CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage Bestemmingsplan Keizersveld 26 Venray

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Keizersveld 26 Venray21.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) Gemeente Venray

NL.IMRO.0984.BP20021-ONW1 ONTWERP 5 juli 2021

Contactpersoon Robin Wientjes T M E

Arcadis Nederland B.V.

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

7 Inleidende regels

8

Artikel 1

Begrippen

8

Artikel 2

Wijze van meten

11

Bestemmingsregels

12

Artikel 3

Bedrijf - Nutsbedrijf

12

Artikel 4

Leiding - Hoogspanningsverbinding

14

Artikel 5

Leiding - Leidingstrook

15

Algemene regels

16

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

16

Artikel 7

Algemene bouwregels

17

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

18

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

19

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

20

Artikel 11

Algemene procedureregels

21

Artikel 12

Overige regels

22

Overgangs- en slotregels

23

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 13

Overgangsrecht

23

Artikel 14

Slotregel

24

Toelichting Hoofdstuk 1

25 Inleiding

25

1.1

Aanleiding

25

1.2

Planlocatie

25

1.3

Vigerend bestemmingsplan

28

1.4

Planopzet en leeswijzer

31

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

32

2.1

Huidige situatie

32

2.2

Toekomstige situatie

33

Hoofdstuk 3

Beleidskader

36

3.1

Nationaal beleid

36

3.2

Provinciaal beleid

38

3.3

Beleid Waterschap Limburg

41

3.4

Regionaal beleid

41

3.5

Gemeentelijk beleid

42

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

44

4.1

Inleiding

44

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

44

4.3

Ecologie

45

4.4

Water

47

4.5

Verkeer

50

4.6

Bodemkwaliteit

50

4.7

Geluid

53

4.8

Luchtkwaliteit

56

4

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

4.9

Externe veiligheid

56

4.10 Bedrijven en Milieuzonering

57

4.11 Elektromagnetische velden

58

4.12 Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

59

Hoofdstuk 5

Planopzet

60

5.1

Planopzet en plansystematiek

60

5.2

Planstukken

60

5.3

Toelichting op de planverbeelding

61

5.4

Toelichting op de planregels

61

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

65

6.1

Economische uitvoerbaarheid

65

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65

Bijlage bij toelichting

67

Bijlage 1

AERIUS-berekening fase 1

68

Bijlage 2

AERIUS-berekening fase 2

76

Bijlage 3

Voortoets stikstofdepositie

84

Bijlage 4

Quickscan natuurwetgeving

104

Bijlage 5

Waterparagraaf uitbreiding 150 kV station Venray

125

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

139

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek 150 kV station Venray

206

Bijlage 8 december

Presentatie digitale informatiebijeenkomst 14

Bijlage 9 december

Verslag digitale informatiebijeenkomst 14

245

270

5

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

6

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Regels

7

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) met identificatienummer NL.IMRO.0984.BP20021-ONW1 van de gemeente Venray; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen); 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.6 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels van dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.7 bestaand a. onder bestaande bebouwing wordt verstaan bebouwing welke op het tijdstip van de inwerkingtreding dit bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning; b. onder bestaand gebruik wordt verstaan het gebruik van grond en bouwwerken dat bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.8 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.9 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.10 bliksempiek een hoge naaldvormige spijl (vrijstaand of geïntegreerd in de constructie) die op trafostations omhoog steekt en met een zeer scherpe punt boven de installaties uitkomt om bliksem aan te trekken en af te leiden van de hoogspanningsinstallaties 1.11 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.12 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.13 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en de voor personen toegankelijke onderbouw en met uitsluiting van zolder. 1.14 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

8

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

1.15 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.16 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge het bepaalde in dit plan bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.17 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.18 detailhandel het bedrijfsmatig aan particulieren te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling en verkoop en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijfsactiviteit. 1.19 erf het onbebouwde gedeelte van een perceel, dat direct gelegen is bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.20 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.21 geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone als bedoeld in die wet moet worden vastgesteld.

1.22 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.23 inrichting elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.24 interne ontsluitingsstructuren (straat)verhardingen ten behoeve van de ontsluiting van de op het terrein gelegen bedrijfspercelen. 1.25 nutsbedrijf een hoogspanningsstation voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie met bijbehorende voorzieningen. 1.26 opslag het opslaan van goederen of materialen en/of een gebouw dat ten behoeve van opslag wordt gebruikt. 1.27 peil voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.28 portaal een portaal kenmerkt zich door (tenminste) twee torens. Het is in beginsel een rechthoekige draagconstructie met minstens twee steunpoten waar men vrij onder- of tussendoor kan lopen. 1.29 risicovolle inrichting a. een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een

9

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in een bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, dan wel; b. een inrichting waarvoor krachtens een artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de c. en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen, dan wel; d. bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6/jaar contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens. 1.30 seksinrichting een voor het publiek toegankelijk besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of erotisch / pornografische voorstellingen plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, seksautomatenhal en sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.31 stedenbouwkundig beeld het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa’s, de gevelindeling, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvorm in zijn omgeving. 1.32 verbeelding de analoge verbeelding van bestemmingsplan ‘Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013)’.

1.33 voorgevel de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.34 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van het hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelings bouwperceelgrenzen. In een hoeksituatie kan sprake zijn van meerdere voorgevels. 1.35 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen ten behoeve van waterberging of -infiltratie en voorzieningen ten behoeve van de aan- en afvoer van (hemel)water, zoals leidingen, watergangen, waterlopen en waterpartijen.

10

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftschachten, lichtkoepels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk Verticaal vanaf het peil tot de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk horizontaal tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren). 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

De in deze bepalingen gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op gevel- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels, dakgoten en overstekende daken, ventilatiekanalen, schoorstenen en soortgelijke ondergeschikte bouwdelen.

11

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf - Nutsbedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een 150 kV-station, met uitzondering van risicovolle inrichtingen. met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.

inritten, erven en terreinen; interne ontsluitingsstructuren; (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen; overige ondergrondse en/of bovengrondse nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

a. op of in de voor ‘Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden mogen slechts die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen; b. het bebouwingspercentage bedraagt per bouwperceel niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven waarde. 3.2.2

Gebouwen

Ten aanzien van de situering en maatvoering van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht; b. de maximale bouw- en goothoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ zijn aangegeven; c. de afstand van gebouwen tot de bouwperceelgrenzen bedraagt minimaal 5 m, met dien verstande dat één zijgevel in de zijdelingse bouwperceelgrens mag worden opgericht. 3.2.3

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter, behoudens bliksempieken, portalen en erf- en terreinafscheidingen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 3 meter; c. de bouwhoogte van camerabeveiligingsmasten bedraagt maximaal 7 meter; d. de bouwhoogte van bliksempieken en portalen bedraagt maximaal 25 meter. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor: a. b. c. d. e.

het straat en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

12

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

3.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 3.2.1 sub b voor een verhoging van het maximaal toegestane bebouwingspercentage tot 70%; b. artikel 3.2.2 sub b voor een verhoging van de maximaal toegestane bouwhoogte tot 20 m; c. artikel 3.2.2 sub c voor het oprichten van een zijgevel op een afstand kleiner dan 5 m van de zijdelingse bouwperceelgrens; d. artikel 3.2.3 sub b voor een verhoging van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot 15 m; mits er geen afbreuk wordt gedaan aan het ter plaatse heersende of gewenste stedenbouwkundig beeld en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen. 3.5

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 8.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; b. detailhandel; c. permanente of tijdelijke bewoning van bebouwing.

13

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 4 4.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanpassing, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsverbinding; met de daarbij behorende masten en (veiligheids)voorzieningen. 4.2

Bouwregels

Op of in de voor ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 65 m +NAP bedraagt. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in te verlenen van het bepaalde in artikel 4.2: a. voor het oprichten van gebouwen, of bouwwerken geen gebouwen zijnde passend binnen de regels van de overige krachtens dit plan aan deze gronden toegekende bestemmingen, met dien verstande dat: 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met de bestemming ‘Leiding Hoogspanningsverbinding' verbonden belangen; 2. alvorens de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord. b. voor het oprichten van een hoogspanningsmast met een bouwhoogte hoger dan 65 m+ NAP. Ter voorkoming van onaanvaardbare radarverstoring dient hiertoe eerst de Dienst Vastgoed Defensie te worden geraadpleegd. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Aanlegverbod

Het is verboden op of in de binnen deze bestemming gelegen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport,- energie-, of telecommunicatie-leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, anders dan ten behoeve van de betreffende hoogspanningsverbinding; b. het opslaan van materiaal; c. het wijzigen van maaiveldniveau door ophoging of afgraving; d. aanleg van parkeerplaatsen; e. aanleggen en/of rooien van beplanting; met dien verstande dat de alvorens de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord. 4.4.2

Uitzonderingen

Het in artikel 4.4.1 bepaalde is niet van toepassing op: a. werken en werkzaamheden welke van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en werkzaamheden welke normale onderhoudswerkzaamheden betreffen; c. werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd in het kader van het op de bestemming gerichte normale beheer en gebruik van de grond.

14

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 5 5.1

Leiding - Leidingstrook

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Leiding - Leidingstrook’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor diverse ondergrondse leidingen en de daarbij behorende beschermingszone. 5.2

Bouwregels

Op of in de voor ‘Leiding - Leidingstrook’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m bedraagt. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 voor het oprichten van gebouwen, of bouwwerken geen gebouwen zijnde passend binnen de regels van de overige krachtens dit plan aan deze gronden toegekende bestemmingen, met dien verstande dat: a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met de bestemming ‘Leiding - Leidingstrook’ verbonden belangen; b. alvorens de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend de leidingbeheerders worden gehoord. 5.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden

5.4.1

Aanlegverbod

Het is verboden op of in de binnen deze bestemming gelegen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grond- en bodembewerkingen zoals verharden, ophogen, ontginnen, egaliseren, bodemverlagen, afgraven, boren of heien; b. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport,- energie-, of telecommunicatie-leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, anders dan ten behoeve van de betreffende hoogspanningsverbinding; c. met dien verstande dat de alvorens de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend de leidingbeheerder wordt gehoord. 5.4.2

Uitzonderingen

Het in artikel 5.4.1 bepaalde is niet van toepassing op: a. werken en werkzaamheden welke van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en werkzaamheden welke normale onderhoudswerkzaamheden betreffen; c. werken en werkzaamheden welke worden uitgevoerd in het kader van het op de bestemming gerichte normale beheer en gebruik van de grond.

15

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

16

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande (delen van) bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze afwijkende maten en hoeveelheden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.2

Minimale maatvoering

In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande (delen van) bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze afwijkende maten en hoeveelheden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

17

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onverlet het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is het (ook) verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het laten gebruiken danwel het doen laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.

18

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - gezoneerd industrieterrein

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - gezoneerd industrieterrein' zijn de gronden mede bestemd voor het gezoneerde industrieterrein zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van de inrichtingen (zowel zoneplichtige als niet zone-plichtige) die gelegen zijn binnen deze aanduiding worden toegerekend aan de geluidzone door deze mee te nemen in de geluidboekhouding van het ter plaatse gezoneerde industrieterrein. 9.2

geluidzone - industrie

a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' blijven de regels en verbeelding van de vigerende bestemmingsplannen van toepassing, met dien verstande dat de regels worden aangevuld met de onder c opgenomen regeling. b. De onder a. bedoelde vigerende bestemmingsplannen zijn: 1. bestemmingsplan Keizersveld, met identificatienummer NL.IMRO.0984.BP10005, vastgesteld op 14 december 2011; 2. bestemmingsplan Smakterheide, met identificatienummer NL.IMRO.0984.BP10004, vastgesteld 18 juni 2013; c. De onder a. bedoelde vigerende bestemmingsplannen worden aangevuld met de volgende regeling: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen geen nieuwe geluidsgevoelige functies worden gevestigd; 2. Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder c. sub 1. en toestaan dat nieuwe geluidsgevoelige functies worden gevestigd, mits de geluidbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidsgevoelige functies niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde.

19

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

10% regeling

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning/ontheffing is of kan worden verleend. 10.2

Bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het uitbreiden van het bouwvlak, binnen de bestemming, tot maximaal 10%, met dien verstande dat: a. binnen een afstand van minimaal 5 meter tot aan de zijdelingse en achterste perceelsgrens geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht; b. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de nabij gelegen gronden en bebouwing niet onevenredig worden geschaad; c. er uit oogpunt van brandveiligheid geen belemmeringen zijn. 10.3

Meetverschillen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt.

20

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 11 11.1

Algemene procedureregels

Procedure nadere eisen

Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende vier weken voor belanghebbenden ter inzage op het gemeentehuis; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend op de internetsite van de gemeente Venray; c. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij het bevoegd gezag; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

21

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 12 12.1

Overige regels

Wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 12.2

Voorrangsregels

12.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 12.2.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Leiding - Hoogspanningsverbinding; b. Leiding - Leidingstrook. 12.3

Parkeren

12.3.1 Parkeereis a. Bij de afgifte van een omgevingsvergunning wordt het aantal te realiseren parkeerplaatsen bepaald conform de 'Beleidsnota Parkeernormen'; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag getoetst worden aan nieuwe dan wel gewijzigde parkeernormen, als deze in werking zijn getreden en leiden tot een lagere parkeernorm. 12.3.2 Afwijken van parkeereis Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.3.1 indien: a. uit een parkeeronderzoek blijkt dat meer of minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn; b. het voldoen aan de in lid 12.3.1 genoemde parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeerplaatsen wordt voorzien. 12.3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoals bedoeld in lid 12.3.1 indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.

22

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

23

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) '.

24

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Enexis heeft het voornemen om het hoogspanningsstation 'Keizersveld' (HS-station) in de gemeente Venray uit te breiden met een drietal transformatoren en vier E-houses. De aanleiding hiervoor zijn de energietransitie. De energietransitie houdt in, de overgang van stroom uit fossiele brandstoffen, zoals gas, naar volledig groene energie. Duurzame (groene) energie wordt onder meer opgewekt vanuit zon, wind, biomassa en water. Het doel van de transitie is om een geheel duurzame energievoorziening te hebben in 2050 in Nederland, die dan voor 100% bestaat uit groene energie. Ook Enexis draagt hieraan bij door haar infrastructuur aan te passen en de capaciteit te vergroten. Het HS-station in Venray loopt tegen zijn capaciteitsgrenzen aan. Om de capaciteit van dit HS-station te vergroten, dient het station te worden uitgebreid. De uitbreiding zal in fases plaats vinden, waarbij in de eindsituatie het HS-station is uitgebreid met drie transformatoren (100 MVA) en vier E-houses. De uitbreiding van het HS-station is voorzien op het omliggende beboste terrein van Enexis met de bestemming groen. Het realiseren van de uitbreiding op die locatie is binnen het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Door de uitbreiding krijgt het HS-station een totaal vermogen van 432 MVA. Hiermee wordt het HS-station geluidzoneplichtig.

Om de uitbreiding mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld met daarin de gewijzigde bestemmingen en de geluidzone.

1.2

Planlocatie

Het plangebied omvat het HS-station met de daarbij behorende voorgenomen ontwikkeling en de geluidzone, die over de omgeving van het HS-station komt te liggen door het toenemen van het vermogen van het station. Het plangebied ligt in het noordoosten van de gemeente Venray. De grens van de geluidszone is gelijk aan de grens van het plangebied voor voorliggend plan. Naast het HS-station ligt ook een deel van de Maasheseweg in het plangebied, samen met een deel van de straat Keizersveld. Ook ligt het plangebied over enkele bedrijven in de omgeving (zie figuur 1), dit zijn: Olympiq Bonding Acrylic Foam Tape (1), Bouwmij Janssen (2), Manders Automation B.V. (3), Rotodyne Ventilatoren BV (4), Autolenders (5), Van Lipzig B.V. (6), Xerographic Print Service Holding BV (7) en Autobedrijf Hansen B.V. (8).

25

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 1: Het plangebied met de omliggende bedrijven waarover de geluidszone komt te liggen. Het HS-station met de daarbij behorende voorgenomen uitbreiding ligt aan de Keizersveld 26 (zie figuur 2). De kadastrale aanduiding van het perceel van het HS-station is VRY00-T-5552. Het HS-station is onderdeel van het bedrijventerrein Keizersveld. Het HS-station wordt omringd door verschillende bedrijven. Aan de overkant van de Maasheseweg, die grenst aan de noordoostkant van het station, liggen een distributiecentrum en een elektronicafabrikant. De dichtstbijzijnde woonwijk (Landweert) ligt op meer dan 200 meter ten zuiden van het plangebied. Ten oosten van het HS-station loopt de A73. Voorbij de A73 ligt het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen, op meer dan 750 meter afstand. Het huidige 150 kV HS-station omvat de inrichting van Enexis (transformatoren en gebouwen) en de inrichting van TenneT (schakelveld met vermogensschakelaars en C-bank) (zie figuur 3).

26

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 2: Planlocatie van het HS-station. In het wit omlijnd is het perceel van het totale terein van het HS-station aangegeven. Het rood omlijnde gebied toont de uitbreidingslocatie.

27

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 3: De uiteenzetting van het HS-station terrein in het deel van TenneT (schakelveld met vermogensschakelaars en C-bank) en Enexis (transformatoren en gebouwen).

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Binnen het plangebied vigeren meerdere bestemmingsplannen. De huidige juridische regeling van de betreffende gronden is neergelegd in de volgende ruimtelijke plannen: Bestemmingsplan Keizersveld, vastgesteld op 14 december 2011 Bestemmingsplan Smakterheid, vastgesteld op 18 juni 2013 In het overgrote deel van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Keizersveld' (figuur 3). Het HS-station ligt op het perceel VRY00-T-5552. Binnen het perceel zijn in het vigerend bestemmingsplan verschillende bestemmingen gelegen, dit zijn: Enkelbestemming 'Groen' Enkelbestemming 'Bedrijf' Dubbelbestemming 'Leiding - leidingstrook' Dubbelbestemming 'Leiding - hoogspanningsverbinding' Daarnaast beschikt de enkelbestemming 'bedrijf' over een bouwvlak en maatvoering voor een maximale bouwhoogte van 12 meter en goothoogte van 8 meter. Enkelbestemming 'Groen' De uitbreiding van het HS-station zal plaatsvinden op het terrein ten westen van het huidige station; dit deel van het terrein is voornamelijk beplant met bomen en heeft de bestemming ‘Groen’ (zie figuur 4). De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: groenvoorzieningen; voet- en rijwielpaden; geluidwerende voorzieningen; (openbare) nutsvoorzieningen; ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen;

28

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

overige bijbehorende voorzieningen. Hierbij geldt dat op of in de voor ‘Groen’ aangewezen gronden uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 meter bedraagt. Omdat de voorgenomen ontwikkeling een hoogspanningsstation omvat, past deze functie niet binnen de bestemming 'Groen'. Daarnaast vormt ook de toegestane maximale hoogte van 3 meter een belemmering. Onder andere vanwege deze bepalingen is de uitbreiding van het HS-station op deze locatie planologisch niet toegestaan.

Figuur 4: Huidige planologische situatie enkelbestemming 'Groen', bestemmingsplan Keizersveld Enkelbestemming 'Bedrijf' Voor het huidige HS-station geldt de bestemming 'Bedrijf' (zie figuur 5). De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: bedrijven, opslagen en installaties behorende tot de categorieën 3.1, 3.2 en 4.1 zoals opgenomen in de ‘staat van bedrijfsactiviteiten’, met dien verstande dat geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan; kantooractiviteiten ten dienste van de onder a genoemde bedrijvigheid, met dien verstande dat per bedrijf maximaal 30% van het bruto vloeroppervlak ten behoeve van deze kantooractiviteiten mag worden aangewend; detailhandel in de branches zoals beschreven in artikel 1 onder 41 sub b tot en met e van de bestemmingsplanregels, uitsluitend voor zover hier vrijstelling of ontheffing is verleend; ondergeschikte detailhandel in goederen welke ter plaatse zijn vervaardigd of ter plaatse een essentiële bewerking hebben ondergaan, zulks met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen; met de daarbij behorende: erven en tuinen; interne ontsluitingsstructuren; (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen; voet- en rijwielpaden; groenvoorzieningen; en overige bijbehorende voorzieningen; (openbare) nutsvoorzieningen; ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige

voorzieningen; In het geval van het huidige HS-station geldt de bestemmingsomschrijving (openbare) nutsvoorzieningen.

29

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Omdat na realisatie van de uitbreiding het totale, gelijktijdig in te schakelen, elektrische vermogen van de transformatoren hoger wordt dan 200 MVA, zal het station niet alleen milieuvergunningplichtig worden en wijzigen naar milieucategorie 4.2, maar wordt dan bovendien aangemerkt als “categorie inrichting als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken”. Het terrein van het HS-station zal daarom voorzien moeten worden van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. Het bedrijventerrein waarop het transformatorstation zich bevindt, is niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. Dit houdt in dat binnen de huidige bestemming er geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn toegestaan. Gelet op het voorgaande, staat het vigerende bestemmingsplan de uitbreiding van het HS-station op de gewenste locatie niet toe.

Figuur 5: Huidige planologische situatie enkelbestemming Bedrijf, bestemmingsplan Keizersveld Voorliggend bestemmingsplan zorgt voor planologische verankering van de geluidzone in de genoemde bestemmingsplannen. Hierbij zal het terrein van het huidige HS-station met de beoogde uitbreiding de bestemming 'Bedrijf - Nutsbedrijf' krijgen. Het volledige plangebied krijgt de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - gezoneerd industrieterrein' (het bedrijfsterrein van Enexis) respectievelijk 'Geluidszone industrie' (het omringende gebied waarbuiten de norm van 50 dB(A) niet mag worden overschreden). De 'Geluidszone - industrie' heeft ook voor een klein gedeelte een overlap met de bestemming 'Verkeer', de Maasheseweg (zie figuur 6), uit het vigerende bestemmingplan Smakterheid. De dubbelbestemming van de geluidszone komt over de bestemming 'Verkeer' te liggen, deze enkelbestemming blijft van kracht. Dit geldt ook voor de overige bestemmingen (zoals 'Gemengd' en 'Verkeer') uit het bestemmingsplan Keizerveld die zich in het plangebied begeven, met uitzondering van het HS-terrein.

30

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 6: Huidige planologische situatie enkelbestemming Verkeer, bestemmingsplan Smakterheid

1.4

Planopzet en leeswijzer

1.4.1

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: een verbeelding (NL.IMRO.0984.BP20021-ONW1), waarop de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen (met eventuele specifieke aanduidingen) zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch zijn geregeld. Deze regels zijn in de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van de toelichting. 1.4.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied van het HS-station en geeft een beschrijving van de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft in hoofdlijnen de beleidscontext op zowel rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau, die een relatie heeft met de voorgenomen uitbreiding. In hoofdstuk 4 wordt op diverse milieu- en omgevingsaspecten ingegaan. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

31

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied omvat het HS-station met de daarbij behorende voorgenomen uitbreiding en de geluidzone, die over de omgeving van het HS-station komt te liggen door het toenemen van het vermogen van het station. Naast het HS-station ligt ook een deel van de Maasheseweg in het plangebied, samen met een deel van de straat Keizersveld. Ook liggen in de huidige situatie enkele bedrijven in het plangebied (voor de geluidzone), dit zijn: Olympiq Bonding - Acrylic Foam Tape, Bouwmij Janssen, Manders Automation B.V., Rotodyne Ventilatoren BV, Autolenders, Van Lipzig B.V., Xerographic Print Service Holding BV en Autobedrijf Hansen B.V. De voorgenomen uitbreiding vindt plaats op het terrein van het HS-station. In de huidige situatie heeft het HS-station een vermogen van 150 kV, waarbij het schakelveld met vermogensschakelaars en C-bank in het beheer van TenneT zijn en de drie transformatoren en enkele bijgebouwen in beheer van Enexis zijn (figuur 7). Het huidige HS-station is bijna volledig verhard.

Figuur 7: Verdeling van het perceel in onderdelen in beheer van TenneT en Enexis Momenteel geldt ter plaatse het bestemmingsplan 'Keizersveld' van de gemeente Venray. Het HS-station heeft in het huidige bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijf'. Ten oosten van het HS-station binnen hetzelfde perceel VRY00-T-5552, ligt een niet ontwikkeld gebied met bomen. Op deze locatie dient de uitbreiding plaats te vinden. Het huidige HS-station Zoals benoemd bestaat het huidige HS-station uit drie transformatoren (zie figuur 8). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de huidige transformatoren en hun vermogen. De transformatoren zijn elk voorzien van koelventilatoren. Het in werking zijn van de koelventilatoren hangt mede af van de buitenluchttemperatuur en van de belasting van de betreffende transformator. Van de drie

32

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

transformatoren zijn er steeds twee gelijktijdig in bedrijf. In de 'representatieve bedrijfssituatie' staat transformator 3 als back-up. Bij storing of onderhoud aan één van de andere transformatoren zal Transformator 3 in bedrijf komen.

Tabel 1: overzicht van de drie transformatoren (vermogen in MVA)

Figuur 8: Een satellietbeeld van de huidige situatie van het HS-station met de huidige drie transformatoren

2.2

Toekomstige situatie

In het kader van de energietransitie wenst Enexis de capaciteit van het HS-station aan de Keizersveld 26 uit te breiden, zoals getoond in figuur 8. Deze uitbreiding zal plaatsvinden ten westen van het bestaande station. De uitbreiding omvat in totaal drie transformatoren van 100 MVA (zie tabel 2). Het totaal opgesteld vermogen welke gelijktijdig in bedrijf zal zijn, na uitbreiding van de locatie, bedraagt 432 MVA. Door het toenemend vermogen van het HS-station wordt de inrichting geluidszoneplichtig, deze wordt planologisch geregeld in voorliggend bestemmingsplan. De nieuwe transformatoren hebben een afmeting van elk 15 bij 10 meter, met een totaaloppervlak van 450 m2. Daarnaast worden er vier E-houses in de vorm van containers geplaatst, met een totaal oppervlak van 320 m2. Voor de bereikbaarheid van de transformatoren en de E-houses worden er verharde looppaden en een transportweg aangelegd. In totaal beslaat de uitbreiding een oppervlakte van 1540 m2. Om de uitbreiding te realiseren dient de aanwezige houtopstand te worden gekapt. Na overleg

33

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

met de buren (zie paragraaf 6.2.) is besloten om langs de perceelgrens (aan de westzijde), na het kappen van de huidige houtopstand, een nieuwe groenstrook aan te brengen om een groen 'uitzicht' terug te brengen. Voor het kappen van de houtopstand zal een melding worden gedaan bij de Provincie Limburg en zullen afspraken worden gemaakt met betrekking tot de compensatie van het groen.

Figuur 8: Situering van de uitbreiding met de drie nieuwe transformatoren (transformator 4 op korte termijn en Tranformatoren 5 en 6 voor in de toekomst (gestippelde lijnen) en de vier E-houses.

Tabel 2: overzicht van het totaal aan transformatoren (vermogen in MVA) na uitbreiding HS-station De uitbreiding van het HS-station zal in twee fasen worden uitgevoerd. Vanwege de onvoorspelbaarheid van de hoeveelheid en het tempo waarmee aanvragen voor een netaansluiting worden ingediend, is voor de totale uitbreiding voorliggend plan geschreven. Hieronder wordt de uitbreiding per fase toegelicht: Fase 1 Het 150 kV station Venray zal in eerste instantie (fase 1) worden uitgebreid met een vierde transformator (transformator 4) met een maximaal vermogen van 100 MVA. Verder zal de huidige transformator (transformator 3) (70 MVA) worden vervangen door een zwaarder type transformator (100

34

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

MVA). De nieuwe transformatoren zijn, evenals de bestaande, voorzien van koelventilatoren. Deze koelventilatoren zullen in het uiterste geval de gehele dag- en avondperiode in bedrijf kunnen zijn. In de nachtperiode, waarin normaliter de belasting daalt, zullen de koelventilatoren niet in bedrijf zijn. Echter, in een incidenteel geval waarbij er 's nachts een grote elektriciteitsvraag is en de temperatuur van de transformator te hoog wordt, is inschakeling van de koelventilatoren noodzakelijk om schade aan de transformator te voorkomen. Aan de westzijde op het terrein zal een E-house (20 kV) worden geplaatst. Dit is een stalen container die elektronische componenten bevat. Na realisatie van de uitbreiding fase 1 zullen steeds drie van de vier transformatoren in bedrijf zijn. In de 'representatieve bedrijfssituatie' staat transformator 3 'stand-by', zoals ook in de huidige situatie het geval is. Deze transformator zal alleen in bedrijf komen bij storing of onderhoud aan één van de andere transformatoren. Fase 2 In de verdere toekomst zullen mogelijk nog twee extra transformatoren worden bijgeplaatst. Het totale aantal transformatoren komt hiermee op zes. Voor transformator 5 en 6 wordt uitgegaan van een transformator die identiek is aan de nu bij te plaatsen transformator 4. Daarnaast worden er nog drie extra E-Houses (20 kV) bijgeplaatst.

Na realisatie van de uitbreiding fase 2 zullen steeds vijf van de zes transformatoren in bedrijf zijn. In de 'representatieve bedrijfssituatie' staat transformator 3 nog steeds 'stand-by'. Deze transformator zal alleen in bedrijf komen bij storing of onderhoud aan één van de andere transformatoren.

35

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en opvolger van de SVIR. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. De ontwerp-NOVI heeft van 20 augustus t/m 30 september 2019 ter inzage gelegen en het definitieve concept van de NOVI wordt na de zomer van 2020 verwacht. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.

Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.

36

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 9: Afwegen met NOVI De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen het ruimtelijk beleid van het Rijk dat in de NOVI wordt beschreven. Het Rijk maakt een robuust, betrouwbaar en veilig netwerk mogelijk om de transitie naar een circulaire economie en CO2-arme energievoorziening te realiseren. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Een aantal kaderstellende ruimtelijke ordeningsaspecten op nationaal niveau wordt geborgd in het Barro. Die aspecten onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende randvoorwaarden. Voor de energievoorziening is er onder andere ruimte gereserveerd voor bestaande en nieuwe vestigingsplaatsen met een vermogen van 500 MW, globale trajecten van bestaande en nieuwe hoogspanningsverbindingen met een spanning vanaf 220 kV en locaties voor kernenergie. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De uitbreiding van het hoogspanningsstation past in de lijn van het Barro. Het Barro bevat op het moment echter geen relevante gebieden of regelingen voor de voorgenomen ontwikkeling, waardoor deze dan ook niet in strijd is met de doelstellingen van het Barro.

37

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014

Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) is de visie van de provincie Limburg op de kwaliteit van de leefomgeving en hoe deze verbeterd kan worden. In het POL komen onderwerpen als wonen, verkeer, energie, infrastructuur, detailhandel, bedrijventerreinen, water, natuur, landschap, landbouw en ondergrond samen. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Het POL is een visie op hoofdlijnen, waarbij de hoofdlijnen zijn uitgewerkt in instructies en regels in de Omgevingsverordening Limburg (3.2.3). Op het gebied van energie stelt het POL dat er een forse transitie nodig is naar energiebesparing en duurzame opwekking om aan de ambities te voldoen. Daarvoor zijn alle duurzame bronnen nodig. Er wordt onder meer ingezet op windenergie. Dat vraagt om een flexibel energiesysteem dat om kan gaan met deze transitie. Tevens speelt de ondergrond een grote rol. De provincie streeft ernaar om de grond in te zetten voor vormen van hernieuwbare energie. Tegelijkertijd moet de kwaliteit van de ondergrond gewaarborgd blijven, niet alleen voor drinkwater maar ook voor archeologische en aardkundige waarden.

Ook wordt het provinciaal waterbeleid in het POL (2014) behandeld en is nader geconcretiseerd in de POL-aanvulling Provinciaal Waterplan 2010-2015 op grond van de vereisten van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze POL-aanvulling is in 2015 opgevolgd door het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021, conform de 6-jarige plancyclus van de KRW. Dit programma maakt onderdeel uit van het tweede nationale Stroomgebiedbeheerplan Maas. Plangebied In het POL worden zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Voor het voorliggende plangebied geldt dat dit gelegen is in de zone Bebouwd gebied - Bedrijventerrein (zie figuur 10). Deze zone omvat specifiek ingerichte gebieden voor grotere bedrijvigheid binnen het bebouwde gebied. Binnen deze zone liggen de accenten op ruimte voor bedrijvigheid, een optimale bereikbaarheid en een duurzame inrichting en gebruik.

38

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

Figuur 10: Uitsnede POL-kaart gebiedsindeling. Het plangebied ligt in het Bebouwd gebied, in de zone Bedrijventerrein. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De uitbreiding van het hoogspanningsstation past binnen de visie van het POL om te werken aan de energietransitie. Daarnaast is de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met de visie van de provincie voor de zone Bebouwd gebied - bedrijventerrein waarbinnen het plangebied zich in bevindt.

3.2.2

Ontwerp-Omgevingsvisie (POVI) Limburg

De Omgevingsvisie Limburg (vast te stellen februari 2021) vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt door de Provincie Limburg. Toekomstvisie Noord-Limburg In paragraaf 18.2.2. is het toekomstbeeld voor Noord-Limburg in 2030 – 2050 beschreven. In dit toekomstbeeld draagt Noord- Limburg significant bij aan het bruto nationaal inkomen van Nederland. Inwoners en ondernemers verdienen een goed inkomen. Dat heeft positieve effecten voor de brede welvaart, het welzijn en de kwaliteit van de leefomgeving. De regio maakt optimaal gebruik van haar strategische ligging als logistiek knooppunt tussen de mainports in Nederland en Vlaanderen en het Duitse achterland. Brightlands Campus Greenport Venlo, als onderdeel van de kennis-as van Brightlands campussen in Limburg, is de spin in het web en fungeert als vliegwiel voor innovatie en vernieuwing. De karakteristiek van de Maas en de Peel geeft richting én ruimte om ontwikkelingen mogelijk te maken. Hierbij wordt aangesloten op het Limburgse principe ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en

39

bestemmingsplan Uitbreiding energiestation Keizersveld (HZBPCO20210013) (ontwerp)

voorraden bovengronds en ondergronds’. Het samenspel tussen de ambities uit het regionale beleid, het toekomstperspectief van de locatie én het ontwikkelingsperspectief van de omgeving spelen hierbij een rol. Het gaat niet alleen om het behouden en versterken van kwaliteit, maar ook om het toevoegen van kwaliteit aan de verschillende transitie-opgaven waar de regio voor staat: ‘sterker maken wat al sterk is’ en ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’. Dit vraagt flexibiliteit en creativiteit van alle betrokkenen. De steden en dorpen ontwikkelen zich verder tot veilige, gezonde en vitale gemeenschappen, met een sterke sociale structuur en identiteit, een aantrekkelijk cultureel klimaat en voldoende voorzieningen. Het is ook een veilige regio: de economische- en wooncentra in de regio zijn afdoende beveiligd tegen de toenemende hoogwaterrisico’s. Hierbij zijn de landschappelijke kwaliteiten alleen daar waar dat absoluut noodzakelijk is aangetast. Het zorgt ervoor dat mensen in de regio willen blijven wonen of zich er willen vestigen. Noord-Limburg bereidt zich voor op klimaatveranderingen. De ambitie is dat alle gemeenten in 2020 klimaatbestendig handelen en in 2050 zo goed als mogelijk klimaatbestendig zijn. Deze goede balans tussen mens, omgeving en welvaart is de randvoorwaarde voor de doorontwikkeling van de regio.

Energie In hoofdstuk 11 wordt in de visie ingegaan op het thema Energie. De provincie ziet een innovatieve energietransitie, die de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele energie, de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met de biodiversiteit, van provinciaal belang. Er wordt verder aangegeven dat de energietransitie vraagt om aanpassingen aan onze boven- en ondergrondse infrastructuur. En dat het bestaande energienetwerk zal gaan veranderen, zowel op lokale, regionale, nationale én internationale schaal. Er zal volgens de provincie geïnvesteerd moeten worden in de vernieuwing en/of uitbreiding van het bestaande netwerk. De energietransitie vergt dus ruimte, zowel bovengronds als ondergronds, en die ruimte moet vrijgemaakt worden. De Provincie geeft aan zich sterk te maken voor ruimtelijke reserveringen en een goede aanhaking op (inter-) nationale energienetwerken. Om het mogelijke ruimtegebruik van de energietransitie goed af te stemmen met ontwikkelingen vanuit bijvoorbeeld industrie, landbouw, mobiliteit en klimaat voert de provincie samen met partners een systeemstudie energie-infrastructuur uit. Relatie met het voorliggende bestemmingsplan De uitbreiding van het hoogspanningsstation sluit aan bij de doelstellingen die worden gesteld met betrekking tot de energietransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449264/1