CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Eindrapport accommodatiebeleid jeugd en sport

Commissie Leven 22 april 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Actualisering accommodatiebeleid jeugd en sport 2021-2025.7.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ACTUALISATIE ACCOMMODATIEBELEID VENRAY EINDRAPPORT 25 JANUARI 2021

Aan

Gemeente Venray T.a.v. mevrouw Annemarie van Uden Per email: annemarie.van.uden@venray.nl

Van

Hospitality Group Nijverheidsweg-Noord 78 Postbus 2186 3800 CD AMERSFOORT

Auteurs

Dick Leijen Maurice Tepperik Project

Actualisatie Accommodatiebeleid Betreft

Eindrapport Ons kenmerk

001212/R200224/DL Datum

25 januari 2021

© 2020 Hospitality Group

Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld mag, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de rechthebbenden c.q. door de rechthebbenden gemachtigden, niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.

INHOUDSOPGAVE 1 DE CONTEXT

1

2 DE TOTSTANDKOMING VAN ACCOMMODATIES

2

2.1 Inleiding

2

2.2 Het afwegingskader in vogelvlucht

2

2.3 Het begrip basisvoorziening

7

2.4 De nieuwe financiële bijdragen

10

2.5 Tennis

11

3 DE INSTANDHOUDING VAN ACCOMMODATIES

13

3.1 Inleiding

13

3.2 Het beleidskader voor instandhouding

13

3.3 De nieuwe financiële bijdragen

16

4 FINANCIËLE GEVOLGEN

17

4.1 Inleiding

17

4.2 Effecten voor de gemeente

17

BIJLAGE 1: HET NIEUWE AFWEGINGSKADER

18

BIJLAGE 2: DE BASISVOORZIENING

19

1

DE CONTEXT

De gemeente Venray beschikt over een fijnmazige structuur van gemeenschapsaccommodaties. Er is een goed gespreid aanbod van scholen, gemeenschapshuizen, sportaccommodaties en wijkcentra aanwezig. Deze accommodaties zijn deels in eigendom bij de gemeente en deels bij het particulier initiatief. Beheer en exploitatie ligt bij een groot aantal stichtingen, verenigingen en particulieren, waarmee overeenkomsten zijn afgesloten voor verzelfstandiging en beheer. De gemeente Venray heeft haar rol bij de totstandkoming en instandhouding van de gemeenschapsaccommodaties neergelegd in een aantal beleidsdocumenten. In het Accommodatiebeleid 2011‐2015 bijvoorbeeld is per type accommodatie uitgewerkt wat de rol is van de gemeente Venray en welke (financiële) bijdrage de gemeente levert. In twee andere documenten is deze beleidslijn verder verbijzonderd voor de aanleg en het onderhoud van kunstgrasvelden (nota Kunstgras Sportvelden) en voor gemeenschapshuizen en wijkcentra (Schoon door de poort). De gemeente Venray heeft behoefte aan een update van het accommodatiebeleid. De aanleidingen daarvoor zijn: ▪

▪

▪

Het huidige accommodatiebeleid is inmiddels ruim tien jaar oud. Sindsdien is veel veranderd (de drie decentralisaties, de transformaties in het sociale domein, de vergrijzing). De gemeente wil de gevolgen van deze veranderingen verwerken in een actueel accommodatiebeleid. De gemeente heeft contracten afgesloten met verenigingen, stichtingen en particulieren over het beheer van accommodaties. Veel van deze contracten lopen binnenkort af, een goed moment om na te gaan of de bestaande regelingen (waaronder financiële bijdragen) toekomstbestendig zijn. De gemeente ontvangt signalen dat het bestaande accommodatiebeleid niet altijd even duidelijk is en/of niet altijd even goed toepasbaar is.

Met nadruk geldt dat het een update of actualisatie van het accommodatiebeleid betreft. De gemeente wil de goede elementen van het huidige accommodatiebeleid behouden en deze basis verbeteren en/of aanvullen als daartoe aanleiding is. Hospitality Group heeft de opdracht gekregen voor het project Actualisatie Accommodatiebeleid. Die opdracht is afgebakend tot de sportaccommodaties (binnen en buiten) en de jeugden jongerencentra. Dit is het eindrapport van het project Actualisatie Accommodatiebeleid. Dit rapport is tot stand gekomen na veelvuldig en intensief overleg met de verenigingen en stichtingen, met ambtenaren van de gemeente Venray, met verantwoordelijke wethouders en met de raadsleden. Deze overleggen, gecombineerd met een inventarisatie van het huidige aanbod en gebruik van de accommodaties en een evaluatie van het huidig accommodatiebeleid, hebben tot dit eindproduct geleid. Bij vaststelling van het in dit rapport beschreven beleid, vervalt het Accommodatiebeleid 2011-2015. Dit rapport is als volgt opgebouwd: Eerst wordt het nieuwe accommodatiebeleid beschreven dat geldt voor de totstandkoming van accommodaties. In dat hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de gemeente beoordeelt of zij financieel wil bijdragen aan initiatieven voor nieuwe accommodaties, verbouwingen of uitbreidingen.

In dat hoofdstuk staat ook aangegeven in welke mate de gemeente financieel wil bijdragen (de rekenregels). In het hoofdstuk daarna staat weergegeven op welke wijze de gemeente bijdraagt aan de instandhouding van accommodaties, ook inclusief de rekenregels. Als laatste worden de financiële consequenties van het nieuwe accommodatiebeleid weergegeven.

EINDRAPPORT

01 | 19

2

DE TOTSTANDKOMING VAN ACCOMMODATIES

2.1

INLEIDING

De gemeente Venray voert al jaren het beleid dat zij het aanbod van accommodaties niet bepaalt aan de hand van een zelf ontwikkelde ‘blauwdruk’. De gemeente hanteert de lijn dat zij het initiatief bij verenigingen en stichtingen neerlegt en aan de hand van objectieve criteria bepaalt of en in welke mate zij deze initiatieven financieel wil ondersteunen. Dat beleid is de afgelopen jaren succesvol gebleken en ook in het nieuwe accommodatiebeleid wordt deze insteek gehanteerd. Met dit in het achterhoofd is de afgelopen periode een afwegingskader ontwikkeld op basis waarvan de gemeente Venray besluit om al dan niet bij te dragen aan aanvragen voor nieuwbouw, verbouw of uitbreiding van accommodaties voor binnensport, buitensport en jeugd- en jongerenwerk.

2.2

HET AFWEGINGSKADER IN VOGELVLUCHT

Als een vereniging of stichting een bijdrage wil bij de realisatie van een accommodatie (vanaf nu wordt de term realisatie gehanteerd als verzamelnaam voor nieuwbouw, verbouw of uitbreiding), dan moet deze vereniging of stichting een aanvraag indienen bij de gemeente Venray. Voor deze aanvraag en de beoordeling daarvan geldt/gelden het volgende beleid/spelregels: WELKE ORGANISATIES MOGEN EEN AANVRAAG INDIENEN? Het gemeentelijke accommodatiebeleid is niet voor iedereen bedoeld. Het heeft tot doel om maatschappelijke initiatieven mogelijk te maken en niet om (semi)-commerciële initiatieven, die ook zonder subsidie doorgang zouden vinden, te ondersteunen. Om oneigenlijk gebruik van het accommodatiebeleid tegen te gaan, kunnen alleen organisaties die aan de volgende criteria voldoen, een beroep doen op een gemeentelijke bijdrage: ▪ ▪

▪ ▪ ▪

Stichtingen en verenigingen: De aanvragen moeten worden ingediend door stichtingen of verenigingen. De gemeente zal dit controleren aan de hand van de statuten of de concept-statuten bij een nieuw initiatief. Gevestigd in de gemeente Venray: Het accommodatiebeleid staat uitsluitend open voor verenigingen of stichtingen die zijn gevestigd in de gemeente Venray, wat moet blijken uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of de intentie van de initiatiefnemer bij een nieuw initiatief. Geen winstoogmerk, wat eveneens moet blijken uit de statuten of de concept-statuten bij een nieuw initiatief. Het initiatief moet betrekking hebben op bewegen, ontmoeten, sporten of welzijn (waaronder jeugd- en jongerenwerk). Indien het een aanvraag op het gebied van sport betreft, is de vereniging of stichting ingeschreven bij een bij de NOC*NSF aangesloten bond.

HOE MOET EEN AANVRAAG WORDEN INGEDIEND? Organisaties die een bijdrage van de gemeente verlangen bij de realisatie van een accommodatie moeten een schriftelijke aanvraag indienen, waarin zij hun plannen onderbouwen op drie thema’s, te weten: ▪

▪ ▪

Maatschappelijke functie: Bij dit onderwerp wordt aangegeven wat de aard en de omvang is van de (beoogde) maatschappelijke functie van de accommodatie. Daarbij wordt gevraagd naar een specificatie van een flink aantal aspecten dat tezamen een beeld geeft van de bijdrage aan de maatschappelijke opgave in de gemeente Venray. Accommodatie: Bij dit thema wordt de gevraagde accommodatie uitgewerkt. Wat wil de initiatiefnemer gerealiseerd zien, hoe noodzakelijk is de accommodatie, et cetera? Beheer en financiering: In dit onderdeel geeft de initiatiefnemer een onderbouwing van de investering en inzicht in de eigen bijdrage.

EINDRAPPORT

02 | 19

De procedure is dan als volgt: ▪ Een vereniging of stichting dient bij de gemeente een aanvraag in voor ondersteuning bij de realisatie van de accommodatie. De gemeente vervult daarbij een faciliterende rol om de administratieve druk voor de initiatiefnemers te minimaliseren. ▪ De aanvraag wordt beoordeeld door de gemeente aan de hand van het afwegingskader (zie volgende paragraaf). ▪ Na de beoordeling neemt het college een besluit en wordt de aanvraag toegekend, wordt de indiener gevraagd de aanvraag aan te passen of volgt een afwijzing. ▪ Als de aanvraag is toegekend, wordt MUIP (Meerjaren Uitvoerings en InvesteringsProgramma) aanvraag gedaan voor de eerstvolgende 1 april. ▪ De aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. HET AFWEGINGSKADER SAMENGEVAT De aanvragen worden door de gemeente beoordeeld aan de hand van het Afwegingskader Accommodatiebeleid Venray. Dit afwegingskader heeft tot doel om een integraal en afgewogen oordeel te geven over de aanvraag, op basis waarvan kan worden besloten om het initiatief al dan niet financieel te ondersteunen. Met het afwegingskader wordt het initiatief beoordeeld op drie thema’s (vanzelfsprekend dezelfde thema’s waar onderbouwing voor gevraagd wordt aan de initiatiefnemers). Voor elk van de thema’s wordt een aantal aspecten bij de beoordeling betrokken.

Thema 1: maatschappelijke functie De aanvraag wordt als eerste beoordeeld op de aard en de omvang van de (beoogde) maatschappelijke functie. Bij dit onderwerp wordt gelet op een flink aantal aspecten, dat tezamen een beeld geeft van de bijdrage van het initiatief aan de maatschappelijke opgave in de gemeente Venray. Concreet worden de volgende onderwerpen van de aanvraag beoordeeld: ▪

▪

▪

▪

Bijdrage aan beleid/sociale opgave: Om dit onderwerp te beoordelen, wordt vastgesteld of en in welke mate het initiatief gericht is op de volgende aspecten: ▪ Fysieke gezondheid: Gezonde leefstijl, bewegen, sporten in competitieverband, preventieprogramma’s en sport-/zorgprogramma's. ▪ Mentale gezondheid: Een open inloop- en ontmoetingsfunctie. ▪ Sociale participatie: Zinvolle vrijetijdsbesteding, sociaal contact/ontmoetingsfunctie, vrijwilligerswerk, dagopvang/dagbesteding. ▪ Werk: Maatschappelijke stages, arbeidsmatige dagbesteding. ▪ Overig: Toevoeging van overige sociaal-maatschappelijke ondernemingen zoals bijvoorbeeld buitenschoolse opvang en huiswerkbegeleiding. ▪ De score van het initiatief wordt bepaald op basis van het aantal aspecten dat van toepassing is en de diepgang. Bereik en omvang: Bij dit onderwerp wordt beoordeeld op de (relatieve) omvang van de maatschappelijke functie van het initiatief. Gelet wordt op de totale omvang van de groep waarop wordt gemikt, het aantal deelnemers/leden dat wordt verwacht en het bereik. Daarbij wordt ook nadrukkelijk bekeken welk deel van de leden/deelnemers woonachtig is in de gemeente Venray.

Inhoudelijke samenwerking: Hierbij wordt nagegaan of het initiatief samenwerkt binnen de eigen sector (bijvoorbeeld een sportvereniging werkt samen met andere sportverenigingen) en buiten de sector (een sportvereniging werkt samen met een school voor Primair Onderwijs). Gelet wordt op het aantal samenwerkingspartners en op de diepgang van de samenwerking. De toekomstbestendigheid van het initiatief: Daarbij wordt gelet op de ontwikkeling van het aantal leden/deelnemers de afgelopen jaren, de bevolkingsprognose en de verwachtingen van het initiatief zelf. Bij een volledig nieuw initiatief wordt vanzelfsprekend alleen beoordeeld op de bevolkingsprognose en de verwachtingen. In dat laatste geval wordt ook gekeken naar ervaringen ‘elders in den lande’.

EINDRAPPORT

03 | 19

▪

▪

Innovatief gehalte: Bij dit onderwerp wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief echt iets toevoegt aan het aanbod van accommodaties en activiteiten in de gemeente Venray. Is er sprake van ‘meer van hetzelfde’ of betreft het een aanvraag voor accommodatie die niet aanwezig is in de gemeente Venray? Mate van inbedding: Bij dit aspect wordt beoordeeld of het initiatief onderdeel is/is ingebed in een bestaande structuur (vereniging of stichting) of daar juist helemaal los van staat. Bij deze beoordeling geldt dat initiatieven die onderdeel uitmaken (of gaan maken) van een bestaande en sterke strucuur, een ‘streepje voor’ hebben.

Thema 2: accommodatie Bij dit thema wordt het verzoek om accommodatie op zichzelf beoordeeld. De beoordeling concentreert zich rond de vraag of er sprake is van een reëel verzoek. Nagegaan wordt of de initiatiefnemer niet overvraagt, of de aanvraag bijdraagt aan toekomstbestendigheid van het accommodatieaanbod, of duurzaamheid wordt bevorderd, et cetera. Specifiek wordt gelet op: ▪

▪

▪

▪

▪ ▪

Basisvoorziening: Dit is een strenge toets op de passendheid van het verzoek binnen de definitie van basisvoorziening (waarover later meer). Nagegaan wordt of de aard, omvang en het afwerkingsniveau van de beoogde accommodatie passen binnen de definitie van het begrip ‘basisvoorziening’. Plaats/locatie: Bij de beoordeling van dit onderwerp wordt nagegaan of het initiatief ook gehuisvest kan worden op of in een bestaande accommodatie in de gemeente Venray of net daarbuiten. Er wordt gelet op de mate waarin de initiatiefnemers zich verdiept hebben in de (on)mogelijkheden van huisvesting op of in een andere accommodatie, of het niet kunnen huisvesten op of in een bestaande accommodatie goed is onderbouwd, et cetera. Multifunctionaliteit: Bij dit onderwerp wordt gekeken naar de mate waarin de beoogde accommodatie multifunctioneel kan worden gebruikt. Indien dat niet mogelijk is, wordt vastgesteld of die onmogelijkheid voldoende is onderbouwd. Clustering: Hierbij wordt gelet op de mate waarin het initiatief bijdraagt aan het onder één dak of op één park bundelen van maatschappelijke initiatieven om op die manier de toekomstbestendigheid van het totaal te versterken. Samenwerking bij realisatie: Daarbij wordt gelet of het initiatief door meerdere verenigingen/stichtingen wordt gedragen en of deze verenigingen/stichtingen ook daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie.

Duurzaamheid: Daarbij wordt gelet op aspecten als energieverbruik en belasting voor het milieu.

Thema 3: beheer en financiering Bij dit thema wordt gekeken naar de robuustheid van de initiatiefnemer, de mate waarin beheer bijdraagt aan de maatschappelijke opgave en of het verantwoord is om als gemeente financieel bij te dragen. Specifiek wor dt gelet op: Beheer ▪ Samenwerking in beheer: Bij dit aspect wordt nagegaan of de initiatiefnemer met andere verenigingen/instellingen samenwerkt in beheer en exploitatie van de accommodatie en de intensiteit van deze samenwerking. ▪ Bestuurskracht: Daarbij wordt nagegaan of de invulling van de bestuursfuncties op orde is. ▪ Vrijwilligerskader: Bij dit aspect wordt gekeken naar de omvang van het vrijwilligerskader en de mate waarin die omvang voldoende is om het initiatief ook tot een succes te maken. ▪ Beleidsplan: Hierbij wordt gelet of een actueel en doortimmerd beleidsplan aanwezig is dat ook van tijd tot tijd wordt geëvalueerd. ▪ Arrangementen: Bij dit aspect wordt gelet op de mate waarin sectoroverstijgende arrangementen worden aangeboden voor ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking (rol in het sociale domein).

EINDRAPPORT

04 | 19

Financiering ▪ Zelfwerkzaamheid, eigen inbreng, fondsen: Dit aspect toetst of het voldoende aannemelijk is dat de initiatiefnemer in staat is om de eigen bijdrage te leveren. Hetzij door zelfwerkzaamheid, hetzij door inbreng eigen geld, hetzij door subisies die niet van de gemeente afkomstig zijn. ▪ Gezonde financiele basis: Hier wordt gelet op de financiële situatie van de initiatiefnemer in termen van eigen vermogen, liquiditeit en exploitatieresultaten. In het geval van een nieuw initiatief wordt een 5-jarige exploitatiebegroting beoordeeld. ▪ Noodzaak gemeentelijke bijdrage: Bij dit aspect wordt nagegaan of het gebruikelijk is dat een gemeente bijdraagt aan de accommodatie waarvoor een aanvraag is ingediend en of er sprake is van marktfalen. Dit om een bijdrage aan accommodaties uit te sluiten die doorgaans zonder overheidssteun toe kunnen (bijvoorbeeld golf, dansscholen, et cetera). ▪ Hardheidsclausule: Dit aspect biedt de gemeente de mogelijkheid om – ook al scoort een initiatief op vele van de genoemde punten goed – alsnog af te zien van een gemeentelijke bijdrage of andersom. Dit aspect moet worden gezien als een ‘veiligheidsklep’ voor het geval er bijvoorbeeld sprake is van forse economische tegenwind (een financiële bijdrage van de gemeente is op dat moment niet verantwoord), of anderszins.

▪ Afbreukrisico: Bij dit onderwerp wordt ingeschat welke gevaren/risico’s er dreigen als de gemeente de aanvraag zou afwijzen. HOE WORDT DE AANVRAAG GESCOORD/BEOORDEELD? Voor elk van de genoemde aspecten kan een score worden behaald van minimaal 1 (laag) tot en met 5 (hoog). Elk aspect heeft ook een wegingsfactor van 1 t/m 3 (van laag naar hoog). De scores per aspect en de wegingsfactoren leiden vervolgens tot een totaalscore per thema (maatschappelijke functie, accommodatie en beheer en financiering). In de tabel op de volgende pagina zijn de wegingsfactoren weergegeven. De volgende normering wordt als richtlijn voorgesteld om al dan niet financieel bij te gaan dragen: 1. Voor elk thema moet een initiatief minimaal een score van 2,7 behalen (= een krappe voldoende). 2. Een aantal aspecten is dermate belangrijk dat daarvoor een afzonderlijke ondergrens geldt: a. Aspect Basisvoorziening: De aanvraag moet volledig voldoen aan de definitie van het begrip ‘basisvoorziening’ (= score 5). Als deze score niet wordt behaald moet de aanvraag worden aangepast, zodat deze wel volledig voldoet. b. Aspect Plaats/locatie: Voor dit aspect moet de aanvraag minimaal de score 4 halen. Bij een score lager dan 4 is er reden om de aanvraag af te wijzen. c. Aspect Zelfwerkzaamheid, eigen inbreng en fondsen, waarbij een minimale score van 3 geldt.

Dat houdt in dat de initiatiefnemer over voldoende middelen beschikt om de eigen inbreng waar te kunnen maken. d. Aspect Noodzaak gemeentelijke bijdrage: Voorgesteld wordt dat de minimumscore voor dit aspect een 4 bedraagt (de meeste gemeenten dragen financieel bij aan het aangevraagde type accommodatie). e. Aspect Hardheidsclausule, waarvoor een minimumscore van 3 wordt voorgesteld. Het volledige afwegingskader is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. De bijlage bevat een ‘invulblad’ (waar alle scores kunnen worden ingevuld), een ‘toelichting’ (waarin wordt uitgelegd op welk e wijze de scores worden toegekend) en een ‘scoreblad’ (waar alle scores in één overzicht worden gepresenteerd).

EINDRAPPORT

05 | 19

Figuur 1: Overzicht van thema’s, aspecten en wegingsfactoren

W eging 1

Thema 1 Maatschappelijke Functie a

Bijdrage aan beleid/sociale opgave

3

b

Bereik en omvang

3

c

Inhoudelijke samenwerking

2

d

Toekomstbestendigheid

2

e

Innovatief gehalte

2

f

Mate van inbedding

2

2

Thema 2 Accommodatie a

Basisvoorziening

3

b

Plaats/locatie

2

c

Multifunctionaliteit

3

d

Clustering

3

e

Samenwerking bij realisatie

1

f

Duurzaam

3

3

Thema 3 Beheer En Financiering Beheer a

Samenwerking in beheer

2

b

Bestuurskracht

2

c

Vrijwilligerskader

2

d

Beleidsplan

1

e

Arrangementen

2

Financiering a

Zelfwerkzaamheid, eigen inbreng, fondsen

3

b

Gezonde financiële basis

2

c

Noodzaak gemeentelijke bijdrage

3

d

Hardheidsclausule

3

e

Afbreukrisico

3

EINDRAPPORT

06 | 19

2.3

HET BEGRIP BASISVOORZIENING

Een belangrijk onderdeel van het afwegingskader vormt het ‘begrip’ basisvoorziening. De basisvoorziening bevat alle elementen van een accommodatie die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteiten van de betreffende vereniging of stichting. In het nieuwe accommodatiebeleid zal de gemeente uitsluitend financieel bijdragen aan accommodaties die passen binnen de definitie van het begrip basisvoorziening. In deze paragraaf wordt het begrip ‘basisvoorziening’ op hoofdlijnen beschreven. De gedetailleerde weergave is neergelegd in bijlage 2. Ook wordt beschreven hoe de komende jaren wordt omgegaan met bestaande situaties die niet voldoen aan deze beschrijving (teveel accommodatie, te luxe of juist te weinig). De beschrijving van de basisvoorziening bestaat uit: ▪ ▪ ▪

Voorzieningen en accommodatieonderdelen: Dit geeft een opsomming van de voorzieningen of delen van de accommodatie die wel of niet tot het begrip ‘basisvoorziening’ behoren. Capaciteit: Dit geeft een beschrijving van aantallen en hoeveelheden (bijvoorbeeld het aantal velden, het aantal kleed- en wasruimten). Afwerkingsniveau: Dit geeft een beschrijving van de kwaliteit en het afwerkingsniveau.

Ter inleiding op deze beschrijving nog het volgende: ▪

▪

De beschrijving is volledig gebaseerd op normeringen van sportbonden of algemeen geldende ruimtenormen. Deze normen zijn aan verandering onderhevig. Als uitgangspunt geldt dat telkens de nieuwste normen worden gehanteerd. Voor wat betreft de sport zijn dit de normen zoals gepubliceerd in het Handboek Sportaccommodaties. De hiernavolgende beschrijving van het begrip basisvoorziening heeft betrekking op de bestaande accommodaties in de gemeente Venray. Als een nieuwe sport zich aandient, dan wordt die sport vanzelfsprekend beoordeeld aan de hand van de normen die gelden voor de betreffende sport.

BUITENSPORT VOETBAL Voor voetbalaccommodaties geldt dat de basisvoorziening bestaat uit: Velden ▪ Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de gezamenlijke norm van KNVB, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). ▪ Afmeting: 64 x 100 meter of 69 x 105 meter voor het hoofdveld, leunhekken rondom wedstrijdvelden, 4 meter uitloop rondom de velden. ▪ Voorzieningen per veld: Ballenvangers (2 stuks 25 x 5 meter), 2 seniorendoelen, 4 Hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom velden (1,5 m breed), beregeningsinstallatie, verlichting (6 masten, 8 armaturen voor trainingsvelden) en 2 dug-outs per wedstrijdveld. Parkinfrastructuur ▪ Paden (1,8 m breed), toegangspoort, werktoegangspoort (5 m breed), afvalbakken, hekwerk rondom het park, groen, parkeerplaats (aantal parkeerplaatsen volgens CROW-normen, afmeting per parkeerplek 2,5 x 5 meter (regulier) of 3,5 x 5 meter (Miva)) en fietsenstalling. Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNVB/VNG/VSG-norm. ▪ Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlock ers (bij dubbel gebruik van kleed- en wasruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters.

EINDRAPPORT

07 | 19

Kwaliteit en afwerkingsniveau In de detailuitwerking (zie bijlage 2) maken de bonden onderscheid naar eisen/normen en aanbevelingen. De uitwerking van het begrip ‘basisvoorziening’ in de gemeente Venray bevat uitsluitend de eisen/normen en niet de aanbevelingen. De aanbevelingen worden niet tot de basisvoorziening gerekend. Niet-basisvoorziening De volgende accommodatiedelen maken geen onderdeel uit van het begrip ‘basisvoorziening’ (geen uitputtende opsomming): ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Extra velden (meer velden dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden dan 64 x 100 meter. Tribune, kassahokje. Extra kleed- en wasruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair. Bestuurskamer/vergaderruimten. Meubilair/inrichting. Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pilonnen en overig trainingsmateriaal. Onderhoudsmaterialen.

HOCKEY Velden ▪ Aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor traingen en competities, conform de KNHB-normen. ▪ Afmeting: 55 x 91,4 meter, 2 en 4 meter uitloop rondom de velden. ▪ Voorzieningen: Leunhek + fijnmazige staafmat rondom de velden met slagplank met looppoort(en) (breedte 1,25 m) en werkpoort (breedte 3,5 m) (hoogte 1,20 m), 4 uitsparingen in hekwerk voor doelopstelplekken halfvelds bespeling, ballenvangers achter ieder doel (2st 30x5 m), 2 senioren hockeydoelen, 4 hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom minimaal 1,50 m, beregening met pop-upsproeiers met pomp en bergingskelder bij watervelden, verlichting, 8 masten en 16 armaturen, 2 dug-outs, 5 meter lengte. Parkinfrastructuur ▪ Gelijk aan voetbal. Kleed-/clubgebouw ▪ Aantal kleed- en wasruimten cf KNHB. Kwaliteit, afwerkingsniveau en niet-basisvoorziening ▪ Gelijk aan voetbal. HONK- EN SOFTBAL ▪ Aantal velden en afmetingen conform KNBSB. ▪ Afmeting: Voor de beschrijving van de afmeting verwijzen wij naar de bijlage. Deze is te complex en uitgebreid om in dit hoofdrapport op een begrijpelijke manier te kunnen samenvatten. ▪ Afrastering: backstop, minimale hoogte van 7 meter (honkbal) en 6 meter (softbal), waarvan de laatste meter is geplaatst onder een hoek van 45 graden, richting speelveld. Minimale lengte van (honkbal) 36 meter en (softbal) 16 meter. ▪ Parkinfrastructuur, gelijk aan voetbal.

▪ Kleed-/clubgebouw, cf KNBSB.

EINDRAPPORT

08 | 19

KORFBAL ▪ Aantal velden conform normen KNKV. ▪ Speelveldafmetingen ▪ Een standaard kunstgras korfbalveld heeft een bruto oppervlakte van 48 x 44 meter. Hierop twee velden ingesneden van 40 x 20 meter met 4 meter uitloop tussen de velden en 2 meter uitloop rondom de velden. Daarnaast worden 2 à 3 jeugdvelden gecentreerd of overdwars aangebracht. ▪ Voor een standaard natuurgrasveld geldt een bruto oppervlakte van 68 x 44 meter. Uitloopstrook ter breedte van ten minste 2,00 meter en 4,00 meter tussen de beide naast elkaar gelegen velden. ▪ Voorzieningen: korfbalpalen, twee banken of dug-outs voor minimaal 8 personen per team. ▪ Parkinfrastructuur, gelijk aan voetbal. ▪ Kleed-/clubgebouw, cf KNKV. TENNIS ▪ Aantal banen en afmetingen conform KNLTB-normen. ▪ Afrastering: Hekwerk rondom de banen 3 meter, toeganspoort. ▪ Voorzieningen: netpalen, tennisnet, scheidsrechtersstoel, beregeningsinstallatie, baanverlichting. ▪ Parkinfrastructuur en afwerkingsniveau gelijk aan voetbal, kleed- clubaccommodatie buiten basisvoorziening. ATLETIEK De beschrijving van de baan, afrastering en voorzieningen is te uitgebreid en te complex om in dit hoofdrapport samen te vatten. We verwijzen naar de bijlage.

JEUGD- EN JONGERENACCOMMODATIES SCOUTING ▪ Eenvoudig afgewerkte groepsruimte (ruimte voor de verschillende scoutinggroepen). ▪ Combinatie met buiten/natuur. ▪ Sanitair. ▪ Eenvoudig keukenblok. ▪ Opslagruimte materialen. JEUGDWERK 4-12 JAAR ▪ Multifunctionele ruimte(n), eenvoudig afgewerkt. ▪ Opslagruimte. ▪ Sociaal veilig (toezicht/overzicht). ▪ Fysiek veilig. JONGERENWERK ▪ Ontmoetingsruimte, exlcusief gebruik door de doelgroep. ▪ Opslagruimte. ▪ Bar/buffet. ▪ Goed geluidsgeisoleerd. ▪ Eigen plek voor ontmoeting jeugd. ▪ Sanitair. ▪ Eenvoudig keukenblok.

OVERIGE SPELREGELS BREEDTESPORT De gemeente Venray faciliteert de breedtesport. Het begrip ‘basisvoorziening’ is afgestemd op die breedtesport. Met andere woorden, de basisvoorziening biedt goede faciliteiten voor de uitoefening van breedtesport, maar

EINDRAPPORT

09 | 19

niet (altijd) voor topsport (al dan niet op amateurniveau). Voorzieningen voor topsport kunnen extra investeringen met zich meebrengen. Een sporthal voor topsport is bijvoorbeeld hoger dan een sporthal voor de breedtesport en vereist meer toeschouwerscapaciteit. Een voetbalveld voor topsport vereist soms ook een andere kwaliteit (bijvoorbeeld voor kunstgras). De gemeente Venray wil topsport niet in de weg staan, maar beperkt zich bij de financiële bijdrage tot de ‘basisvoorziening’. Eventuele extra investeringen die een accommodatie geschikt maken voor topsport, dienen door de initiatiefnemer zelf te worden gedragen. NIEUWE EISEN Alle sportbonden evalueren periodiek de normen die zij aan accommodaties stellen. Van tijd tot tijd leiden die evaluaties tot bijstelling van de normen. Het accommodatiebeleid van de gemeente Venray heeft als uitgangspunt dat dergelijke nieuwe eisen niet direct worden omgezet in aanpassingen van bestaande accommodaties. Dat zou immers - telkens als een nieuwe eis of norm wordt uitgebracht - een forse investering en ook desinvestering met zich mee kunnen brengen. Nieuwe eisen/normen worden pas in praktijk gebracht op het moment dat een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is en dan nog alleen als het ruimtelijk en/of qua gebouw mogelijk is en de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel (de hardheidsclausule).

AFRONDING De normen voor het vaststellen van het aantal velden en banen leiden in de praktijk vrijwel altijd tot een behoefte aan velden of banen met een getal achter de komma. Bijvoorbeeld, toepassing van de KNVB/VNG/VSGnorm kan leiden tot de uitslag dat een vereniging 1,2 velden nodig heeft. In dat geval is het vervolgens de vraag of de gemeente nu 1 of 2 velden moet aanleggen (1,2 veld bestaat nu eenmaal niet). In dat geval wordt voorgesteld dat een tweede veld wordt aangelegd onder de volgende omstandigheden: ▪ ▪

De behoefte aan velden is 1,25 veld of hoger (of 2,25 in geval van een 3 e veld, enzovoorts). De behoefte is structureel, blijkend uit het afwegingskader.

BESTAANDE ACCOMMODATIE De beschrijving van het begrip ‘basisvoorziening’ is gebaseerd op de huidige normen van sportbonden en algemeen geldende ruimtenormen. De meeste accommodaties echter, zijn al jaren geleden gerealiseerd. Op dat moment golden waarschijnlijk andere normen en was het gemeentelijke beleid ook anders. Het invoeren van nieuw accommodatiebeleid (inclusief de beschrijving van de basisvoorziening) houdt niet in dat bestaande accommodaties direct aangepast gaan of moeten worden. Ook voor deze omstandigheid geldt dat accommodaties pas worden aangepast als: ▪ ▪ ▪ ▪

Een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is. Als de aanpassing ruimtelijk en/of qua gebouw mogelijk is. Als dispensatie door de sportbond niet tot de mogelijkheden behoort. Als de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel (hardheidsclausule).

NIET MET TERUGWERKENDE KRACHT Het is goed mogelijk dat verenigingen en stichtingen in het verleden zelf hebben geïnvesteerd in voorzieningen die in het nieuwe beleid onderdeel zijn van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Omgekeerd geldt hetzelfde. Uitgangspunt is dat dergelijke verschillen – met de komst van het nieuwe accommodatiebeleid – niet worden gecompenseerd, verrekend of gerepareerd. Het nieuwe accommodatiebeleid geldt pas vanaf inwerkingtreding.

2.4

DE NIEUWE FINANCIËLE BIJDRAGEN

Op het moment dat een aanvraag – na het doorlopen van het afwegingskader – is goedgekeurd, komt het initiatief in aanmerking voor financiële ondersteuning door de gemeente Venray. De gemeente draagt als volgt bij:

EINDRAPPORT

10 | 19

▪

▪

Sport (binnen en buiten) ▪ 2/3 van de kosten voor de basisvoorziening voor rekening van de gemeente Venray. ▪ 1/3 van de kosten voor de basisvoorziening voor rekening van de initiatiefnemer. Jeugd- en jongerenaccommodaties ▪ 100% van de kosten voor het gebouw (casco) voor rekening van de gemeente. ▪ 2/3 van de kosten voor inventaris voor rekening van de gemeente. ▪ 1/3 van de kosten voor inventaris voor rekening van de initiatiefnemer.

Voor de binnen- en buitensport zijn de bedragen inclusief BTW, maar na aftrek voor subsidies SPUK (gemeentelijke aandeel) en Bosa (aandeel vereniging/stichting). De Bosa-subsidie wordt dus niet gezien als onderdeel van de eigen financiële inbreng door een vereniging of stichting. Voor de jeugd- en jongerenaccommodaties zijn de bedragen ook inclusief BTW. Voor de sport geldt dat deze spelregels gelden voor atletiek, hockey, honk- en softbal, korfbal en voetbal en binnensport (althans in de situatie waarin een stichting of vereniging de binnensportaccommodatie beheert en exploiteert). Voor de tennisverenigingen wordt voorgesteld om aan te sluiten bij het beleid van het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten. Dat houdt in dat niet wordt bijgedragen aan de totstandkoming, maar wel aan de renovatie (waarover later meer). Belangrijk om te vermelden is dat de gemeentelijke bijdrage alleen geldt voor accommodaties en voorzieningen die vallen onder het begrip ‘basisvoorziening’. Alle andere aanvragen worden uitgesloten van een gemeentelijke bijdrage, zoals beschreven in het nieuwe afwegingskader.

2.5

TENNIS

Voor tennis is tot dusver voorgesteld om geen bijdrage te leveren aan de realisatie van accommodatie, maar wel een bijdrage aan de instandhouding (zie volgende hoofdstuk). Voor de instandhouding wordt voorgesteld dat de gemeente bijdraagt aan 50% van de kosten voor renovatie van banen en sporttechnische infrastructuur. Vanuit de tennisverenigingen is bezwaar gemaakt tegen deze uitzonderingspositie. De tennisverenigingen zijn van mening dat zij een eenzelfde behandeling verdienen als alle andere (sport)verenigingen. Wij willen de gemeente Venray het volgende in overweging geven: ▪ Het aantal leden van tennisverenigingen is de afgelopen jaren, zowel landelijk als ook lokaal, sterk teruggelopen. Daardoor is overcapaciteit ontstaan van tennisbanen/-parken in de gemeente Venray en staat de continuïteit van de tennissport onder druk. ▪ Bij dit algemene beeld van de tennis in Venray moeten twee nuanceringen worden aangebracht, t.w.: ▪ In de kern Venray is geen sprake van overcapaciteit en is sprake van twee relatief grote en levensvatb are verenigingen. De problematiek met tennis speelt vooral in de kleine kernen. ▪ Dit jaar is landelijk – en ook in Venray – het aantal leden van de tennisverenigingen toegenomen als gevolg van de Coronacrisis. Verwacht wordt dat sprake is van een tijdelijke opleving.

▪ Ondanks de achteruitgang van het aantal leden hebben de tennisverenigingen in Venray op dit moment bijna 2.000 leden. Dat is nog steeds een substantieel aantal leden. Gegeven het bezwaar van de tennisverenigingen willen wij de gemeente een tweetal opties voor de toekomstige behandeling van de tennisverenigingen voorleggen. Die opties zijn: ▪ ▪

Het accommodatiebeleid, zoals beschreven in deze notitie onverkort ook van toepassing verklaren voor de tennis. Eenmalig bijdragen om te komen tot een toekomstbestendig aanbod van tennisaccommodaties.

EINDRAPPORT

11 | 19

OPTIE 1: ACCOMMODATIEBELEID GAAT OOK GELDEN VOOR DE TENNIS In deze optie zal gelden dat de gemeente – net al voor de andere buitensportaccommodaties – 2/3 van de kosten voor totstandkoming van de basisvoorziening voor haar rekening gaat nemen en de kosten gaat dragen voor renovatie van de banen. Dan ontstaat de volgende situatie: ▪

▪

Indien de tennissport op eenzelfde manier zou worden behandeld als de andere sporten, zal het merendeel van de aanvragen voor realisatie van nieuwe accommodatie niet worden gehonoreerd. De aanvragen zullen een (te) lage score krijgen bij toepassing van het afwegingskader. Voor de renovatie van de banen geldt in dat geval dat de gemeentelijke bijdrage stijgt van 50% naar 100%, waarbij op te stellen MeerjarenOnderhoudsplannen leidend zullen zijn. De gemeente kan ook nog kiezen om bijvoorbeeld 2/3 bij te dragen. In de financiele doorrekening van dit accommodatiebeleid (zie hoofdstuk 4) is rekening gehouden met de extra kosten die een gemeentelijke bijdrage van 50% met zich mee zou brengen. Indien de gement kiest voor 2/3 bijdrage of 100% bijdrage, dan moet rekening worden gehouden met de volgende structurele meerkosten: ▪ Verhoging gemeentelijke bijdrage naar 2/3 : € 18.333,--. ▪ Verhoging gemeentelijke bijdrage naar 100% : € 56.500,--.

OPTIE 2: EENMALIG BIJDRAGEN AAN VERSTERKING VAN DE TOEKOMSTBESTENDIGHEID VAN TENNISPARKEN De gemeente kan ook als beleid hanteren dat zij een bijdrage wil leveren aan de totstandkoming van een toekomstbestendige infrastructuur van tennisparken in Venray. In dat geval kan de gemeente éénmalig bijdragen aan het saneren van het aantal parken/banen en tegelijkertijd op orde brengen (voor zover nog niet het geval) van de resterende parken. Als de gemeente deze lijn wil volgen, vraagt de gemeente aan de tennisverenigingen om met een gezamenlijk plan te komen voor een toekomstbestendige infrastructuur van tennisparken in Venray. Dat plan wordt vervolgens beoordeeld aan de hand van het afwegingskader. Dergelijke plannen zullen waarschijnlijk wel voldoende scoren bij toepassing van het afwegingskader (er wordt immers ingezet op samenwerking, clustering, terugdringen van overcapaciteit, et cetera). Een gemeentelijke bijdrage aan een toekomstbestendige infrastructuur van tennisparken leidt vanzelfsprekend tot een investering. Wij hebben een eerste becijfering gemaakt van deze investering, waarbij is uitgegaan van: ▪ Het sluiten en opruimen van 3 tennisparken. ▪ Het saneren één park (terugdringen van het aantal banen op dat park en renoveren van de resterende banen). ▪ Het renoveren van de banen op de 4 overige parken.

In dat geval wordt het aantal tennisparken teruggebracht van 8 naar 5 en wordt het aantal banen met 9 verminderd. De éénmalige investering bevindt zich in een bandbreedte van € 400.000 tot € 800.000,-- en is afhankelijk van: ▪ Het gezamenlijke plan dat de tennisverenigingen zullen indienen. ▪ De kwaliteit van de huidige banen (de mate waarin renovatie van de resterende banen op k orte termijn noodzakelijk is). De jaarlijkse kapitaallasten die voortvloeien uit deze investeringen bedragen € 15.000 tot € 33.000 (bandbreedte).

EINDRAPPORT

12 | 19

3

DE INSTANDHOUDING VAN ACCOMMODATIES

3.1

INLEIDING

Accommodaties die onderdeel uitmaken van het gemeentelijke accommodatiebeleid (waar de gemeente in het verleden of in de toekomst heeft of gaat bijdragen aan de realisatie) worden door de gemeente ook ondersteund in de instandhouding. Verenigingen en stichtingen ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage voor die instandhouding, een bijdrage die is gebaseerd op MeerJarenOnderhoudsPlanningen. De financiële bijdrage is bedoeld om het gebruikersonderhoud van gebouwen, velden, banen en parkinfrastructuur te kunnen uitvoeren en van tijd tot tijd te renoveren. Deze systematiek wordt ook in de toekomst aangehouden en wordt in dit hoofdstuk toegelicht.

3.2

HET BELEIDSKADER VOOR INSTANDHOUDING

BASISVOORZIENING De financiële bijdrage voor de instandhouding geldt uitsluitend voor die onderdelen van de accommodatie die vallen binnen het begrip ‘basisvoorziening’. Dit houdt in dat alle onderdelen die daarbuiten vallen (bijvoorbeeld kantines) of extra’s (bijvoorbeeld meer velden dan waar men recht op heeft) in princip e niet in aanmerking komen voor een instandhoudingsbijdrage. Dat is overigens in de huidige situatie ook het geval. De spelregels die gelden voor overcapaciteit (bijvoorbeeld een overschot aan velden) worden verderop in deze paragraaf toegelicht. TENNISACCOMMODATIES De tennisaccommodaties worden in de huidige situatie financieel niet ondersteund door de gemeente Venray. Er zijn eigenlijk geen goede argumenten om geen enkele bijdrage te leveren. Inhoudelijk ontbreken deze argumenten (de maatschappelijke functie van tennis is aantoonbaar) en ook in de vergelijking met andere gemeenten loopt de bijdrage van de gemeente Venray uit de pas. In andere gemeenten zien we dat er in veel gevallen wordt bijgedragen aan de renovatie van banen (gemiddeld wordt 50% door de gemeente bijgedragen aan de renovatiekosten). Er wordt dan ook voorgesteld om de tennissport een plaats te geven in het nieuwe accommodatiebeleid voor instandhouding. Voorgesteld wordt dat de gemeente bijdraagt aan de renovatie van bestaande banen.

Ook wordt voorgesteld om een prikkel in te bouwen om samenwerking te stimuleren en de overcapaciteit aan te pakken. Concreet: ▪ ▪

▪

De gemeente gaat in de toekomst bijdragen aan de renovatie van tennisbanen, waarbij 50% voor rekening komt van de gemeente en 50% voor de initiatiefnemers. De gemeentelijke bijdrage heeft uitsluitend betrekking op de banen waar de vereniging recht op heeft gezien het aantal spelende leden. De tennisbond hanteert een norm van 50 tot 70 spelende leden per baan (verlicht). Wij stellen voor om het gemiddelde van 60 spelende leden aan te houden. Rekenvoorbeeld: Stel een vereniging heeft 290 leden. De vereniging heeft in dat geval recht op 5 banen en de bijdrage in de renovatiekosten geldt dan alleen voor 5 banen. Als de betreffende vereniging bijvoorbeeld beschikt over 8 banen, dan komen de renovatiekosten voor de resterende 3 banen volledig voor rekening van de vereniging zelf. De gemeente levert geen financiële bijdrage aan de instandhouding van de rest van de accommodatie (kleed-/clubgebouw), omdat dit in Nederland niet gebruikelijk is.

MEERJARENONDERHOUDSPLANNINGEN (MJOP) De instandhoudingsbijdragen worden – ook in de huidige situatie – gebaseerd op MJOP’s. Dat is een gebruikelijke systematiek. Voorgesteld wordt om deze systematiek in de toekomst te handhaven. Daarbij geldt dat het aan te bevelen is de komende jaren de MJOP’s te vernieuwen en ééns in de (maximaal) 5 jaar te updaten. Die update kan tegelijkertijd worden gebruikt om te controleren of de accommodatie goed wordt onderhouden.

EINDRAPPORT

13 | 19

DE REGELING VOOR OVER- EN ONDERCAPACITEIT De gemeente levert uitsluitend een financiële bijdrage aan de totstandkoming en instandhouding van de basisvoorziening. Dat geldt ook voor het aantal velden, kleed- en wasruimten waar een vereniging recht op heeft. De omvang van verenigingen kan aan schommelingen onderhevig zijn. Verenigingen kunnen groeien of krimpen waardoor de situatie kan ontstaan dat een vereniging (al dan niet tijdelijk) over een teveel of juist een tekort aan velden of voorzieningen beschikt. Er moet dus een goede regeling komen voor de wijze waarop vraag en aanbod in evenwicht blijven en de wijze waarop een teveel of tekort aan accommodatie wordt gefinancierd. De volgende regeling wordt voorgesteld: Buitensport ▪ Voor het vaststellen van de benodigde capaciteit aan velden en voorzieningen wordt uitgegaan van: ▪ Voetbal: De gezamenlijke norm van KNVB/VNG/VSG. ▪ Hockey, honk- en softbal, korfbal en tennis: De normen van het NOC*NSF, zoals neergelegd in het Handboek Sportaccommodaties. ▪ Voor de atletiek bestaat een dergelijke norm niet, maar een algemeen aanvaarde planningsnorm is dat 600 tot 800 leden een eigen baan rechtvaardigt met een ondergrens van 300 leden. ▪ Om de drie jaar geven de verenigingen het aantal leden en het aantal teams door aan de gemeente. ▪ De gemeente maakt vervolgens een capaciteitsberekening op basis van de genoemde normen.

Die berekening geeft uitsluitsel over het aantal velden en banen waar een vereniging recht op heeft en het aantal kleed- en wasruimten. ▪ Als deze berekening als uitkomst heeft dat een vereniging over teveel of te weinig velden/voorzieningen beschikt, dan start de telling van het aantal jaren (het startmoment). Daarbij geldt dat een marge van 0,25 wordt aangehouden. Daarmee wordt bedoeld: ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar de behoefte heeft aan bijvoorbeeld 2,3 velden, heeft een tekort van 1 veld (immers het tekort bedraagt 0,3 veld, wat hoger is dan de marge van 0,25). ▪ Een vereniging die beschikt over twee velden, maar slechts behoefte heeft aan bijvoorbeeld 1,2 velden, heeft een overschot van 1 veld (immers de behoefte is lager (1,2) dan de marge (1,25)). ▪ Als is gebleken dat een vereniging tekort of teveel accommodatie heeft worden vervolgens jaarlijks gegevens opgevraagd over leden/teams/deelnemers. De eerste drie seizoenen na de vaststelling van de over- of ondercapaciteit verandert er in wezen nog weinig tot niets. De vereniging blijft – telkens aan het begin van het seizoen – de ledenaantallen en aantal teams indienen bij de gemeente. Het enige wat zou kunnen veranderen is dat de gemeente de vereniging helpt om trainingen of wedstrijden op een andere accommodatie te huisvesten (in het geval er een tekort is).

▪ Voorafgaande aan het vierde seizoen wordt vastgesteld of de over - of ondercapaciteit structureel is (d.m.v. toetsing aan bevolkingsprognoses en de landelijke en regionale ontwikkeling van de betreffende sport). Indien dat het geval is ontstaan er twee mogelijkheden: ▪ Structurele overcapaciteit: In deze situatie bouwt de gemeente de instandhoudingsbijdrage voor de overcapaciteit af. Rekenvoorbeeld: als een vereniging een bijdrage voor 3 velden ontvangt, tezamen € 30.000,--, en structureel 1 veld teveel heeft, dan wordt de instandhoudingsbijdrage van het 3 e veld in 3 stappen afgebouwd. De bijdrage voor het 3 e veld wordt dan als volgt verlaagd: ▪ Seizoen 4 na het startmoment: De vereniging ontvangt een kennisgeving dat vanaf het daarop volgende seizoen wordt gestart met het korten op de financiële bijdrage voor het 3 e veld. ▪ Seizoen 5 na het startmoment: 1/3 korting op de instandhoudingsbijdrage voor het 3 e veld. De vereniging ontvangt dus geen € 10.000 voor het 3 e veld, maar € 6.666,--. ▪ Seizoen 6 na het startmoment: 2/3 korting op de instandhoudingsbijdrage voor het 3 e veld. De bijdrage voor het 3 e veld wordt dan verlaagd naar € 3.333,-▪ Seizoen 7 en verder: geen instandhoudingsbijdrage voor het 3 e veld. ▪ De instandhoudingsbijdrage voor de twee velden waar de vereniging wel recht op heeft, blijven overigens gelijk (voor elk veld € 10.000,-- in dit voorbeeld).

▪ Structureel tekort: In dat geval dient de vereniging een aanvraag in voor een extra veld. Deze aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het afwegingskader dat in het vorige hoofdstuk is beschreven. Daarbij geldt dat

EINDRAPPORT

14 | 19

de daadwerkelijke aanpassingen zoveel mogelijk zullen samenvallen met momenten waarop groot onderhoud is gepland. Binnensport Voor de binnensport is de situatie anders. Er is op dit moment sprake van overcapaciteit, die in de toekomst waarschijnlijk zal toenemen. Echter, beheer en exploitatie van de binnensportaccommodaties is in Venray grotendeels een verantwoordelijkheid van de gemeente, die dat vervolgens heeft uitbesteed aan Optisport. Binnenkort zal een nieuwe aanbesteding worden gestart voor deze taak. Wij stellen voor om in het programma van eisen voor deze aanbesteding de volgende punten mee te nemen: ▪ ▪ ▪

▪

De gemeente Venray wil de komende periode werk maken van het verminderen van het aanbod aan binnensportaccommodaties. Die vermindering heeft uitsluitend betrekking op de gymzalen. Het aanbod van de sporthallen (die het meest geschikt zijn voor de binnensportverenigingen) blijft intact. Vermindering van gymzalen zal inhouden dat de gebruikers van enkele gymzalen moeten worden overgeheveld naar nabijgelegen sporthallen. Dat vereist het opnieuw inroosteren/plannen van deze hallen. Daarbij geldt dat de gemeente een wettelijke taak heeft voor de huisvesting van het bewegingsonderwijs. Van de toekomstige beherende instelling van de binnensportaccommodaties (dat kan Optisport zijn als zij de aanbesteding winnen, maar ook een andere partij) wordt gevraagd om de komende jaren actief bij te dragen aan het herschikken van gebruikers over de verschillende binnensportaccommodaties.

In Venray zijn ook nog gymzalen aanwezig die door particuliere stichtingen worden beheerd en geëxploiteerd. Het accommodatiebeleid leidt vooralsnog niet tot veranderingen voor deze stichtingen. Jeugd- en jongerenaccommodaties Voor de jeugd- en jongerenaccommodaties geldt dat er meerdere varianten zijn, te weten: ▪

▪

Verschillen in eigendom: Sommige groepen zijn gehuisvest in een accommodatie van de gemeente (die doorgaans worden beheerd door stichtingen), anderen in accommodaties die in eigendom zijn bij particulieren (woningcorporaties, stichtingen). Verschillen in accommodatie: Sommige groeperingen zijn gehuisvest in een ‘eigen’ accommodatie. De meeste groeperingen zijn gehuisvest in een gemeenschapshuis, een wijkcentrum of op een sportpark (multifunctioneel).

In de volgende tabel is de situatie voor alle verenigingen en stichtingen binnen het Venrayse jeugd- en jongerenwerk weergegeven.

EINDRAPPORT

15 | 19

Tabel 1: Huisvestingssituatie jeugd- en jongerenwerk.

Eigen accommodatie

Ruimte in multifunctionele accommodatie

Ei gendom gemeente

Ei gendom particulier

The B De Peelspeurders De Springplank

Jera Scoutinggroep De Meuleberg

OJC Watjang Jeugd Merselo JN vier utersten ’t Stekske Landweert

OJC Midgard De Schakel* DIM Jeugdsoos Vredepeel JJ Wanssum Scouting Don Bosco Leunen Jeugdwerk Castenray St Jeugd uit Geijsteren St Machulus Oirlo Jeugdhonk Brukske

* = eigendom De Schakel onbekend.

Deze notitie richt zich op het accommodatiebeleid. Dat houdt direct in dat verenigingen voor jeugd - en jongerenwerk, die zijn gehuisvest in een multifunctionele accommodatie, buiten dit project vallen. Immers, zij zijn slechts één van de gebruikers van een accommodatie. Het accommodatiebeleid (althans het beleid voor gemeenschapshuizen en wijkcentra) richt zich op de beherende instellingen van deze multifunctionele accommodaties en niet op de individuele gebruikers. Het is ook niet wenselijk dat de gemeente stringente voorwaarden gaat stellen aan de condities waaronder de verenigingen en stichtingen voor jeugd - en jongerenwerk gebruik mogen maken van deze multifunctionele accommodaties. Dat is de bevoegdheid van de stichtingen die deze accommodaties beheren. Bovendien, voor de andere gebruikers van de multifunctionele accommodaties (ouderenwerk, sociaal-culturele verenigingen, et cetera) stelt de gemeente dergelijke voorwaarden ook niet. Dit project richt zich op de verenigingen voor jeugd- en jongerenwerk met een ‘eigen’ accommodatie, al dan niet in eigendom van de gemeente. Voor die accommodaties geldt: ▪

▪

3.3

Met de accommodaties (althans de beherende instellingen) The B, De Peelspeurders en De Springplank zijn afspraken gemaakt over de instandhoudingsvergoeding, conform de huidige en de toekomstige (financiële) spelregels. Wij hebben geen argumenten om verandering aan te br engen in die spelregels. Met de accommodaties van Scoutinggroep De Meuleberg en Jera zijn geen afspraken gemaakt, en is een gelijke behandeling als The B, De Peelspeurders en De springplank op zijn plaats.

DE NIEUWE FINANCIËLE BIJDRAGEN

De bedragen die voorvloeien uit de MeerJarenOnderhoudsPlannen (MJOP’s) zijn leidend zijn voor de financiële bijdrage. Nogmaals het betreft de kosten voor: ▪ Het kleine dagelijkse onderhoud, het cultuurtechnische onderhoud en de renovatie. ▪ Voor die onderdelen van de accommodatie die behoren bij de basisvoorziening.

EINDRAPPORT

16 | 19

4

FINANCIËLE GEVOLGEN

4.1

INLEIDING

Op basis van het voorgestelde accommodatiebeleid, dat in het vorige hoofdstuk is beschreven, is een begroting opgesteld van de te verwachten financiële effecten. Bij die begroting zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪

▪ ▪

Er is geen indexering toegepast. Alle bedragen zijn prijspeil 2020. Het aantal velden/banen dat de verschillende verenigingen nodig hebben, is berekend op basis van het huidige aantal leden/teams en de bezettingsgraden. Er is in de berekening geen voorschot genomen op een eventuele daling of stijging van het aantal leden en teams. In de berekening is geen rekening gehouden met eventuele nieuwe initiatieven die om extra accommodatie vragen. Er is geen voorschot genomen op de mogelijke financiele gevolgen van het terugdringen van het aantal gymzalen.

4.2

EFFECTEN VOOR DE GEMEENTE

In de volgende tabel zijn de te verwachten bijdragen aan de instandhouding van accommodaties voor de komende 10 jaar weergegeven, uitgesplitst naar type accommodatie. Tabel 2: Instandhoudingsbijdragen accommodaties 2020-2029 (x € 1.000).

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Buitensport

€

568 €

568 €

568 €

568 €

568 €

548 €

528 €

508 €

508 €

508

Tennis

€

- €

57 €

57 €

57 €

57 €

57 €

57 €

57 €

57 €

57

Zwembad

€

12 €

12 €

12 €

12 €

12 €

12 €

12 €

12 €

12 €

12

Binnensport particulier

€

153 €

153 €

153 €

153 €

153 €

153 €

153 €

153 €

153 €

153

Optisport

€

- €

-

€

- €

- €

- €

- €

- €

- €

- €

-

Jeugd en jongerenaccommodaties

€

54 €

54 €

54 €

54 €

54 €

54 €

54 €

54 €

54 €

54

Totaal

€

786 €

843 €

843 €

843 €

843 €

823 €

803 €

783 €

783 €

783

Meer/minder t.o.v. huidig

€

- €

57 €

57 €

57 €

57 €

37 €

17 €

-3 €

-3 €

-3

Van

€

- €

- €

15 €

15 €

15 €

15 €

15 €

15 €

15 €

15

Tot

€

- €

- €

33 €

33 €

33 €

33 €

33 €

33 €

33 €

33

Tennis herstructurering

Uit de tabel blijkt dat: ▪ ▪ ▪

▪

Door de voorgestelde bijdrage aan renovatie van tennisbanen stijgen in eerste instantie de kosten voor de gemeente. Vanaf het jaar 2026 dalen de kosten voor de buitensport. Vanaf dat jaar wordt immers gekort op de bijdrage voor velden waar de verenigingen geen recht op hebben. Vanaf het jaar 2028 is de daling van de kosten voor de buitensport groter dan de stijging van de kosten voor tennis. Vanaf dat moment zijn de kosten voor de gemeente van alle accommodaties iets lager dan in de huidige situatie. Als de gemeente ook wil bijdragen aan de herstructurering van tennis, dan blijven de kosten structureel hoger dan in de huidige situatie.

EINDRAPPORT

17 | 19

BIJLAGE 1: HET NIEUWE AFWEGINGSKADER Als Excel-bestand bijgevoegd.

EINDRAPPORT

18 | 19

BIJLAGE 2: DE BASISVOORZIENING Als Excel-bestand bijgevoegd.

EINDRAPPORT

19 | 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9951873/1