CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

003 251021 nota van zienswijzen Boxmeer-Venray

Commissie Wonen 18 november 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b “150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray”.4.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kVverbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray

Samengesteld door Teams Ruimtelijke Ontwikkeling

1

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Zienswijzen

4

Voorafgaand aan de beantwoording van de zienswijzen

5

Zienswijze 1

5

Zienswijze 2

7

Zienswijze 3

8

Zienswijze 4

10

Zienswijze 5

12

3

Ambtshalve wijzigingen

12

4

Vervolgprocedure

13

Bijlage A Overzicht indieners zienswijzen

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

1

Inleiding

Deze nota bevat de gemeentelijke reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01). Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) heeft ter visie gelegen van 10 april 2025 tot en met 21 mei 2025. Tijdens de inzage termijn heeft een ieder het recht gehad een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen op het ontwerpplan. Er zijn in totaal vijf zienswijzen binnengekomen tegen het ontwerpplan. Vier van deze zienswijzen zijn schriftelijk ingediend. Eén zienswijze is mondeling gedaan. Deze zienswijzen zijn binnen de daartoe gestelde termijn verzonden naar de gemeente en dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 volgt de inhoudelijke behandeling van deze zienswijzen. De reacties worden samengevat weergegeven en zijn van een gemeentelijk standpunt voorzien. Daarbij is aangegeven of en in hoeverre de reactie tot aanpassing van het vast te stellen TAMomgevingsplan leidt. In hoofdstuk 3 volgt een uiteenzetting van de ambtshalve aanpassingen van het vast te stellen plan ten opzichte van het ontwerp TAM-plan. Tenslotte, volgt in hoofdstuk 4 een toelichting over de vervolgprocedure.

Bijlage A bevat de persoonsgegevens van de natuurlijke personen en de rechtspersonen van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) en de inhoudelijke reacties. Deze bijlage A is vanwege de vermelde persoonsgegevens van de natuurlijke personen vertrouwelijk en zal niet ter inzage worden gelegd.

2

Zienswijzen

Tegen het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray dat ter inzage heeft gelegen van 10 april 2025 tot en met 21 mei 2025 zijn vier schriftelijke zienswijzen binnengekomen en één zienswijze is mondeling ingebracht. De persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport. 1. 2. 3. 4. 5.

xxx, (reclamant 1), ingekomen op 4 april 2025; xxx, (reclamant 2), ingekomen op 1 april 2025; xxx, (reclamant 3), ingekomen op 29 april 2025; xxx, (reclamant 4), mondeling toegelicht op 8 mei 2025; xxx, (reclamant 5), ingekomen op 7 mei 2025.

Aan de reclamanten is een uniek nummer toegekend. Dit overzicht van nummers inclusief adresgegevens staat opgenomen in bijlage A.

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

Voorafgaand aan de beantwoording van de zienswijzen Voor de ter inzagelegging van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22 b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray is twee keer een bekendmaking gepubliceerd in het Gemeenteblad. De eerste keer op d.d. 27 februari 2025. Door een technisch problemen kon het TAM-omgevingsplan echter niet worden geraadpleegd op www.ruimtelijkeplannen.nl en https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. De stukken waren wel fysiek te raadplegen en waren ook vindbaar via de gemeentelijke besluitenlijst. Dit heeft ertoe geleid dat ook enkele reclamanten in deze periode een zienswijze hebben ingediend tegen onderhavig plan. Deze zienswijzen zijn aangemerkt als prematuur en de behandeling van deze zienswijzen is aangehouden. Aangezien inzage aan wettelijke vereisten moet voldoen is – nadat het technische gebrek is opgelost – onderhavig plan opnieuw ter inzage gelegd. Hiervoor is op d.d. 9 april 2025 een tweede publicatie in het Gemeenteblad geplaatst. Alle ontvangen zienswijzen, dus zowel die van de eerste ‘inzageperiode’ als die van de tweede worden hieronder samengevat en van een reactie voorzien.

Zienswijze 1 Ontvankelijkheid • Schriftelijke zienswijze d.d. 2 april 2025, ontvangen op 4 april 2025. • De zienswijze is voorafgaand aan de gestelde termijn ingediend en is daarmee aangemerkt als prematuur. • De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd. • De zienswijze is dan ook ontvankelijk. Reactie Reclamant stellen dat onderhavig planvoornemen gevolgen heeft voor hun bedrijfsvoering. Ze brengen de volgende zienswijzen in: a. Alleen voor aanvang van de graafwerkzaamheden mag er nog worden geëgaliseerd; b. Er mogen geen diepwortelende gewassen meer worden geteeld; c. De structuur van de landbouwgrond wordt geschaad; d. Tijdens ploegwerkzaamheden kan er schade aan de kabels ontstaan; e. Tijdens de realisatie van het planvoornemen kunnen er geen andere grondwerkzaamheden plaatsvinden; f. Het kabeltracé is niet logisch gekozen; g. Reclamant eist dat zijn gronden vooraf door initiatiefnemer worden geëgaliseerd. Standpunt gemeente a. Anders dan reclamant stelt, kunnen normale agrarische bedrijfsactiviteiten gewoon blijven plaatsvinden. Hier valt ook het afgraven en egaliseren van gronden onder. In agrarische gebieden wordt de kabel ca. 1,80 meter onder maaiveld aangelegd. Om te voorkomen dat de kabel beschadigd raakt of om te zorgen dat de kabel bereikbaar is, zijn er regels opgenomen in onderhavig TAM-omgevingsplan. Deze regels zien er o.a.

op toe dat er zonder een omgevingsvergunning geen diepwortelende beplanting mag

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

worden aangebracht dieper dan 0,8 meter of het maaiveldniveau mag worden gewijzigd. Activiteiten zoals ploegen kunnen gewoon worden voortgezet. Indien de indiener schade ondervindt als gevolg van de aanleg of instandhouding van de 150 kV-hoogspanningsverbinding, zal deze schade worden vergoed volgens de gebruikelijke en geldende vergoedingsmethodieken. De egalisatie van het perceel is niet noodzakelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van de 150 kV-hoogspanningsverbinding. Daarom maakt egalisatie van het perceel geen onderdeel uit van het werk. Na voltooiing van de werkzaamheden zal getracht worden het perceel, voor zover mogelijk en haalbaar, in de oorspronkelijke staat te herstellen. De zienswijze is niet gegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan. b. c.

Zie beantwoording onder 1a. Zie beantwoording onder 1a.

d.

De belemmeringenzone uit onderhavig plan dient juist om te voorkomen dat er op de betreffende gronden activiteiten gaan plaatsvinden als gevolg waarvan de kabels beschadigd kunnen worden. Het plan verbiedt alle wijzen van grondbewerking die dieper zijn dan 80 cm. Indien gehandeld wordt conform deze planregels, dan kunnen de kabels niet worden geschaad. Voorgaande zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan onderhavig TAM-omgevingsplan. Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard.

e.

Tijdens de aanlegfase kan de werkstrook niet door de eigenaar/gebruiker bewerkt worden. Schade die wordt veroorzaakt door de aanlegwerkzaamheden komt in aanmerking voor vergoeding door initiatiefnemer van het plan. De zienswijze is niet gegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

f.

Het tracé is zorgvuldig gekozen, dit is toegelicht in hoofdstuk 2 van het TAMomgevingsplan. Bij de keuze voor een kabeltracé wordt met vele aspecten rekening gehouden. Het aangepaste voorstel dat reclamant heeft bijgevoegd loopt in de huidige situatie onder een woning door, waardoor deze variant niet haalbaar is. Uit de zienswijze van reclamant maakt de gemeente op dat reclamant een ondergrondse kabel in zijn gronden niet wenselijk acht vanwege de beperktere gebruiksmogelijkheden. Vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de grond, kan leiden tot een waardedaling. Onder de Omgevingswet wordt dit ook wel nadeel genoemd. Voor het toekennen van nadeelcompensatie bestaat een procedure die losstaat van de procedure voor de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Venray. De reden hiervoor is dat het feitelijk nadeel pas ontstaat op het moment dat de planwijziging onherroepelijk wordt. Indien reclamant van mening is dat de gebruiksbeperking op zijn gronden leidt tot nadeel kan reclamant een procedure starten op grond van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht jo. Afdeling 15.1 Omgevingswet. Meer over deze procedure alsmede het aanvraagformulier is te vinden op: Nadeelcompensatie | Gemeente Venray. Deze zienswijze is niet gegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

In het privaatrechtelijk spoor biedt initiatiefnemer een zakelijk recht overeenkomst aan, aan de grondeigenaren, waarin eveneens de schadecomponent is verankerd. g.

De eis van reclamant ziet op de uitvoeringsaspecten van onderhavig plan en vallen hiermee buiten bereik van deze procedure. Als gevolg daarvan leidt deze zienswijze niet tot aanpassing aan onderhavig plan en is deze ongegrond.

Conclusie De zienswijzen zijn ongegrond en leiden niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

Zienswijze 2 Ontvankelijkheid • Schriftelijke zienswijze d.d. 1 april 2025, ontvangen op 1 april 2025. • De zienswijze is voorafgaand aan de gestelde termijn ingediend en is daarmee aangemerkt als prematuur. • De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd. • De zienswijze is dan ook ontvankelijk. Reactie Reclamant vreest belemmerd te worden in haar bedrijfsvoering en verwacht schade te gaan ondervinden van de beoogde uitvoeringswerkzaamheden op haar perceel U155. Reclamant brengt de volgende zienswijzen in: a. Tijdens de realisatie van onderhavig planvoornemen heeft initiatiefnemer een werkstrook van 45 meter breed nodig. Reclamant verwacht hierdoor negatieve gevolgen voor haar bedrijfsvoering, omdat de planten binnen deze werkstrook verwijderd moeten worden en deze niet meer herplant kunnen worden; b. De waterhuishouding van het perceel zal verstoord worden door de aanleg van het kabeltracé. c. De structuur van de grond zal als gevolg van de werkzaamheden veranderen; d. Reclamant maakt op haar gronden gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zij wenst op geen enkele wijze beperkt te worden in dit gebruik. e. Initiatiefnemer wil een erfdienstbaarheid op de gronden van reclamant vestigen. Reclamant wilt niet dat haar bedrijfsvoering hierdoor geschaad wordt. Standpunt gemeente a.

Het is op dit moment niet mogelijk om een definitieve beoordeling te maken van de negatieve gevolgen die de uitvoering van de werkzaamheden veroorzaken. Dit komt doordat er nog geen uitvoeringsontwerp is vastgesteld. Zonder dit ontwerp is het niet duidelijk waar de werkstrook precies zal worden aangelegd en welke specifieke werkzaamheden daar zullen plaatsvinden. Daarom kunnen de exacte impact en de mate van eventuele schade momenteel niet worden vastgesteld. Indien er tijdens de werkzaamheden schade ontstaat, bijvoorbeeld aan planten of andere eigendommen, zal deze schade worden vergoed volgens de gebruikelijke vergoedingsmethodieken. Deze methodieken zijn ingericht om een passende compensatie te bieden voor schade die door de werkzaamheden wordt veroorzaakt. Als gevolg daarvan leidt deze zienswijze niet tot aanpassing aan onderhavig plan en is deze ongegrond

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

b.

Er zijn geen permanente effecten te verwachten op de waterhuishouding.

c.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt cultuurtechnisch verantwoord gewerkt. Dit betekent dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de bodemstructuur en dat de werkzaamheden zodanig worden uitgevoerd dat de impact op de onderliggende grondlagen zoveel mogelijk wordt beperkt. De grondlagen worden gescheiden afgezet en in de juiste volgorde teruggebracht, zodat de structuur van de bodem zo min mogelijk wordt aangetast. Door deze aanpak wordt getracht de negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering zoveel mogelijk te beperken en de schade te minimaliseren. Als gevolg daarvan leidt deze zienswijze niet tot aanpassing aan onderhavig plan en is deze ongegrond

d.

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen / het al dan niet beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is alleen een punt van aandacht bij het planologisch mogelijk maken van gevoelige functies, waaronder wonen, zorg, onderwijs, e.d.. Het mogelijk maken van de realisatie van een ondergrondse hoogspanningsverbinding en de daarvoor benodigde uitvoeringswerkzaamheden, wordt niet aangemerkt als een gevoelige functie. Er is – als gevolg van onderhavig planvoornemen – geen aanleiding om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de gronden van reclamant te beperken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van onderhavig plan en wordt ongegrond verklaard.

e.

Het vestigen van een erfdienstbaarheid – hoewel een gevolg van onderhavig planvoornemen – is een privaatrechtelijke afspraak tussen de initiatiefnemer van onderhavig plan en de betreffende grondeigenaar. Dit is geen publiekrechtelijke aangelegenheid maar een aspect ten behoeve van de realisatie/uitvoering van het planvoornemen en maakt geen onderdeel uit van de planologische procedure rondom het planvoornemen. Aangezien deze zienswijze een uitvoeringsaspect betreft, is deze ongegrond en leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van onderhavig plan.

Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

Zienswijze 3 Ontvankelijkheid • Schriftelijke zienswijze d.d. 24 april 2025, ontvangen op 29 april 2025. • De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend. • De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd. • De zienswijze is dan ook ontvankelijk. Reactie Reclamanten zijn tegen onderhavig planvoornemen en brengen hiervoor de volgende zienswijzen in: a. De grond mag als gevolg van het planvoornemen niet meer diep geploegd worden hetgeen voor sommige gewassen wel noodzakelijk kan zijn;

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

b. c. d. e.

Er mogen geen fruit- of andere bomensoorten worden geplant op of nabij de ondergrondse kabels; Er wordt ten behoeve van de ondergrondse kabel een erfdienstbaarheid op het perceel gevestigd; De erfdienstbaarheid leidt tot beperkingen, zo mogen er geen onroerende zaken of zonnepanelen op worden geplaatst; De waarde van de grond daalt als gevolg van de beperkingen. Hoewel initiatiefnemer een vergoeding betaald, is deze volgens appellant onvoldoende om de waardedaling van de grond te compenseren.

Standpunt gemeente a. Anders dan reclamant stelt, kunnen normale agrarische bedrijfsactiviteiten gewoon worden uitgevoerd. In agrarische gebieden wordt de kabel ca. 1,80 meter onder maaiveld aangelegd. Om te voorkomen dat de kabel beschadigd raakt of om te zorgen dat de kabel bereikbaar is, zijn er regels opgenomen in onderhavig TAM-omgevingsplan. Deze regels zien er o.a. op toe dat er zonder een omgevingsvergunning geen diepwortelende beplanting mag worden aangebracht dieper dan 0,8 meter of het maaiveldniveau mag worden gewijzigd. Activiteiten zoals ploegen kunnen gewoon worden voortgezet. b.

Het klopt dat als gevolg van onderhavig planvoornemen er beperkingen komen te gelden op de gronden van reclamant. Zie hiervoor de beantwoording onder punt 3a. Anders dan reclamant verondersteld, is het echter niet zonder meer toegestaan voor hem om op zijn perceel fruit- of andere boomsoorten te plaatsen. Het betreffende perceel draagt namelijk de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ een de aanduiding ‘Waarde – beekdal’. De combinatie van deze bestemming en aanduiding, betekent dat omschakeling naar boom- en fruitteelt een vergunningsplichtige activiteit is. Een omgevingsvergunning waarover reclamant niet beschikt. Onderhavig planvoornemen leidt daarmee voor reclamant niet tot een verdere beperking van de gebruiksmogelijkheden ten behoeve van boom- of fruitteelt dan volgt uit de reeds vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Venray 2010’ en ‘Buitengebied Venray 2010, herziening regels’. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan onderhavig TAM-omgevingsplan en is daarmee ongegrond.

c.

Het vestigen van een erfdienstbaarheid – hoewel een gevolg van onderhavig planvoornemen – is een privaatrechtelijke afspraak tussen de initiatiefnemer van onderhavig plan en de betreffende grondeigenaar. Dit is geen publiekrechtelijke aangelegenheid maar een aspect ten behoeve van de realisatie/uitvoering van het planvoornemen en maakt geen onderdeel uit van de planologische procedure rondom het planvoornemen. Aangezien deze zienswijze een uitvoeringsaspect betreft, is deze ongegrond en leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van onderhavig plan.

d.

Zie reactie onder punt 3c. Ten aanzien van de realisatie van zonnepanelen en andere onroerende zaken, geldt het volgende. Het perceel van reclamant beschikt niet over een bouwvlak. Dit betekent dat reclamant geen onroerende zaken – in de zin van gebouwen en bouwwerken – mag realiseren op zijn perceel op grond van het bepaalde in de vigerende bestemmingsplannen. Onderhavig TAM-omgevingsplan noch de te vestigen erfdienstbaarheid zorgen voor een verdere beperking van de bouwmogelijkheden op het perceel van reclamant. Ten aanzien van de plaatsing van zonnepanelen geldt dat het

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

perceel in het beekdal is gelegen. Uit KODE volgt dat zonneweiden in het beekdal alleen mogelijk zijn door aanpassing van de landschappelijk structuur van het beekdal en dat vindt de gemeente niet wenselijk. De zienswijze van reclamant leidt niet tot wijzigingen aan onderhavig plan en wordt daarom ongegrond verklaard. e.

Een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de grond, kan leiden tot een waardedaling ook wel nadeel genoemd. Eventuele compensatie voor nadeel wordt beoordeeld in een separate procedure op grond van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht jo. Afdeling 15.1 Omgevingswet met een zelfstandig besluitvormingstraject. Deze procedure staat los van de procedure voor de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Venray. Meer over de procedure voor het verkrijgen van nadeelcompensatie staat toegelicht onder punt 1f.

Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

Zienswijze 4 Ontvankelijkheid • Mondeling zienswijze toegelicht op d.d. 8 mei 2025 • De zienswijze is binnen de gestelde termijn gedaan. • De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd. • De zienswijze is dan ook ontvankelijk. Reactie Reclamanten willen dat de ondergrondse hoogspanningsverbinding niet in hun gronden wordt gerealiseerd. Zij dienen hiertoe de volgende zienswijzen in: a. In de percelen moet worden gegraven, dit is slecht voor de kwaliteiten van de grond; b. De nieuwe hoogspanningsleiding wordt geperst aangelegd, dit heeft impact op het perceel. c. Tijdens de realisatie van de kabelverbinding ontstaat er schade aan de gewassen d. Na de realisatie van de kabelverbinding gelden er voor de gronden beperkingen. Reclamanten verwachten dat de gevolgschade groot is nog los van de overlast. De vergoeding die initiatiefnemer daar tegenover stelt, dekt de kosten niet. e. Het planvoornemen is volgens de reclamanten niet wenselijk nu er in het gebied net het Loobeekdalproject is afgerond om nu weer te gaan graven. f. In een van de percelen bevindt zich peilgestuurde drainage. g. Het tracé loopt in de nabijheid van het vuilstort. Reclamanten vragen zich af of rekening is gehouden met de effecten van graven in de nabijheid van het vuilstort voor de omgeving. Standpunt gemeente a. Het uitgangspunt van onderhavig plan was om de kabels aan te leggen met een open ontgraving.

In de periode dat onderhavig plan ter inzage heeft gelegen, heeft initiatiefnemer samen met de aannemer die het tracé gaat realiseren, het tracé verder gedetailleerd en gekeken naar de grondwaterstanden binnen het plangebied. Als gevolg van de hogere grondwaterstanden is het noodzakelijk gebleken om een groot deel van het

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

tracé middels sleufloze technieken uit te voeren. Gezien de zeer hoge lozingsdebieten is bij deze technieken minder bemaling nodig. Deze wijziging in de uitvoeringsmethode van het tracé leidt ertoe dat er op de plekken waar de hoge grondwaterstanden zich voordoen – waaronder de gronden van reclamant – geen open ontgraving plaatsvinden maar sleufloze technieken worden toegepast (HDDboringen of aanleg van de kabel in mantelbuizen). Door deze wijziging in uitvoeringsmethode zijn enkele krappe bochten uit het ontwerp omgevingsplan niet haalbaar en worden er een aantal tracéwijzigingen aangebracht. Één tracéwijziging ziet toe op gronden van reclamant en bestaat uit een HDD-boring waarbij onder perceel V232 wordt doorgeboord. Deze boringen lopen onder de peilgestuurde drainage van reclamant door, waardoor er geen schade wordt aangebracht aan de peilgestuurde drainage. Voor het in- en uittredepunt dat in perceel V122 is voorzien, wordt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden cultuurtechnisch verantwoord gewerkt. Dit betekent dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de bodemstructuur en dat de werkzaamheden zodanig worden uitgevoerd dat de impact op de onderliggende grondlagen zoveel mogelijk wordt beperkt. De grondlagen worden gescheiden afgezet en in de juiste volgorde teruggebracht, zodat de structuur van de bodem zo min mogelijk wordt aangetast.

Door deze aanpak wordt getracht de negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering zoveel mogelijk te beperken en de schade te minimaliseren.” b.

zie beantwoording onder punt 4a.

c.

De zienswijze ziet op schade aan gewassen tijdens de realisatie van onderhavig TAMomgevingsplan. Indien reclamant schade ondervindt als gevolg van de aanleg of instandhouding van de 150 kV-hoogspanningsverbinding, zal deze schade worden vergoed volgens de gebruikelijke en geldende vergoedingsmethodieken.

d.

Zie de beantwoording onder punt 4c.

e.

Hoewel het vanuit het de optiek van reclamant begrijpelijk is dat deze er niet op zit te wachten dat er in de nabijheid van diens bedrijf en gronden weer gegraven gaat worden, staat de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding los van de herinrichting van het Loobeekdal. Beiden projecten zijn wenselijke ontwikkelingen en dienen een maatschappelijk belang, resp. de verzwaring van het elektriciteitsnet in het kader van de energietransitie en het behalen van de ecologische doelstellingen Natuurbeek en de Kaderrichtlijn Water, maar lagen qua voorbereiding zover van elkaar verwijderd dat hier niet eerder kon worden ingespeeld op een gezamenlijke realisatie. Daar deze zienswijze er niet toe leidt dat onderhavig plan wordt gewijzigd, is deze ongegrond. f.

Zie de beantwoording onder punt 4a.

g.

Er wordt niet gegraven ter plaatse van de voormalige vuilstortplaats en de graafwerkzaamheden vinden op voldoende afstand van de voormalige vuilstort plaats, er is daarom geen reden om aan te nemen dat er nadelige effecten gaan optreden als gevolg van de uitvoering van onderhavig planvoornemen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen aan onderhavig plan en wordt hiermee ongegrond verklaard.

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

Zienswijze 5 Ontvankelijkheid • Schriftelijke zienswijze d.d. 7 mei 2025, ontvangen op 7 mei 2025. • De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend. • De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd. • De zienswijze is dan ook ontvankelijk. Reactie Reclamanten hebben een aantal handhavingsverzoeken/-procedures lopen die zien op percelen die gelegen zijn binnen het plangebied. Om doorkruising van procedures te voorkomen, omdat het peilniveau onduidelijk is en eventuele herstelmaatregelen noodzakelijk zijn, verzoeken zij verdere behandeling van onderhavig plan uit te stellen totdat de handhavingsprocedures zijn afgerond. Standpunt gemeente Het handhavingsverzoek staat los van het voornemen dat mogelijk wordt gemaakt met dit TAMomgevingsplan. De kabel wordt aangelegd onder het op dat moment aanwezige maaiveldniveau. Er is onderzoek gedaan naar hydrologische effecten in het plangebied. Ten tijde van de uitvoering wordt rekening gehouden met de grondwaterstand. Er zijn geen effecten te verwachten na uitvoering van de werkzaamheden. Daar de zienswijze van reclamanten onvoldoende aanleiding geeft dat het plan evident niet uitvoerbaar zou zijn, is deze zienswijze ongegrond. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.

3

Ambtshalve wijzigingen

Verbeelding Uit geactualiseerde peilbuisgegevens blijkt dat de grondwaterstand in het plangebied hoger is dan ten tijde van de tracering en de publicatie van het ontwerp TAM-IMRO omgevingsplan werd aangenomen. Als gevolg van de hoge waterstanden binnen het plangebied, dient de uitvoeringsmethode te worden gewijzigd. Het uitgangspunt van onderhavig plan was om de kabels aan te leggen middels open ontgraving, maar gezien de zeer hoge lozingsdebieten die dit tot gevolg heeft door de langdurige bemalingen wordt dit niet haalbaar geacht. Op de plekken waar de hoge grondwaterstanden zich voordoen is het noodzakelijk om gebruik te maken van sleufloze technieken (HDD-boringen of aanleg van de kabel in mantelbuizen). Door deze wijziging in uitvoeringsmethode zijn enkele krappe bochten uit het ontwerp omgevingsplan niet haalbaar en worden er 2 tracéwijzigingen aangebracht. De wijziging in uitvoeringsmethode heeft als bijkomend voordeel dat de bodemstructuur van een groot deel van de agrarische percelen niet verstoord wordt, uitsluitend ter plaatse van de in- en uittredepunten van de boringen.

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

Deze tracéwijzingen zijn in de pdf’s inzichtelijk gemaakt in de bijlage bij dit document. Regels Artikel 3, lid 1 was: De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. En wordt: De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. Artikel 3, lid 2 was: De regels in afdeling 22.2 van de omgevingswet, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. En wordt: De regels in afdeling 22.2 van het omgevingsplan, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

4

Vervolgprocedure

Vaststelling van het TAM- Omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-va01) door de gemeenteraad is voorzien op 9 december 2025. Publicatie van het vaststellingsbesluit vindt normaal gesproken binnen twee weken na vaststelling plaats. Er zijn echter wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerp TAMOmgevingsplan. Conform artikel 10.3 van het Omgevingsbesluit dient het vaststellingsbesluit tot wijziging van een omgevingsplan onverwijld te worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Limburg, indien:

• •

een provinciale zienswijze niet of niet volledig is overgenomen, of het vastgestelde plan afwijkt van het ontwerp en er sprake is van een provinciaal belangen; met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

Deze toezending vormt de basis voor een eventuele inzet van een reactieve interventie door de provincie, zoals geregeld in artikel 16.21 van de Omgevingswet. Het vaststellingsbesluit zal de dag na de raadsvergadering van de gemeenteraad per elektronische weg aan Gedeputeerde Staten worden verzonden. Zij zullen vervolgens zo spoedig mogelijk een besluit nemen over een

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-verbinding Boxmeer-Venray (NL.IMRO.0984.TAM24004-on01) Eindrapport adviezen en zienswijzen

eventuele interventie. Het is dan ook nog niet op voorhand te zeggen wanneer de publicatie zal plaatsvinden en de beroepstermijn begint. De beroepstermijn van zes weken vangt aan op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid om gedurende de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het TAM-Omgevingsplan treedt in werking op de dag nadat de beroepstermijn is afgelopen. Hierbij geldt het voorbehoud dat wanneer iemand een voorlopige voorziening aanvraagt en deze wordt toegekend, de inwerkingtreding van het plan kan worden geschorst

Bijlagen Bijlage A – Vergelijking tracé ontwerp/vastgesteld plan Bijlage B (niet publiceren)

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16187887/1