01 Omgevingswet, delegatiebesluit, adviesrecht (raadsvoorstel)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Omgevingswet: adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, delegatiebesluit omgevingsplan
Zaaknummer
N.v.t.
Raad datum
14 december 2021
Openbaar
Ja
Ter advisering/
Ter advisering
Steller
Stijn Verwaaijen
Team
VTH
Teammanager
Ingrid Starmans
Portefeuillehouder
Cor Vervoort
kennisneming/ bespreking
Voorstel 1. De ‘Beleidsregel adviesrecht gemeenteraad buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ conform bijgevoegd besluit vast te stellen. 2. Het ‘Delegatiebesluit omgevingsplan’ conform bijgevoegd besluit vast te stellen. Samenvatting Met de Omgevingswet worden 26 wetten met betrekking tot de fysieke leefomgeving gebundeld in één wet. De Omgevingswet verandert de manier waarop de gemeente beleid maakt, samenwerkt met ketenpartners en initiatieven toetst. Ook verandert de manier waarop de gemeenteraad bij de vergunningverlening wordt betrokken. Kortom: de implementatie van de Omgevingswet noopt tot een andere manier van samenwerken tussen gemeenteraad, het college van B&W en de inwoner. Dit voorstel geeft invulling aan de adviesrol die de raad straks heeft bij initiatieven die afwijken van het omgevingsplan. Daarnaast gaat het over de delegatie (van de raad aan het college) van een aantal reguliere uitvoeringstaken met betrekking tot het omgevingsplan. Met het vaststellen van de categorieën waarbij de raad zijn adviesrecht wil gebruiken, wordt een duidelijkere invulling gegeven aan de grenzen van de beleidskaders die de raad heeft vastgesteld. Het wordt daarmee voor een ieder inzichtelijker wanneer de raad om advies moet worden gevraagd bij ruimtelijke ontwikkelingen die een grotere ruimtelijke impact hebben.
De begrenzing zit daarbij veelal in de huidige wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingsplannen (daarvoor is het college zelfstandig bevoegd) en de door de raad vastgestelde beleidskaders. Voor beide besluiten geldt dat uitsluitend de juridische constructie ten gevolge van de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt aangepast en dat een beleidsneutrale overgang wordt beoogd. Beoogd resultaat Bevoegdheden met betrekking tot ruimtelijke ordening gaan beleidsneutraal over richting de Omgevingswet, aansluitend bij een van de doelen van die wet: ‘snellere besluitvorming’. Het is duidelijk wanneer B&W de raad
Pagina 1 van 5
om (bindend) advies moeten vragen. Verder kunnen reguliere uitvoeringstaken door delegatie aan het college sneller worden uitgevoerd en er hoeft geen dubbele besluitvorming door de raad plaats te vinden. Argumenten 1.1 Er wordt een beleidsneutrale invulling gegeven aan het adviesrecht van de raad In het huidige juridische construct moet het college de raad om een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen (vvgb) vragen, voordat het medewerking kan verlenen aan buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan. Een belangrijke uitzondering hierop wordt gevormd door de afwijkingen op basis van de zogenaamde kruimelgevallenlijst van Besluit omgevingsrecht. Om te voorkomen dat het vergunningenproces onnodig vertraagt, kan de raad een lijst met gevallen vaststellen waarbij het college géén verklaring van bedenkingen van de raad nodig heeft. Op dit moment (onder het huidige recht) is het zo geregeld dat een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is wanneer het initiatief past binnen het door de raad vastgestelde beleid. Voor alle andere gevallen moet het college de raad dus om advies vragen. Op grond van de Omgevingswet is het college van burgemeesters en wethouders bevoegd omgevingsvergunningen te verlenen voor zogenaamde omgevingsplanactiviteiten. De volgende omgevingsplanactiviteiten zijn in de Omgevingswet gedefinieerd: a.
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan,
b.
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die wél in strijd is met het omgevingsplan, of
c.
een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
Waar we in het huidige wettelijke stelsel spreken over buitenplanse afwijkingen, worden de activiteiten onder b en c in de Omgevingswet aangemerkt als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (OPA’s). Het college is in beginsel bevoegd om hier, zonder dat de raad daarbij betrokken hoeft te worden, vergunningen voor te verlenen. De raad kan echter bepalen voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten het college hem om advies moet vragen. Het college kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse OPA die op de lijst is vermeld, pas verlenen als de raad een advies met instemming heeft gegeven. Als de raad er niet mee instemt, móet het college de aanvraag weigeren. Hierbij geldt uiteraard dat dit goed moet worden gemotiveerd. Om een duidelijkere invulling te geven aan de noodzakelijke raadpleging van de raad wordt nu voorgesteld om de verschillende categorieën expliciet te benoemen in het ‘Beleid adviesrecht gemeenteraad buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ (bijlage 1). Zo is voor het onderwerp ‘Wonen’ opgenomen dat de raad om advies moet worden gevraagd als het college binnen Agrarisch gebied een woning toe wil voegen (tenzij het om splitsing van of omzetting naar een burgerwoning gaat). Daarbij merken wij nogmaals op dat het de bedoeling is om zoveel mogelijk beleidsneutraal ‘over’ te gaan.
Er is dan ook zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de huidige wijzigingsbevoegdheden in de bestemmingsplannen en de door de raad vastgestelde beleidskaders. Overigens kan het instrument ‘wijzigingsbesluit’ met de invoering van de Omgevingswet niet meer worden gebruikt. Om B&W toch de mogelijkheid te bieden om deze flexibiliteit in het bestemmingsplan zelfstandig te kunnen blijven gebruiken, is in de beleidsregel opgenomen dat de raad niet om advies hoeft te worden gevraagd als de ontwikkeling past binnen een door de raad vastgesteld beleidskader (daar vallen ook de bestemmingsplannen onder). Inhoudelijk veranderen de voorwaarden voor het toepassen van het wijzigingsbesluit dan ook niet.
Pagina 2 van 5
De beleidsregel treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet inwerking treedt (voorzien op 1 juli 2022). Het is van belang op te merken dat het een dynamische regeling betreft, waarvan de werking in de praktijk goed zal worden gemonitord. Bovendien kan de vaststelling van nieuw beleid of de wijziging van bestaand beleid ertoe leiden dat dit besluit moet worden aangepast. 2.1 Door delegatie kunnen reguliere uitvoeringstaken met betrekking tot het omgevingsplan sneller worden uitgevoerd en wordt dubbele besluitvorming door de raad voorkomen De raad kan ervoor kiezen om bepaalde taken in het kader van de uitvoering van de Omgevingswet te delegeren aan het college. Dit betekent dat het college deze taken zelfstandig mag uitvoeren. De raad behoudt uiteraard zijn kaderstellende en controlerende taak. Er zijn een aantal bevoegdheden die om praktische redenen kunnen en zouden moeten worden gedelegeerd. Reguliere taken met betrekking tot het omgevignsplan kunnen dan sneller worden uitgevoerd en voorkomen wordt de raad twee keer over dezelfde onderwerpen moet besluiten. Dit past ook bij een van de doelen van de Omgevingswet, namelijk een snellere dienstverlening. Wij stellen voor om in ieder geval de volgende taken aan het college te laten delegeren:
het in omgevingsplan verwerken van omgevingsvergunningen waarmee van het omgevingsplan is afgeweken;
het in het omgevingsplan verwerken van vastgesteld beleid.
Het delegatiebesluit treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet inwerking treedt. Hieronder lichten wij bovengenoemde categorieën toe. Er zijn overigens meer onderwerpen in het delegatiebesluit opgenomen. Daarbij gaat het echter om ondergeschikte aanpassingen aan het omgevingsplan (zoals het corrigeren van verschrijvingen) en om noodzakelijke aanpassingen waarbij er geen beleidsvrijheid is (zoals de aanpassing aan wet- en regelgeving). Het voert te ver om die onderwerpen hier allemaal te behandelen. Verwerken verleende omgevingsvergunningen (afwijkingen) De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (vanaf 2029) verleende vergunningen binnen vijf jaar moeten worden verwerkt in het omgevingsplan. Het gaat hierbij alleen over initiatieven die afwijken van het omgevingsplan. Het college besluit (al dan niet met instemming van de raad, zie eerste beslispunt) over het verlenen van een omgevingsvergunning die afwijkt van het omgevingsplan. Vervolgens moet het besluit dus in het omgevingsplan worden verwerkt. Als na besluitvorming omtrent de vergunning nogmaals een besluit over de verwerking van de vergunning in het omgevingsplan (een bevoegdheid van de raad) genomen zou moeten worden, zou sprake zijn van dubbele besluitvorming door de raad over hetzelfde onderwerp. Dat moet vanuit een oogpunt van efficiëntie worden voorkomen.
Verwerken vastgesteld beleid Tussentijds door de raad vastgesteld beleid moet in het omgevingsplan worden verwerkt. Ook hier gaat het dus om een verwerking van een besluit dat de raad eerder heeft genomen. En ook hier is het doel om zoveel mogelijk dubbele besluitvorming te voorkomen.
Pagina 3 van 5
Terzijde wordt opgemerkt dat er bij de vaststelling van nieuw beleid rekening mee moet worden gehouden dat er veel ruimte kan zitten tussen een breed strategisch kader en de vertaling naar concrete regels in het omgevingsplan. Daarom is het belangrijk duidelijke afspraken te maken over de verdere uitwerking van het beleid; komt het college nog een keer terug bij de raad met een verdere uitwerking van de kaders of wordt het beleid direct verwerkt in het omgevingsplan? Risico’s Geen. Deze besluitvorming ziet enkel op een veranderde juridische wijze van vastleggen van bevoegdheden ingevolge de inwerkingtreding van Omgevingswet. Kanttekeningen Geen Communicatie Eerste versies van de besluiten zijn besproken in de stuurgroep Omgevingswet d.d. 8 september 2021 en de raadswerkgroep Omgevingswet d.d. 15 september 2021. Verder uitgewerkte versies zijn, inclusief een toelichting op de categorieën, behandeld in de commissie Wonen van 23 november 2021. De besluiten worden (conform DROP) gepubliceerd in het Gemeenteblad. De kennisgeving wordt als extra service tevens in de Peel en Maas bekendgemaakt. Financiële gevolgen Geen Personele/organisatorische gevolgen N.v.t. Juridische gevolgen Zie onder ‘Argumenten’. Rechtmatigheid De juridische grondslag voor beide besluiten wordt in de besluiten zelf genoemd. Fatale termijnen N.v.t. Vervolgtraject besluitvorming N.v.t.
Evaluatie Het omgevingsplan van rechtswege, grofweg bestaande uit de huidige bestemmingsplannen en de zogenaamde ‘bruidsschat’ (regels van het Rijk), zal de komende jaren gaan veranderen in een omgevingsplan met regels die zien op de fysieke leefomgeving. Dan wordt ook ervaring opgedaan met de inhoud en de instrumenten van de Omgevingswet. De beleidsregel inzake het adviesrecht van de raad en het delegatiebesluit moeten als dynamische documenten worden gezien. Het proces omtrent het adviesrecht van de raad wordt in ieder geval binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd.
Pagina 4 van 5
Bijlagen Beleidsregel adviesrecht gemeenteraad buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (inclusief toelichting) Delegatiebesluit omgevingsplan Raadsbesluit afzien verklaring van geen bedenkingen d.d. 17 september 2019 Naslagwerk N.v.t.
Pagina 5 van 5