03 Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling
Tekst van het document
3.7
Onderzoek uitgevoerd Ja Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja Ja, doch geen sprake van bestemmingswijziging Ja Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Conclusie Aan richtafstanden wordt voldaan N.v.t. Aan richtafstanden wordt voldaan Aan richtafstanden wordt voldaan Aan richtafstanden wordt voldaan N.v.t. Aan richtafstanden wordt voldaan
Luchtkwaliteit
Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid:
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;
een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
23
Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. De achtergrond van het beginsel 'Niet in betekende mate' is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interim-periode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Deellocatie Roland 2 Castenray
Onderzoek uitgevoerd Ja
Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt
Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Puttenweg 60 Ysselsteyn
Ja
Puttenweg 126-128 Ysselsteyn
Ja
Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn
Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
3.8
Conclusie Geen verslechtering van de luchtkwaliteit; luchtkwaliteit thans voldoende N.v.t. Geen verslechtering van de luchtkwaliteit; luchtkwaliteit thans voldoende Geen verslechtering van de luchtkwaliteit; luchtkwaliteit thans voldoende Geen verslechtering van de luchtkwaliteit; luchtkwaliteit thans voldoende N.v.t. Geen verslechtering van de luchtkwaliteit; luchtkwaliteit thans voldoende
Geur
Wet geurhinder en veehouderij De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De gemeente Venray heeft geen geurverordening vastgesteld. Dit betekent dat de gemeente aanvragen in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening toetst aan de wettelijke normen uit de Wet geurhinder en veehouderijen. De normen voor de voorgrondbelasting geur zijn 3 OUe/m³ voor geurgevoelige objecten in de bebouwde kom en 14 OUe/m³ voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt:
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
24
a) ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b) ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. De gemeenteraad van de gemeente Venray heeft een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen: a) Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m3 b) Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ouE/m3 c)
Buitengebied 14,0 ouE/m3
De normstelling is onderbouwd in de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij (inclusief aanvulling uit 2011). Voor bouwplannen geldt dat, alvorens er gebouwd kan worden, verzekerd dient te worden dat er geen sprake (meer) is van geurhinder. De bestaande geurcontouren zijn in onderhavig bestemmingsplan niet opgenomen aangezien deze regelmatig aan verandering onderhevig zijn. Deellocatie Roland 2 Castenray
Onderzoek uitgevoerd Ja
Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt
Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Puttenweg 60 Ysselsteyn
Ja
Puttenweg 126-128 Ysselsteyn
Ja
Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn
Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
Conclusie De nieuwe situatie heeft geen nadelige effecten op het woon- en leefklimaat in de omgeving, louter positieve effecten. N.v.t. De nieuwe situatie heeft geen nadelige effecten op het woon- en leefklimaat in de omgeving, louter positieve effecten. De nieuwe situatie heeft geen nadelige effecten op het woon- en leefklimaat in de omgeving, louter positieve effecten. De nieuwe situatie heeft geen nadelige effecten op het woon- en leefklimaat in de omgeving, louter positieve effecten. N.v.t. De nieuwe situatie heeft geen nadelige effecten op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Wel is de achtergrondbelasting op de nieuw te bestemmen woning hoger dan 14 ouE/m3
Voor de locatie Timmermannsweg 40 Ysselsteyn is geconstateerd dat er bij meetpunten 03 en 04 sprake is van een te hoge voorgrondbelasting. Dit vormt geen belemmering voor het
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
25
planvoornemen aangezien er binnen 10 meter van de weg geen bebouwing mag worden opgericht. Het meetpunt op de woning voldoet aan de norm van 14 ouE/m3.
3.9
Natuur
De bescherming van de natuur in Nederland is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De wet natuurbescherming heeft betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en op de soortenbescherming. Ruimtelijke ontwikkelingen die negatieve effecten kunnen hebben op de vastgestelde natuurwaarden van deze gebieden, zijn in beginsel niet toegestaan. Indien er kans bestaat dat effecten zullen optreden dienen deze vooraf in kaart te worden gebracht. Hieronder volgt de beoordeling per locatie voor het onderdeel Natura 2000. Deellocatie Roland 2 Castenray Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt Puttenweg 60 Ysselsteyn Puttenweg 126-128 Ysselsteyn Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
Onderzoek uitgevoerd Ja Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja Ja Ja Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Conclusie Geen belemmeringen N.v.t. Geen belemmeringen Geen belemmeringen Geen belemmeringen N.v.t. Geen belemmeringen
Het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in het wild voorkomende dieren. Hiervoor geldt een zorgplicht. Dit houdt in dat het opzettelijk verstoren of vernietigen niet is toegestaan. Voor een aantal zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelden, vaatplanten en alle broedvogels geldt een extra bescherming. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met de juridisch zwaarder beschermde soorten. Deellocatie Roland 2 Castenray
Onderzoek uitgevoerd Ja
Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt Puttenweg 60 Ysselsteyn Puttenweg 126-128 Ysselsteyn Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn
Ja Ja Ja Ja Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Ja
Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
Conclusie Geen belemmeringen ; sloopwerkzaamheden buiten broedseizoen Geen belemmeringen Geen belemmeringen Geen belemmeringen Geen belemmeringen N.v.t. Geen belemmeringen ; sloopwerkzaamheden buiten broedseizoen
3.10 Water Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheersplan van het waterschap, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), de Nationaal Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
26
Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend:
vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);
voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).
Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. De Keur Waterschap Limburg Voor het waterschap Limburg is de Keur op 1 april 2019 vastgesteld. In de keur staan regels over wat er wel en niet mag in en rondom het water in Limburg. Met deze regels worden dijken, sloten, waterstanden en grondwaterstanden beschermd. Bepaalde activiteiten bij het water of een dijk zijn alleen toegestaan als het waterschap daarvoor een vergunning heeft verleend. De legger maakt duidelijk wat men waar van het waterschap mag verwachten. Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een kaart. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. Deellocatie Roland 2 Castenray Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt Puttenweg 60 Ysselsteyn Puttenweg 126-128 Ysselsteyn Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
Onderzoek uitgevoerd Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Conclusie Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing
3.11 Archeologie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ en ‘Buitengebied Venray 2010’ zijn aan de betreffende locaties dubbelbestemmingen toegekend. Deze dubbelbestemmingen en de daaraan gekoppelde regels worden in dit plan overgenomen. Deellocatie Roland 2 Castenray Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt Puttenweg 60 Ysselsteyn Puttenweg 126-128 Ysselsteyn Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn
Onderzoek uitgevoerd Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Conclusie Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing Geen toename bebouwing
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
27
Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
Nee
Geen toename bebouwing
3.12 Verkeer en parkeren Binnen het bestemmingsplan dient sprake te zijn van een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. Er dient tevens voorzien te zijn in voldoende parkeergelegenheid. In de ‘Beleidsnota Parkeernormen’ (december 2013) van de gemeente Venray wordt voor wat betreft de parkeernormen aangesloten bij CROW notitie ‘CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierin zijn voor uiteenlopende functies parkeernormen opgenomen. Deellocatie Roland 2 Castenray
Onderzoek uitgevoerd Nee
Scheiweg 7 en 9 Leunen Loobeek 3 en 3b Smakt
Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Nee
Puttenweg 60 Ysselsteyn
Nee
Puttenweg 126-128 Ysselsteyn
Nee
Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn
Nee, geen sprake van bestemmingswijziging Nee
Timmermannsweg 40 Ysselsteyn
Conclusie Geen toename verkeer; voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein N.v.t. Geen toename verkeer; voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein Geen toename verkeer; voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein Geen toename verkeer; voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein N.v.t. Geen toename verkeer; voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein
3.13 NGE Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
28
4
Juridische aspecten
Met de onderhavige (partiële) herziening is uitsluitend de aanpassing beoogd van een deel van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ en ‘Buitengebied Venray 2010, herziening locaties’ voor de in de hoofdstukken 2 en 3 opgenomen locaties.
4.1
Verbeelding
Om een goed en duidelijk beeld te krijgen van de locaties die worden herzien, omvat de verbeelding een contour van het gehele plangebied waarbij uitsluitend de deelnemende locaties op de verbeelding zijn weergegeven. Voor de delen van het Buitengebied Venray 2010 die niet op deze verbeelding staan, blijven de verbeeldingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ en/of het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening locaties’ ongewijzigd van kracht.
4.2
Regels
De regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’ zijn in deze (partiele) herziening overgenomen. Aangezien de regels nu al enkele jaren worden toegepast, is er voor gekozen de doorgehaalde tekst en de markeringen te verwijderen. Dit alles om te zorgen voor een overzichtelijk geheel.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
29
5
Maatschappelijke haalbaarheid
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. In de volgende paragrafen zal de procedure en de resultaten worden toegelicht.
5.1
Vooroverleg en inspraak
Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen en – waar nodig - met de besturen van de gemeenten wier belangen rechtstreeks in het geding zijn, met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening en met die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Eventuele ingekomen overlegreacties worden beoordeeld en verwerkt. Inspraak In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen. Hierin wordt geregeld op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is vastgelegd dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient een inspraakprocedure te worden doorlopen. Op grond van de Inspraakverordening 2007 en het besluit van de gemeenteraad op 4 november 2008 (Gemeenteblad 2008, nr. 344) is de mogelijkheid tot het verlenen van inspraak bij bestemmingsplannen door de gemeenteraad gedelegeerd aan het college van B&W.
In dit besluit is tevens aangegeven dat er in principe geen inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Inspraak is met name van belang wanneer het maatschappelijk of politiek gevoelige projecten betreft. Dit bestemmingsplan betreft een groot gebied, maar de wijzigingen zijn gericht op een beperkt aantal locaties. Het betreft locaties die zijn aangemeld voor de stoppers- of de saneringsregeling. Een van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van deze regeling is dat aanduiding ‘iv’ wordt verwijdert middels een bestemmingsplanwijziging. Deze bestemmingsplanprocedure vormt een logisch vervolg op de deelname aan de stopper- of saneringsregeling en heeft daardoor vooral een uitvoerend karakter. Hoewel de vaststelling van dit bestemmingsplan natuurlijk op grote belangstelling kan rekenen, kan niet gezegd worden dat hier sprake is van een maatschappelijk of politiek gevoelig plan.
5.2
Ter inzagelegging en zienswijzen
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikelen 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Deze procedure kan als volgt worden samengevat: de procedure start
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
30
met een openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan, waarna het ontwerpbestemmingsplan wordt gepubliceerd en gedurende een termijn van 6 weken door één ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan kunnen worden ingebracht. Na de termijn van de terinzagelegging dient de gemeenteraad binnen 12 weken te beslissen omtrent de vaststelling van het plan. Na de publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan hebben belanghebbenden 6 weken de tijd om tegen het plan in beroep te gaan. Het bestemmingsplan treedt de dag na afloop van de beroepstermijn in werking.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
31
6
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat nieuwe mogelijkheden voor woningbouw schept, maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat alle kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Zoals hiervoor reeds vermeld ziet de onderhavige herziening van het bestemmingsplan ‘Herziening regels, Buitengebied Venray 2010’ op een beperkt aantal locaties, deze locaties staan benoemd in de hoofdstukken 2 en 3. Er zijn in deze herziening geen aanpassingen gedaan die zien op het gehele plangebied. Aangezien deze partiële herziening geen nieuwe mogelijkheden voor bouw schept, is kostenverhaal niet aan de orde. Het is derhalve niet nodig om voor dit bestemmingsplan een grondexploitatieplan vast te stellen. Met de initiatiefnemers die met hun plannen aanhaken bij deze herziening zal een planschadeverhaalsovereenkomst worden gesloten. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
32
7
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. Om in de toekomst adequaat handhavend te kunnen optreden zijn duidelijke regelingen voor duidelijke doelen noodzakelijk. De uitgangspunten van het plan moeten op een heldere en goed traceerbare wijze zijn vertaald in de juridische opzet van het plan. Van elk voorschrift moet het oorspronkelijke doel traceerbaar zijn. Door de in dit plan gemaakte keuze voor een systematische planopzet, uitgesplitst naar diverse aspecten, die corresponderen met de verschillende bestemmingen, kan op eenvoudige wijze de vertaling van toelichting naar ‘gemeentelijk beleid’ en bebouwing- en gebruiksvoorschriften worden gevolgd.
Het doel van de opgenomen regelingen is steeds duidelijk. Handhaving binnen het kader van het bestemmingsplan Na het van kracht worden van deze partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan moet toegezien worden op handhaving van de volgende regelingen: • gebruiksvoorschriften voor gronden en opstallen: opgetreden moet worden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen, zoals omschreven in de doeleindenomschrijving en gebruiksvoorschriften voor gronden en opstallen; • de bebouwingsvoorschriften: opgetreden moet worden tegen illegale bouwsels, dat wil zeggen bouwsels die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning worden gebouwd en afwijken van de bebouwingsregels; • omgevingsvergunningen: opgetreden moet worden tegen werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die omgevingsvergunning plichtig zijn maar zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd. • de tegenprestatie: Voor de uitbreiding van het bouwvlak is een tegenprestatie van de ondernemers vereist. Middels een privaatrechtelijke overeenkomst dient ervoor gezorgd te worden dat de ondernemers de verplichting hiertoe nakomen. De wijze waarop handhavend zal worden opgetreden (via artikel 125 van de Gemeentewet en/of via afdeling/hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht) is vastgelegd in het handhavingsbeleid van de gemeente Venray.
Bij het nemen van handhavingsbesluiten wordt getoetst aan beleidsregels, zoals de handhavingsnota. Daarnaast is het van belang dat de regelingen uit het bestemmingsplan bekend zijn bij de bewoners en gebruikers van opstallen en gronden. Ruime publicitaire aandacht in het kader van vaststelling en goedkeuring en een actieve opstelling bij vragen en opmerkingen van bewoners en gebruikers dragen daar aan bij.
Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening Stoppers- en Saneringsregeling
33