CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03-01 A Regels Vosseven 6 Wanssum vormverandering ivm herbouw woning

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Vosseven 6, Wanssum’12.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

artikel 3.5.1 onder p ten behoeve van een zorgboerderij; h. artikel 3.5.1 onder n ten behoeve van het gebruik van de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg, met dien verstande dat: 1. er sprake is van een mantelzorgindicatie;

28

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

i.

2. het ten behoeve van mantelzorg ingerichte vloeroppervlakte maximaal 70 m² bedraagt; 3. het gebruik voor zelfstandige bewoning stopt wanneer geen sprake meer is van de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande behoefte aan mantelzorg. artikel 3.5.1 onder e en p ten behoeve van het afwijkend gebruik van gronden en opstallen of gedeeltes daarvan, mits het gebruik is aan te merken als nevenactiviteit, voor: 1. landbouwverwant bedrijf, of 2. kleinschalig bedrijf, of 3. manege,

met dien verstande dat: 1. de werkzaamheden van de nevenactiviteit, met uitzondering van bijbehorende buitenopslag, plaatsvinden in (tijdelijk) niet meer in gebruik zijnde agrarische bedrijfsgebouwen; 2. de bij de nevenactiviteit behorende buitenopslag beperkt blijft tot:  binnen het bouwvlak  een hoogte van 2,5 meter;  een oppervlakte die gelijk is aan de bebouwde ruimte voor de nevenactiviteit; j. artikel 3.5.1 onder q ten behoeve van het aanbrengen van hagelnetten, waarbij het volgende beoordelingskader in acht wordt genomen bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning, aan de hand waarvan de noodzaak van het gebruik van hagelnetten wordt afgewogen tegen de aantasting van de beleving van het landschap: 1. zicht op continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; 3. netten mogen niet tot op de grond worden afgerold ; 4. ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen; 5. de randen van de percelen met hagelnetten worden voorzien van een landschappelijke inpassing; k. artikel 3.5.1 onder b ten behoeve van het afwijkend gebruik van bestaande opstallen buiten een bouwvlak voor een kleinschalig bedrijf in de vorm van opslag, niet zijnde opslag van op- en overslagbedrijven, met dien verstande dat: 1. alle activiteiten van het afwijkende gebruik plaatsvinden in de gebouwen; 2.

de activiteit niet leidt tot een beperking, belemmering en/of aantasting van het reguliere gebruik van het overige perceel waarop het gebouw staat. l. Artikel 3.5.3 ten behoeve van de wijziging van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels, waarbij moet worden voldaan aan de volgende regels: 1. het plan dient te blijven voldoen aan de uitgangspunten zoals ten tijden van de vaststelling van dit plan zijn gesteld; 2. het gewijzigde plan dient minimaal gelijkwaardig te zijn aan de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 2 bij deze regels.

29

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van de in dit artikel genoemde ontwikkelingen onder de daarbij genoemde voorwaarden en met dien verstande dat: a. de ontwikkelingen qua aard en omvang passen in de omgeving en de daarin voorkomende functies; b. de ontwikkelingen infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; c. de ontwikkeling gepaard moet gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; d. op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater; e. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; f. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; g. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; h. er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. 3.7.2 Wijziging bouwvlak - vormverandering Burgemeester en wethouders kunnen vormverandering van het bouwvlak toestaan en de aanduiding 'bouwvlak' en de daarbij behorende functieaanduidingen op de verbeelding aanpassen, met dien verstande dat: a.

het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf of een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; b. de totale oppervlakte van het bouwvlak niet wordt gewijzigd; c. de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt. 3.7.3 Wijziging bouwvlak - uitbreiding agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en vergroting van bestaande agrarische bedrijven, geen glastuinbouwbedrijf zijnde, toestaan waarbij de aanduiding 'bouwvlak' en de daarbij behorende functieaanduidingen op de verbeelding worden aangepast, met dien verstande dat: a. het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf of een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; b. aangetoond is dat: 1. binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding in verband met een doelmatige bedrijfsvoering of; 2. uitbreiding vanwege andere bedrijfsomstandigheden noodzakelijk is; c. de oppervlakte van het bouwvlak na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid maximaal 2,5 ha bedraagt; d. indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 ha uit het landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.7.1 onder b. blijkt dat tevens bestaande bebouwing wordt ingepast.

Daarnaast wordt een aanvullende kwaliteitsverbetering geleverd; e. er een positief advies is verkregen van de adviescommissie indien het bouwvlak in de nieuwe situatie groter is dan 1,5 ha; f. de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer Wegverkeer' 200 m bedraagt.

30

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

3.7.4 Toevoeging 'plattelandswoning' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'plattelandswoning' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het gebruik door derden van de bestaande bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zoals bedoeld in de Wet plattelandswoningen; b. de cultuurhistorische waarde van het pand in relatie tot zijn omgeving, waaronder begrepen de bedrijfsbebouwing, behouden moet blijven; c. landschappelijke inpassing niet noodzakelijk is. 3.7.5 Toevoeging 'specifieke vorm van agrarisch - boogkassen' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boogkassen' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het oprichten van permanente tunnels en permanente boogkassen met de daarbij behorende voorzieningen, met dien verstande dat: a. het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf of een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; b. de locatie aansluitend aan het bouwvlak is gelegen; c. de oppervlakte maximaal 1,5 ha bedraagt; d. de bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt; e. de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - boogkassen' niet meer van 3 ha bedraagt; f.

de wijziging niet plaatsvindt ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat Stroomvoerend deel rivierbed'; g. er een positief advies is verkregen van de adviescommissie. 3.7.6 Toevoeging 'specifieke vorm van agrarisch - containerteelt' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - containerteelt' op de verbeelding opnemen ten behoeve van het aanleggen van containervelden met de daarbij behorende voorzieningen, met dien verstande dat: a. het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf of een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; b. de locatie aansluitend aan het bouwvlak is gelegen; c. de oppervlakte maximaal 1,5 ha bedraagt; d. de totale oppervlakte van het bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - containerteelt' niet meer van 3 ha bedraagt; e. de wijziging niet plaatsvindt ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat Stroomvoerend deel rivierbed'; f. landschappelijke inpassing niet noodzakelijk is; g. er een positief advies is verkregen van de adviescommissie.

3.7.7 Toevoeging 'huisvesting tijdelijke werknemers' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een functieaanduiding 'huisvesting tijdelijke werknemers' op de verbeelding opnemen ten behoeve van de huisvesting van meer dan 20 tijdelijke werknemers, met dien verstande dat: a. de hoofdfunctie agrarisch blijft; b. alle voorzieningen worden ingepast in het bestaande bouwvolume. c. de activiteiten qua aard en omvang passen in de omgeving en de daarin voorkomende functies; d. landschappelijke inpassing niet noodzakelijk is.

31

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

3.7.8 Vergroting Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met bijbehorend bouwvlak en functieaanduiding en overige aanduidingen ten behoeve van vergroting van een bestaand, aangrenzend en al als zodanig bestemd bedrijf met dien verstande dat: a. geen wijziging kan plaatsvinden ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - overige niet agrarische bedrijven'; b. de maximale diepte van het bestemmingsvlak gerekend vanaf de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' 200 m bedraagt; c. aangetoond is dat: 1. binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende mogelijkheden zijn voor uitbreiding in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 2. uitbreiding vanwege andere bedrijfsactiviteiten noodzakelijk is; d. vergroting van de bestemming 'Bedrijf' is toegestaan tot een maximum van 25% van het bij het bedrijf behorende bouwvlak; e. de bestemming 'Bedrijf' en het bijbehorend bouwvlak en functieaanduiding bij toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid eveneens worden aangepast; f. er een positief advies ie verkregen van de adviescommissie.

3.7.9 Wijziging Agrarisch naar Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van een agrarisch bouwvlak het plan wijzigen en de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met de nadere functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landbouwverwante bedrijven' of 'specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige bedrijven' met dien verstande dat: a. ter plaatse alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd; b. hergebruik alleen mogelijk is, indien sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) voor een eigentijdse agrarische bedrijfsvoering; c. de maximale in gebruik te nemen bebouwingsoppervlakte 1.000 m² bedraagt voor landbouwverwante bedrijven en 500 m² voor kleinschalige bedrijven. De bestaande bebouwingsmassa mag niet worden uitgebreid; d. de oppervlakte van het nieuw ontstane bestemmingsvlak wordt afgestemd op de ontwikkeling, tot een maximum van 1,5 ha; e. er een positief advies is verkregen van de adviescommissie.

Artikel 4 Waarde - Archeologie - 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 10.3 in acht dient te worden genomen.

4.2 Bouwregels a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m2 (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. indien de verstoring meer dan 500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend

32

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

c.

(verkennend, karterend of waarderend), veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i.

het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- of sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden. 4.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming verkeer betreffen, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur.

33

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

4.3.3 Verlening omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Voor het uitvoeren van de in artikel 4.3.1 genoemde werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden, kan een omgevingsvergunning worden verleend. 4.3.4 Afwegingskader Een in artikel 4.3.3 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad

Artikel 5 Waterstaat - Beschermingszone watergang 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor andere de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de nabij gelegen waterloop, waarbij artikel 11.3 in acht dient te worden genomen. Op deze gronden is de Keur van het waterschap van toepassing.

34

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Antidubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Algemene regels over bestaande afstanden en andere maten 7.1.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 7.1.1 en 7.1.2 uitsluitend van toepassing indien dit geschiedt op dezelfde plaats.

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 Reconstructiewetzone - verwevingsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn de gronden tevens bedoeld voor het weergeven van de Verwevingsgebieden, zoals bedoeld in het Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg.

35

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Omgevingsvergunning Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de planregels ten behoeve van het onderling in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits van de wegbeheerder een positief advies is ontvangen; b. de planregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangepast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. de planregels ten aanzien van het bouwen van kunstuitingen en van zend-, ontvangen/ of sirenemasten, waarbij voor een hoogte van meer dan 65 m +NAP, in het kader van voorkoming van onaanvaardbare radarverstoring, voorafgaand aan het toestaan schriftelijk advies dient te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie; d. afmetingen in de planregels en op de verbeelding met een maximum van 10%. 9.2 Afwegingskader Een in artikel 9.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Verschuiven bestemmingsgrenzen of verwijdering functieaanduidingen 10.1.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. bestemmingsgrenzen met max. 10 m. verschuiven, of b. functieaanduidingen van de verbeelding verwijderen. 10.1.2 Afwegingskader Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de in artikel 10.1.1 genoemde wijzigingsregels vindt een belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de

36

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond. 10.2 Wijziging in verband met aanpassing verloop beek of waterloop Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigingen in de bestemming 'Water' en de aangrenzende dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang', ten behoeve van de aanpassing van het verloop van een beek of waterloop, met dien verstande dat: a. wijziging plaatsvindt binnen de bestemming 'Agrarisch'; b. wijziging niet plaatsvindt binnen: 1. de dubbelbestemming:  'Waarde - Archeologie - 2', '' en ''; 2. een agrarisch bouwvlak; c. van de waterbeheerder een positief advies is verkregen.

Artikel 11 Overige regels 11.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 11.2 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De regels van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9, lid 1 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e. f.

de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; brandblusvoorzieningen; de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; het bouwen bij ondergrondse hoofdtransportleidingen; de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; de ruimte tussen bouwwerken.

11.3 Prioriteit van dubbelbestemmingen a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming 'Waterstaat Beschermingszone watergang'; 11.4 Oprichting van (beperkt) kwetsbare objecten Nieuwe (kwetsbare) bestemmingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid inrichtingen mogen niet gebouwd worden binnen een (geprojecteerde) 10-6-risicocontour voor het plaatsgebonden risico van aanwezige risicobronnen zoals

37

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

(onder meer) bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire risiconormering Vervoer gevaarlijke stoffen (Circulaire RNVGS), het Besluit Transportroutes externe veiligheid (Btev) en / of het Besluit transportroutes externe veiligheid buisleidingen (Bevb). 11.5 Oprichting van risicovolle activiteiten De 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico van nieuwe risicobronnen zoals (onder meer) bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire risiconormering Vervoer gevaarlijke stoffen (Circulaire RNVGS), het Besluit Transportroutes externe veiligheid (Btev) en/of het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) mag niet over (geprojecteerde) (beperkt) kwetsbare objecten komen te liggen. 11.6 Strijdig gebruik Het is verboden gronden, bouwwerken en onderkomens te gebruiken of laten gebruiken op een wijze of tot een doel dat strijdig is met de aan de gronden gegeven bestemming.

38

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid a met maximaal 10%. c. lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

39

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

Bijlagen Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan (Agrifirm Exlan); Bijlage 3: Situatietekening te slopen bedrijfswoning.

40

Regels bestemmingsplan ‘Vosseven 6 Wanssum, herziening 1’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13163336/1