CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

008 Jaarverslag en jaarrekening 2024 RUD LN

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Zienswijze Ontwerpbegroting 2026 inclusief meerjarenbegroting 2027-2029 van de RUD LN18.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarverslag en Jaarrekening 2024 GR RUD Limburg Noord

Datum: 7 april 2025 (tekstuele aanpassing 11 april 2025) Versie: 1.5

Inhoudsopgave Voorwoord

2

Samenvatting 2024

3

1 Inleiding

4

1.1 Algemeen 1.2 Voorschriften BBV 1.3 Bestuurlijke organisatie 1.4 Leeswijzer 1.5 Resultaat

7 7 7 7 8

2 Jaarverslag 2024

8

2.1 Programmaverantwoording 2.2 Wat hebben we bereikt? 2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? 2.4 Wat heeft het gekost?

9 9 10 21

3 Paragrafen

23

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering

23 25

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering

27 27

4 Jaarrekening 2024

31

4.1 Balans inclusief toelichting 4.2 Overzicht van baten en lasten inclusief toelichting 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten inclusief toelichting 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen

31 41 45 45

Besluit tot vaststelling

52

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

53

Bijlage 1 SISA-Verantwoording

54

Bijlage 2 Risico-inventarisatie

55

Bijlage 3 Bijdrage per deelnemer

57

Bijlage 4 Berekening kengetallen

60

Bijlage 5 Gerealiseerde baten en lasten per taakveld

62 1

Voorwoord In dit jaarverslag van de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) kijken we graag terug op 2024. Het was een jaar waarin we mooie stappen hebben gezet om met elkaar te komen tot een omgevingsdienst die aan de landelijke robuustheidscriteria voldoet. Maar ook een turbulent jaar met de nodige uitdagingen in de uitvoering. Door de bestuurlijke verdeeldheid was de onzekerheid bij de medewerkers die voor en namens de RUD LN werken toegenomen. Daarbij komt nog het uitvallen door ziekteverzuim van onze directeur. Bedrijfsvoeringstaken zijn hierdoor blijven liggen en er is een extra grote werkdruk ontstaan bij het coördinatiecentrum en energieteam. Van directe aansturing was geen sprake en er zijn ook diverse vacatures ontstaan onder andere door uitval door ziekte. Door de medewerkers maar ook de deelnemers van de GR RUD LN is gezocht naar oplossingen en hebben er gezamenlijk de schouders er onder gezet om zowel de uitvoeringstaken uit te voeren als ook mede vorm te geven aan de Robuuste Omgevingsdienst.

Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur, Anne Fleerakkers en Nini Bos Interim-Directeuren RUD Limburg Noord

2

Samenvatting 2024 Omvorming tot Omgevingsdienst Het organisatietraject is een proces dat in 2023 in een versnelling terecht is gekomen door de landelijke ontwikkelingen vanuit het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP VTH). Vanuit dit IBP VTH – een gezamenlijke aanpak van Ministerie, IPO en VNG – zijn robuustheidscriteria opgesteld omtrent de minimale omvang van de dienst. Ook ten aanzien van innovatie en opleiding is een minimale ondergrens vastgesteld. Elke omgevingsdienst wordt geacht aan deze criteria te voldoen per 1 april 2026. Op 21 december 2023 verstrekte het Algemeen Bestuur de opdracht om een plan van aanpak te maken. In april 2024 is door het Algemeen Bestuur (AB) van onze RUD Limburg Noord een plan van aanpak ingediend bij het Ministerie. De verdeeldheid in de eerste helft van 2024 rondom de besluitvorming over het plan van aanpak was aanleiding voor het bestuur om de heer W. Rutten een ronde langs alle deelnemers van de RUD te laten maken. Het AB is op 17 oktober 2024 bestuurlijk nader tot elkaar gekomen met de (nagenoeg unaniem) vaststelling van de opdracht voor de projectorganisatie om een robuuste omgevingsdienst te gaan bouwen die voldoet aan de landelijke criteria. Vanuit de hervonden consensus is het doel op de toekomst gericht en wordt gezamenlijk gewerkt aan een regionale uniforme invulling. Visitatie Eind 2023 is onze RUD LN gevisiteerd vanuit de ODNL.

De rapportage is begin 2024 aangeboden aan de RUD LN. Hieruit zijn aanbevelingen naar voren gekomen die in het plan van aanpak Robuuste Omgevingsdienst zijn verwerkt. Er is geen apart plan van aanpak opgesteld. Programmeren, sturen en monitoren In 2024 zijn we van start gegaan met een regionaal uitvoeringsprogramma waarin de milieucontroles centraal zijn verdeeld over de toezichthouders. Om ook een centrale coördinatie en monitoring mogelijk te maken is het werken in het zaaksysteem van de RUD LN (in plaats van in het zaaksysteem van de netwerkpartners) van belang. In 2024 zijn de voorbereidingen daartoe in gang gezet. Een werkgroep met deelnemers vanuit het coördinatiecentrum, LMO en medewerkers binnen de RUD is actief aan de slag gegaan met het inrichten van het toezichts- en vergunningenproces. Ook zijn de eerste stappen gezet voor de taken rondom energie en bodem. Wel is gedurende het jaar gebleken dat om diverse redenen voornamelijk de niet-basistaken niet zijn uitgevoerd in RUD verband. In 2024 zijn de gesprekken gestart voor het RUP 2025 waarbij de eerste ideeën zijn ontstaan voor een herijking van de risicoanalyse uit 2017 met het toevoegen van de regionale thema’s en de opkomende milieuthema’s.

3

Er is in 2024 een nieuw monitoringssysteem geïntroduceerd, dat minder foutgevoelig is en een dashboardfunctie heeft. De functies moeten nog beter worden benut om adequate managementinformatie te generen. Landelijk komt er steeds meer aandacht voor het belang van een gezonde en veilige leefomgeving. Zo presenteerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) haar rapport ‘Industrie en Omwonenden’. Daarin wordt stilgestaan bij de gezondheid van omwonenden van industriegebieden. Ook is er aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen (lucht, water en bodem) en vanuit de energietransitie zien we steeds meer initiatieven voor opslag van energie. Van belang is om dit ook in de nog te actualiseren risicoanalyse te laten meewegen. Voor de doorontwikkeling van het regionale uitvoeringsprogramma is in beeld gebracht wat in 2025 noodzakelijk is om de uitvoering te verbeteren. Dit zijn bijvoorbeeld een eigen ICT werkomgeving, versterking Gr RUD LN met formatie voor een werkverdeler, functioneel beheerder, beleidsadviseur. Daarnaast is het opleidingsbudget en innovatiebudget noodzakelijk. Deze voorstellen worden in 2025 voorgelegd ter besluitvorming. Uitvoering VTH Dit jaar is er een uitwisselingspercentage van 5% gehaald. Hier zien we een aanzienlijke toename ten opzichte van de eerdere jaren.

Voor de uitvoeringstaken vergunningen zien we een dat er minder aanvragen/meldingen werden ontvangen dan worden gepland. Daarentegen blijft de tijdsbesteding gelijk. Met de overgang naar de omgevingswet hebben we overigens nog wel te weinig beeld bij de verschuiving van inzet. Zoals de verwachte toename van uren op het vooroverleg. Met de omgevingswet is deze stap veel belangrijker geworden nu de procedure termijn veel al terug is gebracht naar 8 weken. Voor de toezichtstaken zien we dat de uitvoering van de basistaken de planning niet geheel wordt gehaald. Dit door diverse factoren zoals vacatures bij toezicht, complexere dossier die meer tijd vragen, nieuwe omgevingswet en toename van inzet op meldingen en klachten. Onder andere de Brikstaken zijn qua planning en uitvoering met elkaar in balans. De niet-basistaken zijn dit jaar voor het eerst voor de gehele regio meegenomen in de planning, echter niet uitvoerbaar gebleken door de afwezigheid van de capaciteit, het niet registreren van (niet-basis)taken in de monitor, dan wel dat de capaciteit door de deelnemers is ingezet op andere taken. Dit is wel een belangrijk gegeven ook voor de nieuwe organisatie. Van belang is en blijft dat er een goede balans is tussen taken, uitvoerbaarheid van taken, adequaat niveau van uitvoering en de beschikbare capaciteit en middelen.

Nog los van de beschikbaarheid van ondersteunende functies en faciliteiten. Daarnaast laat de registratie/ bijhouden van gegevens en werkverdeling nog te wensen over omdat deze nog niet centraal is georganiseerd. Dit is meegenomen in de evaluatie voor het opstellen van het RUP 2025. De deelnemers die alleen basistaken inbrengen hebben bijvoorbeeld niet gemonitord (in de BI-tool van de RUD) op de niet-basistaken daarom is dit niet inzichtelijk in het RUP 2024. Zie bijvoorbeeld inzet op vooroverleg of de uitvoering van toezicht niet-basistaken.

4

Werkzaamheden Bodem Door de komst van de omgevingswet zijn onder meer bodemtaken onder de bevoegdheid van de gemeenten komen te vallen en als basistaak bij de RUD LN belegd. In eerste instantie was gedacht dat er vooral aan de vergunningen kant extra capaciteit nodig zou zijn. Echter is de vraag naar toezicht capaciteit toegenomen. Dit kon niet binnen de toezicht capaciteit binnen de GR RUD LN opgevangen worden (door her prioritering). Hierop heeft de RUD LN dit namens de deelnemers georganiseerd. Dit blijkt een structureel noodzakelijke inzet te zijn om de verzoeken/meldingen af te handelen naast de geplande toezichtstaken. Hierop is dan formatieve uitbreiding nodig. Energieteam In 2024 is het energieteam voor de uitvoering van de SPUK-taken verder uitgebreid door het aannemen van toezichthouders en administratieve ondersteuning. Ondanks de opstart problemen zijn taken zoals het beoordelen van energierapporten, opbouwen van de kennis binnen het team en de het monitoring van de spuk-subsidie actief opgepakt. Het betreft een team in opbouw binnen een organisatie die hierop niet voorbereid was/is. Vanwege het ontbreken van voorzieningen, een werkend systeem, toegang tot de systemen binnen de RUD, ontbreken van werkplanningen, juiste gegevens voor de controles (o.a. RVO) is er hard gewerkt om dit op orde te krijgen en voor 2025 de werkplanningen gereed te hebben.

In 2024 is 40% van de geplande werkzaamheden uitgevoerd. Met het ministerie is overlegd dat de werkzaamheden alsnog worden uitgevoerd in 2025 en 2026. Hiervoor zijn ook extra mensen geworven. Kennisdeling In 2024 is actief geïnvesteerd door de medewerkers, het CC en de lijnmanagers op kennisdeling. Zo zijn de werkgroep Industrie vergunningverlening, werkgroep industrieel toezicht en werkgroep glastuinbouw actief bij elkaar gebracht om de uitwisseling van informatie en kennis tot stand te brengen. Onderwerpen die zijn besproken zijn de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen, afvalwaterlozingen maar ook het actualiseren van de standaarden. Werkgroepen agrarisch vergunningverlening, agrarisch toezicht maar ook de werkgroep RUP, werkgroep Asbest, werkgroep energie en werkgroep bodem zijn actieve groepen die iedere 4 tot 6 weken bij elkaar komen om de actuele zaken te bespreken. Er is dit jaar een aanspreekpunt gekomen voor het thema ZZS die de regionale met de landelijke vraagstukken verbindt en nieuwe informatie in de RUD LN verspreidt. Opleidingsplan/kwaliteitscriteria In de Algemene Leden Vergadering van Omgevingsdienst NL van december 2023 is besloten, dat de ODNL Academie ondergebracht wordt onder Omgevingsdienst NL. Dit betekent, dat alle omgevingsdiensten per 1 januari 2025 samen eigenaar worden van de ODNL Academie en hiervoor ook financieel verantwoordelijk zijn.

Met ingang van 1 april 2026 dient de RUD LN robuust te zijn. Eén van de zes robuustheidscriteria is het voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0.

5

In 2024 is het opleidingsprogramma 2025 opgesteld waardoor medewerkers in 2025 kunnen deelnemen aan trainingen/opleidingen om te voldoen aan de criteria. Dit wordt ondersteund door het opleidingsbudget van de RUD LN.

6

1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie zijn deelnemers van de GR RUD LN. De circa 124 fte die taken hebben verricht onder de koepel van deze samenwerking hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.

1.2 Voorschriften BBV De wijze waarop decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden is geregeld in het de Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In 2016 is de BBV vernieuwd. Voor gemeenschappelijke regelingen is de vernieuwde BBV van kracht met ingang van 2018. De jaarrekening 2024 van de RUD LN is opgezet conform de nieuwe voorschriften van de BBV. Tevens is de rechtmatigheidsverantwoording in deze jaarrekening opgenomen.

1.3 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD LN bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestond in 2024 uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf leden, waarbij een portefeuillehouder verdeling is toegepast. Gedurende het jaar is de samenstelling DB gewijzigd. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw. Hij trad per 31 december 2024 terug als DB-lid en voorzitter.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 treft u het jaarverslag 2024 aan. Het betreft de programmaverantwoording, waarin op hoofdlijnen staat wat de RUD heeft bereikt, wat zij daarvoor heeft gedaan en wat het heeft gekost. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering.

7

In hoofdstuk 4 treft u de jaarrekening 2024 aan. In de bijlagen vindt u: 1. SISA-verantwoording; 2. De risico-inventarisatie; 3. De deelnemersbijdrage over 2024; 4. De berekening van kengetallen: 5. Gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

1.5 Resultaat Wij sluiten het boekjaar 2024 af met een saldo van € 322.000. In de gemeenschappelijke regeling RUD LN is het volgende opgenomen: “Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten in het kader van de vennootschapsbelasting. Een saldo op deze activiteiten zal worden verrekend met de betreffende opdrachtgevers. “Het jaarlijks saldo wordt verdeeld over de deelnemers conform de verdeelsleutels” . “In afwijking van het onder lid 5 bepaalde kan het Algemeen Bestuur incidenteel besluiten om saldo toe te voegen aan een nader te benoemen reserve of weerstandsvermogen”. In het algemeen bestuur zijn op 17 oktober 2024 en 27 maart 2025 zijn voorstellen gedaan om verdere richting te bepalen voor het project Robuuste omgevingsdienst en de doorontwikkeling going concern. Hieraan zijn ook kosten verbonden. Voorgesteld om het resultaat niet in mindering te brengen op de uiteindelijk bijdrage van de partners maar dit resultaat middels bijgevoegde begrotingswijziging 2025 in te zetten voor verbetering van de robuustheid door het instellen van: - Een innovatiebudget; - Een digitale werkomgeving zodat meer datagericht gewerkt kan worden; - Centrale sturing op het uitvoeringsprogramma; - Regio specifiek beleid, sturing en planning en - Business intelligence. Hiervoor is een begrotingswijzing 2025 bijgevoegd.

8

2 Jaarverslag 2024 2.1 Programmaverantwoording Hierna wordt, via de programmaverantwoording en de paragrafen, verantwoording afgelegd over de realisatie van de bij de begroting 2024 voorgenomen uitvoering in het jaar 2024.

2.2 Wat hebben we bereikt? In de begroting 2024 is de doelstelling van het programma opgenomen: in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken én de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De RUD heeft afgelopen jaar onder meer op de volgende wijze bijgedragen aan de kwaliteitsverbetering van dienstverlening bij de uitvoering van VTH-taken: Kennisuitwisseling tussen medewerkers in kennis- en werkgroepen is actief gestimuleerd en opgepakt door de lijnmanagers; Voorbereidingen zijn getroffen om per 2025 regionaal in de RUD-tenant te werken voor de milieutaken waarbij uniform wordt gewerkt; Voorbereidingen zijn getroffen om te komen tot een herijking van de risicoanalyse; Het opleidingsplan 2025 is opgesteld om medewerkers opleidingen/trainingen aan te bieden ten behoeve van de kwaliteitscriteria 3.0; Het energieteam voor de uitvoering van de taken onder de spuk-subsidie is verder doorontwikkeld om in 2025 en verder de taken op te pakken; Door toezicht werkzaamheden regionaal te (her)verdelen naar kundigheid en ervaring werden toezichthouders in hun “branche-expertise” ingezet; Ontwikkelingen op bijvoorbeeld het gebied van innovatieve vormen van toezicht werden gevolgd.

Tevens zijn er diverse opleidingen gevolgd; Vaststelling van het plan van aanpak RUD Limburg Noord inclusief het plan van aanpak naar aanleiding van de visitatiecommissie en de uitwerking van het projectplan; Initiatiefnemers, vergunninghouders en belanghebbenden werden te woord gestaan door deskundige medewerkers namens het bevoegd gezag. Specialisten werden, waar mogelijk, ingezet op de dossiers die specialistische kennis vereisten;

9

2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? 2.3.1 Uitvoering Takenpakket De GR RUD LN heeft voor alle deelnemers de basistaken uitgevoerd zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Daarnaast heeft de RUD LN op verzoek van enkele deelnemers het volledige milieutakenpakket en/of taken op basis van de Omgevingswet en de bijbehorende AMvB’s, de APV en bijzondere wetten uitgevoerd. Hieronder is het takenpakket in 2024 per deelnemer weergegeven. In 2024 zijn de oude benamingen van de WABO nog gebruikt Derhalve wordt bijvoorbeeld nog de WABO genoemd of de BRIKS taken. Tabel 1

Partner

Ingebracht takenpakket per 1-1-2024* Basistakenpakket

Specialistische VTH taken

Milieu bij Niet-RUD bedrijven

Owet breed

Beesel

Ja

Ja

Ja

Bergen

Ja

Deels

Echt-Susteren

Ja

Gennep Horst aan de Maas

BRIKS (nu Owet) (bouwen/slopen en gebruik)

APV

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Deels

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Leudal

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Maasgouw

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Mook en Middelaar

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nederweert

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Peel en Maas

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Roerdalen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Roermond

Ja

Ja

Ja

Deels

Ja

Nee

Venlo

Ja

Deels

Nee

Nee

Nee

Nee

Venray

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Weert

Ja

Ja

Ja

Deels

Nee

Nee

Provincie Limburg

Ja**

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

* Er zijn deelnemers die (verzoek)taken niet hebben ingebracht, maar wel als werkzaamheden hebben verantwoord. ** De provinciale taken, provinciale inrichtingen (BTP), in het werkgebied RUD LN zijn door de provincie ondergebracht bij de RUD Zuid. De Provincie heeft aangegeven dat zij geen gegevens meer over het programma en de voortgang van het uitvoeringsprogramma kunnen verstrekken.

10

Dit takenpakket (tabel 1) is vastgelegd. De centrale programmering in het regionaal uitvoeringsprogramma van met name het milieutoezicht leidt echter tot een groter takenpakket (zoals in beeld is gebracht in het Regionale uitvoeringsprogramma 2024) dan voorgaande jaren. Dat komt doordat ook de controles die buiten het basistakenpakket vallen zijn meegerekend voor de gehele regio, terwijl niet alle gemeenten die taak/capaciteit bij de RUD LN beleggen en namens de RUD LN uitvoeren. Werkwijze Uitvoering heeft plaatsgevonden door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit tussen de deelnemers. Naast de taken op het gebied van vergunningverlening, handhaving en toezicht zijn door de RUD LN ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken verricht. Door de ontwikkelingen binnen de RUD maar ook door de uitval van de directeur en de vacatures binnen het coördinatiecentrum is geprioriteerd in de werkzaamheden. Met het oog om zoveel mogelijk voorrang te geven aan de uitvoeringstaken. Borging kwaliteit De gemeenteraden hebben met hun Verordening kwaliteit VTH bepaald dat uitvoering van de VTH-taken dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Dit is ook zo vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling van de RUD Limburg Noord.

De kwaliteitscriteria bestaan naast procescriteria uit eisen aan de kritieke massa: voldoende medewerkers met de vereiste opleiding en kennis én een minimale frequentie waarmee zij de betreffende activiteiten uitvoeren (vlieguren). De kwaliteitseisen die aan de producten en diensten van de RUD worden gesteld, zijn verwoord in de Producten- en Dienstencatalogus (PDC). Monitoring De uit te voeren werkzaamheden zijn opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP) 2024. Alle deelnemers verplichten zich tot uitvoering van de RUD-werkzaamheden. Zij rapporteren maandelijks het aantal geleverde producten en diensten. In 2024 is er met behulp van rapportages (dashboards) en de tussentijdse bestuur rapportage gerapporteerd aan de deelnemende partners.

11

Resultaten Het RUP betreft het totale werkpakket dat door de RUD LN wordt uitgevoerd voor de 16 deelnemende gemeenten. Voor een visueel overzicht van de resultaten in 2024 verwijzen wij naar onderstaande tabellen/grafieken. De ingezette capaciteit in 2024 vergeleken met 2022 en 2023 toont het volgende beeld Tabel 3 Capaciteit verdeeld over de vijf productgroepen (gerekend met norm 1350 uur) Afgerond naar fte Capaciteit 2022 Capaciteit 2023 Capaciteit 2024 gepland ingezet % gepland ingezet % gepland ingezet Vergunningverlening 26 20 79 26 23 89 37 23 milieu

% 53

Toezicht milieu

27

22

84

27

23

84

38

21

56

Briks

36

36

102

38

36

92

42

43

102

APV

8

8

91

10

9

91

10

11

106

Juridisch en overig

37

42

113

39

39

102

23

27

118

TOTAAL

134

128

96

140

130

93

150

125

83

Wij gaan in op de vijf productgroepen regionaal uitvoeringsprogramma waarbij de bijzonderheden worden vermeld. De onderling verrekende uren komen tot uitdrukking in de jaarrekening van de RUD. Dit jaar is 5 % van het RUP via uitwisseling gerealiseerd. Dit is nog los van de tijdsbesteding voor de bijdragen aan de werkgroepen/ kennisgroepen, opleidingen en de gezamenlijke bijeenkomsten. Deze tijdsbesteding wordt niet geregistreerd in de RUD omgeving. De uitwisseling is financieel zichtbaar bij het product Wabo-taken, taakveld 8.3 Wonen en Bouwen en als onderdeel bij het product Basis- en milieutaken, taakveld 7.4 milieubeheer.

12

Tabel 4 planning en realisatie in FTE 37

1 Vergunningverlening milieu

20 38

2 Toezicht milieu

21 42 43

3 BRIKS 10 11

4 APV

23

5 Juridisch, projecten, overige

27 0

5

10

15

RUP 2024

20

25

30

35

40

45

30

35

40

45

Realisatie

Tabel 5 planning en realisatie basistakenpakket

23

1 Vergunningverlening milieu

10 24

2 Toezicht milieu

20 6

3 BRIKS

8

4 APV 10

5 Juridisch, projecten, overige

15 0

5

10

15

RUP 2024 BTP

20

25

Realisatie BTP

13

Wat kunnen we herleiden uit de figuren en tabellen en de achterliggende gegevens? Briks, APV, Juridisch, projecten en Overig Voor een aantal deelnemers worden de Brikstaken, APV en juridisch en overige taken uitgevoerd. Zowel de uitvoering als realisatie zijn met elkaar in balans. Vergunningen milieu Voor 2024 zijn meer aanvragen verwacht dan uiteindelijk zijn ontvangen. Toch is er een vergelijkbare inzet qua capaciteit dan voorgaande jaren. 2024 is het jaar van de inwerkingtreding van de omgevingswet. De gelijkblijvende tijdsbesteding is tweeleding: Per aanvraag is de tijdsbesteding toegenomen mede door de toename complexiteit, maar anderzijds ook dat er een toename is van tijdsbesteding in het vooroverleg ivm de hele korte proceduretermijn. Dit is momenteel nog niet goed in beeld wat de tijdsbesteding is. De nieuwe omgevingswet brengt een overgangstermijn met zich mee en extra tijdsbesteding om met de nieuwe wetgeving te werken. Ondanks de voorbereidende werkzaamheden bleek in de praktijk pas de complexiteit van deze nieuwe wet. Daarnaast is inmiddels gebleken dat er een verschuiving is qua meldings- of vergunning plichtige activiteiten. Om deze goed in beeld te krijgen is het noodzakelijk om actief de omzetting naar inrichting naar Milieubelastende activiteiten voort te zetten en bij toezichtscontroles acties in RX.Mission te verwerken.

Toezicht milieu In 2024 is het regionaal uitvoeringsprogramma, los van de inbreng van taken of capaciteit voor de toezichtstaken, in beeld gebracht wat uitgevoerd moet worden aan basistaken en thuistaken en welke capaciteit daarvoor nodig is (zie ook toelichting bij takenpakket). Hierdoor was er een aanzienlijke toename van controles (voornamelijk thuistaken (lichte tot zeer lichte milieubelasting) maar ook een toename van benodigde capaciteit. De toename in capaciteit was 11 fte (14850 uur). De verwachting is dat een gedeelte van deze taken wel door de gemeente zelf wordt uitgevoerd echter zoals uit tabel 1 blijkt niet ondergebracht zijn in de RUD LN. Dit geeft een vertekend beeld over de uitgevoerde taken. Als we nader ingaan op de resultaten zien we een aantal ontwikkelingen: • Niet alle geplande basistaken zijn uitgevoerd. Dit heeft verschillende oorzaken namelijk: - een aantal toezichthouders milieu zijn overgestapt naar toezicht energie - extra tijdsbesteding in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet - meer inzet op klachten en meldingen dan gepland, dit gaat ten koste van de geplande controles; - deelnemers hebben nieuwe medewerkers geworven die ingewerkt moeten worden. Dit vraagt meer tijd van de ervaren medewerkers, die als buddy functioneren als deze medewerkers vragen hebben en de kwaliteitstoets.

- geen goede monitoringsgegevens, geen werkverdeler dus gegevens zijn niet altijd betrouwbaar of niet ingevoerd. - bijzonderheden in de agrarische sector (veel stoppende bedrijven)

14

• •

Toch zijn ondanks bovenstaande redenen een aanzienlijk deel van de geplande controles en de hercontroles uitgevoerd. De opvolging van de controles heeft volgens de gegevens plaatsgevonden. Van de geplande thuistaken was op voorhand de capaciteit niet aanwezig binnen het RUP dan wel niet als taak/capaciteit ingebracht binnen de RUD LN. Ook de monitoring / werkverdeling was hierop niet ingericht. Dit probleem is vooraf wel besproken maar hieraan zijn geen maatregelen gekoppeld. Wel is dit punt betrokken bij het regionaal uitvoeringsprogramma 2025. Van belang is om afspraken te maken over de thuistaken zodat zowel de capaciteit als de taken met elkaar in balans zijn. Dit is tevens een gespreksonderwerk in het kader van de Robuuste omgevingsdienst. Daarnaast is de verwachting dat de omgevingswet in deze thuistaken ook nog eens een verschuiving plaatsvindt voor welke milieubelastende activiteiten de gemeente bevoegd zijn of niet meer relevant zijn. Deze slag wordt meegenomen in de takendiscussie en herijking van de omgevingsen risicoanalyse.

In tabel 6 en 7 is per categorie aangegeven wat gepland is en uitgevoerd is en welke bijzonderheden er zijn. Tabel 6 Aantal Hercontrole inrichting s/handhavin Productgroep en Planning Realisatie g Bijzonderheden Toezicht milieu bij industriële bedrijven met IPPCinstallatie(s)

44

23

20

Toezicht milieu bij bedrijven met agrarische IPPCinstallatie(s)

465

153

100

508

180

147

Herprioritering controles ivm aantal grote 15 handhavings-casussen Herprioritering controles ivm vacature toezichthouders milieu ivm functie binnen 89 energie team Herprioritering controles ivm vacature toezichthouders milieu ivm functie binnen 67 energie team

6036

844

818

210 Geen bijzonderheden

14011

1174

114

11 Zie toelichting hierboven

Toezicht milieu bij bedrijven met overige vergunning- plichtige milieubelastende activiteiten Toezicht milieu bij bedrijven met nietvergunning-plichtige milieubelastende activiteiten Toezicht milieu bij bedrijven met nietvergunningplichtige milieubelastende activiteiten

15

Tabel 7 Productgroep

Planning uren

Realisatie uren

Toezicht bodem en grondstromen

4952

3818,5

Asbest toezicht

3774

5792

Klachten en meldingen

3.892

4854

Bijzonderheden Herpriotering werkzaamheden, ziekte en inhuur van wege herprioritering Op basis van prioritering meer werkzaamheden noodzakelijk. Meer tijdsbesteding aan klachten. Heeft invloed op de uit te voeren controles

Algemene onderdelen Tenslotte wordt hieronder nog ingegaan op enkele algemene onderdelen. Dit jaar is 5 % van het RUP via uitwisseling gerealiseerd. Dit is aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. De 5% uitwisseling wordt verrekend met de vastgestelde uurtarieven van de RUD LN. Hierdoor is ervoor circa € 639.302 uitgewisseld. In 2023 was dit nog € 366.000 en in 2022 was het 324.000. Deze uitwisseling is zichtbaar in de jaarrekening, voor € 533.634 onder het product Basismilieutaken, en voor € 105.669 op het product Wabo-taken. Hoewel het bereiken van een hoog uitwisselingspercentage geen doel op zich is, geeft het wel een indicatie van de onderlinge samenwerking weer.

2.3.2 Organisatie-brede opgaven Aan onderstaande thema’s is in 2024 speciale aandacht besteed. Gezamenlijk VTH -systeem In Limburg hebben gemeente, provincie, omgevingsdiensten en veiligheidsregio samen een VTH systeem om effectief en efficiënt samen te werken aan de opgave onder de omgevingswet. In deze applicatie borgen we dat vanuit dezelfde processen en met dezelfde documenten wordt gewerkt. In 2024 hebben een aantal werkgroepen voorbereidingen getroffen om vanaf 2025 de controles in te voeren in de RUD-omgeving en de registratie in de RUD-omgeving te laten plaatsvinden. Hierdoor wordt een centrale monitoring mogelijk. In 2024 zijn de verdere stappen gezet om het systeem goed in te richten zodat vanuit het systeem de koppeling met de landelijke database inspectieview tot stand komt en er geen aparte handelingen voor nodig zijn. Met deze centrale voorziening en wanneer deze is ingericht is voortgangsbewaking (dashboards), monitoring en kwaliteitsborging mogelijk. Het regionaal uniform uitvoeren en op gelijke wijze registreren van de milieutaken in de RUD-omgeving vraagt ook nog de nodige aanpassingen in de onderlinge afspraken. Ook

16

brengt het een aantal organisatorische zaken met zich mee zoals een andere ICT-omgeving, werkverdeler, administratieve ondersteuning, afspraken met deelnemers voor het vullen van de digitale dossiers, afspraken over de ondertekening van de toezicht brieven. Deze ontwikkelingen zijn nog onvoldoende opgepakt dan wel operationeel en hiervoor zijn eind 2024 stappen gezet om zowel inzicht te krijgen in benodigdheden en noodzakelijke middelen. Omgevingsdiensten en het VTH-stelsel Het Rijk heeft het afgelopen jaar samengewerkt en werkt nog steeds samen met de VNG, de IPO en ODNL aan het interbestuurlijk programma VTH (IBP). In het IBP zijn de 10 door de commissie van Aartsen voorgestelde maatregelen omgezet in acties binnen 6 pijlers, te weten: 1. Robuuste Omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging 3. Informatievoorziening VTH 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Het programma is in 2024 afgerond. Het Interbestuurlijk Programma heeft diverse ‘producten’ opgeleverd om het VTH-stelsel te versterken. Inmiddels wordt gekeken naar een nieuwe interbestuurlijke samenwerkingsvorm om het VTH-stelsel in de komende jaren te blijven versterken en de opgeleverde producten en resultaten te implementeren en te borgen.

Dit moet zorgen voor een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving. Plan van aanpak doorontwikkeling RUD Limburg Noord (PVA RUDLN) en Plan van aanpak Robuuste Omgevingsdienst (PvA OD NML). Afgelopen jaren zijn er diverse trajecten opgestart om te komen tot een doorontwikkeling van de RUD LN. Ondanks de aankondiging in de kadernota en de aangekondigde begrotingswijziging is er in het begin van 2024 discussie ontstaan in het algemeen bestuur over ingeslagen richting. Nu duidelijk is dat het plan van aanpak zich moet richten op het realiseren van een Robuuste omgevingsdienst die voldoet aan de kwaliteitscriteria uit het interbestuurlijk programma kan verder richting worden gegeven aan het bedrijfsplan. Hierover heeft bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden en in juli 2024 is de projectorganisatie vastgesteld (nagenoeg unaniem) om te komen tot een bedrijfsplan en de doorontwikkeling van de staande organisatie. In oktober 2024 is de projectopdracht vastgesteld. Inhoudelijk is gestart met de plannen uit te werken. Na het vaststellen van de projectopdracht is ingezet op 1) continuering ingezette doorontwikkeling van de going concern op basis van eerdere voorstellen 2) verdere uitwerking van de robuustheidscriteria in de staande organisatie en 3) uitwerking van het PvA robuuste omgevingsdienst in de vorm van een nieuw bedrijfsplan.

Hiervoor is echter ook capaciteit, inzet en middelen nodig. In 2024 zijn veelal de deelnemende organisaties verzocht om hiervoor de eerste stappen te zetten. Dit krijgt begin 2025 verder vorm alsmede het verzoek om hiervoor middelen beschikbaar omdat deze plannen na de vaststelling van de begroting 2025 opgepakt moeten worden. En om de regie te houden moeten voor 1 april 2026

17

daadwerkelijk verbeterstappen zijn gezet om te komen tot een doorontwikkeling en een Robuuste omgevingsdienst. De verbeteringen in de uitvoering zijn gebaseerd op het aanpassen van onderdelen uit de beleidscyclus, de zogenaamde big-8. De onderdelen waar we ons op hebben gericht en richten, zijn: Monitoring, sturing en planning van het regionaal uitvoeringsplan; Evalueren en aanpassing van de omgevings- en risicoanalyse ten behoeve van het regionaal uitvoeringsplan; Evalueren en door ontwikkelen van het regionaal uitvoeringsbeleid; Inrichten ICT-omgeving ten behoeve van data-analyses voor datagericht werken Versterken bedrijfsvoering vanwege de groei van de RUD LN door het toevoegen van het energieteam. Omgevingsdiensten Nederland Omgevingsdienst NL bundelt de kracht en kennis van alle 28 omgevingsdiensten in Nederland. Dat doen we om positief bij te dragen aan de kwaliteit van de omgeving. Omgevingsdienst NL heeft als koepelvereniging een belangrijke rol als opleider, verbinder en gesprekspartner binnen de VTH-keten op landelijk niveau. De missie is om in gezamenlijkheid met alle omgevingsdiensten en alle partners in de VTH-keten bij te dragen aan een schone, veilige en gezonde omgeving. De omgevingsdiensten en Omgevingsdienst NL zijn zich bewust van hun verantwoordelijke en maatschappelijk relevante rol voor de omgeving.

Samen met de omgevingsdiensten bouwt Omgevingsdienst NL aan het kenniscentrum VTH-milieu (Expertise & Samenwerken), de ODNL-academie en Data & Informatievoorziening. Vanuit de ODNL wordt deelgenomen aan landelijke projecten, adviseren overheden en brengen beleid en uitvoering samen. Belangrijke thema’s zijn onder meer: energietransitie, circulaire economie, bodem en ondergrond, ZZS, water en klimaatadaptatie. Ook de RUD LN maakt onderdeel uit van de ODNL en draagt hier financieel aan bij. De inhoudelijke bijdrage vanuit de RUD LN wordt wel verwacht echter is zeer beperkt omdat hierin nog niet voorzien is. Er wordt deelgenomen aan de overleggen en in het kader van de ODNL-academie actief meegedacht. Het betreffen nu nog werkzaamheden die niet begroot zijn of door deelnemers opgepakt kunnen worden. Inmiddels is de ODNL echter inclusief de RUD LN operationeel en wordt verwacht dat we hierin deelnemen en de ontwikkeling doorvoeren in de staande organisatie. Visitaties Op 12 en 13 december 2023 werd onze dienst bezocht door de visitatiecommissie. Het visitatierapport is betrokken bij het plan van aanpak voor de Robuuste omgevingsdienst zoals in 2024 is vastgesteld. Er is besloten geen apart plan van aanpak vast te stellen. Ketensamenwerking Door de medewerkers van de RUD worden in diverse samenstellingen samengewerkt met ketenpartners.

Hierbij wordt vanuit de milieu-uitvoeringstaken expertise ingebracht. Voorbeelden hiervan zijn de aanpak van mestproblematiek in Brabant en Limburg (NVWA), de ontwikkeling van geografische tools voor externe veiligheid (Veiligheidsregio), de dialoog

18

over waterkwaliteit en lozingen (Waterschap), werkgroep glastuinbouw (waterschap), werkgroep Asbest (arbeidsinspectie), werkgroep bodem (partners in Limburg waarbij diverse partners zijn aangesloten, afstemming met milieupolitie op lokaal niveau. Ook wordt milieu-expertise door de deelnemende gemeente vaak gevraagd aan de RUDmilieumedewerkers om input te leveren bij beleidsontwikkelingen. Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt heeft ertoe geleid dat vacatures bij het energieteam niet ingevuld konden worden. Hierbij is door de RUD LN gekeken naar de arbeidsvoorwaarden. Een aantal milieutoezichthouders van de deelnemers van de RUD hebben de keuze gemaakt om voor het energieteam te gaan werken zowel qua nieuwe uitdaging als de voor hun passende voorwaarden. Dit bracht ook een verschuiving en doorgroei teweeg maar ook het opbouwen van kennis bij het ene team en het opleiden van nieuwe mensen bij de deelnemers. Het lukt momenteel wanneer er vacature ruimte is om deze ingevuld te krijgen. Hiervoor is wel begeleiding, opleiding en opbouw van kennis nodig. Ervaren krachten met werkervaring zijn niet of nauwelijks beschikbaar. Binnen het coördinatiecentrum is door de vele opgave ook een krapte ontstaan. Door de nieuwe ontwikkelingen, nieuwe systemen maar ook door ziekte zijn keuzes gemaakt wat wel en niet opgevangen kon worden.

Er is een beroep gedaan, op inhuur, op het netwerk en de werkgroepen. Echter dit is geen structurele oplossing voor de huidige taken, nieuwe taken en toekomstige taken. Eind 2024 zijn nog twee extra vacatures ontstaan bij het coördinatiecentrum. Begin 2025 wordt beginnen met werven van voor deze functies en voor de werkverdelers.

2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven Omgevingswet De start is vorig jaar gemaakt. Het takenpakket van de RUD LN valt vrijwel volledig onder de reikwijdte van de Omgevingswet. Vanuit de gemeentelijke projectleiders overleggen Omgevingswet in Noord- en Midden Limburg vindt een terugkoppeling plaats naar de RUD LN. De veranderingen als gevolg van de Omgevingswet zijn legio en het zal meerdere jaren kosten om deze door te voeren. Naast een andere werkwijze, zit het hem veelal in de veranderingen in het gebruik van data. De data komt van de bevoegde gezagen (bron) maar wordt door het gebruik van inspectieview milieu gemakkelijker en voor meer partijen toegankelijk. Ook de burgers en bedrijven kunnen daardoor sneller inzage krijgen en dat is precies de bedoeling. Een andere werkwijze vraagt ook veranderingen in werkprocessen. Zo gaan we werken met milieubelastende activiteiten (MBA’s) in plaats van inrichtingen, verandert de vergunningplicht (meer algemene regels, minder vergunningen) en vinden er wijzigingen in het takenpakket van gemeenten en omgevingsdiensten plaats. Er wordt ook verwacht dat de taken voor toezicht gaan toenemen. Het project ‘Van inrichting naar MBA’ is afgerond in 2024 . Dit betekent dat we een overzicht hebben van de verandering van de inrichting naar ‘milieu belastende activiteiten’

19

voor wat betreft de basistaken. Deze MBA’s worden zijn gedeeltelijk in de VTH-applicaties ingevuld. Het vullen loopt ook nog door in 2025. Voor de producten en diensten van de RUD LN zijn de veranderingen het grootst ten aanzien van de behandeltermijn naar 8 weken en van het losknippen van de milieubelastende activiteit van bijvoorbeeld de bouwactiviteit en de ruimtelijke inpassing. Dit heeft ook gevolgen voor het toezicht als toestemmingen ontbreken. Nadat we de systemen en procedures hebben aangepast bestaat de volgende uitdaging uit het daadwerkelijk versoepeling en vereenvoudigen van procedures voor de initiatiefnemer. Voorlopig loopt de aanvragen maar ook bevoegd gezag nog aan tegen de complexiteit van het DSO. Bodemtaken Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn meer bodem basistaken komen te liggen bij de RUD onder bevoegd gezag van de gemeente. Het beleidsvormingsdeel ligt bij de gemeenten. In 2024 was de verwachting dat er toename zou zijn voor het aantal verzoeken om bodemadvies om te komen tot vergunningverlening echter dit blijft achter op de verwachting. Ook zien we nog miscommunicatie wie nu iets oppakt (terwijl dit basistaken zijn dus door de gekwalificeerde medewerkers van de RUD LN opgepakt moet worden). Wat toegenomen is zijn de meldingen/informatieplichten die door toezicht behandeld worden.

Daarnaast bleek dat de verwachte capaciteit voor bodemtoezicht binnen de RUD niet geheel hiervoor ingezet kon worden vanwege andere grote bodem projecten en door uitval door ziekte. Voor de behandeling van informatieplichten is geprioriteerd en is vanuit de RUD LN op deze taak ingehuurd. De ontvangen meldingen zijn op een lager niveau getoetst en in verhouding is weinig toezicht uitgevoerd. De RUD LN heeft hiervoor extra capaciteit ingehuurd. Toezicht op energiebesparing Eind 2022 is de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUKTHE) beschikbaar gesteld, die ervoor zorgt dat er de komende jaren (looptijd 2022 – 2026) binnen de RUD’s structureel meer expertise voor energiebesparing binnen toezicht en handhaving kan worden opgebouwd. Met een onderbouwing in de vorm van een plan van aanpak heeft de RUD LN het maximale budget van € 2.089.929 aangevraagd. Om deze middelen te kunnen inzetten moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan.

Deze zijn: - Middelen/capaciteit moeten worden besteed aan additionele inzet merendeels in de vorm van medewerkers in dienst bij de RUD; - middelen dienen te worden ingezet voor producten die zijn vermeld in de regeling; - er dient (half) jaarlijks verantwoording te worden afgelegd over de besteding van middelen; - 40% van het budget moet aan het einde van het jaar minimaal zijn besteed; Indien middelen niet voor de genoemde producten worden ingezet kan er worden teruggevorderd.

20

Gelet op de eerste voorwaarde is besloten om een team energie-toezicht te verbinden aan de RUD LN. Vandaar dat eind 2022 gestart is met een eerste wervingsprocedure. Dit bleek nog niet zo eenvoudig te zijn (zie ook 2.3.2). In de tweede helft van 2024 zijn de werkzaamheden opgepakt door een coördinator, 5 medewerkers toezicht, 2 medewerkers via de deelnemende gemeente en 2 administratieve medewerkers. Door voornamelijk de afwezigheid van aansturing, en omdat de RUD LN niet ingericht is op een centrale uitvoering van uitvoeringstaken, moet dit team ook aan de slag met het inrichten van de bedrijfsvoering aspecten (hardware, software, administratie enzovoort). Maar ook het opleiden van de medewerkers, maken van planningen waren onderdeel van het opbouw van het energieteam. Wel zijn de eerste uitvoerende werkzaamheden opgepakt maar de uitvoering van de daadwerkelijke controles bleef daardoor wel achter bij de planning. Deze structurele taken in uitvoering en bedrijfsvoering zijn niet goed geborgd in de organisatie RUD LN. Aan de voorwaarde dat 40% van het budget is gespendeerd wordt ook in 2024 niet voldaan. Net als in 2023 zijn de voornaamste uitgevoerde werkzaamheden in 2024 dan ook van voorbereidende aard, zoals het bijstellen van het plan, opleiding, implementatie werkzaamheden, toegang tot de systemen, de planning en de gehele wervingsprocedures.

Het risico verbonden aan het in dienst hebben van personeel dan wel het op orde brengen van de organisatie voor toezichthoudende taken wordt niet binnen de SPUK-gelden opgevangen waardoor dit in de risico-inventarisatie en het weerstandsvermogen meegenomen zal moeten worden. In tabel 8 is de oorspronkelijke planning weergegeven in relatie tot de bijgestelde planning en de werkelijke uitgave in 2022 tot en met 2024. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden met het ministerie. Vanuit het ministerie was hierbij wel de uitdrukkelijke voorwaarde dat ook het personeel geworven zou worden. Waarbij zoals eerder opgemerkt de arbeidsmarkt een rol heeft gespeeld en er nu nog onduidelijkheid is of deze werkzaamheden ook na 2026 nog onderdeel blijven van de werkzaamheden van de RUD in deze omvang (2025/2026). Tabel 8

Gepland (in euro) bijgestelde planning (in euro) Uitgave (in euro)

2022 417.986

2023 417.986

--

-11.952

2024 417.986

-13.358 256.203

2025 417.986

totaal bijgestelde planning plus 2026 totaal uitgave 417.986 2.089.930 --

634.000 1.143.000 -0 0 --

2.058.513 --

21

2.4 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen van de uitvoering. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de jaarrekening is een nadere toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 9

22

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en is zelf geen verbonden partij bij een andere organisatie. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Indien het geheel in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dienen de deelnemers conform de verdeelsleutel bij te dragen aan het te kort. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen.

Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.

23

Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 10

In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Tabel 11

Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve • Post onvoorzien • Resultaat 2024 Totaal Risico’s Ratio Beoordeling

Inclusief resultaat 2024 € 155.000 € 50.000 € 322.000 € 527.000 € 212.250 2,48 Uitstekend

Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD LN geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 4 is de berekeningswijze uiteengezet.

24

Tabel 12

Kengetallen

Realisatie 2023 -30,74%

Begroting 2024 -11,347%

Realisatie 2024 -39,44%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-30,74%

-11,34%

-39,44%

Solvabiliteitsratio

30,12%

21,18%

33,50%

Structurele exploitatieruimte

10,32%

0,00%

16,94%

Netto schuldquote

Duiding Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter. Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen van de financiële activa af te halen, wordt duidelijk wat het aandeel van de leningen in de exploitatie is en betekend voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

Beoordeling

De RUD heeft geen leningen verstrekt. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FiDo) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD wordt gevormd door het treasury statuut. In het treasury statuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen. Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn:

25

• • • • • •

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet FiDo, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties.

Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FiDo is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet De Wet bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie opgenomen dient te worden over de liquiditeitspositie van de RUD LN in relatie tot de kasgeldlimiet. Door de RUD LN werden uitsluitend positieve saldi aangehouden en kwamen debet standen in de rekening courant niet voor. De activiteiten van de RUD LN werden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Van kasgeldleningen werd aldus geen gebruik gemaakt, waardoor de kasgeldlimiet niet van toepassing is. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht.

Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen. Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen.

26

Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Hierdoor is een bedrag van € 100.000 aan rente ontvangen. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD LN geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD LN.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD LN de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD LN gerealiseerd. RUD LN beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken is gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. De uitvoerende medewerkers zijn in dienst van de partners evenals de coördinerende VTH managers / lijnmanagers (LMO). Personeelsbeleid De RUD LN heeft voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik gemaakt van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Begin 2024 waren er naast de directeur, 7 medewerkers in dienst voor het coördinatiecentrum en 4 medewerkers voor het energieteam. Begin 2024 was er daarnaast mogelijkheid tot uitbreiding van het CC dat nog ingevuld moest worden. Voor de invulling van de werkzaamheden voor de SPUK-subsidie was nog een uitbreiding van de formatie voorzien van 5 medewerkers die hiervoor aangenomen moest worden. Gedurende 2024 is een medewerker van het CC uitgestroomd en zijn in totaal 5 medewerkers gestart bij het energieteam en is de coördinator van het energieteam met pension gegaan. De medewerkers energieteam zijn voornamelijk inzetbaar voor de spuksubsidie echter is ook de keuze gemaakt om deze gedeeltelijk in te zetten voor uitvoeringstaken gemeenten.

De formatieomvang bedroeg begin 2024 6,67 fte (excl vacature ruimte) en eind 2024 5,78 fte (exclusief vacature ruimte).

27

De omvang van het energieteam bedroeg begin 2024 2,49 fte en eind 2024 5,6 fte (dekking binnen de SPUK-subsidie (zie tabel 8). Door de kleine formatie is bij ziekteverzuim het coördinatiecentrum kwetsbaar. Aan het einde van het jaar waren 2 personen langdurig ziek, waardoor het ziekteverzuim op dat moment 12,7% bedroeg. Over geheel 2024 bedroeg het ziekteverzuim 11,61%. Informatisering en automatisering Voor ondersteunende zaken wordt gebruik gemaakt van de applicaties van de gastgemeente Roermond. Ook is verder gewerkt aan de implementatie van een gezamenlijke VTH-applicatie (Rx.Mission). Onze VTH-applicatie is aangesloten op het landelijke portaal Inspectieview. Werken, plannen en monitoring vanuit onze RUDomgeving wordt momenteel ingericht. Echter hiervoor is de omgeving van de gastgemeente te beperkt in mogelijkheden. Dit omdat de medewerkers in de ICT-omgeving gaan werken van de RUD. Hierover zijn in 2024 de gesprekken gestart of de gastgemeente hierin kan voorzien. Wanneer dit niet het geval is moet een aparte ICT-omgeving worden gecreëerd met de bijbehorende beveiligingen. Ook het energieteam is tegen diverse problemen aangelopen waarin de bedrijfsvoering niet is voorzien ook op ICT-vlak. Wanneer in de toekomst de aanvragen en meldingen ook in de RUD-omgeving ontvangen moeten worden dan moet de RUD-omgeving worden aangesloten op het DSO.

Rechtmatigheid Normenkader en controleprotocol Het Algemeen Bestuur heeft haar vergadering van 19 december 2024 het controleprotocol 2024 vastgesteld. Het protocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Daarin heeft het Algemeen Bestuur de daarbij te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening aangegeven. Deze sluiten aan bij het wettelijk minimum. Tabel 13

Goedkeuringstolerantie

Goedkeurend

Beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in de jaarrekening

≤ 1%

>1% - <3%

-

≥ 3%

≤ 3%

>3% - <10%

≥ 10%

-

(% van de lasten) Onzekerheden in de controle (% van de lasten)

De percentages worden steeds genomen van de totale begrote programmalasten na de laatste begrotingswijziging. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur als maatstaf gesteld, dat de accountant bij de uitvoering van de accountantscontrole elke fout of onzekerheid boven de 1% van de totale lasten (na laatste begrotingswijziging rapporteert (rapporteringstolerantie).

28

Met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur is de verantwoordings- en rapportagegrens door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 1% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves. Op basis van de jaarrekeningcijfers is dit daarmee vastgesteld op € 24.000 (afgerond). Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. De financiële beheer handelingen dienen te passen binnen de begroting, het juiste programma en het juiste begrotingsjaar. Er is geen sprake van lastenoverschrijdingen, de lastenonderschrijdingen en de baten overen onderschrijdingen zijn in deze jaarrekening adequaat toegelicht. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheer handelingen. In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven voor de interne controle bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de processen: personele lasten, inkopen en aanbestedingen, opbrengsten en de SiSa. Er zijn tijdens de controles geen onrechtmatigheden aangetroffen boven de grens. Aanbestedingen Er is geen sprake van bevindingen inzake het niet naleven van de Europese regelgeving.

Het Dagelijks Bestuur heeft één keer onderbouwd afgeweken van het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid en één keer een herbevestiging uitgesproken van de afwijking van het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid reeds genomen in 2022. Deze bevoegdheid heeft het Dagelijks Bestuur ook conform het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid van de RUD LN (artikel 4.6 afwijkingsbevoegdheid). Misbruik & Oneigenlijk gebruik beleid De RUD Limburg Noord beschikt nog niet over een M&O beleid. De interne beheer handelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit wordt tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De RUD zal in de verdere doorontwikkeling van de organisatie ook aandacht besteden aan het M&O beleid. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RUD Limburg Noord heeft een contactpersoon aangewezen die de informatieverzoeken in behandeling neemt. Daarnaast is het mogelijk om informatie via email (laagdrempelig) op te vragen.

In 2024 heeft de RUD Limburg Noord 5 WOO-verzoeken ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15543683/1