01 Vaststellen bestemmingsplan Oostverbinding (raadsvoorstel)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Vaststelling bestemmingsplan ‘Oostverbinding Venray’
Zaaknummer
Steller
Lex Giesen
Kenmerk
Team
Ruimtelijke Ontwikkeling
Teammanager
Paul de Mulder
Portefeuillehouder
Cor Vervoort
Raad datum
14 december 2021
Openbaar
Ja
Ter advisering/
Ter advisering aan de Commissie Wonen
kennisneming/ bespreking
Voorstel 1. de zienswijzen tegen het bestemmingsplan ontvankelijk en ongegrond te verklaren overeenkomstig de overwegingen als opgenomen in het eindrapport zienswijzen dat als separate bijlage deel uitmaakt van het bestemmingsplan. 2. het bestemmingsplan ‘Oostverbinding Venray’ (NL.IMRO.0984.BP19023-va01) op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan vast te stellen, overeenkomstig het advies van het college en de daarbij behorende stukken. 3. geen exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, tweede lid Wro.
Pagina 1 van 7
Samenvatting A. Bestemmingsplan 1. Uitgangspunten bestemmingsplan 1.1. Planopzet Het plan heeft betrekking op de realisatie van nieuwe infrastructuur, die bestaat uit het opwaarderen van de bestaande Stationsweg tussen de Oostsingel en de A73 en het realiseren van een verbindingsweg tussen de Stationsweg en de Henri Dunantstraat in Venray aan de oostzijde van en parallel aan de A73. Tezamen zijn deze 2 onderdelen gevormd tot het project Oostverbinding. Met voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd het juridisch-planologische kader aan te passen waarbinnen dit project past.
Uitsnede verbeelding vast te stellen bestemmingsplan Oostverbinding Venray Als onderdeel van het programma Via Venray heeft de gemeente Venray de ambitie om de gemeentelijke wegenstructuur aan de oostzijde van Venray te versterken om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van Venray te verbeteren. Daarbij is het noodzakelijk om een nieuwe verbindingsweg tussen de Stationsweg en Henri Dunantstraat te realiseren, én de Stationsweg vanaf de nieuwe verbindingsweg tot aan de Oostsingel op te waarderen tot gebiedsontsluitingsweg. Doorgaand verkeer door de kern Oostrum en sluipverkeer door de wijk Antoniusveld worden hierdoor ontmoedigd, waardoor de leefbaarheid toeneemt. Ook zorgt de nieuwe verbindingsweg voor minder motorvoertuigen direct voor de stationsomgeving, welke in een apart project wordt opgewaardeerd en waar juist ‘actieve mobiliteit’ zoals lopen en fietsen nadrukkelijk op de voorgrond wordt gezet. Het realiseren van het project Oostverbinding is vastgesteld in de raad van 12 februari 2019, en past binnen de doelstellingen van het verkeersbeleid Trendsportal en de nota ‘Uitgangspunten netwerken infrastructuur en verkeer’. Sindsdien is de voorbereiding van dit project opgestart.
Pagina 2 van 7
Middels een aantal informatiemomenten waarbij input is opgehaald over het ontwerp, waarbij aanwonenden en diverse anders stakeholders zoals wijkraden, bedrijven, Vincent van Gogh en het medisch centrum Antoniusveld zijn betrokken, is gekomen tot een breed gedragen definitief ontwerp. Daarbij is inzicht verkregen in de noodzakelijke grondverwerving. Daarnaast is een planologische analyse uitgevoerd. Om het project mogelijk te maken dienen de geldende bestemmingsplannen zoals bestemmingsplan “De Hulst I”, en “Venray” gedeeltelijk worden herzien in een overkoepelend bestemmingsplan voor de realisatie van de Oostverbinding. Daarvoor zijn diverse (milieu-) onderzoeken uitgevoerd. Tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan heeft een planMER ter visie gelegen. Met name het onderdeel stikstof was daarbij een aspect dat uitvoerig is bekeken. Uit het vooronderzoek naar effecten op de natuur dat voor dit project reeds is uitgevoerd, blijkt dat de voorgenomen maatregelen leiden tot een toename stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen van 0,07 mol/ha/jaar in 2032. Daarom hebben we een aanvraag ingediend om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) te verkrijgen bij het bevoegd gezag provincie Limburg. Hierbij dienen we echter van het jaar 2024 uit te gaan.
Vanwege het daarvoor geldende wettelijke kader dient hierbij uitgegaan te worden van de situatie één jaar na realisatie. Uit eerdere berekeningen blijkt dat er voor 2024 geen sprake is van een toename maar zelfs een afname in stikstofdepositie. Er is hierdoor dus geen sprake meer van een vergunningplicht. De jurisprudentie en wetgeving ten aanzien van stikstof zijn volop in beweging. Sinds 18 december 2020 is de twintigste tranche Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet in werking getreden. Daarmee is een mogelijkheid gecreëerd om onder omstandigheden (kleine wijzigingen in een klein gebied) af te kunnen zien van een planMER voor plannen waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt op basis van een voortoets/passende beoordeling. Deze passende beoordeling is vanwege de Crisis- en herstelwet niet aan de orde, en daarmee bestaat er juridisch geen beperking op het onderdeel stikstof. Ecologisch gezien is het project ook niet van significante invloed op het provinciale herstelplan wat reeds van toepassing is op het N2000 gebied Boshuizerbergen. Uit de onderbouwing blijkt dat de zeer geringe toename in stikstofdepositie op dit gebied, zeker in vergelijking tot de hoge achtergronddepositie van stikstof, niet leidt tot ecologische effecten op genoemd gebied.
De geplande activiteiten kunnen echter niet worden gerealiseerd op basis van de huidige bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied, te weten “De Hulst I” en “Venray”. Ter plaatse van de nu geldende bestemmingen ”agrarisch”, “water”, ‘wonen” en “groen” is geen opwaardering van de Stationsweg en realisatie van de nieuwe verbindingsweg mogelijk. Om de voorliggende ontwikkeling planologisch mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden en hiervoor de bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. 1.2. Maatschappelijke afweging In de toelichting op het bestemmingsplan is een zorgvuldige belangenafweging gemaakt inzake het maatschappelijk belang van het initiatief. 2. Verloop van de bestemmingsplanprocedure In deze paragraaf wordt het verloop van de planologische procedure in beeld gebracht. Hier wordt onder meer beschreven of er gedurende de procedure reacties zijn binnengekomen en zo ja, of deze hebben geleid tot wijzigingen aan het bestemmingsplan ten opzichte het ontwerpplan. Ook wanneer er ambtshalve aanpassingen hebben plaatsgevonden, dan wordt dit gegeven in deze paragraaf aangegeven.
Pagina 3 van 7
2.1. Vooroverleg Er is bestuurlijk vooroverleg gepleegd als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening met de daarvoor in aanmerking komende instanties. Provincie Vooroverleg met de provincie heeft plaatsgevonden en de provincie heeft op 23 april 2021 laten weten dat ze akkoord kunnen gaan met het plan. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft in het vooroverleg op 22 april 2021 laten weten dat het bestemmingsplan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Waterschap Met het waterschap is vooroverleg gepleegd en er is een positief wateradvies ontvangen op 9 april 2021. Veiligheidsregio Limburg-Noord Met de Veiligheidsregio is eveneens vooroverleg gepleegd op 28 april 2021. Zij zien de verbindingsweg als een verbetering van de bereikbaarheid. De calamiteitentoegang van de huisvesting voor arbeidsmigranten wordt via een semi verharde inrit aangesloten op de nieuwe verbindingsweg. 2.2. Ontwerpbestemmingsplan Op grond van de Inspraakverordening 2007, deels aangepast bij algemeen besluit gemeenteraad 4 november 2008 is besloten tot delegatie van de bevoegdheid tot het verlenen van inspraak aan het college. Dit in verband met doublures in de procedure, de duidelijkheid voor de burgers en ter bevordering van de deregulering. In principe is de insteek om geen inspraak te verlenen, behalve als er sprake is van politiek- of maatschappelijk gevoelige kwesties.
Dan kan het college besluiten om toch inspraak te verlenen. Aangezien er in onderhavig geval hier geen sprake van is, hebben burgemeester en wethouders op 10 mei 2021 besloten om geen inspraak te verlenen in deze procedure. Het college heeft op 10 mei 2021 met het ontwerpbestemmingsplan ingestemd. Gedurende de nadien plaatsgevonden terinzagelegging van het ontwerpplan zijn 14 zienswijzen ontvangen. Ook is de kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan conform 3.8 Wro aan de provincie, Rijkswaterstaat en waterschap elektronisch toegezonden. In dat kader zijn geen reacties ontvangen. Separaat is pro actief gesproken met een aantal aanwonenden inzake extra uitleg over het onderdeel geluid. Ook met basisschool De Kruudwis is contact geweest om specifieke uitleg te geven over zaken in het bestemmingsplan en de daarbij behorende onderzoeken. Een groot aantal zienswijzen is ingediend nadat een anonieme brief is verspreid binnen (een gedeelte van) de wijk Landweert, waarin gegevens uit de onderzoeken uit de context zijn gehaald, waardoor er onrust is ontstaan. Zo wordt de ongegronde aanname gedaan dat de verwachting bestaat dat er heel veel vrachtverkeer over de Klaproos, Kruidenlaan en Sleutelbloem zal gaan rijden na realisatie van de verbindingsweg.
Zoals in de beantwoording van de zienswijzen nader wordt toegelicht is deze vrees ongegrond omdat de toename en het aandeel vrachtverkeer beperkt is. Uit verkeerskundig, akoestisch en luchtkwaliteit onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van onaanvaardbare aantasting van woon- en leefklimaat.
Pagina 4 van 7
2.3. Geen gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Aangezien er geen reacties zijn ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan die aanleiding geven tot aanpassingen en er ook geen aanleiding was voor ambtshalve aanpassingen, is het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan niet gewijzigd. Procedure Hogere grenswaarde Voor dit plan dient een procedure hogere grenswaarden te worden doorlopen. Het ontwerpbesluit heeft van 21 mei 2021 t/m 1 juli 2021 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbesluit. Het vastgestelde besluit ligt gelijktijdig met het bestemmingsplan ter inzage. Beoogd resultaat Het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Oostverbinding Venray’ (NL.IMRO.0984.BP19023-va01) Argumenten 1.1. en 2.1 De gemeenteraad is bevoegd om bestemmingsplannen, eventueel gewijzigd ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen en om een standpunt in te nemen omtrent de ontvangen zienswijzen. In de beoordeling van zienswijzen wordt gemotiveerd aangegeven waarom de zienswijzen gegrond dan wel ongegrond zijn. Op basis van de quickscan flora en fauna heeft, voor uitvoering van het initiatief, aanvullend veldonderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van de iepenpage (vlindersoort). In een tweetal bomen zijn enkele eitjes van de iepenpage aangetroffen.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat de iepenpage de iepen gebruikt als rust- en voortplantingsplaats. De iepenpage is een nationaal beschermde soort en daarom is er een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig. Provincie Limburg is hiervoor het bevoegd gezag. Deze ontheffing is nodig alvorens de werkzaamheden (o.a. de kap van de bomen) voor de opwaardering van de Stationsweg kunnen worden uitgevoerd. Wijziging van het ontwerp was niet mogelijk zonder het kappen van nog meer bomen, waarop de keuze is gemaakt om de ontheffingsaanvraag aan te vragen. Compensatie zal ruim worden opgezet in de nabijheid van de te kappen bomen. Inmiddels is de ontheffing door de provincie verleend. Vanuit wegbeheer is aangegeven dat het eerste gedeelte van de Stationsweg om onderhoud vraagt. Door nu het project in zijn geheel (weliswaar gefaseerd) op te kunnen pakken op basis van het vastgestelde en in werking getreden bestemmingsplan wordt voorkomen dat er extra werkzaamheden verricht moeten worden die ook weer consequenties kunnen hebben op de stikstofdepositie. 3.1. De gemeente Venray is initiatiefnemer van het plan. Het merendeel van de voorgenomen werken vindt plaats op percelen die in eigendom zijn van de gemeente. Waar benodigde gronden (nog) niet in haar eigendom zijn, worden c.q. zijn deze verworven.
Alle financiële gevolgen verbonden aan het project worden gedekt uit een door de gemeenteraad afgegeven krediet. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht. Risico’s Niet van toepassing
Pagina 5 van 7
Kanttekeningen Het te doorlopen traject in verband met de wetgeving op het gebied van stikstof laat zien dat er veel veranderingen in wetgeving en jurisprudentie plaatsvinden. De koers die nu uiteindelijk is bepaald is relatief nieuw en jurisprudentie zal moeten aantonen of deze onderbouwing volstaat bij de bestuursrechter. In dit concrete geval kan een beroepsgang naar de Raad van State leiden tot nieuwe inzichten over hoe aan het aspect stikstof een plaats wordt gegeven bij een ruimtelijk plan. Communicatie 1. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 Wro gepubliceerd (conform DROP) in het Gemeenteblad. Tevens wordt deze kennisgeving elektronisch verzonden aan de provincie, waterschap en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport. 2. De kennisgeving wordt tevens als extra service bekendgemaakt in de Peel en Maas. 3. Betrokkenen, waaronder de indieners van zienswijzen, worden persoonlijk omtrent de besluitvorming door uw raad geïnformeerd. 4. De kennisgeving, het bestemmingsplan, het raadsbesluit en de bijbehorende onderzoeken zullen ook elektronisch worden weergegeven op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl en via de link op de gemeentelijke website. Het vastgestelde plan is tevens op papier te raadplegen aan de balie van het gemeentehuis. Financiële gevolgen Zie argument 3.
Personele/organisatorische gevolgen Geen Juridische gevolgen Het bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn. De beroepstermijn vangt aan op de dag na die van de terinzagelegging. Indien binnen de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, treedt het besluit niet in werking totdat op het verzoek is beslist. Indien geen voorlopige voorziening wordt gevraagd, treedt het plan daags na de beroepstermijn in werking. Rechtmatigheid De gemeenteraad is bevoegd om bestemmingsplannen, eventueel gewijzigd ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen en om een standpunt in te nemen omtrent de ontvangen zienswijzen. In de beoordeling van zienswijzen wordt gemotiveerd aangegeven waarom de zienswijzen gegrond dan wel ongegrond zijn. Fatale termijnen In de Wro is opgenomen dat de gemeenteraad binnen 12 weken na de termijn van terinzagelegging beslist omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Dit is echter geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Vervolgtraject besluitvorming Na vaststelling bestaat gelegenheid om beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Evaluatie n.v.t.
Pagina 6 van 7
Bijlagen 1. Het concept-raadsbesluit 2. Bestemmingsplan ‘Oostverbinding Venray’ (NL.IMRO.0984.BP19023-va01) 3. Eindrapport zienswijzen 4. Ontwerpbestemmingsplan ‘Oostverbinding Venray’ (NL.IMRO.0984.BP19023-on01) Naslagwerk Raadsbesluit 12 februari 2019 Oostverbinding Venray
Pagina 7 van 7