01 Uitwerking Participatieopdracht Iedereen doet mee (raadsvoorstel)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Uitwerking Opdracht: Iedereen doet mee
Zaaknummer
Z24002900
Steller Team
Raad datum
10 december 2024
Teammanager Portefeuillehouder
Medewerker team Maatschappelijke Ontwikkeling Maatschappelijke Ontwikkeling Teammanager team Maatschappelijke Ontwikkeling Martin Leenders
Openbaarheid Ja, Per direct. Ter advisering/kennisneming/bespreking Ter bespreking
Voorstel 1. Akkoord te gaan met de uitwerking van eigen lokale ontwikkelbedrijven (hoofdvariant 2). 2. Het college opdracht te geven de uitwerking van hoofdvariant 2 vorm te geven en ter besluitvorming voor te leggen uiterlijk derde kwartaal 2025.
1 van 6
Raadsvoorstel Inleiding In juni 2024 bent u als raad meegenomen in de uitkomsten van de brede analyse over de ontwikkeling van het bestand Wsw’ers en instroom Participatiewet. De analyse liet zien dat er sprake was van een versnelde uitstroom uit de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw), en een zeer beperkte instroom vanuit de Participatiewet. Reden van het opstellen van de participatieopdracht ‘Iedereen doet mee’ die door de colleges van de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venray in mei 2024 is vastgesteld. In juni 2024 heeft uw raad ingestemd met de intrekking van de Strategische Koers NLW 2021-2030. Tegelijkertijd bent u ook geïnformeerd over de inhoud van de participatieopdracht. Deze opdracht is gericht op het versterken van de samenwerking en toekomstbestendigheid van de participatie-inspanningen en bestaat uit drie deelopdrachten: 1. Strategische verkenning samenwerking participatie; 2. Onderzoek hoe de verouderde Gemeenschappelijke Regeling Noord-Limburg West (GR NLW) aangepast of vervangen kan worden; 3. Een nieuwe infrastructuur voor beschermd en beschut werk. In het afgelopen jaar hebben de drie gemeenten gezamenlijk gewerkt aan de uitwerking van bovengenoemde deelopdrachten. Dit heeft geleid tot een uitwerking van een strategisch kader gemeentelijke samenwerking Participatie en een rapportage deelopdracht 2 toekomst NLW.
Uw raad is gedurende het proces op verschillende momenten en in diverse gremia meegenomen. Het strategisch kader gemeentelijke samenwerking Participatie onderschrijft de keuze voor eigen lokale ontwikkelbedrijven en de regionale samenwerking op de terreinen van Wsw en Beschut Werken. Zowel het strategisch kader gemeentelijke samenwerking Participatie als de rapportage deelopdracht 2, komen tot de conclusie dat het hebben van een gemeenschappelijke regeling niet noodzakelijk is. Besluitvorming hierover vindt echter pas plaats na het uitwerken van de planfase die is gepland medio 2025. In de rapportage deelopdracht 2 zijn een tweetal hoofdvarianten en subvarianten onderzocht. Hoofdvariant 1: De drie gemeenten werken samen op beschut werken en SW’ers (via de NLW organisatie). Hoofdvariant 2: De drie gemeenten gaan primair alle Participatiewet-taken zelf (lokaal) uitvoeren; samenwerking vindt plaats waar nodig (vanuit wens inwoner). Deelopdracht 3 beoogt richting te geven aan hoe wij als Venray de uitvoering van de Participatiewet richting toekomst zien en de rol van een ontwikkelbedrijf hierin. De koers is op hoofdlijnen en vraagt verdere uitwerking in samenhang met het vervolg van deelopdracht 2. Uw raad wordt gevraagd de keuze voor de voorkeursvariant van deelopdracht 2 te onderschrijven en het college opdracht te geven deze verder uit te werken.
Beoogd resultaat In Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venray willen we dat iedereen mee kan doen. We bouwen aan een nieuwe infrastructuur van lokale ontwikkelbedrijven om daarmee werkplekken en dienstverlening zo nabij, flexibel en schaalbaar als mogelijk in te richten. Hiertoe bouwen we onze lokale initiatieven verder uit. Argumenten 1.1 We zien een meerwaarde in samenwerking op het terrein van Wsw en Beschut Werken.
2 van 6
Raadsvoorstel De colleges hebben een gedeelde ambitie verder uitgewerkt in het strategisch kader gemeentelijke samenwerking Participatie. Elke gemeente zet in op lokale initiatieven, in samenwerking met lokale ondernemers en maatschappelijke partners. We zien meerwaarde in de samenwerking op het brede gebied van participatie en met name op gebied van Wsw en Beschut Werk. De toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt geven een ernstig tekort aan in bijna alle sectoren, wat kansen biedt voor inwoners met een beperking. 1.2 Sinds de komst van de Participatiewet is er door de gemeenten geïnvesteerd in een lokale infrastructuur. Hierbij geldt dat de behoefte van de inwoner wordt gevolgd (maatwerk). Dit betekent voor de inwoners dat zij ondersteund worden binnen een infrastructuur waar zij het beste tot ontwikkeling komen. Dit geldt zowel voor inwoners met een participatievraagstuk en/of uitkering als voor inwoners werkzaam met een Wswdienstverband. Horst aan de Maas heeft ‘Onze Loods’ ontwikkeld voor laagdrempelige participatie, Peel en Maas biedt activiteiten aan in ‘Hal 9’ en Venray heeft een netwerk opgebouwd met maatschappelijke partners, waaronder NLW. 1.3 Voor het ontwikkelen van inwoners is een breed pallet van lokale en regionale initiatieven voorhanden.
De belangrijkste voorwaarde in de uitvoering van de Participatiewet is de samenwerking met partners zoals ondernemers, verenigingen, onderwijs en re-integratiepartners. 1.4 Een eigen ontwikkelbedrijf biedt het meeste perspectief voor onze inwoners. In deze variant hebben onze inwoners de ruimste keuze tussen werk- en/of ontwikkelplek. Door onze lokale ontwikkelbedrijven met elkaar te verbinden zorgen we voor een breed pallet in werk- en ontwikkelmogelijkheden voor alle inwoners. Dat betekent bijvoorbeeld dat inwoners uit Venray kunnen werken in Venray, maar ook kunnen kiezen voor een werk- en/of ontwikkelplek bij de andere gemeenten. 1.5 Hoofdvariant 2 komt op basis van de afwegingscriteria als beste variant naar voren. Op basis van 13 afwegingscriteria hebben verschillende werkgroepen bestaande uit medewerkers van gemeenten en NLW op de volgende onderdelen: bedrijfsvoering, personeel en organisatie, juridisch en beleid een weging gemaakt van de verschillende varianten. Hoofdvariant 2 biedt niet alleen het meeste perspectief voor onze inwoners, maar ook de meeste grip op de uitvoering van de Participatiewet en de Wsw. 1.6 Door aanvullende randvoorwaarden te stellen bij hoofdvariant 2 beperken we de risico’s. Hoofdvariant 2 kent meer (bedrijfsvoerings)risico’s dan hoofdvariant 1. Dit speelt specifiek voor de gemeente Venray.
Venray heeft immers het grootste aantal SW-medewerkers ondergebracht bij NLW. Om deze risico’s gezamenlijk te beheersen hebben de drie gemeenten aanvullende randvoorwaarden collectief vastgesteld. Deze randvoorwaarden zijn opgenomen in rapportage deelopdracht toekomst NLW en worden meegenomen in de uitwerking van hoofdvariant 2. De bestuurders hebben commitment naar elkaar uitgesproken om dit traject in gezamenlijkheid en in harmonie te voltooien. 1.7. Onderdeel van de verdere uitwerking vormt ook het voornemen van het college om de gemeenschappelijke regeling op te heffen. We zien nu al dat de huidige gemeenschappelijke regeling niet aansluit bij de verder te ontwikkelen lokale ontwikkelbedrijven. Hoewel het formele proces nog niet kan worden opgestart, willen we wel al duiden dat de GR NLW opgeheven wordt. Het formele proces kan pas starten ná afronding van de planfase. Besluiten gericht op de GR NLW kunnen van invloed zijn op de NLW N.V. en andersom.
3 van 6
Raadsvoorstel 1.8 De uitwerking van deelopdracht 3 geeft richting aan de Venrayse uitvoering van de Participatiewet in relatie tot deelopdracht 2. In de collegevergadering van 3 oktober 2023 is de visie werk en inkomen vastgesteld. Voor deelopdracht 3 is deze visie als basis gebruikt en is een verdere verdieping gemaakt in relatie tot de uitvoering van de Participatiewet. Dit document is richtinggevend voor onze inzet in het vervolg van deelopdracht 2. In hoofdlijnen: •
Bouwen we voort op ons participatienetwerk;
•
Breiden we uit met een ondernemershotel (leerontwikkelplek sociale ondernemers);
•
Een ontwikkelbedrijf dat als partner opereert.
In de komende periode zullen we alle mogelijkheden, kansen en belemmeringen nader in beeld brengen en meewegen in het definitief besluit over hoofdvariant 2. 1.9 De adviesraden Sociaal Domein zijn uitvoerig meegenomen in het proces. Op verschillende momenten in het proces zijn de drie adviesraden Sociaal Domein bijgepraat over de opdracht ‘Iedereen doet mee’. De adviesraden Sociaal Domein hebben voor nu aangegeven kennis te nemen van de eerste uitkomsten en hebben een aantal aanbevelingen gedaan voor de verdere uitwerking in de planfase. 2.1 Het college is aan zet om het lokale ontwikkelbedrijf vorm te geven en de gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De uitwerking van de voorkeursvariant betreft uitvoering. Daarom is het college primair aan zet. Definitieve besluitvorming is voorzien uiterlijk in het derde kwartaal 2025, waarbij het streven is om dit nog voor de zomer 2025 te kunnen afronden. Kanttekeningen en risico’s 1.1 De Participatiewet en arbeidsregio zijn volop in beweging. De arbeidsmarktstructuur wordt op korte termijn aangepast. Hierbij is de intentie om ontwikkelbedrijven en aansturing te centraliseren op arbeidsmarktregio niveau. Niettemin kiezen we ervoor om in te zetten op lokale ontwikkelbedrijven en zullen we gedurende het proces bekijken hoe de twee stromen zich tot elkaar verhouden.
Gemeenten hebben een eigen verantwoordelijkheid in het kader van de Wsw en Participatiewet. Ook zijn er diverse wetswijzigingen op handen die consequenties kunnen hebben voor de uitvoering van de Participatiewet. 1.2 Dit besluit vormt pas de eerste stap in het proces. Dit voorstel heeft betrekking op het afsluiten van de strategiefase. Verdere uitwerking zal plaatsvinden in de planfase waarna een definitief besluit wordt genomen, en de implementatiefase start. Voor de gemeenten Peel en Maas en Horst aan de Maas is er een basis gelegd voor de lokale ontwikkelbedrijven. Gemeenten kennen een verschillend startpunt als het gaat om lokale initiatieven. Daarom kan het te doorlopen proces per gemeente verschillen in het uitbouwen van bestaande initiatieven. 1.3 De financiële gevolgen zijn nog niet geheel in beeld. In de strategiefase is vooral op hoofdlijnen gekeken naar de gewenste hoofdvariant. Weliswaar zijn een aantal zaken financieel beperkt in beeld gebracht, voor de definitieve besluitvorming is een verdere uitwerking noodzakelijk. 1.4 In de uitwerking van de planfase kunnen belangen tussen gemeenten verschillen.
4 van 6
Raadsvoorstel Resultaat van de uitwerking en onderhandeling kan zijn dat het definitief besluit afwijkt van het principebesluit. 1.5 De beoogde transitie van de NLW als gevolg van deze keuze veroorzaakt onrust bij doelgroepmedewerkers, stafmedewerkers en opdrachtgevers. Hoewel de rechten van de (doelgroep)medewerkers zijn geborgd, kan verandering juist voor deze doelgroep voor onrust zorgen. Een uitgebreid communicatieplan wordt hiervoor opgesteld met intensieve contactmomenten met bovengenoemde stakeholders. 1.6 De colleges van de deelnemende gemeenten dienen een besluit tot opheffing kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur. Artikel 36 van de Gemeenschappelijke Regeling werkvoorzieningschap Noord-Limburg West geeft de regels omtrent wijziging en opheffing aan. Op dit moment voldoet de gemeenschappelijk regeling niet aan de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dit is een bewuste keuze geweest gelet op het proces dat we nu doorlopen. Bij definitieve besluitvorming hanteren we de spelregels van de Wgr. Dit betekent dat de raad uiteindelijk toestemming moet geven voor het opheffen van de gemeenschappelijke regeling. Communicatie We stellen een communicatieplan op zodat de stakeholders van zowel de gemeenten als de medewerkers van de NLW op het juiste moment worden geïnformeerd. Dit pakken we samen met NLW op.
Financiële gevolgen De keuze voor hoofdvariant 2 en het opheffen van de GR heeft incidentele en structurele financiële effecten die nu nog niet allemaal exact te bepalen zijn. Frictiekosten GR (incidenteel) De opheffing van de GR zal leiden tot frictiekosten, die in het liquidatieplan in kaart worden gebracht. Het liquidatieplan wordt opgesteld na het besluit tot opheffing en bevat een gedetailleerde inschatting van de kosten. De definitieve frictiekosten worden opgenomen in de begroting van 2026. Regionaal werkbudget (incidenteel) Voor uitwerking van het voorgenomen scenario is externe expertise nodig. De totale kosten voor het vervolgtraject worden geraamd op maximaal € 586.000,-. Dat betekent dat de kosten evenredig worden verdeeld, zijnde € 195.000,- per gemeente. Met de meicirculaire 2024 hebben gemeenten middelen ontvangen voor versterking van de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven. Deze middelen zijn bedoeld om de lokale sociale infrastructuur duurzaam in te richten. Binnen deze middelen is nog voldoende ruimte aanwezig om de kosten van het vervolgtraject te dekken. Het bedrag dat wij hebben ontvangen voor dit doel bedraagt € 365.095 en daar kunnen we het gemeentelijk aandeel in het regionale werkbudget mee dekken. Dat betekent wel dat we bij resultaatbestemming 2024 een voorstel doen om deze over te hevelen naar 2025.
Structurele kosten regionaal en lokaal In de verdere uitwerking zal ook duidelijk worden wat de structurele financiële effecten zijn op
5 van 6
Raadsvoorstel lokaal en regionaal niveau. Daar zullen we in de Kadernota en Begroting 2026 nader op terugkomen. Vervolgtraject besluitvorming Opheffing gemeenschappelijke regeling De gemeenschappelijke regeling betreft een uitvoeringsregeling en is daarom een collegeregeling. Artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling regelt de voorwaarden en het proces rondom opheffing. De colleges dienen een voorgenomen besluit tot opheffing kenbaar te maken aan het algemeen bestuur van de GR. Het algemeen bestuur geeft binnen twee maanden een reactie op het besluit. Daarbij worden ook de gevolgen voor de samenwerkingsovereenkomst met de NLW N.V. meegenomen. Het algemeen bestuur stelt vervolgens een liquidatieplan op. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet tevens in de gevolgen voor de archieven. De bestuursorganen van de GR blijven in functie totdat de liquidatie is voltooid. Uitwerken voorkeursscenario De planfase betreft het nader onderzoeken van de voorkeursvariant. Hiertoe wordt een (meer gedetailleerd) beslisdocument geschreven. Op basis van het beslisdocument nemen de betrokken colleges én gemeenteraden uiterlijk derde kwartaal 2025 - een definitief go/no go besluit over hoofdvariant 2.
De uitkomst kan tweeledig zijn: • De drie besturen nemen een definitief (positief) besluit over de voorkeursvariant. • De drie besturen verschillen van mening over de voorkeursvariant. Als er een positief besluit wordt genomen over de voorkeursvariant, volgt de ontwerp/ implementatiefase. Deze derde fase richt zich op doorontwikkeling van het eigen ontwikkelbedrijf in combinatie met een eventuele ontvlechting van NLW. Rol adviesraden De adviesraden Sociaal Domein worden meegenomen in het vervolg van de planfase. Voor nu hebben de adviesraden ons vragen en aanbevelingen meegegeven. Bij de definitieve besluitvorming zal een formeel advies vanuit de adviesraden Sociaal Domein volgen. Evaluatie N.v.t. Bijlagen 1. Strategisch kader gemeentelijke samenwerking participatie 2. Rapport deelopdracht 2 toekomst NLW 3. Uitwerking deelopdracht 3: Koers uitvoering Participatiewet gemeente Venray 4. Reactie van adviesraden sociaal domein 5. Brief aan adviesraden sociaal domein 6. Collegevoorstel 7. Raadsbesluit Naslagwerk N.v.t.
6 van 6