CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage Verkenning coffeeshopbeleid Venray

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Maatregelen in de Vergeten Driehoek en omgeving.4.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie 1 december 2021

Coffeeshops in Venray Bevindingen na eerste verkenning

Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray

Samengesteld door Monique Janssen, senior beleidsmedewerker openbare orde en veiligheid Na overleg lokale driehoek Venray

1

Coffeeshops in Venray

Inhoud 1

Inleiding

3

2

Landelijk beleid en overige ontwikkelingen

3

2.1

Landelijk gedoogbeleid

3

2.2

Rechtspraak

4

2.3

Landelijke actualiteiten

4

2.3.1 Verbod roken tabak in rookruimte

4

2.3.2 Experiment gesloten coffeeshopketen

5

2.3.3 Schaarse vergunning of toch niet…

5

2.4

Koerswijziging drugsbeleid Duitsland

6

3

Coffeeshopbeleid Venray

6

3.1

Maximumstelsel

6

3.2

Vestigingsbeleid

7

3.3

Damoclesbeleid coffeeshops

7

4

Potentiële oplossingsrichtingen

8

4.1

Het ter discussie stellen van de regionale functie van de coffeeshops

8

4.2

Het ter discussie stellen van het maximum van twee coffeeshops

8

4.3

Handhaven ingezetenencriterium

9

4.4

Verplaatsen één of beide coffeeshops

10

5

Conclusies

12

2

1

Inleiding

Het onderzoeksbureau LokaleZaken heeft in januari 2019 een (veld)onderzoek uitgevoerd naar de klantenstroom voor de Venrayse coffeeshops, de illegale straathandel alsook naar de andere vormen van overlast in het onderzoeksgebied. Het onderzoeksrapport dat op 16 april 2019 definitief is opgeleverd, geeft meer inzicht in wat er daadwerkelijk speelt in het gebied, dat ingesloten wordt door Henseniusstraat-Henseniusplein-Leeuwstraat-Langstraat-Paterslaan en directe omgeving (o.a. Gouden Leeuwplein) inclusief een gedeelte van de wijk West-Zuid (Pastoor Wijnhovenpark, Sint Antoniusstraat, Mgr. Verrietstraat, Kruisstraat). De bevindingen in het rapport over onder meer de omvang van de klantenstroom (ruim een half miljoen klanten op jaarbasis voor beide coffeeshops samen), het aandeel niet-ingezetenen binnen de klantenstroom (een kleine 25% van de klanten is niet in Nederland woonachtig), de ervaren parkeeroverlast alsook de constatering dat het voor nogal wat bewoners een optelsom van factoren is dat maakt dat er ‘irritatie’ is, rechtvaardigen een integrale verkenning naar oplossingsrichtingen, die structureel gaan bijdragen aan een verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in het genoemde gebied.

De uitkomst van het onderzoek is, ondanks dat er in de tussentijd sprake is geweest van veranderende omstandigheden, nog altijd helpend bij de verkenning van de meest effectieve oplossingsrichting(en) in relatie tot het coffeeshopbeleid.

2

Landelijk beleid en overige ontwikkelingen

2.1

Landelijk gedoogbeleid

Het landelijke kader voor het gedoogbeleid is vastgelegd in de Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet. De inhoud van de Aanwijzing is leidend voor hoe het Openbaar Ministerie omgaat met de handhaving van de Opiumwet. Het landelijke gedoogbeleid richt zich op het tegengaan en reduceren van drugsgebruik, zeker voor zover dat drugsgebruik leidt tot gezondheids- en sociale schade. Daarnaast richt het beleid zich op het voorkomen en verminderen van de maatschappelijke schade, die samenhangt met het gebruik van, de productie van en de handel in drugs. Binnen dit landelijke gedoogbeleid wordt de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops onder voorwaarden gedoogd. De productie en aanlevering van drugs blijft daarentegen verboden. Coffeeshops worden aangemerkt als alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt. Coffeeshops mogen geen reclame maken (affichering: A), geen harddrugs voorhanden hebben of verkopen (harddrugs: H), geen overlast veroorzaken (overlast: O), niet toegankelijk zijn voor en niet verkopen aan jeugdigen (jeugd: J), slechts een beperkte hoeveelheid verkopen per transactie en slechts een beperkte handelsvoorraad hebben (geringe hoeveelheid: G), niet toegankelijk zijn voor en niet verkopen aan anderen dan ingezetenen van Nederland (ingezetenen van Nederland: I), de zogeheten AHOJGI-criteria.

3

Het I-criterium is als laatste criterium in 2013 voor heel Nederland ingevoerd in het streven dat coffeeshops kleiner en meer beheersbaar worden. Dit betekent in beginsel dan ook dat het coffeeshopbeleid gericht dient te zijn op de lokale situatie, daarbij uiteraard rekening houdend met de landelijke kaders. Verder is het van belang dat de gemeente, politie en het Openbaar Ministerie ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid een bijdrage leveren aan integraal beleid ten aanzien van coffeeshops. In de Aanwijzing Opiumwet ligt vast dat het lokaal bestuur het coffeeshopbeleid vaststelt en dat de lokale driehoek het beleid concreet invult en prioriteiten stelt als het om de handhaving gaat.

2.2

Rechtspraak

Naast het wettelijke en beleidsmatige kader zijn er in de afgelopen jaren ook rechtszaken geweest, waarbij de uitspraak consequenties heeft voor de invulling en uitvoering van het coffeeshopbeleid. Een belangrijke uitspraak in deze is het CheckpointarrestI1. In deze rechtszaak werd coffeeshop Checkpoint (Terneuzen) vervolgd als criminele organisatie. De rechtbank liet in de strafbepaling meewegen dat de gemeente, het Openbaar Ministerie en de belastingdienst niet hadden ingegrepen ondanks dat zij op de hoogte waren van de enorme groei, die de coffeeshop had doorgemaakt. Daarnaast werd de gemeente verweten de groei gefaciliteerd te hebben door vergunningverlening voor een grote parkeerplaats en bewegwijzering naar de coffeeshop. Uit het CheckpointarrestI hebben we geleerd dat de rechtbank de gemeente en voor een deel ook het Openbaar Ministerie, verantwoordelijk kan houden voor een dergelijke groei van de coffeeshop.

2.3

Landelijke actualiteiten

Naast het wettelijke, beleidsmatige en juridische kader wordt hierna in het kort een aantal ontwikkelingen beschreven, die wellicht ook mee kunnen gaan wegen in het maken van keuzes als het om de Venrayse coffeeshops gaat. 2.3.1

Verbod roken tabak in rookruimte

Op basis van actuele jurisprudentie geldt er vanaf 1 april 2020 het verbod voor rookruimten in horecagelegenheden. Dit verbod om tabak te roken in een daartoe ingerichte rookruimte geldt ook voor de coffeeshops2. Het roken van pure wiet of hasj valt niet onder de Tabakswet en blijft daarom wel toegestaan in de rookruimte van een coffeeshop. In de Venrayse coffeeshops is geëxperimenteerd met het aanbieden van tabaksvervangers, echter dit blijkt geen groot succes. In de wetenschap dat er weinig klanten zijn die hun gekochte waren puur roken in de shop, zijn de rookruimten in de Venrayse coffeeshops gesloten. Met het gesloten zijn van de rookruimte vervalt echter een in het kader van het landelijke gedoogbeleid belangrijke functie van de coffeeshop, namelijk voorlichting en preventie c.q. het signaleren van zorgelijke druggebruik. 1 2

ECLI:NL:HR:2013:7 Binnen de Tabakswet wordt een coffeeshop aangemerkt als horecagelegenheid

4

Hierop is door een aantal coffeeshopgemeenten een lobby gestart om voor het roken van tabak in de rookruimte van een coffeeshop een uitzondering te gaan maken. De uitkomst van deze lobby is vooralsnog niet bekend. 2.3.2

Experiment gesloten coffeeshopketen

In het regeerakkoord van 2017 ligt vast dat er een experiment komt met de teelt en verkoop van cannabis voor recreatief gebruik middels een gesloten keten. Na de inwerkingtreding van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen per 1 juli 2020 zijn de voorbereidingen gestart. Tijdens het experiment met een looptijd van vier jaar mogen coffeeshops in de deelnemende gemeenten, waaronder Heerlen, Maastricht en Nijmegen, alleen gereguleerd geproduceerde hennep verkopen. Deze hennep is geproduceerd door een teler, die hiertoe een vergunning heeft van de Rijksoverheid. Nog los van het effect dat een verschil in kwaliteit, prijs en variatie kan gaan hebben op de klantenstroom naar de coffeeshops in deelnemende respectievelijk nietdeelnemende gemeenten, is voor de Venrayse situatie ook van belang rekening te houden met een mogelijk effect van de gestelde voorwaarde dat de deelnemende gemeenten met een grensligging (o.a. Nijmegen en Arnhem) het ingezetenencriterium moeten gaan toepassen c.q. handhaven. De startdatum van het experiment, in eerste instantie voorzien in het najaar van 2021, is uitgesteld naar een nader te bepalen moment. 2.3.3

Schaarse vergunning of toch niet…

Voor wat betreft de exploitatievergunning c.q. de gedoogbeschikking voor de coffeeshop loopt actueel landelijk een (juridische) discussie over de vraag of deze aan te merken is als een schaarse vergunning in het kader van de Europese Dienstenrichtlijn. Ook twee Limburgse coffeeshopgemeenten, te weten Heerlen en Roermond, hebben de gedoogbeschikking aangemerkt als een schaarse vergunning en daarop het coffeeshopbeleid aangepast. De eerste jurisprudentie lijkt uit te gaan van de lijn dat een exploitatievergunning niet ziet op de handel in softdrugs, maar op de legale horeca-activiteit, die verder niet gelimiteerd is. Daarnaast wordt gesteld dat een gedoogverklaring niet onderworpen kan zijn aan de regels inzake schaarse vergunningen, omdat een gedoogverklaring geen vergunning is. Het toepassen van de regels betreffende schaarse vergunningen zou bovendien resulteren in regulering van de verkoop van softdrugs. Onder de huidige Opiumwet is dat niet mogelijk. Verder zijn de regels inzake schaarse vergunningen gebaseerd op Unierechtelijke vrijheden en beschermen zij (potentiële) concurrenten. In dit geval zijn die concurrenten echter coffeeshophouders die zich juist niet op die Unierechtelijke vrijheden kunnen beroepen, omdat de vrijheden niet van toepassing zijn op illegale goederen zoals softdrugs.

Dat in Nederland de verkoop van softdrugs door coffeeshops wordt gedoogd, betekent niet dat de verkoop legaal is. Voor nu is het afwachten hoe dit juridisch vraagstuk zich de komende periode verder uitkristalliseert. Mocht de exploitatievergunning voor een coffeeshop in de toekomst toch aangemerkt worden als een schaarse vergunning, dan betekent dit een ingrijpende wijziging van het huidige coffeeshopbeleid.

5

Dit omdat bij de verdeling van de exploitatievergunningen voor de coffeeshops dan iedereen gelijke kansen moet krijgen om deze vergunning te bemachtigen, er dus een verdeelsysteem moet komen en de vergunning voor een bepaalde tijd verstrekt gaat worden, waarbij er in een gemeente periodiek een wisseling plaatsvindt van exploitant en locatie.

2.4

Koerswijziging drugsbeleid Duitsland

Evenals buurland België kent Duitsland tot op heden een strikt drugsbeleid in die zin dat zowel de productie, handel, het bezit en het gebruik van alle soorten drugs in het geheel verboden is. Het effect hiervan is onder meer dat Duitsers en Belgen uitwijken naar Nederland voor een bezoek aan de coffeeshops. Voor wat betreft Duitse klanten zien we dat ook in de Venrayse coffeeshops terug. Nu hebben de partijen SPD, de Groenen en FDP als de nieuw te vormen regering in Duitsland uitgesproken cannabis te willen legaliseren voor recreatief gebruik, waarmee ook de verkoop van wiet voor recreatief gebruik in Duitsland legaal gaat worden. Mocht dit voornemen vertaald gaan worden in wet- en regelgeving, dan zal dit op lange(re) termijn wellicht ook effect kunnen gaan hebben op de klantenstroom naar de Nederlandse coffeeshops met een ligging in het grensgebied, waaronder dus de coffeeshops in Venray. De afstand tot een coffeeshop, de prijs, de kwaliteit en de variatie zijn factoren die mede zullen gaan bepalen waar de Duitse klant, woonachtig in het grensgebied, uiteindelijk naartoe zal gaan.

3

Coffeeshopbeleid Venray

3.1

Maximumstelsel

Het coffeeshopbeleid van de gemeente Venray dateert van 1999 en ligt vast in de beleidsregel ‘Drugsbeleid in Venray 1999’. De burgemeesters binnen de voormalige districtelijke driehoek Venray, betreffende het werkgebied met op dat moment 115.000 inwoners (nu het grondgebied van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venray en Horst aan de Maas, in totaal 124.262 inwoners per 1 januari 2021) hebben destijds ingestemd met het voorstel om te komen tot een maximumstelsel voor coffeeshops in Venray, waarbij door de overige gemeenten een nuloptie wordt gehanteerd (regionaal concentratiemodel). Op grond van de centrumfunctie van de gemeente Venray, de nuloptie in de omliggende gemeenten, de afstand van die gemeenten tot de kern Venray, het inwonersaantal van Venray en de regionale norm van 1 coffeeshop per 15.000 – 20.000 inwoners voor de centrumgemeenten, heeft de gemeenteraad in 1999 de toenmalige burgemeester gesteund in zijn voornemen om twee coffeeshops te gedogen in de gemeente Venray. In april 2012 is het beleid op onderdelen aangepast in die zin dat het beleid is uitgebreid met het Besloten Club-criterium (in november 2012 van rechtswege vervallen) en het Ingezetenencriterium.

6

De kern van het vigerende Venrayse coffeeshopbeleid is nog altijd een maximumstelsel met ruimte voor twee gedoogbeschikkingen. Deze gedoogbeschikkingen zijn (vanaf 2001) afgegeven voor onbepaalde tijd, zijn strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. Eventuele rechtsopvolgers of medeleidinggevenden kunnen aan de gedoogbeschikking geen rechten ontlenen, noch voor wat betreft de exploitatie, noch met betrekking tot de locatie van de coffeeshops. De Wet Bibob c.q. het Bibob3-beleid van de gemeente Venray is verder van toepassing op de exploitatie van een coffeeshop.

3.2

Vestigingsbeleid

Onderdeel van het drugsbeleid 1999 is het vestigingsbeleid voor coffeeshops. De vestigingscriteria zijn nader uitgewerkt in de ‘Nota over de voorwaarden voor het realiseren van het maximumstelsel in het kader van een coffeeshopbeleid 1999’. Dit beleid bevat in beginsel de kaders voor de vraag op welke locaties een coffeeshop gevestigd kan zijn c.q. worden. Het geldend vestigingsbeleid luidt als volgt: 

In het algemeen is bepaald dat de coffeeshop niet wordt toegestaan op plaatsen waar de verkoop overlast tot gevolg heeft, waarbij specifiek de woonwijken worden benoemd. Ook dient de vestiging uitgesloten te worden op plaatsen waar al veel woon- en leefklimaat belastende activiteiten plaatsvinden. Ter uitwerking van bovenstaande wordt meer specifiek benoemd dat de exploitatie van een coffeeshop geweigerd moet worden bij vestiging in:  woonstraten, waaronder wordt verstaan alle voet- en rijstraten, wegen, lanen, woonerven, hofjes en pleinen, die bestemd zijn voor bestemmingsverkeer en/of waaraan bebouwing is gelegen, die uitsluitend of grotendeels dient voor bewoning;  straten, niet zijnde woonstraten, waar sprake is van een overconcentratie van recreatieinrichtingen of anderszins het woon- en leefklimaat belastende activiteiten.

Ruimtelijk gezien wordt een coffeeshop aangemerkt als een (droge) horeca-inrichting. Dit betekent dat een coffeeshop in beginsel alleen gevestigd kan worden in een pand met een horecabestemming. Een coffeeshop moet voldoen aan de eisen van kwaliteit en uitstraling die bij een horeca-inrichting algemeen gebruikelijk zijn.

Een coffeeshop mag niet binnen 250 meter van een schoolgebouw gevestigd zijn.

Een coffeeshop mag niet in de directe nabijheid van een jongerencentrum gevestigd zijn.

Een coffeeshop wordt gevestigd in het gebied binnen de zogenaamde binnenring.

3.3

Damoclesbeleid coffeeshops

Met het oog op eventuele overtredingen van de AHOJGI-criteria is er door de burgemeester, in afstemming met de lokale driehoek Venray, een Damoclesbeleid voor coffeeshops vastgesteld inclusief een handhavingsmatrix. In dit beleid zijn de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bevoegdheden op elkaar afgestemd.

3

Wet Bibob is Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

7

4

Potentiële oplossingsrichtingen

Binnen de kaders van het huidige coffeeshopbeleid is een aantal scenario’s denkbaar, waar bij elk scenario de vraag is gesteld voor welk vraagstuk het voorgestelde scenario een oplossing zou kunnen zijn respectievelijk welke nieuwe vraagstukken het scenario met zich mee kan brengen.

4.1

Het ter discussie stellen van de regionale functie van de coffeeshops

Zoals in paragraaf 3.1 beschreven, ligt er een regionale (beleids)afspraak onder het vigerende Venrayse coffeeshopbeleid. Nog altijd voeren de omliggende gemeenten op basis van de regionale functie van de Venrayse coffeeshops een nuloptie-beleid. Dit regionale beleid strookt niet met de gedachte achter het landelijk gedoogbeleid, waarbij juist gestreefd wordt naar kleinschalige coffeeshops, die zich bovenal richten op de lokale markt (de gedachte achter de invoering van het B- en I-criterium). Overigens zien we dit niet alleen in de kop van NoordLimburg terug, echter in heel Limburg en zelfs landelijk. Coffeeshops, en daarmee de gedoogde verkoop van cannabis, concentreren zich nog altijd in de meer stedelijke gebieden, zoals in Limburg in de gemeenten Maastricht, Heerlen, Kerkrade, Sittard-Geleen, Roermond, Weert, Venlo en Venray. De gebruikers van softdrugs en daarmee klanten van de coffeeshops komen uit de hele regio en ook daar buiten, waarbij het een bekend gegeven is dat klanten bereid zijn 40 tot 50 kilometer te rijden om een coffeeshop te bezoeken. Het loslaten van de regionale functie van de Venrayse shops betekent dat het regionaal vorm gegeven beleid vertaald moet gaan worden naar lokaal coffeeshopbeleid.

Voor de omliggende gemeenten betekent dit dat zij niet langer een beroep kunnen doen op het regionaal afgesproken maximumstelsel ter onderbouwing van het hanteren van de nuloptie. Om vervolgens ook daadwerkelijk een verandering in de klantenstroom teweeg te brengen, zal minimaal één van de omliggende gemeenten van de nuloptie af moeten stappen, lees ook een coffeeshop moeten gaan gedogen. En dan nog is dit geen garantie dat de klantenstroom naar de Venrayse coffeeshops kleiner wordt, want aspecten als kwaliteit, prijs en variatie bepalen in belangrijke mate (en meer dan de afstand tot) welke coffeeshop wordt bezocht.

4.2

Het ter discussie stellen van het maximum van twee coffeeshops

In 1999 is er op basis van de situatie van toen bewust gekozen voor het gedogen van twee coffeeshops. In het beleid is vastgelegd dat één coffeeshop te weinig geacht werd gelet op het gebruik (lokaal en regionaal) alsook gelet op het risico voor het ontstaan van een monopoliepositie. Daarnaast bestond de vrees dat de illegale markt een belangrijk aandeel in de markt zou behouden c.q. verwerven waardoor de scheiding van de markt in soft- en harddrugs onvoldoende tot stand zou komen. Nu ruim 20 jaar houden deze argumenten nog altijd stand. Het terugbrengen van het aantal gedoogde coffeeshops al dan niet middels een uitsterfconstructie naar één betekent dat bij het ontbreken van concurrentie het risico ontstaat dat er minder aandacht is voor de kwaliteit (met impact op de gezondheid).

8

De Nationale Drug Monitor laat zien dat het percentage laatste jaar en laatste maand gebruikers van cannabis (18+) vanaf 2015 stabiel is, echter dat het percentage bijna dagelijks gebruiker van cannabis (18+) in de periode vanaf 2017 gestegen is. In diezelfde monitor is te lezen dat het merendeel van de cannabisgebruikers, die hun cannabis zelf kopen, dit doet in een coffeeshop. Dit bevestigt dat de vraag naar softdrugs er onverminderd is4, wellicht zelfs toegenomen c.q. genormaliseerd is ten opzichte van 1999 en dat de gedoogde verkoop van softdrugs via een coffeeshop helpend is in het streven om vermenging van de handel op straat in soft- en harddrugs te voorkomen. In de wetenschap dat de vraag naar softdrugs er onverminderd is, zal een afbouw van het aantal coffeeshops gaan leiden tot een toename van de illegale straathandel5 en daarmee tot meer overlast in de wijken en dorpen alsook meer vermenging van de handel in soft- en harddrugs. Dit laatste brengt een extra risico voor de volksgezondheid met zich mee doordat er geen limiet geldt voor de te verkopen hoeveelheid en er geen belang gevoeld wordt als het om de kwaliteit van de drugs gaat.

4.3

Handhaven ingezetenencriterium

In het coffeeshopbeleid is het ingezetenencriterium opgenomen conform de landelijke Aanwijzing Opiumwet. In afstemming met de lokale driehoek wordt hier niet actief op gehandhaafd. De coffeeshopexploitanten vragen klanten om zich te identificeren met oog op controle van leeftijd, echter niet met oog op controle van ingezetenschap. Door actief op het ingezetenencriterium te gaan handhaven, wordt het mogelijk om buitenlandse drugstoeristen, lees personen die niet in Nederland (tijdelijk) woonachtig zijn c.q. verblijven, gericht aan te pakken c.q. te weren uit de coffeeshops. Het aantal klanten voor de coffeeshops (en daarmee samenhangende verkeersbewegingen en (parkeer)overlast) zal daarmee teruglopen. Uitgaande van de uitkomst van het onderzoek van LokaleZaken zou dit een afname van om en nabij 25% van de klantenstroom betekenen. Door te gaan handhaven vloeit er verder minder geld via de achterdeur van de coffeeshop in het illegale drugscircuit. Bij het handhaven op het ingezetenencriterium moet echter nadrukkelijk rekening gehouden worden met een stevige (al dan niet tijdelijke6) toename van de illegale straathandel in Venrayse wijken en dorpen met een toename van (gevoelens van) onveiligheid.

Daarnaast ontstaat ook nu het risico op verdere vermenging van de handel in soft- en harddrugs en extra risico’s voor volksgezondheid (geen limiet aan de te verkopen hoeveelheid en geen belang bij kwaliteit van de drugs).

Vanaf 2015 zijn er vergelijkbare gegevens beschikbaar over het gebruik van cannabis, daarvoor werd in andere leeftijdsgroepen gemeten c.q. werden andere onderzoeksmethoden toegepast waardoor vergelijken niet mogelijk is. 5 Dit effect hebben we o.a. gezien toen de coffeeshops als gevolg van de coronamaatregelen voor één dag gesloten zijn geweest. Straatdealers waren direct actief om aan de vraag te voldoen. 6 effect is afhankelijk van hoe stevig de handhaving ingezet kan worden. 4

9

Dit scenario vraagt dus (tijdelijk) om een forse intensivering van toezicht en handhaving. Enerzijds op naleving van het ingezetenencriterium door de coffeeshops, anderzijds op het bestrijden en aanpakken van de illegale straathandel in wijken en dorpen.

4.4

Verplaatsen één of beide coffeeshops

Bij het scenario verplaatsen van één of beide coffeeshops dient rekening gehouden te worden met uiteenlopende aspecten. Naast het vigerende vestigingsbeleid dient er ook getoetst te worden op de haalbaarheid in het kader van het bestemmingsplan, milieuwetgeving en een eventuele omgevingsvergunning. Het geldend vestigingsbeleid voor coffeeshops is beschreven in paragraaf 3.2 van deze notitie. Binnen het huidige beleid zijn er mogelijkheden om een coffeeshop te verplaatsen naar andere panden met een horecabestemming, die gelegen zijn binnen de binnenring, echter niet in een woonstraat, op 250 meter afstand van een school en niet in de omgeving van een jongerencentrum. Verplaatsing binnen de binnenring zal echter naar verwachting slechts leiden tot verplaatsing van de aan de coffeeshops gerelateerde vraagstukken. Geen enkele locatie binnen de binnenring biedt afdoende mogelijkheden om de aan de klantenstroom gerelateerde verkeersstroom op te vangen. Aangezien parkeeroverlast en overlast van verkeersbewegingen in het onderzoek van LokaleZaken als de twee grootste problemen naar voren komen, lijkt het verplaatsen van coffeeshops binnen de kaders van het huidige beleid geen soelaas te gaan bieden. Een vervolgstap kan zijn om tot aanpassing van het vestigingsbeleid te komen op basis waarvan ook andere locaties in de gemeente Venray in beeld gaan komen.

In dit kader is contact geweest met een aantal gemeenten, die hiermee ervaring hebben alsook met een onderzoeksbureau, dat diverse haalbaarheidsonderzoeken in dit kader heeft uitgevoerd. Daarnaast is een aantal opties, die in de vorm van een experiment beproefd zouden kunnen worden, besproken binnen de lokale driehoek. Hierna volgt een uiteenzetting van de bevindingen: 

Kijkend naar de meest prominente knelpunten (verkeersbewegingen en parkeeroverlast) zou verplaatsing naar de periferie meer voor de hand liggen. Het voordeel is minder of geen omwonenden, die overlast kunnen ervaren alsook betere parkeermogelijkheden c.q. verkeersdoorstroming. Nadeel is minder (sociale) controle en toezicht, doordat de locaties op afstand liggen. Een locatie in het centrum wordt door de centrale ligging automatisch vaker meegenomen in surveillances.

Het is een reëel risico dat verplaatsing naar de periferie gepaard gaat met een schaalvergroting door een aanzuigende werking op niet-ingezetenen. Op een nieuwe locatie zal dan mogelijk sprake zijn van grootschalige exploitatie, die niet alleen gericht is op de lokale markt.

10

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand en in de lijn van de Aanwijzing Opiumwet kenbaar gemaakt niet in te zullen stemmen met een verplaatsing als daardoor een grote toestroom aan klanten kan worden verwacht, waardoor het uitgangspunt van kleinschaligheid in gedrang komt. Het verplaatsen van een coffeeshop naar de periferie zonder actief te gaan handhaven op het ingezetenencriterium is dan ook geen reële variant. Sterker nog het Openbaar Ministerie zal dan ook nadrukkelijk vasthouden aan handhaving van het ingezetenencriterium. In het geval van een aanzuigende werking, werkt de overheid bovendien mee aan meer omzet, waardoor er meer geld via de achterdeur verdwijnt naar het illegale drugscircuit. In tegenstelling tot de beweging ‘terug naar meer beheersbare coffeeshop’ zal de coffeeshop alleen maar groeien. Voorzichtigheid is geboden bij gemeentelijke stappen als opwaarderen verlichting, cameratoezicht, aanpassen parkeerregime, bewegwijzering, enz.. Al snel kan hier – hoe goed ook bedoeld - facilitering en stimulering door de overheid op de loer liggen en bijdragen aan een onbedoelde groei. Uit het Checkpointarrest I hebben we geleerd dat de rechtbank de gemeente en voor een deel ook het Openbaar Ministerie, verantwoordelijk kan houden voor een dergelijke groei van een coffeeshop. 

In het scenario waarbij één van beide coffeeshops verplaatst wordt, dient rekening gehouden te worden met een scheiding van de klantenstromen met gevolgen voor het toezicht. Daarnaast bestaat het risico dat – als gevolg van een gewijzigde concurrentiepositie tussen beide coffeeshops – prijzen naar beneden worden bijgesteld met onder meer een financieel lagere drempel voor gebruikers tot gevolg.

Verplaatsen betekent het weghalen van de coffeeshop op de ene plek en plaatsen op de andere plek. Het advies is om aan de voorkant te onderzoeken wat het effect is van verplaatsing op uiteenlopende aspecten, zoals de omgeving (overlast, straathandel, verkeer, parkeerdruk, sociale controle, risico schaalvergroting), fysiek (verlichting, potentiele hangplekken, donkere plekken, verkeer en parkeren) en juridisch (vergunningen, eventuele schadeclaims) en dan zowel voor de nieuw beoogde locatie, maar ook voor de locatie waar de coffeeshop wordt weggehaald. Zo zal aan de voorkant nagedacht moeten worden over de herbestemming van vrijkomende gebouwen. Aangezien het onderzoek naar het verplaatsen van coffeeshops zeer gevoelig kan liggen, is het bewaken van neutraliteit en onafhankelijkheid binnen het onderzoek van groot belang.

De optie, waarbij de coffeeshop bij wijze van experiment als een afhaalloket of mobiel verkooppunt wordt ingericht, is geen haalbare optie. Deze optie is in strijd met de landelijke Aanwijzing Opiumwet in die zin dat het niet voldoet aan de definitie van coffeeshop en er geen recht wordt gedaan aan de functie op gebied van preventie7.

In de drugsnota van het kabinet van 16 september 1995 (“het Nederlandse drugsbeleid: continuïteit en verandering”) is al opgemerkt dat de bonafide coffeeshops bewezen hebben een bijdrage te leveren aan de afscherming van softdruggebruikers tegen de wereld van de harddrugs. Opleiding van huidige werknemers van coffeeshops draagt daar nog eens extra aan bij. Zij zijn namelijk getraind om problematisch blowgedrag 7

11

Bovendien zal het gebruik zich verplaatsen naar de openbaarheid (in plaats van de beslotenheid) en bestaat het risico van de aanzuigende werking en daarmee groei van de klantenstroom. Daarnaast is de beveiliging van een mobiel verkooppunt complex. Ten aanzien van deze opties heeft het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt van mening te zijn dat het karakter van een coffeeshop, zoals verwoord in de Aanwijzing Opiumwet, gehandhaafd dient te worden.

5

Conclusies

De in hoofdstuk 4 beschreven scenario’s zijn besproken in de lokale driehoek. Helder is dat het Openbaar Ministerie gebonden is en blijft aan de Aanwijzing Opiumwet en ook elke keuze die gemaakt wordt, zal gaan toetsen aan de pijlers onder het landelijke gedoogbeleid. De voorlopige conclusies op basis van deze verkenning zijn: 

Het ter discussie stellen van de regionale functie van de Venrayse coffeeshops (scenario 4.1) is geen realistisch scenario voor de korte of middellange termijn. Dit omdat we afhankelijk zijn van hoe de omliggende gemeenten hierin willen c.q. kunnen acteren en er pas echt een effect in de klantenstroom naar de Venrayse coffeeshops merkbaar zal zijn als er daadwerkelijk een coffeeshop in een omliggende gemeente geopend wordt. En dan nog is het maar de vraag welke invloed dit gaat hebben op de vraagstukken in de Vergeten Driehoek.

Het ter discussie stellen van het maximum van twee coffeeshops (scenario 4.2) is voor de korte en middellange termijn geen verstandig scenario. Het afbouwen van het aantal coffeeshops zal de illegale markt in de hand werken aangezien de vraag naar softdrugs blijft. Dit resulteert in meer overlast in wijken en dorpen alsook in grotere risico’s voor de volksgezondheid. In combinatie met scenario 4.1 wordt het op lange termijn mogelijk wel een bespreekbare optie. Mocht dit scenario desondanks overwogen worden, dan is een combinatie met scenario 4.3 een absolute voorwaarde.

Handhaven op het ingezetenencriterium (scenario 4.3) zou een realistisch scenario kunnen zijn mits er voldoende handhavingscapaciteit bij de politie en de gemeente beschikbaar is. In de wetenschap dat de komende periode het capaciteitstekort bij de politie in Limburg verder toeneemt, lijkt het geen haalbaar scenario te zijn voor de korte termijn. Het Openbaar Ministerie heeft in dit kader in het bijzonder benoemd dat de handhaving van een voorgestelde maatregel realistisch moet zijn.

te herkennen en om deze klanten aan te spreken c.q. te verwijzen naar de preventiemedewerker van Vincent van Gogh.

12

Het verplaatsen van één of beide coffeeshops binnen de kaders van het huidige vestigingsbeleid coffeeshops gaat geen uitkomst bieden en betekent naar verwachting slechts een verplaatsing van de met de klantenstroom van de coffeeshops samenhangende vraagstukken naar een ander gebied binnen de binnenring van Venray.

Experimenten met een afhaalloket of mobiel verkooppunt passen niet binnen de landelijke kaders, zoals vastgelegd in de Opiumwet en Aanwijzing Opiumwet.

Een vervolgonderzoek, bij voorkeur uitgevoerd door een onafhankelijke partij, dient overwogen te worden. Hierin wordt meegegeven dat er goed gekeken moet worden naar welk probleem opgelost wordt. Dit mede gelet op het rapport van LokaleZaken alsook gelet op het gegeven dat de overlast en onveiligheid(sgevoelens) in De Vergeten Driehoek bepaald worden door verschillende factoren, zoals onder meer het aantal en type van ondernemingen in het gebied, de aanwezigheid van bepaalde subjecten, alsook de omvang (en kwaliteit van) kamerbewoning. In een relatief klein gebied zijn uiteenlopende functies ondergebracht. Nu is het lastig te voorspellen wat het effect is als er één functie, namelijk de gedoogde verkoop van softdrugs, uit het gebied wordt gehaald. Daarnaast zal het effect op de leefbaarheid en veiligheids(gevoel) mede afhankelijk zijn van herbestemming leegkomende (horeca)panden. De vraag is dus of met het verplaatsen van één of beide coffeeshops de overlast en onveiligheid afdoende wordt weggenomen uit de Vergeten Driehoek en het aanpalende gebied. Aanvullend onderzoek is nodig, niet alleen om te kunnen bepalen welke aanpassingen van het vestigingsbeleid nodig zijn, maar ook om een beeld te krijgen van het effect voor de Vergeten Driehoek als de coffeeshops op de huidige locaties worden weggehaald. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig.

Op basis van de uitkomst van dit onderzoek kan vervolgens definitief besloten worden tot het al dan niet aanpassen van het vestigingsbeleid voor coffeeshops en daarmee tot het al dan niet verplaatsen van de coffeeshops.

De lokale driehoek adviseert voor nu - mede ook kijkend naar enkele onzekerheden als gevolg van landelijke ontwikkelingen (rookverbod, experiment gesloten coffeeshopketen en de schaarse vergunning) - om flankerende maatregelen op te pakken en het effect daarvan te monitoren. Denk hierbij aan maatregelen gericht op het parkeren, het verlichtingsniveau, handhaving, het upgraden van het gebied en het terugdringen van het aantal functies in het gebied. De lokale driehoek stelt verder vast dat het verplaatsen van de coffeeshops een complex vraagstuk is en dat een vervolgonderzoek nodig is om vast te kunnen stellen welke aanpassing van het vestigingsbeleid noodzakelijk is om tot alternatieve locaties voor coffeeshops in Venray te kunnen komen, waarbij tevens recht wordt gedaan aan de uitgangspunten van het landelijk gedoogbeleid.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10991880/1