01 Recentralisatie Raayland College (raadsvoorstel)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Recentralisatie Raayland College
Zaaknummer
551214
Raad datum
Openbaar
30 juni 2022
Steller
Milou Jeurissen
Team
MO
Teammanager
Chantal Strous
Portefeuillehouder
Jan Jenneskens
Ja, met uitzondering van bijlagen 3 en 4 vanwege - bescherming van de privacy - bedrijfsgegevens die vertrouwelijk aan de gemeente zijn toevertrouwd
Ter advisering/
Ter bespreking
kennisneming/ bespreking
Voorstel 1.
In te stemmen met de recentralisatie van het Raayland College voor wat betreft de overdracht van het economisch claimrecht met terugwerkende kracht per 1 januari 2022;
2.
In te stemmen met de financiële gevolgen van de recentralisatie zoals verwoord in de financiële paragraaf;
3.
In te stemmen met het onttrekken en slopen van de bouwdelen C1 t/m 4, D en E van het Raayland College en hiervoor een investeringskrediet van € 532.000 beschikbaar te stellen;
4.
Een investeringskrediet beschikbaar te stellen ter hoogte van € 1.943.656 voor de renovatie van bouwdeel C5;
5.
Kennis te nemen van de concept vaststellingsovereenkomst met Stichting LVO inzake de recentralisatie Raayland College (bijlage 4);
6.
Geen wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken ten aanzien van de concept vaststellingsovereenkomst met Stichting LVO inzake de recentralisatie Raayland College;
7.
De financiële consequenties ten laste te brengen van het meerjarig begrotingsresultaat.
Samenvatting Op 2 november 2021 heeft uw raad middels een principe besluit ingestemd met het voornemen tot recentralisatie van het Raayland College. In 1998 is, bij de realisatie van de huidige locatie van het Raayland College, overgegaan tot de doordecentralisatie van de huisvesting van de gemeente aan het schoolbestuur Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). De huisvesting van het Raayland College kent inmiddels een overmaat ten opzichte van de huidige en toekomstige ruimtebehoefte en ‘bouwdeel C’ (het voormalige Boschveldcollege, bouwjaar 1969) van het Raayland College is aan het einde van haar levensduur. Op dit moment is alleen nog bouwdeel C5 in gebruik; bouwdelen C1 t/m 4, D en E zijn niet meer in gebruik (met uitzondering van het Xpeditielab in C2). Onderhoud en exploitatie van deze bouwdelen legt een grote financiële druk bij de school. Gemeente en stichting LVO zijn in het jaar 2020 het overleg gestart over mogelijke toekomstscenario’s voor het Raayland College. Stichting LVO gaf hierbij aan de voorkeur te hebben tot recentralisatie, waarbij de dordecentralisatie uit 1998 wordt beëindigd en partijen weer overgaan tot het klassieke model van het voorzien in huisvesting voor het onderwijs. De overeenkomst tot doordecentralisatie biedt de mogelijkheid om te komen tot beëindiging van de doordecentralisatie met wederzijds goedvinden, tegen voorwaarden die ook
Pagina 1 van 7
wederzijdse instemming nodig hebben. We hebben hierin geen directe verplichting, maar hebben als gemeente wel een belang bij het behoud van een goede en financieel gezonde middelbare school. Door adviesbureau HEVO is onderzoek gedaan naar de mogelijke beëindiging van de huidige doordecentralisatie van het Raayland College en de financiële haalbaarheid hiervan. Het gestelde uitgangspunt daarbij was dat er sprake moest zijn van een sluitende businesscase. Voor de gemeente Venray betekent dat concreet dat de businesscase zal moeten leiden tot maximaal dezelfde jaarlasten zoals ze die momenteel heeft vanuit de doordecentralisatieverplichting aan LVO (jaarlijks ca. € 750.000). Door HEVO is in overleg met gemeente en schoolbestuur het volgende toekomstscenario ontwikkeld, en vervolgens herijkt naar 2022:
Recentralisatie Raayland College tegen de boekwaarde (€ 7,9 miljoen op 31-12-2021);
Bouwdelen C1 t/m 4, D en E worden gesloopt. Hiermee vervalt de renovatie-behoefte van deze bouwdelen;
Het ruimteverlies door onttrekking van de bouwdelen C, D en E wordt gecompenseerd door de renovatie van bouwdeel C5 (900 m2).
De kosten voor de renovatie van bouwdeel C5 dienen gedekt te worden binnen de businesscase van de recentralisatie;
De bestaande gebouwen A, B, F en C5 vormen onderdeel van de recentralisatie. Het schoolbestuur vervult de onderhoudsplicht voor de dan in gebruik zijnde onderwijsgebouwen conform de Wet op het Voortgezet Onderwijs (Wvo);
Er is geen noodzaak tot compenserende gymcapaciteit. Het gymonderwijs voor de leerlingen van het Raayland College wordt verplaatst naar sporthal De Wetteling.
Het terrein behorende bij de bouwdelen C 1 t/m 4, D en E wordt onttrokken aan het Raayland College en kan door de gemeente alternatief worden aangewend (zie voorstel huisvesting Focus-Spectrum).
In een apart traject wordt met partijen gekeken naar of en in welke vorm het Xpeditielab (momenteel gehuisvest in C2) een nieuwe plek kan krijgen.
Uit het onderzoek van HEVO blijkt dat recentralisatie conform bovenstaand toekomstscenario leidt tot een ruim positief sluitende businesscase met een looptijd van 20 jaar. Dit is eveneens bevestigd in een onafhankelijke second opinion. Beoogd resultaat Vanuit het gezamenlijk belang bij vitaal voortgezet onderwijs in Venray te komen tot een duurzame oplossing voor de huisvesting en toekomstperspectief voor het Raayland College. Argumenten 1.1 Recentralisatie bevordert de toekomstbestendigheid van het Raayland College Met dit voorstel wordt een duurzame oplossing gevonden voor de overmaat van de gebouwen en de meer urgent wordende situatie rondom de kwaliteit van bouwdeel ‘C’. Er wordt een toekomstperspectief ingezet, waarbij ook in de toekomst een passende huisvestingssituatie voor het Raayland College blijft bestaan, met het oog op een gezonde huisvestingsexploitatie voor de lange termijn. Schoolbestuur LVO geeft hierbij aan (zie bijlage X) dat door recentralisatie de school beter kan werken aan onderwijsontwikkelingen omdat de financiële druk door de overmaat van de gebouwen wordt verlicht. Dit nog afgezien van de kansen voor samenwerking aan inclusief onderwijs die worden gecreëerd door vervolgens op de locatie van het Raayland College speciaal (basis) onderwijs te huisvesten.
Pagina 2 van 7
1.2 Er wordt onderscheid gemaakt in de ingangsdatum van de overdracht van het economisch en juridisch eigendom. Voor schoolgebouwen wordt in de onderwijswetgeving onderscheid gemaakt tussen juridisch eigendom en economisch claimrecht (= eigendom). Voor de overdacht van het economisch claimrecht wordt gekozen voor ingangsdatum 1 januari 2022 (met terugwerkende kracht). Per deze datum zijn alle variabelen ten behoeve van de businesscase bekend, waardoor deze volledig kan worden afgewikkeld. Concreet betekent de overdracht met terugwerkende kracht dat er nog een verrekening plaats moet vinden van de reeds uitbetaalde doordecentralisatievergoeding aan Stichting LVO over 2022. Daar staat tegenover dat de gemeente de eigenaarskosten (OZB en opstalverzekering) over 2022 draagt. De juridische eigendomsoverdracht van de gebouwen die teruggaan naar de gemeente vindt plaats in het lopende kalenderjaar, na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst. 2.1 Er is sprake van een sluitende businesscase voor zowel gemeente als schoolbestuur De doorrekening van de businesscase heeft aangetoond dat de lasten voortvloeiend uit de recentralisatie, waaronder die van de overname van de gebouwen tegen de boekwaarde, de sloop van de bouwdelen C1 t/m 4, D en E, evenals de renovatie van bouwdeel C5, passend zijn binnen de businesscase met een looptijd van 20 jaar.
Waar ten tijde van het principebesluit (nov ’21) nog rekening werd gehouden met een positief resultaat voor de gemeente ter hoogte van € 950.000, bedraagt het te verwachten resultaat bij recentralisatie per 1-1-2022 + € 1.931.066 over de looptijd van 20 jaar. Dit kan o.a. worden verklaard door een verdere daling van de boekwaarde ultimo 2021 en stabiliserende leerlingaantallen. Op verzoek van uw raad heeft een second opinion plaatsgevonden op de businesscase (zie bijlage 3). Deze heeft geleid tot een positief eindoordeel. De in de second opinion geïdentificeerde risico’s hebben een plek gekregen in voorliggend raadsvoorstel. 2.2 Voor de businesscase wordt een looptijd beoogd van 20 jaar. Hiermee wordt aangesloten op de resterende afschrijvingstermijn voor de bouwdelen A en B (bouwjaar 2000). Indien de businesscase na 20 jaar sluit, leidt dit tot de wenselijke situatie dat er dan geen resterende boekwaarden meer rusten op delen van de gebouwen, zodat partijen na 20 jaar vrij zijn in de realisatie van dan te plannen renovaties of vervangende nieuwbouw voor het Raayland College. 2.3 Overdracht vindt plaats tegen de boekwaarde per 1-1-2022. In geval van een doordecentralisatie of recentralisatie is er geen sprake van een reguliere verkoop zoals bedoeld op de ‘vrije markt’.
Door- of recentralisatie gaat over een stelselwijziging met daaruit volgend een verplaatsing van boekwaarden en kapitaalslasten. Om deze reden wordt voor de waardebepaling van de gebouwen niet uitgegaan van een vastgoedtaxatie, maar van de heersende boekwaarde. Deze boekwaarde is gecontroleerd en, voor het deel dat niet behoort tot de onderhoudsverplichting van de school maar zuiver ten laste komt van de doordecentralisatie vastgesteld op € 7,9 miljoen per 1-1-2022. 3.1 Er is sprake van een structureel ruimte overschot bij het Raayland College De totale overcapaciteit in vloeroppervlak bedraagt circa 4.000 m2. Alleen bouwdeel C5 en de gymzalen zijn op dit moment nog in gebruik door het Raayland College. De leerlingprognoses geven geen indicatie dat de huidige overcapaciteit in de toekomst fors meer of minder zal worden.
Pagina 3 van 7
Indien het voorgestelde scenario voor het Raayland College tot realisatie wordt gebracht, verkrijgt de gemeente het terrein dat momenteel gevuld wordt door de bouwdelen C1 t/m 4, D en E. Beoogd wordt om dit terrein in te zetten voor de nieuwbouw van SBO Focus en SO Spectrum. In het te slopen bouwdeel C2 bevindt zich momenteel het Xpeditielab. Dit is een initiatief van SPOVenray in samenwerking met Stichting Kies Techniek, gericht op onderzoekend leren. Samen met de betrokken partijen zal bekeken worden of en in welke vorm deze functionaliteit opnieuw een plek kan krijgen. Dit dient echter los gezien te worden van de recentralisatie. 4.1 Met het behoud en renovatie van bouwdeel C5 wordt voldoende voorzien in de ruimtebehoefte Door toepassing van de systematiek uit de Verordening Voorzieningen Onderwijshuisvesting is bepaald dat de normatieve ruimtebehoefte, aanvullend op de bouwdelen A, B en F, 600 m2 bedraagt. Hierop dient een toeslag te worden toegepast, omdat bij zowel nieuwbouw als renovatie van deze beperkte omvang niet de efficiency kan worden bereikt zoals bij een integrale nieuwbouw. Door verlies van m2 nuttig gebruik, wordt in deze situatie gerekend met een totale aanvullende ruimtebehoefte van 800 m2. Het voorkeursscenario voor de invulling van deze ruimtebehoefte bestaat uit de renovatie van bouwdeel C5.
Dit bouwdeel heeft een omvang van 900 m2, hetgeen voldoende tegemoet komt in de ruimtebehoefte. Gebleken is dat bouwdeel C5 constructief zelfstandig kan worden gehandhaafd, ook na sloop van het overige bouwdeel C. Het dan blijvende constructieve casco dient te worden voorzien van een hernieuwde in- en afbouw, waarmee het geschikt te maken is voor hedendaags onderwijs. Vanuit duurzaamheidsoverwegingen geeft handhaving van bouwdeel C5 een zinvol hergebruik aan dit gebouw, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden tot herontwikkeling van het vrijkomende terrein. 4.2 Het budgetkader is bepaald op grond van de Verordening Voorzieningen Onderwijshuisvesting Voor het bepalen van het budgetkader voor de renovatie van bouwdeel C5 (900 m2) wordt aangesloten bij de systematiek van verordening, gebaseerd op de VNG-normvergoeding voor nieuwbouw van 800 m2. Deze normvergoeding bedraagt € 1.700.000 (prijspeil 1-1-2022). Dit bedrag wordt verhoogd met een toeslag van € 150.000 in verband met kosten voor de afsplitsing van gebouw C en de heraansluiting tussen de bouwdelen C5 en B plus een (voorlopige) index van 2,5%.
5.1 + 6.1 Met deze vaststellingsovereenkomst wordt de overeenkomst tot doordecentralisatie ontbonden en worden wederzijdse verplichtingen vastgelegd Het ontbinden van de (privaatrechtelijke) overeenkomst tot doordecentralisatie gebeurt middels ondertekening door beide partijen van voorliggende vaststellingsovereenkomst (zie bijlage 4). In deze vaststellingsovereenkomst zijn de wederzijdse (financiële) verplichtingen opgenomen met betrekking tot de huisvesting van het Raayland College. De bevoegdheid voor het aangaan van deze overeenkomst ligt bij het college van B&W. Hieraan voorafgaand wordt uw raad in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen bij de vaststellingsovereenkomst kenbaar te maken. Het kenbaar maken van wensen en bedenkingen is mogelijk middels een amendement op dit raadsbesluit, waardoor de democratische legitimatie is gewaarborgd. Risico’s Huidige kostenontwikkeling Op dit moment kent de markt een uitzonderlijke bouwkostenstijging. Het budgetkader, dat in de normale situatie geldt als kaderstellend voor het schoolbestuur op basis van de normvergoedingen van de verordening, houdt echter geen rekening met de conjuncturele situatie in de bouwsector. Het bepalen van een indexpercentage naar het jaar van uitvoering is momenteel vrijwel onmogelijk. Om deze reden is er vooralsnog een index voor bouwkosten gehanteerd van ‘slechts’ 2,5 % (langjarig gemiddelde).
Op het moment
Pagina 4 van 7
van aanbesteding zal bekeken worden of het budgetkader bijstelling behoeft naar het op dat moment reële prijsniveau. De businesscase van de recentralisatie biedt daartoe ook nog enige ruimte. Risico op aanvullende kosten sloop en asbestsanering De kosten van sloop komen voor rekening van de gemeente op grond van de wettelijke zorgplicht. Hiervoor is een bedrag opgenomen op basis van een raming. Er bestaat een risico op aanvullende kosten, bijv. voor asbestsanering. Deze kosten zijn echter niet op voorhand vast te stellen. In overleg met LVO zal tevens bekeken moeten worden welke maatregelen in de huisvesting getroffen moeten worden ter overbrugging van de periode van sloop van de oude bouwdelen en renovatie van bouwdeel C5. Het uitgangspunt hierbij is dat de continuïteit van het onderwijs van het Raayland College geborgd blijft en tegelijkertijd de planning van de bouw van Focus-Spectrum geen vertraging oploopt. Leerlingstromen kunnen wijzigen in de toekomst De ruimtebehoefte van het Raayland College is in kaart gebracht aan de hand van meerjarige leerlingprognoses op basis van demografische ontwikkeling en onderwijsvernieuwingen. Deze gaan uit van stabilisatie in leerlingaantallen. Het risico dat de leerlingaantallen in de komende jaren nog fors verder zullen afnemen of stijgen ligt niet in lijn der verwachting.
Met het behoud van gebouw C5 behoudt het Raayland College al een klein overschot op de norm. Bij toenemende leerlingaantallen en dus een extra ruimtebehoefte tot 10% wordt de school conform regelgeving geacht via het aanpassen van lesroosters de aanvullende ruimtebehoefte intern op te vangen, alvorens aanspraak gemaakt kan worden op bekostiging van een uitbreiding door de gemeente. Risico op vertraging De planning is erop gericht dat de sloop in de zomer van 2023 kan starten. De benodigde onderzoeken in het kader van Flora en Fauna zijn hiervoor al in gang gezet. De afhankelijkheid van derden (o.a. Provincie) in het hiervoor te doorlopen proces brengt een risico met zich mee ten aanzien van de planning. Het leegstaande bouwdeel C van het Raayland College wordt momenteel gereed gemaakt voor de tijdelijke huisvesting van Oekraïense vluchtelingen. De voorwaarde hierbij is dat de planning voor de recentralisatie en de sloop hier geen nadelige gevolgen door zal ondervinden. Kanttekeningen Het is juridisch mogelijk om de huidige situatie in stand te houden in het kader van de bestaande doordecentralisatie overeenkomst met LVO. Dit leidt echter voor het Raayland College tot een langdurig te handhaven exploitatietekort op de huisvesting. In de huidige situatie moeten onderwijsmiddelen worden ingezet voor het onderhoud en verplichtingen van de leegstaande gebouwen.
Dit is een onwenselijke situatie voor onze Venrayse leerlingen. Communicatie Communicatie naar aanleiding van dit besluit en het vervolgproces zal worden vormgegeven in nauw overleg met het schoolbestuur. Ook de communicatie met belanghebbenden in de wijk maakt hier onderdeel van uit. Financiële gevolgen De recentralisatie van het Raayland College conform het geschetste toekomstscenario leidt tot de volgende investeringsbehoefte:
Pagina 5 van 7
Overname door recentralisatie Raayland College tegen de boekwaarde van (afgerond) € 7,9 miljoen. De grondwaarde - waarop geen afschrijving plaatsvindt- wordt daarbinnen gesteld op € 0,5 miljoen.
Kosten van sloop van bouwdelen C 1 t/m 4, D en E worden geraamd op: € 532.000.
Kosten voor renovatie bouwdeel C5 € 1.850.000 (obv normvergoeding nieuwbouw) incl. index 2,5%: € 1.943.656.
Overige jaarlijkse zakelijke lasten (OZB, verzekeringen): € 135.200.
De dekking bestaat uit het vervallen van de jaarlijkse doordecentralisatie vergoeding, die het schoolbestuur in de huidige situatie jaarlijks van de gemeente ontvangt. Deze vergoeding wordt in lijn van de overeenkomst bepaald op basis van het aantal leerlingen en een jaarlijks te indexeren bedrag per leerling. In 2022 resulteerde dit in een jaarlast van € 749.169,=, welke kan worden ingezet als dekking voor de kapitaallasten. Dit leidt tot het volgende financiële beeld bij een omslagrente van 1,6% over de looptijd van 20 jaar: Doordecentralisatiemiddelen
€ 17.315.191
Af: kapitaallasten bij recentralisatie
€ 12.210.767
Af: zakelijke lasten (OZB, verzekeringen)
€ 3.173.000
Resultaat (excl. resterende grondwaarde)
+ € 1.931.066
De businesscase leidt in de eerste jaren tot een klein tekort, waarna dit omslaat naar een positief resultaat van (afgerond) € 1,9 miljoen over de totale looptijd. Dit is exclusief de resterende grondwaarde van € 500.000. Het omslagpunt in de businesscase wordt bereikt in 2027. Voor het resultaat in de programmabegroting geeft dit het volgende beeld voor de komende jaren: 2022 Kapitaallasten
2023
2024
2025
2026
€ 531.512 -
€ 653.448 -
€ 645.547 -
€ 637.647 -
€ 136.552 -
€ 137.918 -
€ 139.297 -
€ 140.690 -
Zakelijke lasten
€ 135.200
DDC-vergoeding
€ 749.169
€ 754.787
€ 760.448
€ 766.151
€ 771.897
Resultaat
€ 613.969 +
€ 86.723 +
€ 30.918 -
€ 18.693 -
€ 6.439 -
Bij het principebesluit (nov. ’21) werd nog uitgegaan van de vorming van een reserve kapitaallasten om het tekort in de eerste jaren te kunnen vereffenen. Het tekort in de eerste jaren is nu echter kleiner en er wordt eerder een positief resultaat bereikt (vanaf 2027). In 2022 ontstaat een fors voordeel vanwege het feit dat we conform ons financiële beleid pas 1 jaar later (2023) starten met de afschrijving. Voorgesteld wordt om het saldo t/m 2026 rechtstreeks ten gunste of ten laste te brengen van het meerjarig begrotingsresultaat. Personele/organisatorische gevolgen N.v.t. Juridische gevolgen Indien wordt ingestemd met dit voorstel en na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst wordt een notariële akte opgesteld om de eigendomsoverdracht te effectueren. Rechtmatigheid De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van het Voortgezet Onderwijs op grond van artikel 76b van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO).
Pagina 6 van 7
Fatale termijnen N.v.t. Vervolgtraject besluitvorming Indien wordt ingestemd met dit voorstel zal de verordening voorzieningen Onderwijs huisvesting worden aangepast en ter instemming aan uw raad worden voorgelegd, zodat deze weer van toepassing is voor het voortgezet onderwijs.
Evaluatie N.v.t. Bijlagen 1. Raadsbesluit 2. Brief bestuur Stichting LVO aan gemeente Venray, 6 juli 2021 3. Second Opinion businesscase recentralisatie Raayland College, Kwartiermasters B.V., 1 maart 2022. 4. Concept Vaststellingsovereenkomst Naslagwerk Raadvoorstel Recentralisatie Raayland college, 2 november 2021 (principebesluit)
Pagina 7 van 7