Technische vragen EENLokaal.pdf
Tekst van het document
Leon van den Beucken
TECHNISCHE VRAGEN
RV 2022-5 Beleidskader Nieuwe Energie “IN PRINCIPE GEEN MIDDELGROTE INITIATIEVEN Als gemeente Venlo kiezen we ervoor om de eerste twee jaar in te spelen op grootschalig verkennen (spoor 1) en kleinschalig stimuleren (spoor 2). Middelgrote initiatieven (zonnevelden tussen de 2 en 15 hectare) hebben niet de voorkeur en staan we in de eerste twee jaar in principe niet toe. Initiatieven zijn echter altijd maatwerk, waarbij we rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit en het draagvlak vanuit de omgeving. Als zich een dergelijk initiatief aandient, wordt de wenselijkheid daarvan op dat moment afgewogen. Dit heeft verschillende redenen.” Er worden een aantal redenen genoemd, de eerste reden is “Er is schaarste op het elektriciteitsnet. Middelgrote initiatieven in het buitengebied kunnen dit verergeren en de kansen voor grootschalige initiatieven bovendien verdringen”.
Wat als er geen grootschalig initiatief komt is dan de vraag Vraag 1 Is het juist dat u daarmee bedoelt dat het netwerk (lokaal) de afname niet aan kan? Wat maakt dan in bijvoorbeeld de Hanik in Lomm en Belfeld / Meelderbroek, dat een grootschalig zonneveld zou betreffen, hier dan geen probleem zou komen, hoe groter zou je denken, des te groter het risico op schaarste op het netwerk? Vraag 2 Stemmen we (indirect) ook in met het toestaan van windturbines in de genoemde gebieden of elders binnen de gemeente Venlo als we akkoord gaan met dit raadsvoorstel? Bladzijde 6, citaat: “Grootschalige initiatieven (spoor 2) Bij deze initiatieven zoeken we als gemeente naar aansluiting bij de initiatieven van aangrenzende gemeenten.
Hoewel de RES hierin leidend is, houden we altijd rekening met de uitgangspunten van dit lokale beleidskader.” Vraag 3 Wordt hier bedoeld, dat deze grootschalige initiatieven fysiek (moeten/kunnen) direct aansluiten bij initiatieven van aangrenzende gemeenten? Vraag 4 Waarom zou een middelgroot initiatief niet aan kunnen sluiten bij een initiatief van de aangrenzende gemeente, althans wordt dat nu voorlopig niet toegestaan? Vraag 5 Lopen we risico’s voor inwoners, als we als criterium nemen “aansluiten bij onze buurgemeenten” in plaats van eerst en voornamelijk te kijken naar “wat doet dat met de omgeving", inwoners, landbouwgronden en (zeldzame en laatste) grotere uitloopgebieden en groene longen? Bijlage, bladzijde 6: Een van de redenen waarom middelgrote initiatiatieven niet de voorkeur hebben en in beginsel niet toegestaan worden is: “4. Het uitgangspunt van deze opgave is om zo min mogelijk landbouwgronden op te offeren aan de productie van energie. Bij deze landbouwgronden gaat het vaak over middelgrote initiatieven.” Men wil het Meelderbroek hiervoor in aanmerking komen omdat dit gebied aansluit op een gebied in de gemeente Beesel, waar mogelijk plannen zijn. Het buitengebied Belfeld kan zo nog meer onder druk komen te staan. Meelderbroek Belfeld heeft onlangs nog een (laatste) uitbreiding gehad van het glastuinbouw concentratie gebied.
Het college heeft ook aangegeven hierna geen verdere uitbreiding meer toe te staan, wat ook aansluit bij de Regionale land- en tuinbouwvisie. Belfeld heeft aan de oostzijde van de A73 nog relatief weinig onaangetaste-, groene- en landbouw gebieden. Zeker in vergelijking met het “Reuvers en Beesels Brook”, waarop de gemeente aan lijkt te willen sluiten.
Vraag 6 Hoe verhoudt zich het feit dat er nog weinig groene buffer is het buitengebied van Belfeld, tot de grootschalige ontwikkeling in dit zelfde gebied (waar in casu dus landbouwgronden en boomkwekerijen worden opgeofferd) Vraag 7 Zijn er momenteel door de gemeente gesprekken met Beesel en met grondeigenaren in Belfeld en projectontwikkelaars aan de gang over het Meelderbroek, of betreft het hier “denkrichtingen”? We begrijpen dat een verspreiding van kleine en middelgrote initiatieven tot verrommeling kan leiden, maar als je middelgrote initiatieven op een logische plek (die toch al een soort van brown field is) inricht, rijst de vraag of dat per definitie zo moet zijn. Vraag 8 Zorgen middelgrote initiatieven per definitie voor verrommeling en waarom zou daar geen maatwerk kunnen? Vraag 9 Heef de gemeente informatie opgehaald over de uitsluitingsgebieden voor windturbines in de gemeenten Nettetal en Brüggen/Bracht of de Regio Viersen? Zo ja, wat heeft dat voor invloed? Zo nee, gaat dat nog gebeuren? Als definitie voor middelgrote initiatieven wordt gehanteerd initiatieven die tussen 2-15 Ha oppervlakte beslaan en grote projecten overstijgen de 15Ha.
Vraag 10 Geldt deze definitie voor geheel Nederland, ondanks het feit dat de ene regio landelijk (minder vraag, veel ruimte) is en de ene regio stedelijk (meer vraag, weinig ruimte)? Vraag 11 Geldt de zelfde oppervlakte - definitie ook voor windturbines? Bladzijde 11 “Het uitgangspunt voor kleinschalige initiatieven is om eerst te kijken binnen de stedelijke contouren in plaats van het buitengebied zoals bedoeld in de Ruimtelijke Structuurvisie gemeente Venlo (2014).” Vraag 12 Geldt dit ook voor windturbines, of alleen voor zonne-energie? In stukken die we bij de RES hebben gehad, zagen we dat aan de voet van de Steilrand bij natuurgebied Maalbeek (tussen Schonenborg en de Camping Droomparken) ook een potientieel gebied voor zonnepanelen. Althans dat was ingetekend in een van de bijlages Vraag 13 Hoe zit dat dan? Is deze locatie nog in beeld? Vraag 14 Zijn daar (onder aan de voet van de Steilrand) gesprekken over (geweest) met grondbezitters en initiatiefnemers/projectontwikkelaars of zijn er al gesprekken omtrent andere alternatieven binnen onze gemeente? De Provinciale Omgevingsvisie Limburg onderscheidt landelijke gebieden, bebouwde gebieden en infrastructuur.
Het natuurnetwerk Limburg en de Groenblauwe Mantel (voorheen bronsgroene en zilvergroene natuurzone) en het Buitengebied vormen de landelijke gebieden? Vraag 15 Voor welk van de landelijke gebieden zijn windturbines uitgesloten of in een laatste stadium van de ladder? Gaat de gemeente Venlo hiervan afwijken c.q. mag hiervan afgeweken worden? Vraag 16 Heeft de afwezigheid of schaarse aanwezigheid van een groenblauwe mantel of Natuurnetwerk Limburg in de nabijheid van een bepaalde verstedelijkte woonkern (als Tegelen of Belfeld invloed op de waardering van het Buitengebied of landbouwgebied (boomkwekerijen) als zijnde zeer waardevol gebied? De “Systeemstudie energie-infrastructuur Limburg – september 2020” voorziet tot 2030 weinig of geen onoverkomelijke problemen in onderstations Belfeld en Blerick, en in Boekend helemaal geen en dat tot 2050. In de eerste twee gevallen helpen ook flex-maatregelen.
Volgens Enexis zit het netwerk nu al helemaal vol, terwijl er eerder aangegeven werd pas in 2020 tegen hindernissen aan te lopen? Vraag 17 Waar zitten voor Belfeld, Tegelen (en Reuver en Maasbree) de grootste problemen? Is dat in de Hoogspanningsleiding of onderstations of de verdere vertakkingen (verbruikers en leveranciers/initiatiefnemers v.v.) ? Vraag 18 Welke aangemelde projecten en welke zaken uit het voorliggende Beleidskader Nieuwe Energie zijn reeds “verdisconteerd” dan wel meegenomen in de meest recente analyse van Enexis? Vraag 19 In hoeverre is dit beleidskader gebouwd op basis van de “Systeemstudie energie-infrastructuur Limburg – september 2020” en in hoeverre zijn hier wijzigingen in gekomen. In hoeverre zijn er beperkende factoren in de hoofdtransport-leiding (Tennet-T), de onderstations, verdeelstations en kleinere lokale structuur? Vraag 20 Wat zijn de (mogelijke) gevolgen het kunnen uitrollen voor het beleidskader Nieuwe Energie?
Bladzijde 13: “Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Omgevingswet: Ook landelijk ruimtelijk beleid bepaalt de invulling van toekomstige initiatieven voor het opwekken van Nieuwe duurzame energie. In de bestemmingsplannen legt de gemeente vast hoe gronden gebruikt mogen worden en welke bebouwing is toegestaan. Dit is cruciaal voor bijvoorbeeld het plaatsen van windturbines of andere initiatieven die niet passen binnen het huidige bestemmingsplan. De gemeente maakt dan een afweging of meewerken aan een initiatief alsnog wenselijk is. Wanneer de gemeente ervoor kiest om mee te werken, gaat de voorkeur uit naar het verlenen van een omgevingsvergunning, waarmee tijdelijk van een bestemmingsplan kan worden afgeweken.” Vraag 21 Wat betekent dat “tijdelijk” afwijken van het bestemmingsplan precies? Vraag 22 Wat betekent dit laatste (voorkeur voor omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan) voor de positie van de inwoner en de gemeenteraad en dus onze inwoners? Vraag 23 Betekent dit alles dat er afgeweken wordt van een bestemmingsplan (als daar geen windturbines of zonneparken mogen komen volgens dit bestemmingsplan) en een omgevingsvergunning wordt verleend middels collegebesluit en hiermee dus tijdelijk wordt afgeweken totdat het bestemmingsplan wordt aangepast? Wat betekent dit voor de rol van de
gemeenteraad? Vraag 24 Gaat er binnen de gemeente Venlo dan ook afgeweken worden van het bestemmingsplan op deze manier? Vraag 25 Zijn er plekken binnen onze gemeente Venlo, waar bestemmingsplan(en) het oprichten van kleine-, middelgrote- en grote zonneparken NU al automatisch mogelijk maken, of wordt bij ieder zonnepark de gemeenteraad om een bestemmingsplan(wijziging) gevraagd?
Hierboven is een afbeelding van de Spikweien in Lomm. Voordat Hanik eventueel aan de beurt komt voor zonneweiden rijzen er ook nog een aantal vragen over de daken van de Spikweien.
Vraag 26 Wat betekent de Omgevingswet en verordening straks bij de rol van de gemeenteraad als het gaat om de duurzaamheidsprojecten op diverse schalen? Vraag 27 Is in de gegevens van Enexis (voor wat betreft de netwerkcapaciteit binnen de gemeente Venlo) Spikweien Lomm ook al over de ook al de capaciteit van Spikweien meegenomen? Zo nee, waarom niet? Bladzijde 13, dit is een citaat uit de Nationale Omgevingsvisie: “Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Iedereen krijgt te maken met de overstap naar duurzame energie de komende jaren. Er komen meer windturbines en zonnepanelen. Windturbines worden zoveel mogelijk op zee geplaatst en de molens proberen we zoveel mogelijk te clusteren op land en passen we zo goed mogelijk in het landschap in. Bewoners worden goed betrokken en zullen waar kan meeprofiteren in de opbrengsten. Om de schaarse ruimte goed te benutten, kiezen we er in eerste instantie voor om zonnepanelen op daken en aan gevels te plaatsen, en pas daarna in landelijk gebied. Verder worden bedrijven die veel energie gebruiken, bij voorkeur gevestigd waar de opgewekte windenergie aan land komt.
(NOVI in het kort, 2020)” Vraag 28 Hoe kun je windturbines dan in een landschap inpassen (laat staan de nadelige effecten mitigeren) deze worden meer dan 200 meter hoog en de wieken hebben een immense doorsnee? Duurzaamheid bestaat feitelijk uit de volgende onderdelen: Energietransitie (nieuwe energie) Circulariteit (nieuw gebruik) Klimaatadaptatie (nieuwe natuur) Deze zaken hebben natuurlijk een zekere mate van verbondenheid In Belfeld komen 2 grote logistieke hallen, en het is begrijpelijk dat deze niet eerder aan zon-PV op dak beginnen, vooraleer ze de zekerheid hebben, dat ze ook kunnen terug leveren aan het net. Die zekerheid hebben ze nu niet. Van de andere kant hebben we begrepen dat een groot zonneproject in het buitengebied (groenblauwe mantel) Meelderbroek wel al ingecalculeerd is bij de gevraagde netwerkcapaciteit die nu verzadigd raakt. Vraag 29 In hoeverre dissoneren het aanwenden van de groene buitengebieden in Belfeld (Meelderbroek) en andere groene gebieden met deze klimaatadaptatie, indien ook eerst de daken aangewend hadden kunnen worden? Meelderbroek als wordt als grootschalig opwekgebied voorgesteld. Juist hier wordt kostbare landbouwgrond en het kleine restant onbebouwd buitengebied voor geofferd. Bovendien ligt de opwek ver van het verbruik en de verdeelstations.
De logistieke hallen in oprichting te Belfeld worden niet meegenomen, terwijl deze juist dichter bij het verbruik en het onderstation liggen en de zonnepanelen hier geen (nog) verdere afbreuk doen aan de omgeving (dubbelgebruik) Dit zijn juist die Vraag 30 Vanwaar dan toch de richtinggevende uitspraak voor de optie Meelderbroek, al het voorgaande beschouwende? De termen verrommeling en versnippering worden beide gebruikt in de bijlage. Vraag 31 Wordt met beide uitdrukkingen exact hetzelfde bedoeld?
Bladzijde 23, minimum 50% lokaal eigendom: “100% lokaal eigendom is alleen mogelijk als er sprake is van een volledige samenwerking tussen een grondeigenaar en bewoners. Een dergelijke businesscase is niet altijd haalbaar. In dit geval kan er sprake zijn van een andere vorm van financiering, bijvoorbeeld door een commerciële partij. Het is dan belangrijk dat er afspraken worden gemaakt waardoor de opbrengsten zoveel mogelijk landen in het gebied waar de energie wordt opgewekt. Daarom hanteren we de norm van minimaal 50% lokaal eigendom.” Vraag 32 Betekent dit dat als er gefinancierd wordt door een commerciële partij, er wel 50% lokaal eigendom verplicht gesteld wordt, of is dit slechts een streven voor alle projecten cumulatief? Vraag 33 Er wordt gesproken over een grondeigenaar en inwoners, maar hoe is de rol van de projectontwikkelaar? Vraag 34 Zijn er wettelijke instrumenten om per initiatief een bepaald percentage lokaal eigendom af te dwingen en zo nee, werkt de gemeente mee aan initiatieven die onze inwoners minder dan 50% lokaal eigendom of totaal geen lokaal eigendom geven? Vraag 35 Kunt u wat uitgebreider aangeven wat de instrumenten zijn om ervoor te zorgen dat er lokaal eigendom komt (minimaal 50%) Vraag 36 Wat zijn de instrumenten om grondspeculatie tegen te gaan, vooral nu de gemeente de drie potentiegebieden met potentiële grootschalige energie opwek heeft
geduid, en waarbij ook nog eens aangegeven is om in beginsel middelgrote projecten niet toe te staan? Bladzijde 25, de Limburgse Zonneladder Vraag 37 Is de werking van deze zonneladder precies zo als de Limburgse, een soort voorkeur van volgorde, dus geen dwingende volgorde in de tijd? Vraag 38 Wordt er ook gekeken om bij een bepaald gerealiseerd percentage van bijvoorbeeld 80% op alle daken en gevels, alvorens verder te gaan naar fase 2: zon PV in bebouwd gebied enz.? Dit om het maximale er uit te halen, zo nee waarom niet? Een voorbeeld van een zonnepark in de bebouwde omgeving en middelgroot is dat van de Bernardstraat in Tegelen. In theorie zagen we een aantal randvoorwaarden (inpassingen) in het daartoe strekkende bestemmingsplan. In de praktijk blijkt de inpassing er toch anders uit te zien. Deels omdat de theorie niet hetzelfde is als hoe het er in de praktijk uit ziet en deels omdat nog niet alles is uitgevoerd. In gestelde artikel 44 vragen op Zonnepark Bernardstraat Tegelen, werd o.a.
de volgende vraag gesteld: “Is het college met EENLokaal van mening dat een (natuurlijke en groene) inpassing voor de buurtbewoners en recreatieve passanten van belang is en goede uitvoering hiervan een positiever beeld geven van dergelijke ingrepen?” Het antwoord daarop april (2021) luidde: “Wij zijn het eens met bovenstaande uiteenzetting en zullen dit ook meenemen in het, door de gemeenteraad vast te stellen, beleidskader nieuwe energie dat op dit moment wordt opgesteld. We willen voorkomen dat de kenmerken en de landschappelijke identiteit van een gebied verloren gaan
en dat het draagvlak voor de opwekking van duurzame energie afneemt. Het is daarom van belang om een balans te vinden tussen economisch rendabele zonneparken en investeringen in een goede landschappelijke en ecologische inpassing” Dat is een goed beginsel. Daarover zien we echter in het Beleidskader Nieuwe Energie niet veel van terug. Althans niet in de wijze waarop dat geborgd gaat worden, en ook niet de instrumenten en maatregelen en het omgevingsdialoog. Vraag 39 Welke verbeterpunten / ervaringen zijn er eventueel getrokken uit dit project in Tegelen en worden daarop de eisen voor inpassing van een zonnepark in een volgende situatie bijgesteld? Gaat dit in het participatietraject ook een belangrijkere rol spelen? De volgende vraag (2) was of het college is bereid om te bekijken waar de beloofde inpassingen niet of niet optimaal gedaan zijn op basis van het bestemmingsplan en toe te zien dat dit wel gaat gebeuren? Antwoord: “Wij onderzoeken momenteel of de beloofde inpassingen in overstemming zijn met het bepaalde in het bestemmingsplan. De landschappelijke inpassing van het zonnepark is als een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de regels van het bestemmingsplan 'Zonnepark Bernhardstraat Tegelen'. Uit het landschappelijk inrichtingsplan blijkt dat het zonnepark landschappelijk wordt ingepast waarbij de waarden van het landschap worden gerespecteerd.
De vastgestelde doelstelling was om het zonnepark landschappelijk in te passen maar zeker niet te verstoppen. Bij de controle van de oplevering is gebleken dat de landschappelijke inpassing nog niet geheel klaar is. Momenteel wordt in overleg met de exploitant gezocht naar maatwerk oplossingen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark.” Verstoppen is ook een groot woord, dat hoeft ook niet, en vanaf de Stelrandweg / snelweg A73 mag zoiets zichtbaar zijn, dat kan ook niet anders want deze ligt veel hoger, maar vanaf de woonwijk en de fietsroute aan de oostzijde moet zoiets aan het zicht worden onttrokken. Verder Vraag 4 (beantwoord april 2021) “Wordt in de lokale uitwerking energietransitie (niet zijnde RES) gebruik gemaakt van deze ervaring en wordt de inpassing van zonneweiden dan prominent meegenomen? Antwoord vraag 4 “Ja, dat nemen wij mee. Momenteel werken we aan een Venloos beleidskader voor de opwek van zon- en windenergie (Beleidskader Nieuwe Energie). In dit beleidskader komen we ook tot principes en voorwaarden voor initiatiefnemers die een zonnepark willen plaatsen in onze gemeente. Dit in het verlengde van de uitgangspunten die hierover zijn opgenomen in de Regionale Energiestrategie.
Ten behoeve van dit beleidskader doorlopen we een participatietraject met stakeholders, waarbij we vanuit vier thema's stilstaan bij de opwekking van zon- en windenergie (Techniek, Natuur & Landschap, Proces & Rollen, en Draagvlak & Betrokkenheid). Vanuit het thema 'Natuur & Landschap' hebben we aandacht voor de landschappelijke inpassing van een zonnepark en de impact hiervan op het draagvlak vanuit de omgeving. Tijdens de themabijeenkomst voor de gemeenteraad van woensdag 24 maart 2021 is de landschappelijke inpassing van zonneparken ook aan bod gekomen” Vraag 40 Wat is de status en welke aanpassingen krijgt het Zonnepark Bernardstraat Tegelen? Maar ook als we op lagere treden komen van de zonneladder dan zijn inpassingen belangrijk Vraag 41 Worden voor de buitengebieden dezelfde inpassingen gevraagd als voor de bebouwde gebieden? Bladzijde 28: Een van de uitgangspunten spoor 1 verkennen grootschalige initiatieven: ENERGIEKE GEBIEDSONTWIKKELING
“Grootschalige initiatieven ontwikkelen we gebiedsgericht. Wanneer we spreken van opwekking in het buitengebied, dan ligt de lat voor het opwekken van duurzame energie hoger dan enkel het multifunctioneel gebruik van de ruimte. Het streven is om een gebied meervoudig te veranderen, waar het opwekken van energie een onderdeel is. Dit noemen we ook wel energieke gebiedsontwikkeling. Energieke gebiedsontwikkeling leidt tot meer samenhang en hogere ruimtelijke kwaliteit. Een voorbeeld hiervan is het Wellsmeer 2 . In dit gebied wordt naast het opwekken van Nieuwe energie ook geïnvesteerd in educatie, innovatie, recreatie en toerisme. Een ander voorbeeld is de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. In dit gebied is het ontwikkelen van natuur gecombineerd met het toepassen van hoogwaterbescherming en waterstanddaling. Verder worden de leefbaarheid en de ruimte voor nieuwe recreatieve functies vergroot.” Meelderbroek (en in mindere mate Hanik) bevindt zich in de smalle zone tussen de Maas en de Grens. Hier is nog de Maaslijn, de bebouwde kom van Belfeld, de snelweg A73, vervolgens waar vroeger de groene uitloopzone was, is nu het steeds groter geworden glastuinbouwgebied Meelderbroek.
Het beoogde grootschalige opwek gebied in Belfeld “Meelderbroek”, nu nog het genot van veel bomen (foto zomer 2021) Vraag 42 In hoeverre gaat de vergelijking als het gaat om recreatie en toerisme te verenigen/combineren met Wellsmeer en Ooijen-Wanssum op, en hoe moeten we in Belfeld en Lomm die combinatie dan voorstellen? Bladzijde 30: De inkleuring / arcering van Hanik en Meelderbroek op de kaart op bladzijde 30 van de bijlage is bedoeld voor zon-pv, zo meldt de legenda ons. Vraag 43 Wat is op dit moment de uitbreidingspotentie van Greenport Venlo (potentie van de nog niet benutte daken van Greenport Venlo PLUS de potentie van de plannen die onderweg zijn PLUS potentie van nog mogelijk op te richten industriële gebouwen)
Vraag 44 Betekent dit dat Hanik en Meelderbroek alleen in aanmerking komen voor zonnevelden of is er dubbelgebruik in de vorm van industriële windturbines? Vraag 45 Zijn er ook gedetailleerde kaarten beschikbaar met uitsluitingsgebieden voor zon-pv en/of windenergie op grondgebied van onze gemeente, en in hoeverre komen deze overeen of verschillen met de provinciale voorkeurs- en uitsluitingsgebieden? Vraag 46 Mag er afgeweken worden van de provinciale voorkeurs- en uitsluitingsgebieden en de gebieden daar tussenin? Vraag 47 Zijn er gedetailleerdere kaarten beschikbaar die het beoogde gebied Meelderbroek, Hanik en Greenport (restant) Bladzijde 31: “Een van de uitgangspunten spoor 1 verkennen grootschalige initiatieven AFSTAND WINDTURBINES MINIMAAL VIJF MAAL DE TIPHOOGTE “De plaatsing van windturbines vraagt in alle gevallen om een zorgvuldige afweging van de gemeente Venlo. De gemeente ziet toe op de afstand tussen de windturbines en de dichtstbijzijnde bebouwing. Hierbij kijkt de gemeente altijd naar een veilig normenkader. Dit houdt in dat er voor de hoogste categorie windturbines een afstandsnorm geldt van vijf maal de tiphoogte.” Vraag 48 Hoe hoog is de hoogste categorie windturbines? Is dat gemeten in tiphoogte, wiekdiameter of vermogen? Of zijn dat de windturbines 75+? Voorbeeld: Bij een windturbine van 200 meter tiphoogte, geldt een afstand van 1 kilometer.
In onderstaande Afbeelding 1 zie je wat de tiphoogte is van een windturbine. Vraag 49 Wat betekent deze uitspraak voor andere (minder hoge) windturbines dan (windturbines tot 74 meter worden vooralsnog uitgesloten) Wordt de afstand van windturbines van 500 meter hoog dan lager? Een afstand van X maal de masthoogte of tiphoogte wordt gehanteerd omdat de hoorbare en waarneembare overlast en gevaren van infrasoon geluid toenemen naarmate de hoogte en omvang van een windturbine. Daarom is het vanuit dit document niet duidelijk waarom dit alleen geldt voor de hoogste categorie windturbines, nog afgezien van het feit dat niet gedefinieerd is, Vraag 50 Waarom niet 5 X de tiphoogte generiek? Vraag 51 Geldt deze tiphoogte voor de dichtstbijzijnde windturbine van een rij van een compleet windpark?
In Venlo, Steyl/Tegelen, Venlo Zuid/Oost, Velden, Lomm en Arcen, is er weinig ruimte tussen de bebouwde kom en de Duitse grens en ook de buitengebieden kennen vrij dicht op elkaar staande solitaire woningen en boerderijen. Vraag 52 Voor welk soort bebouwing geldt deze afstand voor windturbines: bebouwde kom/woonwijken, buurtschappen, lintbebouwing? Is dat te specificeren?
Vraag 53 Gaat deze afstand in de omgevingsverordening opgenomen worden? Zo ja, wanneer wordt dat geëffectueerd? Zo nee, waarom niet? Bladzijde 31: “Hoge windturbines krijgen geen plaats in een kleinschalig landschap. Dit zorgt voor een betere ruimtelijke ordening;” Vraag 54 Hoe moet kleinschalig landschap in deze context geduid worden, kan dit wat meer nader geduid worden? Bladzijde 31: “De gehanteerde tiphoogte zal met de herziening van dit beleidskader nader bekeken worden. Nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen er toe leiden dat de hinder van windturbines afneemt, waardoor er wellicht een lagere norm kan worden toegepast.” Vraag 55 Betreft de genoemde hinder, de overlast van hoorbaar geluid of (ook) de nog in onderzoek zijnde gevaren van infrasoon geluid (voorzorgsbeginsel)? Hoe worden inwoners gecompenseerd, wat wordt er geregeld voor inwoners. Het meest wrange voorbeeld is Windpark Venlo. De compensatie voor de inwoners van Heierhoeve had al geregeld moeten worden toen Gedeputeerde Staten het voorstel aan de Provinciale Staten voorlegde. Geen schop de grond in voordat met de mensen alles is geregeld. Bladzijde 22, relevante uitgangspunten: “In de komende twee jaar kijken we of het in de toekomst wel mogelijk is om middelgrote initiatieven tijdelijk toe te staan. Het doel hiervan is om bepaalde gebieden tot transformatie te brengen.
Denk hierbij aan een tijdelijk zonneveld als financiële drager om afwaardering van gronden te verzachten. Dat kan nu en straks enkel met een herziening van een bestemmingsplan (of een wijziging van het omgevingsplan. Deze mogelijkheden zijn er de eerste twee jaar in ieder geval niet. Echter zien we wel transformatiekansen, waardoor het een relevant aspect is om mee te nemen in de verkenning naar de volgende versie van het beleidskader.” In combinatie met: Bladzijde 24: “SCHONE GROND NA AFLOOP VAN DE VERGUNNING De grond die gebruikt is voor de opwekking van Nieuwe energie mag niet vervuild zijn. Als er sprake is van vervuiling, dan dient de eigenaar van de energie-installatie de sanering van de grond te betalen. Dit geldt volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. In de regio Noord-Limburg wordt een onderzoek gestart naar de kwaliteit van de grond. Bij grondgebonden energie-initiatieven dient voorafgaand altijd een nulmeting gedaan te worden van de bodemkwaliteit. Het gaat om de bodemkwaliteit in de breedste zin. Dit gaat over vervuiling, maar ook over biodiversiteit.” Er wordt dus wat geregeld voor wat betreft schone grond gedurende of aan het einde van de levensloop van een duurzaam project.
Vraag 56 Wat gebeurt er met zonneweiden en windparken indien ze economisch en/of technisch afgeschreven zijn, is het dan een vereiste dat deze worden vervangen of hangt dat van andere factoren af (veranderende stand van de techniek) M.a.w. zijn dergelijke ingrepen in die zin niet altijd tijdelijk te noemen? Vraag 57 Hoe wordt in de gemeente Venlo gegarandeerd dat zonneweiden en windturbines bij technische afschrijving ook snel opgeruimd worden in de toekomst en wie gaat betalen als dat niet gebeurt?
UITGANGSPUNTEN KLEINSCHALIGE INITIATIEVEN (SPOOR 1) Bladzijde 35: “BENUT EERST HET DAKOPPERVLAK” Op het moment dat een particulier om wat voor reden dan ook zijn dak en het dak van bijgebouw niet kan benutten is een grondopstelling mogelijk, indien er ruimte is. Het kan dan gebeuren dat een particulier initiatiefnemer die bijvoorbeeld 10 tot 20 panelen op een grondinstelling legt, dit gaat doen in een setting dat deze daar zelf weinig of geen zicht op heeft, maar de buurt er wel mee opzadelt. Vraag 58 Is voor dit soort particuliere initiatieven ook een omgevingsdialoog (met buren) voor gewenst of vereist en kan hier ook een inpassing voor de omgeving worden afgedwongen, in het kader van de omgevingsvisie / verordening? Bladzijde 35: KLEINSCHALIGE WINDENERGIE Het betreft hier windturbines < 15 meter hoogte. De volgende vraag gaat niet over wiekloze innovaties, maar over turbines met wieken. Vraag 59 Geldt hier ook een norm van 5 X tiphoogte, en zo ja aan welke gebieden moeten we dan denken? Ook gebieden binnen de bebouwde kom, of kunnen deze eventueel ook in de Tradeports en andere bedrijventerreinen? Bladzijde 39: De gemeente Venlo stelt daarom dat schaduw geen geldige reden is om de bomen te snoeien of te kappen.
Vraag 60 Als inwoners veel investeringen hebben gedaan in zonnepanelen en na 10 jaar gaat een boom hinderen in de opbrengst, is dat echt nooit een reden om een klein beetje op verantwoorde wijze te snoeien? Bladzijde 40: DUURZAME ENERGIE IN GLASTUINBOUW IS ALTIJD SECUNDAIR AAN TEELT “Het is wel denkbaar om transparante zonnepanelen op kassen te leggen. Hiervoor zijn de eerste experimenten uitgevoerd en deze zijn veelbelovend. Ook zijn er andere innovaties mogelijk die niet ten koste gaan van de teelt. Hiervoor wordt het uitgangspunt gehanteerd dat minimaal 75% van de bedrijfsinkomsten voortvloeien uit de teelt van gewassen (aantoonbaar met bedrijfsplan). Zolang de opwekking van energie niet ten koste gaat van, en te combineren is met de reguliere teelt, beschouwt de gemeente dit als een positieve ontwikkeling. Een lastig gegeven voor de glastuinbouw is dat er veel energie gevraagd wordt in de avond en nachtelijke uren. Mogelijk zijn experimenten met opslag van energie hier kansrijk.” Die 75% is dus een vaste drempel en is het niet lastig om dit percentage vast te leggen, immers groenteprijzen fluctueren, ook in kassen kan ziektedruk ontstaan en zijn opbrengsten in stuks of kilo’s niet gegarandeerd en de hoge gasprijzen kunnen de bedrijfsresultaten drukken. Vraag 61 Vanwaar die 75%, en hoe krijg je dat ingeregeld en op papier gezet.
Wat als straks die inkomsten dramatisch dalen? De oogsten zullen met deze zonnepanelen ook wel iets teruglopen. Waarom hangt hier überhaupt zo’n hoog percentage aan, waar is dat op gebaseerd? Vraag 62 Hoe gaan we op termijn, gezien onze beperkingen, doch grote areaal (Greenport en GTCG Meelderbroek) aan glastuinbouw maximaal inzetten voor transparante zonnepanelen?
HOOFDSTUK 7 EVALUATIE, BIJSTELLING EN VERVOLGVRAGEN Bladzijde 55: “Een kans voor opwekking van duurzame energie ligt bij de stuw van Belfeld. Dit beleidskader richt zich op zon- en windenergie, maar de vorm van opwekking met waterkracht geldt zeker als interessante kans. Zeker gezien de mogelijke grootschalige gebiedsontwikkeling in het grensgebied tussen Belfeld en Beesel. Deze kans zal in de looptijd van dit kader verder verkend worden;” Vraag 63 Wat wordt bedoeld met “de mogelijke grootschalige gebiedsontwikkeling in het grensgebied tussen Belfeld en Beesel” in het kader van waterkrachtenergie? In algemene zin over de energiemix een vraag:
Op de website van de Regio Arnhem / Nijmegen valt de volgende informatie te herleiden: “Op welke verschillende manieren kun je 1 Terawattuur (Twh) aan elektriciteit opwekken? Dat kan met 69 windturbines (met vermogen van 6,5 MW). Of met 1052 hectare zonneveld. Of met 308.000 woningen met zonnepanelen. (Ambitie voor heel Nederland: 35 Twh aan duurzame elektriciteitsopwekking in 2030.)” Dan volgt nu de volgende redenering op basis van het RES bod dat we hebben uitgebracht voor 2030. Nu is het RES-bod 1.2 TW tot 2030. Verder ga ik voorzichtigheidshalve uit van een vermogen van slechts 4,5 MW in plaats van het in het voorbeeld genoemde ruim ingeschatte vermogen van 6.5 MW. Vervolgens rekenen we de 1 TW om in 1.2 TW In die samenhang zouden we nodig hebben, omrekenend naar regionaal en Venloos model: Dus (6,5/4,5) x 69 windturbines = 99,7 windturbine voor 1 TW. Maar ons bod is 1.2 TW = dus 1.2 X 100 windturbines = 120 windturbines nodig in onze RES regio. Deze redenering rekent ook nog eens buiten het feit dat we al grootschalige zon PV in de regio hebben, dus alsof alleen windturbines de energie moeten opwekken. In werkelijkheid hebben we er daarom minder nodig. In het dichtbevolkte en niet landelijke Venlo komen 9 windturbines te staan, laten we uitgaan van 8 stuks, dat er nog één komt te vervallen vanwege de militaire luchtvaart. Dit zijn dan 8 windturbines van circa 4,5 MW.
De RES regio heeft 15 gemeenten waarbij de meeste landelijk van karakter zijn met veel meer ruimte en veel minder verbruik dan Venlo. Een aantal gemeenten met name Leudal, Weert en Bergen hebben al een aanvang gemaakt. Als alle gemeenten in deze regio (landelijk en stedelijk) dezelfde aantallen windturbines zouden plaatsen op hun grondgebied als Venlo, dan houdt dit in theorie in 15 x 8 = 120 windturbines. Dan zou Venlo een gemiddeld aandeel in zou hebben (120/15=8) als dichtstbevolkte en minst ruimtelijkste gemeente van de hele regio, wat als een beperking gezien mag worden. Daarbij aangemerkt we doen dan ook nog eens alsof we geen zon-pv in de energiemix hebben, en deze mix alleen uit windenergie zou bestaan tot 2030. Dus dat gegeven is ook nog eens een forse marge.
Vraag 64 Is deze stelling/berekening (bij benadering) juist?