CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

005 Toelichting

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn20.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

104 alinea's met “ringweg”: 1 3 8 14 28 32 36 40 41 44 45 48 54 60 61 63 66 71 72 73 74 75 77 80 103 108 112 113 115 125 131 134 140 149 153 155 159 163 164 166 …

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

28

Hemelwater dient zo lokaal mogelijk te worden verwerkt en kan worden benut voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving. In het GRP gee� de gemeente aan dat inwoners hemelwater zoveel mogelijk op eigen perceel dienen te infiltreren. Bij nieuwe ruimtelijke par�culiere ontwikkelingen is het streven om hemelwater bij voorkeur bovengronds te infiltreren in de bodem. De gemeente hanteert daarbij de volgende voorwaarden: 1. de infiltra�evoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 60 mm te kunnen verwerken*; 2. de infiltra�evoorziening dient een leegloop�jd te hebben van 24 uur of minder; 3. de aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. * De norm van 60 mm geldt alleen als er geen verbinding is tussen de infiltra�evoorziening en oppervlaktewater. Als de infiltra�evoorziening loost op een oppervlaktewater gelden de normen van het Waterschap. Deze stelt dat de infiltra�evoorziening minimaal 100 mm groot moet zijn. Pas daarna mag een eventueel overschot worden geloosd op het oppervlaktewater. Het waterschap adviseert overigens om al�jd, dus ook als er geen verbinding is tussen infiltra�evoorziening en oppervlaktewater, 100 mm aan te houden. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Limburg.

Voor het Waterschap Limburg is het niet mogelijk een digitale watertoets uit te voeren. Het waterschap is daarom via het wetelijk vooroverleg op de hoogte gebracht van voorliggend ini�a�ef. Hierbij is aangegeven dat er geen bezwaren zijn tegen het plan. Met adviezen is in de verschillende paragrafen rekening gehouden. Voor beide loca�es geldt dat ze niet in of nabij (beschermingszones van) oppervlaktewater, (beschermde) waterkeringen of waterwingebieden liggen. Deellocatie Ringweg ongenummerd De ontwikkeling leidt tot een toename van bebouwing van circa 400 m2. Dit betre� een beperkte toename, waarvoor op het eigen terrein voldoende mogelijkheden zijn om in infiltra�e van hemelwater te voorzien. Dit geldt ook voor de overige terreinverharding, waaronder de inrit. Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd via een infiltra�evoorziening. Gelet op de omvang en beoogde inrich�ng van het perceel, wordt geconcludeerd dat voldoende ruimte aanwezig is om de betreffende voorzieningen te realiseren. Er vindt geen afvoer plaats naar het gemeentelijk riool, zodat het watersysteem niet extra wordt belast. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woning zal de infiltra�evoorziening nader worden berekend en vormgegeven. Het afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater afgevoerd via het bestaande rioolnetwerk (drukriool). Hiervoor is voldoende capaciteit beschikbaar.

Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Ter plaatse van deze deelloca�e wordt geen nieuwe verharding of bebouwing mogelijk gemaakt. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

4.2

Ac�viteiten en milieuzonering

Bedrijven (die milieubelastende ac�viteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige func�e, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemo�veerd worden dat een nieuwe gevoelige func�e nabij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige func�es ter bescherming of vergro�ng van de lee�waliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publica�e “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurispruden�e, een goed houvast hierbij. De in deze publica�e genoemde richtafstanden tussen gevoelige func�es en milieubelastende ac�viteiten gelden voor gemiddelde situa�es. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden. Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publica�e uitgegeven: Ac�viteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publica�e is om de toela�ng van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. In de nieuwe systema�ek wordt de toela�ng van ac�viteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsac�viteiten met milieucategorieën.

Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende ac�viteiten/ func�es nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publica�e 'Bedrijven en milieuzonering'. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd De nieuwe woning betre� een nieuw milieugevoelig object. In de onderstaande tabel zijn de omliggende milieubelastende ac�viteiten en de bijbehorende richtafstanden uit de publica�e 'Bedrijven en milieuzonering' weergegeven. Func�e (adres)

Milieucategorie Grootste richtafstand Feitelijke afstand tot plangebied (maatgevend aspect) Mengvoederbedrijf, 4.1 200 (geluid)* ca. 260 m Ysselsteynseweg 69 Varkenshouderij, 4.1 50 (geluid)* ca. 240 m Ysselsteynseweg 67 Varkenshouderij, 4.1 50 (geluid)* ca. 260 m Ysselsteynseweg 63 * Geurhinder van veehouderijen en andere bedrijvigheid blij� in deze paragraaf buiten beschouwing. Dit wordt behandeld in paragraaf 4.5. Uit de voorgaande tabel blijkt dat het plangebied in ieder geval voor de maatgevende aspecten in het kader van milieuzonering voldoet aan de gestelde richtafstanden. Daarmee is voor dit onderdeel sprake van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat ter plaatse van het plangebied. Aanvullend kan worden opgemerkt dat de varkenshouderijen aan de Ysselsteynseweg 63 en 67 worden wegbestemd in het kader van de Lbv-plus regeling, voor de mengvoederfabriek aan de Ysselsteynseweg 69 zijn eveneens plannen om deze weg te bestemmen. Tevens blijkt uit de paragraaf geur (zie 4.5) dat geur a�oms�g van bedrijven en veehouderijen geen belemmering vormt voor het ini�a�ef. Gelet op de afstand tot de bedrijvigheid, als ook de aanwezigheid van al bestaande gevoelige gebouwen tussen de nieuwe woning en de bedrijven, kan eveneens gesteld worden dat het plan niet tot belemmeringen in de eventuele uitbreiding van de bedrijfsvoering van die bedrijven leidt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

30

Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Ter plaatse van deze loca�e worden geen nieuwe gevoelige objecten mogelijk gemaakt. Enkel verdwijnt hier de mogelijkheid om een bedrijfswoning te kunnen realiseren en om hier een intensieve veehouderij uit te kunnen oefenen. Nega�eve effecten in het kader van milieuzonering zijn daarmee voor deze loca�e uitgesloten. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.3

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instruc�eregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de func�onele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;  de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigingen en aantas�ngen;  te zorgen voor een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;  de resterende historische verontreinigingen en aantas�ngen duurzaam en doelma�g te beheren. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het defini�eve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunc�e verschillen. Bij wijzigingen van ac�viteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Met het ini�a�ef wordt een nieuwe bodemgevoelige func�e mogelijk gemaakt. Om die reden is een historisch bodemonderzoek (zie bijlage 1) uitgevoerd.

Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoeksloca�e als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging te beschouwen is. Wel is bijvoorbeeld voor het vergraven of toepassen van meer dan 25 m3 grond een milieuverklaring bodemkwaliteit (meestal op basis van bodemonderzoek) nodig. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Voor deze loca�e worden geen bodemgevoelige func�es mogelijk gemaakt. Het uitvoeren van een bodemonderzoek voor deze loca�e is daarom niet nodig. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.4

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instruc�eregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instruc�eregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de 'omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit' opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende s�kstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een ac�viteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplich�ng;  het ini�a�ef leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

het ini�a�ef draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Mede door het Na�onaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. Niet in betekenende mate (NIBM) Voor een ac�viteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor s�kstofdioxide en fijnstof nodig. Uit ar�kel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een ini�a�ef niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentra�e NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentra�es. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een ini�a�ef binnen de NIBM-grens blij�: 1. Mo�veren dat het ini�a�ef binnen de getalsma�ge grenzen van een aangewezen categorie blij�. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform ar�kel 5.54 Bkl. Valt een ini�a�ef binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een ini�a�ef de 3%-grens niet overschrijdt.

Soms kan een kwalita�eve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een ini�a�ef in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn loca�es met hogere concentra�es s�kstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in ar�kel 5.51 lid 2 (aandachtsgebieden voor zowel s�kstofdioxide als fijnstof) en lid 3 (aandachtsgebieden voor fijnstof) Bkl. Gemeenten die onder agglomera�es vallen staan in ar�kel 2.38 (aanwijzing agglomera�es richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) Omgevingsregeling. In enkele situa�es moet de luchtkwaliteit al�jd worden beoordeeld:  bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende ac�viteit  bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt;  bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. Op plekken waar mensen rela�ef kort verblijven, als het gaat om arbeidsplaatsen (bedrijventerreinen en bedrijfswoningen) en op loca�es waar mensen niet kunnen komen is toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit niet nodig.

Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Luchtkwaliteit ter plaatse Het dichtstbijzijnde toetspunt voor luchtkwaliteit bij het plangebied is de receptor wegverkeer 50052969_233267, aan de N277 ten zuidwesten van het plangebied. In de tabel hieronder zijn de totale concentra�es van s�kstofdioxide, fijnstof en de fijnere frac�e van fijnstof weergeven.

Gemeten totale concentra�e jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentra�e (µg/m3)

NO2 (s�kstofdioxide) 11,7 µg/m3

PM10 (fijnstof) 17,1 µg/m3

PM2,5 (fijnere frac�e van fijnstof) 8,9 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De concentra�es s�kstofdioxide en fijn stof liggen (ruim) onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

32

de luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig ini�a�ef. Bijdrage van het ini�a�ef Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het ini�a�ef van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, vergelijkbaar met 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het ini�a�ef is te concluderen dat dit ini�a�ef 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor s�kstofdioxide en fijnstof kan daarom achterwege blijven. Het plangebied ligt binnen een van de genoemde aandachtsgebieden (ar�kel 5.51 luchtkwaliteit in aandachtsgebieden) voor alleen fijnstof. Dit hee� te maken met de concentra�e veehouderijen in de gemeente Venray. Het ini�a�ef hee� geen betrekking op het toevoegen van een veehouderij en hee� daarmee geen significante invloed op de hoeveelheid fijnstof. Omdat de gehele gemeente Venray binnen dit aandachtsgebied ligt, wordt de situa�e met betrekking tot luchtkwaliteit als aanvaardbaar beschouwd. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Ter plaatse van deze deelloca�e vinden geen ontwikkelingen plaats waarvoor het aspect luchtkwaliteit relevant is. Hier hoe� niet nader op ingegaan te worden. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.5

Geur

In de regelgeving is bepaald dat een omgevingsplan erin voorziet dat de geur van een ac�viteit op een geurgevoelig gebouw (ar�kel 5.91 Bkl) aanvaardbaar moet zijn (ar�kel 5.92, tweede lid, Bkl). In ar�kel 5.91 van het Bkl is de defini�e van een geurgevoelig gebouw opgenomen. Het gaat dan in ieder geval om woningen, onderwijsinstellingen, gebouwen met gezondheidszorgfunc�es en kinderopvang met bedgebied (wat inhoudt dat er slaapgelegenheid is). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente moet onder de Omgevingswet rekening houden met mogelijke cumula�e van geur door meerdere ac�viteiten. De ac�viteiten dienen te voldoen aan de regels die in het �jdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing hee� plaatsgevonden van het �jdelijk omgevingsplan en sprake is van een ac�viteit/inrich�ng die/dat voorheen onder het Ac�viteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: • Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); • Geur door andere agrarische ac�viteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke frac�e en het composteren of opslaan van groenafval (par.

22.3.6.4 BS); • Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor geur zijn er voor dierenverblijven voor landbouwhuisdieren specifieke instruc�eregels waar de gemeente zich aan moet houden. In deze instruc�eregels zijn voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor, twee typen normen opgenomen: standaardwaarden en grenswaarden. In een omgevingsplan kan de gemeente afwijken van deze standaardwaarden, zolang dit onder de gestelde grenswaarden blij�. Geurgevoelig gebouw Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en buiten een concentra�egebied Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en binnen een concentra�egebied Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en 33

Standaardwaarde 2,0 ouE/m3

Grenswaarde 8,0 ouE/m3

3,0 ouE/m3

14,0 ouE/m3

8,0 ouE/m3

20,0 ouE/m3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

buiten een concentra�egebied Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en binnen een concentra�egebied

14,0 ouE/m3

35,0 ouE/m3

Tabel Standaardwaarde en grenswaarde toelaatbare geur (ouE/m3 als 98-percen�el) door houden landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw

In het Bkl wordt onderscheid gemaakt tussen concentra�egebieden en niet-concentra�egebieden en binnen en buiten de bebouwingscontour. Het onderscheid tussen concentra�egebieden en niet-concentra�egebieden valt terug te voeren op een verschil in de rela�e tussen geurbelas�ng en geurhinder. Het RIVM gee� aan dat er geen gezondheidskundige grenswaarden zijn voor geurbelas�ng of geurhinder. Welk percentage door geur gehinderde omwonenden aanvaardbaar is, is een beleidsma�ge keuze. Voor dieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden gelden afstandseisen. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. Daarnaast moet de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (ona�ankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). Geurverordening gemeente Venray.

De gemeenteraad van de gemeente Venray en de gemeenteraad van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum hebben een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. Nadien hee� de gemeente Venray haar verordening nog aangepast in die zin dat voor een viertal loca�es de geurnorm gewijzigd is. In deze verordeningen (inclusief de wijziging van de gemeente Venray) wordt afgeweken van de wetelijke normen uit de Wgv. Beide geurverordeningen zijn inmiddels samengevoegd tot één verordening waarbij de uitgangspunten ongewijzigd zijn gebleven. De normen uit deze samengevoegde verordeningen zijn: Gebied: Zoekgebieden woningbouw Vakan�epark de Wite Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij Bedrijfsterreinen Plangebied Burgemeester Ponjéestraat in Wanssum Voor de bestaande woongebieden in Wanssum Voor de bestaande woongebieden van Venray, Leunen, Smakt, Vredepeel, Ysselsteyn, Oostrum Merselo, Castenray, Oirlo, Veulen, Bliterswijck (waaronder Roekenbosch) en Geijsteren. Buitengebied Timmermannsweg 13 Ysselsteyn, Ringweg 33a Ysselsteyn, Pater Tulpstraat 24 Ysselsteyn, Horsterweg 70/70a/70b Castenray

Maximaal toegestane geurbelas�ng (odourunits per m3 lucht) 8,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3 7,0 ouE/m3 2,5 ouE/m3 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3

Tabel met normen voorgrondbelas�ng Verordening geurhinder en veehouderij

Op de 'Kaart behorende bij Aanpassing verordening geurhinder en veehouderij gemeente Venray september 2009' (herziening 2011) is per deelgebied ingetekend wat de normstelling is. In de gebiedsvisie behorende bij de geurverordening is geen specifieke defini�e of uitwerking opgenomen van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Wél is aangegeven dat de afwijkende normering uit de geurverordening niet mag leiden tot een verslechtering van het woon- en lee�limaat. Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray. In de ‘Aanvulling op de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray’ (16 juni 2011) hee� de gemeente Venray vastgelegd wat wordt verstaan onder een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Bij het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

34

opstellen van deze aanvulling op de gebiedsvisie en het vastleggen van de normen voor een aanvaardbaar woon- en lee�limaat hee� de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij (Infomil 2007) als basis gediend. In onderstaande tabel is de maximale waarde van de voor- en achtergrondbelas�ng weergegeven waarbij volgens de gemeente Venray nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Gebied: Bestaande woongebieden Venray, Oostrum, Smakt, Geijsteren, Bliterswijck (inclusief Roekenbosch) en Wanssum Bestaande woongebieden Ysselsteyn, Veulen, Castenray, Oirlo, Leunen, Heide en Merselo Zoekgebied woningbouw Wanssum Overige zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen Vakan�epark de Wite Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij Buitengebied

Tabel met maximale waarde voor- en achtergrondbelas�ng

Maximale belas�ng (odourunits per m3 lucht) Achtergrond: Voorgrond: 13,0 ouE/m3 6,5 ouE/m3 20,0 ouE/m3

6,5 ouE/m3

13,0 ouE/m3 20,0 ouE/m3 20,0 ouE/m3

7,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3

20,0 ouE/m3

14,0 ouE/m3

Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Met onderhavig ini�a�ef wordt op de deelloca�e Ringweg ongenummerd een nieuwe geurgevoelige bebouwing (woning) mogelijk gemaakt. De situa�e met betrekking tot geur is daarom beoordeeld aan de hand van de geurkaarten van de gemeente Venray. Voorgrondbelas�ng Voor wat betre� de voorgrondbelas�ng van een veehouderij is gekeken naar de veehouderij die voor de onderhavige loca�e het meest van invloed is. De gemeente Venray hee� een kaart (situa�e 2022) gemaakt met de geurhindercontouren 3 ouE/m3, 8 ouE/m3 en 14 ouE/m3 van alle veehouderijbedrijven in Venray. Ook zijn de vaste afstand contouren van 50m en 100m weergegeven voor bedrijven met 'vaste afstandsdieren'. Navolgende a�eelding toont een uitsnede van deze kaart.

Uitsnede kaart 'indica�eve geurhindercontouren' 35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

Uit de kaart blijkt dat de deelloca�e Ringweg ongenummerd ruimschoots buiten de 14 ouE/m3 contour van een veehouderij ligt. (de vergunningen voor de varkenshouderijen aan de Ysselsteynseweg 63, 65, 67 en 78 zijn inmiddels ingetrokken). Omdat de kaart indica�ef is, en om daadwerkelijk vast te stellen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat door geur is daarom een berekening (zie bijlage 2) uitgevoerd van de voorgrondbelas�ng met het programma V-stacks vergunning. De berekening is gemaakt van het bedrijf Ysselsteynseweg 59, dit bedrijf is het meest van invloed op de deelloca�e Ringweg ongenummerd. Uit de berekening volgt een hoogste geurbelas�ng van 2,3 ouE/m3 (rekenpunt 02). Hiermee wordt beves�gd dat wordt voldaan aan de voorgeurnorm een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Omgekeerd levert de ontwikkeling van een burgerwoning geen belemmeringen op voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving, omdat andere, reeds aanwezige geurgevoelige objecten dichterbij zijn gelegen en/of daarnaast een lagere geurnorm hebben. Achtergrondbelas�ng Voor wat betre� de achtergrondbelas�ng van geur is gekeken naar de veehouderijen in de omgeving van de deelloca�e Ringweg ongenummerd. De gemeente Venray hee� een kaart (situa�e oktober 2022) gemaakt van de indica�eve achtergrondbelas�ng, veroorzaakt door al die veehouderijen.

De navolgende a�eelding toont een uitsnede van deze kaart.

Uitsnede 'kaart achtergrondbelas�ng geur'

Uit voorgaande kaart blijkt dat voor de deelloca�e Ringweg ongenummerd een tamelijk slechte beoordeling ten aanzien van geurhinder van toepassing is. Om vast te stellen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en lee�limaat is daarom aanvullend een berekening uitgevoerd van de huidige achtergrondgeurbelas�ng met het programma V-stacks gebied (zie bijlage 2). Ook hier is er in de berekening rekening mee gehouden dat de varkenshouderijen aan de Ysselsteynseweg 63, 65, 67 en 78 gesaneerd worden in het kader van de Lbv-plus regeling en dat de vergunning voor het houden van dieren voor deze bedrijven is ingetrokken. Uit de berekening volgt een hoogste geurbelas�ng van 9,328 ouE/m3 (rekenpunt 02). Hiermee wordt voldaan aan de geurnorm voor een aanvaardbaar woon- en lee�limaat. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Op deze loca�e verdwijnt de geurbelas�ng door de varkenshouderij. Nega�eve effecten met betrekking tot dit aspect zijn uitgesloten. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

36

Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.6

Geluid

Veel func�es in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels van het Bkl over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige func�es. In het Bkl zijn instruc�eregels opgenomen hoe om te gaan met geluid m.b.t. geluidgevoelige func�es en s�ltegebieden. Bij geluidgevoelige func�es gaat het om gebouwen ten behoeve van func�es zoals wonen, onderwijs of zorg. Voor andere gebouwen (func�es) of loca�es bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es'. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een ac�viteit op of in een geluidgevoelig func�e die op een loca�e is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac�viteit. In de bruidsschat zijn waarden bepaald (zie ar�kel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid en staan in de volgende tabel. Geluidbronsoort Standaardwaarde, in dB. Grenswaarde, in dB. Rijks- en provinciale wegen. In Lden 50 60 Gemeente- en waterschapswegen. In Lden 53 70 Hoofd- en lokale spoorwegen.

In Lden 55 65 Industrieterrein Lden 50 55 Lnight 40 45 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten geluidbron, Tabel 3.34 en.3.35 Bkl

Het bevoegd gezag moet voorzien in een aanvaardbaar geluidsniveau door een lokale (spoor)weg op een geluidgevoelig gebouw (ar�kel 5.78l, lid 2 Bkl). De kans op gezondheidsschade is klein als het geluid voldoet aan de standaardwaarde. Minder geluid dan de standaardwaarde of het geluid op het �jds�p van de wijziging van het omgevingsplan, is aanvaardbaar (ar�kel 5.78m, lid 1 en lid 2 Bkl). Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instruc�eregels (ar�kelen 5.78m tot en met 5.78q Bkl). Op grond van ar�kel 5.78, lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden:  op een aangewezen geluidgevoelig gebouw: 1. op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw 2. op de loca�e waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw  op de begrenzing van de loca�e voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen  in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: 1. geen geluidbeperkende maatregelen kan treffen om aan de standaardwaarde te voldoen (ar�kel 5.78n, lid 1, onder a Bkl); 2.

de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk hee� beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen (ar�kel 5.78n, lid 1b Bkl); 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overweegt die financieel doelma�g zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (ar�kel 5.78n, lid 2 Bkl); 4. besluit tot geluidwerende maatregelen als het geluid in een geluidgevoelige ruimte hoger is dan de 37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

5. 6.

grenswaarde in geluidgevoelig ruimte (binnenwaarde) (ar�kel 3.52 Bkl). De karakteris�eke geluidwering van deze ruimte is minstens 3 dB groter dan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en de grenswaarde. Deze grenswaarde in geluidgevoelig ruimte is meestal 36 dB. In een beperkt aantal bestaande situa�es is de grenswaarde 41 dB (ar�kel 3.52, lid 1, onder a sub 1 Bkl); het gecumuleerd geluid beoordeelt (ar�kel 5.78p Bkl); het gezamenlijk geluid bepaalt (ar�kel 5.78q Bkl).

De geluidsregels van het Bkl zijn alleen van toepassing bij het realiseren van geluidgevoelige func�es binnen een geluidsaandachtsgebied. Dit omvang van dit aandachtsgebied is a�ankelijk van de verkeerdrukte, rijsnelheid, afstand van de loca�e tot de weg en eventuele afschermende bebouwing. Geluidsaandachtsgebied Weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken, snelheid 30 km/u of minder Weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken, snelheid meer dan 30 km/u Weg bestaande uit 3 of meer rijstroken Lokale spoorweg bestaande uit 1 of 2 sporen Lokale spoorweg bestaande uit 3 of meer sporen

Breedte (m) 100 200 350 200 350

Tabel: Breedte van het geluidaandachtsgebied vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf, ar�kel 17.5 omgevingsregeling

Wegen met een verkeersintensiteit van in elk geval minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde hebben geen aandachtsgebied. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Met het ini�a�ef wordt een nieuw geluidgevoelige object mogelijk gemaakt. Om de effecten met betrekking tot geluidhinder te beoordelen, is een akoes�sch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Uit het onderzoek volgt dat:  alle omliggende wegen een intensiteit kennen van minder dan 1.000 mvt/etmaal. Toetsing aan de standaard-/grenswaarden uit het Bkl is daarom niet van toepassing;  geen aanvullende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de eisen aangaande de gevelgeluidwering;  de nieuwe woonfunc�e geen inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrich�ngen;  de situa�e met betrekking tot geluid passend is binnen een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es. Daarmee vormt het aspect geluid geen belemmeringen ten aanzien van het ini�a�ef. Andere geluidsbronnen in de omgeving zijn niet aanwezig. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Op deze loca�e worden geen geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Effecten met betrekking tot geluid zijn op voorhand uit te sluiten. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.7

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrij� de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, produc�e, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare loca�es in verband met het externe veiligheidsrisico van een ac�viteit die op een loca�e is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanac�viteit.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

38

Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare loca�es zijn opgenomen in ar�kel 5.6 tot en met ar�kel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare loca�es (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en loca�es wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, a�ankelijk van de ac�viteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat �en of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Risicovolle ac�viteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Dit zijn gebieden rond ac�viteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM). Aandachtsgebieden zijn er voor de scenario's brand, explosie en gifwolk.

A�ankelijk van het type ac�viteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschri�engebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschri�engebied of een kleiner brand- of explosievoorschri�engebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het ini�a�ef ligt in een voorschri�engebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt al�jd een voorschri�engebied, en gelden er dus al�jd aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschri�engebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet op�oneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschri�) om de toelaatbaarheid van de situa�e te beoordelen. Uitgangspunt is dat personen buiten een aandachtsgebied in een gebouw (dat voldoet aan de eisen uit het BBL) voldoende zijn beschermd tegen de mogelijke effecten van een grootschalig ongeval met gevaarlijke stoffen bij de risicobron. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Via de website atlasleefomgeving.nl kan voor de loca�e worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrich�ngen, buisleidingen en/of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de omgevingsveiligheid van belang zijn. Onderstaand een screenshot van die website. De deelloca�e Ringweg ongenummerd is hier globaal aangegeven met de rode cirkel.

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl)

Op voorgaande a�eelding is te zien dat de deelloca�e Ringweg ongenummerd niet gelegen is binnen een aandachtsgebied of PR-gebied van een in het kader van omgevingsveiligheid relevante risicobron. Alle risicobronnen bevinden zich op ruim voldoende afstand van de deelloca�e. Significante effecten vanuit het aspect omgevingsveiligheid ten aanzien van het plan zijn daarmee uit te sluiten. Een nadere verantwoording voor het groepsrisico is niet nodig. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Op deze loca�e worden geen func�es mogelijk gemaakt die relevant zijn met betrekking tot het aspect omgevingsveiligheid. Belemmeringen zijn niet aan de orde. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.8

Trilling

Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Trilling wordt gezien als een milieubelastende ac�viteit. In het omgevingsplan neemt de gemeente regels op voor trillingen door milieubelastende ac�viteiten. Vastgelegd wordt welke trillingen door een ac�viteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Hiervoor gelden de instruc�eregels over trillingen door ac�viteiten op trillinggevoelige gebouwen in het Bkl. Een trillinggevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunc�e en nevengebruiksfunc�es daarvan; b. onderwijsfunc�e en nevengebruiksfunc�es daarvan; c. gezondheidszorgfunc�es met bedgebied en nevengebruiksfunc�es daarvan; of d. bijeenkoms�unc�e voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfunc�es daarvan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

40

Voor andere gebouwen of loca�es bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen trillingen. Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequen�e van 1 tot 80 Hz door een ac�viteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een loca�e is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac�viteit. Er gelden maximale waarden voor con�nue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in ar�kel 22.88 en 22.87a van de Bruidsschat. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd In de ruime omgeving van deze deelloca�e zijn geen ac�viteiten aanwezig die trillingen kunnen veroorzaken zoals grote wegen, spoorlijnen en/of industriële machines. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Het aspect trillingen is met betrekking tot deze deelloca�e niet relevant. Belemmeringen zijn uit te sluiten. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.9

M.e.r.-beoordeling

De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In ar�kel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in ar�kel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.rbeoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.beoordelingsprocedure. Beoordeling of een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordeling plaats moet vinden volgt uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit. 1. De eerste stap is te kijken of het project past binnen de omschrijving van een project in kolom 1. 2. Vervolgens moet gekeken worden of in kolom 4 'de omgevingsvergunning' of 'het omgevingsplan' staat. Het omgevingsplan is relevant als in het plan vergunningplich�ge ac�viteiten worden aangewezen. 3. Als bovenstaande stappen van toepassing zijn op het project, moet bepaald worden of voor het project een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt.

Dit gebeurt door te kijken naar de kolommen 2 en 3. a. Voldoet het project aan de voorwaarden van kolom 2? Dan geldt voor het project een 'project-merplicht'. b. Voldoet het project aan de voorwaarden van kolom 3? Dan geldt voor het project een 'project-merbeoordelingsplicht'. Als er voor het project een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een omgevingsplanac�viteit, dan wordt die omgevingsvergunning aangemerkt als het besluit in plaats van het besluit tot vaststelling van een omgevingsplan. Dit volgt uit ar�kel 11.8 onder 3 van het Omgevingsbesluit. Daarmee geldt er dus ook voor omgevingsvergunningaanvragen die niet in kolom 4 staan wel de mer-(beoordelings)plicht.

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is in categorie J11 vermeld dat voor een stedelijk ontwikkelingstraject mogelijk een mer-(beoordelings)plicht geldt. Het begrip stedelijk ontwikkelingstraject is echter nergens gedefinieerd of gekwan�ficeerd. Planspecifiek Gelet op de aard en de omvang van het project (verplaatsing van het bouwrecht van één woning op basis van maatwerk) kan dit niet als een stedelijk ontwikkelingsproject worden aangemerkt. Het opstellen van een merbeoordelingsno��e is daarom niet nodig. Er is ook geen sprake van een mer-plicht. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.10

Explosieven

Op vele loca�es in Nederland bevinden zich nog conven�onele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplo�e vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)muni�e. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray hee� in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detec�eonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de planologische procedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen �jden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.11

Gewasbeschermingsmiddelen

Bij het telen van bollen-, boom- en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende dri� (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Er gelden, behoudens het niet mogen belasten van oppervlaktewater, in Nederland geen wetelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstand tussen de teeltgronden en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen en bedrijven. In de prak�jk wordt daarom een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen genoemde teelten en een gevoelige bestemming. Dit is een in de prak�jk gegroeide indica�eve vuistregel. Er kunnen omstandigheden zijn om (gemo�veerd) van deze indica�eve afstand af te wijken. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Om de situa�e met betrekking tot spuitzonering inzichtelijk te maken, is navolgende kaart opgesteld. De kaart gee� alle percelen in een straal van 50 m om de deelloca�e Ringweg ongenummerd weer.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

42

Kaart spuitzonering (bron: Michels Advies B.V.)

Uit de kaart volgt dat op verschillende percelen rondom het plangebied het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is. De ini�a�efnemer hee� met de eigenaren van deze percelen afspraken gemaakt over het gebruik hiervan. Hieruit vloeit voort dat op agrarische gronden 50 m rondom de beoogde woonbestemmingen geen chemische gewasbeschermingsmiddelen meer gebruikt mogen worden. Dit is geborgd in de regels bij dit plan. Het aspect gewasbeschermingsmiddelen levert daarmee geen belemmeringen op voor het ini�a�ef. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Het aspect gewasbeschermingsmiddelen is voor deze deelloca�e niet relevant. Belemmeringen zijn daarmee niet aan de orde. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

Hoofdstuk 5

Goede omgevingskwaliteit

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze een goede omgevingskwaliteit wordt gewaarborgd en verder ontwikkeld door de voorgenomen ontwikkeling.

5.1

Zorgvuldig ruimtegebruik

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instruc�eregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instruc�eregel in ar�kel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Ar�kel 5.129g Bkl gee� geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplich�g is. De Raad van State hee� ook aangegeven dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwloca�es of andere stedelijke voorzieningen in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m² of een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m². De Ladderonderbouwing beschrij� de behoe�e aan de ontwikkeling. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemo�veerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoe�e kan worden voorzien. De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau waarop de ruimtebehoe�e wordt afgewogen.

Planspecifiek Het verplaatsen van het bouwrecht van één woning kan niet aangemerkt worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Een verdere toetsing aan de Ladder is daarmee niet nodig. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.2

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

De essen�e van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essen�e van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen samen het fundament voor de duiding en de bescherming van het cultureel erfgoed. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld via de Omgevingswet. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt op grond van de Omgevingswet. Datzelfde geldt voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integra�e in de planvorming). Besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl).

Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenac�viteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

44

Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is veelal opgenomen op de archeologische beleidskaart en/of de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwach�ngen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal vertaald in respec�evelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (�jdelijk deel van het) omgevingsplan of ac�viteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het ini�a�ef in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Cultuurhistorie en landschap Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zoals (rijks)monumenten of andere waardevolle objecten aanwezig. Ten aanzien van de kwaliteiten van het buitengebied is het ini�a�ef getoetst aan het Ruimtelijk KwaliteitsKader. In paragraaf 3.5.7 is gemo�veerd dat het ini�a�ef middels de landschappelijke inpassing hieraan een bijdrage levert. Archeologie Voor onderhavig ini�a�ef is de archeologische verwach�ngskaart van de gemeente Venray (2011) geraadpleegd. Navolgende a�eelding gee� hiervan een uitsnede. Ter plaatse van de deelloca�e Ringweg ongenummerd geldt een lage archeologische verwach�ng. De uit te voeren werkzaamheden zijn daarmee in het kader van archeologie niet onderzoeksplich�g.

Een onderzoeksplicht is ook niet opgenomen in de vigerende planologische situa�e. Het aspect archeologie levert daarmee geen belemmeringen op voor het ini�a�ef.

Uitsnede archeologische verwach�ngskaart (bron: gemeente Venray)

Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Ter plaatse van deze deelloca�e vinden geen ingrepen plaats die van invloed zijn op cultuurhistorie of archeologie. Belemmeringen vanuit deze aspecten zijn daarmee niet aan de orde. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6. 45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

5.3

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blij� ongewijzigd. Uitgezonderd van de toets ten aanzien van s�kstof. De omgevingswaarden voor s�kstofdeposi�e zijn vastgesteld op grond van ar�kel 2.15a van de Omgevingswet. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden.

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en ac�viteiten, afzonderlijk of in combina�e met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alterna�eve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blij�. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-ac�viteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd.

Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, en op bepaalde soorten van na�onaal belang. Soortenbescherming kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, ves�ging of uitbreiding van een soortenpopula�e s�muleren. Op grond van ar�kel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover ac�ef beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en faunaac�viteit moet bij vrijwel alle ac�viteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of:  er soorten aanwezig zijn; en  welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit ac�viteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een onderzoek gedaan naar deze aspecten, waarvan het rapport is opgenomen in bijlage 4. De belangrijkste conclusies zijn in het vervolg van voorliggende paragraaf opgenomen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

46

Soortenbescherming Uit het onderzoek blijkt dat met het naleven van algemene maatregelen, zoals het uitvoeren van werkzaamheden buiten het broedseizoen, het naleven van de algemene zorgplicht, en mi�gerende maatregelen (steenuil) nega�eve effecten op beschermde soorten kunnen worden voorkomen. Overtredingen zijn daarmee uit te sluiten. Voor het plan zijn daarmee geen aanvullende vergunningen of ontheffingen op grond van de Omgevingswet noodzakelijk. Gebiedsbescherming Het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied (Deurnsche Peel & Mariapeel) bevindt zich op circa 3,3 km ten noordwesten van de projectloca�e. Om de situa�e met betrekking tot s�kstof te beoordelen, zijn AERIUSberekeningen uitgevoerd., zie bijlagen 5 en 6. Uit de berekeningen komt naar voren dat de aanlegwerkzaamheden en het gebruik van de nieuwe woning niet leiden tot een toename van de s�kstofdeposi�e op Natura 2000-gebieden. Andere nega�eve effecten zijn, gelet op de afstand en aard van de ac�viteiten, op voorhand uit te sluiten. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Ter plaatse van deze deelloca�e vinden geen ingrepen plaats die relevant zijn met betrekking tot ecologie. Belemmeringen zijn niet aan de orde. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.4

Verkeer en parkeren

De omgevingsvisie van de gemeente moet een visie op verkeer en vervoer op gemeentelijk niveau bevaten. Het ini�a�ef dient hieraan getoetst te worden. Daarnaast blijven de bekende richtlijnen vanuit het CROW bestaan. Een ruimtelijke ontwikkeling zorgt vaak voor een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Bij het toelaten van een nieuwe func�e moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoe�e voor auto's (en evt. ook fietsen en/of scooters). Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De gemeente stelt parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De ac�viteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden.

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

Planspecifiek Deellocatie Ringweg ongenummerd Verkeersgenera�e Het toevoegen van een woning leidt tot een zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen, Het plangebied wordt in de toekoms�ge situa�e ontsloten door de Ringweg. Deze weg hee� meer dan voldoende capaciteit om de beperkte toename aan verkeersbewegingen te verwerken. Parkeren Uitgangspunt van het plan is dat in de toekoms�ge situa�e geparkeerd wordt op eigen terrein. Bij de woning dienen 2 parkeerplaatsen te worden voorzien conform het gemeentelijke parkeerbeleid voor vrijstaande woningen. Op eigen terrein is hiervoor ruim voldoende ruimte aanwezig. De parkeerplaatsen zijn aangegeven op pagina 11 van het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1 bij de regels). Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Ter plaatse van deze deelloca�e verdwijnt de mogelijkheid tot het oprichten van een bedrijfswoning, waarmee planologisch sprake is van een verkleining van de verkeersgenera�e en parkeerbehoe�e. Nega�eve effecten zijn hier niet aan de orde. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.5

Duurzaamheid en klimaatadapta�e

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hite, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico's voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blij�. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezete klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benuten. De na�onale opgave voor klimaatadapta�e is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadapta�e en het Deltaplan Ruimtelijke Adapta�e met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrach�g worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek (zie ook paragraaf 3.5.10) Deellocatie Ringweg ongenummerd Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de deelloca�e Ringweg ongenummerd als gevolg van klimaatverandering.

Uit de kaartbeelden van de klimaateffectatlas is op te maken dat ter plaatse van deze deelloca�e geen wateroverlast, hitestress, droogte of overstroming te verwachten valt. Door het hemelwater binnen de deelloca�e te bergen en te laten infiltreren blij� het hemelwater ook in het gebied zelf. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee voldoet de nieuw te bouwen woning aan de toegenomen koelbehoe�e die kan ontstaan als een gevolg van hitestress. Daarbij zal het gebied rondom de woning zo groen mogelijk worden ingericht en met zo min mogelijk verharding, eveneens ter voorkoming van hitestress. De nieuw te bouwen woning zal als energieneutraal worden gebouwd waarbij onder andere zonnepanelen worden aangebracht. Deellocatie Ysselsteynseweg 40 Op deze deelloca�e vinden geen ontwikkelingen plaats waarvoor het aspect klimaatadapta�e van belang is.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

48

Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Ringweg ong. Ysselsteyn Houbensteyn

Hoofdstuk 6

Conclusie

Ar�kel 1.3 van de Omgevingswet, “maatschappelijke doelen van de wet”, bepaalt het volgende: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” De Memorie van toelich�ng licht dit verder toe: Met behulp van de wet moet de samenleving in staat zijn om de fysieke leefomgeving op de gewenste kwaliteit te brengen, te houden én tegelijker�jd voldoende ruimte te laten voor ac�viteiten van burgers en bedrijven. Centraal staat de samenhangende zorg voor de fysieke leefomgeving welke integrale oplossingen moet bevorderen. Integraal betekent niet dat er geen sectorale beleidsdoelen meer zullen zijn. Zo zullen er doelen en randvoorwaarden blijven op het gebied van veiligheid, gezondheid, kwaliteit van ecosystemen, beschikbaarheid van hulpbronnen en behoud van cultureel erfgoed. Het is voor een goede integra�e van belang dat sectorale doelen en randvoorwaarden helder en eenduidig zijn, omdat deze het uitgangspunt vormen voor de integrale zorg voor de fysieke leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859919/1