03 Bestemmingsplan Kerkweg Ysselsteyn
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Kerkweg (ong.) te Ysselsteyn’ Gemeente Venray Ontwerp
Bestemmingsplan ‘Kerkweg (ong.) te Ysselsteyn’ Gemeente Venray Ontwerp
Rapportnummer:
P02499_2
IMRO IDN:
NL.IMRO.0984.BP20029-ON01
Datum:
3 november 2021
Opdrachtgever:
Peter Claessens Interieur en bouwprojecten
Projectteam BRO:
SSh, DAd
Concept:
januari 2021
Voorontwerp:
april 2021
Ontwerp:
juni 2021, november 2021
Vastgesteld: Trefwoorden:
Bestemmingsplan, Kerkweg, woningbouw, Ysselsteyn, gemeente Venray
Bron foto kaft:
Hollandse Hoogte 4
Beknopte inhoud:
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de realisatie van maximaal 20 appartementen, tien twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woning ter plaatse van de Kerkweg te Ysselsteyn in de gemeente Venray.
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en plangrens 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opbouw bestemmingsplan
4 4 5 5 6
2. GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige ontwikkeling 2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing
7 7 8 12
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid
14 14
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid
14 15 15 16 16
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan 2014 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.3 Regionaal beleid
16 18 19
3.3.1 Regionaal woonbeleid 3.4 Gemeentelijk beleid
19 20
3.4.1 Woonvisie Venray 2017 3.4.2 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn 3.4.3 Toekomstvisie Venray 2030
20 21 23
4. UITVOERINGSASPECTEN 4.1 Milieuaspecten
26 26
4.1.1 Bodem 4.1.2 Geluidhinder 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Externe veiligheid 4.1.5 Milieuzonering 4.1.6 Geurhinder 4.1.7 M.e.r.-plicht
26 27 28 29 31 32 35
Inhoudsopgave
1
4.2 Archeologie en cultuurhistorie
40
4.2.1 Archeologie 4.2.2 Cultuurhistorie 4.3 Leidingen en infrastructuur 4.4 Ecologie 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Waterhuishouding 4.7 Onderzoek niet gesprongen explosieven 4.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.9 Duurzaamheid
40 41 41 42 44 45 48 49 50
5. JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planonderdelen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de planregels
52 52 52 53
5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels 5.3.4 Overgangs- en slotregels
53 53 54 55
6. HANDHAVING
56
7. HAALBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57 57 57
8. PROCEDURE
60
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Definitief Stedenbouwkundig plan Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: Quickscan externe veiligheid Bijlage 5: AERIUS stikstofdepositieberekening Bijlage 6: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 7: Niet gesprongen explosieven onderzoek Bijlage 8: Ladderonderbouwing Bijlage 9: Omgevingsdialoog
Inhoudsopgave
2
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Kerkveldweg in Ysselsteyn te herontwikkelen. Het voornemen bestaat om op dit perceel, 20 appartementen, tien twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woningen te realiseren. Het programma voorziet in gedifferentieerd aanbod, van woningen in de vorm van merendeels sociale huurwoningen en betaalbare / goedkopere koopwoningen. Derhalve is het plan geschikt voor diverse doelgroepen en onderscheid het plan zich ten opzichte van andere plannen in de kern Ysselsteyn.
Topografische kaart met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
De voorgenomen ontwikkeling is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’, dat op 27 september 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad van Venray. Binnen dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd tot ‘Agrarisch’ waarbinnen het niet is toegestaan nieuwe woonfuncties te realiseren. De beoogde ontwikkeling is derhalve niet rechtstreeks toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan, aangezien de voorgenomen ontwikkeling in strijd is met de regels van de bestemming ‘Agrarisch’. De gemeente Venray heeft laten weten onder voorwaarden mee te werken aan het initiatief. De gemeente Venray wil deze ontwikkeling mogelijk maken door middel van een herziening van het juridisch-planologisch kader. In voorliggend bestemmingsplan wordt de woningbouwontwikkeling juridisch-planologisch geregeld.
Hoofdstuk 1
4
1.2 Ligging en plangrens De planlocatie is gelegen aan de Kerkweg en ligt in het noordwesten van de kern Ysselsteyn. De ontwikkelingen vinden plaats op de percelen kadastraal bekend als Venray, sectie M, nummers 71 (ged.), 1640 (ged.), 1641, 1642, 1643 en 1644.
Uitsnede luchtfoto met kadastrale percelen met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
In de huidige situatie heeft de Kerkweg reeds een nadrukkelijk woonkarakter. De woonomgeving is ruim opgezet met veel ruimte tussen woningen en aandacht voor groen. De zuidkant en westkant van het plangebied wordt gekenmerkt door woningbouw met meerdere (vrijstaande) woningen. Aan de oostzijde is de woonwijk Achter de Jera gelegen, met rijwoningen, appartementen en twee-onder-éénkapwoningen. De noordkant wordt wederom gekenmerkt door diverse vrijstaande woningen en agrarische gronden.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’, zoals vastgesteld op 27 september 2016 door de gemeenteraad van Venray. Binnen het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch’.
Hoofdstuk 1
5
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ met rood omlijnd het plangebied van het planvoornemen
De beoogde ontwikkeling is strijdig met de geldende bestemming. Binnen het vigerende bestemmingsplan is het perceel bestemd tot ‘Agrarisch’ waar binnen enkel agrarisch gerelateerde activiteiten zijn toegestaan. Aangezien er binnen de bestemming geen woonfuncties zijn toegestaan, is het planvoornemen niet rechtstreeks toegestaan conform het vigerende bestemmingsplan en dient de voorliggende ontwikkeling planologisch te worden geregeld via een herziening van het bestemmingsplan.
1.4 Opbouw bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planopzet wordt beschreven. In hoofdstuk 6 vindt tot slot een beschrijving van de procedure plaats.
Hoofdstuk 1
6
2.
GEBIEDS- EN BESLUITPROFIEL 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in de noordoosthoek van de kern Ysselsteyn binnen het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel kadastraal bekend als Venray, sectie M, nummers 71 (ged.), 1640 (ged.), 1641, 1642, 1643 en 1644. De kern Ysselsteyn maakt onderdeel uit van de gemeente Venray. De hoofdkern Venray ligt circa 6 kilometer ten oosten van Ysselsteyn. In de huidige situatie zijn binnen het plangebied enkel braakliggende agrarische gronden gelegen.
Luchtfoto de omgeving van het plangebied met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
In de huidige situatie heeft de Kerkweg reeds een nadrukkelijk woonkarakter. De woonomgeving is ruim opgezet met veel ruimte tussen woningen en aandacht voor groen. De zuidkant, westkant van het plangebied wordt gekenmerkt door woningbouw met meerdere (vrijstaande) woningen. Aan de oostkant is de woonwijk Achter de Jera gerealiseerd met 24 grondgebonden woningen en 12 appartementen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een agrarisch perceel waarachter op afstand weer diverse vrijstaande woningen zijn gelegen.
Hoofdstuk 2
7
2.2 Toekomstige ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om de gronden aan de Kerkweg te herontwikkelen. Het totale bouwplan betreft 31 woningen en het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 7.800 m 2. Met deze ontwikkeling worden deze gronden opnieuw ingericht ten behoeve van in totaal 20 appartementen, tien twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woning. Van de 20 appartementen zijn tien appartementen (begane grond) bestemd als levensloopbestendige woningen voor senioren in de prijsklasse betaalbare / sociale koop. De tien bovenwoningen zijn bestemd voor starters en zullen worden verhuurd in de prijsklasse sociale huur. Van de tien twee-onder-één-kap woningen, worden zes ‘hoge’ woningen gebouwd en vier ‘lage’ woningen. De woningen hebben een inhoud variërend van 252 m3 tot 403 m3. De locatie is gelegen in een inbreidingsgebied binnen de kern van Ysselsteyn. Met de toekomstige ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de naastgelegen nieuwbouwwijk Achter de Jera, waar in totaal 36 woningen, waarvan 12 appartementen, zijn gerealiseerd. In het kader van de Omgevingsdialoog is de toekomstige ontwikkeling voorgelegd aan de omwonenden voor wensen en bedenkingen. Naar aanleiding daarvan zijn de gestapelde woningen met circa 3 meter verschoven, waardoor er meer afstand tot de woningen aan de Ringweg is gecreëerd.
De afstand tussen de woningen bedraagt circa 26 meter. Verder zal er een groene erfafscheiding worden gerealiseerd, teneinde de privacy voor de omwonenden zoveel mogelijk te waarborgen. In dat kader zullen tevens de balkons van de bovenwoningen van ondoorzichtig materiaal worden uitgevoerd. De situering van de woningen is dusdanig, dat er geen (onaanvaardbare) schaduwwerking en/of beperking van de bezonning in de woningen plaatsvindt. Er wordt centraal in het plangebied een wadi gecreëerd ten behoeve van de waterberging. Daarbij wordt bij de wadi een speelplein gerealiseerd. Er worden in totaal 52 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervan worden in totaal elf parkeerplaatsen op eigen terrein gesitueerd. Het planvoornemen is gelegen ten westen van het woningbouwplan “Achter de Jera” dat is gerealiseerd tussen 2010 en 2018. Dit woningbouwplan was een eerste fase in de ontwikkeling van woningbouw in het binnengebied gelegen tussen de Heidse Peelweg, Ringweg, Kerkweg en Peter Janssenweg. In het bestemmingsplan “Achter de Jera” te Ysselsteyn (door de raad vastgesteld op 3 november 2009) is een schetsmatige uitwerking voor de ontwikkeling van het gebied opgenomen (zie onderstaande afbeelding). De hiervoor gebruikte term Gebiedsvisie is in dit verband wellicht wat te zwaar, maar de schets geeft een aardig beeld van een stedenbouwkundige opzet voor het gebied.
Hoofdstuk 2
8
Schetsmatige uitwerking voor de ontwikkeling van het gebied (Bron: Gebiedsvisie)
Deze visie beschrijft de invulling van het terrein achter het jongerencentrum “De Jera” aan de Peter Janssenweg met woningen. Hierin is het uitgangspunt opgenomen dat bij een volledige ontwikkeling van dit binnengebied (alle fasen tezamen) sprake zal moeten zijn van een ontsluitingsstructuur in de vorm van een ringstructuur door het gebied met diverse aansluitingen op omliggende wegen. De centrale binnenring zal worden aangetakt op de Heidse Peelweg, Peter Janssenweg en Kerkweg. Bij de verdere ontwikkeling van de eerste fase van “Achter de Jera” is verder invulling gegeven aan de beoogde ringstructuur door te voorzien in een ontsluitingsweg vanuit Achter de Jera naar het planvoornemen (zie rode pijl op onderstaande situatietekening).
Hoofdstuk 2
9
Deze ontsluitingsweg is ook planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan “Achter de Jera” (door de raad vastgesteld op 3 november 2009) en het daarop volgende bestemmingsplan “Ysselsteyn” (door de raad vastgesteld op 27 september 2016), waar de bestemming “Verkeer” is opgenomen.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Ysselsteyn’ (marker op ontsluitingsweg)
Hoofdstuk 2
10
Een volwaardige ontsluiting met ‘Achter de Jera’ is wenselijk en ook voorzien in zowel het voorliggende plan als in het bestemmingsplan Ysselsteyn. Op de gronden rust de bestemming “Verkeer”, hetgeen in de gebiedsvisie en eerdere fase ook zo is beoogd. Gezien de eigendomssituatie en de stelling van de eigenaar dat hij niet wenst mee te werken aan de realisering van een ontsluitingsweg, is gekeken naar een tijdelijk alternatief in de vorm van een calamiteitenroute richting Achter de Jera ter hoogte van het strookje grond van 35 cm breed met de bestemming “Verkeer”. Door aan beide zijden van het strookje een volwaardige ontsluitingsweg aan te leggen, kan de grond in geval van calamiteiten als calamiteitenontsluiting worden gebruikt. De insteek is om op deze plek een volwaardige ontsluiting te gaan realiseren. De ontsluiting zal aan weerszijden tot aan de perceelsgrens als volwaardige ontsluitingsweg worden aangelegd. Aan weerszijden zal de ontsluitingsweg worden afgezet met bijvoorbeeld paaltjes, een poort, o.i.d. die door de hulpdiensten kunnen worden bediend ten tijde van een calamiteit en eveneens kunnen worden bediend ten behoeve van eventuele wegwerkzaamheden.
Zodoende worden de hulpdiensten niet gehinderd tijdens hun werkzaamheden, kunnen eventuele wegwerkzaamheden worden uitgevoerd en beschikken zowel de eerste fase Achter de Jera als het planvoornemen over een 2e (calamiteiten)ontsluiting voor de hulpdiensten. Hiermee kan aan de wens van de Veiligheidsregio worden voldaan, dat in geval van een calamiteit het gebied, voor de brandweer, benaderbaar is vanuit zowel de toegangsweg van “Achter de Jera” als de toegangsweg van onderhavig plan ‘In de Wei’. Hierdoor behoeft de brandweer ook geen onnodige manoeuvres uit te voeren om het gebied ook weer te verlaten. Bij een volledige ontwikkeling van het binnengebied (alle fasen tezamen) zal de ringstructuur worden doorgetrokken, zodat ook aan de noordzijde sprake is van een ontsluitingsweg. Zodoende is er in de toekomst sprake van drie ontsluitingswegen. Zowel het plangebied Achter de Jera als het onderhavige planvoornemen zijn/worden zodanig ingericht dat het mogelijk is om toekomstige ontwikkelingen aan te laten sluiten. De calamiteitendoorgang is zodoende een tijdelijke oplossing totdat de definitieve en volwaardige ontsluiting op het strookje grond kan worden ingericht. In de navolgende afbeeldingen is een mogelijke schetsmatige stedenbouwkundige invulling van het plangebied zichtbaar met daarin de ruimtelijke hoofdopzet van onderhavig plan.
Een uitgebreidere impressie van het planvoornemen is bijgevoegd in bijlage 1.
Hoofdstuk 2
11
Concept impressie van het planvoornemen (bovenaanzicht)
2.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing In het kader van het initiatief worden de agrarische gronden geheel herontwikkeld. Aangezien er reeds woningen rondom het plangebied aanwezig zijn en het plangebied is gelegen binnen een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen functioneel in de omgeving. Tot slot wordt qua hoogte en opbouw aangesloten bij de woningen in de omgeving, waar reeds diverse woningtypes, bouwhoogtes en kaprichtingen te zien zijn.
Hoofdstuk 2
12
Concept impressie van het planvoornemen (3D)
Qua situering zullen de woningen naar elkaar toe geprojecteerd worden. De vrijstaande woning aan de zuidzijde wordt op de Kerkweg geprojecteerd en ligt op gelijke afstand tot de weg als de bestaande woningen. De lage tweekappers vormen de brug tussen de bestaande bebouwing langs de Kerkweg en het plan 'In de wei'. De hoge tweekappers en de twee bouwblokken met de boven- en benedenwoningen sluiten aan bij de nieuwbouw 'Achter de Jera'. Voor wat betreft de architectuur van de bebouwing zal worden aangesloten bij de beeldkwaliteit en bouwstijl van de omgeving en meer specifiek bij het beeldkwaliteitsplan van de nieuwbouw ‘Achter de Jera’. Tot slot wordt ook in de ontsluiting zowel aangesloten op de als zodanig bestemde weg richting Achter de Jera als op de Kerkweg. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte als op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.
Hoofdstuk 2
13
3.
BELEID In dit hoofdstuk wordt (beknopt) ingegaan op de relevante beleidsaspecten op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Hoofdstuk 3
14
Relevante nationale belangen voor onderhavig project zijn als volgt: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Afweging Met het planvoornemen wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het project. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen.
De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Ruimtereservering parallelle Kaagbaan, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van de woningbouwkavels. 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden en objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Wel is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel. Gelet op de toegestane hoogtes is dit planvoornemen geen probleem. Afweging Vanuit het Rarro bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Hoofdstuk 3
15
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling aan de Kerkweg te Ysselsteyn betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om in totaal 31 woningen te realiseren past binnen deze definitie. Bovendien is vanaf 12 nieuwe woningen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien onderhavig planvoornemen de ontwikkeling van 31 woningen betreft wordt het initiatief gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Aangezien de realisatie het planvoornemen conform het Besluit ruimtelijke ordening een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft dient er een behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde woningbouw plaats te vinden. In paragraaf 4.8 vindt derhalve een behoefte onderbouwing plaats.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Provinciaal Omgevingsplan 2014
Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 richt zich op de vraag wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Limburg te verbeteren. Samen met de inspanningen op andere terreinen moet dat leiden tot een leef- en vestigingsklimaat van een voortreffelijke kwaliteit. In het POL2014 worden de ambities, opgaven en aanpak voor 1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
16
de thema’s benoemd waarop de provincie een rol heeft of wil vervullen. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in acht soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 ligt het plangebied in de zone ‘overig bebouwd gebied’. Overige bebouwde gebieden zijn gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen met deels een stedelijk karakter en deels een dorps karakter. De Limburgse woningmarkt moet kwalitatief en kwantitatief de sprong maken naar een nieuwe werkelijkheid. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De groei eindigt, maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier: de top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028, terwijl de totale behoefte in Zuid-Limburg vanaf 2017 al daalt, wat in delen van het gebied nu al volop waarneembaar is. Binnen de gemeente Venray is er naar schatting een woningbehoefte tot 2034.
Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering-Limburg' met globale aanduiding plangebied (blauw omlijnd)
Overal moet de programmering ‘over de top heen kijken’, ook in de regio’s Noord en Midden, waar de woningbehoefte nog toeneemt. Dat vergt andere benaderingen, als inbreiding in plaats van uitleglocaties, planmatig verdichten en verdunnen. De opgave ligt vooral in het onttrekken van incourante (particuliere) woningen, het omvangrijk genoeg houden (c.q. maken) van het aanbod aan huurwoningen en het planologisch niet meer uitbreiden van woonmilieus die er al in overvloed zijn.
Hoofdstuk 3
17
Naast de kwantitatieve uitdaging is er nog een kwalitatieve uitdaging. Deze uitdaging vraagt in een omslag in denken. Het toekomstbestendig houden en maken van de bestaande woningvoorraad is dan ook een aanzienlijke opgave. De Limburgse woningmarkt heeft belang bij de ontwikkeling naar meer toekomstbestendigheid. Deze toekomstbestendigheid omvat meerdere aspecten: duurzaamheid (energieprestatie en-gebruik gedurende de hele levenscyclus van vastgoed, duurzaamheid en energie tijdens de bouw en sloop en hergebruik van materialen); flexibiliteit in gebruiksmogelijkheden en functies; levensloopbestendigheid (gebruikskwaliteiten gedurende de levensloop van gebruikers); als ruimtelijke basis: de locatie van woning(en), wat een focus inhoudt op plaatsen waar de randvoorwaarden voor een hoogwaardig woonklimaat ook op langere termijn aanwezig zijn. Maatschappelijke en demografische trends leveren een vraag naar een ander type woningen op dan de voorraad nu biedt. Er komt bijvoorbeeld meer vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens, in plaats van de gezinswoningen, meer vraag naar aanpasbare en levensloopbestendige woningen en naar energiezuinige woningen. De Limburgse woningmarkt kent hierdoor een paradox.
Er ontstaat namelijk (nu of op termijn) een overschot aan woningen (vooral particulier eigendom, waaronder incourant bezit), terwijl er tegelijk een impuls in de vorm van nieuwbouw nodig is (vooral huurwoningen) om ook op de langere termijn de gevraagde kwaliteiten te kunnen bieden. Deze kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn het meest behoefte bestaat. Afweging Middels onderhavig plan wordt ingespeeld op de veranderende vraag naar woningen. In het kader van het planvoornemen wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt op een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij de huidige agrarische gronden worden herontwikkeld en passende nieuwbouw wordt gerealiseerd die aansluit op de groeiende kwalitatieve opgave binnen de gemeente en de regio. Daarnaast is de beoogde nieuwbouw zuinig qua energieverbruik (zie paragraaf 4.9). Dit sluit aan bij het toekomstbestendig maken van de Limburgse woningmarkt. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het POL2014. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ vastgesteld.
Hierin worden de regels beschreven die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL-2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. Sinds december 2014 is de Omgevingsverordening uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk
Hoofdstuk 3
18
Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van het POL-2014. Afweging Uit de kaarten behorende bij de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Vanuit de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ bestaan er hiermee geen belemmeringen.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1
Regionaal woonbeleid
De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ (2016) een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgaven in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.
Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Gekeken dient te worden naar koppelkansen; Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.
Hoofdstuk 3
19
Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
Afweging De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 31 wooneenheden binnen de kern van Ysselsteyn in de nabijheid van diverse voorzieningen. Het betreffen woningen voor senioren, starters en gezinnen. Gezien de situering en aard van het planvoornemen en de vraag naar woningen binnen dorpen sluit de beoogde ontwikkeling aan op regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Wat betreft een nadere behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde woningbouw, zie voor meer informatie en een nadere onderbouwing paragraaf 4.8.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Woonvisie Venray 2017
Op 16 mei 2017 heeft de gemeenteraad van Venray de ‘Woonvisie Venray 2017’ vastgesteld. De woonvisie geeft op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende jaren, met een focus op de rol van het wonen in de algehele ambitie om Venray sterker en aantrekkelijker te maken. Uit de in het kader van de woonvisie verrichte onderzoeken is gebleken dat in Limburg, dat wordt aangeduid als een anticipeergebied, er tegen de stroom in nog drie plaatsen zijn die groeien; één daarvan is de gemeente Venray. De kwaliteit van het wonen speelt een grote rol voor de tevredenheid, identiteit, zelfredzaamheid en participatie van Venraynaren en is ook van belang voor de economische ontwikkeling van Venray. Wanneer wordt gekeken naar de woonwensen van de Venrayse bevolking blijkt dat er een toename is in de vraag naar huur eengezinswoningen en huur appartementen. Daarnaast heeft de toenemende groep oudere huishoudens ook een voorkeur voor appartementen. Tevens wordt er de afgelopen jaren een trend gezien onder alleenstaanden om meer te kiezen voor stedelijk wonen. De effectieve vraag (gebaseerd op verhuispatronen in de periode 2010-2015) toont een vraag naar eengezinswoningen van 60% en appartementen van 40%. Dit is een verschuiving ten opzichte van de huidige verhoudingen in de woningvoorraad, waar 85% van de woningen een eengezinswoning is.
Hoofdstuk 3
20
Nieuwe inwoners van de gemeente Venray gaan zorgen voor een belangrijke vraag naar nieuwe woningen. Deze vraag is een kans voor de gemeente om haar woningvoorraad toekomstbestendig te maken. Een deel van de toekomstbestendigheid wordt gezocht in de verbetering van de kwaliteit van de bestaande woningen. Het andere deel wordt gezocht in de vergroting van de woningdifferentiatie door de nieuwbouw van andere woningtypes. Onderhavige ontwikkeling voorziet in deze woningdifferentiatie door het realiseren van 31 wooneenheden, waarvan 20 appartementen, tien twee-onder-eenkap woningen en een vrijstaande woning. Deze woningen bestaan merendeels uit zowel betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen binnen de kern van Ysselsteyn. Afweging Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 31 wooneenheden binnen de kern van Ysselsteyn. Het betreft de realisatie van 20 appartementen, tien twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woning. Het programma voorziet in gedifferentieerd aanbod, van woningen in de vorm van sociale huurwoningen en betaalbare / goedkopere koopwoningen. Derhalve is het plan geschikt voor diverse doelgroepen en onderscheidt het plan zich ten opzichte van andere plannen in de kern Ysselsteyn, die zich in een prijsklasse van € 225.000 tot € 392.000 begeven. In het kader van het planvoornemen is een behoefte onderbouwing uitgevoerd, zie paragraaf 4.8.
3.4.2 Structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn De gemeenteraad van Venray heeft op 28 september 2010 de structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn (DOP Ysselsteyn) vastgesteld. Hierin is een analyse van de huidige situatie van de kern Ysselsteyn en een hierop gebaseerde strategische visie neergelegd. In de strategische visie wordt de visie op Ysselsteyn voor de periode tot 2020 beschreven.
Hoofdstuk 3
21
Uitsnede analysekaart behorende bij structuurvisie Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Op basis van de analyse van de huidige situatie zijn de sterktes en zwaktes, en de hiermee samenhangende kansen en bedreigingen van de kern Ysselsteyn in beeld gebracht, hetgeen heeft geresulteerd in een integrale gebiedsvisie. Deze visie voor de kern Ysselsteyn is gestoeld op 4 pijlers, te weten een ruimtelijke, functionele, economische en sociaal maatschappelijke pijler. In de ruimtelijke pijler wordt aangegeven op welke locaties in en rond de kern nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk zijn, en welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. Op basis van de visiebepaling is een aantal speerpunten geformuleerd voor concrete ontwikkelingen in en rond de kern Ysselsteyn. Deze speerpunten zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda behorende bij het dorpsontwikkelingsplan. Enkele van deze speerpunten zijn de herinrichting van het Lovinckplein, vermindering van overlast als gevolg van de omliggende intensieve veehouderijen, het stimuleren van bedrijvigheid en een concentratie van de gezondheidszorg in en rondom het dorp. Op basis van de strategische visie en de hierin geformuleerde speerpunten is een uitvoeringsagenda opgesteld, waarin 14 concrete agendapunten zijn benoemd.
Hoofdstuk 3
22
Deze punten zijn onder te verdelen in projecten op het gebied van: sociaal maatschappelijke aard; bedrijvigheid; openbare ruimte; milieu; verkeer. Onderhavig planvoornemen betreft de herontwikkeling van agrarische gronden op een inbreidingslocatie in het noordwesten van de kern. Waarbij er in totaal 31 wooneenheden gerealiseerd worden. Hiervan worden er 20 appartementen gerealiseerd, tien twee-onder-een-kap woningen en een vrijstaande woning. Het grootste deel van de woningen bestaat uit betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen gericht op de doelgroepen ouderen en starters. De locatie wordt in het DOP Ysselsteyn niet genoemd als mogelijke locatie voor woningbouwontwikkelingen. In principe is onderhavige ontwikkeling in strijd met het DOP Ysselsteyn. Echter is in 2016 een actualisatie is geweest. Deze is niet door de raad vastgesteld, maar geeft weer dat DOP2010 is achterhaald. In november 2019 is door de dorpsraad vastgesteld dat aan de hand van het behoefteonderzoek is gebleken van een sterke behoefte aan sociale huur woningen en goedkopere koop woningen voor starters en senioren. Het voorliggende plan voorziet in de vraag naar deze woningen. Naast de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte is ook de locatie van het planvoornemen uitermate geschikt. De planlocatie is gelegen op een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied.
De locatie is onderdeel van het kern bestemmingsplan Ysselsteyn. Binnen bestaand stedelijk gebied is ruimte om 31 wooneenheden te realiseren (daarbij wordt tevens rekening gehouden met andere woningbouwplannen). Het initiatief sluit direct aan op het omliggende bestaande stedelijk gebied aan de Kerkweg, Achter de Jera en Ringweg. De omgeving heeft bovendien reeds het karakter van een woonomgeving. Het initiatief wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en daarmee is er sprake van duurzaam ruimtegebruik. Daarnaast voorziet het planvoornemen ook in de ‘sociale’ vraag naar bepaalde typen woningen in Ysselsteyn. Derhalve kan geconcludeerd worden dat onderhavige projectlocatie een geschikte inbreidingslocatie betreft binnen de dorpskern van Ysselsteyn en in lijn is met de beleidsuitgangspunten van het DOP Ysselsteyn, de actualisering daarvan in 2016 en de door de dorpsraad in november 2019 aangenomen Woonvisie. Afweging Het planvoornemen is in lijn met de beleidsuitgangspunten van het Dorpsontwikkelingsplan Ysselsteyn. 3.4.3
Toekomstvisie Venray 2030
Binnen de ‘Toekomstvisie Venray’ staat de vraag centraal hoe Venray eruit ziet in het jaar 2030. De toekomstvisie is tot stand gekomen op basis van de inbreng van ruim 1.500 inwoners van Venray.
Hoofdstuk 3
23
De gemeente Venray heeft voor de komende tien jaar de navolgende vijf concrete ambities geformuleerd: 1. zijn inwoners, hun netwerken, culturen en voorzieningen met elkaar verboden; Ambitie in het jaar 2030: Om deze eerste ambitie te realiseren zal de gemeente Venray de komende tien jaar op actieve wijze initiatieven stimuleren en ondersteunen die ontmoeting en verbinding tussen verschillende leeftijdsgroepen of culturele groepen tot stand brengen. Hierbij moet gedacht worden aan (goede verbindingen naar) brede, maatschappelijke en passende voorzieningen, die met elkaar samenwerken. Hiervoor gebruiken inwoners bijvoorbeeld klimaatneutrale pendelbusjes, veelal met vrijwilligers achter het stuur. Ook moet gedacht worden aan een actief verenigingsleven, waar vrijwilligers van elkaar leren. Hierdoor is er in 2030 voor iedereen een ontmoetingsplek in een gebouw of buiten, hoeft niemand zich meer eenzaam of onveilig te voelen en kan iedereen meedoen. 2. woon je groen en sociaal; Ambitie in het jaar 2030: Tot 2030 is nog sprake van een bevolkingstoename in Venray. Desondanks kan je de komende tien jaar in Venray voor elke levensfase een passende woning vinden. De mismatch tussen inwoners en het woningaanbod is verleden tijd en er is een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus.
Jonge gezinnen vinden er bijvoorbeeld geschikte woningen voor een redelijke prijs en met tal van voorzieningen. Kinderen kunnen naar goede scholen en veilig buiten spelen. Er zijn betaalbare starterswoningen, en lange wachtlijsten voor (sociale) huurwoningen zijn in 2030 verleden tijd. 3. zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu, voor nieuwe economische kansen; Ambitie in het jaar 2030: Hergebruik, recycling en het gebruik van herbruikbare materialen is in 2030 de norm, waardoor we zowel de grondstoffenvoorziening als onze milieu-impact beperken. Bovendien hebben we in 2030 de verantwoordelijkheid genomen voor onze eigen energievoorziening en zijn we aan de slag met energiebesparing, opwekking van duurzame elektriciteit en het gebruik van duurzame warmte. De energietransitie zet zich nog voort tot 2050. Dan willen we energieneutraal zijn. Kleinschalige coöperatieve burgerinitiatieven worden gestimuleerd. 4. stroomt kennis, creativiteit en vernieuwing; Ambitie in het jaar 2030: In de digitale en geautomatiseerde economie van 2030 is de beroepsbevolking kleiner en de vraag naar hoogopgeleide kenniswerkers groter, zo is de verwachting. Een leven lang leren is noodzakelijk geworden. In 2030 is de regionale arbeidsmarkt versterkt vanuit de driehoek bedrijven, onderwijs en overheid.
Er is flink geïnvesteerd in stagemogelijkheden en om-, bij- en herscholing van de beroepsbevolking. Tweedekansonderwijs helpt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk. En scholing van arbeidsmigranten, in de vorm van bijvoorbeeld taallessen, heeft de integratie bevorderd en biedt hen een duurzame verbondenheid met Venray. Dit wordt versterkt door echt mee te doen in de samenleving met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. 5. is iedereen mobiel. Ambitie in het jaar 2030: Het bevorderen van de bereikbaarheid staat hoog op de gemeentelijke en regionale agenda. Venray heeft in 2030 een veilig, toegankelijk en betrouwbaar mobiliteitssysteem met, waar mogelijk, schone en stille mobiliteit. Dat zorgt ervoor dat bedrijven en voorzieningen binnen Venray goed bereikbaar zijn, maar ook dat inwoners die buiten de gemeente werken
Hoofdstuk 3
24
of studeren snel op hun werk of onderwijsinstelling zijn. De bereikbaarheid binnen de gemeente en richting Nijmegen (noord), Venlo (zuid), Eindhoven (west) en Duitsland (oost) is verder verbeterd met het streven naar een robuust mobiliteitssysteem, nieuwe (organisatie)vormen van vervoer en door gebruik te maken van nieuwe en slimme technologieën. In 2030 zijn er vormen van deelvervoer (deelauto) geïntroduceerd. De bovenstaande ambities zijn gebaseerd op een aantal trends- en ontwikkeling die geconstateerd zijn binnen de gemeente Venray. Deze trends- en ontwikkeling zijn: andere invulling van de (schaarse) ruimte; klimaatverandering en energietransitie; nieuwe technologie; langer leven; nieuwe rolinvulling inwoners en overheid; toenemende diversiteit; veranderende economie. Afweging Wanneer gekeken wordt naar onderhavig planvoornemen is hoofdzakelijk de ambitie ‘woon je groen en sociaal’ van belang. Doelstelling is dat er tot 2030 voor elke levensfase een passende woning te vinden in binnen de gemeente Venray. Daarnaast moet er geen sprake meer zijn van een mismatch tussen inwoners en het woningaanbod. Er dient een gedifferentieerd aanbod aan woningtypes en woonmilieus te zijn. Jonge gezinnen vinden er bijvoorbeeld geschikte woningen voor een redelijke prijs en met tal van voorzieningen.
Het beoogde planvoornemen voorziet in de realisatie van betaalbare woningen die in de directe nabijheid zijn gelegen van voorzieningen. De 10 levensloopbestendige woningen zijn daarnaast gezien hun uitvoering en ligging aantrekkelijk voor de groeiende groep ouderen. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern (400 m) zorgt ervoor dat deze groep ouderen langer zelfstandig kan blijven wonen. De beoogde woningen zijn gezien de faciliteiten in de woningen aantrekkelijk voor zowel de groeiende groep ouderen, als starters en ook jonge gezinnen. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen in lijn is met de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid.
Hoofdstuk 3
25
4.
UITVOERINGSASPECTEN Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Binnen dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aspecten geluid, archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur en landschap, flora en fauna, waterhuishouding, verkeer en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortkomende bevindingen zijn in onderstaande paragrafen toegelicht.
4.1 Milieuaspecten 4.1.1
Bodem
Algemeen Formeel gezien dient in het kader van een bestemmingswijziging (over het algemeen middels een bodemonderzoek) aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Aangezien de ontwikkeling voorziet in het realiseren van woningen, wat gevoelige functies zijn, dient er aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. Onderzoek In het kader van onderhavige ontwikkeling is door Lankelma2 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 2. De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,7 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Uit de analyseresultaten van de bovengrond blijkt dat uit de twee grondmengmonsters (MM1 en MM3) geen van de parameters een verhoogde mate is aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Een grondmengmonster (MM2) blijkt licht verhoogt te zijn met Cadmium. De concentratie overschrijdt de achtergrondwaarde, echter niet de interventiewaarde. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond indicatief als klasse ‘AW200’ beschouwd worden.
In twee grondmengmonsters MM4 en MM5 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond indicatief als klasse ‘AW2000’ beschouwd worden.
2
Lankelma, Verkennend bodemonderzoek, Kerkweg ong. te Ysselsteyn, d.d. 17 juli 2020.
Hoofdstuk 4
26
De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt behoudens de lichte verhoging met Cadmium in de bovengrond geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw). Verspreid over de onderzoekslocatie zijn asbestinspectiegaten gegraven. Visueel is hier geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de geanalyseerde mengmonsters van de fijne fractie zijn geen verhoogde asbestconcentraties aangetoond. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium en koper. Het grondwater is derhalve ter plaatse van de onderzoekslocatie niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat de gemeten gehalten (grond) en concentraties (grondwater) milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herinrichting van de projectlocatie. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. 4.1.2
Geluidhinder
Algemeen Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Een nieuwe woning is een geluidsgevoelig object. Dit houdt in dat er moet worden aangetoond dat (weg)verkeerslawaai en industrielawaai ter plaatse geen negatieve effecten teweegbrengen voor de toekomstige bewoners van de woning. Onderhavig planvoornemen is niet gelegen in de nabijheid van spoorwegen of een industrieterrein.
Hoofdstuk 4
27
Toetsing Onderhavige ontwikkeling bevindt zich binnen de invloedssfeer van de Heidse Peelweg een 60km/u weg. Derhalve is door M-tech een akoestisch onderzoek ‘wegverkeerslawaai’ 3 uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 3. Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidbelasting vanwege Heidse Peelweg ten hoogste 25 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hiermee gerespecteerd. Met de gecumuleerde geluidbelasting wordt de voorkeursgrenswaarde eveneens gerespecteerd. In het kader van de Wet geluidhinder vormt de geluidbelasting vanwege de omliggende geluidgezoneerde Heidse Peelweg geen belemmering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. De geluidbelasting vanwege de omliggende 30-km wegen vormen eveneens geen belemmering voor het woon- en leefklimaat. Uit het onderzoek blijkt derhalve dat geen nader onderzoek naar de geluidwering noodzakelijk is. Conclusie Vanuit het aspect ‘geluidhinder’ bestaan er geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. 4.1.3
Luchtkwaliteit
Algemeen Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in het beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid; a) b) c) d)
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Het Besluit NIBM De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
3
Mtech, Akoestisch onderzoek ‘wegverkeerslawaai’, Kerkweg Ysselsteyn, projectnr. Har.Yss.20.AO BP-01, d.d. 27 augustus 2020
Hoofdstuk 4
28
Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interim-periode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijnstof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:
Woningen (maximaal)
Minimaal 1 ontsluitingsweg 3%-norm 1500
minimaal 2 ontsluitingsweg 3%-norm 3000
Bij de voorgenomen ontwikkeling is er slechts sprake van 31 wooneenheden, waarmee binnen het 3% criterium van de NIBM-grens gebleven wordt. De voorgenomen ontwikkeling draagt hierdoor ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Achtergronden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen. Volgens de kaarten van het planbureau voor de leefomgeving bedraagt de concentratie PM 10 ter plaatse tussen de 19 en 21 µg/m³, de concentratie PM2,5 tussen 10 en 12 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen 14 en 16 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 40 µg/m³ en is de jaar gemiddelde grenswaarde voor PM2,5 25 µg/m³. Volgens de kaarten van het planbureau voor de leefomgeving is de luchtkwaliteit ter plaatse dus goed te noemen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de luchtkwaliteit. Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.4
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen.
Hoofdstuk 4
29
Beleid Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.
Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Toetsing Voor onderhavige ontwikkeling is door M-tech een ‘quickscan externe veiligheid’4 uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 4. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen buisleidingen, spoorwegen, waterwegen of transportroutes over weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Uit het onderzoek is gebleken dat er op circa 300 meter een LPG-tankstation is gelegen en op circa 380 meter een propaantank. De voorgenomen ontwikkeling valt buiten de invloedgebieden van beide inrichtingen. Derhalve kan afgeleid worden dat de risicovolle activiteiten geen invloed hebben op de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4
Mtech, QuickScan externe veiligheid t.b.v. plangebied Pascher Harweg/Kerkweg Ysselsteyn, projectnr. Pas.Yss.20.EV.BP-01, d.d. 14 augustus 2020
Hoofdstuk 4
30
4.1.5
Milieuzonering
Algemeen Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de onderstaande tabel zijn de richtafstanden van milieucategorie 1 tot en met 3.2 weergegeven, zoals deze gelden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. Milieucategorie
Richtafstand tot gevoelige functies in
Richtafstand tot gevoelige
een rustige woonwijk
functies in gemengd gebied
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
Toetsing In dit geval dient te worden uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De beoogde 31 wooneenheden zijn geen functies die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dienen te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. De wooneenheden betreffen daarentegen wel milieugevoelige functies. Medewerking aan het planvoornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de zelfstandige woonruimte gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. De dichtstbijzijnde gelegen milieubelastende activiteit betreft een volumineuze detailhandel (handel in natuursteen en tuindecoraties) aan de Kerkweg 19 te Ysselsteyn. Deze milieucategorie 2 activiteit ligt op circa 75 ten zuidoosten van het plangebied. Formeel geldt een richtafstand van 30 meter tot de milieugevoelige functie. Aan deze richtafstand wordt ruim voldaan. Het planvoornemen ligt op meer dan voldoende afstand ten opzichte van milieubelastende activiteiten in de omgeving. Daarnaast zijn er in de huidige situatie reeds diverse woningen dichter bij milieubelastende activiteiten gelegen, waardoor deze als maatgevend beschouwd kunnen worden. In de te realiseren woningen zal derhalve sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat.
De 31 wooneenheden belemmeren bedrijven en inrichtingen in de omgeving niet.
Hoofdstuk 4