CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

003 Regels vaststelling VA02 20250707

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Vlakwater II Venray19.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 2. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 3. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 6. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

30

geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 7. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; h. artikel 7.2 onder a, b en c van de planregels en het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' c.q. 'Verkeer' toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 2. de ontwikkeling moet zijn gericht op gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is. 7.5

Specifieke gebruiksregels

7.5.1

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. b. c. d.

het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; elke vorm van detailhandel; het gebruik ten behoeve van horecadoeleinden; het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie; e. aan-huis-gebonden-bedrijf, met uitzondering van het bepaalde in 7.1 onder b; f. het splitsen van woningen; g. het gebruik van gedeeltes van de woning, waaronder aan- uit of bijgebouwen, als zelfstandige woning in het kader van mantelzorg; h. het gebruik van de woning voor huisvesting van tijdelijke werknemers; i. Het gebruik van gebouwen ten behoeve van opslag. 7.5.2

Voorwaardelijke bepaling sloop agrarische bedrijfsbebouwing

Het is niet toegestaan de gronden op de locaties Handrik 3 en 5 te Merselo en Ringweg 8a, 8b en 10 te Ysselsteyn te gebruiken conform de woonbestemming zonder dat sanering heeft plaatsgevonden. Met dien verstande dat de sanering uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het onderhavige bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. 7.6

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 7.5 onder h van de planregels en toestaan dat de burgerwoning wordt gebruikt als tijdelijke huisvesting voor tijdelijke werknemers onder de voorwaarden dat: 1. logiesgelegenheden worden ingepast binnen de bestaande bebouwing; 2. de leefruimte minimaal 10 m² per medewerker bedraagt en er sprake is van met minimaal 1 toilet en douche per 8 personen; 3. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; b. artikel 7.5 onder a van de planregels en toestaan dat de gronden bij een burgerwoning worden gebruikt als kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik, onder de voorwaarden dat: 1. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

31

2. kampeermiddelen maximaal 50 m achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde geplaatst worden; 3. ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen wordt opgericht; 4. de cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of abiotische waarden behouden blijven; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorziening wordt ingepast; 7. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 8. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; c. artikel 7.1 onder a en artikel 7.5 onder e van de planregels en een grotere omvang van aan-huis-gebonden-beroep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf, anders dan een verblijfsrecreatieve voorziening, toestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m²; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of het aan-huis-gebonden-bedrijf; 4.

de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden; d. artikel 7.5 onder fen splitsing van voormalige boerderijen in twee volwaardige woningen toestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de splitsing dient bij te dragen aan het behoud van de cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarden; 2. de architectonische vormgeving en het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter mogen niet wezenlijk worden aangetast, waarbij in ieder geval beide woningen naar de straatkant zijngericht en ontsloten, of dat het totaal erf van de woning zo ruim en vrij is gelegen dat er sprake kan zijn van twee volwaardige gescheiden woningen; 3. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 4. herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw is alleen toegestaan als het bijdraagt aan het behoud of versterking van de waarden genoemd in sub 1; 5. het bestaande grondoppervlak mag niet worden vergroot; 6. de bestaande inhoud van het hoofdgebouw dient in totaal minimaal 1.000 m³ te bedragen; 7.

er dient een sloop te worden gerealiseerd dat in volume (bovengronds) gelijk is aan de helft van het bestaande gebouw dat wordt gesplitst, onder de voorwaarden dat: gesloopt wordt een of meer van de voor hetbuitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 8. aan de omgevingsvergunning voor het splitsen van de woning wordt de voorwaarde verbonden dat splitsing pas is toegestaan wanneer de sloop heeft plaatsgevonden; 9. alle teslopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen,zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 10. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; e. artikel 7.5 onder evan de planregels en verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een recreatiewoning, logiesvoorzieningen, groepsaccommodaties en/of bed & breakfast toestaan onder de voorwaarden dat: 1.

de bestemming 'Wonen' aan ten minste twee zijden grenst aan de bestemming 'Agrarisch met waarden'; 2. de voorzieningen in hun totaliteit niet groter zijn dan 100 m²; Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

32

f.

3. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 4. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 5. detailhandel slechts plaatsvindt voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening; 6. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; artikel 7.5 onder i van de planregels en het gebruik van gebouwen ten behoeve van opslag toestaan onder de voorwaarden dat: 1. de voorzieningen uitsluitend plaatsvinden in bestaande gebouwen, niet zijnde kassen; 2. er uitsluitend sprake is van statische opslag; 3. het gebruik in hun totaliteit niet groter is dan 500 m²; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 6. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn.

7.7

Wijzigingsbevoegdheid

7.7.1

Wijziging Wonen naar Bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' onder de voorwaarden dat: a. een landbouwverwant bedrijf alleen is toegestaan wanneer de woning niet is aangeduid als 'overige zone - agrarisch gemengd' en het bestemmingsvlak 'Wonen' aan minimaal twee zijden grenst aan de bestemming 'Agrarisch' of 'Agrarisch met waarden'; b. een kleinschalig bedrijf alleen is toegestaan wanneer het bestemmingsvlak 'Wonen' aan minimaal twee zijden grenst aan de bestemming 'Agrarisch met waarden' of is aangeduid als 'overige zone agrarisch gemengd'; c. wijziging is alleen mogelijk als er ter plaatse gebruik kan worden gemaakt van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen; d. de maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 1.000 m² voor landbouwverwante bedrijven en 500 m² voor kleinschalige bedrijven. De bestaande bebouwingsmassa mag niet worden uitgebreid; e. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; f. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; g. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; h. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; i. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit.

Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat bebouwing wordt ingepast; j. de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak bedraagt maximaal 1,5 hectare; k. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie. 7.7.2

Nieuwvestiging recreatiebedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Recreatie' onder de voorwaarden dat: a. de locatie aan minimaal één zijde aansluitend gelegen is aan de bestemming 'Agrarisch met waarden' of aan de bestemming 'Agrarisch' met de gebiedsaanduiding 'overige zone - agrarisch gemengd'. b. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; c. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing/ voorziening wordt ingepast met een factor 5. Dat betekent concreet dat voor iedere vierkante meter bebouwing en verharding er 5 vierkante meters groen moet worden aangelegd; d. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; e. er is een positief advies verkregen van de adviescommissie; f. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; g. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

33

h. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

34

Artikel 8

Wonen - Vlakwater II

8.1

Bestemmingsomschrijving

8.1.1

Algemeen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. beroepen aan huis met een maximum oppervlak van 40 m²; c. voorzieningen van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven, met dien verstande dat: d. infiltratie van hemelwater voldoet aan het bepaalde in artikel 14.2; e. parkeervoorzieningen voldoen aan het bepaalde in artikel 14.3. 8.1.2

Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit 18.2. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op en in de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

gebouwen; de daarbij behorende bijgebouwen; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde; ongeacht het bepaalde in artikel 8.2.2, artikel 8.2.3 en artikel 8.2.4 dient ten minste 50% van het achtererf van het woonperceel onbebouwd en onoverdekt te blijven; e. daar waar de toegang van woningen en garages over een wadi moet worden aangelegd, wordt deze toegang in groepen van minimaal twee toegangen samengevoegd. 8.2.2

Regels voor hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. er mogen maximaal 36 woningen gerealiseerd worden, waarbij per bestemmingsvlak niet meer woningen mogen worden opgericht dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; c. woningsplitsing is niet toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; e. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; f. de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; g. elke woning dient te worden afgedekt met een dak, waarvan de dakhelling ten minste 0° en ten hoogste 65° bedraagt; h. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in of ten hoogste 3 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde te worden gebouwd. Indien voor een bouwperceel twee begrenzingen van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde zijn bepaald dient zowel de voor- als zijgevel in of ten hoogste 3 meter achter deze lijn te worden gebouwd; i.

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter aan beide zijden, met dien verstande dat voor zover op Bijlage 3 bij deze regels een afwijkende afstand is aangegeven, deze afwijkende afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens geldt; j. de maximale diepte van het hoofdgebouw bedraagt 15 meter.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

35

8.2.3

Regels voor bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. bijgebouwen mogen uitsluitend op het achtererf worden gebouwd, met dien verstande dat bij vrijstaande woningen aan één zijde minimaal 7 meter aan opstelruimte ten behoeve van parkeren vrij blijft; 2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' dient één zijerf vrij te zijn van bijgebouwen; 3. tegen de achtergevel van het hoofdgebouw mag/mogen (een) bijgebouw(en) worden gebouw over de volledige breedte van die achtergevel, met een diepte van maximaal 4 meter. De oppervlakte hiervan telt niet mee bij de berekening van de oppervlakte als bedoeld onder 4 en 5; 4. bijgebouwen zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m². De oppervlakte van carports en de oppervlakte van bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' blijft bij de berekening van die oppervlakte buiten beschouwing; 5. de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder 4 mag worden verhoogd tot maximaal 70 m², mits het achtererf, ook na de bouw van bijgebouwen als bedoeld onder 4 en carports, voor niet meer dan 40% wordt bebouwd; 6.

de goothoogte van bijgebouwen mag niet hoger zijn dan: Voor aangebouwde bijgebouwen: 0,3 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, of -als het hoofdgebouw geen tweede bouwlaag heeft- even hoog als het hoofdgebouw met een maximum van 3 meter; Voor vrijstaande bijgebouwen 3 meter. 7. de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen; 8. aangebouwde bijgebouwen dienen plat te worden afgedekt indien de bijbehorende woning plat is afgedekt; 9. bijgebouwen dienen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een afstand van 15 meter van de achter- en/of zijgevels van de woning te worden gebouwd. b. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 mogen worden gebouwd: 1. bijgebouwen in hoeksituaties op het naar openbaar gebied gekeerde zijerf, met dien verstande dat: de totale bebouwde oppervlakte maximaal 30 m² mag bedragen; slechts aan het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen zijn toegestaan, met een breedte van maximaal 4 meter; 2.

carports, zowel op het voorerf als het achtererf, met dien verstande dat: de oppervlakte tot maximaal 30 m² mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen; de carport met minimaal één zijde of een deel daarvan tegen de zijgevel van het hoofdgebouw of tegen een voor- of zijgevel van een bijgebouw wordt gebouwd; de carport maximaal 2,5 meter voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde mag worden gebouwd; 3. ondergeschikte bouwdelen op het voorerf, met dien verstande dat: de diepte maximaal 1,2 meter bedraagt; de breedte maximaal 50% bedraagt van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; de hoogte maximaal 3 meter bedraagt. 8.2.4

Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 1 meter mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen aan de zijgevel bij hoekwoningen voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 2 meter bedragen, mits: 1. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 0,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; 3. het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt 3 meter. Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

36

8.2.5

Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit

Het bouwen van woningen, zoals bedoeld in artikel 8.2, is uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan Vlakwater II dat als Bijlage 1 bij deze regels is opgenomen. 8.3

Nadere eisen

Ten aanzien van het bepaalde in artikel 8.2 zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; c. indien zulks noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. het verkeers-, sociale en brandveiligheid; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende bestemmingen. 8.4

Afwijken van de bouwregels

8.4.1

Algemeen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in: a. artikel 8.2.3 onder a sub 5 voor het overschrijden van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 100 m², mits: 1. het achtererf, ook na de bouw van bijgebouwen als bedoeld onder 8.2.3 onder a sub 4 en carports, voor niet meer dan 40% wordt bebouwd; b. 8.2.2 onder a. voor het bouwen van een hoofgebouw buiten het bouwvlak, met dien verstande dat de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 meter; c. 8.2.2 onder b. voor het toestaan van een afwijkend aantal wooneenheden dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', mits: 1. het totale aantal woningen niet meer bedraagt dan 36; 2. het afwijkend aantal wooneenheden stedenbouwkundig aanvaardbaar is; 3. het doel en de uitgangspunten van het plan niet onevenredig worden aangetast; 4. het ontwerp voldoet aan het beeldkwaliteitsplan Vlakwater II. Onder de voorwaarden dat: d. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van de nabij gelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; e. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. 8.5

Specifieke gebruiksregels

8.5.1

Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; b. de uitoefening van detailhandel, met uitzondering van: 1. beperkte detailhandel, ondergeschikt aan het beroep aan huis als bedoeld in artikel 8.1.1; c. horeca; d. zelfstandige bewoning voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; e. gebruik van gronden voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde ten behoeve van het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit; f. bedrijf aan huis; g. recreatief (mede)gebruik; h. seksinrichting.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

37

8.5.2

Beroep aan huis

Een beroep aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een beroep aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijgebouwen mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; f. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.3; g. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het beroep aan huis. 8.6

Afwijken van de gebruiksregels

8.6.1

Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een bedrijf aan huis

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.5.1 onder f ten behoeve van een bedrijf aan huis, met dien verstande dat de voorwaarden zoals genoemd in artikel 8.5.2 onder a tot en met g in acht worden genomen. 8.6.2

Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een bed & breakfast

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.5.1 onder g en kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een bed & breakfast toestaan onder de voorwaarden dat: a. b. c. d. e. f.

de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; de voorzieningen in hun totaliteit niet groter zijn dan 100 m²; het woonmilieu niet onevenredig wordt aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; de parkeerbalans en verkeersafwikkeling in de directe omgeving niet onevenredig worden benadeeld; detailhandel slechts plaatsvindt voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening.

8.7

Wijzigingsbevoegdheid

8.7.1

Verschuiven of vergroten van het bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming te wijzigen door het verschuiven of vergroten van het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. b. c. d.

het bouwvlak met maximaal 10% mag worden vergroot; dit niet leidt tot een toename van het aantal woningen; dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld; de maximale goothoogte in acht wordt genomen.

8.7.2

Woningtype

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, en toe te staan dat het woningtype wordt gewijzigd, onder de voorwaarden dat: a. dit passend is in het bestaande straat- en bebouwingsbeeld; b. sprake is van een goede stedenbouwkundige uitvoering; c. de belangen van de eigenaren en / of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. er sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; e. het aantal woningen niet toeneemt; f. voldaan wordt aan de bouw- en gebruiksregels van de bestemming 'Wonen - Vlakwater II'.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

38

8.7.3

Maximum aantal wooneenheden

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en het maximum aantal wooneenheden, zoals aangegeven op de verbeelding naar beneden bijstellen indien een locatie/bouwstrook volledig is ontwikkeld en er op betreffende locatie een overschot blijkt te zijn qua aantal wooneenheden.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

39

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 18.2 van de planregels in acht dient te worden genomen. 9.2

Bouwregels

a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie 1' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming(en) worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 2.500 m² (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 2.500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm, dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige, aan te leveren, waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van dit bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 9.3

Afwijken van de bouwregels

9.3.1

Algemeen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 van de planregels en meer bebouwing toestaan, indien door archeologisch onderzoek is gebleken dat geen onevenredige aantasting van archeologische waarden plaatsvindt door de bouwactiviteiten. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of b. De verplichting tot het doen van opgravingen, of c. De verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.3.2

Afwegingskader

Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 vragen burgemeester en wethouders een archeologisch deskundige om schriftelijk advies of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 9.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. grondbewerkingen uit te voeren, voor zover de werkzaamheden dieper gaan dan 50 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de grond, dieper dan 50 cm. 9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1

Algemeen

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

40

a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden. 9.5.2

Uitzonderingen

Het in artikel 9.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m²; c. blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige (voortoets) de in de bestemmingsomschrijving omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; d. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur. 9.5.3

Afwegingskader

Een in artikel 9.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

41

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 18.2 van de planregels in acht dient te worden genomen. 10.2

Bouwregels

a. Op of in de als 'Waarde - Archeologie 2' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming(en) worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m² bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm, dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige, aan te leveren, waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van dit bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 10.3

Afwijken van de bouwregels

10.3.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.2 van de planregels en meer bebouwing toestaan, indien door archeologisch onderzoek is gebleken dat geen onevenredige aantasting van archeologische waarden plaatsvindt door de bouwactiviteiten. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of b. De verplichting tot het doen van opgravingen, of c. De verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

10.3.2 Afwegingskader Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3.1 vragen burgemeester en wethouders een archeologisch deskundige om schriftelijk advies of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 10.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. grondbewerkingen uit te voeren, voor zover de werkzaamheden dieper gaan dan 50 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de grond, dieper dan 50 cm. 10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

42

a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden. 10.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 10.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; c.

blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige (voortoets) de in de bestemmingsomschrijving omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; d. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur. 10.5.3 Afwegingskader Een in artikel 10.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

43

Artikel 11 11.1

Waarde - Beekdal

Bestemmingsomschrijving

De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - Beekdal' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor de bescherming van de natuurwaarden die verbonden zijn aan een vochtig milieu, landschapswaarden alsmede behoud van kwelgebieden welke een belangrijk onderdeel vormen van het hydrologisch systeem, waarbij artikel 18.2 van de planregels hierbij in acht dient te worden genomen. 11.2

Bouwregels

Op of in de als 'Waarde - Beekdal' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd mits de in 11.1 genoemde waarden niet worden onevenredig aangetast, met uitzondering van tijdelijke lage boogkassen. 11.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor het aanbrengen van een ondergrond voor containervelden. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (doen) voeren of te laten voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); c. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); d. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); e. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); f. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; g. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; h. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; i. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); j.

het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; k. het dempen van sloten of greppels; l. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen); m. het planten van bomen en/of struiken; n. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de teeltperiode langer is dan 5 jaar; o. het aanbrengen van verhardingen van meer dan 200 m². 11.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 11.4.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. betreffen de aanleg van leidingen binnen wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

44

11.4.3 Afwegingskader Een in artikel 11.4.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de landschappelijke en/of natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

45

Artikel 12 12.1

Waterstaat - Beschermingszone watergang

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de nabij gelegen waterloop. 12.2

Bouwregels

Op de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de genoemde bestemming worden opgericht. 12.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12.2 ten behoeve van het oprichten van bouwwerken binnen de beschermingszone mits: a. het belang van de waterloop niet onevenredig wordt aangetast; b. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming. 12.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de dubbelbestemming 'Waterstaat Beschermingszone watergang' van de verbeelding verwijderen indien uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat de bescherming overbodig is geworden.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

46

Hoofdstuk 3 Artikel 13

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

47

Artikel 14 14.1

Algemene bouwregels

Bestaande afstanden en maten

14.1.1 Bestaande grotere afstanden en maten Indien afstanden tot, goot- en bouwhoogten, oppervlakte en inhoud van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.1.2 Bestaande kleinere afstanden en maten In die gevallen dat afstanden tot, goot- en bouwhoogten, oppervlakte en inhoud van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden 14.1.3 Heroprichting gebouwen In geval van heroprichting van bouwwerken is het bepaalde in 14.1.1 en 14.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 14.2

Infiltratie

14.2.1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater. 14.2.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 voor zover op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien. 14.3

Parkeergelegenheid

14.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in “Bijlage 3 Parkeernormen Venray” die als bijlage bij de “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray” hoort. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. 14.3.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsverlening verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.3.1 indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

48

Artikel 15 15.1

Algemene aanduidingsregels

Spuitvrije zone

15.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten voor het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies niet toegestaan. Onder voor gewasbeschermingsen bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies worden verstaan alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen verblijven. 15.1.2 Afwijken Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15.1.1 voor het toestaan van het gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen, onder de voorwaarde dat het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast.

15.1.3 Van toepassingverk laring De regels zoals opgenomen in lid 15.1.1 en 15.1.2 gelden in aanvulling op de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' met identificatienummer 'NL.IMRO.0984.BP09001-va02' en het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010, herziening regels' met identificatienummer 'NL.IMRO.0984.PHBP15001-va02' en laat de overige regels in de betreffende bestemmingsplannen ongewijzigd. 15.2

overige zone - radarverstoringsgebied

15.2.1 aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - radarverstoringsgebied' zijn de gronden mede bestemd voor de beveiliging van het nationale luchtruim en voor de veilige afhandeling van het militaire en het civiele luchtverkeer. 15.2.2 bouwregels Op de voor 'overige zone - radarverstoringsgebied' aangewezen gronden mag, ongeacht het bepaalde elders in deze regels, de hoogte van 90 m boven NAP niet door bebouwing worden overschreden. 15.2.3 afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 onder voorwaarde dat de radar niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. Hierover wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de radar (i.c. de regionale directie van de Dienst Vastgoed Defensie van het Ministerie van Defensie). 15.3

reconstructiewetzone - extensiveringsgebied

De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn bedoeld voor het weergeven van de extensiveringsgebieden, zoals bedoeld in de Reconstructiewet. 15.4

reconstructiewetzone - verwevingsgebied

De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn bedoeld voor het weergeven van de Verwevingsgebieden, zoals bedoeld in de Reconstructiewet.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

49

Artikel 16 16.1

Algemene afwijkingsregels

Omgevingsvergunning

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits van de wegbeheerder een positief advies is ontvangen; b. de planregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangepast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. de planregels ten aanzien van het bouwen van kunstuitingen en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, waarbij voor een hoogte van meer dan 90 m +NAP, in het kader van voorkoming van onaanvaardbare radarverstoring, voorafgaand aan het toestaan schriftelijk advies dient te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie; d. afmetingen in de planregels en op de verbeelding met een maximum van 10%. 16.2

Afwegingskader

Een in artikel 16.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.

de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

50

Artikel 17 17.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid algemeen

17.1.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. bestemmingsgrenzen met maximaal 10 m. verschuiven, of b. functieaanduidingen van de verbeelding verwijderen. 17.1.2 Afwegingskader Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de in artikel 17.1.1 genoemde wijzigingsregels vindt een belangenafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

51

Artikel 18 18.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 18.2

Prioriteit van dubbelbestemmingen

a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde Archeologie 2'; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Beekdal'; 3. in de derde plaats de regels van de bestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

52

Hoofdstuk 4 Artikel 19 19.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

53

Artikel 20

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Woningbouw Vlakwater II'.

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

54

Bijlagen bij regels - Inhoudsopgave

Bijlage bij regels

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

4

Bijlage 2

Staat van bedrijfsactiviteiten

33

Bijlage 3

Afstanden zijdelingse perceelsgrenzen

35

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

2

Bijlage bij regels

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

3

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

Woningbouw Vlakw ater II NL.IMRO.0984.BP22004-va02 vastgesteld

4

B E E L D K W A L I T E I T S P L A N V L A K W AT E R 2

1

2

B E E L D K W A L I T E I T S P L A N V L A K W AT E R 2

In opdracht van RUIMTE VOOR RUIMTE LIMBURG door HOESBERGEN STEDENBOUW datum NOVEMBER 2023

3

4

Inhoudsopgave INLEIDING ANALYSE SITUATIE STEDENBOUWKUNDIG PLAN REGELS OPENBARE RUIMTE PRIVÉ TERREIN BEBOUWING 5

6

1 INLEIDING Opgave

Aan de westkant van Venray is de wijk Vlakwater in ontwikkeling. De wijk groeit stapsgewijs uit tot een luxe groene woonwijk, gericht op de ontwikkeling van vrijstaande woningen. Het gebied ten zuiden van de Vesaliuslaan is nu aan snee. Hier wordt door Ruimte voor Ruimte Limburg C.V., in overleg met de gemeente Venray, een nieuw deel van de wijk ontwikkeld. Het plangebied wordt aan de noord en de oostzijde begrensd door bestaande en bewoonde delen van Vlakwater en gaat aan de westkant over in het beekdal van de Loobeek.

Programma

De opzet en dichtheid van de nieuwe buurt past bij het wonen in de stadsrand. De nieuwe woningen vormen een relatief uniform woonmilieu. Het programma betreft 36 grondgebonden, vrijstaande woningen op middelgrote en grote kavels. De woningen zullen gedeeltelijk projectmatig gerealiseerd worden en gedeeltelijk door zelfbouwers.

Het stedenbouwkundige plan is gebaseerd op het basisidee dat de bewoners dicht bij hun eigen smaak en programma van eisen een individuele woning mogen realiseren in een buurt waarin de groene inrichting de samenhang biedt.

Beeldkwaliteitsplan

Het voorliggende Beeldkwaliteitsplan is een specifiek voor deze ontwikkeling opgesteld planinstrument dat is gericht op het realiseren van een samenhangende karaktervolle woonbuurt, passend bij de doelstelling en passend in de omgeving. Met het beeldkwaliteitsplan wordt invulling gegeven aan de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische ambities voor het nieuwe woongebied. In dit beeldkwaliteitsplan worden uitspraken gedaan over de uitstraling en de inrichting vanuit een heldere ambitie met betrekking tot uitstraling van de nieuwe buurt en de samenhang tussen de woningen en hun directe omgeving. Deze kwalitatieve criteria, in woord en beeld, zijn straks leidend bij het toetsen van de bouwplannen. Daarnaast dienen de

referentiebeelden en de ontwerp-criteria ter verduidelijking en ter inspiratie voor de architecten en landschapsontwerpers die het plan verder gaan uitwerken. Voor het gebied is een juridisch bindend bestemmingsplan opgesteld. In het bestemmingsplan worden onder andere de maatvoering en de kwantitatieve aspecten uit het stedenbouwkundig plan vastgelegd. Als er discussies optreden vanwege discrepanties tussen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan is het bestemmingsplan met de bijbehorende regels en verbeelding leidend.

Leeswijzer

Dit hoofdstuk 1 is een inleidend hoofdstuk waarin de rol van het beeldkwaliteitsplan wordt aangegeven. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie, waarna in hoofdstuk 3 het stedenbouwkundig plan wordt toegelicht. In hoofdstuk 4 worden, met betrekking tot de aspecten openbare ruimte, kavelinrichting en gebouwen, de uitgangspunten en spelregels voor de ontwikkeling beschreven.

7

8

2 ANALYSE SITUATIE Historie

In onderstaande tekeningen is de historische ontwikkeling van het plangebied aangegeven. Achtereenvolgens de topografie in de jaren 1890,1900,1950 en heden. Rond 1900 was het plangebied onderdeel van het beekdal van de Loobeek. Het beekdal bestond destijds vooral uit natte laagten met hooilanden. De afwatering van het gebied vond plaats via gegraven watergangen richting de Loobeek. Oostelijk van het plangebied vinden we droge grond met bossen en heide. Door de afwatering waren er in het overgangsgebied tussen droger en natter relatief veel mogelijkheden voor akkerbouw. De kern Venray is door de jaren heen aan de westkant gegroeid tot aan het bosgebied. In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn aan de westkant van het bosgebied woonenclaves en een ziekenhuis gebouwd. Door ruilverkaveling in de jaren 70 zijn grote arealen akker en weide ontstaan met relatief weinig groenstructuren.

9

Foto 1

Foto 2

Plangebied in de overgangszone tussen bosgebied en het beekdal

Foto 3

10

Bestaande situatie

De wijk Vlakwater is in de huidige situatie een villawijk in ontwikkeling met een eigen karakter, los van de kern Venray, in het tussengebied tussen het bosgebied (dekzandrug) en het beekdal van de Loobeek. Het beekdal heeft een open karakter met veel weide (hooiland). De boscomplexen aan de oostzijde zijn meer besloten. De overgangszone heeft een gevarieerd grondgebruik met diverse groenstructuren, als houtsingels, bomenrijen, struweelhagen en bosjes (coulisselandschap).

Foto 4

De nieuwe wijk ontwikkelt zich aan de zuidkant van de doorgaande Merseloseweg. Het nieuwe deel van de wijk ligt ten zuiden van de Vesaliuslaan. Midden door dit gebied en ten zuiden van het plangebied liggen twee afwateringssloten die de afwatering van het gebied op de Loobeek verzorgen.

Foto 5

2 1

3 4 5

11

12

3 STEDENBOUWKUNDIG PLAN Ambitie

In het stedenbouwkundig plan is de keuze gemaakt om met dit nieuwe deel van Vlakwater aan te sluiten bij het gebruik en het beeld van de rest van de woonwijk Vlakwater.

Dit komt vooral tot uitdrukking in de keuze voor een uniform programma voor grotere en grote kavels met individuele vrijstaand, grond-gebonden woningen, waardoor er geen accentvorming of verbijzondering in de wijk optreedt en de gewenst rustige uitstraling goed uit de verf komt. Voor dit Beeldkwaliteitsplan zijn vanuit deze basiskeuze de volgende ambities geformuleerd: Aansluiten bij de opzet en uitstraling van Vlakwater betekent vooral om de vrijheid in architectonische expressie van de nieuwe bewoners met betrekking tot de woning niet in te perken maar wel afspraken te maken over het bereiken van een gezamenlijke groene uitstraling van de nieuwe buurt. Gekozen is voor consequente toepassing van hagen, met verschillende hoogte, op de perceelgrens. De ambitie die hierbij centraal staat is dat de gewenste individualiteit van de woning niet leidt tot de confrontatie van tegenstrijdige en niet te combineren architectonische expressies.

13

14

Planopzet

De opzet van dit nieuwe wijkdeel is eenvoudig en overzichtelijk.

Vesaliuslaan op het deel waar via de Wentholtlaan aansluiting plaatsvindt op de Merseloseweg.

De bestaande situatie biedt een aantal aanknopingspunten zoals hiernaast in de eerste twee afbeeldingen is weergegeven: de watergangen en de ontsluitingspunten voor straten en paden. De watergangen vormen de basis voor de groen en wandelstructuur door het gebied. In het noordelijke deel is de oostwest groenstructuur verbreedt tot een groene centrale buurtruimte. De ruimte biedt kansen voor de ontwikkeling van kijkgroen of speelgroen of een combinatie van beide. De verdere inrichting van deze groene ruimte is onderdeel van overleg tussen de gemeente, de initiatiefnemer en de bewoners. De overige delen van de nieuwe buurt kent een efficiënte verkaveling met middelgrote en grote kavels waarop straks individuele vrijstaande bebouwing komt. Alle kavels zijn direct bereikbaar vanaf relatief smalle en groene straten (zie deel 2 regels openbaar gebied) Het zuidelijke deel van het plangebied ten zuiden van de watergang, krijgt een lusontsluiting in het verlengde van de bestaande Vesaliuslaan. De lus start aan beide kanten aan de Vesaliuslaan. Aan de westzijde wordt de Vesaliuslaan doorgetrokken over de watergang en aan de oostzijde sluit de ontsluitingscirkel aan op de

Een groot deel van de kavels wordt direct ontsloten via deze ontsluitingscirkel. Een aantal kavels wordt ontsloten via een centrale noordzuid gerichte straat die in het noorden aansluit op de Kochlaan, midden in het plan de afwateringssloot kruist en in het zuiden uitkomt in de ontsluitingscirkel van de verlengde Vesaliuslaan. De bebouwing is vrij en gedifferentieerd. De hoofdgebouwen staan los in de ruimte met voldoende afstand van elkaar. De positie van het hoofdgebouw op het kavel en de overgang van de privé kavel naar het openbare domein is gebonden aan een overzichtelijk aantal regels opgenomen in het tweede deel van dit Beeldkwaliteitsplan (zie deel 2 regels kavels en bebouwing).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15858810/1