CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bestemmingsplan Timmermannsweg Ysselsteyn (bijlage)

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Timmermannsweg 13 Ysselsteyn25.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

71 alinea's met “ysselsteyn”: 1 2 20 24 41 67 72 75 78 87 119 140 146 149 150 153 154 168 207 248 259 260 265 269 307 373 377 386 399 422 433 434 437 452 488 517 519 526 544 564 …

Bestemmingsplan ‘Timmermannsweg 13 Ysselsteyn’ Gemeente Venray Vastgesteld

Bestemmingsplan ‘Timmermannsweg 13 Ysselsteyn’ Gemeente Venray Vastgesteld

Rapportnummer:

P02305_4

IMRO IDN:

NL.IMRO.0984.BP20016-VA01

Datum:

16 december 2020

Opdrachtgever:

Peter Claessens Interieur en bouwprojecten

Projectteam BRO:

MOo, DAd

Concept:

maart 2020

Voorontwerp:

juli 2020

Ontwerp:

december 2020

Vastgesteld: Trefwoorden:

Bestemmingsplan, woningbouw, Ysselsteyn, Timmermannsweg, Sint Odahoeve, gemeente Venray

Bron foto kaft:

Hollandse Hoogte 14

Beknopte inhoud:

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de realisatie van maximaal 15 wooneenheden aan de Timmermannsweg te Ysselsteyn in de gemeente Venray.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en plangrens 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opbouw bestemmingsplan

3 3 4 4 5

2. GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige ontwikkeling 2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing

7 7 8 9

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid

10 10

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

10 11 11 11 12

3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan 2014 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.3 Regionaal beleid

12 14 14

3.3.1 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 3.4 Gemeentelijk beleid

14 16

3.4.1 Woonvisie Venray 2017 3.4.2 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn 3.4.3 Toekomstvisie Venray 2030

16 16 18

4. UITVOERINGSASPECTEN 4.1 Milieuaspecten

21 21

4.1.1 Bodem 4.1.2 Geluidhinder 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Externe veiligheid 4.1.5 Milieuzonering 4.1.6 Geurhinder 4.1.7 M.e.r.-plicht

21 21 22 23 26 27 31

Inhoudsopgave

1

4.2 Archeologie en cultuurhistorie

36

4.2.1 Archeologie 4.2.2 Cultuurhistorie 4.3 Leidingen en infrastructuur 4.4 Ecologie 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Waterhuishouding 4.7 Onderzoek niet gesprongen explosieven 4.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.9 Duurzaamheid

36 37 38 38 40 43 46 47 48

5. JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planonderdelen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de planregels

49 49 49 49

5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels 5.3.4 Overgangs- en slotregels

50 50 52 53

6. HANDHAVING

54

7. HAALBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

55 55 55

8. PROCEDURE

58

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Stedenbouwkundig plan Bijlage 2: Geurbelastingpunten Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 5: Infiltratieonderzoek Bijlage 6: Ladderonderbouwing Bijlage 7: Notulen omgevingsdialoog

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel PC Interieur en bouwprojecten (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om op de locatie Timmermannsweg 13 te Ysselsteyn te herontwikkelen. Het voornemen bestaat om dit perceel, met de inpandige verbouwing van de Odahoeve, maximaal 15 seniorenwoningen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’, dat op 27 september 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad van Venray. Binnen dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd tot ‘Wonen’ waarbinnen het bouwvlak slechts een woning is toegestaan. De beoogde ontwikkeling is derhalve niet rechtstreeks toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan, aangezien de voorgenomen ontwikkeling in strijd is met de regels van de vigerende bestemmingen.

Topografische kaart met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

De gemeente Venray heeft laten weten onder voorwaarden mee te werken aan het initiatief. De gemeente Venray wil deze ontwikkeling mogelijk maken door middel van een herziening van het juridisch-planologisch kader. In voorliggend bestemmingsplan wordt de woningbouwontwikkeling juridisch-planologisch geregeld.

Hoofdstuk 1

3

1.2 Ligging en plangrens De planlocatie is gelegen aan de Timmermannsweg en ligt redelijk centraal in de kern van Ysselsteyn. De ontwikkelingen vinden plaats op de percelen kadastraal bekend als Venray, sectie M, nummer 807.

Uitsnede luchtfoto met kadastrale percelen met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

In de huidige situatie heeft de Timmermannsweg reeds een nadrukkelijk woonkarakter. De woonomgeving is ruim opgezet met veel ruimte tussen woningen en aandacht voor groen. De zuidkant van het plangebied wordt gekenmerkt door woningbouw met meerdere (vrijstaande) woningen. Aan de westzijde zijn tevens enkele woningen gelegen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan de Buntweg. De noordkant en oostkant wordt daarentegen wederom gekenmerkt door diverse vrijstaande woningen.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’, zoals vastgesteld op 27 september 2016 door de gemeenteraad van Venray. Binnen het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’.

Hoofdstuk 1

4

Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ met rood omlijnd het plangebied van het planvoornemen

De beoogde ontwikkeling is strijdig met de geldende bestemmingen. Binnen het vigerende bestemmingsplan is het perceel bestemd tot ‘Wonen’ waar binnen het bouwvlak slechts een woning is toegestaan. Aangezien er binnen de bestemming ‘Wonen’ slechts één woning is toegestaan, is het planvoornemen van maximaal 15 seniorenwoningen niet rechtstreeks toegestaan conform het vigerende bestemmingsplan en dient de voorliggende ontwikkeling planologisch te worden geregeld via een herziening van het bestemmingsplan.

1.4 Opbouw bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

Hoofdstuk 1

5

De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planopzet wordt beschreven. In hoofdstuk 6 vindt tot slot een beschrijving van de procedure plaats.

Hoofdstuk 1

6

2.

GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in de zuidwesthoek van de kern Ysselsteyn binnen het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel kadastraal bekend als Venray, sectie M, nummer 807. De kern Ysselsteyn maakt onderdeel uit van de gemeente Venray. De hoofdkern Venray ligt circa 5,5 kilometer ten oosten van Ysselsteyn. In de huidige situatie is binnen het plangebied de voormalige ontginningsboerderij Sint Odahoeve gevestigd. Dit pand is een van de oudste gebouwen van Ysselsteyn.

Luchtfoto de omgeving van het plangebied met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

In de huidige situatie heeft de Timmermannsweg reeds een nadrukkelijk woonkarakter. De woonomgeving is ruim opgezet met veel ruimte tussen woningen en aandacht voor groen. De zuidkant van het plangebied wordt gekenmerkt door woningbouw met meerdere (vrijstaande) woningen. Aan de westzijde zijn tevens enkele woningen gelegen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan de Buntweg. De noordkant en oostkant wordt daarentegen wederom gekenmerkt door diverse vrijstaande woningen.

Hoofdstuk 2

7

2.2 Toekomstige ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om de Odahoeve inpandig te verbouwen. Met deze ontwikkeling wordt deze karakteristieke langgevelboerderij getransformeerd waarbij in totaal 7 wooneenheden inpandig worden gerealiseerd. Het vloeroppervlak van de begane grond van deze woningen bedraagt circa 50 m2. Daarnaast wordt ook het oostelijke deel van het plangebied getransformeerd en herontwikkeld. In het oostelijke deel worden 8 grondgebonden seniorenwoningen gerealiseerd. Deze woningen hebben een vloeroppervlak van minimaal 55 m 2 (tussenwoningen) tot maximaal 67 m 2 (hoekwoningen). Het totale bouwplan betreft 15 woningen en het totale plangebied is circa 2700 m 2 groot. In het kader van het planvoornemen wordt het gehele plangebied herontwikkeld. Dit betekent dat naast de bouw van de woningen, ook de openbare ruimte ontwikkeld wordt. In de openbare ruimte is er aandacht voor een groene leefomgeving, voldoende parkeervoorzieningen en klimaatadaptatie. Er wordt aan de oostzijde van de bestaande Odahoeve een hofje gecreëerd waar extra aandacht is voor groen. Dit hofje dient als ontmoetingsplek voor de nieuwe bewoners van de 15 woningen en de bewoners van omliggende woningen. Er worden in totaal 22 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Hiervan worden in totaal 14 parkeerplaatsen op beide kopse kanten van de Sint Odahoeve gerealiseerd en in totaal 8 parkeerplaatsen aan zowel het Grauwveen en de Pioniersstraat. Het plangebied blijft bereikbaar via de Timmermannsweg, Pioniersstraat en Grauwveen. In de navolgende afbeeldingen is een mogelijke schetsmatige stedenbouwkundige invulling van het plangebied zichtbaar met daarin de ruimtelijke hoofdopzet van onderhavig plan.

Impressie van het planvoornemen (bovenaanzicht)

Hoofdstuk 2

8

Impressie van het planvoornemen(zijaanzicht)

2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing In het kader van het initiatief wordt de Odahoeve inpandig verbouwd, worden woningen op het voormalige achtererf gerealiseerd en wordt de openbare ruimte heringericht. Aangezien er reeds woningen rondom het plangebied aanwezig zijn en het plangebied is gelegen binnen een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen functioneel in de omgeving. Daarnaast blijft in het kader van onderhavige ontwikkeling de Odahoeve behouden. Tot slot wordt qua hoogte en opbouw aangesloten bij de woningen in de omgeving, waar reeds diverse woningtypes, bouwhoogtes en kaprichtingen te zien zijn. Qua situering zullen de woningen naar elkaar toe geprojecteerd worden. Door deze situering wordt een hofje gecreëerd. Dit hofje heeft als doel de bewoners uitzicht te geven op een groene en vrije ruimte waarbij daarnaast zicht is op elkaar. Dit zorgt voor een bepaalde mate van sociale veiligheid voor de nieuwe bewoners van de herontwikkeling Sint Odahofje. Voor een impressie van het planvoornemen zie het ‘structuurontwerp’ in bijlage 1. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte als op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.

Hoofdstuk 2

9

3.

BELEID In dit hoofdstuk wordt (beknopt) ingegaan op de relevante beleidsaspecten op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze Structuurvisie staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren. Het Rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk zet zich voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De SVIR stelt drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Relevante nationale belangen voor onderhavig project zijn als volgt:  Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s;  Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;  Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. Afweging Voor het plangebied geldt dat er geen nationale belangen uit de Structuurvisie in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het project.

Hoofdstuk 3

10

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Ruimtereservering parallelle Kaagbaan, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van de woningbouwkavels. 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden en objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Wel is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel. Gelet op de toegestane hoogtes is dit planvoornemen geen probleem. Afweging Vanuit het Rarro bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

11

Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling aan de Timmermannsweg te Ysselsteyn betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om 15 woningen te realiseren past binnen deze definitie. Bovendien is vanaf 12 nieuwe woningen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien onderhavig planvoornemen een toevoeging van 14 woningen betreft (1 woning is reeds planologisch toegestaan), wordt het initiatief gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Aangezien de realisatie het planvoornemen conform het Besluit ruimtelijke ordening een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft dient er een behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde woningbouw plaats te vinden. In paragraaf 4.8 vindt derhalve een behoefte onderbouwing plaats.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

Provinciaal Omgevingsplan 2014

Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 richt zich op de vraag wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Limburg te verbeteren. Samen met de inspanningen op andere terreinen moet dat leiden tot een leef- en vestigingsklimaat van een voortreffelijke kwaliteit. In het POL2014 worden de ambities, opgaven en aanpak voor de thema’s benoemd waarop de provincie een rol heeft of wil vervullen. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in acht soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 ligt het plangebied in de zone ‘overig bebouwd gebied’. Overige bebouwde gebieden zijn gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen met deels een stedelijk karakter en deels een dorps karakter. De Limburgse woningmarkt moet kwalitatief en kwantitatief de sprong maken naar een nieuwe werkelijkheid. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling.

De groei eindigt, maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier: de top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028, terwijl de totale behoefte in Zuid-Limburg vanaf 2017 al daalt, wat in delen van het gebied nu al volop waarneembaar is. Binnen de gemeente Venray is er naar schatting een woningbehoefte tot 2034.

Hoofdstuk 3

12

Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering-Limburg' met globale aanduiding plangebied (blauw omlijnd)

Overal moet de programmering ‘over de top heen kijken’, ook in de regio’s Noord en Midden, waar de woningbehoefte nog toeneemt. Dat vergt andere benaderingen, als inbreiding in plaats van uitleglocaties, planmatig verdichten en verdunnen. De opgave ligt vooral in het onttrekken van incourante (particuliere) woningen, het omvangrijk genoeg houden (c.q. maken) van het aanbod aan huurwoningen en het planologisch niet meer uitbreiden van woonmilieus die er al in overvloed zijn. Naast de kwantitatieve uitdaging is er nog een kwalitatieve uitdaging. Deze uitdaging vraagt in een omslag in denken. Het toekomstigbestendig houden en maken van de bestaande woningvoorraad is dan ook een aanzienlijke opgave. De Limburgse woningmarkt heeft belang bij de ontwikkeling naar meer toekomstbestendigheid. Deze toekomstbestendigheid omvat meerdere aspecten:  duurzaamheid (energieprestatie en-gebruik gedurende de hele levenscyclus van vastgoed, duurzaamheid en energie tijdens de bouw en sloop en hergebruik van materialen);  flexibiliteit in gebruiksmogelijkheden en functies;  levensloopbestendigheid (gebruikskwaliteiten gedurende de levensloop van gebruikers);  als ruimtelijke basis: de locatie van woning(en), wat een focus inhoudt op plaatsen waar de randvoorwaarden voor een hoogwaardig woonklimaat ook op langere termijn aanwezig zijn.

Maatschappelijke en demografische trends leveren een vraag naar een ander type woningen op dan de voorraad nu biedt. Er komt bijvoorbeeld meer vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens, in plaats van de gezinswoningen, meer vraag naar aanpasbare en levensloopbestendige woningen en naar energiezuinige woningen.

Hoofdstuk 3

13

De Limburgse woningmarkt kent hierdoor een paradox. Er ontstaat namelijk (nu of op termijn) een overschot aan woningen (vooral particulier eigendom, waaronder incourant bezit), terwijl er tegelijk een impuls in de vorm van nieuwbouw nodig is (vooral huurwoningen) om ook op de langere termijn de gevraagde kwaliteiten te kunnen bieden. Deze kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn het meest behoefte bestaat. Afweging Middels onderhavig plan wordt ingespeeld op de veranderende vraag naar woningen. Er zal een herstructurering plaats vinden, waarbij de bestaande bebouwing inpandig verbouwd wordt en passende nieuwbouw wordt gerealiseerd die aansluit op de groeiende kwalitatieve opgave binnen de gemeente en de regio. Daarnaast is de beoogde nieuwbouw in vergelijking tot de bestaande bebouwing zuiniger qua energieverbruik (zie paragraaf 4.9). Dit sluit aan bij het toekomstbestendig maken van de Limburgse woningmarkt. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het POL2014. 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ vastgesteld. Hierin worden de regels beschreven die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL-2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. Sinds december 2014 is de Omgevingsverordening uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van het POL-2014. Afweging Uit de kaarten behorende bij de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Vanuit de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ bestaan er hiermee geen belemmeringen.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1

Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg

De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, vastgesteld op 20 april 2016, is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter.

Hoofdstuk 3

14

Binnen de ‘Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’ zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van de structuurvisie:  Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte;  De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer;  Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor…;  Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal;  Een levensloopvriendelijke en duurzame regio. De vijf inhoudelijke pijlers geven sturing aan de planvoorraad voor woningen in gemeenten in de regio Noord-Limburg door overeenstemming te brengen tussen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Uitgangspunt is dat het aantal plannen voor nieuwbouw in een gezonde verhouding moet staan tot de kwantitatieve behoefte. Het is namelijk onverantwoord om te sturen op een bouwprogramma dat uitgaat van meer dan voorspelde groei. Daarnaast is het van belang dat samen wordt gewerkt aan een breed palet van woonmilieus dat aansluit bij de huidige en toekomstige inwoners van de regio. De dominante vraag in de regio is het wonen in grotere kernen waar voorzieningen aanwezig zijn. Gezamenlijk zijn binnen de regio Noord-Limburg een aantal kansrijke en risicovolle segmenten gesignaleerd. Een van de kansrijke segmenten is de toenemende vraag naar woningen in centrumdorpen (met voorzieningen voor ouderen).

Daarnaast is er ook een toenemende vraag naar kleinere woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de kern van Ysselsteyn en ligt in de nabijheid van voorzieningen. Tevens wordt voorzien in de realisatie van relatief kleinere woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens. De beoogde ontwikkeling komt zodoende overeen met de gesignaleerde kansrijke segmenten. Risicosegmenten die geconstateerd zijn betreffen de afnemende vraag (op termijn) naar kleine (naoorlogse) goedkope eengezinswoningen koop en huur, de afnemende vraag naar landelijk wonen, de afnemende vraag naar woningen in kleine kernen met weinig voorzieningen en de afnemende vraag naar grotere woningen. Er wordt middels de beoogde ontwikkeling geenszins voorzien in deze risicovolle segmenten. Afweging De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 15 wooneenheden binnen de kern van Ysselsteyn in de nabijheid van diverse voorzieningen. Het betreffen woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens voor senioren en medioren/55plussers. Gezien de situering en aard van het planvoornemen en de vraag naar woningen binnen dorpen sluit de beoogde ontwikkeling aan op de gesignaleerde kansrijke segmenten uit de ‘Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’.

Hoofdstuk 3

15

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1

Woonvisie Venray 2017

Op 16 mei 2017 heeft de gemeenteraad van Venray de ‘Woonvisie Venray 2017’ vastgesteld. De woonvisie geeft op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende jaren, met een focus op de rol van het wonen in de algehele ambitie om Venray sterker en aantrekkelijker te maken. Uit de in het kader van de woonvisie verrichte onderzoeken is gebleken dat in Limburg, dat wordt aangeduid als een anticipeergebied, er tegen de stroom in nog drie plaatsen zijn die groeien; één daarvan is de gemeente Venray. De kwaliteit van het wonen speelt een grote rol voor de tevredenheid, identiteit, zelfredzaamheid en participatie van Venraynaren en is ook van belang voor de economische ontwikkeling van Venray. Wanneer wordt gekeken naar de woonwensen van de Venrayse bevolking blijkt dat er een toename is in de vraag naar huur eengezinswoningen en huur appartementen. Daarnaast heeft de toenemende groep oudere huishoudens ook een voorkeur voor appartementen. Tevens wordt er de afgelopen jaren een trend gezien onder alleenstaanden om meer te kiezen voor stedelijk wonen. De effectieve vraag (gebaseerd op verhuispatronen in de periode 2010-2015) toont een vraag naar eengezinswoningen van 60% en appartementen van 40%. Dit is een verschuiving ten opzichte van de huidige verhoudingen in de woningvoorraad, waar 85% van de woningen een eengezinswoning is.

Nieuwe inwoners van de gemeente Venray gaan zorgen voor een belangrijke vraag naar nieuwe woningen. Deze vraag is een kans voor de gemeente om haar woningvoorraad toekomstbestendig te maken. Een deel van de toekomstbestendigheid wordt gezocht in de verbetering van de kwaliteit van de bestaande woningen. Het andere deel wordt gezocht in de vergroting van de woningdifferentiatie door de nieuwbouw van andere woningtypes. Onderhavige ontwikkeling voorziet in deze woningdifferentiatie door het realiseren van 15 wooneenheden (koopsegment) binnen de kern van Ysselsteyn. Afweging Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 15 wooneenheden binnen de kern van Ysselsteyn. Het betreft de realisatie van 7 woningen in de Sint Odahoeve en 8 woningen op het voormalige achtererf. Het betreft een gedifferentieerd programma, bestaande uit diverse rij- en hoekwoningen. In het kader van het planvoornemen is een behoefte onderbouwing uitgevoerd, zie paragraaf 4.8. 3.4.2 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn De gemeenteraad van Venray heeft op 28 september 2010 de structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn (DOP Ysselsteyn) vastgesteld. Hierin is een analyse van de huidige situatie van de kern Ysselsteyn en een hierop gebaseerde strategische visie neergelegd. In de strategische visie wordt de visie op Ysselsteyn voor de periode tot 2020 beschreven.

Hoofdstuk 3

16

Op basis van de analyse van de huidige situatie zijn de sterktes en zwaktes, en de hiermee samenhangende kansen en bedreigingen van de kern Ysselsteyn in beeld gebracht, hetgeen heeft geresulteerd in een integrale gebiedsvisie. Deze visie voor de kern Ysselsteyn is gestoeld op 4 pijlers, te weten een ruimtelijke, functionele, economische en sociaal maatschappelijke pijler. In de ruimtelijke pijler wordt aangegeven op welke locaties in en rond de kern nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk zijn, en welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. Op basis van de visiebepaling is een aantal speerpunten geformuleerd voor concrete ontwikkelingen in en rond de kern Ysselsteyn. Deze speerpunten zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda behorende bij het dorpsontwikkelingsplan. Enkele van deze speerpunten zijn de herinrichting van het Lovinckplein, vermindering van overlast als gevolg van de omliggende intensieve veehouderijen, het stimuleren van bedrijvigheid en een concentratie van de gezondheidszorg in en rondom het dorp.

Uitsnede analysekaart behorende bij structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 3

17

Op basis van de strategische visie en de hierin geformuleerde speerpunten is een uitvoeringsagenda opgesteld, waarin 14 concrete agendapunten zijn benoemd. Deze punten zijn onder te verdelen in projecten op het gebied van:  sociaal maatschappelijke aard;  bedrijvigheid;  openbare ruimte;  milieu;  verkeer. Onderhavig planvoornemen betreft de herontwikkeling van de Odahoeve. De locatie wordt in het DOP Ysselsteyn niet genoemd als mogelijke locatie voor woningbouwontwikkelingen. Echter in het DOP Ysselsteyn is woningbouw als een van de belangrijkste prioriteiten aangemerkt. Naar aanleiding van de behoeftepeiling voor de jaren 2019/2020 is vastgesteld dat het formele toetsingskader (DOP 2010) stedenbouwkundig verouderd. Zo is onder andere tijdens het Dorpsforum (op 20 november 2019) besloten dat, stedenbouwkundig gezien, het gehele gebied tussen de Ringweg, Ysselsteynseweg en Heidse Peelweg als zoekgebied wordt aangewezen voor woningbouw, mede gezien het door het dorp geprioriteerde belang bij lokale woningbouw. Met deze ontwikkeling wordt deze karakteristieke langgevelboerderij getransformeerd waarbij in totaal 7 wooneenheden inpandig worden gerealiseerd. Daarnaast wordt ook het oostelijke deel van het plangebied getransformeerd en herontwikkeld. In het oostelijke deel worden 8 grondgebonden seniorenwoningen gerealiseerd. Het totale bouwplan bedraagt derhalve 15 woningen.

Aangezien het planvoornemen een stedelijke ontwikkeling betreft conform het Besluit ruimtelijke ordening, dient er een behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde woningbouw plaats te vinden. In paragraaf 4.8 vindt derhalve een behoefte onderbouwing plaats. In deze behoefte onderbouwing wordt onderbouwd, dat mede gelet op de behoeftepeiling/enquête voor de jaren 2019-2020 en de besluitvorming in het Dorpsforum de locatie valt onder het zoekgebied voor woningbouw en dat onderhavige ontwikkeling inspeelt op een lokale specifieke woonbehoefte. Afweging Het planvoornemen is in lijn met de beleidsuitgangspunten van het Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn. 3.4.3

Toekomstvisie Venray 2030

Binnen de ‘Toekomstvisie Venray’ staat de vraag centraal hoe Venray eruit ziet in het jaar 2030. De toekomstvisie is tot stand gekomen op basis van de inbreng van ruim 1.500 inwoners van Venray. De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de navolgende vijf concrete ambities geformuleerd: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verboden; Ambitie in het jaar 2030: Om deze eerste ambitie te realiseren zal de gemeente Venray de komende tien jaar op actieve wijze initiatieven stimuleren en ondersteunen die ontmoeting en verbinding tussen verschillende leeftijdsgroepen of culturele groepen tot stand brengen. Hierbij moet ge-

Hoofdstuk 3

18

2.

3.

4.

5.

dacht worden aan (goede verbindingen naar) brede, maatschappelijke en passende voorzieningen, die met elkaar samenwerken. Hiervoor gebruiken inwoners bijvoorbeeld klimaatneutrale pendelbusjes, veelal met vrijwilligers achter het stuur. Ook moet gedacht worden aan een actief verenigingsleven, waar vrijwilligers van elkaar leren. Hierdoor is er in 2030 voor iedereen een ontmoetingsplek in een gebouw of buiten, hoeft niemand zich meer eenzaam of onveilig te voelen en kan iedereen meedoen. woon je groen en sociaal; Ambitie in het jaar 2030: Tot 2030 is nog sprake van een bevolkingstoename in Venray. Desondanks kan je de komende tien jaar in Venray voor elke levensfase een passende woning vinden. De mismatch tussen inwoners en het woningaanbod is verleden tijd en er is een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus. Jonge gezinnen vinden er bijvoorbeeld geschikte woningen voor een redelijke prijs en met tal van voorzieningen. Kinderen kunnen naar goede scholen en veilig buiten spelen. Er zijn betaalbare starterswoningen, en lange wachtlijsten voor (sociale) huurwoningen zijn in 2030 verleden tijd.

zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; Ambitie in het jaar 2030: Hergebruik, recycling en het gebruik van herbruikbare materialen is in 2030 de norm, waardoor we zowel de grondstoffenvoorziening als onze milieu-impact beperken. Bovendien hebben we in 2030 de verantwoordelijkheid genomen voor onze eigen energievoorziening en zijn we aan de slag met energiebesparing, opwekking van duurzame elektriciteit en het gebruik van duurzame warmte. De energietransitie zet zich nog voort tot 2050. Dan willen we energieneutraal zijn. Kleinschalige coöperatieve burgerinitiatieven worden gestimuleerd. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; Ambitie in het jaar 2030: In de digitale en geautomatiseerde economie van 2030 is de beroepsbevolking kleiner en de vraag naar hoogopgeleide kenniswerkers groter, zo is de verwachting. Een leven lang leren is noodzakelijk geworden. In 2030 is de regionale arbeidsmarkt versterkt vanuit de driehoek bedrijven, onderwijs en overheid. Er is flink geïnvesteerd in stagemogelijkheden en om-, bij- en herscholing van de beroepsbevolking. Tweedekansonderwijs helpt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk. En scholing van arbeidsmigranten, in de vorm van bijvoorbeeld taallessen, heeft de integratie bevorderd en biedt hen een duurzame verbondenheid met Venray.

Dit wordt versterkt door echt mee te doen in de samenleving met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. is iedereen mobiel. Ambitie in het jaar 2030: Het bevorderen van de bereikbaarheid staat hoog op de gemeentelijke en regionale agenda. Venray heeft in 2030 een veilig, toegankelijk en betrouwbaar mobiliteitssysteem met, waar mogelijk, schone en stille mobiliteit. Dat zorgt ervoor dat bedrijven en voorzieningen binnen Venray goed bereikbaar zijn, maar ook dat inwoners die buiten de gemeente werken of studeren snel op hun werk of onderwijsinstelling zijn. De bereikbaarheid binnen de gemeente en richting Nijmegen (noord), Venlo (zuid), Eindhoven (west) en Duitsland (oost) is verder verbeterd met het streven naar een robuust mobiliteitssysteem, nieuwe (organisatie)vormen van vervoer en door gebruik te maken van nieuwe en slimme technologieën. In 2030 zijn er vormen van deelvervoer (deelauto) geïntroduceerd.

Hoofdstuk 3

19

De bovenstaande ambities zijn gebaseerd op een aantal trends- en ontwikkeling die geconstateerd zijn binnen de gemeente Venray. Deze trends- en ontwikkeling zijn:  andere invulling van de (schaarse) ruimte;  klimaatverandering en energietransitie;  nieuwe technologie;  langer leven;  nieuwe rolinvulling inwoners en overheid;  toenemende diversiteit;  veranderende economie. Afweging Wanneer gekeken wordt naar onderhavig planvoornemen is hoofdzakelijk de ambitie ‘woon je groen en sociaal’ van belang. Doelstelling is dat er tot 2030 voor elke levensfase een passende woning te vinden in binnen de gemeente Venray. Daarnaast moet er geen sprake meer zijn van een mismatch tussen inwoners en het woningaanbod. Er dient een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus te zijn. Senioren vinden er bijvoorbeeld geschikte woningen voor een redelijke prijs, met aandacht voor sociale veiligheid en met tal van voorzieningen in de buurt. Het beoogde planvoornemen voorziet in de realisatie van betaalbare woningen die in de directe nabijheid zijn gelegen van voorzieningen. De beoogde woningen zijn daarnaast gezien de faciliteiten in de woningen aantrekkelijk voor de groeiende groep ouderen. De directe nabijheid van voorzieningen zorgt er daarnaast voor dat deze groep ouderen langer zelfstandig kan blijven wonen in Ysselsteyn.

Hoofdstuk 3

20

4.

UITVOERINGSASPECTEN Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Binnen dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aspecten geluid, archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortkomende bevindingen zijn in onderstaande paragrafen toegelicht.

4.1 Milieuaspecten 4.1.1

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Aangezien op het voorliggende plangebied reeds een woonbestemming aanwezig is en omdat er sprake is van het gebruik van bestaande gebouwen, is er geen sprake van een verschuiving naar een voor bodem gevoelige functie. Daarom is het uitvoeren van een bodemonderzoek in onderhavig planvoornemen niet noodzakelijk. Aangezien er geen wijzigingen in het gebruik van het perceel hebben plaatsgevonden, kan het plangebied als ‘onverdacht’ worden beschouwd en wordt de bodem geschikt geacht voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Geluidhinder

Algemeen Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Een nieuwe woning is een

Hoofdstuk 4

21

geluidsgevoelig object. Dit houdt in dat er moet worden aangetoond dat (weg)verkeerslawaai en industrielawaai ter plaatse geen negatieve effecten teweegbrengen voor de toekomstige bewoners van de woning. Onderhavig planvoornemen is niet gelegen in de nabijheid van spoorwegen of een industrieterrein. Toetsing In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. De Timmermannsweg heeft zodoende geen wettelijke geluidszone, aangezien het een 30 km/u weg is. Dit geldt tevens voor de Pioniersstraat en Grauwveen. Onderhavig plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een weg. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Het besluitgebied is bovendien niet gelegen in de nabijheid van spoorwegen of een industrieterrein. Er is dan ook geen sprake van geluidsoverlast als gevolg van spoorwegverkeerslawaai of industrielawaai. Conclusie Vanuit het aspect ‘geluidhinder’ bestaan er geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. 4.1.3

Luchtkwaliteit

Algemeen Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in het beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid; a) b) c) d)

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Het Besluit NIBM De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interim-periode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%.

Hoofdstuk 4

22

De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijnstof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:

Woningen (maximaal)

Minimaal 1 ontsluitingsweg 3%-norm 1500

minimaal 2 ontsluitingsweg 3%-norm 3000

Bij de voorgenomen ontwikkeling is er slechts sprake van 15 wooneenheden, waarmee binnen het 3% criterium van de NIBM-grens gebleven wordt. De voorgenomen ontwikkeling draagt hierdoor ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Achtergronden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen. Volgens de kaarten van het planbureau voor de leefomgeving bedraagt de concentratie PM 10 ter plaatse tussen de 18 en 20 µg/m³, de concentratie PM2,5 tussen 10 en 12 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen 20 en 25 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 40 µg/m³ en is de jaar gemiddelde grenswaarde voor PM2,5 25 µg/m³. Volgens de kaarten van het planbureau voor de leefomgeving is de luchtkwaliteit ter plaatse dus goed te noemen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de luchtkwaliteit. Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.4

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Beleid Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet

Hoofdstuk 4

23

voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Toetsing Er moet getoetst worden aan het Bevi, Bevt en Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Woningen zijn kwetsbare objecten, waarvoor de effecten op het gebied van externe veiligheid moeten worden getoetst.

Uitsnede risicokaart met globale ligging plangebied (blauw omlijnd)

Hoofdstuk 4

24

Inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat er in en in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen, waarmee in het kader van de voorliggende ontwikkeling rekening mee dient te worden gehouden. In de onderstaande tabel zijn de inrichtingen in de omgeving weergeven inclusief afstanden tot aan het onderhavige plangebied. Afstand (m) 550

Adres

Functie

Activiteit

Jan Poelsweg 3

Benzineservicestation

650

Jan Poelsweg 4 Ysselsteynseweg 78 Deurneseweg 177 Zeilbergseweg 3

Akkerbouw

LPG-vulpunt, LPG-tank ondergronds, LPG-afleverinstallatie Bovengrondse propaantank 3.000 liter Bovengrondse propaantank 5.000 liter Bovengrondse propaantank 3.000 liter Bovengrondse propaantank 3.000 liter

1100 1300 1000

Fokken en houden van Varkens Fokken en houden van Varkens Camping

Risicoafstand (PR 10-6) (m) 35

Invloedsgebied (M)

20

0

20

0

20

0

20

0

150

Kortom, gelet op de afstanden in de tabel liggen risicovolle inrichtingen op dusdanige afstand dat het invloedsgebied niet tot het plangebied reikt. Derhalve vormt de ligging ten opzichte van de risicovolle activiteiten geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Buisleidingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen die een belemmering vormen voor de ontwikkeling van de wooneenheden. De dichtstbijzijnde leiding is gelegen op meer dan 1,7 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied. Het plangebied ligt hierdoor buiten het invloedsgebied van deze leiding. Spoorwegen Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen spoorwegen gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Waterwegen Er is in de directe omgeving van het plangebied geen water gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, dat een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Wegverkeer De dichtstbijzijnde wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn de N270 (Deurneseweg) en de N277 (Puttenweg). Deze wegen zijn respectievelijk op een afstand van circa 1,1 ten noorden van het plangebied gelegen en op een afstand van 250 meter ten oosten van het plangebied. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 is 0 meter. Hier ligt het plangebied buiten.

Hoofdstuk 4

25

De overschrijdingsfactor van het groepsrisico is kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. In het rapport 'Externe veiligheid provinciale wegen' van de Provincie Limburg zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N277 geen gegevens opgenomen. Ten aanzien van de N270 zijn wel transportgegevens bekend. Met betrekking tot de relevante stof categorie GF3 (brandbaar tot vloeibaar verdicht gas) geldt voor de N270 een te verwachten vervoersintensiteit van 390 transportbewegingen per jaar. Uit bijlage 4 van het betreffende rapport (kaartbeelden plaatsgebonden risico en groepsrisico huidige situatie) kan worden afgeleid dat ten aanzien van de N277 mag worden aangenomen dat dit aantal aanmerkelijk lager zal liggen. Gelet op deze lage transportintensiteiten, de afstand van het plangebied tot de N277 (250 m) en de N270 (1100 m) en de beperkte impact op het aantal personen binnen het gebied als gevolg van de toevoeging van 18 een-tweepersoonswoningen, zal het groepsrisico als gevolg van beide transportassen de oriëntatiewaarde niet benaderen of overschrijden. De ligging ten opzichte van de N270 en N277 vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Verder vindt er in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen plaats.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.5

Milieuzonering

Algemeen Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de onderstaande tabel zijn de richtafstanden van milieucategorie 1 tot en met 3.2 weergegeven, zoals deze gelden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. Milieucategorie

Richtafstand tot gevoelige functies in

Richtafstand tot gevoelige

een rustige woonwijk

functies in gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

Hoofdstuk 4

26

Toetsing In dit geval dient te worden uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De beoogde 15 wooneenheden zijn geen functies die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. De wooneenheden betreffen daarentegen wel milieugevoelige functies. Medewerking aan het planvoornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de zelfstandige woonruimte gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. De dichtstbijzijnde milieubelastende activiteit betreft een volumineuze detailhandel (handel in natuursteen en tuindecoraties) aan de Kerkweg 19 te Ysselsteyn. Deze milieucategorie 2 activiteit ligt op circa 90 ten westen van het plangebied. Formeel geldt een richtafstand van 30 meter tot de milieugevoelige functie. Aan deze richtafstand wordt ruim voldaan. Het planvoornemen ligt op meer dan voldoende afstand ten opzichte van milieubelastende activiteiten in de omgeving. Daarnaast zijn er in de huidige situatie reeds diverse woningen dichter bij milieubelastende activiteiten gelegen, waardoor deze als maatgevend beschouwd mogen worden. In de te realiseren woningen zal daarom sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. De 15 wooneenheden belemmeren bedrijven en inrichtingen in de omgeving niet.

Conclusie Op basis van het aspect milieuzonering bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van het voorgenomen initiatief. 4.1.6

Geurhinder

Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Geurhinder dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en bepaalde afstanden aan te houden ten opzichte van geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kent bescherming toe aan geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebieden bestemd voor wonen en verblijf. De woningen betreffen derhalve geurgevoelig objecten. Voor het toetsen van een aanvaardbaar woon- en/of leefklimaat ter plaatse van het plangebied en om te voorkomen dat agrarische bedrijven in hun ontwikkeling belemmerd worden, is het bepaalde in de Wet geurhinder en veehouderij van belang. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Buiten de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 50 meter tot een emissiepunt van een veehouderij en 25 meter afstand tot de gevel van een stal van een veehouderij. Aan deze afstanden wordt voldaan.

Hoofdstuk 4

27

Op 29 september 2009 heeft de gemeenteraad van Venray de aangepaste Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. De laatste aanpassing van deze geurverordening is vastgesteld op 1 november 2011. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen:  Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m3  Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ouE/m3  Buitengebied 14,0 ouE/m3 De normstelling is onderbouwd in de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij (inclusief aanvulling uit 2011).

Kaart behorende bij geurverordening Venray met gemeentelijke normstelling en globale aanduiding plangebied (zwart omcirkeld)

Toetsing Bij de beoordeling of het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied acceptabel is, dient de geurbelasting veroorzaakt door de individuele bedrijven (voorgrondbelasting) en de geurbelasting op het plangebied veroorzaakt door alle veehouderijen samen (achtergrondbelasting) in beeld te worden gebracht. Beoordeeld moet worden of de belasting acceptabel is.

Hoofdstuk 4

28

Voorgrondbelasting Ter plaatse van het onderhavige plangebied geldt er conform de Geurverordening een geurnorm van 8 ouE/m3. Uit de geurhinderkaart met de voorgrondgeurbelastingen blijkt dat er geen geurhindercontouren van intensieve veehouderijen over het te ontwikkelen plangebied liggen. Er wordt daarmee aan de normen voldaan, waardoor gesteld kan worden dat de omliggende veehouderijen geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voor wat betreft voorgrondbelasting. De geurhindercontouren van de veehouderijen rondom Ysselsteyn zien er als volgt uit.

Uitsnede geurhindercontourenkaart Ysselsteyn met globale aanduiding plangebied (zwart omcirkeld)

Achtergrondbelasting Op de kaart achtergrondbelasting behorende bij de gemeentelijke geurverordening wordt de indicatieve achtergrondbelasting deels als matig (13,1 tot 20,0 ouE/m3, 15-20% kans op geurhinder) tot tamelijk slecht (20,1 tot 28,3 ouE/m3, 20-25% kans op geurhinder) beoordeeld. Voor de achtergrondbelasting gelden geen vastgestelde wettelijke normen.

Hoofdstuk 4

29

Uitsnede kaart ‘Achtergrondbelastingen Geurhinder’ met globale aanduiding plangebied (blauw omlijnd)

Uit de gemeentelijke geurverordening blijkt dat een achtergrondbelasting van 13,1 tot 20,0 ouE/m3 in de bebouwde kom van Ysselsteyn een achtergrondbelasting is waarbij nog sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat zonder dat er overlast is van geurhinder van veehouderijen. Een matig leefklimaat ten aanzien van geur wordt in de bebouwde kom van Ysselsteyn op grond van het gemeentelijk beleid aanvaardbaar geacht. Voor een deel van het plangebied wordt de indicatieve achtergrondbelasting als tamelijk slecht beoordeeld (20,1 – 28,3 ouE/m3, 20 - 25% kans op geurhinder). In de gemeentelijke geurverordening is een hardheidsclausule opgenomen. Deze clausule is als volgt geformuleerd: Indien, met uitzondering van de geurbelasting, de beoordeling van de overige milieu- en planologische aspecten wel positief uitvalt, kan overwogen worden om gemotiveerd van de normen af te wijken. Daarbij zal niet voorbij worden gegaan aan de belangen van de veehouderij(en) die in de nabijheid van de ruimtelijke plannen gelegen is / zijn. Een nadere motivering en besluitvorming is nodig om van de waarden uit de tabel af te wijken. De cumulatieve geurbelasting ter plaatse voldoet niet aan de gestelde normen in de Verordening geurhinder en veehouderij van de gemeente Venray.

Berekend is een geurbelasting 22,2 tot 23,3 ouE/m3, zie bijlage 2 In de hardheidsclausule is opgenomen dat, indien, met uitzondering van de geurbelasting, de beoordeling van de overige milieu- en planologische aspecten wel positief uitvalt, overwogen kan worden om gemotiveerd van de normen af te wijken. Daarnaast rust op het gehele plangebied al de bestemming “Wonen”. De huidige langgevelboerderij wordt gesplitst en op het achtererf

Hoofdstuk 4

30

worden hofjeswoningen gerealiseerd. Het plangebied maakt onderdeel uit van de kern van Ysselsteyn. Rondom het plangebied bevinden zich uitsluitend woningen en dienstverlening. De gemeente Venray voert momenteel overleg met meerdere nabijgelegen veehouderijen aan de Ringweg en de Timmermannsweg over beëindiging van de veehouderijactiviteiten in het kader van de stoppersregeling en de Saneringsregeling varkenshouderij. De verwachting is dat komende 6 maanden duidelijk wordt of één of meerdere van deze veehouderijen ook werkelijk gaan stoppen wat de berekende geurbelasting verder zal doen afnemen. Het initiatief betekent ten slotte geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van betreffende veehouderijen. Het plangebied is reeds volledig bestemd als ‘Wonen’. Ter plaatse van de initiatieflocatie is, behoudens een lichte overschrijding van de achtergrondbelasting (22-23 ouE/m3) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zodat kan worden afgeweken van de maximale geurbelasting uit de bijlage van de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray. Conclusie Vanuit het aspect geurhinder van veehouderijen zijn er hiermee geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.1.7 M.e.r.-plicht Toets directe m.e.r.-plicht Het voorliggende initiatief betreft de sloop van de bestaande bebouwing, de ontwikkeling van 15 wooneenheden met tuinen, openbare ruimte en parkeervoorzieningen. Deze ontwikkeling komt niet voor in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er is hiermee geen sprake van een directe m.e.r.plicht. Toets m.e.r.-beoordelingsplicht In onderdeel D van de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. In onderdeel D is aangegeven dat een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (categorie D11.2) in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Met een oppervlakte van circa 2700 m2 en de realisatie van 15 wooneenheden, wordt ruimschoots onder de drempelwaarden gebleven. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 7 juli 2017, is een m.e.r.-beoordeling echter ook vereist indien de drempelwaarden niet worden overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9584118/1