03 Kadernota 2024 RUD LN
Tekst van het document
KADERNOTA RUD LIMBURG NOORD 2024
1 december 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ..................................................................................................................................... 3
2.
Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN .............................................................. 3
3.
Beleidskaders en ontwikkelingen ......................................................................................... 4
3.1 Organisatorische ontwikkelingen ........................................................................................... 4 Verbeteringen in het VTH-stelsel, Interbestuurlijk Programma (IBP) .............................. 4 Plan van aanpak doorontwikkeling ODLN ................................................................................ 5 Omgevingsdienst NL (ODNL) ..................................................................................................... 5 3.2 Landelijke ontwikkelingen ....................................................................................................... 5 Omgevingswet ............................................................................................................................... 5 Ketensamenwerking ..................................................................................................................... 6 Data over VTH werkzaamheden ................................................................................................ 6 Inspectieview Milieu ..................................................................................................................... 7 3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen .............................................................................................
8 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen .................................................................................. 8 Energie ............................................................................................................................................ 8 Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten ...................................... 9 Stikstofdossier ............................................................................................................................... 9 IPPC Veehouderijen ...................................................................................................................... 9 Geluid ............................................................................................................................................ 10 3.4 Personele ontwikkelingen ...................................................................................................... 11 Algemeen ...................................................................................................................................... 11 Personeel ...................................................................................................................................... 11 Energietoezicht ............................................................................................................................ 11 4.
Financiële uitgangspunten ................................................................................................... 12
4.1 Algemeen .................................................................................................................................. 12 4.2 Exploitatie (lasten en baten) ................................................................................................ 12 4.3 Tarieven .................................................................................................................................... 13 4.4 Impact ontwikkelingen ........................................................................................................... 13
2
1. Inleiding
De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) is een samenwerkingsverband tussen de 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie Limburg. De RUD Limburg Noord is sinds 1 januari 2018 een gemeenschappelijke regeling (GR). In de Wet gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het Algemeen Bestuur voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toestuurt naar de raden en staten van haar deelnemers. In de voorliggende kadernota 2024 zijn de uitgangspunten voor de begroting 2024 opgenomen. De kadernota is tot stand gekomen na afstemming met financieel adviseurs van de deelnemers en het lijnmanagersoverleg (LMO). De ontwerpbegroting 2024 zal vervolgens worden opgesteld en rond 1 april aan de raden en staten worden toegezonden.
2. Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN In het beslisdocument van de RUD Limburg Noord (21-12-2017 in AB) zijn de missie en visie opgenomen die richtinggevend zijn voor de organisatie van de RUD Limburg Noord. Deze zijn als volgt: Missie De RUD Limburg Noord heeft als taak, door de uitvoering van VTH taken, de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. Visie De RUD Limburg Noord is een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De dienstverlening wordt o.a. verbeterd door: • Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de RUD LN); • Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De RUD Limburg Noord is daarbij een flexibele organisatie die zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de omgeving en hiervoor samenwerkt met ketenpartners. De RUD Limburg Noord draagt zorg voor de uitvoering van tenminste het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Daarnaast kan een deelnemer de uitvoering van het milieutakenpakket voor niet RUD-inrichtingen, het WABO -takenpakket (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en desgewenst APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bijzondere wetten onderbrengen bij de RUD Limburg Noord. Voor de deelnemers die op dit moment nog geen WABO breed takenpakket inbrengen, zal het Dagelijks Bestuur in 2023 nog de vraag worden voorgelegd wanneer men tot een volledige inbreng van het WABO brede takenpakket zal overgaan. Deze inbreng is van belang om tot een robuuste Omgevingsdienst te komen. De feitelijke uitvoering van de taken die bij de RUD Limburg Noord zijn “ondergebracht” gebeurt door medewerkers van de deelnemers. Ze werken samen aan de realisering van het jaarlijks door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionale uitvoeringsprogramma.
3
Ambitie De RUD Limburg Noord: wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier. Werkwijze Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Daarbij blijft het loket voor het indienen van vergunningaanvragen, meldingen en klachten en besluitvorming over vergunningen en handhavingszaken bij de individuele deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is er een coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het coördinatiecentrum ondersteunt en faciliteert de partners, coördineert werkzaamheden en opleidingen.
3. Beleidskaders en ontwikkelingen
De kadernota voor 2024 wordt in december 2022 door het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur vastgesteld. In onderstaande paragrafen zijn de beleidskaders benoemd die een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de VTH-taken door de RUD Limburg Noord en haar deelnemers (zoals in hoofdstuk 2 benoemd).
3.1 Organisatorische ontwikkelingen Verbeteringen in het VTH-stelsel, Interbestuurlijk Programma (IBP) Het is de ambitie van het kabinet om de leefomgeving schoner, veiliger en gezonder te maken. De commissie Van Aartsen heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het VTH-stelsel in Nederland. Conclusie: er is een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel nodig op het gebied van milieu. Dit heeft geresulteerd in het Interbestuurlijk Programma (IBP) waarin diverse acties zijn geformuleerd. In het IBP trekken Rijk, IPO, VNG en Omgevingsdienst NL inhoud gezamenlijk langs zes lijnen, die voort zijn gekomen uit de tien aanbevelingen van de commissie Van Aartsen, op. Vanuit het Ministerie IenW is een specifieke uitkering Omgevingsdiensten inzet Interbestuurlijk programma VTH 2022-2023 beschikbaar gesteld. Het doel van deze specifieke uitkering (SPUK) is het realiseren van capaciteit c.q. het voorzien in de financiële middelen bij Omgevingsdiensten ter uitvoering van het IBP. Of het plan volledig afgerond kan worden in 2023 en of daar in 2024 nog een verdere uitwerking aan gegeven wordt is op dit moment nog niet bekend. De verantwoording loopt via de Single Information Single Audit (SISA)-systematiek voor verantwoording aan het Rijk en zal daarmee in ieder geval nog inzet van de medewerkers van de RUD Limburg Noord vragen in 2024.
Het IBP ligt in lijn met ons eigen plan van aanpak (PVA) doorontwikkeling ODLN. Hierbij wordt een ontwikkeling beoogd die ertoe leidt dat de RUD Limburg Noord transformeert naar een reguliere Omgevingsdienst, echter zonder tot één fysieke organisatie over te gaan, maar met behoud van de netwerkopzet.
4
Plan van aanpak doorontwikkeling ODLN Mede naar aanleiding van het rapport van de commissie van Aartsen en het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP) heeft het Dagelijks Bestuur van de RUD Limburg Noord de opdracht gegeven om te komen tot een plan van aanpak voor het versterken van de RUD Limburg Noord, passen bij de landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regio. Het plan van aanpak doorontwikkeling ODLN is opgesteld en op 7 juli 2022 door het Algemeen Bestuur van de RUD Limburg Noord vastgesteld. Er zijn 6 werkgroepen aan de slag op de gebieden beleid, programmeren van de uitvoering, monitoring, sturing, kwaliteit en juridische zaken. Deze werkgroepen werken maatregelen en veranderingen uit die ter besluitvorming worden voorgelegd. Het volledige proces loopt door tot in 2024. Daar waar mogelijk zullen de in 2023 bekende meerjarige effecten van de doorontwikkeling en de eventueel daarbij horende structurele investeringen worden opgenomen in de ontwerpbegroting 2024. De RUD Limburg Noord zal in 2024 een naamsverandering doorvoeren naar Omgevingsdienst Limburg Noord (ODLN) en zal er gewerkt worden volgens de nieuwe opzet. Op dit moment kan dus nog niet worden aangegeven welke (financiële) effecten dit met zich meebrengt.
Daarnaast is een onderdeel van het PVA het onderzoeken of een aanpassing van de financieringsmethodiek van het uitvoeringsprogramma een bijdrage kan leveren aan de gewenste verbeteringen. Het effectiever werken en sturen. Het gaat hier om het beheer van de budgetten van het uitvoeringsprogramma. Omgevingsdienst NL (ODNL) De RUD Limburg Noord is lid van deze vereniging van directeuren van de 29 Omgevingsdiensten. De ODNL heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de aangesloten diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor ministerie (I&W) en VNG is. Ook bij de verbeteringen in het VTH-stelsel, het IBP, heeft ODNL een prominente regisserende rol. Het programmabureau van ODNL is de spil in de kennisdeling en bij coördinatie van landelijke projecten en subsidiestromen. De verwachting is dat in 2024 de RUD Limburg Noord meer zal samenwerken met ODNL in zowel uitwisseling van gegevens als kennisdeling.
3.2 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet (OW) verdwijnt het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer. Hiervoor in de plaats komt het begrip milieubelastende activiteit (verder: MBA genoemd). Om VTH-werkzaamheden uit te kunnen voeren na inwerkingtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk om het inrichtingenbestand “om te zetten” naar MBA’s De omzetting is cruciaal voor de bedrijfsvoering binnen de RUD Limburg Noord en zijn partners. De gemeenten zijn weliswaar de brongegevenshouders, maar de ombouw naar MBA’s is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de RUD Limburg Noord en zijn partners. Het omzetten naar MBA’s, bij name bij de huidige vergunningplichtige locaties, is arbeidsintensief en complex. In 2023 beschikken wij binnen de RUD Limburg Noord over de zogenaamde VIA-tool die ondersteuning biedt bij de vertaling van deze zogenaamde ‘Inrichtingen’ naar Milieubelastende Activiteiten (MBA’s). Het vastleggen van MBA-gegevens in de VIA-tool is noodzakelijk, zodat gestart kan worden met de omzetting, omdat de doorontwikkeling en implementatie van RXMission (nog) niet gereed is. De initiële omzetting wordt in 2023 uitgevoerd. Voor een groot aantal bedrijven in bulk zonder elke MBA specifiek te beoordelen.
In 2024 zullen specifieke beoordelingen van MBA’s uitgevoerd worden, zodra een zogenaamd ‘natuurlijke moment’ zich voordoet. Zo’n moment is bijvoorbeeld een periodieke controle, een ‘nieuwe’ vergunningaanvraag of een melding. Op deze manier wordt
5
het onderdeel van het proces. Mocht de initiële omzetting echter (deels) doorlopen in 2024 dan zal hier extra capaciteit voor beschikbaar gesteld dienen te worden, omdat dit anders volledig ten laste komt van de reguliere werkzaamheden. Vanaf juli 2023 gaat het toezicht op energiebesparing bij bedrijven behoren tot het basistakenpakket. Dit betekent dat de partners deze taken bij de RUD Limburg Noord zullen moeten inbrengen. Dit zal zijn effect hebben op de samenstelling van het uitvoeringsprogramma. Aangegeven is dat wanneer de omgevingswet niet op 1 juli 2023 in werking zou treden, dat toezicht op energiebesparing dan via een separate regeling toch per 1 juli 2023 tot het basistakenpakket zal gaan behoren. Ketensamenwerking Het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Limburg is in 2019 ingericht voor een effectieve en slagvaardige samenwerking bij de uitvoering van de VTH-taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving). Het betreft een platform en geen besluitvormend overleg. Het doel van de VTH-coördinatie is het verhogen van de kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering en strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving van de VTH-taken binnen de provincie Limburg, met inachtneming van ieders eigen taken en verantwoordelijkheden. Het overleg is een bestuurlijk VTH-overleg.
Het doel van het, sinds enkele jaren lopende, project Gebiedsgericht handhaven Mest (GGH Mest) is om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door samenwerking en uitwisseling van gegevens op het vlak van toezicht in de mestketen. In dit project wordt datagedreven werken in de praktijk gebracht door de ketenpartners NVWA, RVO, provincie Noord-Brabant, een tweetal Brabantse OD’s, het waterschap Limburg en onze RUD Limburg Noord. Uitdagingen die naast de mestketen gezamenlijk worden opgepakt zijn de aanpak van drugsdumpingen, asbest, externe veiligheid, afval en samenwerking strafrecht-bestuursrecht, illegale lozingen op riolering en het volgen van de landelijke handhavingsstrategie. Data over VTH werkzaamheden De komst van de Omgevingswet (OW), de ontwikkelingen in digitale dienstverlening en het werken in Omgevingsdiensten, vereist een andere manier van bijhouden van de informatie over VTHwerkzaamheden. Van lokale, stand-alone systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen. In 2023 zullen alle gemeenten in onze regio in hetzelfde systeem gaan werken en zullen de RUDtaken in de RUD-omgeving van deze applicatie uitgevoerd worden. Dit betekent dat in 2024 deze werkprocessen allemaal op dezelfde manier zullen verlopen en er binnen de RUD op uniforme wijze wordt gewerkt.
Hierdoor nemen de mogelijkheden voor voortgangsbewaking, monitoring en kwaliteitsborging toe, welke vertaald kunnen worden naar dashboards. Daarnaast kan dan ook steeds meer naar innovatieve manieren van toezicht gekeken worden. Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van de checklists voor het uitvoeren van controles én het kunnen inlezen van logsystemen van installaties, waardoor minder fysieke controles uitgevoerd hoeven te worden. Dit zal bijdragen aan de meer effectieve en slagvaardige Omgevingsdienst Limburg Noord in 2024.
6
Inspectieview Milieu In het systeem stellen alle Omgevingsdiensten en een groot aantal andere instanties informatie beschikbaar over toezicht. De Omgevingsdiensten zijn geautoriseerd deze informatie te raadplegen en kunnen daardoor een beter inzicht krijgen in de situatie bij bedrijven. Dit maakt effectiever toezicht en betere afstemming tussen instanties mogelijk. De aansluiting op het systeem is voor alle Omgevingsdiensten wettelijk verplicht. In het najaar van 2022 is de aansluiting van de RUD Limburg Noord op Inspectieview daadwerkelijk een feit geworden en wordt de toezichtdata van de RUD Limburg Noord aangeleverd aan dit landelijk systeem. In 2023 en 2024 zullen we de nadruk leggen op het verbeteren van de datakwaliteit (Omgevingsdossiers controlebezoeken en de milieubelastende activiteiten). Als gevolg van de aansluiting op RX-mission en daarmee het samenvoegen van de datasets uit diverse VTH-applicaties in de regio is het noodzakelijk om deze samengevoegde gemeentelijke datasets naar één uniform niveau te brengen waardoor kan worden voldaan aan de landelijke criteria die Inspectieview stelt aan data die op dit systeem kan worden gedeeld.
7
3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen gaat in principe gelijk met de nieuwe Omgevingswet in. De wet moet enerzijds de bouwkwaliteit een impuls geven, maar anderzijds geen verdere juridisering of kostenverhoging in de hand werken. Met de wet wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Dat geeft alle betrokken partijen de kans om ervaring op te doen met de nieuwe werkwijze voor toezicht in de bouw. De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal voornamelijk administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. De provincie en enkele gemeenten hebben deze taken ingebracht in de RUD Limburg Noord.
Doordat de bouwtechnische toetsing bij de complexere bouwwerken (waaronder monumenten) blijft bestaan én meer marktwerking aan de voorkant waarschijnlijk gaat leiden tot een intensievere handhaving, blijft capaciteit op bouwtechnisch gebied noodzakelijk. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is beperkt, behalve in de ondersteunende, faciliterende en organiserende rol bij de bevoegde gezagen. De gevolgen voor leges zullen de partners vanaf het in werking treden van de Wkb ervaren en zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van het Klimaatakkoord en vanuit de Regionale Energie Strategie (RES).
Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden. In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. Bedrijven en instellingen zijn verplicht om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar uit te voeren. De Omgevingsdiensten en de gemeenten zien toe op naleving daarvan. Naast deze energiebesparingsplicht is er ook een informatieplicht waarbij de bedrijven en instellingen aan de overheid rapporteren welke maatregelen getroffen zijn. Het kabinet heeft als extra impuls geld beschikbaar gesteld aan Omgevingsdiensten. Deze zogenaamde SPUK THE (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) gelden zijn bedoeld als aanvulling op het bestaand toezicht. Voor de RUD Limburg Noord is onder gestelde voorwaarden uit het SPUK THE in totaal maximaal € 2.089.929 beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026. Eén van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de SPUK THE is dat de vakspecialist(en) energie in dienst zijn bij de RUD Limburg Noord. Dit betekent dat, in afwijking van de reguliere inrichting van ons netwerk,
8
de uitvoerende taken, uitgevoerd dienen te worden door medewerkers die in dienst zijn of treden van de gemeenschappelijke regeling (GR) RUD Limburg Noord. Verder mogen de activiteiten alleen door eigen personeel worden uitgevoerd, dient aangetoond te worden dat de uitgevoerde taken aanvullend zijn geweest op het bestaande toezicht en dient minimaal 70% van de gelden besteed te worden aan daadwerkelijke bedrijfsbezoeken en/of het verzamelen van informatie met administratieve controles of door het aanschrijven van bedrijven. Dit betekent dat er in 2024 meer mensen in dienst zullen moeten zijn van de GR RUD Limburg Noord. Ook zullen de deelnemers de aanvullende uren / activiteiten moeten opvoeren in het (Regionaal) Uitvoeringsprogramma. De verantwoording van de SPUK gelden gaat vervolgens ook weer via de SISA-Systematiek. Gezien de werkzaamheden vergoed worden via de subsidie verlopen de activiteiten financieel neutraal voor de RUD Limburg Noord. Echter loopt zij wel het risico dat, als er na de projectperiode geen nieuwe middelen beschikbaar gesteld worden en de partners de taken niet meer laten uitvoeren / middelen beschikbaar stellen, de specialist(en) die in dienst zijn van de RUD Limburg Noord na de projectperiode niet meer financieel gedekt kunnen worden. Dit risico zal opgenomen worden in de risico-inventarisatie bij de begroting.
Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming (wbb) van provincies naar niet-bevoegd gezag gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en de sanering van bodemverontreiniging. Ook kent de Omgevingswet nieuwe bodemtaken. De gemeenten krijgen zodoende meer taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Daarnaast zullen de gemeenten potentieel extra risico lopen door de verschuiving van verantwoordelijkheden als verantwoordelijke saneerders niet aan hun financiële verplichtingen (kunnen) voldoen. Er is nog geen goed beeld van de (financiële) consequenties voor de individuele gemeenten en de RUD Limburg Noord. Stikstofdossier
Hoewel de RUD geen directe rol heeft in dit dossier, heeft de stikstofproblematiek een impact op activiteiten. Ook is er onzekerheid over bedrijven die stoppen c.q. op termijn worden uitgekocht. Met name bij de vergunningverlening kan dit leiden tot extra werk of stagnatie in de voortgang. We volgende de landelijke ontwikkelingen met belangstelling. IPPC Veehouderijen
Op 21 februari 2017 zijn er Europese regels voor het actualiseren van de toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) voor IPPC-inrichtingen (veehouderijen) gepubliceerd. Op grond van deze publicatie heeft het bevoegd gezag een actualisatieplicht om binnen 4 jaar na publicatie (21 februari 2021) van de BBT-publicatie voor de IPPC-installatie vast te stellen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze BBT-conclusies en indien nodig te actualiseren. De actualisatie wordt in RUD-verband nu projectmatig opgepakt. Gezamenlijk wordt er een gedeelde kwalitatieve ondergrens ingesteld ten aanzien van de actualisatie van de vergunningen. Op deze manier borgen we binnen de RUD Limburg Noord de uniformiteit en de kwaliteit. Naar verwachting is de actualisatie eind 2024 afgerond. Dit betekent wel dat deelnemers voor deze activiteiten ruimte moeten reserveren in het (regionaal) uitvoeringsprogramma (2023 en 2024).
9
Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over geluid ingrijpend gewijzigd. Het voorkomen van onbeheerste groei en cumulatie van geluid staat daarbij voorop. Hierdoor zal meer inzet m.b.t. het monitoren van meerdere geluidsrelevante activiteiten en indien nodig het aanpassen hiervan, nodig zijn. De gemeenten krijgen er hierdoor een aantal geluidtaken bij wat betekent dat gemeenten lokaal meer moeten doen. Er zal meer informatie-uitwisseling moeten gaan plaatsvinden voor o.a. de (landelijke) Centrale Voorziening van Geluid Gegevens (CVGG). Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Hiervoor zullen continu gegevens voor het bepalen van geluid gerelateerde activiteiten, zoals bijvoorbeeld verkeersgegevens moeten worden verzameld en aangeleverd. Er dient een meer digitale werkwijze voor dataverzameling te komen. Interne en externe partijen zullen hierbij betrokken moeten worden waarbij afstemming over dataverzameling en aanlevering nodig is. Tevens zal besloten moeten worden of deze werkzaamheden in opdracht gegeven worden aan de RUD Limburg Noord. Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de werkzaamheden voor de geluidspecialisten zal betekenen. Of deze werkzaamheden in 2024 allemaal in RUD verband worden opgepakt en wat dit betekent is op dit moment nog niet bekend.
10
3.4 Personele ontwikkelingen Algemeen De hierboven onder 3.3 geschetste vakinhoudelijke ontwikkelingen hebben invloed op het takenpakket dat binnen RUD-verband wordt georganiseerd. Over de wijze waarop deze taken het best kunnen worden georganiseerd blijft de RUD in dialoog met haar deelnemers. Personeel Zowel bij het coördinatiecentrum als bij de deelnemers bestaat een hoge werkdruk. Ook de krapte op de arbeidsmarkt blijft spelen. Deze krapte heeft ook gevolgen voor de onderlinge uitwisseling van capaciteit en dus ook voor het zogenaamde uitwisselingspercentage in de uitvoering van het (regionaal) uitvoeringsprogramma. De arbeidsmarktsituatie leidt ertoe vacatures niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Intensivering van de samenwerking, b.v. op het gebied van inhuur en begeleiding stagiaires/trainees kan een hulpmiddel zijn in deze problematiek. Ook in 2024 zal onderzocht worden welke middelen ingezet kunnen worden. Vanuit het interbestuurlijk programma (IBP) wordt de aankomende tijd de pijler arbeidsmarkt en kwaliteitscriteria personeel verder uitgewerkt. De RUD Limburg Noord volgt deze informatie en draagt zelf ook een bijdrage.
Ook vanuit ons eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN wordt aandacht besteed aan kwaliteit, de uniforme werkwijze voor de uitvoering van taken als ook de sturing en programmering. Al deze elementen hebben effect op het personeel. Welke (financiële) effecten dit precies voor 2024 heeft voor de RUD Limburg Noord is op dit moment nog niet in te schatten. Energietoezicht Het energietoezicht bij bedrijven gaat tot het basistakenpakket behoren. Energiebesparing is een onderdeel van de ambitie die is vastgelegd in de Regionale EnergieStrategie (RES). Om deze ambitie te realiseren is extra capaciteit nodig. Tegelijkertijd wordt het toezicht op energiebesparing geïntensiveerd door de werkzaamheden vanuit het SPUK THE. Dit betekent dat er zowel specialisten bij de partners als bij de RUD LN zelf geworven zullen moeten worden. Hierover zal afstemming nodig zijn om deze processen goed te laten verlopen.
11
4. Financiële uitgangspunten
In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten voor de begroting 2024 benoemd. De afwijkingen ten opzichte van de begroting 2023 zijn beperkt.
4.1 Algemeen •
•
•
Het belangrijkste uitgangspunt voor de meerjarenbegroting 2024-2027 is dat de baten en lasten in evenwicht zijn, zodat er meerjarig een sluitende begroting ligt. Dit is tevens een voorwaarde voor repressief toezicht. De financiële consequenties van de in het voorgaande hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zijn op dit moment nog niet duidelijk. Zo is de invloed van wetswijzigingen voor een groot deel nog onbekend. Over het algemeen is de verwachting dat de impact voor de RUD Limburg Noord in 2024 gericht is op extra inzet op het trainen en opleiden van personeel, het inrichten van systemen en het aanpassen van processen. De opleidingen zullen veelal gefinancierd worden binnen reguliere budgetten. De extra capaciteitsinzet van medewerkers voor aangepaste en nieuwe taken zullen besproken moeten worden met de partners en keuzes zullen gemaakt moeten worden in de uitvoeringsprogramma’s 2024. De financiële effecten behorende bij de uitwerkingen van het plan van aanpak doorontwikkeling ODLN zijn nog niet bekend. Zodra deze uitwerkingen concreet zijn worden deze ofwel opgenomen in de ontwerpbegroting 2024 dan wel apart voorgelegd, afhankelijk van het tijdstip van oplevering. Een keuze in de wijze van sturing, monitoring of op een ander vlak kan namelijk effect hebben op de begroting van de RUD Limburg Noord.
Een onderdeel van het PVA is ook het onderzoeken of een aanpassing van de financieringsmethodiek van het uitvoeringsprogramma een bijdrage kan leveren aan de gewenste verbeteringen. Het effectiever werken en sturen. Het gaat hier om het beheer van de budgetten van het uitvoeringsprogramma.
4.2 Exploitatie (lasten en baten) •
•
•
Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV, loonvoet sector overheid en overheidsconsumptie netto materieel imoc) en voor de provincie het CBS (DPI). Vanuit de MEV 2023 zijn nog op dit moment nog geen ramingen over het jaar 2024 opgenomen. Wat betreft de cijfers van het CBS worden met het dan laatst bekende cijfer, zijnde 3e kwartaal 2022 gewerkt. Op dit moment is alleen het cijfer van het 2e kwartaal bekend. Dit is 5.9%. Er is geïnvesteerd in een VTH-systeem. Conform de eerdere besluitvorming zouden de kosten van het VTH-systeem gedekt worden uit de bestemmingsreserve ICT zolang deze niet was uitgeput. Na uitputting, zouden de jaarlijkse licentie-, hosting- en beheerkosten pas verdisconteerd worden in de deelnemersbijdrage. Het Ministerie heeft echter bij de meerjarenbegroting 2023 de opmerking geplaatst dat er (hierdoor) geen structureel evenwicht is en dat de weerstandscapaciteit niet volledig toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te dekken. Er wordt verwacht dat dit in de meerjarenbegroting 2024 wordt aangepast. Dit betekent dat de kosten van het VTH-systeem niet langer gedekt mogen worden uit de reserve en de verhoging van de bijdrage van de individuele partners niet langer uitgesteld mag worden. Dit zal in de meerjarenbegroting 2024 worden verwerkt.
De weerstandscapaciteit zal meegenomen worden in het onderzoek naar het al dan niet instellen van een algemene reserve en verwoord worden in de meerjarenbegroting 2024. Het SPUK THE, betreffende energie wordt in de meerjarenbegroting 2024 opgenomen. Op dit moment is de verwachting dat de uitgaven voor de jaren 2024 tot en met 2026 als volgt zijn:
12
verdeling
indeling
Uitgaven reguliere en uitgebreide doelgroep Activiteiten toezicht en energiebesparingsplicht (niet- Handhaving EU ETS bedrijven) Uitgaven reguliere en uitgebreide doelgroep Overige activiteiten energiebesparingsplicht (nietEU ETS bedrijven) Totaal uitgaven reguliere en uitgebreide doelgroep energiebesparingsplicht (nietEU ETS bedrijven) Uitgaven uitbreiding Activiteiten toezicht en energiebesparingsplicht naar Handhaving EU ETS bedrijven Uitgaven uitbreiding energiebesparingsplicht naar Overige activiteiten EU ETS bedrijven Totaal uitgaven uitbreiding energiebesparingsplicht naar EU ETS bedrijven Totaal project
2024
2025
2026
€
412.200 €
420.982 €
429.402
€
25.375 €
25.642 €
24.450
€
437.574 €
446.624 €
453.852
€
66.918 €
-
€
-
€
4.816 €
-
€
-
€
71.734 €
-
€
-
€
509.308 €
446.624 €
453.852
Deze bestedingen komen in aanmerking voor subsidie. Voor de RUD Limburg Noord zal dit naar verwachting dan ook niet kostenverhogend zijn. Wel zal de risico-inventarisatie aangevuld worden. Dit aangezien het personeel in dienst treedt van de GR RUD Limburg Noord en er geen garantie is dat na 2026 er nog financiële middelen beschikbaar worden gesteld via het ministerie dan wel de deelnemers.
4.3 Tarieven Voor de uitwisseling van expertise tussen de deelnemers is de afspraak dat de gewerkte uren worden verrekend op basis van vooraf vastgestelde uurtarieven. De tarieven 2024 worden in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2023 vastgesteld. Gezien de economische en marktontwikkelingen ligt een verhoging van de tarieven in de lijn der verwachtingen.
4.4 Impact ontwikkelingen De hiervoor geschetste ontwikkelingen kunnen financiële gevolgen met zich meebrengen. Deze zijn op dit moment echter nog niet te kwantificeren.
13