Het Omgevingsplan Venray sluit aan bij de (gebieds)indeling en doelen van de Omgevingsvisie Venray.

Het Omgevingsplan Venray zal gefaseerd worden gewijzigd.

Aanpak, indeling en fasering zal in Plan van Aanpak 2.0 aan uw raad worden aangeboden.

Delegatiebevoegdheden en adviesrecht worden beleidsneutraal overgezet, tenzij de Ow dit juridisch onmogelijk maakt. Op grond van de Ow moeten de categorieën inzake het adviesrecht concreet worden geformuleerd.

Uitgangspunten participatie (omgevingsdialoog) en communicatie 

Maximaal aansluiten bij landelijke communicatiemiddelen in de fase voorafgaand aan de invoering.

Communicatie maken we zo veel als mogelijk doelgroepgericht, met focus op wat we als overheid verwachten van inwoners en bedrijven.

Onze informatievoorziening is open en transparant.

De omgevingsdialoog is ons instrument om invulling te geven aan participatie bij specifieke initiatieven.

In de visie op participatie leggen we vast hoe we kijken naar onze rol als gemeentelijke overheid en wat onze ambitie is met overheids- en burgerparticipatie.

Uitgangspunten Financiën Achtergrondinfo leges. Bij het bepalen van kostendekkende leges komen veel aspecten kijken. Nieuwe werkwijzen en processen vergen een andere insteek en verdeling van werkzaamheden. Initiatiefnemers worden verantwoordelijk voor belangrijke werkzaamheden (bijvoorbeeld participatie, vooronderzoek, aanleveren gegevens). Hetzelfde geldt voor de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (de Wkb) die gelijktijdig met de Omgevingswet wordt ingevoerd. De mate van veranderingen is afhankelijk van (politieke) keuzes en het effect daarvan is nog niet bekend. Daarom wordt ervoor gekozen om bij de leges de (berekening voor de) huidige verordening als uitgangspunt te nemen als onderbouwing van de nieuw verordening. Waar zaken nog onduidelijk zijn, wordt op basis van monitoring en evaluatie de daadwerkelijke situatie opgenomen in een volgende legesverordening. Landelijk vindt in 2023 een eerste evaluatie van de OW plaats. Geadviseerd wordt om daar maximaal bij aan te sluiten. Leges: 

De huidige legesverordening wordt als uitgangspunt gebruikt, en op basis van monitoring en evaluatie wordt die verbeterd en aangepast.

Venray sluit aan bij de provinciebrede keuze om leges te gaan heffen voor milieubelastende activiteiten (MBA’s). De hoogte van de milieuleges (en daarmee de mate van kostendekkendheid) is een lokale afweging door de gemeenteraad.

Uiterlijk in 2030 (liefst eerder natuurlijk) moet er sprake zijn van een nieuw evenwicht in kosten en baten gemoeid met de implementatie van de Ow.

6

Structurele (financiële) effecten Achtergrondinfo Vanuit de VNG is het model ‘structurele effecten omgevingswet’ opgesteld, samen met de gemeenten wordt dit doorontwikkeld. Dit model geeft inzicht in keuzes die gemaakt kunnen worden bij het invoeren van de Omgevingswet en welke effecten (zowel voordelen als nadelen) deze keuze hebben voor zowel de organisatie als de samenleving. Het gaat dan niet alleen om financiële effecten, maar ook effecten op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en proceskwaliteit en/of maatschappelijke effecten. Vooralsnog zijn 3 scenario’s opgesteld: een “basis’ scenario, waarbij de uitgangspunten van de wet ’gemiddeld‘ worden gevolgd, een scenario dat uitgaat van optimale dienstverlening en een scenario dat voor de organisatie financieel zo optimaal mogelijk is. Deze scenario’s zijn vooral bedoeld om keuzes en effecten op het gebied van kosten, kwaliteit en de bedoeling van de Ow inzichtelijk te maken (toegelicht in RWG Ow d.d. 8 april 2021). 

We sluiten aan bij het financieel effectenmodel van de VNG. Dit biedt de beste mogelijkheden om straks de effecten met andere gemeente te kunnen vergelijken.

We kiezen voor een pragmatische en gefaseerde aanpak, waarbij we kijken naar financiële effecten, ruimtelijke en maatschappelijke effecten en proceskwaliteit.

Uitgangspunten VTH-dienstverlening (vergunningverlening, toezicht, handhaving en monitoring). 

We verbeteren stap voor stap de kwaliteit van de dienstverlening, gericht op integrale dienstverlening (servicegericht, probleemoplossend, en zonder onnodige drempels en procedures).

We stellen vragenbomen (toepasbare regels) op voor de belangrijkste producten en bouwen dit in de tijd verder uit.

Maximaal gebruik maken van de digitale mogelijkheden die het DSO, en daaraan gerelateerde software, ons biedt.

We ontwikkelen de competenties (voorlichting, feedback) van ambtelijke organisatie én initiatiefnemers.

Uitgangspunten Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Achtergrondinfo Het DSO bestaat uit de landelijke voorziening, lokale ICT-systemen van overheden en rijkspartijen en hun softwareleveranciers, de aansluitingen tussen alle systemen en de inhoud die in het DSO wordt ontsloten. Pas als alle ketens goed verbonden zijn, wordt het mogelijk de geformuleerde doelen te realiseren. Naar verwachting zal dat pas richting 2030 het geval zijn. 

Het DSO en verwante software zien wij als kans om de doelen van de Ow dichterbij te brengen: gelijke informatiepositie én versnelling van processen en procedures.

Het DSO gaat pas werken als alle aangeboden informatie actueel en juist is. Het dwingt ons te investeren in het op orde brengen én houden van onze eigen informatie. 7

Uitgangspunten Processen 

We sluiten zoveel mogelijk aan bij de landelijke standaarden en de regionale afspraken met ketenpartners.

Ons eigen proces is helder, eenduidig en efficiënt, met duidelijkheid in rollen, taken en verwachtingen.

Een integrale klantbenadering staat voorop.

We staan open voor feedback van onze klanten, én geven feedback, met het oog op het continue verbeteren van ons proces.

Uitgangspunten HRM 

Aangesloten wordt bij het lopende proces van organisatieontwikkeling ten aanzien van de veranderopgave als organisatie.

We blijven investeren in deskundige medewerkers, met de juiste competenties.

We sturen op houding, gedrag en noodzakelijke rollen van onze medewerkers, college én gemeenteraad.

We blijven reflecteren, leren en bijsturen. Dit doen we in een open dialoog met elkaar.

5. De opgave voor de toekomst Als op 1 juli 2022 de Ow formeel wordt ingevoerd, is de implementatie van de Ow nog niet gereed. De voorbereidingen van de afgelopen jaren zijn er vooral op gericht om te kunnen starten. Tot eind 2029 blijven we samen –college, raad, ambtelijke organisatie, ketenpartners, inwoners en bedrijven – onderdeel van een omvangrijk en complex veranderproces. Hierbij is het belangrijk dat we continue in gesprek blijven met elkaar hoe we onze dienstverlening kunnen verbeteren. Compassie, je kwetsbaar durven opstellen en de ambitie om te willen verbeteren zijn daarbij cruciale randvoorwaarden. Lijnorganisatie en vervolgaanpak Rond 1 juli 2022 is het logisch en wenselijk dat de lijnorganisatie (stap voor stap) de primaire verantwoordelijkheid terugkrijgt voor haar eigen (nieuwe) processen en producten. De verantwoordelijkheid voor visie, plan, VTH-dienstverlening, proces en DSO/ICT worden teruggelegd in de lijnorganisatie. Het programma implementatie Omgevingswet dat formeel is gestart in maart 2017 met het vaststellen van het procesplan door de raad, komt daarmee tot een einde. Tegelijkertijd blijft er, gelet op het noodzakelijke verander- en groeiproces tot 2030, behoefte aan een overkoepelende ‘aansturing en communicatie’. Dit vanuit het besef dat er nog diverse organisatiebrede vraagstukken aan de orde zijn.

Ter illustratie vier voorbeelden: * De Ow zet sterk in op de beleidscyclus (plan – do – check – act). Beleidsmonitoring en evaluatie zal de komende jaren een impuls moeten krijgen. In eerste instantie vanuit de lijnorganisatie, maar de opgave is veelomvattend en breder dan het fysieke domein. Een organisatiebrede aanpak wordt aanbevolen. * ‘Houding en gedrag’ veranderen vraagt uithoudingsvermogen en aandacht. Van ons allemaal. Ook hier wordt een organisatiebrede aanpak aanbevolen, bij voorkeur aansluitend op het proces van ‘organisatieontwikkeling’. * Data op orde. Daar is natuurlijk niemand op tegen. maar om de data van ‘buiten’ 99,99% transparant en eenduidig vertaald te krijgen (en te houden) in ‘digitale data’ vraagt extra aandacht voor de onderliggende processen. * Eén van de mogelijkheden om visie en plan te concretiseren of uitvoering te stimuleren of 8

organiseren is met het instrument ‘programma’. Bij de uitgangspunten hiervoor hebben we al de ambitie uitgesproken om te komen tot een format. Vanuit het programma implementatie Omgevingswet zal een ‘ambtelijk overdrachtsdocument’ worden opgesteld, waarin ook voorstellen over aanpak en acties voor de periode 2022 – 2030 worden gedaan. Dit document zal stap voor stap worden ‘opgebouwd’, te beginnen met de stand van zaken van de diverse deelprojecten. Afronding is voorzien in de tweede helft van 2022. Kosten, baten en investeringen Het rijk heeft in haar communicatie altijd geroepen dat de Ow veel voordelen (baten) heeft. Die voordelen zijn er in potentie, maar zullen naar verwachting pas tegen 2030 zichtbaar worden. Het blijft daarom zaak om continue de ‘vinger aan de pols’ te houden. Duidelijk is al wel dat de komende jaren nog forse investeringen nodig zijn in de periode tot 2030. Duiding van de omvang hiervan, is op dit moment niet mogelijk. Ook hier ontbreekt het aan landelijk onderzoek of kentallen. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken is het volgende: een gebiedsdekkend digitaal omgevingsplan is echt anders dan het bestaande systeem van bestemmingsplannen en verordeningen en rijksregels. Integratie van regels en digitalisering daarvan regels gaat veel inzet vragen.

Voor een gemeente met de omvang als Venray lopen de eerste schattingen (expert judgement) voor een Omgevingsplan uiteen van 500.000 Euro tot meer dan 2.000.000 Euro. Landelijk is afgesproken dat twee jaar na invoering er een evaluatie zal plaatsvinden. Dat moment zal naar verwachting ook worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de structurele kosten en baten van de Ow voor gemeenten. De komende jaren zal hierover onzekerheid blijven bestaan. Risico’s en aandachtspunten Op invoeringsdatum moeten alle ‘bouwstenen Omgevingswet’ van een groot aantal overheden, maar ook van particuliere partijen, zoals softwareleveranciers, gereed zijn en ‘in elkaar grijpen’, zodat één werkend geheel ontstaat. Het is niet ondenkbaar dat een enkele ‘bug’ in een afzonderlijke bouwsteen het systeem zal ontregelen, of dat onderdelen van het DSO onvoldoende met elkaar kunnen communiceren. Alles is er op gericht dat we kunnen starten, maar we staan aan het begin van proces waarin nog vele stappen gezet moeten worden. Speciale aandacht vragen wij voor het volgende: uitgangspunt van de Omgevingswet is dat aanvragen sneller worden afgehandeld. Voor het afhandelen geldt voor vergunningen in de regel een termijn van 8 weken. Met de huidige frequentie van vergaderen is het verlenen van een vergunning binnen 8 weken niet haalbaar wanneer een bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is.

Hoewel er geen sprake kan zijn van een vergunning van rechtswege kan een termijnoverschrijding wel tot de betaling van een dwangsom aan de aanvrager leiden. Deze termijnoverschrijdingen zouden voorkomen kunnen worden door vaker te vergaderen of door minder zaken aan te wijzen waarvoor bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is. De komende tijd onderzoeken we hoe we ‘zo praktisch mogelijk’ aan de Omgevingswet kunnen voldoen, met in acht name van de wensen van uw Raad.

9

Bijlage 1: overzicht van de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en uitgangspunten die voortkomen uit Europees of nationaal recht Algemene beginselen: •

Zorgvuldigheidsbeginsel: de overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen; correcte behandeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.

•

Gelijkheidsbeginsel: de overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen.

•

Vertrouwensbeginsel: wie op goede gronden, bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging, erop mag vertrouwen dat de overheid een bepaald besluit neemt, heeft daar ook recht op.

•

Motiveringsbeginsel: de overheid moet zijn besluiten goed motiveren; de feiten moeten kloppen en de motviering moet logisch en begrijpelijk zijn.

•

Rechtszekerheidsbeginsel: de overheid moet zijn besluiten zo formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen.

•

Evenredigheidsbeginsel: de overheid moet er voor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit.

•

Verbod van ‘detournement de pouvoir’: de overheid mag een wettelijke bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid gegeven is. De overheid mag voor een besluit niet de verkeerde procedure volgen.

•

Fair play beginsel: de overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van en besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijk in acht nemen.

Beginselen of uitgangspunten op grond van Europees en/of nationaal recht: •

het voorzorgbeginsel: voorkomen van aantasting ook al is op voorhand (=mogelijke schade) niet alles duidelijk.

•

het beginsel van preventief handelen: beperken van (milieu)schade.

•

het stand-still beginsel: de bestaande omgevingskwaliteit vormt onze basis.

•

het beginsel dat milieubelastingen bij voorrang bij de bron worden aangepakt: beperken en voorkoming schadelijke milieugevolgen aan de bron.

•

het beginsel dat de vervuiler betaalt: de vervuiler is zelf verantwoordelijk voor kosten i.v.m. voorkoming en/of herstel van door hem veroorzaakte verontreiniging.

•

de Ladder voor Duurzame Ontwikkeling: motiveringseis uit het huidige Besluit RO (wordt overgenomen in AMvB’s Ow) gericht op zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming, gericht op woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en kantoren, detailhandel of andere stedelijke voorzieningen) .

Daarnaast kennen we nog basis-beleidsregels die eerder in (rijks)beleid zijn benoemd, breed zijn omarmd en daarmee sturende werking hebben gekregen, een tweetal voorbeelden: •

Trias Energetica: maximaal besparen van energie en, vervolgens hernieuwbare energie, en tenslotte niet-hernieuwbare energie schoon en efficiënt opwekken.

•

Omgaan met (regen) water: infiltreren in de bodem, bergen en als dat niet kan gecontroleerd afvoeren.

10

Bijlage 2: VNG memo Invoeringsdatum Omgevingswet in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 (juni 2021) Er zijn veel vragen over de nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet en wat dat betekent voor de besluitvorming door de raad in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen. De datum van 1 juli 2022 valt halverwege het jaar en kort nadat nieuwe raden (en colleges) van start zijn gegaan. In dit memo pleit de VNG voor het vasthouden van de bestaande planning met als fictieve eindstreep de “oude” invoeringsdatum. Bestaande planning De zogenaamde ‘Route 2022: roadmap invoering Omgevingswet’ blijft leidend voor de acties die van belang zijn voor gemeenten. In de roadmap zijn de minimaal noodzakelijke acties beschreven. De nieuwe invoeringsdatum verandert daar niets aan. De VNG adviseert om tijdig de beschreven acties op te pakken en af te ronden. Op deze manier is er voldoende tijd om de nieuwe werkwijze eigen te maken en om ermee te oefenen. Besluiten raad bij inwerkingtreding Omgevingswet Op het moment dat de wet van kracht wordt moeten in elk geval de volgende raadsbesluiten zijn genomen: 

Raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de raad adviesrecht heeft;

Raadsbesluit gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is;

Verordening Nadeelcompensatie (v/h planschadeverordening);

Instellen commissie ruimtelijke kwaliteit;

Raadsbesluit Delegatiebesluit aan het college om het omgevingsplan te wijzigen;

Legesverordening (waarin gevolgen Omgevingswet en WKB zijn verwerkt).

Overwegingen handhaven bestaande planning Voor de discussie hierover in uw gemeente kunt u de volgende overwegingen meenemen: Planning Vasthouden aan de planning met einddatum 1 januari 2022 is de meest eenvoudige en consistente aanpak. Deze lag al vast, was al afgestemd met de betreffende raadsgremia binnen de gemeente, het college van B&W en de ambtelijke organisatie hebben hun inspanning daarop gericht. Geen ingrijpende besluiten vlak na verkiezing De eerste helft van een verkiezingsjaar wordt vaak als beleids- en besluitluw gezien. Belangrijke, controversiële en/of ingrijpende besluiten worden, tenzij het echt niet anders kan, niet genomen. Voor elke gemeente kan die periode anders vallen. Er zijn lokaal verschillende (ongeschreven) afspraken over de werkwijze, maar het ligt hoe dan ook niet voor de hand om besluiten in relatie tot de Omgevingswet in de periode januari-mei 2022 te plannen. Dus óf eerder (bestaande planning) óf erna. In het laatste geval loopt de gemeente risico’s, omdat besluitvorming mogelijk te laat is om nog de processen adequaat in te regelen. Kennisopbouw De gemeenteraad is in de meeste gemeenten stapsgewijs al maanden, zelfs jaren, meegenomen in de implementatie van de wet. Denk hierbij aan informatie- en dossieropbouw, kennis- en 11

oefensessies, raadswerkgroepen en andere manieren om besluitvorming voor te bereiden. Er is in kennis, vaardigheden en inzichten geïnvesteerd. De huidige raad is er klaar voor om deze stappen te zetten en besluiten te nemen. De nieuwe invoeringsdatum voegt niets toe aan de voorbereidingen die al hebben plaatsgevonden. Terwijl na de verkiezingen de nieuwe raad met meerdere nog onervaren raadsleden opnieuw moet worden ingewerkt en zich in het dossier moet verdiepen. Efficiënter inregelen en oefenen De raadsbesluiten zijn van belang om de processen van planvorming en vergunningverlening in te richten en ermee te gaan werken. Een van de redenen om de invoeringsdatum te verschuiven, is juist om voldoende inregel- en oefentijd te hebben. Dat pleit ervoor om de zaken intern tijdig op de rails te hebben, zodat de voorbereiding op de inwerkingtreding zo efficiënt mogelijk verloopt. Kostenoverweging Voor de gemeenteraad is het relevant om af te wegen welke kosten er moeten worden gemaakt voor de implementatie van de Omgevingswet. Deze kosten lopen door ook na de invoeringsdatum en beslaan de hele transitieperiode. In veel gemeenten is in de implementatiefase een programmaorganisatie opgezet en zijn externe adviseurs ingeschakeld die de voorbereidingen doen en vervolgens overdragen aan de staande organisatie.

Spoedige besluitvorming (nog in 2021) heeft vanuit kostenoverweging de voorkeur. Uitstel gaat gepaard met extra financiële inspanningen. Overwegingen uitstellen besluitvorming ná de raadsverkiezingen Besluitvorming door de raad kan in principe worden uitgesteld tot ná de verkiezingen. De ene raad kan beslissen niet over het graf te willen regeren, terwijl een andere gaat voor continuïteit van beleid. Dat is uiteraard lokaal te overwegen en te besluiten. In het geval er wordt besloten om besluitvorming over de verkiezingen te tillen, dan moet er in elk geval worden gezorgd voor een spoed-inwerkprogramma en een strakke planning voor de nieuwe gemeenteraad (en college B&W) op het thema Omgevingswet om besluitvorming in april-mei mogelijk te maken. Het is ook in dat geval aan te raden de besluitvorming alvast voor te laten bereiden door de gemeenteraad in “oude” samenstelling om geen vertraging op te lopen. Dit tijdspad is overigens kritiek en doet geen recht aan het belang van het onderwerp en de maatschappelijke impact van deze stelselwijziging. Dubbel vaststellen legesverordening De invoeringsdatum halverwege het jaar (1 juli 2022) is voor een van de minimaal noodzakelijke besluiten bijzonder onhandig. Het gaat om het vaststellen van de legesverordening. Normaal gesproken beslaat de legesverordening een heel boekjaar.

In de praktijk betekent dat dus dat er door de raad twee keer een legesverordening moet worden vastgesteld, een keer door de huidige raad en een keer door de nieuwe raad in 2022. Belang van monitoring, evaluatie en bijsturing Ook na de invoeringsdatum van de Omgevingswet is er veel werk aan de winkel. Niet alles zal vanaf het eerste moment perfect gaan. Op 1-7-2022 begint het eigenlijk pas. De gevolgen en effecten van keuzes en besluiten zijn niet volledig te voorspellen. Het is daarom van het grootste belang om actief de invoering van de nieuwe werkwijze te monitoren en regelmatig te evalueren. Dat gaat landelijk ook gebeuren, maar lokaal zal de gemeenteraad vinger aan de pols moeten houden en indien nodig bijsturen. Dat geldt ook voor de besluiten die deze raad de komende tijd gaat nemen. De evaluatiemomenten zouden alvast in de termijnagenda van de nieuwe raad moeten worden opgenomen 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10991891/1