01 Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (raadsvoorstel)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 1)’ (NL.IMRO.0984.PHBP20001-va01)
Zaaknummer
Steller
Maud Godschalk
Kenmerk
Team
Ruimtelijke Ontwikkeling
Teammanager
Margon van den Hoek
Portefeuillehouder
Jan Jenneskens
Raad datum
14 december 2021
Openbaar
Ja
Ter advisering/
Ter advisering aan de Commissie Wonen
kennisneming/ bespreking
Voorstel 1. het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 1)’ (NL.IMRO.0984.PHBP20001-va01) op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) gewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan vast te stellen, overeenkomstig het advies van het college en de daarbij behorende stukken; 2. geen exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, tweede lid Wro; 3. voor de locatie Timmermannsweg 40 Ysselsteyn af te wijken van de maximale geurbelasting, zoals opgenomen in de Bijlage van de Verordening Geurhinder en veehouderij Gemeente Venray.
Pagina 1 van 7
Samenvatting A. Bestemmingsplan 1. Uitgangspunten bestemmingsplan 1.1. Planopzet Het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 1) is de eerste herzieningsronde van de bestemmingsplannen Buitengebied Venray 2010 waarbij deelnemers aan de stoppersregeling uit het Actieplan ammoniak of deelnemers aan de Saneringsregeling varkenshouderijen (hierna. SRV) kunnen aanhaken. De deelnemers aan de SRV zijn verplicht de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ (hierna ‘iv’) van hun gronden te laten verwijderen, om zo te voorkomen dat hier in de toekomst opnieuw een intensieve veehouderij kan worden beoefend. Daarom moet het bestemmingsplan voor deze locaties worden herzien. Er zijn 18 deelnemers aan deze Stoppers- en Saneringsregeling. Aangezien elke individuele locatie een eigen doorlooptijd heeft, zullen er verschillende rondes gaan plaatsvinden. Dit is de eerste herziening die ziet op deze regelingen en betreft nu 7 locaties. Voor enkele locaties is naast het verwijderen van de aanduiding ‘iv’ ook gezocht naar een nieuwe passende bestemming die past binnen de huidige regels uit het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening regels. De volgende locaties nemen deel aan ronde 1 van deze partiële herziening van de bestemmingsplannen voor het buitengebied van Venray: -
Roland 2 Castenray;
-
Scheiweg 7 en 9 Leunen;
-
Loobeek 3 en 3b Smakt;
-
Puttenweg 60 Ysselsteyn;
-
Puttenweg 126 en 128 Ysselsteyn;
-
Rouwkuilenweg 23 Ysselsteyn; en
-
Timmermannsweg 40 Ysselsteyn.
Op de locatie Roland 2 in Castenray (deelnemer SRV) is een varkenshouderij aanwezig bestaande uit meerdere schuren en stallen en een bedrijfswoning. Het planvoornemen ziet – naast het verwijderen van de aanduiding ‘iv’ en de sloop van de stallen – op het herbestemmen van het voorste deel van het bouwvlak naar een woonbestemming waarbij de agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Het achterste deel van het bestaande bouwvlak behoudt de agrarische bestemming, maar het bouwvlak zal worden verwijderd. Hierdoor kunnen de gronden in gebruik blijven als landbouwgrond. De locatie Scheiweg 7 en 9 Leunen (deelnemer SRV) betreft eveneens een varkenshouderij met twee bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken, een veldschuur en diverse stallen. De initiatiefnemer wil de varkenshouderij volledig beëindigen en is voornemens op Scheiweg 7-9 een akkerbouwbedrijf met een schapen- en paardenhouderij uit te gaan oefenen. Beide activiteiten zijn passend binnen het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening regels. De aanduiding ‘iv’ wordt verwijderd vanwege de verplichting uit de SRV en ten behoeve van het akkerbouwbedrijf en de paarden- en schapenhouderij wordt de aanduiding agrarisch bedrijf (hierna ‘ab’) opgenomen. De bedrijfsactiviteiten op de locatie Loobeek 3 en 3b in Smakt (deelnemer SRV) betreft een varkenshouderij met twee bedrijfswoningen.
De locatie wordt gesplitst en de bestemming op beide locaties wordt gewijzigd
Pagina 2 van 7
naar de bestemming ‘Bedrijf’ waarbij aan Loobeek 3 de functieaanduiding ‘opslag’ zal worden opgenomen en aan Loobeek 3b de aanduiding ‘kleinschalige bedrijfsactiviteiten’. Op de daken van de te slopen stallen liggen zonnepanelen. Na de sloop beschikt de initiatiefnemer over onvoldoende dakoppervlak om alle panelen terug te leggen op de daken. Het voornemen ziet dan ook op een kleine zonneweide van +/- 500 m2, die achter de bedrijfsbebouwing en binnen het bouwvlak zal worden geplaatst. De zonneweide wordt niet als zodanig bestemd, omdat dit op grond van KODE Venray en de (ontwerp) Provinciale Omgevingsvisie niet is toegestaan. Zonneweides kunnen alleen tijdelijk worden bestemd middels een omgevingsvergunning voor maximaal 25 jaar. Aan de Puttenweg 60 in Ysselsteyn (deelnemer SRV) is de initiatiefnemer voornemens om de varkenshouderij te saneren en hier een agrarisch bedrijf in de vorm van paarden- en schapenhouderij te gaan beoefenen. Het planvoornemen is rechtstreeks mogelijk binnen de regels van het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening regels. De functieaanduiding ‘iv’ wordt verwijderd vanwege de verplichting SRV en ten behoeve van de paarden- en schapenhouderij wordt de functieaanduiding ‘ab’ opgenomen.
Op de locatie Puttenweg 126 en 128 in Ysselsteyn (deelnemer SRV) worden de varkenstallen en de verouderde bijgebouwen gesloopt, waarna de bestemming van een deel van het plangebied wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. De bedrijfswoning wordt hiermee omgezet naar een reguliere woning. Tevens wordt achter de woning een bijgebouw mogelijk gemaakt. De zonneweide wordt niet als zodanig bestemd, middels onderhavig bestemmingsplan, omdat dit op grond van KODE Venray en de (ontwerp) Provinciale Omgevingsvisie niet is toegestaan. Separaat aan deze bestemmingsplanprocedure zal er een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor de realisatie van een zonneweide voor de duur van maximaal 25 jaar gelegen binnen het voormalige agrarisch bouwvlak. De locatie Rouwkuilenweg 23 in Ysselsteyn neemt deel aan de stoppersregeling uit het Actieplan ammoniak. De intensieve veehouderij-activiteiten zijn reeds beëindigd. De initiatiefnemer wenst de agrarische activiteiten voort te zetten als een paardenhouderij. Om te voorkomen dat hier in de toekomst opnieuw intensieve veehouderij wordt uitgeoefend, wordt de functieaanduiding ‘iv’ verwijderd en zal de functieaanduiding ‘ab’ worden opgenomen. En tot slot, de locatie Timmermannsweg 40 in Ysselsteyn (deelnemer SRV).
Op deze locatie worden de varkensstallen gesloopt en wordt een deel van de agrarische bestemming gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ waarbij de bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. De rest van de locatie behoudt de bestemming ‘Agrarisch’ zonder bouwvlak. Deze gronden kunnen worden gebruikt als landbouwgrond. Voor de locatie Timmermannsweg 40 Ysselsteyn wordt niet voldaan aan het aspect geur. De achtergrondbelasting op de woning is te hoog. Voor deze locatie wordt daarom voorgesteld toepassing te geven aan de hardheidsclausule uit de Geurverordening. Onder argumenten wordt dit voorstel verder onderbouwd. In de toelichting bij onderhavig bestemmingsplan is de was – wordt situatie omschreven van deze locaties
1.2. Maatschappelijke afweging In de toelichting op het bestemmingsplan is een zorgvuldige belangenafweging gemaakt inzake het maatschappelijk belang van het initiatief.
Pagina 3 van 7
2. Verloop van de bestemmingsplanprocedure In deze paragraaf wordt het verloop van de planologische procedure in beeld gebracht. Hier wordt onder meer beschreven of er gedurende de procedure reacties zijn binnengekomen en zo ja, of deze hebben geleid tot wijzigingen aan het bestemmingsplan ten opzichte het ontwerpplan. Ook wanneer er ambtshalve aanpassingen hebben plaatsgevonden, dan wordt dit gegeven in deze paragraaf aangegeven. 2.1. Vooroverleg Er is bestuurlijk vooroverleg gepleegd als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening met de daarvoor in aanmerking komende instanties. Provincie Vooroverleg met de provincie heeft plaatsgevonden en de provincie heeft op 24 augustus 2021 laten weten dat het plan geen geeft aanleiding tot het maken van opmerkingen Inspectie voor Leefomgeving en Transport Vooroverleg met de Inspectie voor Leefomgeving en Transport was in dit kader niet noodzakelijk. In de brief van de VROM-inspectie van 26 mei 2009 is aangegeven dat geen vooroverleg noodzakelijk is indien er bij gemeentelijke ruimtelijke plannen geen sprake is van een rechtstreekse invloed op nationale belangen. Aangezien deze ontwikkeling geen invloed heeft op nationale plannen is er geen vooroverleg gevoerd. Waterschap Met het waterschap is vooroverleg gepleegd, zij hebben geen reden gezien tot het maken van opmerkingen. 2.2.
Ontwerpbestemmingsplan Op grond van de Inspraakverordening 2007, deels aangepast bij algemeen besluit gemeenteraad 4 november 2008 is besloten tot delegatie van de bevoegdheid tot het verlenen van inspraak aan het college. Dit in verband met doublures in de procedure, de duidelijkheid voor de burgers en ter bevordering van de deregulering. In principe is de insteek om geen inspraak te verlenen, behalve als er sprake is van politiek- of maatschappelijk gevoelige kwesties. Dan kan het college besluiten om toch inspraak te verlenen. Aangezien er in onderhavig geval verwacht werd dat de ontwikkelingen op de deelnemende locaties vooral een positief effect zouden hebben, hebben burgemeester en wethouders op 7 september 2021 besloten om geen inspraak te verlenen in deze procedure. Het college heeft op 7 september 2021 met het ontwerpbestemmingsplan ingestemd. Gedurende de nadien plaatsgevonden terinzagelegging van het ontwerpplan zijn er geen zienswijzen ontvangen. Ook is de kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan conform 3.8 Wro aan de provincie, Inspectie voor leefomgeving en Transport en waterschap elektronisch toegezonden. In dat kader is van de provincie op 28 september 2021 de reactie ontvangen dat zij akkoord gaan met het planvoornemen.
Waterschap Limburg heeft op 14 september 2021 gereageerd dat het plan niet leidt tot een toename aan verhard oppervlak en adviseert om bij nieuwe bestaande locaties te kijken naar klimaat neutrale oplossingen. 2.3. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Aangezien er geen reacties zijn ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan is er geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Uit een controle van de stukken is wel gebleken dat in het ontwerpplan op de locatie Puttenweg 126-128 Ysselsteyn het bouwvlak is weggevallen. De opname van dit bouwvlak leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan waardoor het plan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan
Pagina 4 van 7
inhoudelijk wordt gewijzigd. Verder is alleen het gegeven dat het bestuurlijk vooroverleg heeft plaatsgevonden en het plan in ontwerp ter inzage heeft gelegen, thans verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Beoogd resultaat Het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 1)’ (NL.IMRO.0984.PHBP20001-va01). Argumenten 1.1 De gemeenteraad is bevoegd om bestemmingsplannen, eventueel gewijzigd ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. 2.1 Er is sprake geen van een zogenoemd Grex-bouwplan in de zin van afdeling 6.4 (Grondexploitatie) van de Wet ruimtelijke ordening. Met de initiatiefnemers is een planschadeovereenkomst gesloten. 3.1 Door het toepassen van de hardheidsclausule kan echter afgeweken worden van de Geurverordening. Uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse van twee rekenpunten de geurnorm voor de voorgrondbelasting wordt overschreden. Op deze meetpunten wordt een belasting van 15,4 Odeurunits gemeten, waar 14 OU de norm is. Daarnaast bedraagt de achtergrondbelasting 23,9 Odeurunits. Dit betreft een overschrijding van de gestelde normen van 20 Odeurunits voor de achtergrondbelasting.
In de Geurverordening is opgenomen dat medewerking verlenen aan deze planologische wijziging mogelijk is indien, met uitzondering van de geurbelasting, de beoordeling van de overige milieu- (zoals geluid en fijnstof) en planologische aspecten wel positief uitvalt. Dan kan overwogen worden om voor geur gemotiveerd van de toetswaarden voor een aanvaardbaar woon-en leefklimaat af te wijken (de hardheidsclausule). Gelet op de volgende argumenten is het verdedigbaar om de hardheidsclausule toe te passen, omdat:
Er sprake is van een bestaande bebouwde locatie met een bedrijfswoning die past in het vigerende bestemmingsplan. Het betreft geen nieuwe planlocatie;
De overschrijding van de voorgrondbelasting zich beperkt tot 2 rekenpunten op het onbebouwde gedeelte aan de voorzijde van het bouwvlak, waar gelet op de planregels geen bebouwing mogelijk is. Voor de bestaande woning wordt voldaan aan de norm van de voorgrondbelasting (14 Ou);
Uit de berekeningen blijkt dat de voorgrondbelasting meer dan de helft van de achtergrondbelasting bedraagt. In de ‘Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij’ is vastgelegd dat in dat geval de voorgrondbelasting maatgevend is bij de vraag of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze wijze van toetsing is echter niet expliciet vastgelegd in de ‘Aanvulling op de gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray’;
De omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning levert geen belemmeringen op voor veehouderijen in de omgeving (zie ook artikel 2 lid 3 Wgv, hierin is namelijk opgenomen dat een woning die op of na 9 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij qua geur nog steeds beoordeeld dient te worden als een woning bij een veehouderij). Daarvan is sprake bij deze locatie. Er wordt hierdoor getoetst aan vaste afstanden. In onderhavig geval is er sprake van een vaste afstand van tenminste 50 meter tussen het dichtstbijzijnde dierenverblijf (emissiepunt) tot de buitenzijde van de woning. De afstand tussen de woning en het dichtstbijzijnde dierenverblijf bedraagt 60 meter, hiermee wordt voldaan aan de afstandseis. Conform de regels het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening regels en de planregels uit de voorliggende herziening kunnen
Pagina 5 van 7
er geen woningen, aanbouwen en bijgebouwen (lees. geurgevoelige functies) worden gebouwd binnen 10 meter vanaf de weg. Hierdoor zullen er geen nieuwe geurgevoelige objecten op kortere afstand van de dichtstbijzijnde veehouderij kunnen worden gebouwd;
Ruimtelijk gezien vormt deze wijzigen een maatwerkoplossing voor de stoppende ondernemer om zijn bedrijf te kunnen beëindigen;
Aan de overige milieu hygiënische wordt voldaan.
Risico’s N.v.t. Kanttekeningen 1.1 In het kader van de uitvoering van de SRV is met de deelnemers gekeken naar een nieuwe, passende invulling van hun locaties. Aangezien onderdeel van de SRV is dat de bebouwing moet worden gesloopt, is hergebruik van bebouwing voor niet-agrarische activiteiten niet mogelijk. Het gemeentelijk beleid staat hergebruik enkel toe bij agrarische activiteiten. Tijdens de uitvoering van de SRV zijn daarom een aantal opties voor maatwerk uitgewerkt. Bij de uitwerking van deze opties is aansluiting gezocht bij reeds bestaand gemeentelijk beleid. Afhankelijk van de wensen van de deelnemers en de ligging van de locaties, is in enkele gevallen gebruik gemaakt van een van deze opties. In ronde 1 wordt voor de locatie Loobeek 3 en 3b Smakt gebruik gemaakt van maatwerk. 1.2 De SRV staat toe dat deelnemers ten hoogste 15% van hun emissierechten aan ammoniak blijven behouden ten behoeve van nieuwe (agrarische) activiteiten. Dit dienen de initiatiefnemers in de aanvraag voor de intrekking van hun milieuvergunningen te vermelden. Enkele locaties hebben gebruik gemaakt van deze regeling, zodat zij een deel van hun emissierechten konden behouden mocht de bestemmingswijziging niet tot stand komen.
Het behoud van deze 15% van hun emissierechten is niet meegenomen in de toelichting bij dit plan, omdat de afspraak is dat deze rechten alsnog worden ingetrokken als de bestemmingswijziging is afgerond. Op basis van de huidige inzichten, zijn er geen redenen om te verwachten dat de bestemmingswijziging niet tot stand komt. Mocht richting vaststelling van het bestemmingsplan duidelijk worden dat of de emissierechten niet worden ingeleverd óf de bestemmingswijziging voor een locatie mogelijk niet tot stand komt, dan zal de toelichting hierop worden aangepast. 3.1 Indien de gemeenteraad niet instemt met toepassing van de hardheidsclausule uit de Geurverordening voor de locatie Timmermannsweg 40 Ysselsteyn, dan is de voorgestelde ontwikkeling niet mogelijk. Communicatie 1. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 Wro gepubliceerd (conform DROP) in het Gemeenteblad. Tevens wordt deze kennisgeving elektronisch verzonden aan de provincie, waterschap en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport. 2. Betrokkenen, waaronder de indieners van zienswijzen, worden persoonlijk omtrent de besluitvorming door uw raad geïnformeerd. 3. De kennisgeving, het bestemmingsplan, het raadsbesluit en de bijbehorende onderzoeken zullen ook elektronisch worden weergegeven op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl en via de link op de gemeentelijke website.
Het vastgestelde plan is tevens op papier te raadplegen aan de balie van het gemeentehuis. 4. De kennisgeving wordt tevens als extra service bekendgemaakt in de Peel en Maas.
Pagina 6 van 7
Financiële gevolgen Geen Personele/organisatorische gevolgen Geen Juridische gevolgen Het bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn. De beroepstermijn vangt aan op de dag na die van de terinzagelegging. Indien binnen de beroepstermijn bij de voorzitter ABRS een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, treedt het besluit niet in werking totdat op het verzoek is beslist. Indien geen voorlopige voorziening wordt gevraagd, treedt het plan dus op daags na het verstrijken van de beroepstermijn in werking. Rechtmatigheid De gemeenteraad is bevoegd om bestemmingsplannen, eventueel gewijzigd ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen en om een standpunt in te nemen omtrent de ontvangen zienswijzen. In de beoordeling van zienswijzen wordt gemotiveerd aangegeven waarom de zienswijzen gegrond dan wel ongegrond zijn. Fatale termijnen In de Wro is opgenomen dat de gemeenteraad binnen 12 weken na de termijn van terinzagelegging beslist omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Dit is echter geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Vervolgtraject besluitvorming Na vaststelling bestaat gelegenheid om beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Evaluatie n.v.t.
Bijlagen 1. Het concept-raadsbesluit 2. Bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 1)’ (NL.IMRO.0984.PHBP20001-va01) 3. Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, herziening stoppers- en saneringsregeling (ronde 1)’ (NL.IMRO.0984.PHBP20001-on01) Naslagwerk n.v.t.
Pagina 7 van 7