004 Bijlage 2 besluit 3 Nalevingsstrategie
Tekst van het document
22
ja wanneer, de klacht wordt behandeld. Hiermee willen wij bewerkstelligen dat de handhavingscapaciteit zoveel mogelijk doelgericht en prioritair kan worden ingezet en niet steeds wordt bepaald door ad hoc meldingen en klachten, bijvoorbeeld over uit de hand gelopen burenruzies. Met andere woorden, het is niet zo dat de gemeente bij een handhavingsverzoek hoe dan ook over moet gaan tot handhavend optreden. Legalisering of onevenredigheid Wij hebben een beginselplicht tot handhaving. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag een bestuursorgaan afzien van handhaving. Dit kan zich voordoen als concreet zicht op legalisatie bestaat, of als handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De vraag wanneer sprake is van zo’n bijzondere omstandigheid is niet eenduidig te beantwoorden. Wij volgen daarbij de lijn die in jurisprudentie is neergelegd. In geval van legalisatie Voordat wij over kunnen gaan tot handhavend optreden moet beoordeeld worden of de overtreding ongedaan kan worden gemaakt met een vergunning. Daarbij wordt de activiteit getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Als er een vergunning verleend kan worden, wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld de vergunning te verkrijgen, binnen een redelijke termijn.
Wij beoordelen de vergunningaanvraag geheel objectief. Er worden wel extra leges geheven voor het feit dat de aanvraag achteraf is ingediend. Wanneer is handhavend optreden onevenredig? Als de belangen van de verzoeker om handhaving zo gering zijn ten opzichte van de overtreden regel kan van handhaving afgezien worden. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een erfafscheiding die 2 cm te hoog is gebouwd en niet in zicht ligt van degene die om handhaving verzoekt. Over deze uitzonderingsgrond is ook veel jurisprudentie geschreven, die wij volgen. Er is overigens niet snel sprake van onevenredig handhaven. Activiteiten zonder vergunning en planologisch strijdig gebruik Vooral ten aanzien van bouwen zonder vergunning en planologisch strijdig gebruik vinden wij dat dit niet zondermeer mag worden beloond door legalisatie met een vergunning. Ook de raad vindt dat en heeft via een motie verzocht om juridische en bestuurlijke mogelijkheden te verkennen om effectiever op te treden tegen illegale werkzaamheden: Te denken is aan a. Het verhogen van leges voor achteraf ingediende vergunningaanvragen; b. Het opleggen van bestuurlijke boetes; Momenteel wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn.
5.1.5 Mediation en buurtbemiddeling Sommige klachten komen voort uit burenruzies. Dat is niet altijd direct duidelijk als er een melding/klacht binnenkomt. De toezichthouders zijn hier alert op en zodra we merken dat sprake is van een burenruzie schakelen we buurtbemiddeling in (bij de lichtere varianten van burenruzie) of starten we een mediationtraject (bij zwaardere gevallen). Beide partijen moeten hier wel voor open
23
staan. De mediators die in Venray beschikbaar zijn, kunnen de toezichthouders ondersteunen en adviseren bij het maken van die keuze.
5.1.6 Basisregistratie personen Een bijzondere tak binnen dit nalevingsbeleid is de BRP (Basisregistratie Personen). De Nederlandse overheid registreert persoonsgegevens in de BRP. Alle overheidsinstellingen en bestuursorganen zoals de Belastingdienst, SVB, UWV etc. zijn verplicht voor hun taken gebruik te maken van deze gegevens. Op basis van deze gegevens worden voorzieningen verstrekt, zoals toeslagen, WW-uitkering, AOW, Pensioenen etc. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor een actuele, juiste en betrouwbare registratie van persoonsgegevens van ingezetenen in de BRP. Een hoge kwaliteit van de adresgegevens van ingezetenen in de BRP is niet alleen van belang voor de afnemers maar ook van belang voor de gemeente zelf, bijvoorbeeld voor het bieden van voorzieningen afgestemd op de woonsituatie, handhaving bij brandveiligheid, een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de sociale woonruimte en het tegengaan van woonfraude inclusief controle op het verblijfsregister. De zelfstandig toezichthouder (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) houdt toezicht op c.q. controleert de naleving van bij of krachtens wet- of regelgeving opgelegde plichten en/of maatregelen in relatie tot de BRP (Basis Registratie Personen).
Samenwerking met andere toezichthouders is hierbij essentieel omdat de toezichthouder BRP vaak casuïstiek behandelt waarbij er mogelijk handhavingsacties zijn vereist vanuit verschillende afdelingen.
5.2
Samenwerking
We werken veel samen, zowel binnen het gemeentehuis tussen de teams, als ook met externe partijen, zoals met de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), de politie, de Veiligheidsregio, belastingdienst, openbaar ministerie en de provincie. Eigenlijk met iedereen die een bijdrage kan leveren aan de veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van onze samenleving. In een aantal gevallen hebben we de samenwerking ook meer formeel vormgegeven, zoals binnen de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN), het Samenwerkingsverband Noordelijk Noord-Limburg (NNL) en binnen het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC)*. Binnen deze samenwerkingsverbanden hebben we afspraken gemaakt over prioritering en in te zetten capaciteit. * NB: Ten aanzien van ondermijning wordt de prioritering niet binnen het RIEC bepaald, maar door de lokale driehoek Venray. Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) Sinds 1 januari 2013 zorgen de omgevingsdiensten en regionale uitvoeringsdiensten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van hoofdzakelijk de basistaken milieu. Dit zijn de zwaardere milieutaken. De RUD LN coördineert het gezamenlijk uitvoeringsprogramma
24
vergunningverlening en toezicht, bevordert en faciliteert de kwaliteitsverbetering van de dienstverlening en bewaakt het kwaliteitsniveau van de uitvoerders en de dienstverlening. De RUD LN is in eerste instantie als netwerkconstruct van start gegaan in 2013. Vanaf 2018 is de samenwerking in de RUD gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam (GR RUD LN). De directie van de RUD LN en het coördinatiecentrum zijn gevestigd in Roermond. De RUD LN onderscheidt zich van omgevingsdiensten in Nederland, doordat de medewerkers in dienst van de gemeenten zijn gebleven. Zoals in paragraaf 4.2 ‘overige ontwikkelingen’ al is aangegeven heeft de huidige netwerk RUD van Limburg Noord van het ministerie de opdracht om zich om te vormen tot een robuuste omgevingsdienst per april 2026. Samenwerkingsverband NNL De gemeenten Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar en Venray trekken samen op bij de uitvoering van de VTH-taken. De samenwerking is vooral gericht op lichtere milieutaken (die niet tot de basistaken behoren) en de taken bouwen en slopen. De komende tijd onderzoeken wij of en hoe we deze taken in een samenwerkingsverband kunnen blijven uitvoeren. Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Limburg Het RIEC Limburg is ondersteunend en adviserend in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit.
Het RIEC verbindt informatie en expertise en bundelt de krachten van de verschillende overheidsinstanties. Daarnaast stimuleert en ondersteunt het RIEC de publiek-private samenwerking bij de aanpak van ondermijning. Het RIEC stelt integrale handhavingsadviezen op en stemt projectmatig bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale interventies af met regionale partners.
25
6
Afwegingskader
6.1
Wendbaarheid, duidelijkheid en daadkracht
Dit nalevingsbeleid geeft een kader waarbinnen we onszelf willen positioneren als een wendbare, duidelijke en daadkrachtige overheid als het gaat om naleving. Wendbaar omdat de wereld om ons heen snel verandert en we zo goed mogelijk in willen spelen op ontwikkelingen. Duidelijkheid omdat we klip en klaar willen zijn in wat wij verwachten van inwoners, instellingen en bedrijven én wat zij van ons mogen verwachten. Daadkracht omdat dit nalevingsbeleid slechts papier is en we in de Venrayse samenleving daadwerkelijk willen zien en ervaren dat het goed wonen, werken en leven is. We hebben veel wensen en beperkte middelen. Hoewel ons streven is dat inwoners, bedrijven en andere partijen alle geldende regels en voorschriften naleven, spreekt het voor zich dat wij niet van alle activiteiten die in Venray plaatsvinden kunnen nagaan en controleren of ze ook daadwerkelijk voldoen aan wettelijke regels en voorschriften uit vergunningen en ontheffingen. Ook kunnen we niet overal ingrijpen waar dit niet het geval blijkt te zijn. We moeten dus een afweging maken hoe we de beschikbare handhavings- en toezichtcapaciteit het meest efficiënt en effectief inzetten. Dit hoofdstuk geeft een proces en afwegingskader om zorgvuldige afwegingen te kunnen maken waar we op in gaan zetten, zodat we zoveel mogelijk maatschappelijk effect bereiken.
Ook kan het dienen als een verantwoordingsinstrument: hebben we de goede dingen gedaan. Om dit mogelijk te maken is monitoring op indicatoren belangrijk. Dit is een groeipad.
6.2
Prioritering en risicomanagement
De uitvoering van het nalevingsbeleid draait om het zodanig beheersen van de risico’s dat er meer zekerheid bestaat dat wij onze doelstelling(en) kunnen realiseren. Dit betekent een zorgvuldige afweging waar onze capaciteit op wordt ingezet. Daartoe is inzicht nodig in de opgave en de daarvoor beschikbare capaciteit. Jaarlijks wordt een analyse uitgevoerd op de data van de afgelopen jaren. Deze data vormen de basis voor het op te stellen uitvoeringsprogramma. Het algemene beeld is dat het aantal aanvragen voor een omgevingsvergunning bouwen al enkele jaren redelijk stabiel is. De verwachting is dat deze lijn doorzet. Onzekere factoren zijn hierbij de impact van de Omgevingswet en de beëindigingsregeling veehouderijlocaties van Rijk en provincie. Ook bij het aantal aanvragen in het kader van de APV/Bijzondere wetten verwachten wij een eenzelfde beeld. Echter, het aantal toezichtstaken neemt de laatste jaren toe door tal van ontwikkelingen en onze ambities. In beginsel wordt ingezet op gebieden waar de risico’s het grootst zijn. Dat de minder prioritaire gebieden hierdoor minder aandacht krijgen, betekent niet dat een gemeente niet voldoet aan haar wettelijke taken. In de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag de taak heeft zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de Omgevingswet en de hieronder vallende wetgeving.
In de betreffende wetgeving is echter niet voorgeschreven op welke wijze het bevoegd gezag de regels moet controleren en of zij alle regels moet controleren. Integendeel, de wetgever biedt in
26
het Omgevingsbesluit het bevoegd gezag de mogelijkheid om handhavingsbeleid te formuleren en hierin prioriteiten te stellen. Risicoanalyse Voor het realiseren van integraal nalevingsbeleid worden risicoanalyses uitgevoerd. De risicoanalyse wordt uitgevoerd met behulp van de risicomatrix. Deze matrix is een instrument voor het stellen van prioriteiten binnen de gemeentelijke taken en een hulpmiddel voor het maken van keuzes. Hoewel de matrix objectief wordt benaderd, blijft het gebruik ervan subjectief. Dit komt omdat het waarderen van kansen op en effecten van overtredingen mensenwerk is. Door met thema’s en criteria te werken, wordt het proces geobjectiveerd. De matrix geeft niet aan wát en in welke mate bij een bepaald thema moet worden gehandhaafd. De matrix geeft de prioriteit op basis van: 1. het (negatief) effect als gevolg van het niet naleven van voorschriften en 2. de kans dat voorschriften niet worden nageleefd (kans op overtreding). Prioritering op basis van het risicomodel We inventariseren onze opgaven aan de hand van vier stappen. Stap 1: Wettelijke taken Wettelijk gezien moet de gemeente een aantal taken uitvoeren. Dit betekent dat een aantal handhavingsopgaven in ieder geval moet worden opgepakt.
Stap 2: Beleid Vastgesteld beleid kan leiden tot het opnemen van een handhavingsopgave in het handhavingsprogramma terwijl dit op basis van alleen de risicoanalyse wellicht niet het geval zou zijn. Bij het vaststellen van nieuw beleid moet dan ook altijd kritisch worden bekeken of het onderdeel naleving haalbaar en werkbaar is. Stap 3: Politiek bestuurlijke prioriteiten, zowel gemeentelijk als landelijk 3a: De lokale politiek bestuurlijke prioriteiten vinden we in het samenwerkingsprogramma/collegeprogramma, raads- en college voorstellen en moties van de raad. Daarbij zijn lokale ontwikkelingen en omstandigheden van invloed op wat politiek en bestuurlijk belangrijk wordt gevonden. 3b: Ook het rijk heeft in het verleden meermaals naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen en omstandigheden gemeenten opdracht gegeven om bepaalde toezichtstaken uit te voeren (bijvoorbeeld een onderzoek naar balkons en platte daken naar aanleiding van ongelukken als gevolg van constructiefouten). Prioriteiten naar aanleiding van lokale en landelijke ontwikkelingen zijn niet voorspelbaar en daardoor vrijwel niet in een (meerjaren)programma te vangen. Wel kan flexibele ruimte worden ingebouwd voor onvoorziene opgaven.
In hoofdstuk 2 is de kaderstellende en controlerende rol van de raad uiteengezet en is ook aangegeven dat de grote belangstelling van de raad voor nalevingsbeleid logisch volgt uit het samenwerkingsprogramma en collegeprogramma waarin toezicht en handhaving als speerpunt is opgenomen. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de door de raad vastgestelde
27
kaders en stelt dit nalevingsbeleid en het daaruit volgende uitvoeringsprogramma vast. Voor deze periode, in de context van het collegeprogramma is het zinvol om ook bij de raad/commissie input op te halen over waar prioriteit aan gegeven moet worden in het uitvoeringsprogramma. Bij het stellen van politiek/bestuurlijke prioriteiten moeten we rekening houden met de (capaciteits-) consequenties voor betrokken afdelingen en teams. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Er moet een (kwantitatieve) toedeling gemaakt worden maar het kan bijvoorbeeld ook zijn dat onze handhavers in specifieke gevallen niet bevoegd dus niet gekwalificeerd zijn. Daarnaast kan intensiveren van toezicht en handhaving op een bepaald onderwerp gevolgen hebben voor de inzet van beleidscapaciteit. Stap 4: Toedeling van de beschikbare capaciteit. De uitkomsten van stap 1 t/m 3 vormen de input voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De daadwerkelijk in te zetten personele capaciteit moet één op één worden afgestemd in het handhavingsuitvoeringsprogramma. De begroting biedt een kader voor de beschikbare capaciteit. Toepassing risicomatrix De risicomatrix wordt gevormd door de combinatie van ‘negatief effect’ en ‘kans op overtreding’. Door beide onderdelen grafisch tegen elkaar uit te zetten wordt de prioriteit zichtbaar en ontstaat een matrix.
Als we kijken naar de negatieve effecten van het niet naleven geldt een aantal criteria: fysieke veiligheid (voorkomen van pijn of letsel), kwaliteit van de leefomgeving (het gaat dan vaak om het gevoel van veiligheid), financieel economisch (bijvoorbeeld schadeclaims of herstelkosten), bescherming van natuur en milieu, volksgezondheid en maatschappelijke beeldvorming (mogelijke afbreukrisico voor het imago van de gemeente en minder vertrouwen in de overheid). Bij de kans op overtreding kijken we vooral naar de doelgroep. Kent de doelgroep de regel, wat levert naleving de doelgroep op en wat moet de doelgroep er voor over hebben, vindt de doelgroep de regels ‘redelijk’, is de doelgroep gezagsgetrouw en is de doelgroep gevoelig voor sociale controle (gemeenschappelijke norm).
28
6.3
Vertaling naar uitvoeringsprogramma
Op grond van het nalevingsbeleid en op basis van politieke prioriteiten wordt een meerjarige prioriteitenlijst opgesteld. We prioriteren op drie niveaus (I t/m III). De gegeven prioriteit bepaalt de mate van de inzet van capaciteit, en op welke (vastgestelde) thema’s en met welke diepgang dat gebeurt. We kijken hierbij vooral naar het risico en naar de politiek bestuurlijke ambities. Niveau I Het niet uitvoeren van deze toezichtactiviteiten leidt tot hoge risico’s met, als het mis gaat, een grote impact op gezondheid of veiligheid. Niveau II Als we deze activiteiten niet zouden uitvoeren, geven ze een beperkte kans op negatieve gevolgen voor de leefomgeving. Niveau III Als we deze activiteiten niet, of met minimale inzet zouden uitvoeren, lopen we weinig risico met nauwelijks impact op de leefomgeving. De prioriteitenlijst is belangrijke input voor de jaarlijkse planning van de uitvoering. We streven naar een integraal uitvoeringsprogramma voor het ruimtelijk gebied waarin de planning van toezicht Openbare Ruimte, BOA’s, VTH, OOV en beleid op elkaar zijn afgestemd. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt opgenomen: •
de beleidsmatige doelstellingen voor dat jaar en hoe we deze gaan behalen
•
standaardwerkzaamheden die uitgevoerd gaan worden
De evaluatie over het jaar leggen we vast in het jaarverslag. Hierin geven we aan of we de beleidsdoelstellingen gehaald hebben. Het jaarverslag dient tevens als inpunt voor het uitvoeringsprogramma van het jaar daarna. Het uitvoeringsprogramma en jaarverslag wordt vastgesteld door het college en wordt ter informatie aan de gemeenteraad gestuurd. Hiermee voldoet de gemeente aan haar wettelijke plicht.
29
7
Monitoring en doorontwikkeling nalevingsbeleid
Monitoring is het sluitstuk van dit nalevingsbeleid, maar niet van onze beleidscyclus. Via monitoring kunnen we inzicht krijgen in de voortgang van onze werkzaamheden. Maar naast deze kwantitatieve gegevens, kunnen er nog veel meer gegevens zichtbaar gemaakt worden. Worden de gestelde doelen gehaald of moet hier bijgestuurd worden, welke zaken worden het meest geconstateerd en wat zijn de effecten hiervan. Deze gegevens worden gebruikt om de doelstellingen van het daaropvolgende jaar vast te stellen. Voorwaarden voor goede monitoring Voor een goede monitoring is het registeren van de juiste gegevens cruciaal. Er zal goed toegezien moeten worden dat de benodigde gegevens geregistreerd worden. Sinds juli 2023 wordt gebruikt gemaakt van RX Mission als applicatie voor het registeren van de gegevens. Dit is de opvolger van Squit XO. Hierin worden ook de resultaten en voortgang bewaakt van onder andere uitgevoerde controles en verleende vergunningen, maar ook geconstateerde overtredingen en ontvangen meldingen en klachten worden hier opgeslagen. Deze informatie zegt op zichzelf nog niets. Door de verschillende zaken met elkaar te koppelen ontstaat er een beeld van de effecten van toezicht en handhaving. Om de zaken aan elkaar te koppelen wordt een datawarehouse gebouwd. Dit zorgt ervoor dat we deze koppeling tussen de verschillende zaken kunnen maken.
Dit jaar willen we de eerste zaken gaan monitoren en de komende jaren deze steeds verder uitbreiden. Doorontwikkeling Zodra er een goede basis is gelegd met betrekking op het opslaan en het beheer van de data, kan er een volgende stap worden gezet in de richting van risicogericht toezicht. Dit is het ontwikkelen van rapportages waarin de beschikbare data wordt gevisualiseerd. Via dergelijke rapportages kan er inzichtelijk worden gemaakt bij welke activiteiten er vaak (ernstige) overtredingen worden geconstateerd en bij welke niet. Door het uitlezen, filteren en sorteren van data kan er inzicht worden geboden in de risicovolle bedrijven, wat vervolgens meegenomen kan worden in de keuze bij welke bedrijven er frequenter toezicht plaats zal vinden. Uiteindelijk kan deze informatie dus gebruikt worden voor het uitvoeren van risicogericht toezicht. Monitoring speelt dus op dat vlak een grote rol bij het ontwikkelen van risicogericht toezicht.
30
Bijlage 1: Werkwijze toezicht per taakveld Openbare ruimte Het toezicht in de openbare ruimte is voor burgers het meest zichtbaar. Voorbeelden zijn het opleggen van parkeerboetes of het verbaliseren van APV-overtredingen. Deze vorm van toezicht gebeurt in de vorm van surveillance. Deze surveillance wordt met name ingezet op die plaatsen en tijdstippen waarvan verwacht wordt dat zich overtredingen kunnen voordoen. Het primaire doel van het surveilleren is preventie. Wanneer burgers weten dat ze gecontroleerd worden zal men zich naar verwachting eerder aan de regels houden. De toezichthouder heeft bij de constatering van overtredingen de keuze tussen waarschuwen en bekeuren door middel van het uitschrijven van een proces-verbaal. Indien overtredingen hercontroleerbaar zijn kan in eerste instantie worden gekozen voor een (mondelinge) waarschuwing (bijvoorbeeld bij het parkeren van vrachtwagens in de bebouwde kom). Indien uit een hercontrole blijkt dat de overtreding niet is opgeheven, kan alsnog een proces-verbaal worden opgelegd. Voor het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte heeft de gemeente de beschikking over toezichthouders die hiervoor specifiek zijn aangewezen en opsporende bevoegdheid bezitten, de zogenaamde boa’s. Deze Buitengewone Opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot opsporing voor de strafbare feiten waartoe ze zijn aangewezen.
De werkzaamheden zijn te verdelen in: •
toezicht op werkzaamheden van derden (werk in uitvoering, projectontwikkelaars)
•
toezicht bij periodieke onderhoudswerkzaamheden (groen, snoeien, vegen, ed.)
•
toezicht op naleven vergunning (hekwerken, infiltratievoorzieningen, parkeren, ed.)
•
toezicht bij knelpunten (‘landjepik’, illegale afvalstort, illegale motorcross, snoeien, ed.)
Bouwen, slopen en overige Omgevingswet-activiteiten Veelal gaat het binnen dit taakveld om vergunningplichtige activiteiten. Als geen vergunning is aangevraagd en verkregen, wordt direct handhavend opgetreden. Dit handhaven kan bestaan uit het stilleggen/stopzetten van de activiteiten/werkzaamheden. Het uitgangspunt is om te onderzoeken of legalisering door middel van een vergunning mogelijk is. Als alsnog een vergunning is verleend (legalisatie), kunnen de activiteiten c.q. werkzaamheden worden hervat. Wanneer legalisatie niet mogelijk is, is bijsturing of het ongedaan maken van de overtreding wenselijk door middel van sancties. Herstel in de oude situatie is dan het uitgangspunt. Slecht naleefgedrag wordt nimmer ‘beloond’. Legalisatiemogelijkheden worden kritisch bezien. Reeds gerealiseerde bouwwerken worden dus niet soepeler getoetst omdat ze anders afgebroken moeten worden. Bij de activiteiten bouwen, verbouwen en slopen is toezicht mogelijk tijdens de werkzaamheden. Daarbij kunnen controles zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. De frequentie waarop toezicht wordt gehouden wordt afgestemd op de aard/complexiteit van het bouwwerk/de activiteit. Hierbij dient te worden opmerkt dat door de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor Bouwen (Wkb) een wijziging in het bouwtoezicht gaat plaatsvinden.
31
Het bouwproces wordt als het ware in tweeën opgeknipt: 1.
De ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze loopt via de gemeente.
2.
De bouwtechnische component: hiervoor wordt de papieren toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname.
De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en het college van B&W blijft het bevoegd gezag. De vergunninghouder legt inhoudelijk verantwoording af aan het bevoegd gezag. Dit doet hij door middel van een risicobeoordeling vóór de aanvang van de bouw. Ook dient er ten behoeve van de gemeente een zogenaamde ‘dossier bevoegd gezag’ bijgehouden te worden door de vergunninghouder en na afloop van het bouwtraject aan de gemeente te worden overhandigd. De risicobeoordeling kan door het bevoegd gezag worden gebruikt om zijn handhavende taak van waarnemen, beoordelen en interveniëren vooraf inhoud en richting te geven. Voor zijn handhavende taak kan het bevoegd gezag, als hij daarvoor in specifieke gevallen aanleiding ziet op basis van deze risicoanalyse en het bijbehorende borgingsplan, tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen. De exacte impact van de Wkb is nog niet duidelijk. Het zelfde geldt voor de nog te maken keuzes in het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Wanneer een aantal vergunningplichten worden omgezet tot meldingen, of helemaal worden losgelaten (mits wordt voldaan aan algemene regels), dienen deze achteraf te worden gecontroleerd.
Het VTH-beleidsveld is de komende jaren dus nog in volle ontwikkeling en daarom moet periodiek worden geëvalueerd of bijstelling met betrekking tot toezicht- en handhavingstaken nodig is. Ruimtelijke ordening De handhavingsstrategie bij dit taakveld ziet grotendeels op overtredingen van de regels van het omgevingsplan ten aanzien van de gebruiks- en bouwmogelijkheden (bijvoorbeeld afwijkend gebruik of overschrijding bouwvlak). Wanneer overtredingen worden geconstateerd, is de algemene (wettelijke voorgeschreven) lijn dat wordt onderzocht of legalisatie achteraf tot de mogelijkheden behoort. Wanneer wordt afgeweken van het geldende planologische kader (omgevingsplan), biedt de omgevingsvisie bij deze beoordeling houvast om de mogelijkheid tot legalisatie te bezien. Als deze mogelijkheid er niet is, dient de overtreding te worden beëindigd. In de praktijk betekent dit dat de strijdigheid met het omgevingsplan moet worden gestopt of het bouwwerk (gedeeltelijk) moet worden afgebroken. De instrumenten dwangsom en bestuursdwang worden hierbij ingezet. In de omgevingsvisie worden de groene leefomgeving en de aanwezige natuurwaarden in het buitengebied aangemerkt als bijzondere kernkwaliteit van onze gemeente. De nalevingsstrategie richt zich hier met name op strikte toepassing van regelgeving aan de toegekende waarden aan het buitengebied.
Er wordt streng opgetreden tegen illegale activiteiten. Conform het collegeprogramma verdienen plannen die alleen onder de strikte voorwaarde van landschappelijke inpassing worden vergund, eveneens aandacht bij controle op de naleving daarvan.
32
Milieu De basistaken zijn de milieutaken van gemeenten met een bovenlokale dimensie die op regionaal niveau uitgevoerd moeten worden. Ze zijn zeer complex of omvatten provinciale milieu- en bouwtaken. Deze moeten door een omgevingsdienst uitgevoerd worden. Onderhavige nota ziet niet toe op deze taken. De niet-basistaken milieu, ook wel thuistaken genoemd, zijn de taken die we zelf oppakken. Deze taken worden branchegericht gepland en worden opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Bij een klacht (ook anonieme klachten) beoordelen we wat de risico’s zijn als we geen controle uitvoeren. We onderscheiden de volgende klachtafhandeling door onze toezichthouders milieu (afgeleid van de klachtafhandeling door de Piketdienst Milieu van de RUD Limburg-Noord): •
klachten waar we na één melding ter plaatse gaan. Denk hierbij aan dumpingen van gevaarlijke stoffen of chemische geurklachten;
•
klachten waar we een controle doen als we twee of meer onafhankelijke klachten over hetzelfde voorval hebben ontvangen. Denk hierbij aan geluidsoverlast van horeca of evenementen;
•
klachten die we alleen registreren. Denk hierbij aan klachten met weinig of geen risico/negatieve gevolgen (bijvoorbeeld een melding over stankoverlast van de afvalcontainer bij de buren). Het is aan de toezichthouder om dit risico in te schatten. Bij meerdere klachten kan de beoordeling over het risico veranderen.
Brandveilig gebruik Het toezicht op het brandveilig gebruik wordt uitgevoerd door de gemeente. In bepaalde gevallen kan een beroep worden gedaan op de expertise aanwezig bij de brandweer. De frequentie waarop toezicht wordt uitgeoefend wordt afgestemd op de risicoanalyse. De overtredingen op het gebied van brandveiligheid kunnen in 3 categorieën worden onderverdeeld: •
kleine gebreken/laag risico: de eigenaar/beheerder wordt mondeling gewezen op de tekortkoming. In deze situaties wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de overtreder om de tekortkomingen te herstellen.
•
middelzware gebreken/matig risico: deze tekortkomingen moeten hersteld worden. Hiervoor wordt aan de eigenaar/beheerder een termijn gesteld om de tekortkoming te herstellen. Na verloop van deze termijn vindt een hercontrole plaats.
•
ernstige gebreken/hoog risico: als gebruikers van een pand direct gevaar lopen, is sprake van een levensbedreigende situatie. In deze gevallen is onmiddellijk optreden vereist. In deze gevallen kan een bevel tot ontruiming/(tijdelijke) sluiting worden gegeven, tot het moment waarop weer voldaan wordt aan de gestelde eisen.
Alcoholwet De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 vervangen door de Alcoholwet. Deze wet bevat ten opzichte van de Drank- en Horecawet een aantal nieuwe onderdelen die gemeenten bij verordening kunnen regelen (bijvoorbeeld het verhogen van de minimale vloeroppervlakte-eisen voor horeca en slijterijen en het aanwijzen van een alcoholoverlastgebied bij ernstige overlast of verstoring van de openbare orde). Vooralsnog brengt de Alcoholwet geen wijzigingen in de wijze waarop wij toezicht
33
houden en handhavend optreden in de horeca. Een deel van de handhavingstaken is neergelegd bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Indien wij zaken signaleren die niet tot onze bevoegdheid behoren, zullen wij deze actief melden bij de NVWA. In het kader van het ‘Preventie- en Handhavingsplan Jeugd en Alcohol’ wordt meer prioriteit toegekend aan de controle op het verstrekken van alcohol aan jeugdigen. De nadruk ligt in dit beleid echter op preventieprogramma’s. Handhavingsmaatregelen zijn aanvullend op deze preventiemaatregelen. De handhavingsstrategie heeft betrekking op toezicht bij horecagelegenheden en tijdens evenementen. Bij een eerste constatering van een overtreding wordt de overtreder direct aangesproken door de toezichthouder en krijgt een waarschuwing. Bij een tweede constatering wordt aan de hand van de rapportage een bestuursrechtelijk handhavingstraject opgestart. Een bestuursrechtelijk handhavingstraject is bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van een last onder bestuursdwang. Op basis van de Alcoholwet kunnen boa’s strafrechtelijk optreden. In een aantal gevallen is een strafrechtelijk optreden een efficiënter instrument. De zorg voor het verantwoord plaatsvinden van het evenement ligt bij de organisator.
Deze kan zich laten bijstaan door gecertificeerde beveiligingsbedrijven die over een zogenaamde ND-vergunning beschikken en voldoen aan het keurmerk ’Evenementenbeveiliging’. De boa’s (en in mindere mate de politie) zien erop toe dat de organisator de vergunningsvoorwaarden en de Alcoholwet naleeft. APV en bijzondere wetten Het taakveld APV/bijzondere wetten bevat een grote hoeveelheid aan activiteiten. Voor een aantal van deze activiteiten is een vergunning/ontheffing vereist. We zetten hierbij verschillende vormen van toezicht in. Aan de hand van de aard en de ernst van de overtreding wordt een passende handhavingsstrategie toegepast.
34
Bijlage 2: Prioriteiten tbv uitvoeringsprogramma I Openbare ruimte (BOA) Toezicht op straat: -
Huishoudelijk afval, met name PMD
-
Overtredingen in voetgangersgebieden, inclusief fietsen door het centrum
-
Parkeeroverlast centrumgebied Venray
-
Aandachts- en risicovolle evenementen
Brandveiligheid (VTH) -
Gebouwen met kwetsbare groepen of verhoogd risico (zoals zorggebouw, horeca, scholen, kinderdagverblijven)
-
Aandachts- en risicovolle evenementen
Bouwen/afwijken omgevingsplan (VTH) -
Grotere gebouwen, zoals appartementencomplexen, parkeergarages, bedrijfsgebouwen, logiesgebouwen, zorggebouwen en gebouwen met een openbare functie
-
Landschappelijke elementen
-
Asbestverwijdering
-
Bouwen zonder vergunning
-
Huisvesting van internationale werknemers
-
Landschappelijke inpassing
-
Toezicht op voorwaarden uit de vergunning
BRP (Burgerzaken) -
Adreskwaliteit
Milieu (VTH) -
Controles intensieve veehouderij (luchtwassers, aantal dieren etc.), stoppende agrariërs, mestverwerking (samen met NVWA)
-
Bodemverontreiniging, dumping en opslag gevaarlijke stoffen
-
Tankstation met LPG (milieuaspecten) en zware industriële bedrijven (milieuaspecten)
-
Toezicht op en intrekking van niet gebruikte vergunningen
-
Energietoezicht
Veiligheid/ondermijning (MO) -
Sluiten van panden (Opiumwet)
-
Gebieds- en huisverboden
-
Ondermijning (waaronder drugsdumpingen, mensenhandel, witwassen e.d.)
-
Overlast rondom coffeeshops
-
Drugshandel op straat Sociale woonoverlast
Natuur (OR) Landschappelijk elementen 35
II Openbare ruimte (BOA) Toezicht op straat: -
(Zwerf-) afval
-
Alcoholgebruik minderjarigen
-
Overig parkeeroverlast
-
Hondenpoep
-
Controle Alcoholwet
-
Wildkamperen
-
Uitstallingen
-
Evenementen regulier
Brandveiligheid (VTH) -
Bedrijfsgebouw, appartementencomplex, winkel
-
Evenement regulier
Bouwen/afwijken omgevingsplan (VTH) -
Bouwen stal veehouderij, bedrijfsverzamelgebouwen,
-
Illegale reclame (bouwwerken)
Milieu (VTH) -
Mestopslag
-
Horeca (milieuaspecten)
-
Lichte industriële bedrijven (milieuaspecten)
-
Tankstation zonder LPG
-
Vuurwerkbedrijven
Veiligheid/ondermijning (MO) -
36
Prostitutie
III Openbare ruimte (BOA) Toezicht op straat: -
Crossen in de bossen
-
Collecteren/venten
-
Vaarbewijs (openbaar water)
-
Stookoverlast
Bouwen/afwijken omgevingsplan (VTH) -
Bouw woning, verbouwingen, monumenten
Milieu (VTH)
37
-
Garage zonder LPG (milieuaspecten)
-
Kantoren (milieuaspecten)
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van ... en collegevergadering van …… De griffier, S.A. Boere
Het college van Burgemeester en wethouders, De burgemeester
De secretaris
M.A. Uitdehaag
E. Voorn
De Burgemeester,
M.A. Uitdehaag
38
Raadsvoorstel
Onderwerp
Intrekken VTH beleid
Zaaknummer
Steller Team
Raad datum
23 september 2025
Teammanager Portefeuillehouder
Medewerker team Vergunningverlening Toezicht Handhaving, medewerker team Concern VTH/Concern Teammanager VTH, Teammanager Concern Erik van Daal
Openbaarheid Ja, Per direct. Ter advisering/kennisneming/bespreking Ter advisering
Voorstel 1. Het nalevingsbeleid 2025-2026 inclusief de prioriteitenlijst vast te stellen. 2. Het nalevingsbeleid 2025-2026 op de eerstvolgende dag na bekendmaking in te laten gaan. 3. Het VTH-beleidsplan d.d. 7 juli 2020 in te trekken. 4. De intrekking op de eerstvolgende dag na bekendmaking in te laten gaan.
1 van 5
Raadsvoorstel Inleiding Het college heeft op 25 februari 2025 de nota Nalevingsbeleid vastgesteld. Dit nalevingsbeleid komt in de plaats van het VTH-beleidsplan (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) dat uw raad op 7 juli 2020 heeft vastgesteld. Uw raad wordt gevraagd dit VTH beleid in te trekken. We willen een betrouwbare overheid zijn die zegt wat zij doet en doet wat zij zegt. Vanaf het begin van deze collegeperiode hebben we al gehandeld in de geest van dit nalevingsbeleid. Hoewel beleid en instrumentarium belangrijk zijn, gaat het er vooral om dat wij dit ook consequent en consistent toepassen, zodat niet de indruk ontstaat dat regels niet nageleefd hoeven te worden omdat de gemeente toch niet optreedt of achteraf zaken alsnog legaliseert. Met andere woorden, wij willen bevorderen dat iedereen de regels uit zichzelf naleeft. Het college heeft het vorige VTH beleidsplan geactualiseerd en verbreed tot een integraal beleid voor het fysieke domein van de gemeente Venray. Vandaar dat we nu spreken over nalevingsbeleid. Het nalevingsbeleid gaat over de vraag hoe we er voor zorgen dat afspraken en regels die voor ons als gemeente, onze inwoners, bedrijven en organisaties gelden ook worden nageleefd.
Deze afspraken en regels vinden we in nationale wet- en regelgeving en in beleidskaders die door uw raad zijn vastgesteld, zoals bijvoorbeeld een omgevingsvisie of een Algemene Plaatselijke Verordening. Het is een beleidsplan voor de uitvoering. Ambtelijk is geadviseerd om dit beleidsplan vast te laten stellen door het college. Het is niet logisch dat de raad, zoals met het VTH beleid is gebeurd, dit beleid vaststelt. De raad gaat immers over de kaders en de controle op de uitvoering daarvan, het college gaat over de uitvoering. In de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (artikel 4:81) is er sprake van een beleidsregel. Het vaststellen van beleidsregels voor de toepassing van een bevoegdheid berust bij hetzelfde orgaan als waar de toepassing van die bevoegdheid berust. Echter, uw raad heeft bij motie van 13 mei 2025 aangegeven het nalevingsbeleid met de prioriteitenlijst vast te willen stellen. Daarbij wordt verwezen naar een advies van de VNG dat is geformuleerd in een handleiding over toezicht en handhavingsbeleid. Het college heeft besloten deze motie te volgen. Echter, navraag bij de VNG leert dat de conclusie dat de bevoegdheid tot vaststelling van het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst bij de raad behoort te liggen zeker niet eenduidig te trekken is. Daarom is het van belang dat óók het college het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst formeel vaststelt.
Dit om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de rechtsgeldigheid van het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst omdat deze niet door het bevoegd gezag zouden zijn vastgesteld. In het geactualiseerde nalevingsbeleid is een omschrijving van de formele rolverdeling tussen raad en college, de reikwijdte van het beleid, ontwikkelingen, de instrumenten die ons ter beschikking staan en een afwegingskader opgenomen waar we gebruik van maken bij de prioritering en het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Beoogd resultaat Een nieuw en rechtsgeldig nalevingsbeleid 2025-2026 waarin de toepassing van het beschikbare instrumentarium voor, en de wijze van toezicht en handhaving op, de naleving van de regels en afspraken die voor de inwoners, bedrijven en organisaties in Venray gelden als ook de prioritering voor de uitvoering is geregeld.
2 van 5
Raadsvoorstel
Argumenten 1.1
We werken al in de geest van het nieuwe nalevingsbeleid.
Zoals in de inleiding al is aangegeven heeft dit college, vooruitlopend op en in de geest van dit nalevingsbeleid in de afgelopen twee jaar al het nodige opgepakt en geïntensiveerd. Er is onder andere extra formatie gevraagd die zowel in de backoffice (juridische ondersteuning) als in de frontoffice (toezicht en handhaving ‘in het veld’) is ingezet. Onderstaande tabellen laten zien dat toezicht en handhaving in de afgelopen twee jaar is geïntensiveerd en ook dat, mede op basis van politiek bestuurlijke prioriteiten, de inzet jaarlijks met verschillende focus is gepleegd.
3 van 5
Raadsvoorstel
1.2
De kaderstellende en controlerende rol van raad ten opzicht van de uitvoerende rol van het college van B&W
In nationale wet- en regelgeving vinden we afspraken en regels waar bij het college of (in het geval van openbare orde en veiligheid) de burgemeester moet toe zien op de naleving ervan. Daarnaast stelt de raad kaders vast in bijvoorbeeld een omgevingsvisie of een verordening (zoals bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening, APV). Ook hier ziet het college toe op de naleving. Het stellen van nadere regels over de wijze waarop dat gebeurt is ook taak van het college. Het nieuwe nalevingsbeleid en het daarop gebaseerde uitvoeringsprogramma, inclusief prioritering, wordt dus opgesteld en vastgesteld door het college. In hoofdstuk 2 van het nieuwe nalevingsbeleid dat als bijlage bij dit raadsvoorstel is gevoegd wordt deze rol en taakverdeling verder uiteengezet. Op hoofdlijnen ziet de rol- en taakverdeling tussen raad en college er als volgt uit:
1.3
De raad heeft aangegeven het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst vast te willen stellen.
De raad heeft bij motie van 13 mei 2025 aangegeven het nalevingsbeleid met de prioriteitenlijst vast te willen stellen. Het college heeft besloten deze motie te volgen. Daarom wordt het nalevingsbeleid inclusief de prioriteitenlijst ter vaststelling aan de raad aangeboden. Echter, navraag bij de VNG leert dat de conclusie dat de bevoegdheid tot vaststelling van het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst bij de raad behoort te liggen zeker niet eenduidig te trekken is. Daarom is het van belang dat óók het college het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst formeel vaststelt. Dit om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de rechtsgeldigheid van het nalevingsbeleid en de prioriteitenlijst omdat deze niet door het bevoegd gezag zouden zijn vastgesteld. In het geactualiseerde nalevingsbeleid hebben we de formele rolverdeling tussen raad en college zo helder mogelijk uiteengezet 2
Het nalevingsbeleid 2025-2026 dient gepubliceerd te worden
Om het nalevingsbeleid 2025-2026 in werking te laten treden moet het gepubliceerd worden. Inwerkingtreding vindt plaats op de dag na publicatie.
4 van 5
Raadsvoorstel 3. Het nalevingsbeleid vervangt het VTH-beleid. Het nalevingsbeleid vervangt het huidige VTH-beleid. Het VTH-beleid 2020 dat op 7 juli 2020 is vastgesteld door de raad dient derhalve door de raad te worden ingetrokken. 4
Intrekking treedt pas in werking na bekendmaking.
Om het VTH-beleid 2020 in te trekken dient het besluit daartoe gepubliceerd te worden. Het besluit treedt in werking de dag na de bekendmaking.
Kanttekeningen en risico’s Bij eenzijdig vaststellen van het nalevingsbeleid door de raad bestaat het risico dat, wanneer het college in concrete situaties handhavend optreedt, de rechtsgeldigheid hiervan ter discussie wordt gesteld omdat het nalevingsbeleid waarop het optreden van het college is gebaseerd niet door het bevoegd orgaan zou zijn vastgesteld. Communicatie De vaststelling van het nalevingsbeleid 2025-2026 en de intrekking van het VTH-beleid 2020 zal gepubliceerd worden via www.overheid.nl Financiële gevolgen Niet van toepassing. Vervolgtraject besluitvorming Niet van toepassing. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlagen Nalevingsbeleid 2025-2026. Naslagwerk Artikel 3:40 Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb)
5 van 5
Uitvoeringsprogramma ruimtelijk domein gemeente Venray 2025
1
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Uitvoering VTH taken
4
2.1
Inleiding
4
2.2
Team VTH
4
2.3
Klachten/meldingen
4
2.4
Toezicht buiten kantooruren (piket)
4
2.5
Samenwerkingsverband Noordelijk Noord Limburg (NNL)
4
2.6
Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord
5
3
Uitvoering taken APV/openbare ruimte
5
3.1
Inleiding
5
3.2
Team BOA
5
3.3
Klachten/meldingen
5
3.4
Samenwerkingsverbanden/convenanten
5
4
Team ondermijning/openbare orde en veiligheid
6
5
Doelen en prioriteiten 2025
6
5.1
Inleiding
6
5.2
Prioriteiten versus wettelijke taken
6
5.3
Milieu
6
5.4
BRIKS (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen)
7
5.5
Toezicht internationale werknemers
7
APV
7
5.6
5.6.1
Team VTH
7
5.6.2
Team verkeer
7
5.6.3
Team afval
8
5.7
Juridische handhaving
8
6
Uitvoeringsprogramma 2025
8
6.1
Milieu
8
6.2
BRIKS (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen)
9
6.3
Internationale werknemers
9
6.4
APV/bijzondere wetten
9
6.5
6.4.1
Team VTH
9
6.4.2
Team verkeer
10
6.4.3
Team afval
10
Juridische handhaving
10
2
1 Inleiding Voor u ligt het uitvoeringsprogramma 2025 gebaseerd op het nalevingsbeleid 2025 – 2026 van de gemeente Venray. Dit programma geeft een overzicht van de doelen, prioriteiten en de geplande werkzaamheden voor 2025. Het collegeprogramma 2022-2026 en de resultaten en bevindingen uit het laatste jaarverslag VTH (voor de taken van VTH) zijn gebruikt als basis voor het uitvoeringsprogramma 2025. In het jaarverslag 2025 zullen we evalueren of de gestelde doelen bereikt zijn en in hoeverre er bijsturing nodig is in het volgende uitvoeringsprogramma. Visie Wij gaan voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn instrumenten om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten en te waarborgen. We hebben duidelijke en begrijpelijke regels en afspraken, vastgelegd in o.a. wetten, beleid en vergunningen. We passen wet- en regelgeving toe, zodat in een veilige en gezonde gemeente geleefd wordt. Waarbij we aandacht hebben voor de handhaafbaarheid bij het opstellen van de regels. We zien toe op het naleven van de regels en treden handhavend op wanneer men zich niet aan deze regels houdt. Dit is vastgelegd in het nalevingsbeleid. Om te komen tot dit beleid en een heldere prioritering van de werkzaamheden is een analyse uitgevoerd.
Er is inzichtelijk gemaakt welke ontwikkelingen er spelen in onze omgeving, waar liggen de grootste risico’s en welke bestuurlijke ambities zijn er? Uitgangspunten van ons beleid zijn: •
van regel gestuurd naar risico gestuurd
•
maatwerk
•
wettelijke ontwikkelingen
PDCA-cyclus Hantering van een sluitende beleids- en operationele cyclus (Big 8, zie afbeelding hiernaast) is een belangrijke voorwaarde voor het resultaatgericht organiseren en sturen. Onderdeel van de landelijke set kwaliteitscriteria 2.2 voor de VTH-taken zijn daarom de zogenaamde procescriteria. Het voldoen aan de procescriteria borgt een gesloten plan-docheck-act cyclus, die begint met het opstellen van een strategisch beleidskader (probleemanalyse, doelstellingen, prioriteiten). Dit gaat over in de daadwerkelijke uitvoering van de VTH-taken in het ruimtelijk domein (dit is geborgd met dit uitvoeringsprogramma). Dit wordt opgevolgd door het monitoren van de geleverde prestaties op basis van kritische prestatie-indicatoren en eindigt met het bijstellen van het beleid naar aanleiding van de ervaringen in de praktijk.
3
2 Uitvoering VTH taken 2.1
Inleiding
Taken die in het basistakenpakket (BTP) thuis horen, dienen uitgevoerd te worden door de RUD LN. Door de netwerkconstructie waarvan in Limburg Noord sprake is, voert Venray deze controles uit voor Venray als ook voor de RUD LN. Daarnaast wordt er nog veel samengewerkt met externe partijen, zoals met de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), de politie, de Veiligheidsregio, belastingdienst, openbaar ministerie en de provincie. De Rud dient per 1-42026 te voldoen aan de robuustheidscriteria die het rijk stelt aan een omgevingsdienst.
2.2
Team VTH
Dit team bestaat uit milieu- en bouwadviseurs, milieu- en bouwtoezichthouders, juristen, vergunningverleners Algemene plaatselijke verordening (APV), (administratieve) ondersteuning en beleidsmedewerkers.
2.3
Klachten/meldingen
De binnenkomende klachten/meldingen komen op een centraal punt binnen. Daar wordt getoetst of ze opgepakt moeten worden. Voor deze toetsing is een afwegingskader opgesteld. Wanneer de klacht/melding niet opgepakt wordt, wordt de melder hiervan direct op de hoogte gesteld. Indien een klacht opgepakt wordt, zal de toezichthouder contact opnemen met de melder en aangeven hoe de klacht/melding opgepakt wordt.
2.4
Toezicht buiten kantooruren (piket)
Voor het toezicht buiten kantooruren is er regionaal een piketdienst. Venray coördineert dit piket voor de gemeenten Mook en middelaar, Gennep, Bergen, Horst aan de Maas en Venray. Het piket houdt in dat buiten kantooruren een medewerker bereikbaar is voor spoedeisende milieuklachten en calamiteiten. De medewerkers hebben een aantal keer per jaar een week piketdienst. Aan het begin van het jaar wordt hiervoor een rooster opgesteld.
2.5
Samenwerkingsverband Noordelijk Noord Limburg (NNL)
Sinds oktober 2017 trekken de gemeenten Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar en Venray samen op bij de uitvoering van de VTH-taken. De samenwerking is vooral gericht op lichtere milieutaken (die niet tot de basistaken behoren) en de taken bouwen en slopen. Doelen samenwerking: Hoewel de samenwerking minder intensief is dan voorgaande jaren streven we nog altijd de volgende doelen na: •
Lokaal maatwerk leveren (inspelen op bestuurlijke wensen, calamiteiten en afstemming met andere disciplines/integraal);
•
De kwaliteit verhogen door de bundeling en uitwisseling van kennis en middelen;
4
• •
Meer uniformiteit in uitvoeringsafspraken en uitvoeringsbeleid; Meer efficiënte inzet van medewerkers (door processen meer en beter af te stemmen en samen te optimaliseren);
•
2.6
Kwetsbaarheid verminderen en onze slagkracht als NNL-regio vergroten.
Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord
De RUD LN is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) waarin alle 15 Noord- en MiddenLimburgse gemeenten en de Provincie Limburg op inhoud en beleid samenwerken. De RUD LN is een netwerk-RUD. Dat betekent dat de medewerkers van de gemeenten werkzaamheden uitvoeren onder de vlag van de RUD. De RUD voert voor de gemeente de basistaken uit. Het is een verplichting om de basistaken onder te brengen bij de RUD. Deze hebben voornamelijk betrekking op complexe milieuvergunningverlening en toezicht. De overige taken (de eerder genoemde thuistaken) worden verricht door de gemeente zelf.
3 Uitvoering taken APV/openbare ruimte 3.1
Inleiding
De BOA’s staan vooral aan de lat voor de veiligheid en leefbaarheid van onze (leef)omgeving. Zij kunnen zowel bestuursrechtelijk als toezichthouder en strafrechtelijk als BOA optreden tegen overtredingen. In dat laatste geval verloopt de verantwoording via het Openbaar Ministerie.
3.2
Team BOA
Dit team bestaat uit meerdere aangewezen toezichthouders die tevens aangewezen zijn als BOA’s in domein 1 - Openbare Ruimte en één BOA in domein 2 – Milieu. Taken: •
Handhaving bestuursrechtelijk (optreden als toezichthouder) op grond van de Awb
•
Handhaving strafrechtelijk (optreden als BOA) op grond van de akte van opsporingsbevoegdheid
3.3
Klachten/meldingen
De binnenkomende klachten/meldingen komen integraal bij team BOA binnen. Het is streven is om klachten/meldingen binnen 10 werkdagen te behandelen.
3.4
Samenwerkingsverbanden/convenanten
Met diverse partijen hebben we samenwerkingsverbanden/convenanten die van kracht zijn.
5
4 Team ondermijning/openbare orde en veiligheid Voor dit onderdeel wordt er dit jaar een start gemaakt met de kadernota integraal veiligheidsbeleid (met daarin gestelde prioriteiten op basis van een uitgebreide veiligheidsanalyse) en de daaraan gekoppelde dynamische veiligheidsagenda (uitvoeringsprogramma). Om deze reden maakt het geen onderdeel uit van dit uitvoeringsprogramma.
5 Doelen en prioriteiten 2025 5.1
Inleiding
In het collegeprogramma is toezicht en handhaving een speerpunt. Om hier invulling aan te geven, is het nalevingsbeleid opgesteld. Dit als vervanger van het huidige VTH beleid. Het nalevingsbeleid is breder dan het huidige VTH beleid. Het is een integraal nalevingsbeleid voor de verschillende vakgebieden van de gemeente (niet alleen VTH). Voor het uitvoeringsprogramma 2025 is het nalevingsbeleid het uitgangspunt. In 2022 heeft de gemeenteraad een aantal moties aangenomen voor wat betreft milieu- en bouwtoezicht, waaronder intrekken lege vergunningen en bouwen zonder vergunning. Voor de uitvoering van deze moties is tijd geraamd in het uitvoeringsprogramma. De werkzaamheden van de BOA’s worden bepaald door de prioriteiten vanuit verschillende teams die betrokken zijn bij het nalevingsbeleid.
5.2 Prioriteiten versus wettelijke taken Een deel van de beschikbare uren worden ingepland voor de wettelijke taken. De overige uren worden conform de prioriteiten en bijbehorende risicoanalyse uit het nalevingsbeleid ingevuld. De uren uit het uitvoeringsprogramma VTH worden vervolgens vertaald naar een werkprogramma. In het werkprogramma maken we een uitsplitsing van de verschillende taken per onderwerp.
5.3 Milieu Wat willen we bereiken? We hebben nu een jaar ervaring op kunnen doen met de werking van de Omgevingswet. We zijn hier nog niet in uitgeleerd. Ook dit jaar hebben we hier stappen te zetten. Denk hierbij aan de overgang van inrichting naar Milieubelastende activiteiten (MBA). Deze is nog niet geheel uitgevoerd. Bijna alle MBA’s vallen onder het basistakenpakket en dienen door de RUD uitgevoerd te worden. De RUD heeft voor 2025 een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld en zullen de regie voeren over de uitvoering van dit programma. Naast de taken uit het RUP2025 wordt er prioriteit gegeven aan de onderstaande taken. Deze zullen projectmatig ingepland woorden: •
Stoppersregeling voor veehouderijen;
•
Toezicht op het energielabel van kantoorgebouwen;
6
•
5.4
Intrekken niet benutte vergunningen.
BRIKS (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen)
Wat willen we bereiken? In het collegeprogramma is toezicht een speerpunt. Vanuit het principe “afspraak is afspraak” wordt er zo nodig stevig gehandhaafd. Zo wordt dit jaar (net als afgelopen jaar) extra toegezien op het naleven van de voorwaarden uit de vergunningen en de regels uit het omgevingsplan. Ook wordt extra ingezet om bouwen zonder vergunning op te sporen en tegen te gaan. Net als voor de milieutaken heeft de Omgevingswet (en Wet kwaliteitsborging) grote gevolgen voor de diverse bouwtaken. Net als bij de milieutaken zijn we nog steeds lerend en geven we vorm aan de noodzakelijke veranderingen. De bouwtaken zijn grotendeels thuistaken. De prioritering komt voort uit het collegeprogramma 2022-2026 en conform het VTH beleid. Speerpunten het komende jaar zijn: •
bouwen zonder vergunning
•
landschappelijke inpassingen
5.5 Toezicht internationale werknemers Wat willen we bereiken? Eind 2023 is beleid vastgesteld voor de huisvesting van internationale werknemers. Om toe te zien op de naleving van de voorwaarden uit het beleid is er in 2024 een extra toezichthouder aangenomen. Deze is begonnen met het inventariseren en controleren van de locaties. Dit wordt in 2025 verder opgepakt. Verder wordt op de grootschalige locaties toezicht uitgevoerd. Nadruk van de controles ligt op: •
toetsing omgevingsplan
•
toetsing brandveiligheid
5.6 APV 5.6.1 Team VTH Wat willen we bereiken? We zijn het vorige jaar gestart met de actualisatie van verschillende beleidsstukken. Dit jaar wordt er gestart gemaakt met het actualiseren van het evenementen-, horeca en kermisbeleid. Deze beleidsplannen zijn gedateerd wat het toezicht en handhaving bemoeilijkt. Na het actualiseren van de beleidsplannen pakken we projectmatig de verschillende onderdelen van de nieuwe beleidsstukken op.
5.6.2
Team verkeer
Wat willen we bereiken? Er gelden verkeersregels. Het niet naleven van deze regels en maatregelen zorgt voor overlast en onveiligheid. Het sluitstuk hierin is de inzet van toezicht en handhaving. Dit om situaties toegankelijk, leefbaar, veilig en beheersbaar te houden.
7
In het centrumgebied Venray geldt een parkeerregime (mix van blauwe zone, betaald parkeren, vergunningen/ ontheffingen, regels voetgangerszone). Toezicht is noodzakelijk om de functie en het doel van dit parkeerregime en centrumgebied werkend te houden en overlast/onveiligheid te voorkomen. In overige wijken en dorpen wordt toezicht en handhaving met name ingezet op parkeerexcessen. Inspelend op overlast en verkeersonveiligheid. Op het gebied van verkeer heeft met name politie een belangrijke taak. Politie is bevoegd om te handhaven op ‘rijdend verkeer’ (voorbeeld: snelheid). De aanwezigheid van toezicht en handhaving in de openbare ruimte werkt daarbij wel veelal positief op verkeer (voorbeeld: schoolomgevingen, evenementen, centrumgebied).
5.6.3
Team afval
Wat willen we bereiken? In 2024 is het Grondstoffenbeleidsplan en het uitvoeringsprogramma Waardevol Venray vastgesteld. Hierin is afvalpreventie een grote pijler. Het focust op vermindering van afval, hergebruik en reparatie van producten. Hiermee voorkomen we nieuwe aankopen en de noodzaak tot afvalscheiding en recycling. Om dit mogelijk te maken is de afvalcoach een belangrijke schakel. De afvalcoach gaat in gesprek met de burgers om ze te informeren, motiveren en ze meer bewust te maken hoe om te gaan met de verschillende afvalstromen. We sturen daarbij op gedragsverandering. Hierin kunnen BOA’s ook een preventieve rol spelen. Daarnaast zorgen de BOA’s voor handhaving op de afvalstoffenverordening.
5.7 Juridische handhaving Wat willen we bereiken? Jaarlijks ontvangen we diverse verzoeken om handhaving. Op deze verzoeken zijn we wettelijk verplicht een besluit te nemen, omdat deze gezien worden als een aanvraag in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarnaast ontstaan handhavingszaken vanuit reguliere controles of klachten en meldingen. We zullen dit jaar vooral inzetten op handhavingszaken voorkomende uit de prioriteiten vanuit het bestuur.
6
Uitvoeringsprogramma 2025
6.1
Milieu
Wat gaan we er voor doen? De milieutaken worden dit jaar gepland en gecoördineerd door de RUD. Hiervoor is een nieuw proces in 2023 opgesteld. Alle toezichthouders hebben van de RUD een werkprogramma gekregen. Bij het opstellen van het werkprogramma wordt er gekeken dat toezichthouders niet steeds naar dezelfde bedrijven gestuurd worden. Werkverdelers zullen de binnenkomende aanvragen verdelen over de medewerkers. Naast de ingediende aanvragen zal in 2025 verder worden gegaan met het actualiseren van de vergunningen van de IPPC inrichtingen. Daarnaast zullen er uren worden geraamd voor het intrekken van vergunningen en taken voor de implementatie van de Omgevingswet (bijvoorbeeld de ombouw van inrichting naar MBA).
8
Beschikbare capaciteit Voor de uitvoer van de taken hebben we de volgende capaciteit beschikbaar: toezicht
5.520 uur
vergunningverlening
5.828 uur
6.2
BRIKS (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen)
Wat gaan we er voor doen? In 2024 is de Omgevingswet alsook de Wet kwaliteitsborging in werking getreden. We zien de laatste maanden van 2024 de eerste aanvragen komen op basis van de Wet kwaliteitsboring. Om toe te zien of deze wet goed uitgevoerd wordt, worden hier extra controles op uitgevoerd. Speerpunten hiervoor zullen zijn of de kwaliteitsborger aanwezig is en of de gelijkwaardigheid juist uitgevoerd wordt. We zullen dit jaar toezicht houden bij alle bouwwerken waarbij (extra) voorwaarden opgenomen zijn in de vergunning. Verder houden we ontwikkelingen in de gemeente goed in de gaten zodat er geen zaken zonder vergunning gebeuren. Beschikbare capaciteit Toezicht
7.209 uur
vergunningverlening
5.802 uur
6.3
Internationale werknemers
Wat gaan we er voor doen? In 2025 gaan we verder met het in kaart brengen van de locaties waar internationale werknemers verblijven. Deze locaties worden gecontroleerd en indien nodig zal er handhaving ingezet worden. Naast de geplande controles, zullen er controles uitgevoerd worden naar aanleiding van signalen over locaties waar internationale werknemers verblijven of op basis van klachten/meldingen. Beschikbare capaciteit Toezicht
1.800 uur
vergunningverlening
n.v.t.
6.4 6.4.1
APV/bijzondere wetten Team VTH
Wat gaan we er voor doen? Het zwaartepunt ligt dit jaar bij evenementen op controles brandveiligheid door de toezichthouders VTH. Naleving van de regels door de para-commerciële inrichtingen, bij de
9
horeca en op overige vergunningvoorschriften bij evenementen worden uitgevoerd door de BOA’s in opdracht van team APV.
6.4.2
Team verkeer
Wat gaan we er voor doen? Parkeerhandhaving wordt op basis van reguliere controles/ surveillance en meldingen ingezet. Daarnaast op interne verzoeken in geval van overlast, onveiligheid of een calamiteit. Binnen projecten wordt op projectbasis de inzet geborgd waar nodig. Op projectbasis is de inzet van handhaving belangrijk om nieuwe regels/ maatregelen kracht bij te zetten (voorbeeld: project ‘Henseniuskwartier’/ ‘lopen/fietsen centrum Venray’).
6.4.3
Team afval
Wat gaan we er voor doen? De afvalcoach gaat zich dit jaar richten op probleemgebieden in het centrum en bij hoogbouwlocaties, voornamelijk rondom PMD overlast. Per overlast locatie haalt de coach informatie op en gaat in gesprek met de bewoners om het knelpunt te vinden. Met deze informatie wordt er een plan op maat gemaakt om de overlast te verminderen of op te lossen. De afvalcoach werkt daarbij samen met de BOA’s. Zij zullen elkaar afwisselen en zo zorgen voor een duidelijke zichtbaarheid richting de burgers. De afvalcoach is daarbij motiverend en informerend richting de burgers en de BOA’s zorgen voor toezicht en handhaving. Er is een goede wisselwerking met de toezichthouder die veel signaleert en zich meer richt op het buitengebied. Beschikbare capaciteit voor APV/Bijzondere wetten De totale beschikbare capaciteit bedraagt circa 8.100 uur. Er is geen verdeling te maken in capaciteit voor de verschillende teams. Deze zullen op de bovenstaande taken ingezet worden op basis van de gestelde prioriteiten.