CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage Rapport Verkenning Windpark Venray

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Afronden haalbaarheidsonderzoek Windpark Venray10.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERKENNING 2020 - 2021 GEMEENTE VERSIE:

VENRAY

2.0

PUBLICATIEDATUM: LOOPTIJD

18-05-2021

VERKENNING:

09/2020

www.WindparkVenray.nl

T/M

05/2021

WINDPARK

INHOUDSOPGAVE

VENRAY VERKENNING

1

Inleiding

21

Hoofdstuk 3.2 Locaties

3

Hoofdstuk 1. De opgave

30

Hoofdstuk 3.3 Haalbaarheid

8

Hoofdstuk 2. De verkenning

39

Hoofdstuk 3.4 Opbrengsten

19

Hoofdstuk 3.1 Inwoners

48

Hoofdstuk 4 Conclusies

WELKOM In de afgelopen jaren is er op alle niveaus klimaatbeleid gemaakt, zoals het Parijs Akkoord, Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie. Ook de gemeenteraad van Venray heeft niet stil gezeten. Al in 2013 heeft de gemeenteraad een energiestrategie vastgesteld en in september 2019 het Kader Opwekking Duurzame Energie (KODE). Met het vaststellen van KODE heeft de gemeenteraad aan het college van B&W de opdracht gegeven een verkenning uit te voeren naar een mogelijk windpark. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.

Een windpark heeft grote impact op onze Als Venrayse gemeenschap staan we voor een enorme opgave. Sinds een aantal jaren zijn de effecten van klimaat verandering ook in Venray concreet zichtbaar en voelbaar. We hebben vaker last van extreem weer. Er zijn meer stortregens, zwaardere stormen of juist lange drogere en hete perioden.

De gemiddelde temperatuur van de aarde is de afgelopen 130 jaar met 1,1 °C gestegen. In Nederland met zelfs 1,7 °C. Het groei- en bloeiseizoen begint al vroeger. Leefgebieden van dieren en planten veranderen, bijvoorbeeld door hogere temperaturen. Daardoor sterven steeds meer dieren en plantensoorten uit of vertrekken zij uit hun leefgebied.

leefomgeving. Veel mensen vinden ze niet mooi, ze maken geluid en geven (bewegende) schaduw. Sommigen maken zich grote zorgen over de gevolgen voor de volksgezondheid, omdat er nog onzekerheden en kennislacunes zijn over de impact van windturbines.

Ook zijn er ecologische bezwaren. Tegelijkertijd weten we veel dingen wel en is er een uitgebreid wettelijke kader. Er zijn ook voordelen. Windenergie heeft een hoog rendement in vergelijking met andere vormen van duurzame energieopwekking. Voor hetzelfde opgewekte vermogen nemen windturbines veel minder ruimte in dan zonneparken.

In een aantal dorpen heeft de verkenning geleid tot emotionele discussies tussen vooren tegenstanders. Er bestaat zelfs het risico dat dit blijvende gevolgen heeft voor het gemeenschapsgevoel in deze dorpen. 1.

WELKOM Dit was de reden om de verkenning af te

Tijdens diverse bijeenkomsten hebben we

ronden en de resultaten nog voor de

samen met deelnemers geconcludeerd dat

zomervakantie van 2021 te presenteren aan

met name 50+ers aanwezig waren. De jonge

de gemeenteraad. Hierdoor ontstaat er

generatie die straks te maken krijgt met de

duidelijkheid voor inwoners over een

gevolgen van klimaatverandering, was

eventueel vervolg.

beperkt aanwezig en hun menig is onvoldoende gehoord.

De open benadering van deze verkenning is nieuw en een belangrijke leerschool

Daarom is mijn advies aan de gemeenteraad

gebleken. Vanwege de Coronapandemie

om na de zomer van 2021 de

hebben we een breed pakket aan

energiestrategie en KODE te evalueren en in

communicatiekanalen ingezet. Zoals digitale

dit kader een brede dialoog te entameren

informatiebijeenkomsten, kleinschalige

tussen alle inwoners van Venray (jong en oud)

fysieke bijeenkomsten, projectwebsite,

over verduurzaming, ambities en concrete

nieuwsbrieven, enquête, berichten via

acties op korte- en lange termijn. Kortom,

dorpskrantjes en een-op-een contact via

waarom doen we dit, wat willen we en hoe

telefoon en email. Voor sommige inwoners

gaan we dit concreet bereiken?

bleek de inzet van digitale middelen lastig, voor andere werd de drempel om deel te

Dit zijn vragen die beantwoord moeten

nemen verlaagd.

worden.

In de verkenning zijn de mogelijkheden voor

In deze rapportage doen we uitgebreid

een windpark onderzocht op basis van de

verslag van de verkenning. Ook komen

volgende vier elementen: locaties, wat vinden

inwoners aan het woord, zodat iedereen zich

inwoners en grondeigenaren, haalbaarheid

een beeld kan vormen van de mogelijkheden,

en opbrengsten.

kansen en opvattingen over een windpark.

De conclusie van de verkenning is dat veel

Bij deze wil ik iedereen bedanken die heeft

inwoners bezwaren hebben tegen de komst

geparticipeerd in deze verkenning. Het is nu

van een windpark. Een windpark in

aan de gemeenteraad om te bepalen wat de

zoekgebied 1 en eventueel zoekgebied 2 is

vervolgstappen gaan zijn.

vanuit de geldende wetgeving mogelijk, financieel haalbaar en kan een substantiële bijdrage leveren aan de productie van lokale energie. Echter, het besluit van grondeigenaren om geen medewerking te verlenen aan een windpark, maakt de ontwikkeling ervan vrijwel onmogelijk.

Jan Jenneskens Wethouder 2.

1.DE OPGAVE Verdrag van Parijs In december 2015 zijn er tijdens een VN-klimaattop in Parijs bindende afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. In het internationale klimaatakkoord staat dat de opwarming van de aarde tot 2100 beneden de 2°C moet blijven. Het streven is zelfs de opwarming te beperken tot 1,5 °C om zoveel mogelijk mensen, dieren en natuur te beschermen. We zitten al op 1,1 °C. Het verschil tussen 1,5°C en 2°C is vooral de onomkeerbaarheid. Bij 2°C bereiken we namelijk een kantelpunt: er worden processen in gang gezet die het onmogelijk maken om de opwarming van de aarde ooit nog terug te draaien. Het ijs rond de Noordpool zal compleet smelten, koraalriffen verbleken en ecosystemen zijn voor altijd verwoest. Voor Nederland zal een opwarming van 2°C graden of meer betekenen dat de zeespiegel 3 tot 8 meter zal stijgen. Ook krijgen we te maken met tropische stormen en ijskoude winters als de warme golfstroom voor Europa tot stilstand komt.

Klimaatwet Europese Unie De onderhandelaars van de Raad en het Europees Parlement hebben in april 2021 een voorlopig politiek akkoord bereikt waarmee in wetgeving wordt vastgelegd dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn. De Europese klimaatwet moet het hart worden van het klimaatbeleid van de EU. In de wet worden twee echte doelen gesteld: in 2030 moet de EU 55% minder broeikasgas uitstoten dan in 1990. En in 2050 moet de EU als geheel klimaatneutraal zijn. De doelstellingen gelden alleen voor de EU als geheel, en er is niet vastgelegd dat ze ook voor alle landen individueel moeten gelden. In juni 2021 komt de commissie met een klimaatpakket waarin verschillende voorstellen zullen worden gedaan waarmee de doelen van 2030 en 2050 ook daadwerkelijk gehaald kunnen worden.

3.

DE OPGAVE Klimaatakkoord 2019 De opgave om de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990 is het centrale doel van het Klimaatakkoord. Het is aan het nieuwe kabinet of Nederland de huidige doelstelling van 49% zal verhogen naar 55% minder broeikasgas in 2030, zoals de Europese Commissie wil. In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Denk hierbij aan de opgave om warmte met elektriciteit te gaan opwekken (warmtepompen) en de toename van elektrisch vervoer. Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden. Eind 2020 was circa 11% van het finale energieverbruik in Nederland duurzaam. In het Energieakkoord (voorloper Klimaatakkoord 2019) van 2013 was afgesproken dat we 14% in 2020 duurzaam zouden opwekken en 16% in 2023. Deze doelstelling is dus nu nog niet gehaald. We lopen achter. . .

Regionale Energiestrategie (RES) In de Regionale Energiestrategie (RES) doet de regio Noord- en Midden-Limburg een bod aan het Rijk om 1.200 GWh (= 4.320 TJ) aan duurzame energie op te wekken. De focus in de RES ligt op de opgaven van de gebouwde omgeving en elektriciteit. In de opgave van Venray wordt uitgegaan van het totale energieverbruik, dus ook van landbouw, industrie en mobiliteit. Deze worden in de RES niet meegeteld, daarvoor zijn naast de RES aparte opgaven geformuleerd. Ook is de verdeling in de RES-opgave niet evenredig naar de gemeenten toe. De ene gemeente heeft meer mogelijkheden voor duurzame energieopwekking dan de andere gemeente.

Energiebeleid gemeente Venray De basis van het energiebeleid van Venray is de Energiestrategie 2030, vastgesteld door de gemeenteraad in 2013. Venray wil het gebruik van fossiele brandstoffen beperken en een duurzame energievoorziening stimuleren. Dit wil de gemeente bereiken door ten opzichte van het totale energieverbruik van 2013, 37,5% energie te besparen en 30% duurzame energie in de gemeente te produceren.

4.

DE OPGAVE KODE-Venray In september 2020 heeft de gemeenteraad van Venray het Kader Opwekking Duurzame Energie (KODE) vastgesteld. KODE richt zich op het lokaal opwekken van 1.230 TJ in 2030 aan duurzame elektriciteit door middel van zonne- en windenergie. In totaal wordt er op dit moment ca. 161 TJ elektriciteit opgewekt binnen de gemeente door zon-op-dak (cijfers januari 2021). Dit betekent nog 1.069 TJ te gaan tot 2030. Door de hoogtebeperkingen van vliegveld De Peel, is de potentie voor windenergie beperkt en geschat op 100 TJ. Rekening houdend met de al aanwezige productie van 161 TJ, resulteert dit in een additioneel benodigde productie door zon van 969 TJ. Samengevat is de ambitie in KODE voor het opwekken van duurzame elektriciteit ongeveer 4 windturbines = 100 TJ en ongeveer 250 ha zon = 970 TJ. Dit kan door zon-op-dak projecten, grootschalige zonne- en windparken.

Potentiële zon-op-dak projecten Op dit moment is er in potentie 365 TJ aan zon-op-dak projecten. Voor deze projecten is een SDE++ subsidiebeschikking afgeven, maar ze zijn nog niet gerealiseerd. De vraag is hoeveel van deze ‘pijplijn’ projecten daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Vertraging of het niet realiseren van projecten kan komen door: Daken blijken niet sterk genoeg. Vaak wordt in een later stadium pas een gedegen onderzoek gedaan om te kijken of het dak daadwerkelijk technisch geschikt is. Subsidies vervallen omdat projecten niet gerealiseerd worden binnen de gestelde termijn. Transportschaarste op het elektriciteitsnet waardoor teruglevering nu niet mogelijk is. Verzekeraars zijn terughoudend in het verzekeren van zonnepanelen op daken.

5.

DE OPGAVE Daarnaast zijn er op dit moment ongeveer 167 TJ aan zon-op-land projecten die een vergunning hebben aangevraagd maar nog geen SDE++ subsidie hebben aangevraagd. Kortom, op dit moment zijn er nog onvoldoende gerealiseerde projecten en onvoldoende projecten in de ‘pijplijn’ om de doelstellingen voor zon- en windenergie te halen.

Het is belangrijk dat we ons realiseren dat de vraag naar energie (waaronder ook elektriciteit) blijft stijgen. Gelukkig heeft Venray inmiddels flinke slagen gemaakt in besparing, bijvoorbeeld door de omslag naar ledverlichting, energiezuinige woningbouw, etc. Echter, de energievraag stijgt hier nog steeds bovenuit; we maken steeds meer gebruik van o.a. elektrische auto's, koken op inductie, warmtepompen voor het verwarmen van de woningen en dergelijke.

Ook moeten we ons realiseren dat de beschikbare technieken waarop we volop kunnen inzetten met name zonne- en windenergie zijn. In de nabije toekomst komen er wellicht technieken die ons veel beter kunnen helpen om te compenseren voor deze groei, in opwek, besparing of alternatieve vormen van energie. Op dit moment is er nog te veel onzekerheid of en wanneer nieuwe technieken betrouwbaar en betaalbaar zijn.

6.

MART PIJNAPPELS

"Ik hoop op een wijs besluit" Mart Pijnappels, Oostrum.

ALLE locaties heb ik diverse malen zelf bezocht.

" Diverse malen bezocht ik de verschillende locaties. Steeds kwam ik tot de conclusie dat het op alle locaties niet mogelijk is daar een windmolenpark te realiseren. Het is allemaal te klein en het zal een enorme impact hebben op mensen die daar wonen. Bovendien liggen de locaties veel te dicht bij de dorpen. We moeten het niet doen. We moeten niet iets ondernemen waar we later spijt van krijgen. We hebben in onze gemeente een vliegveld waardoor we beperkt zijn in de mogelijkheden. Ongeveer 70% van Venrays grondgebied werd direct als zoeklocatie afgeschreven. De aanwezigheid van het vliegveld is overigens voor onze gemeente een goed excuus om aan te geven dat om die reden geen geschikte locatie te vinden is. Ik hoop op een wijs besluit. "

7.

2. DE VERKENNING Uitgangspunten gemeenteraad De gemeente Venray heeft in september 2019 het Kader Ontwikkeling Duurzame Energie (KODE) vastgesteld. Anders dan bij zonprojecten, waar de gemeente commerciële of coöperatieve initiatiefnemers nadrukkelijk uitnodigen, neemt ze bij windenergie de regie in beginsel in eigen hand. Dit betekent dat de gemeente, na vaststelling van KODE Venray, een start heeft gemaakt met de zoektocht naar mogelijkheden voor windenergie.

Ten aanzien van windprojecten zijn in de KODE de volgende 10 uitgangspunten benoemd: Inwoners, samenwerken aan een acceptabel plan 1.Een zorgvuldige omgevingsdialoog op meerdere fronten

Ruimte, inzetten op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 2. Het enige zoekgebied is in het oostelijke deel van de gemeente 3. Gemeente neemt de regie 4. Bewijs dat opgewekte stroom kan worden geleverd, opgeslagen of omgezet 5. Windenergie doelen zijn niet in beton gegoten 6. Kleine windturbines tellen ook mee

Locatie: esthetica, inpassing, kwaliteit en ecologie 7. Opstellen van een landschapsvisie en landschappelijk inrichtingsplan

Eigenaarschap, eerlijk verdelen van lasten en lusten 8. Substantieel aandeel lokaal eigenaarschap 9. Inrichten omgevingsfonds 10. Socialisering van grondvergoedingen

8.

DE VERKENNING Bevoegd gezag Gemeenten zijn bevoegd gezag voor windparken of windturbines met een opgesteld vermogen tot 5 MW. De provincie kan op grond van 9f lid 6 van de Elektriciteitswet bepalen dat zij de bevoegdheid voor windparken met een groter vermogen van 5 MW overdraagt aan de gemeente. Zowel gemeenten (bestemmingsplan) als provincies (inpassingsplan) hebben de bevoegdheid om een windpark ruimtelijk in te passen. In de verkenning is uitgegaan van een windpark met minimaal 3 windturbines van ieder ongeveer 4 MW. Het minimale vermogen van het windpark zou dus 12 MW zijn en daarmee is de provincie Limburg het bevoegd gezag.

Grote turbines De verkenning richt zich op grootschalige windenergie in gebieden die niet beperkt worden door vliegbasis De Peel. Dat betekent grote turbines, met een tiphoogte van meer dan 150 meter. De wind waait op grotere hoogtes gemiddeld harder dan lager bij de grond. Laag bij de grond remmen gebouwen en begroeiing de windsnelheid. In het algemeen geldt: hoe groter en hoger de turbine, hoe hoger de opbrengst, ook relatief. Op een bepaald oppervlak is met (weinig) grote windmolens meer energie op te wekken dan met (veel) kleine. Grote windturbines voor plaatsing op land hebben een ashoogte van ongeveer circa 130 meter en een rotordiameter van ongeveer 125 meter. Als de wiek omhoog staat, bevindt de punt zich dus zo’n 200 meter boven de grond. Dit wordt ook wel de tiphoogte genoemd.

1 grote windmolen = minimaal 16 voetbalvelden zonnepanelen Een molen van 3 megawatt levert voor gemiddeld 2.500 huishoudens elektriciteit. Ter vergelijking; om deze hoeveelheid energie met zonnepanelen op te wekken heb je een oppervlakte nodig van zo'n 16 voetbalvelden.

9.

DE VERKENNING Communicatie; bereik en kanalen Om inwoners en grondeigenaren te bereiken gedurende de verkenningsperiode zijn er diverse on-& offline communicatiekanalen ingezet.

Website; inwoners voorzien van informatie, FAQ's en aanmelden voor o.a. bijeenkomsten.

Enquete; meningen en input ophalen bij de direct omwonenden middels een vragenlijst.

Digitale informatieavonden; in gesprek gaan met omwonenden over een mogelijk windpark.

Fysieke bijeenkomsten; in gesprek gaan met omwonenden over een mogelijk windpark.

Mail; inwoners konden vragen stellen via mail.

Telefoon; inwoners konden telefonisch contact opnemen.

WhatsApp; via WhatsApp konden inwoners contact opnemen.

Nieuws & dorpskranten; via lokale media werden inwoners op de hoogte gehouden. Zie ook https://windparkvenray.nl/informatie/ voor de links in de media.

10.

DE VERKENNING Inwoners, grondeigenaren, dorpsraden en de gemeenteraad De communicatie was gericht op de inwoners, grondeigenaren, dorpsraden en de gemeenteraad. Het is een illusie om iedereen te bereiken, echter is er gestreefd, mede door het inzetten van een breed scala aan kanalen, om wel zoveel als mogelijk direct belanghebbenden te bereiken.

Inwoners; website enquête lokale media dorpskranten gemeente kanalen nieuwsbrief memo digitale informatieavonden fysieke bijeenkomsten

Grondeigenaren; brief enquête website digitale informatieavond één - op één gesprek (een aantal)

Dorpsraden; per mail memo digitale informatieavonden

Gemeenteraad; website Raadsinformatie brieven digitale presentaties memo

11.

DE VERKENNING Het proces; tijdslijn en activiteiten Hier ziet u de activiteiten per maand. Er is bewust gekozen voor een 'organisch proces'. Dat wil zeggen dat er, waar haalbaar en realistisch, is gekeken naar de wensen van met name de inwoners. Concrete voorbeelden zijn de digitale informatieavond per dorp die op suggestie van de dorpsraden in gang zijn gezet, de memo waarin de meest gestelde vragen beantwoord zijn en de wens van de inwoners om, zodra het mogelijk was i.v.m. Covid-19, fysiek bij elkaar te komen.

De input van de inwoners en de dorpsraden is, waar mogelijk en haalbaar, belangrijk geweest voor de activiteiten die georganiseerd zijn en daarmee het gehele proces.

12.

DE VERKENNING Dashboard Per maand is er bijgehouden wat de activiteiten waren en de respons per activiteit.

11.

DE VERKENNING Bijeenkomsten De volgende informatiebijeenkomsten zijn georganiseerd: Digitale informatiebijeenkomsten: Start van de verkenning Dinsdag 17 november 2020: grondeigenaren Donderdag 19 november 2020: inwoners Venray breed Maandag 30 november 2020: vertegenwoordigers dorpsraden (10 deelnemers) Maandag 14 december 2020: inwoners Oirlo Maandag 14 december 2020: inwoners Oostrum Dinsdag 15 december 2020: inwoners Geijsteren Dinsdag 15 december 2020: inwoners Wanssum Woensdag 16 december 2020: Inwoners Castenray en Klein Oirlo

Informatieavond gemeenteraad: Stand van zaken verkenning Donderdag 11 februari 2021: Raadsavond

Digitale informatiebijeenkomst: tussenresultaten analyse zoekgebieden en enquête Dinsdag 2 februari 2021: dorpsraad Meerlo (15 deelnemers) Maandag 15 februari 2021: inwoners Dinsdag 16 februari 2021: inwoners Maandag 22 februari 2021: inwoners Woensdag 21 april 2021: inwoners Tienray (35 deelnemers)

Fysieke informatiebijeenkomsten: resultaten verkenning Dinsdag 4 mei 2021: inwoners Oostrum Donderdag 6 mei 2021: inwoners Oirlo Vrijdag 7 mei 2021: inwoners Geijsteren Zaterdag 8 mei 2021: inwoners Castenray Zaterdag 8 mei 2021: inwoners Wanssum

De digitale bijeenkomsten waren voor 50 personen. De meeste keren hebben ook zoveel inwoners zich aangemeld en waren deze vol.

De fysieke bijeenkomsten waren voor 10-20 deelnemers. Per dorp waren er gemiddeld 10-15 deelnemers aanwezig.

14.

DE VERKENNING De enquête Om de mening van de inwoners en grondeigenaren te peilen is er een vragenlijst uitgezet. Het doel van de vragenlijst was om: in contact te komen met mensen die zorgen/vragen hadden; inwoners konden een telefoonnummer/e-mail achterlaten om gecontacteerd te worden in kaart te brengen wat het sentiment per dorp is omtrent een mogelijk windpark in kaart te brengen waar de vragen en zorgen over gaan aan inwoners vragen of zij behoefte hebben om mee te denken/praten over o.a. een windpark in de gemeente Venray.

De resultaten De resultaten van de enquête geven een indicatie en zijn geen representatief onderzoek. Uit de vragenlijst geeft het merendeel (69%) aan tegen een windmolenpark te zijn, een kleiner deel 'neutraal/nog geen mening' en een aanzienlijk kleiner deel is voor een lokaal windpark. De antwoorden verschillen per dorp. De resultaten dienen als doel om inzicht te krijgen in de mening, perceptie en zorgen/vragen van de inwoners en als één van de middelen om draagvlak te peilen (niet te creëren).

Hier kunt u de gehele rapportage downloaden;

http://bit.ly/EnqueteWindpark

15.

DE VERKENNING In de media In de lokale media is er regelmatig geschreven over de verkenning naar een mogelijk windpark in de gemeente Venray. Hieronder ziet u een greep uit de nieuwsartikelen.

16.

DE VERKENNING Organisatie De verkenning is uitgevoerd door Frank van Bussel (verkenner), Maria Cappon (communicatie) en Bram Ravestein (planoloog). Zij hebben gerapporteerd aan een stuurgroep bestaande uit Wethouder Jan Jenneskens, ambtelijke ondersteuning van de gemeente Venray en een vertegenwoordiger van Etriplus.

Aan het begin van de verkenning (februari 2020) zijn de dorpsraden van Geijsteren, Oostrum, Wanssum, Oirlo en Castenray benaderd met de vraag of er inwoners zijn die op de achtergrond willen meekijken in de verkenning. Deze groep actieve inwoners heeft als werkgroep gevraagd en ongevraagd advies gegeven.

Samenvattend bestond de organisatie tijdens de verkenning uit: Stuurgroep; de wethouder, drie ambtenaren van de gemeente Venray en één vertegenwoordiger van Etriplus Werkgroep; actieve inwoners uit de vijf dorpen Verkenningsteam; Frank van Bussel, Bram Ravestein en Maria Cappon

17.

ANNY VAN MEIJEL

'Ik was zeer sceptisch bij de eerste bijeenkomst' Wanssum

IK HEB zowel online als offline een bijkomst bijgewoond.

"Voldoet de gemeente, door te participeren met de gemeente Bergen en te aanlegging van de zonneparken, niet al aan de eisen? Waarom het woongenot en de natuur nog verder aantasten door windmolens?

Ook ik was overdonderd door berichtgeving in de media en zeer sceptisch bij de eerste online bijeenkomst. Gaandeweg kreeg ik er meer vertrouwen in dat het werkelijk een onderzoekende fase was en de burgers betrokken zijn vanaf het begin."

18.

3.1 INWONERS Wat vinden inwoners? Uit de enquête is gebleken dat het merendeel van de inwoners die de vragenlijst heeft ingevuld, tegen de komst van een lokaal windpark is (69%). Het sentiment per dorp is hierin divers. Een kleiner deel wil eerst nog meer informatie of is c.q. neutraal en een kleiner deel is echt voorstander. Dit sentiment komt overeen met het sentiment in zowel de digitale informatieavonden als in de fysieke bijeenkomsten.

De meeste inwoners staan zeker positief tegen over verduurzaming in hun gemeente en hebben kenbaar gemaakt mee te willen denken en werken aan een duurzame toekomst. Echter willen vele inwoners eerst; alternatieve bronnen hebben onderzocht zien op het gebied van lokale opwek weten wat de exacte gevolgen zijn van een lokaal windpark, ook en juist op het gebied van gezondheid weten wat de gevolgen zijn van laagfrequent geluid zien dat eerst de zon als energiebron lokaal optimaal wordt ingezet.

Zorgen en vragen Als het gaat over een lokaal windpark zijn er vele vragen en zorgen. De meeste inwoners geven aan, in zowel de vragenlijst, als per mail, telefoon en in de bijeenkomsten, vragen en zorgen te hebben over; Gezondheid; De afstand; Slagschaduw; Impact op de natuur; Landschapsvervuiling; Geluidsoverlast; Waardedaling van de woningen; Laagfrequent geluid.

Samenwerking met andere gemeentes Ook zijn er vele vragen over een mogelijke samenwerking met randgemeentes om toch de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid te behalen. Dit zijn zaken die verder onderzocht dienen te worden.

19.

INWONERS Grondeigenaren Op verschillende momenten is gesproken met grondeigenaren. Zo ook met het bestuur van Stichting Landgoed Geijsteren. De stichting is eigenaar van diverse gronden in zoekgebied 1. Haar medewerking is cruciaal om een windpark te realiseren. Tijdens een gesprek met het bestuur van de stichting bleek zij niet bereid te zijn om mee te werken aan een mogelijk windpark. De mening van andere grondeigenaren is wisselend.

Kritiek De meeste kritiekpunten die genoemd zijn van diverse inwoners omtrent het proces en communicatie zijn: het niet bereiken van iedereen te positieve communicatie onbeantwoorde vragen het gevoel te hebben dat de gemeente en de projectgroep van de verkenning, het windpark er door wil duwen het gevoel hebben dat er niet naar hen geluisterd wordt.

Kanttekening bij de laatste alinea is, dat inwoners die voor zijn, aangeven dat de communicatie te negatief is.

Samenvattend Windenergie en een verkenning naar een mogelijk windpark levert vele vragen, zorgen en ook soms, heftige, discussies op. Vragen als; "Waarom wil de gemeente dit? Waarom willen we 'die lelijke dingen in onze mooie omgeving'? Waarom niet eerst de alternatieven goed onderzoeken? Wordt er wel echt naar de inwoners geluisterd?" zijn vaak genoemd.

Het blijkt dan ook dat het merendeel van de inwoners uit de gemeente Venray die de vragenlijst heeft ingevuld, tegen de komst van een lokaal windpark is en een verkenning vele zorgen met zich meebrengt. Het sentiment verschilt per dorp. Daarnaast zijn met name de jongeren minder in dialoog geweest rondom dit onderwerp.

De mening van grondeigenaren over een mogelijk windpark is wisselend. Stichting Landgoed Geijsteren heeft besloten geen medewerking te verlenen aan de realisatie van een windpark.

20.

3.2 LOCATIES Zoekgebieden Het zoekgebied voor een mogelijk windpark in de gemeente Venray is beperkt. Door de aanwezigheid van de militaire vliegbasis De Peel, het stroomgebied van de Maas en natuurgebieden is er slechts een smalle strook ten oosten van de A73 waar enkele locaties beschikbaar zijn voor een windpark. Deze strook begint ten zuiden van Geijsteren en reikt tot Oirlo en Castenray.

Vliegbasis De peel Ten aanzien van vliegbasis De Peel zijn er twee belemmeringen, te weten de 300 en 500 voet normhoogtes voor gebieden dicht bij vliegvelden en de militaire verkeersleidingsradarsystemen. In onderstaande afbeelding zijn de normhoogtes van 300 voet (91 meter, rood) en 500 voet (152 meter, paars) aangegeven. De 300 voet normhoogtes liggen rond de militaire vliegvelden, ook wel de Inner Horizontal Conical Surface (IHCS) genoemd, aangevuld met de funnels die in het verlengde liggen van de start- en landingsbanen. Binnen deze IHCS en funnel gebieden rond vliegvelden gelden vaak ook maximale bouwhoogtes. Maar deze bouwbeperkingen zijn op basis van andere regels. In de praktijk zullen de radarhindereisen vaak de beperkende factor zijn en zullen de windturbines lager moeten zijn dan de op die locatie geldende bouwhoogtebeperkingen.

De 500 voet gebieden komen overeen met de Controlled Traffic Region (CTR) zones rond de verschillende militaire vliegvelden in Nederland. Dit zijn de gebieden waarbinnen de vliegtuigen manoeuvres uitvoeren na de start of vlak voor de landing. Concreet betekent de aanwezigheid van vliegbasis De Peel dat een groot deel van het grondgebied van Venray niet geschikt is voor een windpark omdat windturbines niet hoger mogen zijn dan 300 of 500 voet. Windturbines met een tiphoogte van 150 meter (500 voet) leveren te weinig stroom en komen daardoor vaak niet in aanmerking voor een SDE-subsidie. Deze subsidie is noodzakelijk om een windpark financieel haalbaar te maken. Bovendien kunnen windturbines die lager zijn dan 150 meter nog altijd onaanvaardbare effecten hebben op de militaire verkeersleidingsradarsystemen. Dit dient altijd onderzocht te worden door TNO op basis van de exacte locaties van de windturbines.

21.

LOCATIES Naast normhoogtes van vliegvelden is ook de radar van belang. De militaire verkeersleidingsradarsystemen, die ook gebruikt worden voor de civiele luchtvaart, bevinden zich in De Kooy (Den Helder), Leeuwarden, Soesterberg, Twente, Woensdrecht en Volkel. Deze worden momenteel aangevuld met de civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) op Schiphol en vanaf 2021 met een extra radar in Wemeldinge. De radarsystemen zijn opgesteld voor de nationale veiligheid en controleert ons luchtruim. Ook hier geldt dat men zeker wil weten dat windturbines geen negatieven effecten hebben op de radarsystemen en dat dit onderzocht moet worden door TNO. De norm voor de radarsystemen is dat er altijd een minimale radar detectiekans moet zijn van 90% (1000 voet normhoogte). Wanneer de opstelling van de windturbines ervoor zorgt dat er minder dan 90% detectiekans is, zullen maatregelen genomen moeten worden.

IHCS 300 voet normhoogte = rood Normhoogtes luchtvaart = paars CTR 500 voet normhoogte = blauw

22.

ZOEKGEBIEDEN

4 Locaties in beeld

4 locaties in beeld Zie meer op Windparkvenray.nl/locaties

24.

LOCATIES Eerste analyse zoekgebieden Op basis van bovenstaande belemmeringen en een afstand van 350 meter tot woningen is een eerste verkenning uitgevoerd. In deze verkenning bleken er vier gebieden te zijn die mogelijk geschikt zijn voor een windpark. In figuur 2 zijn de zoekgebieden zichtbaar met nummering. In figuur 3 zijn de zoekgebieden aangegeven en de 300 en 500 voet gebieden van vliegbasis De Peel.

Figuur 2

Figuur 3

25.

LOCATIES Tweede analyse zoekgebieden Op basis van de inbreng van inwoners en andere beleidsmatige en milieutechnische belemmeringen is een tweede analyse uitgevoerd naar mogelijke zoekgebieden. In meer detail is gekeken naar gebieden waar geen windturbines mogelijk zijn. Met het uitsluiten van dergelijke gebieden komt een kaart naar voren met gebieden waar geen beperkende aspecten gelden en waar dus ruimte is voor een mogelijk windpark. Sommigen van deze beperkingen zijn niet volledig hard. Daarom is gewerkt met richtafstanden die aangeven buiten welke afstanden er geen effecten meer te verwachten zijn. Met maatwerk kan er altijd gekeken worden of meer of minder afstand benodigd is. Dit is ook afhankelijk van de omvang van de windturbines en hun vermogen.

Er is rekening gehouden met de volgende aspecten en de beoogde afstand: IHCS en CTR zone van vliegveld de Peel (300 en 500 voet), hier worden windturbines niet haalbaar geacht 450 meter afstand tot gevoelige bestemmingen (woningen, onderwijs- en zorglocaties) 1.000 meter afstand tot de bebouwde kom 200 meter afstand tot elektrische hoogspanningsinfrastructuur 200 meter afstand tot buisleidingen (grote aardgasleidingen) Uitsluitingsgebied opgenomen in de POL2014 Natuur Natura 2000-gebieden Goudgroene en zilvergroene natuurzone Bronsgroene landschapszone Deze analyse heeft geleid tot de onderstaande kaarten waar de belemmeringen zichtbaar zijn ten opzichte van de eerste verkenning.

26.

LOCATIES Zoekgebied 1 Zoekgebied 1 ligt tussen Oostrum en Geijsteren. Gelegen voornamelijk naast de golfbaan aan de Zomp en ten noorden van de Wanssumseweg. Het is een agrarisch gebied met in het midden agrarische bedrijven. Uit de nadere analyses blijkt dat in zoekgebied 1 drie tot vier windturbines geplaatst zouden kunnen worden.

Zoekgebied 2 Zoekgebied 2 ligt direct ten zuiden van zoekgebied 1. Aan de randen van het zoekgebied ligt een visvijver, een zandwinningsgebied en het recreatiegebied de Witte Vennen. In dit zoekgebied zouden twee windturbines geplaatst kunnen worden. Echter, windturbines in dit zoekgebied conflicteren met het type natuur dat momenteel wordt voorgesteld bij de ontwikkeling van het natuurgebied aangrenzend aan de visvijver. De ontwikkeling van dit natuurgebied is nog niet planologisch vastgelegd. Beide zoekgebieden zijn in detail aangegeven in onderstaande kaart.

Figuur 4

27.

LOCATIES Zoekgebied 3 Zoekgebied 3 ligt aan de Oirloseheide. Het spoor doorkruist het zoekgebied. Net ten zuiden van het zoekgebied ligt een zandwinningsplas. In dit zoekgebied zouden maximaal twee windturbines geplaatst kunnen worden. Aangezien de minimale grote van een windpark drie windturbines is, valt dit zoekgebied af.

Figuur 5

Zoekgebied 4 Zoekgebied 4 ligt tussen Meerlo en Wanssum. In het gebied zijn agrarische percelen en bospercelen terug te vinden. Zoekgebied 4 ligt minder dan 1 kilometer verwijderd van de rand van de bebouwde kom van Wanssum en er is maar ruimte voor twee windturbines. Dit zoekgebied valt af.

Figuur 6

28.

LOCATIES Windpark op bedrijventerreinen (Smakterheide en De Blakt) Door inwoners werd de vraag gesteld of de windturbines ook bij bedrijventerreinen geplaatst kunnen worden. Het is inderdaad een logische keuze om turbines te combineren met dergelijke bestaande stedelijke ontwikkeling. In de gemeente zijn drie bedrijventerreinen, te weten Smakterheide (Venray), De Blakt (Oostrum) en de haven van Wanssum. Al deze bedrijventerreinen vallen af omdat er een beperking voor windturbines op deze plekken rust. Het gaat om de volgende beperkingen: De Blakt: De 500 voet normhoogtebeperking geldt op deze locatie (objecten mogen niet hoger gebouwd worden dan 500 voet). Hierdoor is er onvoldoende hoogte voor windturbines en daarom niet financieel haalbaar. Smakterheide: Bij dit bedrijventerrein geldt dezelfde normhoogtebeperking als bij de Blakt. Het meest noordelijke deel van het bedrijventerrein valt zelfs onder de 300 voet normhoogte. De haven van Wanssum: De provincie Limburg heeft uitsluitingsgebieden voor windenergie. De volledige haven ligt in dit gebied. Daarom zijn hier geen windturbines mogelijk.

Conclusie Ten aanzien van geschikte locaties concluderen we dat in zoekgebied 1 drie tot vier windturbines geplaatst kunnen worden. Uitbreiding is mogelijk door in het aangrenzende zoekgebied 2, twee winturbines te plaatsen. Hierdoor ontstaat een lijnopstelling van in totaal zes windturbines. Deze mogelijkheid is afhankelijk van het type natuur dat in zoekgebied 2 gaat worden gerealiseerd. De zoekgebieden 3 en 4 vallen af omdat daar maximaal twee windturbines geplaatst kunnen worden.

29.

3.3 HAALBAARHEID Gezondheid Tijdens de verkenning is een eerste analyse gemaakt van de haalbaarheid van een windpark. Daarbij is op hoofdlijnen gekeken naar de impact van een windpark op de gezondheid van mensen en de leefomgeving. Diepgaande analyses van de daadwerkelijke impact kunnen pas gemaakt worden wanneer de exacte locatie van een windpark bekend is. Op dat moment worden diverse studies gedaan, zoals een milieueffectrapportage. Tijdens bijeenkomsten hebben veel mensen aangegeven zich zorgen te maken over de mogelijke impact. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste elementen beschreven die de haalbaarheid bepalen.

Er is veel discussie over het aantonen van gezondheidsklachten als gevolg van windturbinegeluid die voldoet aan de wettelijke normen voor geluidsniveaus (47 dB overdag en 41 dB s nachts). Dat neemt niet weg dat het simpele feit dat iemand zich zorgen maakt, via stressprocessen (slecht slapen, hoge bloeddruk) een negatieve invloed op het welbevinden en de gezondheid kan hebben.

Geluid Windmolens maken geluid. Sommigen mensen vinden dat ze veel geluid maken, anderen vinden dat het wel meevalt. Maar het geluid wordt al bij lagere niveaus, meer dan bij verkeers- en industriegeluid, snel als zeer hinderlijk ervaren. Het meeste geluid maken de draaiende rotorbladen. Dit geluid is niet constant, het varieert als een rotorblad de mast passeert. Meer nog dan het geluidsniveau, is het vooral deze variatie (het zoeven) die als hinderlijk wordt ervaren. Ook de bewegende delen in de gondel maken geluid. Bij moderne turbines is dit geluid echter zo gering dat het in de ervaren hinder geen rol meer speelt.

Het Activiteitenbesluit milieubeheer stelt regels voor de maximale geluidbelasting van woningen en andere verblijfsruimtes. De geluidsbelasting mag niet hoger zijn dan 47 dB. Aanvullend geldt dat het geluidsniveau ’s-nachts niet hoger mag zijn dan 41 dB. Dit geluidsniveau is vergelijkbaar met het geluid van bijvoorbeeld een kantoorruimte of een koelkast. Het geluid verspreid zich in de omgeving, waarbij het geluidsniveau wordt beïnvloed door de positie van de windturbine, de bodem, de weerkaatsing van geluid en de windrichting.

30.

HAALBAARHEID Laagfrequent geluid Het aantal meldingen en klachten over het horen van een bromtoon is de afgelopen jaren toegenomen. Sommige mensen ervaren zeer veel hinder. Het meten van laagfrequent geluid is moeilijk en het lukt niet altijd om de bron van het geluid te vinden. Als er wel een bron gevonden wordt, is er ook niet altijd een oplossing voor. Het is mogelijk dat (ook) andere factoren een rol spelen bij het ontstaan van de klachten. Bepaalde medische aandoeningen, zoals tinnitus, kunnen dezelfde klachten veroorzaken. Er is nog veel onbekend over de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij blootstelling aan laagfrequent geluid. Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan laagfrequent geluid. Het aantal bronnen dat laagfrequent geluid produceert (zoals mechanische ventilatie, warmtepompen, koelsystemen en verkeer) lijkt toe te nemen. Het is mogelijk dat ook het aantal gehinderden en meldingen hierdoor zal stijgen. Met geluidwerende maatregelen is het makkelijker om hoge tonen te dempen, waardoor het resterende laagfrequent geluid meer kan opvallen.

31.

HAALBAARHEID RIVM In een recente literatuurstudie concludeert het RIVM dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat laagfrequent geluid van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan “gewoon” geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van het RIVM in een vergelijkbare studie uit 2017.

De literatuur liet duidelijk zien dat omwonenden minder hinder hebben van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Door mee te kunnen denken over de plaatsing en de balans tussen kosten en baten, ervaren omwonenden minder hinder. Het is daarom belangrijk zorgen van omwonenden serieus te nemen en hen te betrekken bij het planningsproces en de plaatsing van windturbines.

De langdurige ergernis over de hinder van windturbines en het gevoel dat de kwaliteit van de leefomgeving is verminderd of zal verminderen kunnen volgens het rapport negatieve gevolgen hebben voor het welzijn en de gezondheid. Dit is volgens het RIVM-rapport echter niet uniek voor windturbines, maar geldt ook voor andere stressoren.

32.

HAALBAARHEID WHO-richtlijnen geluid De World Health Organization (WHO) heeft in 2018 richtlijnen voor geluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windturbinegeluid maar ook voor andere geluidsbronnen. Deze richtlijnen zijn niet bindend maar betreffen een advies. De WHO geeft in het rapport een zogenaamd geconditioneerd advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te beperken tot 45 dB Lden. Dit geconditioneerd advies is gebaseerd op een aantal studies die erop wijzen dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is bij een blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB Lden of hoger. De WHO geeft een zogeheten voorwaardelijke aanbevelingen omdat het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid, hinder en gezondheid volgens de WHO van lage kwaliteit is.

Uit het rapport van de WHO komt ook naar voren dat er geen statistische significante relatie is gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting t.o.v. windturbines, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windturbinegeluid. Concreet betekent dit dat iemand die zich elke dag ergert aan het verlies aan uitzicht door een windpark, of gebrek aan vertrouwen heeft in instanties, zich ook meer gaat storen aan het geluid.

33.

HAALBAARHEID Slagschaduw Hoge molens vangen veel wind. Maar ze geven ook lange schaduwen. De frequentie en duur van de slagschaduw worden beïnvloed door de seizoenen en de stand van de zon. De schaduwlengte is relatief het langst in de winter gedurende de ochtend en avond. Omdat slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren, geldt hiervoor een wettelijke norm van 5 uur en 40 minuten per jaar. Deze norm geldt voor gevoelige gebouwen (bijvoorbeeld woningen of scholen) binnen een straal van 12 maal de rotordiameter van de windturbine. Als deze norm overschreden wordt, dan moet de turbine automatisch worden stilgezet. Daardoor levert de turbine uiteraard minder op, maar veel is dat niet. In de praktijk gaat het meestal maar over een paar keer per jaar.

Bij windmolens met een hogere tiphoogte dan 150 meter is het verplicht obstakelverlichting te plaatsen, zodat vliegtuigen ze beter kunnen zien. Dit kan knipperende of continu brandende verlichting zijn. Obstakelverlichting kan voor omwonenden hinderlijk zijn. Er zijn experimenten om deze hinder weg te nemen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van grondradar of simpeler het afschermen van de verlichting.

34.

HAALBAARHEID Ecologie In Nederland zijn natuurwaarden beschermd door middel van beschermde natuurgebieden en beschermde soorten. De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000gebieden en van in het wild voorkomende planten en dieren. Daarnaast kent Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit zijn natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Deze worden op provinciaal niveau planologisch beschermd.

In de provincie Limburg is de bescherming van NNN-gebieden opgedeeld in de Goudgroene natuurzone, de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone. De Goudgroene natuurzone overlapt deels met Natura 2000 en is het zwaarst beschermd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn hierbinnen in principe niet mogelijk (nee-tenzij principe). De Zilvergroene natuurzone heeft een functie als verbindingszone tussen Goudgroene natuurzones en Natura 2000-gebieden. In deze zone is ontwikkeling wel mogelijk, mits wordt onderzocht of kernkwaliteiten worden aangetast en hoe dit eventueel wordt gecompenseerd. In de Bronsgroene landschapszone zijn alleen landschappelijke waarden beschermd.

35.

HAALBAARHEID De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn gebieden die op Europees niveau zijn aangewezen als beschermde natuur. Er kunnen directe en indirecte effecten optreden. Directe effecten treden op door ruimtebeslag binnen een Natura 2000-gebied waardoor natuurwaarden verdwijnen. Indirecte effecten kunnen optreden door stikstofdepositie. Een te hoge toename van stikstof kan leiden tot aantasting van natuurwaarden die daar gevoelig voor zijn. In de Wnb zijn soorten beschermd uit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en ‘andere soorten’ (o.a. zoogdieren, amfibieën, reptielen) die niet vallen onder de Habitatrichtlijn. In de wet is bepaald dat beschermde dieren niet opzettelijk gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet opzettelijk geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan de leefomgeving van soorten te verstoren.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden. Het doel van de NNN is de achteruitgang in biodiversiteit tegen te gaan. De provincie is verantwoordelijk voor het NNN op land. Het beleid van de provincie Limburg ten aanzien van het NNN kent geen externe werking. Dat wil zeggen dat er niet wordt getoetst aan indirecte effecten. Alleen directe effecten door ruimtebeslag in een NNN-gebied worden getoetst.

Veiligheid Voor de locatiekeuze van windturbines is het belangrijk de (externe) veiligheidsrisico’s in de omgeving in kaart te brengen en de risico’s te beoordelen. Het Handboek Risicozonering Windturbines (HRW) geeft rekenregels voor de (externe) veiligheidsrisico’s van windturbines. De rekenregels geven aan hoe de kans moet worden berekend dat er een (stuk van een) blad van de windturbine afvalt, een gondel valt of een mast breekt, en tot op welke afstand dit invloed kan hebben op de veiligheid. Er gelden minimale afstanden tot windturbines voor verschillende gebouwen en objecten om de risico’s te beperken. Ligt een gebouw of object buiten deze afstand, dan is er voor de plaatsing van windturbines in principe geen belemmering vanuit het oogpunt van veiligheid. Ligt het binnen deze afstand dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden.

36.

HAALBAARHEID Elektriciteitsnetwerk Regelmatig is de vraag gesteld waarom de gemeente een verkenning naar een mogelijk windpark uitvoert omdat op dit moment het elektriciteitsnetwerk geen nieuwe aansluitingen aankan. Echter, Tennet en Enexis gaan de komende jaren het elektriciteitsnetwerk flink uitbreiden. Omdat de ontwikkeling van een windpark minimaal vier jaren duurt is de verwachting dat aansluiting op termijn mogelijk is. Bovendien willen Tennet en Enexis nu weten waar grootschalige opwek mogelijk gaat plaatsvinden, zodat zij het net daar op kunnen aanpassen.

Conclusie Zoals eerder aangegeven hebben tijdens de verkenning inwoners aangegeven zich zorgen te maken over de impact van een windpark. Dat een windpark impact heeft op de mens en de leefomgeving van dieren en planten, staat vast. Daarom zijn er wettelijke kaders waaraan voldaan moet worden. Daarbovenop kunnen er maatregelen genomen worden om de hinder nog verder te beperken als wettelijk toegestaan.

37.

ILJA HELDENS WANSSUM

Wat is mijn mening? "Ik ben vanaf het begin dat er gecommuniceerd werd over een verkenning naar een eventuele komst van een windmolen park in de gemeente Venray de informatie gaan volgen via de digitale bijeenkomsten, informatie die gedeeld werd door de diverse opgerichte werkgroepen uit de regio, landelijke en regionale informatie via nieuwsbladen en als laatste toch de lijfelijke bijeenkomst in

Hoe kunnen we beginnen?

de dorpen.

"Door samen naar oplossingen te

Vanaf het begin heb ik me open opgesteld en ben ik

zoeken die goed zijn voor mens,

informatie gaan vergaren over het onderwerp en de

dier, omgeving en het

locaties.

milieu/klimaat. We moeten gaan kijken wat er haalbaar is voor de

Eén ding werd me duidelijk en ook noodzakelijk op de één

gemeente zowel zelf, als in

of andere manier MOET iedereen aan het klimaat dilemma

samenwerking met andere

meewerken en moeten we tot een oplossing komen. Daarom

projecten en gemeentes, met

is het ook goed dat de gemeente een vooropgesteld

windmolens maar misschien wel

verkenning traject inzet waar alles en iedereen zijn

met andere ideeën."

voor/tegen mening over mag geven."

"Op de één of andere manier MOET iedereen aan het klimaat dilemma meewerken."

38.

3.4 OPBRENGSTEN Eigenaarschap, opbrengsten en compensatie Een windturbine levert duurzame elektriciteit en daarmee geld op. In KODE Venray heeft de gemeente duidelijk aangegeven dat minimaal 50% en bij voorkeur 100% van het eigendom van een mogelijk windpark in handen zou moeten komen van de Venrayse gemeenschap. Daarom ligt het voor de hand windparken niet te laten exploiteren door commerciële partijen.

39.

OPBRENGSTEN De volgende scenario's zijn denkbaar: 1.Energiecoöperatie In dit scenario zijn de windturbines eigendom van een coöperatieve vereniging, waarin de besluitvorming loopt volgens de regels van het verenigingsrecht. De vereniging legt in de statuten vast wie er lid kan worden; alleen omwonenden, ook bedrijven, de gemeente… het kan allemaal. De leden van de coöperatie kiezen het bestuur en bepalen het beleid. Voor het uitvoerende werk kan de coöperatie zelf mensen in dienst nemen of inhuren bij marktpartijen. Leudal Energie en Windpark Egchelse Heide (Peel en Maas) zijn voorbeelden van energiecoöperaties die zelf een windpark hebben of aan het ontwikkelen zijn.

2. Gemeente In het verleden had bijna elke gemeente een eigen energiebedrijf. De gemeente is dan volledig eigenaar en regievoerder; de gemeenteraad is de baas en beslist over de besteding van de opbrengsten. Het Energielandgoed Wells Meer is een voorbeeld waarbij de gemeente Bergen zelf het initiatief heeft genomen.

3. Publiek-private-samenwerking In dit scenario werkt de gemeente samen met andere (publieke, semi-publieke of commerciële) partijen. In het samenwerkingscontract worden afspraken gemaakt over de zeggenschap en de verdeling van de lasten en lusten. Etriplus is een voorbeeld van zo’n soort constructie.

40.

OPBRENGSTEN Alle drie de scenario’s bieden ruimte voor zeggenschap door omwonenden. Dat betreft niet alleen de opbrengsten, maar ook de keuze van het type molen (vormgeving, geluidsproductie) en de regie in de bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld over stilstandsmomenten vanwege geluid, schaduw of gevaar voor vogels. Scenario 1 geeft de meeste directe zeggenschap aan omwonenden. Daar staat tegenover dat de leden van een coöperatie gezamenlijk de investeringen moeten opbrengen en verantwoordelijkheid dragen voor het functioneren van de coöperatie. In het tweede scenario worden de afspraken hierover vastgelegd in het gemeentelijk beleid en ziet de gemeenteraad toe op correcte uitvoering. In het derde scenario werkt het ongeveer net zo, met dat verschil dat de gemeenteraad het niet alleen voor het zeggen heeft. De andere partijen beslissen mee.

Financiële opbrengsten De opbrengsten van een windpark kunnen globaal verdeeld worden in drie porties: 1. Winst voor de eigenaar. Via de uitgifte van aandelen kunnen omwonenden – of anderen – in staat worden gesteld mede-eigenaar te worden en zo te delen in de winst. Bij een coöperatie is elk lid vanzelf mede-eigenaar. 2. Compensatie aan omwonenden voor hinder/ waardevermindering; 3. Bestedingen aan algemeen nuttige zaken in de omgeving.

In de verkenning hebben we met name gekeken naar de mogelijkheden van een windpark in de gemeente Venray. Wat een windpark financieel opbrengt is van veel factoren afhankelijk, zoals de locatie, het aantal windturbines, jaarlijkse opbrengst in MW, aanschafprijs windturbines, aansluitkosten op het elektriciteitsnet, compensatie omwonenden, kosten financiering, etc. Omdat we nog geen duidelijk beeld hebben van deze factoren is het op dit moment nog te vroeg om een businesscase op te stellen. Om een inzicht te geven in de mogelijke financiële opbrengsten hebben we gekeken naar vergelijkbare initiatieven zoals Windpark De Kookepan.

41.

OPBRENGSTEN Windpark De Kookepan In 2017 is de lokale energiecoöperatie Leudal Energie gestart met de ontwikkeling van een lokaal windpark. Op 26 september 2017 heeft de gemeenteraad van Leudal ingestemd met het zogenaamde principeverzoek voor medewerking aan de ontwikkeling van het Windpark De Kookepan. Vervolgens zijn in 2018 de vergunningsaanvraag en de SDE subsidie aangevraagd.

Het windpark De Kookepan bestaat uit 3 windturbines met Een maximaal vermogen van tussen de 3 en 4,5 Megawatt (MW) Ashoogte van maximaal 132 meter Rotordiameter (2x de wieklengte) van tussen de 130 en 142 meter Tiphoogte (=ashoogte + wiekhoogte) van circa 200 meter

Het windpark zullen in totaal zo’n 28 miljoen kWh groene stroom opwekken, genoeg voor circa 8.000 huishoudens, of 60% van alle huishoudens in de gemeente Leudal.

De uitstoot van CO2 (kooldioxide), die het broeikaseffect veroorzaakt, vermindert jaarlijks met ruim 14 miljoen kg. In tegenstelling tot elektriciteitscentrales hebben windturbines geen verzuring van het milieu tot gevolg, noch uitstoot van SOx, fijnstof en andere milieubelastende stoffen.

42.

OPBRENGSTEN Profijtplan Het zogenaamde profijtplan van het windpark ziet er als volgt uit:

Financiering

€ 12.000.000 Financiering via leningen lokale leden circa € 2.000.000 Financiering obligaties circa € 1.000.000 Financiering via bank circa € 9.000.000 Indicatie totale kosten bouw circa

Revenuen lokaal Ledenlening 5% rente (na jaarlijks besluit ALV) = Revenuen grondeigenaren

€ 100.000 per jaar.

€ 67.000 tot € 100.000 per jaar. Het uitgangspunt vormt de ECN-

norm, die ieder jaar landelijk wordt vastgesteld. Omwonenden ontvangen een extra investeringsimpuls van

€ 6.000 in geluidsreductie/ isolatie

indien gewenst bij woningen tot circa 750 meter afstand. Revenuen omwonenden in leefbaarheidsfonds is

€ 12.500 per jaar out of pocket plus € 12.500

in eigen werkzaamheden/ begeleiding projecten. In totaal betekent dit dat meer dan 200% van de NWEA-norm (circa

€ 10.000) wordt besteed aan de omwonenden. Overigens kan

incidenteel, bij een groot project, afgeweken worden van deze norm (besluit door de coöperatie). Het nettoresultaat (de winst) wordt begroot op ongeveer

€ 200.000 per jaar bij een

conservatieve schatting. Vanuit het windpark kan lokaal worden geïnvesteerd in andere coöperatieve projecten, waarvan sommige financieel onrendabel zijn. Momenteel biedt Leudal Energie aan: Energiecoach, ontwikkeling zonneweide, energieneutraal gemeentehuis, LEDdal, Zon op School. Daarnaast kan bij coöperatieve, lokale en winstgevende opwekking ook een bijdrage/ egalisatie toegepast worden bij de energieverkoop via de Duurzame Energie-Unie.

Een concrete businesscase zou voor de gemeente Venray berekend kunnen worden zodra er een haalbare locatie zou zijn. Dit is namelijk afhankelijk van de locatie, het aantal windmolens e.d.

43.

OPBRENGSTEN Compensatie Of, waar en hoe de windmolens ook geplaatst gaan worden, in alle gevallen zijn er mensen in de omgeving die er hinder of nadeel van zullen hebben. Dat is niet te voorkomen. Dan komt het erop aan deze hinder of nadeel eerlijk te compenseren dat betrokkenen de plaatsing van de windmolens toch kunnen aanvaarden. Dat kan op allerlei manieren, individueel en gebiedsgericht.

44.

OPBRENGSTEN Planschade In de omgeving van windmolens kan de marktwaarde van vastgoed afnemen. Vastgoedeigenaren hebben dan recht op compensatie van ‘planschade’. De eventuele waardedaling kan bij verkoop worden vastgesteld door onafhankelijke taxateurs. Compenseren van de waardedaling zonder dat er sprake is van verkoop wordt meestal niet gedaan, omdat in de praktijk is gebleken dat de waarde van het vastgoed ook (na enkele jaren) kan herstellen. Pandeigenaren zijn verplicht bij voorgenomen verkoop windmolenplannen te melden, ook al zijn de plannen nog niet zeker. Ook is van belang dat bij planschade minimaal 2% voor eigen risico van de woningeigenaar is. Dit staat in de wet.

Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het effect van de nabijheid van windturbines op woningwaarde toeneemt. In een eerder onderzoek werd er een woningwaardedaling van 1.42.3% gevonden binnen 2km van een windturbine. Dit op basis van gegevens over woningtransacties tot en met 2011. In een actualisatie van dit onderzoek kwam naar voren dat tussen 1985-2019 het effect gemiddeld −2% bedraagt. Het effect na 2011 is iets hoger, te weten gemiddeld −3%. De effecten lijken te reiken tot een afstand van 2,5 kilometer. In het onderzoek is ook expliciet aandacht besteed aan de verschillen in de effecten voor hoge en lage turbines.

Voor een turbine met tiphoogte boven de 150 meter is het effect gemiddeld −5%. Het effect van hoogte op afstand blijft echter wat onnauwkeurig. Duidelijk is wel dat een kleine turbine van onder de 50m veel minder impact heeft in een kleiner invloedsgebied dan grotere turbines. De bevinding in deze studie dat de hoogte een belangrijke factor is in de woningwaardedaling als gevolg van de plaatsing van windturbines impliceert dat woningwaardedaling kan worden beperkt door kleinere turbines te bouwen. Een alternatief is om de omgevingseffecten (geluid, slagschaduw, zicht) van grote turbines te beperken. Met betrekking tot zicht zou horizonvervuiling beperkt kunnen worden door bijvoorbeeld het strategisch gebruik van het landschap (bomen), of een andere kleur van de turbine (transparant, schutkleur). Echter, ten aanzien van kleur spelen ook andere belangen, zoals het verminderen van vogelsterfte.

45.

OPBRENGSTEN Vergoeding bij hinder Aan omwonenden (particulieren en bedrijven) die hinder ondervinden van een of meer windmolens kan ter compensatie een vergoeding worden aangeboden. De hinder kan zijn (slag)schaduw, geluid, of verstoord uitzicht. De hoogte van die vergoeding kan afhangen van de aard en de ernst van de hinder, die in belangrijke mate bepaald worden door de afstand tot de molen.

Omgevingsfonds Een omgevingsfonds is bedoeld om door de bewoners gewenste voorzieningen of andere door hen nuttig geachte zaken te betalen. Bij de besteding krijgen de bewoners een belangrijke stem. Hoe e.e.a. vorm kan krijgen hangt er mede vanaf of er een goed functionerende bewonersorganisatie is (of kan komen).

Investeren in het gebied Aanvullend op individuele compensatie en vergoeding kunnen bezwaren ook afnemen door te investeren in kwaliteitsverbetering van het gebied als geheel. Te denken valt aan verfraaiing van het landschap, versterking van de natuur, recreatieve voorzieningen en fiets- en wandelpaden. Soms kan met dergelijke ingrepen mogelijk ook de hinder worden verminderd, bijvoorbeeld door bos te planten in de zichtlijnen op de turbines. Extra beplanting heeft ook een gunstige invloed op het geluidsniveau.

46.

34-JARIGE INWONER UIT DE GEMEENTE VENRAY

AAN DIVERSE bijeenkomsten heb ik deelgenomen.

Wat is mijn mening? "Ieder van ons ziet de wereld om zich heen veranderen. We kunnen ter discussie stellen of dit een positieve of negatieve verandering betreft. De bevolking groeit en daarmee ook de energiebehoefte. Mijns inziens kan eenieder bijdragen aan een gezonde leefomgeving door zijn/haar (burger)plicht te vervullen door qua energie zo groen mogelijk te leven. Het is een plicht van de gemeente om ons, de burger, hierin te stimuleren. Daarnaast mag de gemeente kijken of haar energietransitie bereikt kan worden op regionaal of zelfs landelijk niveau. Een lokaal windmolenpark behoort in deze dichtbevolkte gemeente met beperkte beschikbare ruimte mijns inziens niet tot de mogelijkheden."

Waar kunnen we beginnen? "In een industriegebied wordt de meeste energie verbruikt. Mij lijkt het zeer zinvol de grootverbruikers zelf haar energie te laten opwekken. Dit kan op verschillende manieren. We kunnen dit helaas enkel als gemeente Venray de bedrijven niet opleggen. Denk hierbij aan verplichting bij vestigen van het energieneutraal bedrijven van de onderneming. Dit zou breder gedragen mogen worden (provinciaal/landelijk/Europees) zodat een projectontwikkelaar en potentiële huurder niet bij een buurgemeente gaat shoppen voor een goedkopere oplossing."

47.

4. CONCLUSIES De opdracht van de gemeenteraad was om te onderzoeken of een windpark in Venray haalbaar is. Hierbij is gekeken naar mogelijke locaties, de haalbaarheid, wat inwoners, omwonenden en landeigenaren vinden en wat de opbrengsten zijn. We concluderen het volgende:

Locaties Door de aanwezigheid van de militaire vliegbasis De Peel en de rivier de Maas is er slechts een smalle strook ten oosten van de A73, waar enkele locaties zijn voor een windpark met windturbines die hoger zijn dan 150 meter (tiphoogte). Deze strook begint ten zuiden van Geijsteren en reikt tot Oirlo en Castenray. Op basis van bovenstaande belemmeringen en een afstand van 350 meter tot woningen is een eerste verkenning uitgevoerd. Uit deze verkenning bleken er vier zoekgebieden te zijn voor een windpark met minimaal 3 windturbines. Daarna is op basis van de inbreng van bewoners en op basis van andere beleidsmatige en milieutechnische belemmeringen een nadere analyse uitgevoerd van de zoekgebieden. Met de volgende afstanden tot bewoning is rekening gehouden: 1 kilometer afstand tot de rand van de bebouwde kom 450 meter afstand tot gevoelige bestemmingen (woningen, onderwijslocaties en zorglocaties). Uit deze nadere analyses blijkt: In zoekgebied 1 kunnen drie tot vier windturbines geplaats worden. In zoekgebied 2 (ten zuiden van zoekgebied 1) zouden twee windturbines geplaatst kunnen worden. Echter, windturbines in dit zoekgebied conflicteren met het type natuur dat momenteel wordt voorgesteld bij de ontwikkeling van het natuurgebied aangrenzend aan de visvijver. De ontwikkeling van dit natuurgebied is nog niet definitief en planologisch vastgelegd.

In zoekgebied 3 (nabij Oirlo) zouden maximaal twee windturbines geplaatst kunnen worden. Aangezien de minimale grote van een windpark drie windturbines is, valt dit zoekgebied af. Zoekgebied 4 (nabij Wanssum) ligt minder dan 1 kilometer verwijderd van de rand van de bebouwde kom van Wanssum en er is maar ruimte voor twee windturbines. Dit zoekgebied valt af. Ten aanzien van geschikte locaties concluderen we dat in zoekgebied 1 drie tot vier windturbines geplaatst kunnen worden. Uitbreiding is mogelijk door in het aangrenzende zoekgebied 2 twee winturbines te plaatsen. Hierdoor ontstaat een lijnopstelling van maximaal zes windturbines. De zoekgebieden 3 en 4 vallen af omdat daar maximaal twee windturbines geplaatst kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10178174/1