CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

003 Bijlage 1 - IHP 2025-2040 Venray

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Integraal Huisvestingplan Onderwijs Venray 2025-2040.17.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

5.4. Venray West Op de volgende pagina zijn de kaarten gevisualiseerd van de scholen in Venray West. Ontwikkelingen (lopende projecten) In Venray West vinden verschillende ontwikkelingen plaats op het gebied van onderwijshuisvesting. Op het terrein van het Raayland College is de nieuwbouw gestart voor de scholen Focus en Spectrum. Dit nieuwe speciaal kind-/ expertise centrum, dat de naam 'Kwispeldans' heeft gekregen. Deze school wordt naar verwachting medio 2025 opgeleverd. Tegelijkertijd heeft het Raayland College een verbouwing ondergaan. Daarnaast verhuist Jenaplan Kindcentrum Talententuin naar de voormalige locatie van basisschool De Toverbal aan de Ursulastraat, met een geplande opening eind 2026. Voor dit deel van Venray is de planning: (V)SO: • De Wijnberg: er is een vervangingsopgave voor het gebouw van de Wijnberg Venray in 5-10 jaar. Er wordt gestreefd naar inclusief onderwijs en dat betekent dat kinderen uit Venray thuis nabij onderwijs kunnen ontvangen. De Wijnberg gaat, samen met de Mutsaersstichting, een volledig aanbod bieden voor kinderen van 0 t/m 12 jaar en mogelijk zelfs van 0-18 jaar. In de huidige situatie is er alleen een aanbod voor kinderen van 4-12 jaar. Momenteel wordt er met de Wijnberg gewerkt aan plannen om op de locatie van De Kwispeldans een uitbreiding te realiseren voor De Wijnberg. Dit project zal plaatsvinden in termijn 0-5 jaar van het IHP.

• De Kwispeldans: geen scenario in dit IHP. De Kwispeldans wordt nieuw gerealiseerd en naar verwachting medio 2025 opgeleverd. Binnen kindcentrum de Kwispeldans worden twee scholen Focus (speciaal basisonderwijs, onderdeel van SPOVenray) en Spectrum (speciaal onderwijs, onderdeel van Onderwijsgroep Buitengewoon) samengevoegd onder één dak. Mogelijk dat als gevolg van een uitbreiding van het onderwijs op deze plek ook behoefte ontstaat aan een extra speelzaal voor de jongste kinderen van de drie scholen. Indien dit het geval is zal deze meegenomen moeten worden in de uitbreidingsopgave van de Wijnberg aan de Kwispeldans. • VSO De Wijnberg: De gemeente vindt inclusief onderwijs belangrijk en wil VSOleerlingen een plek geven binnen onze eigen gemeente. Er hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de Wijnberg/Aloysius Stichting, Onderwijsgroep

Referentie: 1533406-0043.0.2.

•

•

Buitengewoon (Kindcentrum Kwispeldans), Punt Speciaal (Foooocus), SPOV Venray (Kindcentrum Kwispeldans) en het Raayland College (Praktijkonderwijs). Deze gesprekken hebben geleid tot een gezamenlijke visie op inclusief onderwijs rondom de Zuidsingel. Deze periode is gekozen voor tijdelijke huisvesting van VSO-onderwijs aan het Groenewoltsepad. De onderwijsinstellingen dragen hierbij de verantwoordelijkheid voor de inrichting en het onderhoud en nemen eventuele financiële risico’s op zich. Inclusief onderwijs Venray: De bovengenoemde ontwikkeling van het VSOonderwijs in Venray wordt in deze planperiode actief gemonitord. Daarbij wordt onder meer gekeken naar leerlingenaantallen en de effectiviteit van de geboden arrangementen. Op basis van deze inzichten wordt bepaald welke structurele huisvestingsoplossing op termijn nodig is. Vanwege de huidige onzekerheden is ervoor gekozen om in dit IHP nog geen budget toe te kennen; indien een structurele oplossing nodig blijkt, zal een separate budgetaanvraag buiten dit IHP om worden ingediend. Foooocus Venray: Foooocus is een onderwijsconcept van Punt Speciaal. Met Foooocus bieden ze leerlingen een plek midden in de maatschappij. De onderwijslocatie wordt gehuurd door de gemeente Venray.

In de huisvestingsverordening van de gemeente Venray is vastgelegd dat ook dislocaties van het speciaal onderwijs in aanmerking komen voor zowel de vaste voet als, indien sprake is van behoefte, een extra speelzaal. VO: • Raayland College: Op basis van de capaciteitsanalyse is er een klein ruimte tekort voor het Raayland college. Het schoolgebouw aan de Ursulastraat wordt momenteel gebruikt als tijdelijke huisvesting voor de leerlingen. Bij de herijking van het IHP in 2030 wordt een actuele leerlingprognose opgesteld in opdracht van de gemeente om de ruimtebehoefte voor het Raayland College op lange termijn vast te stellen. PO: • De Bongerd en Coninxhof: Onderzoek naar clustering van de leerlingen van beide scholen inclusief gymzaal door middel van nieuwbouw of renovatie op nader te bepalen locatie in 0-5 jaar. Het huidige aanbod aan kinderopvang kan versterkt

Pagina 25 van 47

worden of behouden blijven. Gezien de kwaliteit van beide scholen is het realiseren van vervanging voor beide scholen urgent. Aandachtspunt bij clustering van de scholen is om een passend scenario met betrekking tot leerlingenaantallen te formuleren. • Talententuin: geen scenario in de looptijd van dit IHP. Nieuwbouw in ontwikkeling en wordt naar verwachting in 2027 opgeleverd. In de haalbaarheidsstudies worden de te onderzoeken scenario’s per locatie geformuleerd.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 26 van 47

5 JKC Talententuin

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

85 2025 1.901 150

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

3 De Bongerd

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

60 1960 1.096 0

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

85 2025 809 0

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2]

85 2025 883

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

14 De Kwispeldans

20 De Kwispeldans

2 Coninxhof

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

55 1970 1.539 150

21 De Wijnberg Venray

61 1993 0

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2]

18 Raayland College

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

Referentie: 1533406-0043.0.2.

#N/B 1 12.951 0

186 1.136 915 765

211 1.261 790 640

236 1.387 664 514

321 1.815 236 86

320 1.810 241 91

2025 2026 2027 2034 2039 136 884 212 212

134 874 222 222

131 859 237 237

127 839 257 257

133 869 227 227

69 757 52 52

75 801 8 8

76 809 0 0

77 816 -7 -7

80 839 -30 -30

45 766 117

45 766 117

45 766 117

45 766 117

45 766 117

2025 2026 2027 2034 2039

2025 2026 2027 2034 2039

2025 2026 2027 2034 2039 Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

QuickScan 61 Leerlingenprognose Bouwjaar 1993 Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] bvo Onderwijs [m2] 150 Tekort/overschot Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2] 22 VSO De 0Wijnberg Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2] QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2]

2025 2026 2027 2034 2039

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

209 1.251 438 288

219 1.302 387 237

227 1.342 347 197

267 1.543 146 -4

281 1.613 76 -74

2025 2026 2027 2034 2039 30 27 27 27 27 634 608 608 608 608 -484 -458 -458 -458 -458 -484 2026 -458 2027 -458 2034 -458 2039 -458 2025 0 15 30 50 50 370 553 736 980 980 -370 -553 -736 -980 -980

2025 2026 2027 2034 2039 1649 1684 1758 1705 1562 13.510 13.510 13.510 13.510 13.510 -559 -559 -559 -559 -559 -559 -559 -559 -559 -559

Pagina 27 van 47

5.5. Venray Oost Op de volgende pagina zijn de kaarten gevisualiseerd van de scholen in Oost. Met deze inzichten is de onderstaande planning benoemd. •

•

• •

•

•

Montessorischool: Nieuwbouw of renovatie in termijn 4 (>20 jaar) van het IHP. Bij de herijking van het IHP in 2030 zal het scenario voor deze locatie nader verkend worden. De Kruudwis: Renovatie of nieuwbouw binnen 0-5 jaar, dit sluit aan bij de quickscan score van het gebouw. In het haalbaarheidsonderzoek wordt clustering van de Kruudwis en de Klimboom op nader te bepalen locatie onderzocht. Clustering van de Kruudwis met de Klimboom wordt gezien als kans om het aantal scholen in Venray te verminderen. Voor de korte termijn zal er voorzien worden in de vervanging van de tijdelijke huisvesting van de Kruudwis. De Klimboom: Nieuwbouw of renovatie in 10-20 jaar. Onderzocht wordt of clustering van de Kruudwis in 0-5 jaar mogelijk is. Sint Petrus Banden: nieuwbouw of renovatie in termijn 3 (10-20 jaar) van het IHP. SPOV geeft aan dat vanuit onderhoud Petrus Banden mogelijk urgenter is. Dit komt mede door de tussentijdse aanpassingen en de oorspronkelijke functie van het gebouw (VO). De kwalitatieve analyse van de scholen (vorige IHP) blijft uitgangspunt. Dit sluit aan bij de quickscanscore van het huidige gebouw. Het huidige aanbod aan kinderopvang kan versterkt worden of behouden blijven. Het ruimteoverschot wordt veroorzaakt door de inefficiëntie van het gebouw. Brede gangen, de aula en een grote zolder worden meegerekend in de capaciteit.

In werkelijkheid is er een tekort aan onderwijsruimte (lokalen) en is er een leerlingenstop. In de leerlingenprognose is een daling van het aantal leerlingen te zien, de verwachting is dat dit het effect is van de nieuw op te leveren Talententuin. Bij de herijking van het IHP in 2030 zal het scenario voor deze locatie nader verkend worden. De Hommel: nieuwbouw of renovatie in termijn 3 (10-20 jaar) van het IHP. Dit sluit aan bij de quickscanscore van het gebouwdeel uit 1976, de gebouwdelen uit 2003/2008 zijn in principe pas over meer dan 20 jaar aan vervanging toe. Bij de herijking van het IHP in 2030 zal het scenario voor deze locatie nader verkend worden. De Krokodaris: geen scenario van toepassing binnen het IHP. Het schoolgebouw is gehuurd van de woningbouwvereniging met een looptijd van 40 jaar.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Onderzocht kan worden of onderverhuur aan een andere school of maatschappelijke organisatie een kans kan zijn om de overmaat in dit gebouw te reduceren. Bij de herijking van het IHP in 2030 zal het scenario voor deze locatie nader verkend worden. In de haalbaarheidsstudies worden de te onderzoeken scenario’s per locatie geformuleerd.

Pagina 28 van 47

13 Montessorischool Venray

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

75 1981 1.288 150

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

6 De Klimboom

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

85 1982 1.185 150

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

7 De Kruudwis

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

55 1987 1.102 150

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

17 St. Petrus Banden

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

69 1940 3.104 0

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

4 De Hommel

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

68 1975 2.447 150

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

12 Krokodaris

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

Referentie: 1533406-0043.0.2.

84 2015 2.085 0

2025 2026 2027 2034 2039 174 1.075 363 213

182 1.115 323 173

187 1.141 297 147

191 1.161 277 127

197 1.191 247 97

2025 2026 2027 2034 2039 187 1.141 194 44

194 1.176 159 9

196 1.186 149 -1

180 1.105 230 80

182 1.115 220 70

2025 2026 2027 2034 2039 246 1.437 -185 -335

240 1.407 -155 -305

238 1.397 -145 -295

226 1.337 -85 -235

230 1.357 -105 -255

2025 2026 2027 2034 2039 464 2.534 570 570

447 2.448 656 656

424 2.333 771 771

341 1.915 1.189 1.189

350 1.961 1.144 1.144

2025 2026 2027 2034 2039 328 1.850 747 597

329 1.855 742 592

325 1.835 762 612

314 1.779 818 668

334 1.880 717 567

2025 2026 2027 2034 2039 Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

163 1.020 1.065 1.065

162 1.015 1.070 1.070

162 1.015 1.070 1.070

163 1.020 1.065 1.065

177 1.090 995 995

Pagina 29 van 47

5.6. Kinderopvang

5.7. Integrale programmering

Dit IHP beschrijft de vervangingsopgave voor onderwijsgebouwen in de komende 20 jaar. Om de (financiële) opgave voor de eerste vier jaar beter in beeld te brengen, worden ook de opgaven voor de ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC) in deze periode meegenomen.

Bij het opstellen van de scenario’s is gebruikgemaakt van de quickscan scores, capaciteitsanalyses en gesprekken met schoolbesturen. In sommige gevallen zijn er afwijkingen gemaakt ten opzichte van de uitkomsten van de analyses, bijvoorbeeld op basis van beleidskeuzes, clusteringmogelijkheden of strategische afwegingen.

Voor de capaciteitsberekening wordt voorlopig uitgegaan van 150 m² kinderopvang per project, maar dit wordt per locatie verder onderzocht. Het IHP zelf bevat geen scenario’s voor de benodigde vierkante meters kinderopvang, omdat de exacte invulling project specifiek is. Wel sluit IKC-vorming aan bij de visie van het IHP, waarin wordt gestreefd naar de realisatie van IKC’s.

De volgende (lopende) projecten zijn geen onderdeel van het IHP: JKC Talententuin, De Kwispeldans, Raayland College en de tijdelijke huisvesting VSO De Wijnberg. Programmering Onderstaande de beoogde projecten rekening houdend met realistische doorlooptijden. We zijn daarbij uitgegaan van onderstaande uitgangspunten: • Startdatum is het jaar waarin het haalbaarheidsonderzoek wordt opgestart en waarbij de projectuitgangspunten worden vastgesteld. • Per project wordt standaard uitgegaan van 3 jaar ontwerp en realisatie. • Afhankelijk van het risicoprofiel (complexiteit) kan de doorlooptijd verlengd worden. • De Wijnberg betreft een uitbreiding bij de Kwispeldans. • Voor de Kruudwis is uitgegaan van een fasering met De Klimboom.

De bekostiging en definitieve realisatie van IKC-functies binnen schoolgebouwen worden verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. De eerste projecten binnen dit programma zijn: • Coninxhof/Bongerd • De Kruudwis • Sint Anna

Gebouwmaatregel

enray

genwijs

den

ool Venray

STARTDATUM OPLEVERJAAR 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

Nieuwbouw ENG

2026

2028

Nieuwbouw ENG

2027

2028

Nieuwbouw ENG

2026

2029

Nieuwbouw ENG

2026

2029

Nieuwbouw ENG

2026

2029

Nieuwbouw ENG

2028

2031

Nieuwbouw ENG

2029

2032

Nieuwbouw ENG

2030

2033

Nieuwbouw ENG

2032

2035

Nieuwbouw ENG

2033

2036

Nieuwbouw ENG

2035

2038

Nieuwbouw ENG

2036

2039

Nieuwbouw ENG

2037

2040

Nieuwbouw ENG

2037

2040

Referentie: 1533406-0043.0.2.

A A A A

A A A A A

A A A A A A

A A A A A

A A A

A A A

A A A

A A A

A A

A A A

A A A

A A A A

A A A A

A A A

A A

Pagina 30 van 47

6. Financiële vertaling en CO2-reductie In dit hoofdstuk wordt de programmering voor het PO, VO en (V)SO) voorzien van een financieel kader. Passend bij de ambities van dit IHP wordt gestart met het vaststellen van het kwaliteitsniveau voor de onderwijshuisvesting, waarna wordt toegewerkt naar een kostenkengetal per onderwijssector. Op basis van het scenario per locatie, de programmering (doorlooptijd) en financiële uitgangspunten is er toegewerkt naar een meerjaren investeringsoverzicht. Om de kosten te kunnen dekken wordt vervolgens ingegaan op de budgetverdeling van de gemeente, bijdrage schoolbestuur (TCO) en overige partners.

6.1. IHP Kwaliteit De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk de gewenste kwaliteit te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar om binnen hun financiële mogelijkheden een bijdrage aan de projecten te leveren volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Hierbij maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk. De aanvullende kwaliteit wordt bijvoorbeeld gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in de lopende meerjarenonderhoudsplanning). De schoolbesturen geven aan dat zij aan de voorkant voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership. Daarvoor zijn de volgende argumenten benoemd: • De aanzienlijke tekorten op de vergoeding voor materiële instandhouding. • De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiële instandhouding. • De hoogte van de onderhoudskosten voor ENG-gebouwen. • De beperkte eigen financiële middelen en liquiditeit. Tijdens het opstellen van het IHP hebben gemeente en schoolbesturen een afspraak gemaakt over verdeling van de kosten.

In de volgende paragraaf is sector weergegeven (PO, VO en (V)SO) weer welke investeringskosten tot de basiskwaliteit

Referentie: 1533406-0043.0.2.

horen en daarmee voor rekening van gemeente komen (excl. bijkomende kosten). Daarvoor heeft de gemeente de basiskwaliteit voor onderwijshuisvesting gedefinieerd en gewaarborgd. Het betreffen die onderdelen die essentieel zijn voor een goed schoolgebouw en daarom niet afhankelijk dienen te zijn van een bijdrage van een schoolbestuur. De schoolbesturen kunnen er voor kiezen bij te dragen aan aanvullende kwaliteit. Per project wordt de bijdrage van het schoolbestuur vastgesteld, in het haalbaarheidsonderzoek (projectkaders).

6.1.1 De samenhang van kosten en kwaliteit bij onderwijshuisvesting In Nederland worden diverse definities gehanteerd voor het benoemen van de bouwkundige kwaliteit van onderwijshuisvesting. In de wet wordt de term ‘sober en doelmatig’ gehanteerd. Deze omschrijving is echter niet specifiek omschreven, een heldere omschrijving is van belang om de kosten te kunnen bepalen. Voor het bepalen van de kwaliteit van de schoolgebouwen binnen de vernieuwingsopgave (lees: nieuwbouw) zijn verschillende niveaus mogelijk.

Figuur 6-1: Kwaliteitsniveaus nieuwbouw

Figuur 6-1 is een illustratieve weergave van de diverse kwaliteiten, normen en ambities die in Nederland worden gehanteerd voor onderwijshuisvesting en hoe die zich tot elkaar verhouden. • Wettelijk: Besluit bouwwerken leefomgeving, waarbinnen onder andere BENG als eis is benoemd, dit is exclusief aardgasvrij. Dit houdt geen rekening met

Pagina 31 van 47

•

• •

aanvullende ventilatiedoelstellingen, het Klimaatakkoord en de kwaliteitsambities van dit IHP. VNG-norm: jaarlijks actualiseert de VNG de normvergoeding, vanuit de VNG worden hier geen gespecificeerde kwalitatieve eisen aan gesteld en dient minimaal voldaan te worden aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Kwaliteitskader Ruimte OK: richtinggevend kwaliteitskader in overleg met POraad, VO-raad en VNG (geen norm). IHP-kwaliteit: er is verkend welk kwaliteitsniveau past bij de ambities van dit IHP. Daarbij heeft de gemeente de vergelijking gemaakt met de verschillende referentie projecten binnen de gemeente, met onderscheid naar Basiskwaliteit en Aanvullende kwaliteit.

6.1.2 IHP-kwaliteit onderwijs Basiskwaliteit Voorafgaand is verkend aan welke minimum eisen (basis) voldaan dient te worden, deze kosten zijn onderdeel van de ‘kosten basis kwaliteit’: • Wettelijk minimum (besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2021, inclusief BENG). • Marsh eisen: verzekeringseisen. • Aanvullende kosten Energieneutraal (ENG) schoolgebouw. • Herindeelbaar gebouw: flexibiliteit door niet-dragende wanden en ventilatie in verkeersruimten zodat ruimtelijke- en functie wijzingen gedaan kunnen worden. • Werkplekken in verkeersruimtes. • Gevelbeeld niveau welstand: meer gevel- en gevelopeningen en een goed afwerkingsniveau. Er kan beter rekening gehouden worden met de stedelijke context. • Frisse scholen: optimale prijs-kwaliteit verhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (conform bijlage III). • Duurzaam bouwen (circulair en ecologie): beperkte aanvulling om het schoolgebouw meer circulair te realiseren, o.a. door inzet van groenbeton en een toeslag voor ecologie/natuurinclusiviteit voor de realisatie van nestelvoorzieningen en ecologische beplanting. • Vergroten zichtlijnen (binnen) zorgt voor extra transparantie voor o.a. kinderopvang en onderwijs.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Aanvullende kwaliteit Daarnaast zijn er locatie- en project specifieke eisen of wensen die gemeente en schoolbestuur met elkaar kunnen toevoegen. Per project wordt verkend in welke mate er aanvullingen worden gedaan in kwaliteit. Dergelijke toevoegingen kunnen door gemeente of schoolbestuur overwogen worden inclusief de benodigde investering. Onderstaande toevoegingen worden door gemeente en schoolbestuur overwogen vanuit aanvullende kwaliteit (toeslag) maar zijn niet opgenomen in het normbedrag: • Exploitatiegericht bouwen: als er sprake is van exploitatie verbeterende maatregelen, zal dit met het schoolbestuur middels een bijdrage verwerkt worden. Hiervoor wordt een zogenaamd TCO (Total Cost of Ownership)-model opgesteld waarin de besparing tot uiting komt in relatie tot de meerinvestering. Denk aan: wand- en vloerafwerking, aluminium kozijnen en andere exploitatie verlagende maatregelen. • Aanvullende kwaliteit ten gunste van multifunctioneel gebruik en beheer van onderwijsruimten (niet-klaslokalen). Dit bevordert het intensiever (multifunctioneel) ruimtegebruik. Denk aan splitsen van installaties, afsluiten van gebouwdelen, verhogen van het afwerkingsniveau en toevoegen van een centrale keukenvoorziening.

• Toeslag duurzaam bouwen: aanvullend op het budget vanuit de ambitie van de gemeente kan er een hoger ambitieniveau nagestreefd worden voor duurzaam bouwen, waterretentie op eigen terrein, ecologie en natuurinclusiviteit. • Samen met de Groene blauwe revolutie schoolpleinen en de basisscholen gaat de gemeente Venray de schoolpleinen vergroenen. Deze vergroening valt onder het deelproject Klimaatadaptatie en vindt plaats via Venray Vergroent. • De normatieve VNG-richtlijn voor de bepaling van de ruimtevraag binnen de onderwijshuisvesting is krap bemeten en biedt weinig marge voor aanvullende ruimten, zoals techniekruimtes. Ervaringen uit eerdere bouwprojecten bevestigen dat deze norm niet altijd toereikend is. Een mogelijke oplossing is het toevoegen van extra m² ten behoeve van techniekruimte, berekend tegen hetzelfde kengetal per m² bvo voor onderwijs. Binnen de normatieve ruimtebepaling (VNG) is al een aandeel techniekruimte opgenomen. Een structurele toeslag op de ruimtebehoefte brengt echter extra kosten met zich mee. De keuze of een techniekruimte inpandig wordt gerealiseerd of op het dak wordt geplaatst, is een ontwerpafweging. Daarbij spelen aspecten zoals geluidsoverlast voor de omgeving en exploitatievoordelen

Pagina 32 van 47

een rol. Tussen de gemeente en de schoolbesturen is afgesproken dat de behoefte aan extra techniekruimte per locatie wordt beoordeeld. Indien een inpandige opstelling noodzakelijk is, worden deze kosten als locatiespecifieke aanpassing meegenomen in de financiële doorrekening van het project.

6.2. Kosten De bepaling van de kwaliteitsambitie leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m² brutovloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze methodiek maakt onderscheid naar type onderwijs (PO/VO/(V)SO) en gebouwgrootte (aantal leerlingen). De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen en aantal bouwlagen; compact bouwen). De kostenconfigurator is een actueel rekenmodel dat rekening houdt met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting en ambities binnen het IHP. Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de omschreven kwaliteit. De investeringsniveaus zijn weergegeven in de tabellen. Er ontstaan schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang.

Aantal leerlingen Uitganspunt bouwlagen Norm bvo Onderdeel Kosten vaste kosten, basis (ENG) Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Kosten basiskwaliteit

100 1 703

Primair Onderwijs 200 300 1 2 1206 1709

400 2 2212

Basiskwaliteit Kosten per vierkante meter € 3.476 € 3.288 € 2.977 € € 283 € 269 € 276 € € 309 € 295 € 273 € € € € € € 58 € 54 € 41 € € 28 € 28 € 28 € € 4.154 € 3.934 € 3.595 €

2.926 270 268 39 28 3.531

Kosten per vierkante meter € 3.837 € 3.437 € 8% 13%

3.182 10%

Vergelijking VNG normvergoeding Normvergoeding Vergelijking

3.272 € 9%

Tabel 6-2 Kostenkengetal nieuwbouw voor PO.

Een gebouw met ENG-niveau wordt binnen dit IHP beschouwd als onderdeel van de basiskwaliteit en is meegenomen in de kostenraming voor deze standaard. In paragraaf 6.4 is per project het totale investeringsbudget opgenomen. Op basis van kengetallen is berekend welk deel van dit budget specifiek gereserveerd is voor de stap van BENG naar ENG. In situaties waarin sprake is van netcongestie, kan ervoor worden gekozen dit deel van het budget op een later moment aan te wenden, zodra de overstap naar ENG technisch uitvoerbaar is.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 33 van 47

(Voortgezet) Speciaal Onderwijs: Aantal leerlingen Uitganspunt bouwlagen Norm bvo Onderdeel Kosten vaste kosten, basis (ENG) Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Kosten speciaal onderwijs specifiek Kosten basiskwaliteit

SO - A 100 1 1250

(Voortgezet) Speciaal Onderwijs SO - B VSO - A 100 200 1 2 1750 2810

Basiskwaliteit Kosten per vierkante meter € 3.151 € 3.092 € 2.806 € € 282 € 276 € 279 € € 441 € 423 € 377 € € € € € € 52 € 50 € 38 € € 28 € 28 € 28 € € 32 € 32 € 70 € € 3.986 € 3.901 € 3.598 €

Voortgezet Onderwijs VSO - B 200 2 3470

Onderdeel 2.766 275 374 38 28 63 3.544

Kosten vaste kosten, basis (ENG) Kosten vaste kosten, overig Kosten Frisse Scholen Kosten exploitatiegericht bouwen Kosten duurzaam bouwen Kosten verhogen kwaliteitsniveau Kosten basiskwaliteit

vmbo 2 5000

vmbo/ havo/vwo 3 13000

havo/vwo 3 8000

Basiskwaliteit Kosten per vierkante meter € 2.628 € 2.449 € 252 € 251 € 353 € 334 € € € 36 € 32 € 27 € 27 € 3.296 € 3.093

€ € € € € € €

2.415 246 329 32 27 3.049

Normvergoeding Vergelijking

Kosten per vierkante meter € 3.249 € 2.785 € 1% 10%

2.742 10%

Onderdeel Aanvullende kosten ENG

€

Aanvullende kwaliteit 100 € 94 €

94

Vergelijking VNG normvergoeding

Vergelijking VNG normvergoeding Normvergoeding Vergelijking

Voortgezet Onderwijs: Uitganspunt bouwlagen Norm bvo

Kosten per vierkante meter € 3.521 € 3.262 € 12% 16%

3.007 € 16%

2.939 17%

Tabel 6-3 kostenkengetal nieuwbouw voor SO/VSO/SBO. 1: Cat. A = SH/ESM, VISG, LZ, ZMOK, ZMLK en PI. | Cat. B=DO, LG en MG.

Tabel 6-4 kostenkengetal nieuwbouw voor VO

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 34 van 47

6.3. Financiële Uitgangspunten

3.

Bijkomende kosten die locatie- en project specifieke kosten zijn niet opgenomen in de kengetallen (zie figuur 6.5). Per scenario komen er nog diverse kosten bij, dit kan sterk verschillen. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatie gebonden kosten, kosten voor bouwrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, voorfinanciering kinderopvang, inrichtingskosten (losse inrichting), aanvullende maatregelen netcongestie, infrastructurele aanpassingen, verhuiskosten en toeslag inpandige technische ruimte vanwege geluidsoverlast richting omgeving. Ook financieringskosten zoals rentekosten, startkosten of faseringskosten zijn niet opgenomen. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totaal programma van een gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 20% van de investeringskosten uit het IHP. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is en het volgende schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. Deze zijn in dit IHP geschat op 20%.

Per scenario worden deze na het IHP nader gespecificeerd en onderbouwd in de haalbaarheidsonderzoeken.

4.

Onderstaande kosten zijn niet meegenomen a. Kosten voor specifieke (bezwaar)procedures ten behoeve van de Omgevingswet (uitgangspunt is een reguliere aanvraag). b. Stikstof- en PFAS-maatregelen. c. Asbest- , grondsanering en archeologische vondsten. d. Locatie specifieke voorzieningen vanuit Omgevingswet: o.a. vanuit gevaar en geluid e. Aanvullingen vanuit nieuwe wet- en regelgeving.

De overzichten op de volgende pagina’s tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.

De kostenconfigurator uit 2025 is gehanteerd en is inclusief btw, prijspeil 1 januari 2025. Periodieke indexatie op basis van BDB-index als basis voor de financiële vertaling van dit IHP is noodzakelijk. Het prijsniveau is gebaseerd op de regio Gemeente Venray. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten.

2.

In de investeringskosten zijn ook diverse honoraria en vaste aanvullende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden (architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager (niet voor interne projectleider gemeente), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De aanvullende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning.

Figuur 6-5 Schematische weergave, verhouding kan verschillen (locatie- en project specifiek)

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Met in achtneming van de netcongestie kunnen de budgetten voor de stap naar ENG later in tijd worden geactiveerd. De gebouwelijke uitgangspunten van de nieuwbouw sorteert voor op ENG. De eventuele (latere) stap naar ENG betreft slechts het toevoegen van de benodigde energiebronnen. Indien netcongestie van toepassing is, worden hierover duidelijke afspraken gemaakt. Wanneer de (latere) stap naar ENG wordt uitgevoerd.

Pagina 35 van 47

5.

In de programmering is tevens de gebouwmaatregel renovatie benoemd. Daarbij wordt uitgegaan van de variant “vernieuwbouw”, welke een levensduurverlening kent die gelijkwaardig is aan nieuwbouw. Het kengetal kan lager zijn dan het kengetal van nieuwbouw. Vooralsnog hebben we daar geen rekening mee gehouden en is gerekend met het kengetal nieuwbouw. BENG is daarbij het minimum en ENG is een wens.

6.

Voor de berekening van de kapitaallasten is uitgegaan van een rentepercentage van 1,3%. Voor nieuwbouw en vernieuwbouw wordt een afschrijvingstermijn van 40 jaar gehanteerd. Deze uitgangspunten worden toegepast bij de financiële doorrekening van de scenario’s in dit IHP. Ze vormen de basis voor het inzichtelijk maken van de structurele lasten voor de gemeente.

7.

Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het gemiddelde aantal geprognosticeerde leerlingen over een periode van 20 jaar. In de haalbaarheidsonderzoeken, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt.

8.

Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per periode van 5 jaar opgenomen (0-5 jaar, 5-10 jaar, 10-15 jaar en 15 – 20 jaar).

9.

Vooralsnog is voor de investeringskosten voor iedere vernieuwings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van nieuwbouw of renovatie (vernieuwbouw). In de haalbaarheidsonderzoeken zal de afweging tussen (ver)nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht.

van middelen en onzekerheid over de planning. Een belangrijk knelpunt hierbij is de beschikbare capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie om de vervangingsopgave tijdig en efficiënt uit te voeren. Om de snelheid van de vervangingsopgave te waarborgen, worden de volgende aandachtspunten meegenomen: • Optimalisatie van de beschikbare capaciteit binnen de gemeente om de voortgang van huisvestingsprojecten beter te borgen. • Parallel starten met haalbaarheidsonderzoeken voor termijn 2, naast de onderzoeken voor termijn 1. Hierdoor kan, indien een project in termijn 1 vertraging oploopt, snel een project uit termijn 2 naar voren worden gehaald. Door deze aanpak wordt meer flexibiliteit gecreëerd in de planning.

10. Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken. 11. Er bestaan zorgen over de snelheid van de vervangingsopgave. Door vertraging in de vervanging of renovatie van schoolgebouwen zijn schoolbesturen genoodzaakt aanzienlijke bedragen te investeren in onderhoud en tijdelijke oplossingen, terwijl deze gebouwen op termijn worden vervangen. Dit leidt tot inefficiënte besteding

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 36 van 47

6.4. Overzicht investeringskosten Onderwijs In het navolgende overzicht worden indicatieve investeringskosten inclusief btw prijspeil 1 januari 2025 weergegeven per termijn. Voor de projecten uit termijn 1 zijn tevens de bijkomende kosten (20%) benoemd. Het benodigde budget voor de projecten uit termijn 1 bedraagt daarmee in totaal ca. € 23.115.000. Er is geen rekening gehouden met aanvullende kwaliteit en de bijdrage van het schoolbestuur, deze worden per project inzichtelijk gemaakt in het haalbaarheidsonderzoek (vervolg). Termijn 1 School Totaal termijn 1 Coninxhof De Bongerd De Kruudwis St. Anna De Wijnberg Venray Termijn 2

2026

2029

Gebouwmaatregel

Omvang [m2 bvo] Opleverjaar

Nieuwbouw ENG Nieuwbouw ENG Nieuwbouw ENG Renovatie ENG Uitbreiding

1508 857 1355 608 538

2030

2033

School Totaal termijn 2

Gebouwmaatregel

Omvang [m2 bvo] Opleverjaar

Basisschool Eigenwijs De Peddepoel St. Oda

Renovatie ENG Renovatie ENG Renovatie ENG

741 1010 1080

Termijn 3

2034

Stichtingskosten Waarvan de stap BENG Bijkomende kosten (basis) gemeente naar ENG scenario 1 € 11.756.000 € 370.000 € 2.351.000 2031 € 2032 € 2033 €

3.077.000 4.194.000 4.485.000

€ € €

97.000 132.000 141.000

€ € €

615.000 839.000 897.000

2037

School Totaal termijn 3 De Meulebeek St. Petrus Banden Termijn 4

Gebouwmaatregel

Omvang [m2 bvo] Opleverjaar

Nieuwbouw ENG Renovatie ENG 2038

1073 2036 2041

School Totaal termijn 4 De Hommel De Klimboom De Meent Montessorischool Venray

Gebouwmaatregel

Omvang [m2 bvo] Opleverjaar

Nieuwbouw ENG Nieuwbouw ENG Nieuwbouw ENG Nieuwbouw ENG

1826 1124 1381 1160

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Stichtingskosten Waarvan de stap BENG (basis) gemeente naar ENG Bijkomende kosten € 19.496.383 € 632.539 € 3.618.382 2028 € 5.932.472 € 196.040 € 1.206.000 2028 € 3.560.000 € 112.000 € 712.000 2029 € 5.332.000 € 176.000 € 1.066.000 2028 € 2.527.443 € 79.097 € 505.489 2028 € 2.144.468 € 69.402 € 128.894

Stichtingskosten Waarvan de stap BENG Bijkomende kosten (basis) gemeente naar ENG scenario 1 € 11.778.000 € 363.000 € 2.356.000 2035 € 4.458.000 € 141.000 € 892.000 2036 € 7.320.000 € 222.000 € 1.464.000

Stichtingskosten Waarvan de stap BENG Bijkomende kosten (basis) gemeente naar ENG scenario 1 € 21.482.000 € 677.000 € 4.296.000 2040 € 6.563.000 € 199.000 € 1.313.000 2038 € 4.667.000 € 147.000 € 933.000 2039 € 5.431.000 € 179.000 € 1.086.000 2040 € 4.821.000 € 152.000 € 964.000

Pagina 37 van 47

6.5. Overzicht Kosten Vervolgstudies De volgende haalbaarheidsonderzoeken van de projecten in termijn 1 en 2 worden direct na vaststelling van het IHP uitgewerkt waarbij rekening wordt gehouden met circa € 30.000,- per studie: Projecten termijn 1: • Haalbaarheidsonderzoek clustering Coninxhof en De Bongerd • Haalbaarheidsonderzoek De Kruudwis, inclusief de mogelijkheid tot clustering met De Klimboom • Haalbaarheidsonderzoek renovatie/nieuwbouw Sint Anna Projecten termijn 2: • Haalbaarheidsonderzoek renovatie/nieuwbouw Basisschool Eigenwijs • Haalbaarheidsonderzoek renovatie/nieuwbouw De Peddepoel • Haalbaarheidsonderzoek renovatie/nieuwbouw Sint Oda

6.6. Status IHP Kosten In het IHP en in de daaropvolgende uitvoering zijn de kwaliteitsuitgangspunten taakstellend. Deze zijn in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. De gemeente en schoolbesturen maken zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten, die zijn omschreven in de visie op onderwijshuisvesting. Het IHP geeft vervolgens een doorkijk naar wat dit betekent voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave.

Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase. Het kan voorkomen dat op basis van investeringskostenramingen en/of aanbestedingen gedurende de realisatie het taakstellend budget ontoereikend blijkt te zijn. In dit geval is het mogelijk om het benodigd budget te herijken en terug te gaan naar de gemeenteraad. Dit kan alleen wanneer duidelijk onderbouwd kan worden dat het taakstellend budget uit de haalbaarheidsstudie ontoereikend is om de taakstellende kwaliteitsuitgangspunten te realiseren.

Na afronding van het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. In deze haalbaarheidsonderzoeken worden de investeringskosten opnieuw berekend. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk gebouwd wordt, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Ook ontstaat meer grip op de bijkomende kosten. Na het haalbaarheidsonderzoek zijn naast de kwaliteitsuitgangspunten uit het IHP ook de berekende investeringskosten taakstellend.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 38 van 47

7. Vervolg IHP Bij de uitvoering van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten.

7.1. Opstellen uitvoeringsprogramma Na vaststelling van het IHP starten gemeente en schoolbesturen met het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Dit programma bestaat uit twee hoofdonderdelen: 1.

2.

Afspraken programmaniveau: afspraken die gelden voor het gehele programma, ofwel voor alle projecten als genoemd in de eerste termijn (0 tot 5 jaar). Deze afspraken gaan over (1) het inrichten van een organisatie voor het realiseren van het uitvoeringsprogramma (2) het ontwikkelen van een financiële werkwijze voor uniformiteit tussen projecten en (3) het maken van samenwerkingsafspraken. Afspraken projectniveau: er wordt een planning gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals Technische en Ruimtelijk Functionele programma’s van eisen.

•

De verbinding te leggen met doelgroepen als kinderopvang, overige maatschappelijke partners en eventueel docenten, leerlingen, ouders, bedrijven, de wijk etc.

Daarna starten de volgende fasen: • Definitiefase • Ontwerpfase • Aanbesteding en realisatie • Exploitatie- of gebruiksfase

7.3. Disclaimer Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

7.2. Opstellen Haalbaarheidsonderzoeken Wanneer het uitvoeringsprogramma is vastgesteld kan worden gestart met de initiatieffase van projecten door haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. In de haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. Dit is de fase voordat een project wordt opgestart. Optioneel kan er voor worden gekozen om de haalbaarheidsonderzoeken onderdeel te maken van het uitvoeringsprogramma, zodat de afspraken projectniveau (zie punt 2 van par. 8.1.) nog concreter gemaakt kunnen worden. De haalbaarheidsonderzoeken hebben o.a. als doel om: • Een keuze te maken tussen nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie • De definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen. • De totale kosten verder te specificeren (o.a. de bijkomende kosten en Total Cost of Ownership)

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 39 van 47

Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en speciaal onderwijs ((V)SO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken: gemeenten zouden hun eigen uitgaven kunnen beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten voor schoolbesturen. Schoolbesturen zouden de eigen uitgaven kunnen beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. In de praktijk is dit niet aan de orde, maar in zekere zin geeft het stelsel wel een verkeerde impuls.

Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en

Referentie: 1533406-0043.0.2.

maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid en de voorziening renovatie, niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het voorstel is in 2018 formeel aan de minister aangeboden. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: 1.

De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjaren investeringsraming (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar.

Pagina 40 van 47

2.

3.

4.

De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het Voortgezet Onderwijs. PO- en en (V)SO- besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. De concretisering van het huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod voor primair onderwijs leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen. Ontwikkeling Het voornemen om het investeringsverbod te versoepelen is in 2018 voorgesteld. Het wetsvoorstel is echter nog niet bekrachtigd. Ministerie van OCW zal naar verwachting in 2025 het wetsvoorstel landelijk laten bekrachtigen. Bij vaststelling van het voorstel worden bovenstaande elementen wettelijk en daarmee ook de uitgangspunten van dit IHP.

Vooralsnog geldt dat de accountant van het schoolbestuur toets of de gevraagde investering vanuit een bijdrage van het schoolbestuur gedaan kan worden. Investering door het schoolbestuur is enkel mogelijk na akkoord van haar accountant.

Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), de Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO) gemeente Venray is voor het laatst vastgesteld op 13

Referentie: 1533406-0043.0.2.

december 2022 door de gemeenteraad. En is in werking getreden op 1 januari 2023. In de verordening is het IHP benoemd als uitgangspunt. Ontwikkeling De VNG werkt moment toe naar een nieuwe modelverordening passend bij het wetsvoorstel. Tot die tijd geldt de huidige verordening. Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente gebouw en ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel of verhuren (commerciële partij). In geval van verhuur dient de gemeente daar toestemming voor te geven. Er zijn alternatieven waarbij het juridisch of economisch eigendom wordt verlegd naar een derde partij en er sprake is van huur. Verhoging normbedragen VNG De VNG adviseert jaarlijks omtrent de normbedragen voor nieuwbouw.

Deze normbedragen zijn mede door de bouwprijsstijgingen de afgelopen jaren stelselmatig verhoogd. De verhoging van de normbedragen heeft (nog) geen invloed gehad op de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. In dit IHP wordt een nieuw investeringsbedrag bepaald dat in dit beleidskader fungeert als normbedrag. De normbedragen en daarmee de meerjaren investeringsraming worden ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd. De meerjaren investeringsraming wordt -als bijlage- onderdeel van de nieuwe verordening. Waarbij de meerjaren investeringsraming jaarlijks wordt geactualiseerd en vastgesteld.

Pagina 41 van 47

Energieakkoord en Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. Deze ontwikkeling is onderdeel van het eerder genoemde IBO rapport. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 55% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990. Het beleid van de rijksoverheid is gericht op een reductie van 60% om deze doelstelling zeker te halen. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden (PO-raad en VO-raad) daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. Ontwikkeling Het Europees Parlement heeft in 2024 de Energy Performance of Buildings Directive IV (EPBD IV) aangenomen. Daarmee wil Europa toewerken naar o.a.

richtlijnen voor de energieprestatie van gebouwen, met het doel emissies en het energieverbruik van gebouwen in de hele Europese Unie te verminderen. In het voorstel wordt onder andere gesproken over: • De strengere nieuwbouweis (van BENG naar ENG). • De minimumeisen voor bestaande gebouwen waarmee de slechtst presenterende gebouwen worden uit gefaseerd. • Het renovatiepaspoort. • Datadeling. Deze richtlijnen zijn nog niet vertaald naar landelijke wetgeving. Indien ambities door de gemeente worden bijgestekd, kan dit invloed hebben.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 42 van 47

Bijlage II: Energieprestaties

Bijlage III: Kwaliteitsadvies Frisse Scholen

Onderstaand de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen: BENG (bijna energieneutraal gebouw) Bij een BENG-gebouw worden gebouwgebonden energieverbruik en energieopwekking met elkaar vergeleken. Een BENG-gebouw kent een hoger energieverbruik in verhouding tot de energieopwekking. Door de toepassing van de norm NTA8800 wordt getoetst of het gebouw voldoet aan wetgeving voor BENG, die vanaf 1 januari 2021 wettelijk verplicht is. ENG (energieneutraal gebouw) Het gebouw heeft een EPC volgens NEN 7120 van nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee en is nul1. NOM (Nul op de Meter) Om een NOM-gebouw te realiseren moet er naast de energie die benodigd is voor de gebouwgebonden installaties ook gekeken worden naar het algemeen energieverbruik door de gebruikers. Bij een NOM-gebouw zijn het totale energieverbruik en energieopwekking in balans. Door verschillen in de kosten voor inkoop van energie en vergoeding voor teruglevering aan het net kent een NOM-gebouw alsnog kosten voor energie. Klimaatneutraal Klimaatneutraal wil zeggen dat bepaalde activiteiten (al dan niet binnen een bepaald gebied of op een bepaalde plek) geen positief of negatief effect hebben op het klimaat.

Het begrip ‘klimaatneutraal’ wordt vooral gebruikt om aan te geven dat bepaalde activiteiten geen negatief effect hebben op het klimaat, waarmee men wil zeggen: geen emissie van CO2 en andere broeikasgassen2.

1 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebo

uwen/wetten-en-regels/algemene-begrippen 2 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 43 van 47

Bijlage III: Methodiek Dit hoofdstuk behandelt de gehanteerde methoden voor de analyse en opgaveformulering.

Capaciteitsanalyse Onderwijs Voor alle schoolgebouwen is de beschikbare capaciteit voor het onderwijs geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt het ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Voor het PO is dit bijvoorbeeld 5,03 m² per leerling en 200 m² vaste voet per school. Voor kinderopvang wordt rekening gehouden met 150 m² voor de berekening van de genormeerde ruimtebehoefte. Bij een vervangingsopgave van het onderwijsgebouw wordt in de scenario studie wordt op basis van de behoefte de ruimtebehoefte voor kinderopvang bepaald. In het VO en (V)SO gelden, afhankelijk van het onderwijsniveau, andere aantallen m² per leerling. Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo).

van ruimten. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefteberekeningen. Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal m² in een school. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan, zal de eigenaar (het schoolbestuur) dit terug willen geven aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de verordening) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten, waarmee kan worden verwezen naar leegstand.

Kwaliteitsanalyse Onderwijs Op basis van de verordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn thema’s voor strategisch vastgoedbeleid.

Het is op dit moment onduidelijk wat de resultaten zullen zijn en wat de invloed is van de ontwikkeling rondom VSO-onderwijs op het leerlingenaantallen en de diverse arrangementen. Komende vijf jaar worden deze aantallen duidelijk en kan een betere/goede inschatting worden gemaakt over wat nodig is op het gebied van onderwijshuisvesting en kan die worden opgenomen in de volgende actualisatie van het IHP (periode 2029-2049). Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Figuur 0-1 Elementen van quickscan-beoordelingsmethodiek.

Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘Quickscan’ zijn alle gebouwen op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score, die inzicht geeft in de

Pagina 44 van 47

vervangings-/ vernieuwingstermijn. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduur verlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit. Met de in achtneming van de actualisatie, schuift de score automatisch op één termijn op. Bij de volgende actualisatie van het IHP (2029) worden de QuickScan rapportages opnieuw uitgevoerd. De Quickscan leidt tot een advies voor de vervangings-/ vernieuwingstermijn, ofwel het ‘natuurlijke vervangingsmoment’ van een schoolgebouw. Daarbij zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente en de schoolbesturen afgestemd. Het natuurlijke vervangingsmoment voor schoolgebouwen is cruciaal omdat het van belang is dat bij ingrepen ((ver)nieuwbouw of renovatie) alle thema’s integraal aangepakt kunnen worden. Immers, bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw dat onderwijskundig niet geschikt is, is een ongeschikt schoolgebouw. De Quickscanscores zijn input voor de locatiescenario’s. Bij het besluit tot vervanging/ vernieuwing middels (ver)nieuwbouw/renovatie is bij de scenario’s ook gekeken naar andere overwegingen (H5). Partijen kunnen ook besluiten om op elementniveau (bijvoorbeeld binnenmilieu) los van het natuurlijke vervangingsmoment te investeren.

CO2-analyse Onderwijs Deze analyse brengt de CO2-reductie van het IHP in beeld. De tool is erop gericht om te toetsen of de klimaatdoelstellingen (50% reductie CO2 in 2030 en 95% reductie in 2050) worden behaald en om bij te sturen indien nodig. HEVO heeft de kennis die zij heeft opgedaan bij de ondersteuning bij het opstellen van de landelijke routekaarten PO, VO en MBO/HBO hiervoor ingezet. Actie afstemmen Hans en Bas: benoemen van de behoefte en kans om te voorzien in een doorrekening van de CO2 reductie, Op basis van data uit het vorige IHP kan toegewerkt worden naar een verantwoording van de routekaart

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 45 van 47

Afwegingscriteria Met de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn in gezamenlijke sessies tijdens het IHP-traject afwegingscriteria bepaald. Aan de hand van de afwegingscriteria zijn de scenario’s geformuleerd en is in overleg beoordeeld of een scenario aansluit bij de visie en ambitie van gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties (de bouwstenen). Het gaat om de volgende afwegingscriteria (willekeurige volgorde): • Quickscanscore. • Passende huisvesting: • Reductie tijdelijke huisvesting. • Reductie van ruimtetekorten/ruimteoverschotten . • Clustering*, rekening houdend met identiteit en concept. • Behouden en uitbreiden van samenwerking tussen het PO en IKC-partners en maatschappelijke partners. • Samenwerking tussen PO en VO voor Passend Onderwijs (Thuis nabij). • Aandacht voor leefbaarheid van dorpen/wijken (afstand tot een school). • Kansen benutten voor realiseren 1 of 2 leerlijnen in kern Venray.

De opheffingsnorm voor het PO in Venray is 62. Er zijn in de gemeente Venray geen scholen onder de opheffingsnorm. Daarmee is de opheffingsnorm op dit moment geen onderdeel van de afwegingscriteria.

*Clustering biedt een aantal voordelen indien daar mogelijkheden toe zijn: • Mogelijkheden voor breder aanbod kinderopvangvoorzieningen en wijkgerelateerde functies. • Efficiency in het delen van ruimten, bijvoorbeeld aula en vergaderruimte. • Flexibiliteit in het opvangen van groei en krimp van de scholen onderling (ook bij verschillende besturen). Er kunnen lokalen worden uitgewisseld. • Financiële schaalvoordelen: meer omvang kost relatief per m² minder. • De kans om locaties vrij te spelen.

Opheffingsnorm Een school in het primair onderwijs komt voor bekostiging in aanmerking als het leerlingenaantal per BRIN nummer (hoofdvestiging en eventuele dislocatie gezamenlijk) gelijk is aan of boven de opheffingsnorm zit van de gemeente waarin deze gevestigd is. De bekostiging wordt beëindigd als het leerlingenaantal gedurende drie achtereenvolgende schooljaren minder heeft bedragen dan de opheffingsnorm. De Wet op het Primair Onderwijs kent enkele uitzonderingen op de hierboven genoemde regel inzake beëindiging bekostiging.

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 46 van 47

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 14 mei 2025

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle

T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl

T 038 - 4 258 101

www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1533406-0043.0.2.

Pagina 47 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15876605/1