RV 14 vragen Nota uitgangspunten Omgevingsplan.pdf
Tekst van het document
VRAGEN EN ANTWOORDEN; RV 2023-14 Vaststellen Nota van uitgangspunten Omgevingsplan Venlo Dit n.a.v. de gehouden technische vragenronde van 22 december 2022 tot 12 januari 2023 bij de raadsvoorstellen m.b.t. de Omgevingswet. Fracte EENLokaal Leon van den Beucken De volgende vraag heef in zekere zin (ook) nog betrekking op het adviesrecht: Vraag 1 Waarom zijn er geen normen (voor adviesrecht) opgenomen voor glastuinbouw, is hier altjd een bestemmingsplan (omgevingsplanwijziging) voor nodig indien een omgevingsvergunning inzake BOPA actviteit is gewenst? Antwoord vraag 1. De lijst van gevallen adviesrecht is mede gebaseerd op de bestaande lijst van verklaring van geen bedenkingen. Op deze lijst van verklaring van geen bedenkingen is glastuinbouw niet specifek opgenomen. Wel is glastuinbouw een agrarische bedrijfsactviteit en valt onder categorie 6: Commerciële voorzieningen (waaronder nieuwbouw) zoals winkels en andere bedrijfsruimten die niet passen binnen het ruimtelijk-planologisch kader dat de gemeenteraad heef vastgesteld. Aan een initatef voor glastuinbouw in afwijking van het bestemmingsplan kan medewerking worden verleend via of een wijziging bestemmingsplan/omgevingsplan (bevoegdheid raad) of via een Omgevingvergunning Buitenplanse OmgevingsPlan Actviteit (BOPA; is bevoegdheid college).
De datum voor het vaststellen van de omgevingsvisie is ultmo 2024 en het omgevingsplan per 1 januari 2030, het omgevingsplan kan nog aan verdere opschuiving onderhevig zijn. De inwerkingtreding van de OW is ook keer op keer aan opschuiving onderhevig geweest. Vraag 2 Ziten er (fnanciële) risico’s aan de verruiming van de tjdsspanne tussen de vaststellen omgevingsvisie, plan en datum inwerkingtreding? Hoe verhoudt zich dat tot DSO? Antwoord vraag 2. Zoals wij op dit moment kunnen overzien worden er geen fnanciële risico’s verwacht aan eventuele verruiming van termijnen door het opschuiven van de inwerkingtreding Omgevingswet (Ow). In de planning is rekening gehouden met een defnitef Omgevingsplan volgens de Ow in 2030. Ook dit tjdstp van 2030 is overigens nog steeds niet defnitef. Het voortdurende opschuiven van de inwerkingtreding Ow heef voornamelijk te maken met het niet op orde zijn van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Wij gaan er nog steeds vanuit dat bij de inwerkingtreding Ow er ook een werkend DSO is. Bijlage Nota van uitgangspunten, bladzijde 4: In de bijlage worden ook de 11 onderdelen van het tjdelijke omgevingsplan genoemd, dat van kracht wordt als de OW in werking treedt.
1
“Het tjdelijk deel van het Omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Bestemmingsplannen • Wijzigingsplannen • Uitwerkingsplannen • Beheerverordeningen • Inpassingsplannen van Rijk en Provincie. Zoals inpassingsplan Greenportlane en windpark • Bestemmingsplannen in het kader van de Crisis- en herstelwet, zoals bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen (pilot Omgevingsplan kern Tegelen) • Exploitateplannen. In Venlo het exploitateplan Trade Port Noord en herzieningen daarop. • Voorbereidingsbesluiten • Erfgoedverordening (m.b.t. archeologische monumentenzorg) • Hemelwaterverordening (niet in Venlo) • Omgevingsplanregels van rijkswege (de zogenaamde bruidsschat)” Vraag 3 Kunnen al die 11 onderdelen gedurende dit traject aangepast worden, c.q. hoe dynamisch is dit? Antwoord vraag 3. Onderdelen die deel uitmaken van het tjdelijk omgevingsplan kunnen - behoudens lopende Wet ruimtelijke ordening (Wro) procedures - als zodanig niet meer worden aangepast volgens de huidige Wro, omdat de onderdelen van het tjdelijk omgevingsplan worden ‘bevroren’. Wel kan te allen tjde worden gekozen voor het wijzigen van het tjdelijk omgevingsplan naar een defnitef Omgevingsplan volgens de Ow. Het tjdelijk deel Omgevingsplan (bestaande uit de vermelde ruimtelijke plannen) zullen worden omgebouwd tot een defnitef Omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Ow.
Dat gebeurt niet in een keer, maar in fasen, stukje bij stukje, per deelgebied of thema. Daarvoor hebben tot en met 2029 de tjd. Vraag 4 Heef de gemeente via voorbereidingsbesluiten met betrekking tot de bedrijventerreinzones de mogelijkheid om binnen het bestaande bestemmingsplan bepaalde ontwikkelingen juist niet meer mogelijk te maken, zoals grote logisteke megahallen in de woonwijken? Zo nee, welke juridischplanologische instrumenten zijn er behalve actef grondbeleid, economische visie, voorkeursrecht, voorbereidingsbesluit enz. ongewenste ontwikkelingen (leefaarheid, verkeersafwikkeling, verschijningsvorm) niet meer mogelijk te maken? Antwoord vraag 4. Ook in de nieuwe Ow blijf het instrument voorbereidingsbesluit gehandhaafd. Met dit instrument blijf de gemeente de mogelijkheid houden, om ongewenste ontwikkelingen, die op grond van het bestemmingsplan mogelijk zijn, te voorkomen in specifeke gebieden of locates. Het is dan wel van belang dat gedurende de werkingsduur van het voorbereidingsbesluit van 1 jaar een ontwerp van een bestemmingsplan of (vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet), een omgevingsplan als ontwerp ter inzage wordt gelegd, zodat de beschermende werking van het voorbereidingsbesluit kan worden overgenomen door de beschermende werking van het (ontwerp)bestemmingsplan/omgevingsplan.
Bijlage Nota van uitgangspunten, bladzijde 3: Experiment Omgevingsplan kern Tegelen.
2
Vraag 5 Welke zijn de belangrijkste leerprocessen van dit experiment in de opmaat naar het vaststellen van een geheel dekkend omgevingsplan richtng 2030? Kan dat al aangegeven worden als “tpje van de sluier” van de inventarisate? Antwoord vraag 5. Belangrijke leermomenten pilot Omgevingsplan Tegelen zijn: - Reserveer voldoende tjd en capaciteit voor het Omgevingsplan. Voorkom dat de waan van de dag teveel ‘regeert’. - Vertalen van beleid naar juridische planregels. Welke beleidsonderdelen worden wel/niet vastgelegd in juridisch bindende regels. - Durven loslaten. Teveel willen regelen. - Oorspronkelijke uitgangspunten en ambites komen onvoldoende terug in het plan Bijlage Nota van uitgangspunten, bladzijde 4: “Vanaf de inwerkingtreding op 1 juli 2023 wordt dit tjdelijk deel Omgevingsplan bevroren. De ruimtelijke plannen in dit tjdelijk deel kunnen dan niet meer worden aangepast. Alleen lopende Wroprocedures kunnen nog tot mutates leiden.” Bijlage Nota van uitgangspunten, bladzijde 5: “Nieuwe initateven, die afwijken van het bestemmingsplan maar waaraan wij medewerking willen verlenen, blijven wij faciliteren. Het faciliteren van dergelijke initateven kan op 3 manieren: 1. Via een omgevingsvergunning. Betref een zogenaamde Buitenplanse Omgevingsplanactviteit (BOPA). 2. Wijziging van het Omgevingsplan (tjdelijk deel). 3.
Wijziging van het Omgevingsplan met gebruikmaking van de Tijdelijke Alternateve Maatregel (TAM). Vraag 6 Hoe verhoudt zich 2. Wijziging OP (tjdelijk deel) tot het eerder genoemde bevriezen van het tjdelijk deel OP? Zit hem de schijnbare tegenstelling juist in het lokategewijze (of thematsch) benaderen? Antwoord vraag 6. Hiermee wordt bedoeld, dat na de inwerkingtreding Ow het niet meer mogelijk is om bestemmingsplannen e.d. te herzien of aan te passen volgens de Wro. Indien een aanpassing noodzakelijk is (bijv. vanwege een concreet initatef), dan dient het Omgevingsplan tjdelijk deel aangepast te worden naar Omgevingsplan nieuw of defnitef deel. Het wetelijk regime van de Wro is dan niet meer van toepassing, maar de bepalingen van de Ow. Bijlage Nota van uitgangspunten, bladzijde 6: 3.1 Algemene uitgangspunten “ Vigerende planologische rechten blijven geborgd, tenzij daarover beleidsmatg andere keuzes zijn vastgelegd. Vigerende planologische rechten, vastgelegd in geldende bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen, worden gewaarborgd. Deze rechten worden in principe overgenomen in het OP. Tenzij daarover beleidsmatg al andere keuzes zijn gemaakt en deze ook zijn vastgelegd en tjdig openbaar gemaakt.” Dit leidt tot vraag 8.
Vraag 7 Wat betekent dit concreet voor de mogelijkheid tot grote logisteke hallen, in of bij woonwijken of kernen in het kader van A-dossier, verkeersveiligheid, leefaarheid, uitstraling? In welk tjdvak moeten deze beleidsmatge keuzes zijn of worden vastgelegd? 3
Antwoord vraag 7. Concrete initateven voor grote logisteke hallen worden getoetst aan het vigerende bestemmingsplan c.q. omgevingsplan. Is er sprake van een afwijking dan kan alleen medewerking worden verleend met een wijziging Omgevingsplan of Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactviteit (BOPA). In beide gevallen zal getoetst worden aan het op dat moment vigerende beleid/visie op dit vlak en is er sprake van een integrale afweging. Het gebiedsdekkend omgevingsplan komt fasegewijs tot stand. Daarvoor is een meerjarenplanning opgesteld. Hierdoor kan nu geen concreet tjdvak worden aangegeven. Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan voor een bepaald gebiedsdeel wordt telkens nagegaan welke beleidsmatge keuzes op dat moment zijn vastgelegd. Gedurende de voorbereidingsfase wordt dit geregeld gemonitord, zodat het ter inzage te leggen ontwerp van een wijziging van het omgevingsplan op het meest actuele, vastgestelde beleid is gebaseerd. Bijlage Nota van uitgangspunten, bladzijde 18: 5. DELEGATIE OMGEVINGSPLAN. Er worden 6 voorbeelden genoemd vanuit andere gemeenten en om eveneens 6 redenen wordt voorgesteld dit delegatebesluit nog niet te nemen. Helder verwoord.
Vraag 8 Zijn er in de huidige situate ook vergelijkbare delegates (anders dan geen verklaring van geen bedenkingen) van toepassing als het gaat om bestemmingsplannen, zo ja welke en zou indien ja, dit in het omgevingsplan (gebiedsdekkend) ook zo werken? Antwoord vraag 8. Het is volgens de huidige Wro niet mogelijk om de bevoegdheid tot vaststellen van bestemmingsplannen te delegeren. In bestemmingsplannen kunnen wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden zijn opgenomen, waarbij in het bestemmingplan met zoveel woorden is verklaard dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan op aangewezen onderdelen te wijzigen of uit te werken. Het is aan de Raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan om te bepalen of een wijzigingsbevoegdheid in het plan wordt opgenomen. Een algemene delegate- of mandaatregeling met betrekking tot de besluitvorming omtrent vaststelling van bestemmingsplannen kent de Wet ruimtelijke ordening niet. Wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden zoals de Wet ruimtelijke ordening nu kent komen als zodanig in de Omgevingswet niet terug. Bijlage 3: Kaart deelgebieden, betrefende herstructurering bedrijventerreinen.
Vraag 9 Kan het zijn dat hier een of meer herstructureringsgebieden bedrijventerreinen ontbreken, zoals genoemd in de beantwoording “vragen logisteke ontwikkelingen”, door mijn gesteld, kenmerk 1818255? Kan het zijn dat er op korte termijn nog visies komen als basis voor de omgevingsvisie die weer gekoppeld is aan het omgevingsplan, die meer herstructureringsgebieden generen? Antwoord vraag 9. De herstructureringsgebieden bedrijventerreinen zijn gebaseerd op de Rapportage Herstructurering Werklocates, vastgesteld door het college d.d. 5 oktober 2021 De Raad is hierover geinformeerd met RIB 2021-138. De beantwoording van de “Vragen logisteke ontwikkelingen” (1818255) heef een andere strekking en is gericht op de (on)mogelijkheden voor het vestgen van grootschalige logisteke bedrijven. De in de RIB genoemde werklocates en de in de beantwoordingsbrief genoemde werklocates komen daarom niet geheel overeen. 4
In de vast te stellen Economische Visie zal herstructurering van werklocates wel worden benoemd. Maar waarschijnlijk niet verder worden geconcretseerd omdat dit niet past bij het strategisch niveau van de visie en al is uitgewerkt in de bovenvermelde rapportage. Dit laat onverlet dat er altjd nieuwe herstructureringsgebieden kunnen worden aangewezen, wanneer daartoe aanleiding en noodzaak aanwezig wordt geacht.
5