CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage Bestemmingsplan Keizersveld 26 Venray

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Keizersveld 26 Venray21.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

Ook faciliteert de voorgenomen ontwikkeling andere doel met betrekking tot de productie van duurzame energie. Hiervoor is, zoals ook de provincie aangeeft, een sterk elektriciteitsnetwerk nodig, waarvoor het bestaande netwerk uitgebreid en vernieuwd moet worden. Hiermee sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op de Omgevingsvisie Limburg.

3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2014

De Omgevingsverordening Limburg is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Omgevingsverordening gewijzigd, vanwege de vaststelling van het POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Het hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Met de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar gemeenten en andere partners te borgen. De ruimteverordening richt zich tot de gemeenten. De instructies die in de ruimteverordening staan, moeten door de gemeenten in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Hierbij gaat het onder meer om het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking en het geven van een toelichting wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling plaatsvindt. Daarnaast wordt in artikel 2.4 gesteld dat er niet zonder meer nieuwe woningen, kantoren, detailhandel, bedrijventerrein en recreatieve voorzieningen mogen worden

40

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

toegevoegd aan de bestaande voorraad. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet hiervoor de behoefte worden aangetoond. Dit is onder meer het geval wanneer de voorgenomen ontwikkeling meer dan 500 m2 bedraagt. Indien de geplande ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, dient dit ook te worden onderbouwd. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan Omdat de uitbreiding van het hoogspanningsstation 1540 m2 bedraagt, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de uitbreiding van het hoogspanningsstation wordt invulling gegeven aan de landelijke energietransitie doelstelling om een geheel duurzame energievoorziening te hebben in 2050, waarvoor de uitbreiding van de capaciteit van het energienetwerk noodzakelijk is. Daarmee is de behoefte aan de uitbreiding van het HS-station aangetoond.

3.3

Beleid Waterschap Limburg

3.3.1

Waterbeheerplan 2016 - 2021

Het Waterbeheerplan 2016 – 2021 is een integrale beleids- en uitvoeringsplan waarin de koers voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg wordt uiteengezet. Het is een realisatie van de visie Waterbeheer Limburg in 2020 "Water in beweging" die opgesteld is in december 2012. Uit de visie is naar voren gekomen dat het waterbeheer beleid moet inspelen op verschillende ontwikkelingen, waaronder klimaatverandering, een schaarste aan grondstoffen en energie, een vergrijzende bevolking, een afname in biodiversiteit, internationalisering en de groei van de informatiemaatschappij. In het beheerplan wordt onder meer ingezet op hoogwaterbescherming door middel van dijkversterking, het beter reguleren van afvalwater en het ontwikkelen en beschermen van de regionale watersystemen. Voor de regionale watersystemen geldt dat er een Nieuw Limburgs Peil is opgesteld om verdroging tegen de gaan en het grondwater te beschermen. Daarnaast geldt dat het waterschap inzet op bescherming tegen overstroming, door normen per zonering (in het POL, 2014) op te stellen. Ook de waterkwaliteit en ecologie dienen beschermd te worden. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan Met de uitbreiding van het hoogspanningsstation wordt geen inbreuk gedaan op het beleid uit het waterbeheerplan. Deze ontwikkeling is gezien het bovenstaande niet strijdig met het waterbeheerplan van het Waterschap Limburg.

In het kader van het bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd (zie paragraaf 4.4).

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale energievisie Noord-Limburg

De groeiende wereldbevolking, klimaatverandering, milieuvervuiling en het opraken van fossiele brand- en grondstoffen zorgen voor nieuwe wereldwijde uitdagingen. Het huidige energieverbruik heeft hier een prominente rol in. Het is nu noodzaak om de fossiele energiebronnen te gaan vervangen voor hernieuwbare. De ambitie van de regio Noord-Limburg is: ‘Het creëren van een fossiel energieonafhankelijke regio met een economisch gezonde woon-, werk- en leefomgeving, welke geschikt is voor toekomstige generaties.’ De regio onderschrijft de volgende doelen voor 2030, met als referentiejaar 2012: 35% energiebesparing vóór 2030;

41

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

30% duurzame energie opwekking vóór 2030. In 2012 was het aandeel duurzame energie in regio Noord-Limburg 3,17%. In 2015 bedroeg dit aandeel 5%. Om de doelstellingen voor 2030 te halen zal de regio alle zeilen bij moeten zetten. De opgestelde visie moet bijdragen aan het behalen van de doelen en geeft richting aan de uitwerking van de visie. Om de ambitie voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie vóór 2030 te realiseren zijn er drie strategielijnen geformuleerd: 1. draagvlak en bewustwording 2. bovengrondse ruimtevraag energie 3. energieverbruik bedrijven, huishoudens, entc. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De uitbreiding van het HS-station valt onder strategielijn 3: Energieverbruik. Het doel is om energiebesparing en hernieuwbare energie opwekking bij de gebruiker te stimuleren. Om deze transitie te faciliteren wordt zijn er ook aanpassingen nodig in het energienet en dient de capaciteit te worden vergroot. Het HS-station in Venray loopt tegen zijn capaciteitsgrenzen aan, waardoor het noodzakelijk de capaciteit te vergroten om de energietransitie in de gemeente mogelijk te kunnen maken. Om de capaciteit van dit HS-station te vergroten, dient het station te worden uitgebreid.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Toekomstvisie Venray 2030

De toekomstvisie Venray 2030 is tot stand gekomen op basis van inbreng van ruim 1.500 inwoners van Venray. In de toekomstvisie Venray voor 2030 staan 5 ambities centraal: De kracht van verscheidenheid In 2030 is er ruimte voor iedereen en wijkt Venray niet voor taboes en uitdagingen. Inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen zijn met elkaar verbonden, zodat iedereen kan meedoen. In Venray is altijd wat te beleven met verscheidene evenementen. Groen en sociaal wonen Alle inwoners kunnen de komende tien jaar in Venray voor elke levensfase een passende woning vinden. De mismatch tussen inwoners en het woningaanbod is verleden tijd en er is een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus. Dit draagt bij aan een sociaal krachtige naaste omgeving. Waarin, ook in de bebouwde omgeving, volop groen aanwezig is. Nieuwe economische kansen Ondernemerschap gaat hand in hand met aandacht voor mens, dier en milieu. Agro, zorg, de maakindustrie en logistiek innoveren en genereren banen voor toekomstige generaties. Venray streeft naar een landelijk gebied waar agrarische bedrijven vooroplopen in duurzaamheid. Ook de maakindustrie en de logistieke sector moeten ervoor zorgen dat mensen en goederen op een groene manier van A naar B kunnen.

Kennis, creativiteit en vernieuwing stroomt In de digitale en geautomatiseerde economie van 2030 is de beroepsbevolking kleiner en de vraag naar hoogopgeleide kenniswerkers groter, zo is de verwachting. Een leven lang leren is noodzakelijk geworden. Daarom creëren we netwerken die leiden tot nog meer kennisdeling, creativiteit en vernieuwing tussen bedrijven, (onder)wijsinstellingen, inwoners en overheid. Iedereen mobiel Iedereen kan meedoen in de toekomst. Ook de inwoners met een kleine portemonnee. De bereikbaarheid van Venray is sterk verbeterd, met nieuwe manieren van vervoer en een verbeterde fietsinfrastructuur. Ook heeft Venray belangrijke stappen gezet in de energietransitie. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan

42

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de vijfde ambitie van de gemeente Venray 'iedereen mobiel'. Binnen deze ambitie worden ambities gesteld om stappen te zetten in de energietransitie. De voorgenomen ontwikkeling maakt de energietransitie mogelijk door de capaciteit van het netwerk te vergroten.

3.5.2

Kader Opwekking Duurzame Energie (KODE)

Het 'Kader opwekking duurzame energie' (KODE) richt zich binnen het brede thema duurzaamheid op het onderdeel energietransitie en daarbinnen specifiek op de lokale opwekking van duurzame energie. Denk hierbij aan zonne-energie, windenergie, warmtebronnen en biomassa. Dit zijn allemaal maatregelen die genomen kunnen worden om de energiedoelstellingen van de gemeente te halen. De gemeente wil de lusten en lasten eerlijk verdelen. Dit betekent dat de inwoners, bedrijven en organisaties veel worden betrokken in het proces. De gemeente wil hun stimuleren en waar nodig en mogelijk faciliteren richting lokale (burger)initiatieven, zoals coöperaties, op het gebied van duurzaamheid als deze bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen. In het kader geeft de gemeente aan vooral in te zetten op zonne- en windenergie. De enregietransitie naar deze energiebron vragen meer capaciteit van het energienet. De nieuwe energiebronnen leiden tot een piekaanbod van zon of wind op een net dat in beginsel is ingericht om eenzijdig te distribueren. Er zijn plaatsen in Nederland waar het net de stroom van nieuwe projecten al minder of niet meer kan transporteren, geeft de gemeente aan in haar kader. De netbeheerders gaan de netten daarom grootschalige verzwaren, maar dat duurt meerdere jaren.

In een recent persbericht geeft de netbeheerder Enexis van de gemeente Venray aan dat de toename van zonne-energie ertoe geleid heeft dat de capaciteit van het net binnen de komende 2 jaar net zo snel moet groeien als in de 30 jaar ervoor. De gemeente geeft aan dat deze knelpunten ook in de gemeente Venray spelen. In het kader wordt ook het HS-station te Keizersveld genoemd. De gemeente benoemd dat ze mede afhankelijk is van de uitbreiding van de aansluitstations of de gestelde ambities van de gemeente allemaal gehaald kunnen worden. Het is dus van belang om in een vroegtijdig stadium te weten of een initiatief kans maakt op aansluiting. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De voorgenomen heeft betrekking op het HS-station die is benoemd in het KODE. Het HS-station in Venray loopt tegen zijn capaciteitsgrenzen aan. Om de capaciteit van dit HS-station te vergroten, dient het station te worden uitgebreid, dat wordt middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt. De ontwikkeling sluit hierbij aan op de gemeentelijke ambities en faciliteert bij het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen.

3.5.3

GRP 2017-2021

De gemeente Venray heeft waterbeleid vastgesteld in het GRP 2017-2021, dat betrekking heeft op de waterhuishouding van ruimtelijke ontwikkelingen. Hieruit hebben de volgende punten betrekking op voorliggend plan, die worden meegenomen in de waterparagraaf (paragraaf 4.4): In nieuwbouwgebieden moet 100% van het verharde oppervlak gescheiden aangelegd worden. In nieuwbouwwijken heeft vrijverval riolering altijd de voorkeur, dus er komen geen of zo weinig mogelijk gemalen. Nieuwbouwwijken worden altijd voorzien van een gescheiden stelsel. Het bouwpeil bij nieuwbouw wordt altijd minimaal 30 cm boven de kruin van de weg aangehouden. Ook bij gebouwen die direct aan de openbare verharding worden gebouwd. De bergingsopgave dient 100% op eigen (privaat) terrein ingevuld te worden.

43

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 4

4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de feiten en belangenafweging inzake de relevante milieuhygiënische aspecten (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Alle onderzoeken zijn gedaan voorafgaand aan de realisatie van de uitbreiding. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken in de bijlagen.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Uit de archeologische waardenkaart van de gemeente Venray "Begrensd verleden gemeente Venray" (RAAP) (afbeelding 11) blijkt dat de uitbreidingslocatie gelegen is in een gebied met droge en natte gebieden met een lage verwachting, vrijgegeven en verstoorde gebieden (geel). In de directe omgeving van de uitbreiding liggen enkele gebieden waar waarnemingen en vondsten zijn gedaan (licht paars) en een gebied met een middelhoge verwachting (oranje). Het plangebied, inclusief de geluidszone, overlapt voor een klein gedeelte met het middelhoge verwachtingsgebied. De geluidszone is echter alleen een planologische regeling die erop toeziet dat zich in beginsel geen nieuwe geluidgevoelige functies mogen vestigen en heeft dus geen fysieke effecten op de omgeving en dus ook geen gevolgen voor de archeologische waarden. Alleen bij de uitbreidingslocatie zelf (zie figuur 11) vinden grondroerende werkzaamheden plaats die van invloed kunnen zijn op de archeologische waarde. In dit gebied zijn echter de archeologische verwachtingswaarden laag, waardoor het geen beperking vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel blijft bij bodemingrepen de Erfgoedwet 2016 van kracht, die stelt dat archeologische vondsten of structuren binnen drie dagen aan de bevoegde instanties moeten worden gemeld.

De archeologische waardenkaart sluit niet uit dat er bij graafwerkzaamheden (niet voorspelbare) archeologische toevalsvondsten kunnen worden aangetroffen, zoals bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016. In dat geval moet hiervan melding worden gedaan bij het Bevoegd Gezag.

Figuur 11: Archeologische waardenkaart van de gemeente Venray "Begrensd verleden gemeente Venray". De uitbreidingslocatie van het HS-station is rood omlijnd.

44

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Cultuurhistorie Het plangebied is niet gelegen in een beschermd stad of dorpsgezicht. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg is gebleken dat er geen belangrijke cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn. In het plangebied zijn ook geen rijks- en of gemeentelijke monumenten aanwezig welke een (planologische) bescherming hebben. Geconcludeerd kan worden dat er geen cultuurhistorische waarden zijn die de voorgenomen ontwikkeling hinderen.

4.3

Ecologie

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met ecologie. Derhalve is het belang om na te gaan of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een negatief effect heeft op de beschermde natuurwaarden. Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten of beschermde natuurwaarden van Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) of effecten op wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland. In dit kader heeft Enexis B.V. Arcadis gevraagd een QuickScan op te stellen om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en de benodigde vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) in beeld te brengen (zie . Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Effecten op deze gebieden zijn dan ook uitgesloten. Daarnaast is het plangebied ook geen onderdeel van een Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied, Boschhuizerbergen, ligt op circa 1 km afstand. Verder ligt op 7 km het gebied Maasduinen en op 10 km het gebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Het ondernemen van projecten of activiteiten in en/of in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen.

Negatieve effecten van verstoring door geluid, licht, trillingen etc. zijn op voorhand uit te sluiten door de afstand tot de Natura 2000-gebieden. De werkzaamheden leiden echter wel tot een tijdelijke emissie van stikstof. Doordat het project wordt uitgevoerd in twee fases, zijn er twee (voor elke fase één) AERIUS-berekeningen uitgevoerd. In de realisatiefase van dit project worden mobiele werktuigen en andere materieel ingezet die tijdelijke emissies van stikstof veroorzaken. De stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen als gevolg van deze emissies bedraagt in fase 1 eenmalig maximaal 0,02 mol N/ha (zie Bijlage 1) en in fase 2 eenmalig maximaal 0,04 mol N/ha (zie Bijlage 2). De depositie heeft vooral effect op habitattype H2330 Zandverstuivingen en H5130 Jeneverbesstruwelen. Binnen deze stikstofemissies is al rekening gehouden met de inzet van een elektrische kraan. Met deze stikstofemissies valt het project binnen de drempelwaarde, 0,05 mol N/ha/jaar gedurende twee jaar, van de Redeneerlijn Mobiele Werktuigen. De uitbreiding van het hoogspanningsstation Venray leidt daarmee niet tot een nieuwe toename van stikstofdepositie, om dit uit te wijzen heeft Arcadis een voortoets stikstofdepositie opgesteld (zie Bijlage 3).

In deze voortoets worden significante effecten op het hierboven genoemde Natura 2000-gebied als gevolg van de uitbreiding van het hoogspanningsstation Venray uitgesloten. Conclusie Indien de beschreven Redeneerlijn Mobiele Werktuigen in de Voortoets stikstofdepositie (Bijlage 3) wordt toegepast zal uitbreiding van het hoogspanningsstation Venray niet leiden tot een nieuwe toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen. Omdat er geen depositietoename als gevolg van het project plaatsvindt, in beide fasen, zijn negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied uitgesloten en is het niet nodig om een ecologische toetsing uit te voeren. Dit betekent dat voor de realisatie van beide fasen van het project Uitbreiding hoogspanningsstation Venray een vergunning volgens de Wet natuurbescherming niet nodig is. Soortenbescherming

45

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

In de buurt van de voorgenomen ontwikkeling komen verschillende beschermde diersoorten voor. Dit betreffen broedvogels (met jaarrond beschermd nest en zonder jaarrond beschermd nest) en vleermuizen. Het voorkomen van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (egel en konijn) is niet uitgesloten. De aanwezigheid van andere beschermde soorten is op basis van de quickscan (Bijlage 4) uitgesloten. Elke soort kan door een aantasting/verstoring een negatief effect ondervinden. In onderstaande tabel is per effect aangegeven welke in het plangebied aanwezige soort hier mogelijk last van heeft. Na de tabel wordt per soortgroep ingegaan op de mogelijke aantasting/verstoring en effecten op de soort.

Tabel 3: Mogelijke effecten op voorkomende soorten Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn onder de bomen meerdere actieve konijnenholen waargenomen. Daarnaast zijn verse uitwerpselen van egels gevonden. Voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende egels en konijnen (grondgebonden zoogdieren) geldt binnen de provincie Limburg een vrijstelling. De zorgplicht voor deze soorten is wel van toepassing. Vanuit de algemeen geldende zorgplicht (Wnb) dient er zorgvuldig met de aanwezige dieren te worden omgegaan. Daarom dienen de volgende zorgplichtmaatregelen te worden genomen: Verjaag de konijnen uit de holen voorafgaande aan de werkzaamheden. Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting waardoor de dieren in de gelegenheid zijn om te vluchten naar andere leefgebieden. Maai voorafgaand (waar mogelijk) aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om in het werkgebied te verblijven tijdens de werkzaamheden. Voorkom dat de konijnen terug kunnen komen in hun holen. Voer de werkzaamheden uit tussen zonsopkomst en zonsondergang Voer de werkzaamheden uit buiten de voortplantingsperiode van konijnen welke loopt van februari tot augustus. Broedvogels De bomen in het plangebied zijn te jong om te dienen als nestplaatsen en leefgebied van broedvogels met jaarrond beschermde nesten.

Het plangebied dient niet als leefgebied, maar enkel als foerageergebied. Omdat er in de omgeving voldoende alternatieven voor het foerageergebied zijn worden er geen effecten op deze soort te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn er wel vier nesten waargenomen van broedvogels (zonder jaarrond beschermde nesten) in de bomen in het plangebied. Deze nesten waren van houtduif en zwarte kraai. Daarnaast zijn soorten als scholekster en vink waargenomen. Als gevolg van het verwijderen van beplanting en bomen voor de uitbreiding van het HS-station worden mogelijk nestplaatsen van broedvogels (nest gedurende broedperiode beschermd) aangetast. Daarnaast kunnen de

46

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

aanlegwerkzaamheden de aanwezige dieren verstoren, verwonden en/of doden. Om deze negatieve effecten te voorkomen, dienen mitigerende maatregelen te worden toegepast. Deze mitigerende maatregelen zijn: Verwijder vegetatie buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt globaal van maart t/m augustus) om vestiging van nesten te voorkomen. Kort houden van de vegetatie gedurende werkzaamheden, zodat dekking of broedgelegenheid voor grond broedende vogels minimaal is. Controleer regelmatig of soorten die op kale bodems broeden aanwezig zijn en verjaag deze zo nodig voor de start van het broedseizoen. Er worden geen negatieve effecten op de voorkomende broedvogels verwacht, zolang de genoemde mitigerende maatregelen worden toegepast. Vleermuizen De in het plangebied voorkomende bomen zijn jong en het ontbrak aan geschikte holten voor boomholten bewoners. Eventuele essentiële vliegroutes worden niet onderbroken door de bomenkap, omdat er voldoende alternatieve structuren op het terrein aanwezig blijven. Het plangebied wordt mogelijk door vleermuizen gebruikt als foerageergebied, maar in de directe omgeving is voldoende alternatief aanwezig. Hierdoor worden er geen negatieve effecten op de vleermuis verwacht.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat in het kader van de soortbescherming van de Wnb er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn, indien tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de in genoemde mitigerende- en zorgplichtmaatregelen.

4.4

Water

Aanleiding In het kader van voorliggend bestemmingsplan, dat een uitbreiding van het huidige 150 kV HS-station planologisch mogelijk maakt, is door Arcadis een waterparagraaf opgesteld (zie Bijlage 5). Het doel van de Watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en beschreven wordt welke maatregelen er worden getroffen. Beleid Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft tot doel om de kwaliteit van de Europese wateren in een goede toestand te brengen en te houden. Waterbeheer op het niveau van stroomgebieden is daarbij het uitgangspunt, waarbij het stroomgebiedbeheerplan een belangrijk instrument is. In 2015 heeft Nederland de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen naar de Europese Commissie gestuurd: voor de Rijn, de Schelde, de Maas en het Eems-Dollardestuarium. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Limburg, dat onderdeel uitmaakt van het stroomgebied van de Maas. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe.

Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens ‘een hoger doel’ niet anders kan (notitie Gevolgen van de KRW voor fysieke projecten in en om het water, ministerie van Verkeer en Waterstaat, maart 2006). Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het Rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de

47

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Toepassen van de trits schoonhouden - zuiveren - schoonmaken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt). Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland zijn vervangen door deze Waterwet en de zes verschillende vergunningen zijn opgenomen in één vergunning. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Een belangrijk doel is het klimaat adaptief en klimaatbestendig maken en wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Wet Milieubeheer (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het gezag van de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de rijkswateren). Een Watervergunning is nodig voor: Werken in, aan en in de nabijheid van oppervlaktewater (bv. leggen van kabels, verlagen maaiveld). Het onttrekken/(weer) lozen van grondwater tijdens bouwwerkzaamheden. Het lozen van regenwater van verhard dak- en terreinoppervlak direct of via een retentie of infiltratievoorziening in oppervlaktewater. Werkzaamheden in of nabij waterkeringen. Keur Een deel van het beleid van het waterschap ligt vast in de Keur (01-04-2019). De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit beken en andere wateren. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om water of dijken, heeft met de Keur te maken.

Bij afvoer en lozing van hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak wordt het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) gehanteerd. Dit wil zeggen dat bij een toename van het verhard oppervlak het debiet van de lozing uit een gebied niet toe mag nemen. Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op. Waterschap Limburg hanteert geen ondergrens. Dynamische bergings-/infiltratievoorzieningen dienen minimaal gedimensioneerd te worden op met een inhoud van 100 mm. Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is, kan een dynamische bergings-/infiltratievoorziening aangelegd worden met leegloopvoorziening. Om afwenteling naar benedenstrooms te voorkomen, mag hiermee in Limburg maximaal 2 l/s/ha geloosd worden. Er dient boven de inhoud van de dynamische berging een waking gehanteerd te worden van minimaal 25 cm. Geadviseerd wordt een waking van 50 cm te hanteren. Provinciaal en gemeentelijk waterbeleid Het beleid van de provincie en de gemeente met betrekking tot waterhuishouding is verder toegelicht in Hoofdstuk 3 (paragraaf 3.2.1 provinciaal beleid en 3.5.3 gemeentelijke beleid). Analyse Toename verharding

48

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Door de uitbreiding van het HS-station neemt de verharding op de locatie toe. In het plangebied (circa oppervlak van 9.000 m2) is momenteel geen verharding aanwezig. In de uitbreiding van het HS-station worden er in totaal drie transformatoren bijgeplaatst en vier E-houses. Omdat de E-houses op poeren worden geplaatst, worden deze niet meegenomen in de toename in verharding. Hemelwater dat op deze E-houses valt, kan oppervlakkig afwateren naar de ondergrond onder het E-house. De toename in verharding omvat daarmee enkel de transformatoren binnen het plangebied, het loop- en transportpad (zie tabel 4).

Tabel 4: Verharding huidige situatie en toekomstige situatie De ligging van de looppaden en transportweg is globaal weergegeven in figuur 12. De toename aan verharding bedraagt in totaal 623 m2, zijnde de transformatoren 269 m2, het loop- en transportpad 354 m2.

Figuur 12: Globale weergave van de toekomstige situatie van de uitbreiding. Bergingsopgave Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. De volgende eisen uit de Keur van waterschap Limburg zijn relevant voor het bepalen van de bergingsopgave en de inpassing daarvan: Bergingsopgave: T=100: 100 mm in 24 uur, landelijke afvoer maximaal 2l/s/ha. Drooglegging hemelwatervoorziening: T=100: 0,25 m eis, 0,50 m geadviseerd. De bergingsopgave, vanuit de Keur, waaraan voldaan moet worden bij ontwikkeling van de uitbreiding van het HS-station is weergegeven in tabel 5.

49

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Tabel 5: Bergingseis Gezien bovengronds voldoende ruimte beschikbaar is, wordt de volgende uitwerkingen geadviseerd: Hemelwater niet inzamelen maar bovengronds laten afstromen naar het maaiveld. Hierbij dient te worden voorkomen dat hemelwater bij extreme neerslag kan afstromen naar naastgelegen percelen. Binnen het plangebied een bovengrondse voorziening realiseren. In de civieltechnische of waterhuishoudkundige uitwerking moet de dimensionering en locatie van de hemelwatervoorziening vastgelegd worden. Voor 0,25 m en de opgave van 63 m3 is een globaal ruimtebeslag van 84,0 m2 meter nodig. Dit betreft een indicatieve berekening gebaseerd op een voorziening van 1,0 m diep (zonder talud) met een drooglegging van 0,25 m. Indien bovengronds bergen niet wenselijk is, kan er gedacht worden aan ondergrondse voorzieningen, zoals kratjes of infiltratiekoffers. Voor zowel bovengronds als ondergronds bergen geldt dat de doorlatendheid van het veld moet worden bepaald, om vast te stellen of infiltratie mogelijk is. (Afval)waterketen In het bestaande HS-station is de afwatering van de transformatoren via een OBAS (olie/benzine afscheider), aangesloten op het gemengde stelsel van de gemeente. Voor de te plaatsen transformatoren wordt hetzelfde systeem geadviseerd.

Waterkwaliteit In de waterparagraaf wordt geadviseerd om gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Conclusie Voor het realiseren van de uitbreiding van het HS-station dient 63 m³ waterberging te worden gerealiseerd. In het uit te werken ontwerp voor de ontwikkeling wordt er rekening gehouden met deze bergingsopgave. De berging zal meegenomen worden in het ontwerp. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.5

Verkeer

De huidige functie van het HS-station zal in het voorgenomen plan niet veranderen, het station wordt in bepaalde mate uitgebreid. Deze uitbreiding heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie, omdat het niet zal leiden tot een toename in verkeersdruk.

4.6

Bodemkwaliteit

Aanleiding De kwaliteit van zowel de bodem als het (grond)water, zijn van invloed op de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Wanneer er sprake is van verontreiniging kan dit de volksgezondheid negatief beïnvloeden. Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder d van het Besluit ruimtelijke ordening is een beoordeling van de haalbaarheid verplicht. Het bodemonderzoek, en dan met name onderzoek naar de bodemkwaliteit, maakt onderdeel uit van deze afweging.

50

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

In het kader van de voorgenomen uitbreiding is in opdracht van Enexis Netbeheer B.V. door Arcadis in augustus 2020 een verkennend bodemonderzoek (zie Bijlage 6) uitgevoerd aan de Keizersveld 26 te Venray, ten westen van het station. Voorafgaand aan het onderzoek is een beperkt vooronderzoek uitgevoerd doormiddel van een QuickScan. Deze QuickScan is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen van de NEN 5725:2017. Hierbij is onder andere gekeken naar de in het verleden op locatie uitgevoerde activiteiten en de resultaten van de in het verleden (in de omgeving) uitgevoerde bodemonderzoeken. Op basis van de resultaten uit de QuickScan is een onderzoekshypothese geformuleerd welke vervolgens aan de hand van de onderzoeksresultaten uit het veld- en laboratoriumonderzoek is getoetst. Resultaat QuickScan Uit de QuickScan blijkt dat de locatie onverdacht is op het voorkomen van verontreinigingen. Voor het verkennend milieuhygiënisch bodemonderzoek is daarom uitgegaan van de strategie ‘Onverdachte niet lijnvormige locatie’ (ONV-NL) volgens de NEN 5740:2009+A1:2016. Resultaat verkennend bodemonderzoek Het veldwerk is uitgevoerd op 13 en 20 augustus 2020. In combinatie met het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de bodemkundige samenstelling. De uitgeboorde grond van elke boring is per bodemlaag bemonsterd.

De grondmonsters zijn ook geanalyseerd op PFAS. Tevens zijn er grondwatermonsters van de geplaatste peilbuizen genomen. Uit de uitgevoerde boringen valt af te leiden dat de lokale bodemopbouw tussen 0 en ca 5 meter diepte bestaat uit matig fijn, matig siltig, niet tot zwak humeus zand. Tevens zijn er plaatselijk lensjes leem aanwezig. De bij de boring vrijkomende grond is in het veld onderzocht op (zintuiglijk) waarneembare verontreinigingskenmerken, deze zijn echter niet waargenomen. Tevens zijn er geen olie-water reacties waargenomen. De zuurgraad en het geleidingsvermogen van het grondwater zijn normaal te noemen voor dit type bodem. Afwijkende waarden kunnen een indicatie zijn voor bodemverontreiniging. De gemeten waarden geven geen aanleiding aan te nemen dat sprake is van een dergelijke situatie. Toetsing van de analyseresultaten van grond- en grondwater heeft plaatsgevonden aan het toetsingskader zoals gedefinieerd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007. Hierbij is gekeken of er sprake is van bodemverontreiniging door te onderzoeken of de gemeten waarden boven de achtergrondwaarde (voor bodem) of de streefwaarde (voor grondwater) uitkomt.

Uit de toetsingsresultaten van zowel de grondmonsters (tabel 6) als het grondwater (tabel 7) blijkt dat er geen verhoogde waarden boven de achtergrondwaarden of streefwaarden zijn aangetoond.

51

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Tabel 6: Samenvatting toetsingsresultaten grond.

Tabel 7: Samenvatting toetsingsresultaten grondwater. De analyseresultaten van PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen van het tijdelijk handelingskader. De resultaten daarvan zijn samengevat in tabel 9.

52

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Tabel 9: Samenvatting getoetste analyseresultaten PFAS (concentraties in ìg/kg ds). Conclusie Uit de resultaten blijkt dat er geen verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn aangetoond die boven de achtergrond- of streefwaarde uitkomen. De bodem voldoet indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’. De vooraf opgestelde hypothese ‘onverdacht’ is met dit verkennend bodemonderzoek bevestigd. De resultaten van dit onderzoek geven daarmee aan dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen uitbreiding van het HS-station.

4.7

Geluid

Aanleiding In opdracht van Enexis Netbeheer B.V. heeft Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 7) in verband met de voorgenomen uitbreidingen van het 150 kV HS-station in Venray. Het gaat hierbij om een uitbreiding met een vierde 150 kV transformator (fase 1). Deze transformator heeft een vermogen van 100 MVA. In deze eerste fase zal verder de huidige transformator 3 (70 MVA) worden vervangen door een zwaardere transformator (100 MVA). In het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van het eindbeeld, waarbij er een vijfde en zesde transformator (elk 100 MVA) bij worden geplaatst (fase 2). Op basis van door Enexis verstrekte gegevens met betrekking tot de nieuwe transformatoren is het bestaande akoestische rekenmodel aangepast en uitgebreid. Met behulp van het rekenmodel is de vanwege het 150 kV station in de omgeving optredende geluidbelasting berekend voor de beide toekomstige situaties (fase 1 en 2). Na realisatie van de uitbreiding met een 4e transformator zal het totale, gelijktijdig in te schakelen, elektrische vermogen van de transformatoren hoger worden dan 200 MVA. De inrichting van Enexis moet dan worden aangemerkt als een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Resultaat Met behulp van het (aangepaste) rekenmodel zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT ter plaatse van de meest nabij gesitueerde woningen (de posities 01, 02, 03 en 04) berekend (zie figuur 13).

53

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Voor verdere uitgangspunten van de berekening wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek (Bijlage 7).

Figuur 13: Situering rekenposities 01 t/m 04 bij woningen in de omgeving Fase 1 In tabel 8 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT weergegeven, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid (K1), voor de 'representatieve bedrijfssituatie' van de inrichting van Enexis, na uitbreiding met de 4e transformator en het vervangen van transformator 3, weergegeven. Het worstcase scenario voor het langtijdgemiddelde (LAr,LT) is ook berekend, hierbij is er sprake van een storing of onderhoud van een transformator en dient transformator 3 in bedrijf te worden genomen, dit is berekend in tabel 9.

Tabel 8: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal , inclusief toeslag voor tonaal geluid, representatieve bedrijfssituatie, na uitbreiding met transformator 4

54

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Tabel 9: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal , inclusief toeslag voor tonaal geluid, incidentele bedrijfssituatie, na uitbreiding met transformator 4 Fase 2 In tabel 10 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT weergegeven, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid (K1), voor de 'representatieve bedrijfssituatie' van de inrichting van Enexis, na de toekomstige uitbreiding met de vijfde en zesde transformator. Het worstcase scenario voor het langtijdgemiddelde (LAr,LT) is ook berekend, hierbij is er sprake van een storing of onderhoud van een transformator en dient transformator 3 in bedrijf te word en genomen, dit is berekend in tabel 11.

Tabel 10: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal , inclusief toeslag voor tonaal geluid, representatieve bedrijfssituatie, na uitbreiding met transformator 5 en 6.

Tabel 11: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal , inclusief toeslag voor tonaal geluid, incidentele bedrijfssituatie, na uitbreiding met transformator 5 en 6 Conclusie Uit de berekeningen is gebleken dat bij alle gevoelige bestemmingen ruimschoots aan de voorwaarde van 'stap 1' (uit de VNG richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering') wordt voldaan (afstand minimaal 200 meter). Feitelijk kan om die reden al worden gesproken van een ruimtelijk inpasbare situatie. Uit de rekenresultaten is gebleken dat zowel in de nu aan te vragen bedrijfssituatie (fase 1: met uitbreiding transformator 4) als in de toekomstige situatie (fase 2: met uitbreiding transformator 5 en transformator 6) de geluidbelasting bij woningen in de omgeving beperkt zal blijven tot maximaal 41 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat bij de berekeningen geen rekening is gehouden met de afschermende werking van de (bedrijfs)gebouwen buiten het terrein van Enexis. Deze benadering kan daarom worden gezien als 'worst case' benadering. Vastgesteld kan worden dat ook ruimschoots aan de voorwaarde volgens 'stap 2'

55

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

(VNG richtlijn) wordt voldaan. Er kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling ruimschoots voldoet aan de 'standaard grenswaarden' uit het Activiteitenbesluit (gesteld voor inrichtingen type A en B). Hiermee wordt ook ruimschoots voldaan de richtlijnen voor Bedrijven en milieuzonering (type C) uit het VNG. Echter doordat na realisatie van de uitbreiding het totale, gelijktijdig in te schakelen, elektrische vermogen van de transformatoren hoger wordt dan 200 MVA, zal het station milieuvergunningplichtig worden en worden aangemerkt als “categorie inrichting als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken”. Het terrein van het HS-station wordt daarom voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. In het akoestisch onderzoek (Bijlage 7) is een voorstel voor de vast te stellen geluidzone gedaan. Dit advies is opgevolgd en middels voorliggend bestemmingsplan wordt de geluidszone planologisch vastgelegd. Het aspect geluid staat de uitbreiding van het HS-station, die mogelijk wordt gemaakt middels dit bestemmingsplan, niet in de weg.

4.8

Luchtkwaliteit

Vanaf 15 november 2007 is de wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit gewijzigd. Deze wetswijziging is sindsdien opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen). Deze wijziging wordt ook wel kortweg de Wet Luchtkwaliteit 2007 genoemd. In artikel 5.16 van de gewijzigde Wet milieubeheer is vastgelegd onder welke voorwaarden bestuursorganen de bevoegdheden uit lid 2 mogen uitoefenen. Als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde (grenswaarde zoals vastgelegd in titel 5.2 en bijlage 2 Wet milieubeheer); een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt "niet in betekenende mate" bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, wat inhoudt dat door het project de luchtkwaliteit met minder dan 1% verslechtert; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de Regeling NIBM (niet in betekende mate bijdragen) is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Dit betekent dat ontwikkelingen op dit gebied zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Conclusie De uitbreiding van het hoogspanningsstation draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging omdat er geen sprake is van een substantiële toename van het aantal verkeersbewegingen of toename van relevante emissies vanuit het station. De luchtkwaliteitsaspecten vormen daarmee geen belemmering voor het project.

4.9

Externe veiligheid

Bij Externe Veiligheid gaat het om de risico's voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico's moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden twee soorten risico's gehanteerd: Het plaatsgebonden risico (PR) is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; Het groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden.

56

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Voor het plaatsgebonden risico PR zijn risicocontouren (10-6) vastgesteld waarbinnen kwetsbare of beperkt kwetsbare bebouwing niet is toegestaan. Deze contouren liggen: rond inrichtingen waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Gevaarlijke stoffen die worden vervoerd over de weg, het spoor, het water of per buisleiding leiden tot knelpunten voor het plaatsgebonden risico indien er langs de transportassen een 10-6 contour ligt. Analyse Op basis van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling zich enkele kwetsbare objecten, namelijk een kantoor en andere objecten (zie figuur 14), bevinden. De voorgenomen ontwikkeling is echter geen categoriale inrichting vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In de nabije omgeving van het plangebied vinden geen risicovolle bedrijfsactiviteiten plaats. Tevens zijn er ook geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen waar rekening mee dient te worden gehouden.

Figuur 14: Risicokaart. Uitbreidingslocatie rood omlijnd. Conclusie Met de uitbreiding van het HS-station zal geen sprake zijn van gevaarlijke inrichting in de zin van het Bevi. Daarnaast is er geen risico voor de externe veiligheid, omdat er op of rondom het plangebied geen gevaarlijke inrichtingen of transportroutes aanwezig zijn. Externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken.

4.10

Bedrijven en Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Een (buitenwettelijk) toetsingskader voor milieuzonering wordt geboden door de uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlands Gemeenten. Op basis van deze uitgave kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven gelegen op het bedrijventerrein beperkend zijn voor het tot stand brengen van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving van dit terrein. In deze uitgave zijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd welke kunnen worden aangehouden ten einde

57

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Een wettelijk kader wordt gevormd door geluidszones op grond van de Wet geluidhinder en de afstandseisen op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Bij de voorgenomen ontwikkeling krijgt het HS-station na uitbreiding een elektrisch vermogen van meer dan 200 MVA. Het 150 kV-station wordt daarmee milieuvergunningplichtig en bovendien dient er een geluidzone ex artikel 40 van de Wet geluidhinder te worden vastgesteld (zie ook paragraaf 4.7 Geluid). Het terrein van het HS-station wordt daarom voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. In het akoestisch onderzoek (Bijlage 7) is een voorstel voor de vast te stellen geluidzone gedaan. Dit advies is opgevolgd en middels voorliggend bestemmingsplan wordt de geluidszone planologisch vastgelegd. Hoewel het 150 kV-station (na realisatie van de uitbreidingen) moet worden aangemerkt als een type C inrichting ('milieuvergunningplichtig'), zijn de berekende geluidniveaus in eerste aanleg getoetst aan de 'standaard grenswaarden' uit het Activiteitenbesluit (welke formeel alleen van toepassing zijn op de niet-vergunningplichtige type A en type B inrichtingen). Vastgesteld is dat ruimschoots wordt voldaan aan deze grenswaarden.

4.11

Elektromagnetische velden

In Nederland zijn voor elektromagnetische gevaren alleen adviezen uitgebracht voor bovengrondse hoogspanningslijnen. In de provincie Limburg hebben de hoogspanningslijnen een nominale spanning van 150 kV. De genoemde adviezen hangen samen met de effecten op de gezondheid van magnetische velden afkomstig van deze hoogspanningslijnen. Voor de regionale distributiebedrijven, die een bedrijfsspanning hebben van 10/20 kV, is een dergelijk advies niet gegeven. De waarden van veldsterktes voor de regionale distributiebedrijven zijn significant lager dan bij hoogspanningslijnen. De installaties van de distributiebedrijven (omgeven door een eigen geïsoleerde omkasting) bevinden zich bovendien, in tegenstelling tot hoogspanningslijnen, binnen een gesloten bedrijfsruimte is die de intensiteit van de straling reduceert. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla (µT). Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Voor bovengrondse hoogspanningslijnen heeft het Ministerie van VROM in 2015 (nader verduidelijkt in 2008) een voorzorgbeleid geformuleerd met als norm 0,4 ìT (microtesla) voor gevoelige bestemmingen (kinderdagverblijven, woningen). Dit voorzorgprincipe is niet van toepassing op hoogspanningstations.

Voor publiekstoegankelijke locaties geldt een norm van 100 ìT en voor werknemers binnen locaties geldt een norm van 500 ìT. Voor E-houses geldt dat de 0,4 µT contour niet verder reikt dan circa 8 meter vanaf de buitenzijde van de gebouwen. Voor transformatoren geldt dat deze afstand circa 3 meter bedraagt. In onderstaande afbeelding zijn de 0,4 µT contouren voor zowel de E-houses als de transformatoren van de voorgenomen uitbreiding weergegeven.

58

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 15: Magneetveldcontour van 0,4 µT rondom de voorgenomen E-houses en transformatoren. Conclusie De magneetveldcontour van 0,4 µT ligt bij de voorgenomen uitbreiding binnen het plangebied. Binnen deze contour liggen geen gevoelige bestemmingen. De Rijksnorm voor de toegestane elektromagnetische velden wordt daarmee niet overschreden.

4.12

Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

59

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 5

5.1

Planopzet

Planopzet en plansystematiek

In de voorgaande hoofdstukken van deze toelichting zijn de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende uitgangspunten en randvoorwaarden geschetst. Onderhavig hoofdstuk bevat een nadere toelichting op de planvorm en planregels. Met het bestemmingsplan 'Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013)' wordt in de eerste plaats de uitbreiding van het 150 kV Hoogspanningsstation mogelijk gemaakt. In het vigerende bestemmingsplan 'Keizersveld' was aan deze locatie nog een generieke bedrijvenbestemming toegekend. Nu is ervoor gekozen om een specifieke bestemming 'Bedrijf - Nutsbedrijf' toe te kennen. Omdat het Hoogspanningsstation door de uitbreiding tevens moet worden aangemerkt als een Wet geluidhinder-inrichting, is de inrichting in het bestemmingsplan tevens aangewezen als 'geluidgezoneerd industrieterrein'. Vanuit deze geluidzonering vloeit voort dat er ook een geluidzone is opgenomen. In de planregels is vermeld wat de beperkingen van deze geluidzone zijn. Verder blijven de regels en verbeelding van de vigerende bestemmingsplannen op deze locatie van kracht. In de regels van dit plan zijn bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen opgenomen, welke het toegestane gebruik van de in het plangebied gelegen gronden regelen: middels een bestemmingsvlak wordt op de planverbeelding aangegeven welke hoofdbestemming op de betreffende gronden rust.

Voor deze bestemmingen gelden de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden zoals deze zijn opgenomen in de regels van de betreffende bestemming. Middels een op de planverbeelding aangegeven dubbelbestemming en / of aanduiding kunnen nadere eisen worden gesteld aan de ter plekke geldende gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden. Aan dubbelbestemmingen kan behoefte bestaan wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoeleinden die op de betrokken gronden toelaatbaar (moeten) zijn of wanneer ruimtelijke relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet voldoende in de hoofdbestemmingen kunnen worden gewaarborgd. Aanduidingen bevatten specificaties van bestemmingen en dubbelbestemmingen met betrekking tot het gebruik of de bouwregels. Verschillende type aanduidingen kunnen worden onderscheiden, zoals bijvoorbeeld gebiedsaanduidingen, functieaanduidingen en bouwaanduidingen. De planregels en planverbeelding zijn, met het oog op de digitale uitwisselbaarheid van bestemmingsplannen die vanaf 1 januari 2010 verplicht is, opgesteld conform de bepalingen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Uitgangspunt hierbij is, door middel van het hanteren van heldere planregels en een duidelijke planverbeelding, te komen tot een zo goed mogelijk toepasbaar en handhaafbaar plan.

5.2

Planstukken

Het bestemmingsplan 'Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013)' van de gemeente Venray is naast deze plantoelichting vervat in de volgende planstukken: de dataset met kenmerk NL.IMRO.0984.BP20021- zoals deze is opgebouwd conform de RO standaarden 2012; de analoge planverbeeldingen (schaal 1:2.000); de planregels.

60

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

5.3

Toelichting op de planverbeelding

De planverbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond. De analoge planverbeeldingen zijn afgedrukt op een schaal van 1:2.000. Voor de benaming van de verschillende bestemmingen en de kleuren van de bestemmingen zijn de huidige richtlijnen voor digitalisering en standaardisering van bestemmingsplannen overgenomen (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012).

5.4

Toelichting op de planregels

Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. De regels behorende bij het bestemmingsplan 'Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013)' zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: 'Inleidende regels'; Hoofdstuk 2: 'Bestemmingsregels'; Hoofdstuk 3: 'Algemene regels'; Hoofdstuk 4: 'Overgangs- en slotregels'. Conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) wordt de volgende bestemming gehanteerd: Bedrijf - Nutsbedrijf Daarnaast komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Leidingstrook De algemene en bestemmingsregels worden in het hierna volgende deel van deze paragraaf nader toegelicht. Inleidende regels In hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ zijn twee artikelen te onderscheiden: Begrippen (artikel 1) Artikel 1 van de planregels bevat beschrijvingen van begrippen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschil in interpretatie mogelijk is. Wijze van meten (artikel 2) In artikel 2 wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moet worden. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2: 'Bestemmingsregels' omvat regels die betrekking hebben op het gebruiksdoel van de gronden.

Ten behoeve van een logische en eenduidige opbouw wordt conform de SVBP2012 het navolgende stramien voor de bestemmingsregelingen aangehouden: Bestemmingsomschrijving: Hierin wordt een omschrijving van de bestemming gegeven, alsmede welk gebruik binnen deze

61

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

bestemming is toegestaan. Bouwregels: Hierin wordt bepaald aan welke voorwaarden de gebouwen en bouwwerken moeten voldoen. Nadere eisen (niet bij de dubbelbestemingen opgenomen): Geeft aan dat het college van Burgemeester en Wethouders nadere eisen kunnen stellen ten aanzien van de situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken, indien dit noodzakelijk is indien zulks in verband met een of meer van de volgende aspecten: 1. 2. 3. 4. 5.

het straat en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Afwijken van de bouwregels: Geeft aan van welke bouwregels, en binnen welke grenzen, door het college van Burgemeester en Wethouders middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Specifieke gebruiksregels (niet bij de dubbelbestemmingen opgenomen): Geeft aan welk gebruik van de gronden of de daarop aanwezige gebouwen of bouwwerken in ieder geval als strijdig gebruik moet worden aangemerkt. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (niet bij de bestemming Bedrijf - Nutsbedrijf' opgenomen): Ten einde specifieke belangen te beschermen kan in de bestemmingsregels worden bepaald dat voor de uitvoering van bepaald dat voor de uitvoering van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd is. Een omgevingsvergunning kan verplicht gesteld worden om te voorkomen dat een terrein minder geschikt wordt voor de realisering van de desbetreffende bestemming of ter handhaving en bescherming van bepaalde belangen. De bestemmingsregels geven aan onder welke voorwaarden de omgevingsvergunning kan worden verleend.

De in het plan opgenomen bestemmingen en dubbelbestemmingen worden hierna nader beknopt toegelicht: Bestemming Bedrijf - Nutsbedrijf (artikel 3) Deze bestemming voorziet op het bestaande 150 kV hoogspanningsstation waarvoor met het voorliggende bestemmingsplan uitbreidingsmogelijkheden worden geboden die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de energietransitie. Het hoogspanningsstation is specifiek bestemd. De toegestane gebouwen dienen binnen het op de verbeelding ingetekende bouwvlak te worden gesitueerd. Dubbelbestemming Leiding Hoogspanning en Leidingsstrook (artikelen 4 en 5) Ter plaatse van het directe ruimtebeslag van de ondergrondse of bovengrondse transportleidingen zijn activiteiten die het bedrijfszeker en veilig functioneren van deze leidingen kunnen schaden niet toegestaan. Ook hier worden derhalve beperkingen opgelegd aan de mogelijkheden tot bebouwing en gebruik van de grond, die tot beschadigingen van de leidingen kunnen leiden. Deze beperkingen worden middels een bouw- en aanlegverbod gereguleerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449264/1