CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

003 Bijlage 1. Was-wordt-tabel Verordening bezwaarschriftencommissie

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: Verordening en instellingsbesluit Commissie bezwaarschriften gemeente Venray.6.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was / wordt-tabel Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Venray Was

Wordt

Toelichting

(nieuw)

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Titel van de modelverordening van de VNG gevolgd.

Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften zoals bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - bestuursorgaan: de raad, burgemeester en wethouders, de burgemeester; - bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift; - commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb; - voorzitter: voorzitter van de commissie.

Uitgebreid en aangepast naar voorbeeld van de modelverordening.

Artikel 2 Inleidende bepaling commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. 2. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4. Horen en adviseren door de commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften. 2. De commissie is belast met het horen en adviseren over de volledige heroverweging van bestreden besluiten. 3. De commissie is niet belast met de behandeling van bezwaarschriften die kennelijk niet-ontvankelijk zijn. 4. De commissie is niet belast met de behandeling van bezwaarschriften ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: a. een wettelijk voorschrift inzake belastingen;

Meer aansluiting gezocht bij de modelverordening. Voorstel is om lid 3 toe te voegen in het kader van een efficiënte behandeling van bezwaarschriften. Gekozen wordt om de behandeling van kennelijk niet-ontvankelijke bezwaarschriften niet meer voor te leggen aan de commissie, maar deze door het bestuursorgaan zelf, zonder een advies van de commissie, af te laten handelen. Bestuursorganen hoeven op deze manier niet eerst te wachten op een advies van de commissie, waardoor zij het bezwaarschrift sneller kunnen afhandelen. Op deze manier krijgt de burger ook sneller een besluit op zijn ingediende bezwaarschrift.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. 2. De voorzitter, de leden en eventuele plaatsvervangers worden door de gemeenteraad, op voordracht van het college van burgemeester en wethouders, benoemd, geschorst en ontslagen. 3. De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden van de commissie zijn niet: a. lid van een bestuursorgaan van de gemeente Venray;

b. de Wet waardering onroerende zaken. 5. De commissie kan tevens optreden als externe onafhankelijke klachtadviseur op grond van artikel 14, tweede, derde en vierde lid, van de Beleidsregels klachtafhandeling gemeente Venray.

Voorstel is om lid 5 toe te voegen. In artikel 14, tweede lid, van de Beleidsregels klachtafhandeling gemeente Venray, staat dat klachten tegen de gemeentesecretaris, een bestuursorgaan of diens bestuurders en klachten die betrekking hebben op meerdere teams of afdelingen, ter advisering worden voorgelegd aan een externe onafhankelijke klachtadviseur, waarna deze externe onafhankelijke klachtadviseur een advies afgeeft aan het bestuursorgaan. In het vierde lid van dit artikel staat dat het college onafhankelijke externe klachtadviseurs aan kunnen wijzen. Wanneer hiervan sprake is, wordt de voorzitter van de bezwaarschriftencommissie gevraagd op te treden als klachtadviseur. Door het toevoegen van dit lid willen we in de verordening vastleggen dat de commissie kan optreden als externe onafhankelijke klachtadviseur. Dit biedt de inwoner van gemeente Venray duidelijkheid over de rollen van de commissieleden. Naast het feit dat veel gemeenten op eenzelfde wijze werken met een bezwaarschriftencommissie die ook optreedt als klachtadviescommissie, hopen we op deze manier de burger vertrouwen te geven in een betrouwbare en onafhankelijke klachtbehandeling.

Artikel 5. Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. 2. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden worden door burgemeester en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen. 3. De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden van de commissie zijn niet: a. lid van een bestuursorgaan van de gemeente Venray;

Lid 2 is aangepast conform de modelverordening van de VNG. Het voorstel is om de benoeming, schorsing en het ontslag niet meer door de gemeenteraad, maar door het college te laten regelen. Allereerst zorg je ervoor dat met een benoeming door het college, leden van de commissie sneller (her)benoemd kunnen worden. Je hoeft namelijk niet de hele cyclus tot en met de raadsvergadering te bewandelen, waar al snel zo’n drie maanden overheen gaat. Dit is lang als

b. werkzaam voor of onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Venray; c. in het laatste jaar voorafgaand aan de benoeming lid geweest van of werkzaam zijn geweest voor een bestuursorgaan van de gemeente Venray. d. woonachtig in de gemeente Venray. 4. De commissie regelt de vervanging van de (plaatsvervangend) voorzitter.

b. werkzaam voor of onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Venray; c. in het laatste jaar voorafgaand aan de benoeming lid geweest van of werkzaam zijn geweest voor een bestuursorgaan van de gemeente Venray; d. woonachtig in de gemeente Venray. 4. De commissieleden regelen onderling de vervanging van de leden en de voorzitter.

je de commissie snel op volle sterkte wil brengen. Daarnaast zorgt de (her)benoeming van commissieleden voor oponthoud tijdens de raadsvergadering. De (her)benoeming gebeurt namelijk door een schriftelijke stemming in de raad. De raad wordt hiervoor geschorst, zodat alle raadsleden kunnen stemmen en de schriftelijke stemmen geteld kunnen worden door drie van de raadsleden. Verder werd benoeming door de raad gezien als een extra waarborg om de onafhankelijkheid van de leden te verzekeren. Het belang van onafhankelijkheid van de commissieleden wordt onderschreven. Hiervoor is alleen de extra waarborg door de leden te laten (her)benoemen door de raad niet nodig. De commissieleden zijn namelijk per definitie externe kandidaten, waardoor de slager zijn eigen vlees niet keurt. In de verordening is al geregeld dat de leden niet lid mogen zijn van een bestuursorgaan van gemeente Venray. Zij mogen niet werkzaam zijn voor of onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van gemeente Venray of dit in het laatste jaar voorafgaand aan de benoeming zijn geweest en zij mogen niet woonachtig zijn in de gemeente Venray. Daarnaast is ook in de verordening geregeld dat de commissieleden niet deelnemen aan behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Bovendien bepaalt de raad het beleid en voert het college dit beleid vervolgens uit.

In deze lijn kun je oordelen dat de raad middels de verordening bepaalt dat alleen externe kandidaten benoemd kunnen worden tot commissielid. Vervolgens is het aan het college

om in lijn met de uitvoering deze commissieleden te benoemen en ontslaan. Tot slot is ook nog van belang te melden dat de externe commissieleden in het verleden door de raad (in de raadsvergaderingen van 27 juni 2017, 22 september 2020, 15 februari 2022, 23 september 2025 en 24 februari 2026) altijd unaniem (her)benoemd zijn. Je mag daarom concluderen dat het ambtelijk apparaat en het college hun werk rondom de (her)benoeming altijd zorgvuldig heeft uitgevoerd. Het voorstel is om het vierde lid zo aan te passen dat de commissieleden niet alleen de vervanging van de voorzitter onderling regelen, maar ook die van de leden. Dit is ook zo met de commissieleden afgesproken tijdens de jaarvergadering van 2025. Artikel 3a Kamers van de commissie 1. De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. 2. De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorieën bezwaarschriften door die kamer zullen worden behandeld. 3. De commissie stelt in ieder geval een kamer in voor de behandeling van bezwaren tegen besluiten met betrekking tot personele aangelegenheden. 4. Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6. Instelling kamers 1. De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. 2. De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden: a. een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 van de Awb; b. ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden.

Meer aansluiting gezocht bij de modelverordening.

Artikel 5 Zittingsduur

Artikel 8. Zittingsduur

Conform de modelverordening aan het tweede lid de toevoeging gedaan dat de voorzitter en de

Het voorstel is om het derde lid te verwijderen, omdat dit lid niet meer van toepassing is sinds de invoering van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren. Het voorstel is om het vierde lid te verwijderen, omdat deze overbodig is. Het voorstel is om een nieuw derde lid toe te voegen die overeenkomt met het nieuwe artikel 5, eerste lid, van de verordening, waarin staat de commissie uit een voorzitter en twee leden bestaat. Dit is van overeenkomstige toepassing wanneer er gekozen zou worden voor de instelling van kamers.

1. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaren. Zij kunnen maximaal twee maal vier jaar worden herbenoemd. 2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 3. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

1. De voorzitter en leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk twee keer herbenoemd te worden. 2. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders. 3. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

leden hun ontslag schriftelijk indienen bij het college.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 2. Ingediend bezwaarschrift 1. Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst. 2. Daarna wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden. Hierbij geeft het bestuursorgaan een uitleg over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift.

Voorstel om het tweede lid te wijzigen conform de modelverordening.

(nieuw)

Paragraaf 2. Informele afhandeling

Titel van de modelverordening van de VNG gevolgd.

Artikel 7 Bemiddeling De secretaris kan, in overleg met de voorzitter en na overleg met bezwaarmaker, belanghebbenden en het verwerend orgaan, voorafgaande aan de hoorzitting (laten) onderzoeken of het bezwaar in der minne kan worden bijgelegd en daartoe de nodige handelingen verrichten.

Artikel 3. Informele behandeling 1. Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen. 2. De informele aanpak start door kort na binnenkomst van het bezwaarschrift hierover contact op te nemen met de bezwaarmaker en de voorbereider van het primaire besluit.

Het voorstel is om artikel 7 te wijzigen naar het nieuwe artikel 3 over de informele behandeling, conform de modelverordening van de VNG. De VNG heeft in haar begeleidende brief van 28 april 2022 bij de modelverordening, geschreven dat de modelverordening uit 2010 zich focuste op de behandeling van bezwaren door een formele adviescommissie. Hierdoor was er minder aandacht voor het onderzoek of een geschil ook op andere wijze opgelost zou kunnen worden. De VNG wil met de nieuwe

3. Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit.

modelverordening het informeel oplossingsgericht behandelen van bezwaarschriften bevorderen. Een van de belangrijkste veranderingen is de verplichting voor de gemeente om direct na de ontvangst van het bezwaarschrift contact op te nemen met de bezwaarmaker. De gemeente kan dan uitleg geven over het vervolg van de procedure en de duur van de afhandeling van het bezwaarschrift. (Zie het nieuwe artikel 2. Ingediend bezwaarschrift.) Een tweede belangrijke verandering is de verplichting om te onderzoeken of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld. Ook hierbij moet contact met de bezwaarmaker worden opgenomen en ook met de ambtelijk voorbereider van het besluit. Het voorstel is om dit niet de secretaris van de bezwaarschriftencommissie te laten doen, maar de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan in de bezwaarschriftenprocedure. Deze kan immers beter dan de secretaris inschatten welke mogelijkheden er liggen om te komen tot een informele afhandeling van het bezwaarschrift.

(nieuw)

Paragraaf 3. Commissie

Titel van de modelverordening van de VNG gevolgd.

Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: a. artikel 2:1, tweede lid; b. artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

Artikel 9. Uitoefening bevoegdheden 1. De voorzitter oefent de volgende bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit: a. verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, derde lid); b. stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6);

Onder het eerste lid, sub a van dit artikel is gewijzigd dat het gaat om artikel 2:1, derde lid van de Awb. Dit komt omdat de huidige versie van de Awb geldend is vanaf 1 januari 2024 en de oude verordening vastgesteld is op 2 november 2021. Toen gold nog de oude versie van de Awb, waarin het verlangen van een schriftelijke machtiging geregeld was in artikel 2:1, tweede lid, van de Awb.

c. artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; d. artikel 7:4, tweede lid; e. artikel 7:6, vierde lid.

c. verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17); d. ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid); e. al dan niet op verzoek van een belanghebbende, belanghebbenden afzonderlijk horen, indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden (artikel 7:6, tweede lid); f. al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid). 2. De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris.

Het voorstel is om sub e toe te voegen aan de nieuwe verordening.

Artikel 9 Vooronderzoek 1. De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 10. Voorbereiding hoorzitting 8. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.

Voor het opstellen van het nieuwe artikel 10 is aansluiting gezocht bij de modelverordening. De oude artikelen 9, 10 en 11 zijn verwerkt in het nieuwe artikel 10. In de tweede kolom zijn alleen de nieuwe leden van artikel 10 te zien die in relatie staan tot het oude artikel.

Artikel 10 Hoorzitting

Artikel 10. Voorbereiding hoorzitting

Voor het opstellen van het nieuwe artikel 10 is aansluiting gezocht bij de modelverordening. De

Het voorstel is om het tweede lid, conform de modelverordening van de VNG, toe te voegen aan dit artikel. Dit omdat de secretaris de commissie feitelijk ondersteunt in onder meer administratieve taken, waaronder het vragen om een schriftelijke machtiging. Door dit te mandateren aan de secretaris, wordt het administratieve proces rondom de behandeling van bezwaarschriften versneld.

Het voorstel is om lid 1 te verwijderen conform de modelverordening.

1. De secretaris van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

1. De secretaris van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb. 3. Ten aanzien van bezwaarschriften die naar het oordeel van de voorzitter en de secretaris kennelijk ongegrond zijn, volstaat advisering door de commissie bezwaarschriften aan het bestuursorgaan.

oude artikelen 9, 10 en 11 zijn verwerkt in het nieuwe artikel 10. In de tweede kolom zijn alleen de nieuwe leden van artikel 10 te zien die in relatie staan tot het oude artikel. Het voorstel is om het derde lid te verwijderen conform de modelverordening. In het geval van horen wordt afgezien, worden in de praktijk alle partijen op de hoogte gesteld. In de huidige werkwijze zal dat ofwel gebeuren door de commissie ofwel door het bestuursorgaan wanneer er sprake is van een kennelijk nietontvankelijk bezwaarschrift of wanneer volledig aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Het voorstel is om een nieuw derde lid toe te voegen dat uitlegt wat er gebeurt wanneer er sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaarschrift. Daarover is in de oude verordening niets vastgelegd.

Artikel 11 Uitnodiging zitting 1. De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2. Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan meegedeeld. 4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 10. Voorbereiding hoorzitting 4. De secretaris nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit. 5. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de secretaris verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 6. De beslissing van de secretaris op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele

Voor het opstellen van het nieuwe artikel 10 is aansluiting gezocht bij de modelverordening. De oude artikelen 9, 10 en 11 zijn verwerkt in het nieuwe artikel 10. In de tweede kolom zijn alleen de nieuwe leden van artikel 10 te zien die in relatie staan tot het oude artikel. Het voorstel is om in het eerste, tweede en derde lid ‘voorzitter’ te wijzigen in ‘secretaris’, omdat deze taken feitelijk door de secretaris worden uitgevoerd i.p.v. de voorzitter. Nu het gaat om voorbereidende handelingen op de hoorzitting, wordt geconcludeerd dat dit meer een taak is van de secretaris dan van een voorzitter. Het voorstel is om de termijn genoemd in lid 3 te wijzigen van uiterlijk één week voor de

andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld. 7. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het derde tot en met vijfde lid.

zitting, naar drie werkdagen na ontvangst van het verzoek. Wanneer de uitnodigingen twee weken voor de hoorzitting worden verstuurd, komt deze wijziging uiteindelijk alsnog neer op één week voor de hoorzitting. Het verschil zit hem er alleen in wanneer het verzoek eerder gedaan wordt en er langer dan twee weken tussen het verzoek en de geplande zitting in zit. Als de secretaris dan binnen drie werkdagen haar beslissing kenbaar maakt, is er soms nog tijd om een andere bezwaarzaak op zitting te plannen en het bestuursorgaan de tijd te geven zich voor te bereiden op die zitting.

Artikel 12 Quorum Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

Artikel 11. Minimale bezetting 1. Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de (plaatsvervangend) voorzitter, aanwezig is. 2. Indien één van de leden niet aanwezig kan zijn bij de hoorzitting, zal een lid op afstand als meelezend lid adviseren.

Voorstel is om de titel van dit artikel te wijzigen naar meer begrijpelijke taal. Voorstel is om lid 2 toe te voegen ter verduidelijking dat, ook al is een lid niet aanwezig tijdens de hoorzitting, hij wel mee adviseert en er dus altijd een advies van drie commissieleden (waaronder één voorzitter) wordt verstrekt.

Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 12. Onpartijdigheid leden De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Het gaat hier enkel om een tekstuele aanpassing naar voorbeeld van de modelverordening.

Artikel 14 Openbaarheid zitting 1. De zitting van de commissie is in beginsel openbaar. Uitgezonderd zijn zittingen aangaande zaken van personele aard en inzake sociale zekerheidswetgeving. 2. De deuren kunnen overigens worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of

Artikel 13. Openbaarheid hoorzitting 1. De hoorzitting van de commissie is openbaar. 2. In afwijking van het eerste lid vindt de hoorzitting achter gesloten deuren plaats voor wat betreft zittingen inzake sociale zekerheidswetgeving.

Voorstel is om het eerste lid te splitsen in twee leden conform de modelverordening. De inhoud blijft hetzelfde, buiten het feit dat zaken van personele aard is verwijderd, omdat daar geen sprake meer van is na invoering van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren.

indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

3. De deuren kunnen voorts worden gesloten als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 4. Als de commissie naar aanleiding van het derde lid beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.

Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging 1. Van de hoorzitting wordt een digitaal audioverslag gemaakt. 2. Op verzoek van een belanghebbende of het verwerend bestuursorgaan stelt de commissie het digitale audioverslag van de hoorzitting ter beschikking. 3. In afwijking van het eerste lid van dit artikel wordt het digitale audioverslag van de hoorzitting schriftelijk uitgewerkt, als bedoeld in artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht, in het geval: a. Een belanghebbende of het verwerend bestuursorgaan daar om verzoekt, of; b. een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure; 4. Een schriftelijk verslag van de hoorzitting als bedoeld in het derde lid van dit artikel: a. vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid; b. vermeldt zakelijk wat over en weer door de aanwezigen is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen; c. vermeldt als de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, of indien belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;

Artikel 14. Verslaglegging 1. Van de hoorzitting wordt een digitaal audioverslag gemaakt en aan bezwaarmaker per e-mail toegestuurd. 2. De commissie stelt het digitale audioverslag van de hoorzitting ter beschikking aan belanghebbende en het verwerend bestuursorgaan. 3. In afwijking van het eerste lid van dit artikel wordt het digitale audioverslag van de hoorzitting schriftelijk uitgewerkt, als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb, in het geval: a. bezwaarmaker, een belanghebbende of het verwerend bestuursorgaan daar om verzoekt, of; b. een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure. 4. Een schriftelijk verslag van de hoorzitting als bedoeld in het derde lid van dit artikel, bevat in ieder geval: a. de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid; b. zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen;

‘Schriftelijk’ is verwijderd uit de titel van het artikel, omdat de verslaglegging van de hoorzitting standaard digitaal plaatsvindt. Voorstel is om in het eerste lid toe te voegen dat het audioverslag aan bezwaarmaker per e-mail wordt toegestuurd, omdat dat standaard gebeurt. Het voorstel is om van het vierde lid, sub e, van dit artikel een apart lid 5 te maken, conform de modelverordening. De inhoud blijft ongewijzigd.

d. verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden die aan het verslag kunnen worden gehecht; e. wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

c. vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord; d. verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht; 5. Het verslag als bedoeld in het vierde lid van dit artikel wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 16 Nader onderzoek 1. Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. 4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Nader onderzoek 1. De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht. 2. De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan toegezonden. 3. De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren. De voorzitter bepaalt de termijn waarbinnen gereageerd moet worden. Indien gewenst kunnen zij aan de voorzitter vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek. 4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Het voorstel is om het derde lid op twee punten te wijzigen. In het oude artikel stond niets over eerst schriftelijk reageren op de toegezonden informatie na onderzoek. Dit wordt toegevoegd, omdat een schriftelijke reactie soms voldoende is. De tweede wijziging is het verwijderen van de termijn van één week na verzending, maar die termijn door de voorzitter te laten bepalen. Hier wordt voor gekozen, omdat één week reactietermijn soms niet voldoende is voor bezwaarmaker en het bestuursorgaan om te reageren op de aanvullende informatie, zeker niet wanneer het gaat om een grote hoeveelheid aan informatie.

Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, onder medezending van eventueel door de commissie ontvangen nadere

Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, eventueel met nadere informatie die door de commissie is ontvangen,

Het voorstel is om in het tweede lid de voorzitter te wijzigen naar secretaris, omdat de secretaris feitelijk de termijn bewaakt en signaleert

informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan of bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de belanghebbende(n) en de commissie een afschrift.

tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. Als naar het oordeel van de secretaris de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, zal de secretaris in overleg met het bestuursorgaan tijdig de beslissing verdagen. 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de belanghebbenden een afschrift.

wanneer de termijn van 12 weken onvoldoende is.

Artikel 19 Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar.

Artikel 18. Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks aan de bestuursorganen verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Voorstel is om de datum van 1 juli te verwijderen, omdat hier niet altijd aan voldaan kan worden. Dit kan bijvoorbeeld komen door drukte bij het secretariaat door veel inkomende bezwaarschriften of door (tijdelijke) onderbezetting. Door deze datum te verwijderen, heeft het secretariaat meer lucht om zelf in te delen wanneer er tijd is om het jaarverslag op te stellen.

(nieuw)

Artikel 19. Vergoeding 1. De leden en de voorzitter ontvangen per bijgewoonde hoorzitting de in het artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of diens opvolger, vastgestelde vergoeding. 2. De vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt voor de (plaatsvervangend) voorzitter vermenigvuldigd met factor 2,5 en voor de leden met factor 2. 3.Voor advisering zonder aanwezigheid tijdens de hoorzitting (meelezend lid) ontvangen de

Voorstel is om een nieuw artikel toe te voegen aan de verordening dat gaat over de vergoedingen van de commissieleden. In de huidige verordening is hierover niets geregeld. Dit is niet wenselijk, omdat de huidige vergoedingen afwijken van de vergoeding zoals vermeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: het Rechtspositiebesluit). De raad mag afwijken van deze vergoedingen, maar moet dat doen bij verordening. Daarom is dit nieuwe artikel toegevoegd.

Daarnaast is het voorstel om de termijn van 10 weken te wijzigen in 12 weken conform artikel 7:10, eerste lid van de Awb. Ook is het voorstel om te wijzigen dat niet de voorzitter het bestuursorgaan verzoek om tijdig de beslissing te verdagen, maar om dit de secretaris te laten doen in overleg met het bestuursorgaan. Hiervoor is gekozen, omdat in de praktijk het de secretaris is die de termijnen bewaakt, signaleert wanneer de termijn moet worden verdaagd en de brief met verdaging verstuurt naar belanghebbenden.

leden een vergoeding van 1,5 keer het bedrag genoemd in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 4. Voor overige bijeenkomsten, zoals de jaarvergadering, geldt een vergoeding van één keer het bedrag genoemd in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 5. Voor het bijwonen van de hoorzittingen en overige bijeenkomsten zoals bedoeld onder lid 5, ontvangen de voorzitter en leden een reiskostenvergoeding van 0,23 euro per kilometer, gerekend over de afstand tussen hun woonadres en het adres van de plaats van de hoorzitting. De afstand wordt berekend op basis van de kortste route volgens de ANWBrouteplanner. 6. De in dit artikel bedoelde vergoedingen worden per kwartaal achteraf uitbetaald.

In artikel 19 worden geen bedragen genoemd, maar wordt verwezen naar artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit. Hiervoor is gekozen, omdat de bedragen genoemd in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit ieder jaar opnieuw worden geïndexeerd conform het derde lid van dit artikel. Door geen bedragen te noemen, maar te verwijzen naar het artikel, voorkom je dat je ieder jaar de verordening moet updaten met de nieuwe geïndexeerde bedragen. Een andere reden om de vergoedingen op te nemen in de nieuwe verordening, is omdat we afwijken van de vergoeding genoemd in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit. Dit doen we om drie redenen. Allereerst hadden wij vanaf 1 januari 2020 de vergoedingen van de commissieleden moeten indexeren conform artikel 3.4.1, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit. Dat is niet gebeurd. De huidige vergoeding zoals genoemd in het tweede lid van artikel 19 komt overeen met het bedrag hadden we wel geïndexeerd vanaf 1 januari 2020. Daarnaast kan gelet op artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit een hogere vergoeding worden vastgesteld voor een commissielid vanwege zijn beroepsmatige deskundigheid en indien de vergoeding op basis van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit, niet in redelijke verhouding staat tot de taak.

Van de voorzitter en leden van de commissie wordt specifieke expertise gevraagd. Het merendeel van de leden is juridisch onderlegd en de hoorzittingen vragen om een gedegen bestudering en voorbereiding van de te behandelen bezwaarschriften. Ook na de hoorzitting wordt een actieve rol van de

voorzitter en leden verwacht. De vergoeding moet daarom afgestemd worden op de bijzondere deskundigheid van de leden en de zwaarte en omvang van de taak. Voorzitters ontvangen nu € 230,- per hoorzitting en leden € 180,-. Met deze wijziging ontvangen voorzitters straks € 271,75 en leden € 217,40 per hoorzitting. Verder is de huidige vergoeding voor de commissieleden niet marktconform. Het is wenselijk om tot een hogere, marktconforme, vergoeding te komen. Je wilt immers de kwaliteit en de continuïteit van advisering waarborgen. Daarvoor is het van belang geschikte mensen te benoemen én te behouden als commissielid. Een lage vergoeding kan een negatieve prikkel hebben op het vinden en behouden van geschikte mensen. Tot slot spreekt een lage vergoeding niet de waardering uit voor het gevraagde advieswerk en het belang dat de gemeente hecht aan een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften. Het derde lid is een wijziging ten opzichte van de huidige praktijk. Nu ontvangt een lid € 180,voor het adviseren, ook al is hij onverhoopt niet aanwezig geweest tijdens de hoorzitting. Omdat wij vinden dat het aanwezig zijn tijdens de hoorzitting, inclusief de voor- en nabespreking extra tijd en moeite vergt van de leden, willen wij hier verschil in aanbrengen. Daarom is gekozen voor een verlaging ten opzichte van de huidige praktijk.

Het vierde lid is eveneens een wijziging ten opzichte van de huidige praktijk. Op dit moment krijgen de commissieleden geen vergoeding voor hun aanwezigheid tijdens de jaarvergadering. Wel wordt hen een etentje na afloop van de

jaarvergadering aangeboden. Dit vinden wij alleen niet redelijk. Van de commissieleden wordt hun aanwezigheid en inbreng tijdens de jaarvergadering verwacht. Tijdens de jaarvergadering wordt geëvalueerd hoe het in het voorgaande jaar is gegaan en wat er beter kan. Ook wordt tijdens de jaarvergadering besproken welke tips zij mee willen geven aan het de bestuursorganen die zij adviseren. Dit vergt van de commissieleden een actieve inbreng die ook als zodanig vergoed moet worden. Daarnaast is een vergoeding voor de jaarvergadering en eventuele overige vergaderingen mochten die plaatsvinden, hoe het in veel andere gemeenten ook is geregeld. Het aangeboden etentje na de jaarvergadering wordt met de invoering van dit lid geschrapt. Lid 6 wordt toegevoegd omdat wij in de praktijk de vergoedingen van de commissieleden per kwartaal uitbetalen en niet maandelijks, zoals is geregeld in het Rechtspositiebesluit. (nieuw)

Artikel 20. De commissie als bestuursorgaan 1. Besluiten die door de commissie als bestuursorgaan worden genomen, worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. 2. De commissie kan nadere interne regels stellen over de voorbereiding en besluitvorming die zij als bestuursorgaan neemt.

Voorstel is om een nieuw artikel toe te voegen aan de verordening dat regelt dat de commissie soms ook optreedt als bestuursorgaan. Denk daarbij aan het ontvangen van een klacht, Wooverzoek of AVG-verzoek. In de oude verordening was hierover niets geregeld. Dit artikel biedt de commissie wat meer houvast.

(nieuw)

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Titel van de modelverordening van de VNG gevolgd.

(nieuw)

Artikel 21. Onvoorziene omstandigheden In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de voorzitter van de commissie.

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 20 Intrekking oude regeling De Verordening commissie bezwaarschriften 2017 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 22. Intrekking oude regeling De Verordening Commissie bezwaarschriften Venray van 2 november 2021 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 21 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van haar bekendmaking.

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2026. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Venray.

Voor het opstellen van artikel 23 is aansluiting gezocht bij de modelverordening. De oude artikelen 21 en 22 zijn verwerkt in het nieuwe artikel 23. Verder spreekt dit artikel voor zich.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16857642/1