009 Toelichting Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
In opdracht van: Michels Advies b.v. 4 maart 2026 ir. J.P.M. Hovens, E.M.H. Smeets BSc en R. Rijnders BSc
Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:
Michels Advies b.v. ir. J.P.M. Hovens, E.M.H. Smeets BSc / R. Rijnders BSc E.M.H. Smeets BSc en P.J.C.A. op het Veld
Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
1
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .............................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 3 2 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 4 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden................................................................................. 4 2.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 4 2.4 Beschermde planten en dieren ................................................................................................. 5 2.5 Kapmelding en kapvergunning................................................................................................
6 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 7 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ...................................................................................... 7 3.2 Werkwijze ............................................................................................................................... 7 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 9 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 9 4.2 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 9 4.3 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 10 4.4 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 11 4.5 Houtopstanden ....................................................................................................................... 13 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden .......................................................................
14 5.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 14 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 14 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 14 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 18 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 18 6.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 18 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 18 Literatuur ............................................................................................................................................... 20 Bijlage I. Strenger beschermde soorten in het uurhok........................................................................... 21
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Michels Advies b.v. begeleidt de realisatie van een nieuwe woning aan de Ringweg te Ysselsteyn. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.
1.2
Doel en status van dit document
Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Omgevingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
3
2
Wet- en regelgeving
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden; de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende plantenen diersoorten; de Boswet regelde de kap van bomen buiten de bebouwde kom (als bedoeld in de Boswet). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wet natuurbescherming is daarin geïntegreerd. Zo wordt in artikel 5.18 van de Omgevingswet gesteld dat er per algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels worden gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor o.a. bouwactiviteiten. In artikel 5.10 van de Omgevingswet is geregeld dat per AmvB voor bepaalde ‘flora- en fauna-activiteiten’ wordt bepaald dat Gedeputeerde Staten op de aanvraag voor een omgevingsvergunning mogen beslissen. ‘Flora- en fauna-activiteiten’ zijn de verboden die de Wet natuurbescherming (Wnb) stelde ten aanzien van Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 Wnb); Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5 Wnb) en Overige beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).
2.2
Bescherming van Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Het is een verzameling van Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden en Wetlands (die worden beschermd middels de internationale Conventie van Ramsar). De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn geïmplementeerd in de Nederlandse regels. In artikel 2.44 van de Omgevingswet is geregeld dat de Minister voor Natuur en Stikstof dergelijke gebieden kan aanwijzen en in artikels 3.58 en 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving (vanaf hier: Bkl) zijn de begrenzing en instandhoudingsmaatregelen geregeld, om de vanuit de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn gestelde doelen te halen. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.
Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning wordt aangevraagd, om die vervolgens passend te beoordelen (op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000beheerplannen, de wettelijke basis daarvoor is geregeld in artikel 10.18 van het Omgevingsbesluit (vanaf hier: Ob). Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden.
2.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
4
• • • •
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.
2.4
Beschermde planten en dieren
De Omgevingswet kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven: - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving; vanaf hier: Bal). Verder nemen de meeste provincies de onder de Wet natuurbescherming benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); - Overige beschermde soorten in het wild levende soorten genoemd in bijlage IX, onder A en B bij artikel 11.54 (Bal). Onder A vallen een aantal in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers.
Onder B vallen een aantal vaatplanten. In A vallen onder meer de ‘algemene’ zoogdiersoorten die onder de Wnb bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft deze vastgelegd in ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) en Omgevingsverordening Limburg (Provinciale Staten van Limburg, 2023). De laatste is per 1 januari 2024 ingegaan. Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Omgevingswet als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
5
2.5
Kapmelding en kapvergunning
Voor houtopstanden buiten de door de gemeenteraad aan te wijzen 'bebouwingscontour houtkap' (Artikel 5.165b Bkl) dient een kapmelding te worden gedaan en geldt bovendien herplantplicht. Deze regels zijn niet van toepassing op bomen in tuinen, bomen die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld, kerstbomen jonger dan 20 jaar, houtsingels rond boomgaarden, etc. De regels zijn ook niet van toepassing indien de houtopstand minder dan 10 are groot is, of als het gaat om minder dan 20 bomen in een rijbeplanting (Bal, 11.111 t/m 11.131). Binnen de 'bebouwingscontour houtkap' is de Omgevingswet niet van toepassing, maar gelden de gemeentelijke regels.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
6
3
Werkwijze
3.1
Beschrijving van de werkzaamheden
In het plangebied wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Hiertoe wordt de bestaande weilandvegetatie verwijderd en worden er enkele bomen gekapt. Figuur 3.1 geeft een schets van de voorgestane situatie weer.
Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie. Bron: Michels Advies b.v.
3.2
Werkwijze
De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 27 maart 2025 heeft Faunaconsult B.V. het plangebied bezocht, evenals de omringende zone. Hierbij werden beschermde planten geïnventariseerd en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Beschermde SoortenIndicator (BeSI); - RAVON (www.ravon.nl); - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl). Vervolgens zijn bij Uilenwerkgroep Maas en Peel gegevens omtrent het voorkomen van steenuilennesten opgevraagd en is er op 2 juni 2025 door Hans Hovens (Faunaconsult) en Otto Schreurs en Martin Peetes (beiden lid van de uilenwerkgroep) rond het plangebied gezocht naar Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
7
steenuilennesten en naar geschikte locaties voor het plaatsen van steenuilennestkasten. Daarbij werd tevens de steenuilennestkast aan de Ringweg 12a geïnspecteerd.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
8
4
Aanwezige beschermde natuurwaarden
4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op het voorblad) is gelegen aan de oostelijke rand van Ysselsteyn. Het ligt buiten de kern, in een voornamelijk agrarisch gebied met tuinen, akkers, weilanden en woningen. Het plangebied zelf bestaat uit een weiland met fruitboomgaard en bomen rondom.
Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Kadastrale Kaart. De locatie van het buizerdnest is blauw omcirkeld.
4.2
Natura 2000-gebieden
In tabel 4.2. is een overzicht weergegeven van de Natura 2000-gebieden binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000gebieden. Tabel 4.2. Overzicht van de natura 2000 gebieden binnen een afstand van 10 km van het plangebied.
Natura 2000 gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel Boschhuizerbergen
Afstand tot plangebied (km) 3,3 9,0
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek
9
Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden (rood en blauw gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: Natura 2000 Network Viewer.
4.3
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op zo’n 0,7 kilometer afstand ten westen van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat bestaat uit het beheertype N15.02 ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’ (zie figuur 4.3)
L01.02
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode marker) ten opzichte van het NNN (gekleurde delen; N15.02 ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’). Bron: Provincie Limburg.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 10 en aanvullend steenuilenonderzoek
4.4
Beschermde planten en dieren
In Bijlage I is een lijst weergegeven van de vogelsoorten en de strenger beschermde zoogdier-, vissen-, vlinder-, libellen-, reptielen- en amfibieënsoorten die volgens de BeSI en de NDFF-verspreidingsatlas in en rond het plangebied voorkomen (op basis van de afgelopen 5 jaar). Zoogdieren en vogels In het plangebied bevinden zich geen gebouwen. Daarmee is het voorkomen van de in bijlage 1 genoemde gebouwbewonende soorten (huismus, gierzwaluw, gebouwbewonende vleermuissoorten en steenmarter) uitgesloten. Ook de overige in bijlage I genoemde zoogdiersoorten komen niet in het plangebied voor; dassenburchten, -wissels, -latrines etc. zijn in het plangebied afwezig, voor de bever zijn geen wateren aanwezig, eekhoornnesten zijn niet aanwezig in de bomen in het plangebied en voor het damhert en de wolf is het plangebied ongeschikt als leefgebied. Verder zijn er bomen in het plangebied aanwezig. In één van deze bomen (zie figuren 4.1 en 4.4.1) bevindt zich een buizerdnest, waar tijdens het veldbezoek een buizerd van opvloog. Op 55 meter afstand ten noorden van het plangebied bevindt zich een steenuilennestkast (bij Ringweg 12a; zie figuur 4.4.2 en 4.4.3). In deze nestkast is in 2025 niet gebroed, maar volgens de bewoners van de woning aan de Ringweg 12a in 2024 nog wel.
De grasvegetatie met verspreid staande fruitbomen in het plangebied vormt waarschijnlijk foerageergebied voor de steenuil.
Figuur 4.4.1. Buizerdnest in het plangebied.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 11 en aanvullend steenuilenonderzoek
Figuur 4.4.2. Steenuilennestkast (rode pijl) op 55 meter afstand van het plangebied.
Volgens Uilenwerkgroep Maas en Peel (in de persoon van Gerrit Michels) zou er nog een steenuilennestkast aan de Puttenweg 34 te Ysselsteyn aanwezig zijn (zie figuur 4.4.3). Deze nestkast is al 10 jaar niet door steenuilen gebruikt. Verder zijn er geen steenuilennestkasten door de uilenwerkgroep in een straal van 400 meter rond het plangebied geplaatst en ook geen steenuilennesten bekend.
Figuur 4.4.3. Locatie van de bewoonde steenuilennestkast (rood omcirkeld) en een onbewoonde steenuilennestkast (blauw omcirkeld) t.o.v. het plangebied (rood omlijnd).
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 12 en aanvullend steenuilenonderzoek
Tijdens het veldbezoek zijn ekster, tjiftjaf, koolmees, houtduif en spreeuw waargenomen. Wegens de afwezigheid van holtes is het voorkomen van verblijven van boom-bewonende vleermuissoorten en uilennesten direct in het plangebied ook uitgesloten. Verder is het ook mogelijk dat gedurende het broedseizoen algemene in opgaande vegetatie broedende vogelsoorten in het plangebied gaan broeden. Voor kleine marterachtigen als de wezel biedt het plangebied onvoldoende dekking. Algemene zoogdieren als de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen. Amfibieën en andere diersoorten Wateren die als voortplantingswater of leefgebied voor amfibieën en vissen kunnen dienen zijn in en rond het plangebied afwezig. Strenger beschermde amfibieënsoorten zijn daardoor, en wegens het aanwezige biotoop (open gebied zonder dekking) niet in het plangebied te verwachten. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten als de gewone pad en bruine kikker in het plangebied voorkomen. Reptielen en vlinders zijn wegens het aanwezige biotoop, de soortenarme vegetatie en de afwezigheid van nectarplanten en luwte niet te verwachten in het plangebied. Andere soorten, die beschermd zijn onder de Omgevingswet, zijn evenmin in het plangebied te verwachten.
Planten In het plangebied zijn alleen algemene, niet-beschermde planten waargenomen als zomereik, appelboom, kersenboom, hazelaar, meidoorn, klimop, hulst, braam, ridderzuring, laurierkers, grote brandnetel, kardinaalsmuts, scherpe boterbloem en paarse dovenetel. Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een nest, voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Tabel 4.4. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Omgevingswet is eveneens weergegeven. * = De buizerd is een categorie 4-soort ** = Steenuilennesten zijn in Limburg jaarrond beschermd; een nest is echter afwezig in het plangebied, maar het plangebied fungeert waarschijnlijk wel als foerageergebied voor deze soort.
Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Algemene grondbroedende vogels Buizerd (Buteo buteo) Steenuil (Athene Noctua) Veldmuis (Microtus arvalis) Rosse woelmuis (Myodes glareolus) Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo)
4.5
Internationaal beschermde soorten
Andere beschermde soorten
X X* X** X X X X
Houtopstanden
Er wordt een nog onbekend aantal bomen gekapt. Deze bomen bevinden zich buiten de bebouwingscontour. Indien het minder dan 20 niet-fruitbomen betreft, hoeft er geen provinciale kapmelding te worden gedaan en is er geen herplantingsplicht van toepassing vanuit de Omgevingswet. Volgens de website van de gemeente Venray zijn het geen monumentale en waardevolle bomen en er dient dus geen gemeentelijke kapvergunning te worden aangevraagd.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 13 en aanvullend steenuilenonderzoek
5
Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden
5.1
Natura 2000
Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ op een afstand van circa 3,3 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Bovendien door de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000 gebied, verwachten wij echter geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).
5.2
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt op circa 0,7 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 4.3). Vanwege de afstand hebben de werkzaamheden waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.
5.3
Beschermde planten en dieren
- Het verwijderen van bomen en andere opgaande vegetatie kan tijdens het broedseizoen leiden tot verstoring of sterfte van broedende vogels, hun jongen en/of hun eieren. Ook kan dit leiden tot de vernietiging van een beschermd nest. - Het verwijderen van de boom met het buizerdnest kan tijdens het broedseizoen leiden tot verstoring of sterfte van broedende vogels, hun jongen en/of hun eieren. Ook leidt dit tot de vernietiging van een strenger beschermd nest. Omdat er binnen 200 meter van de nestboom vele hoge bomen staan, zijn er wel voldoende alternatieve locaties voor de buizerd aanwezig om elders in het territorium een nieuw nest te bouwen. Volgens BIJ12 (2023) is 200 meter de minimale afstand van een buizerdnest tot het nest van een buurpaar. De buizerdpopulatie komt dus niet in gevaar. - Op 55 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een steenuilennestkast waarin in 2024 voor het laatst door steenuilen is gebroed. Deze nestkast wordt uiteraard behouden, de voorgenomen ingreep leidt dus niet direct tot het verlies van een nest. Omdat de afstand tussen het steenuilennest en het plangebied 55 meter bedraagt en er bomen tussen het plangebied en de nestkast staan, kunnen de werkzaamheden (en permanente bewoning) ook niet leiden tot verstoring van de steenuilen bij/in hun nest.
- Het plangebied fungeert waarschijnlijk als foerageergebied voor de steenuilen in de nestkast op Ringweg12a. Direct ten noordwesten van het plangebied wil men eveneens weiland bebouwen (Rijnders en Hovens, 2025), en ook dit perceel fungeert waarschijnlijk als steenuilenfoerageergebied. Figuur 5.3.1 toont hoeveel geschikt foerageergebied (weilanden en gazons met bomen) er rond de te bebouwen kavels zal overblijven. Uitgaande van een cirkel met een straal van 300 meter rondom de bewuste nestkast zal er zo’n 10 hectare leefgebied over blijven (een steenuil gebruikt een gebied met een straal tussen 100 en 300 meter rondom de (potentiële) broedplek; Parmentier en Van Paassen, 2009). Volgens BIJ12 (2017) jaagt de steenuil doorgaans in zijn gehele territorium, welke minimaal 5, en maximaal 30 hectare groot kan zijn. De negatieve effecten die de steenuil zal ondervinden van de werkzaamheden zijn dus nihil.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 14 en aanvullend steenuilenonderzoek
Figuur 5.3.1. Geschikt steenuilenleefgebied (groen weergegeven) binnen 300 meter rond het plangebied en het te bebouwen buurkavel (beiden blauw weergegeven).
Ondanks dat er dus voldoende foerageergebied voor de steenuilen overblijft, hebben de initiatiefnemers op 29 september 2025 een viertal steenuilennestkasten laten plaatsen in het gebied ten zuidoosten van het plangebied. Dit gebied is daardoor zeer geschikt geworden als leefgebied voor steenuilen. Uilenwerkgroep Maas en Peel en Faunaconsult hebben de 4 locaties samen uitgekozen. Leden van de uilenwerkgroep hebben de kasten geplaatst en zullen deze ook onderhouden. Op de volgde plekken is een steenuilennestkast geplaatst (zie figuur 5.3.2): 1. In de singel bij Pottevenweg 9 (van de Familie De Bekker); 2. In de andere singel bij Pottevenweg 9 van de Familie De Bekker; 3. In de singel bij Pottevenweg 7 (van Theo Janssen); 4. Achter een boomkwekerij in de singel behorende bij Pottevenweg 9 (van de Familie De Bekker) bij een weitje met IJslandse pony’s.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 15 en aanvullend steenuilenonderzoek
Figuur 5.3.2. Locaties van de geplaatste steenuilennestkasten (rode nummers) Het plangebied en het eveneens te bebouwen buurkavel zijn rood omlijnd.
- Bij de werkzaamheden kunnen voortplantings- en of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden verstoord. Individuen kunnen hierbij worden verstoord en/of gedood. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 16 en aanvullend steenuilenonderzoek
Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van het Bal.
Soort
Categorie
Algemene in het plangebied broedende Vogels vogels Buizerd Vogels (waarvan het nest strenger is beschermd; categorie 4) Algemeen voorkomende Overige soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën
Art. 11.37 lid 1 a,b,d
Art. 11.46 lid 1
Art. 11.54 lid 1
a,b,d
a,b
De letters in de tabel corresponderen met die van de onderstaande verboden: Artikel 11.37, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Vogelrichtlijnsoorten) a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. Artikel 11.46, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen Habitatrichtlijnsoorten) a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e.
het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Artikel 11.54, lid 1 (vergunningplichtige / schadelijke handelingen andere soorten) a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 11.54, lid 2 Bal).
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 17 en aanvullend steenuilenonderzoek
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Natura 2000
De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden hebben.
6.2
Natuurnetwerk Nederland
Door de werkzaamheden gaat er geen NNN verloren. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.
6.3
Beschermde planten en dieren
Algemene in het plangebied broedende vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart - 15 juli uit te voeren (buiten het broedseizoen van de meeste vogels). Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van vegetatie toch leiden tot overtreding van de Omgevingswet. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Buizerd In een boom in het plangebied bevindt zich een buizerdnest. Buizerdnesten zijn in Limburg niet jaarrond beschermd, maar wel strenger beschermd (categorie 4). Voor categorie 4-soorten moet een initiatiefnemer kunnen aantonen dat er in de omgeving voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft; dit is duidelijk het geval. Verder moet er vanuit de zorgplicht altijd gekeken worden of het verwijderen van het nest kan worden vermeden (M.P.T. Heeskens 2023).
Het is aan de initiatiefnemer om aannemelijk te maken dat de bewuste boom niet kan worden behouden. Volgens BIJ12 (2023) kan verstoring van broedende buizerds, hun jongen en eieren worden voorkomen door de bewuste nestboom buiten de periode 1 februari – 1 september (het broedseizoen van de buizerd) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van de buizerd geen overtredingen op de Omgevingswet begaan. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Omgevingswet zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen (deze zijn opgenomen in Bijlage X van de Omgevingsverordening Limburg; Provinciale Staten van Limburg, 2023). Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.
Houtopstanden Er wordt een nog onbekend aantal bomen gekapt. Indien het minder dan 20 niet-fruitbomen betreft, hoeft er geen provinciale kapmelding te worden gedaan en is er geen herplantingsplicht van toepassing Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 18 en aanvullend steenuilenonderzoek
vanuit de Omgevingswet. Indien dit wel het geval is, dient er een kapmelding bij de provincie te worden gedaan. Ook is er dan herplantplicht.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 19 en aanvullend steenuilenonderzoek
Literatuur • • • • • • • •
BIJ12. 2023. Kennisdocument buizerd Buteo buteo. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht BIJ12. 2017. Kennisdocument Steenuil Athene Noctua. Versie 1.0 BIJ12, Utrecht Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Parmentier, F. en A. van Paassen. 2009. Steenuil onder de pannen. Maatregelencatalogus ter verbetering van het leefgebied van de steenuil. Landschapsbeheer Nederland. Provinciale Staten van Limburg. 2025. Omgevingsverordening Limburg. Provinciaal blad 2025, 1614. Heeskens, M.P.T. 2023. Antwoord van Gedeputeerde Staten op schriftelijke vragen over buizerd en sperwer. Maastricht. Rijnders, R. en J.P.M. Hovens. 2025. Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (noordelijk perceel) te Ysselsteyn en aanvullend steenuilenonderzoek. In opdracht van: Bureau Leefomgeving BV. Faunaconsult B.V., Belfeld.
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 20 en aanvullend steenuilenonderzoek
Bijlage I. Strenger beschermde soorten in het uurhok. De strenger beschermde vogel-, zoogdier-, vissen-, vlinder-, libellen-, reptielen- en amfibieënsoorten die volgens de NDFF-verspreidingsatlas (op basis van de afgelopen 5 jaar en het 5x5 kilometerhok waarin het plangebied zich bevindt) in en rond het plangebied voorkomen.
Vogels
Zoogdieren
Huismus Zwarte specht Gierzwaluw Ooievaar Oehoe Ransuil Rode wouw Sperwer Havik Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Grote gele kwikstaart Slechtvalk Visdief Roek Huiszwaluw Wulp Zomertortel
Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte wouw Roerdomp Blauwe reiger Buizerd Draaihals Grauwe klauwier Grutto IJsvogel Kramsvogel Kerkuil Spotvogel Ringmus
Bever Das Eekhoorn Gewone dwergvleermuis Wolf Damhert
Amfibieën
Vlinders en nachtvlinders
Libellen
Alpenwatersalamander Kamsalamander Heikikker Vinpootsalamander Poelkikker
Spiegeldikkopje Kleine ijsvogelvlinder
Beekrombout Gevlekte witsnuitlibel
Reptielen
Vissen
Vaatplanten
Levendbarende hagedis
Quickscan natuurwetgeving Ringweg ong. (zuidelijk perceel) te Ysselsteyn 21 en aanvullend steenuilenonderzoek