CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

RN002-2024 bijl01 Omgevingsanalyse Venlo 2024.pdf

Commissie Bestuur 13 maart 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 4: Omgevingsanalyse 2024 (RN 2024-2)7.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inleiding Wij presenteren u jaarlijks een analyse van de maatschappelijke context van de gemeente Venlo. Dit is de omgevingsanalyse. De omgevingsanalyse is onderdeel van de Kadernota 2025. Het doel van dit document is om u de omgeving waarin onze gemeenschap, onze stad en dorpen, onze regio en onze organisatie zich bevinden te beschrijven. Van belang daarbij is het bestuurlijk vergezicht van onze stad, de strategische visie Venlo 2040 en het ontwikkelperspectief dat u daarin heeft opgenomen. Deze analyse schetst een beeld van de ontwikkelingen die -naar onze overtuigingrelevant zijn of mogelijk relevant worden voor onze strategische koers naar Venlo 2040. Dit als onderdeel van het kadernota-proces. De raad wordt hiermee voorafgaand aan het Kadernotaproces in de gelegenheid gesteld om duiding te geven aan de inhoud van de analyse (oordeelsvorming) en op basis daarvan opmerkingen mee te geven voor de kaders in de Kadernota. De ontwikkeling van programma-indicatoren kunt u tweemaal per jaar volgen in Meetbaar Venlo. Per programmalijn staat daarin de ontwikkeling van de belangrijkste indicatoren. In de omgevingsanalyse leest u dus binnen welke actuele context dit gebeurt. Binnen de samenleving spelen een aantal complexe maatschappelijke vraagstukken die onze onverdeelde aandacht vragen.

Urgente vraagstukken van vandaag en opgaven van morgen, tegen de achtergrond van een -voor de sector gemeenten- uitdagend financieel meerjarenperspectief. En natuurlijk biedt deze omgevingsanalyse daarnaast opnieuw ook kansen om van onze mooie gemeente een nog aantrekkelijkere woon- werk- en verblijfsgemeente te maken dan vandaag! Een omgevingsbeeld is nooit alomvattend. Naast de vaste thema’s (demografie, woningmarkt, economische ontwikkeling, arbeidsmarkt en de financiële positie) vindt u daarom een selectie aan actuele ontwikkelingen en thema’s die relevant zijn voor de strategische koers van Venlo en de begroting 2025. De geschetste ontwikkelingen zijn thematisch gerubriceerd. Het gaat om programma-overstijgende thema’s. Toch blijven ze vrij eenvoudig te herleiden naar de programma’s. Wij wens u veel leesplezier toe.

1

Bevolking

In 2023 steeg het aantal inwoners in Venlo naar 103.677, (opnieuw) een toename van 335 personen. Dit blijft een opvallende, buitengewoon positieve ontwikkeling, gegeven de eerdere bevolkingsprognoses van CBS en E’til. Natuurlijke bevolkingsontwikkeling Het aantal geboorten bedroeg het afgelopen jaar 875, iets meer dan een jaar eerder. Ook het aantal sterfgevallen was met 1078 iets hoger. Het sterfteoverschot bedroeg 203 (in 2022 was dat 151). Er is sprake van een sterk vergrijzende bevolking. Op dit moment is 22,8% van de Venlose bevolking ouder dan 65 jaar. In 2040 is dit naar verwachting bij ongewijzigd beleid zelfs 27,7%. Het binden en boeien van uit Venlo en onze regio afkomstige jonge mensen en gezinnen is en blijft dus meer dan nodig. Migratie Venlo kende het afgelopen jaar een, de afgelopen jaren sterk afgenomen en daarmee inmiddels klein binnenlands vertrekoverschot (-50). Vanuit andere Nederlandse gemeenten vestigden zich 2.702 inwoners in onze gemeente. Er vertrokken 2.752 inwoners. De bevolkingsgroei van Venlo komt daarmee per saldo, net als vorige jaren, op het conto van immigratie (+588). De nieuwvestigers binnen onze gemeente zijn gemiddeld ruim een jaar jonger dan de vertrekkers. Deze verhuisbewegingen werken in dit geval dus -in bescheiden mate- verjongend op onze bevolking. Inmiddels zien we ook reeds enige jaren gezinsvorming en als gevolg daarvan verjonging.

Verwachtingen bevolkingsgroei Zonder aanvullend beleid en zonder rekening te houden met de aanvullende woningbouwafspraken uit de Woondeal groeit de bevolking van Venlo naar verwachting in 2035 naar 108.000 inwoners.1 Niet alleen is deze aanwas nodig voor het behoud van voldoende arbeidskrachten voor onze regionale economie, maar nadrukkelijk ook voor het in Venlo aanwezige zorg-, onderwijs- en welzijnsaanbod. Venlo biedt overigens voldoende mogelijkheden om een deel van de overloop uit de Brainport-regio in onze gemeente op te vangen en hiermee een groeiversnelling te realiseren. Opvang Oekraïners Sinds de aanvang van de oorlog in Oekraïne in 2022 vangen de Nederlandse gemeenten Oekraïense ontheemden op. In de gemeente Venlo vangen we 478 mensen op. Er ligt een aanvullende oproep om in totaal 733 opvangplekken te realiseren. Opvang asielzoekers Ook is er in Venlo een noodopvang voor asielzoekers. In een schoolgebouw aan de Emmastraat in Venlo is sinds eind 2022 ruimte om maximaal 55 mensen tijdelijk onderdak te bieden. Daarnaast vangen we in Venlo ook statushouders op. De gemeente Venlo is verantwoordelijk voor hun inburgering. In 2023 zijn 220 mensen gestart met een inburgeringstraject in Venlo, waar initieel werd uitgegaan van 65 inburgeraars per jaar. Op basis van de recent door beide Kamers aangenomen Spreidingswet dient Venlo 489 mensen op te vangen.

Uit de cijfers van het IND blijkt dat landelijk de meeste asielaanvragen uit Syrië komen, gevolgd door Turkije en Afghanistan. Een inburgeringstraject duurt gemiddeld 2 tot 3 jaar. Daarna stromen zij door naar vaste participatieplekken in de stad, naar werkervaringsplekken, stages en betaald werk. In 1

ABF/ Primos Bevolkingsprognose 2023

2

totaal heeft inmiddels 60% van de 92 deelnemers die vallen onder de nieuwe Inburgeringswet een vaste participatieplek gevonden.

Statushouders in Venlo (Bron: Jaarplan en Strategie 2024 Refugeeteam) Daklozen Sinds de telling door Stichting Barka in 2020 is het aantal daklozen in Venlo elk jaar toegenomen. In 2021 ging het om 200 personen, in 2022 over ruim 300 personen en in 2023 tot en met september om ruim 200 personen. Het aantal daklozen bestaat uit verschillende groepen. Het overgrote deel bestaat uit internationale werknemers, een kleiner deel bestaat uit Nederlanders2.

van werk en onderdak.

Op dit moment is er een kleine groep van circa 10 personen die ‘chronisch dakloos’ is en regelmatig voor overlast zorgt. Dit zijn zowel Nederlandse daklozen als internationale werknemers. Daarnaast is er sprake van een wisselende groep daklozen die varieert tussen de 40 en 70 personen. Het grip krijgen op deze aantallen is lastig vanwege de beweging van en naar andere regio’s (bijvoorbeeld Eindhoven en Duitsland) en de tijdelijkheid

Wonen Venlo is als woongemeente zeer in trek. In onze regio stond een woning het afgelopen jaar gemiddeld 33 dagen te koop. In Noord Limburg lag de gemiddelde prijs (€389.000) in het 4e kwartaal van 2023 circa 10,8% hoger dan een jaar geleden, de grootste prijsstijging van alle regio’s in Nederland.

Daklozen van Nederlandse nationaliteit die hier geboren zijn, gewerkt hebben et cetera hebben recht op sociale voorzieningen (WW, maatschappelijke opvang). 2

3

De schaarste zit met name in het gebrek aan aanbod in het middensegment (duurdere huur en betaalbare koop). Ook de wachttijden voor sociale huurwoningen zijn hoog. De wachttijd is in 2021 opgelopen naar gemiddeld 3 jaar en 5 maanden. De verwachting is dat -zonder aanvullende toevoeging van woningen- deze wachttijden verder zullen oplopen. Het Rijk sloot het afgelopen jaar woondeals met regio’s. De provincie Limburgs sprak met het Rijk af om tot 2030 25.550 woningen toe te voegen. Daarnaast is er een extra groei van 20.000 woningen mogelijk. In 2023 zijn in periode tot en met november 338 woningen toegevoegd aan onze woningvoorraad (+0,7%). Deze bedraagt op dit moment 48.891 woningen. Binnen de regio Noord-Limburg hanteren we het uitgangspunt dat elke gemeente toewerkt naar 30% sociale huur. In de gemeente Venlo ligt dit aandeel nu op 28%. Nieuwbouw Na 2030 wil de provincie Limburg op grote schaal nieuwe woningen bouwen in de omgeving van de treinstations in de steden Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen, Roermond, Weert en Venlo. De stedelijke structuur van Venlo biedt volop gelegenheid tot transformatie, verdichting en uitbreiding nabij onze drie stations. Om de bevolkingsgroei van Venlo te accommoderen zal echter nog een stevige uitbreiding van ons woningbouwprogramma nodig zijn, met name op binnenstedelijke locaties maar ook bescheiden in onze kleinere kernen.

Onze stedelijke ontwikkelstrategie is hierop gericht. Passende huisvesting Bij de woonopgave is expliciet aandacht voor passende huisvesting voor diverse doelgroepen, zoals statushouders, arbeidsmigranten, inwoners met een psychische kwetsbaarheid, studenten en andere woonurgenten. Dit is ook van belang om de uitstroom bij diverse zorgvoorzieningen te bevorderen en voor het voorkomen van wachtlijsten.

4

Klimaatopgave en verduurzaming gebouwde omgeving De klimaatopgave is om in 2030 55% CO2emissiereductie ten opzichte van 1990 te halen. De ambitie om het gebruik van fossiele grondstoffen te verminderen met zelfs 95% (in 2050), geldt voor de gehele gebouwde omgeving, inclusief ons eigen vastgoed. Uit bijgaand overzicht blijkt dat in de periode 2010-2022 de CO2uitstoot in Venlo inmiddels met circa 40% is gedaald.

In 2023 had circa 70% van de Venlose woningen een energielabel A, B of C. Deze hebben een (zeer) laag dan wel redelijk laag energieverbruik.

Verduurzaming vindt plaats via energiebesparing en energieopwekking. Volgens het CBS had eind 2022 34% van de Venlose woningen zonnepanelen op het dak. Dit ligt ruim boven het landelijk gemiddelde van 25%. Overbelasting stroomnet Door de snelle toename van zonnepanelen op daken en de elektrificatie via onder andere warmtepompen van huizen, bedrijven en auto`s is het stroomnet in een groot deel van Nederland overbelast geraakt. Dat geldt ook voor Venlo. Netbeheerder Enexis werkt aan de verzwaring van de capaciteit van het stroomnet. Netverzwaring wordt daar opgepakt waar de meeste klachten worden ontvangen. Dat wordt de komende jaren planmatig buurtgewijs aangepakt via plaatsing in Venlo van enkele honderden elektriciteits- en schakelstations. Netcongestie staat ook de verduurzaming van de economie in de weg. Bedrijven krijgen niet de aansluiting die nodig is om hun processen te elektrificeren en/of een overschot van duurzaam opgewekte elektriciteit terug te leveren. Ondernemers gaan daarom nadenken over de mogelijkheden van local energyhubs. Dit zijn decentrale energiesystemen waarmee (in een specifiek gebied) slim energie wordt geproduceerd, uitgewisseld, opgeslagen en/of omgezet. Het zijn knooppunten tussen verschillende energiedragers; elektriciteit, warmte/koude en bijvoorbeeld waterstof.

5

Daarom is in 2022 met steun van OPZuid en de provincie Limburg een quickscan naar kansrijke energyhubs in Venlo uitgevoerd. Op basis van beschikbare data is een inschatting gemaakt van het energieprofiel voor de huidige en toekomstige situatie. Een globale indicatieve business case laat zien dat een local energyhub, gegeven alle aannames, waarschijnlijk haalbaar is. Dit heeft geleid tot een eerste collectief van bedrijven die de mogelijkheid van samenwerking onderzoeken. Deze bedrijven willen met ondersteuning van de netbeheerder komen tot goed afgestemde collectieve afspraken. Vergroening Vrijwel elke gemeente in Nederland wil de bebouwde omgeving vergroenen. Dit is nodig om in te spelen op klimaatverandering, om de gezondheid en het welzijn van burgers te bevorderen en het verlies aan biodiversiteit om te buigen naar herstel. Door mee te doen aan de Groene Stad Challenge3 beschikken we, op basis van onze eigen data en andere open data, nu over een analyse op buurtniveau van de huidige situatie en de vergroeningspotenties. Er bestaan grote verschillen tussen stadsdelen en kernen ten aanzien van de verhouding groen-grijs. Als referentie is in de tabel een gemiddelde opgenomen: dit is het gemiddelde van alle deelnemende gemeenten (279 steden uit 61 landen). Daaruit blijkt dat het stadsdeel Blerick naar verhouding weinig groen kent.

Het vrij hoge aandeel ‘hoge vegetatie’ in Venlo is te verklaren door de bossen op de Steilrand. Overigens wordt de landelijke norm voor groen in de woonomgeving (25% hoge vegetatie, 15% middelhoge vegetatie, 20% lage vegetatie) in geen enkel stadsdeel/kern in de gemeente Venlo gehaald.

Maar ook binnen het areaal groen zijn grote verschillen te zien. Opvallend is het lage aandeel ‘middelhoge vegetatie’. Dit is enerzijds verklaarbaar door de bezuinigingen op groen in de jaren ’90. Toen is veel opgaand plantsoen omgevormd naar gras/bodembedekkers. Aan de andere kant is het verklaarbaar door ingrepen vanuit sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Uit de analyse blijkt ook dat er per stadsdeel en kern er een groot verschil is in de hoeveelheid groen per inwoner. Groen voor grijs Deze analyse is vervolgens gebruikt om de vergroeningspotenties (op buurtniveau) voor Venlo in beeld te brengen. Daarbij is gekeken naar de potentie van het verwijderen van zinloze verharding, het vergroenen van parkeervakken, het vergroenen van daken en tuinen, het aanplanten van nieuwe bomen, het omvormen van beplanting voor biodiversiteit, et cetera.

3 How green is Venlo Municipality? Find out at HUGSI.green

6

Onder de noemer ‘groen voor grijs’ is gekeken naar het oppervlak parkeervakken buiten de rijbaan die voor omvorming naar open bestrating of groen geschikt zijn. Verder is bekeken hoeveel m2 zinloze verharding in een buurt ligt. Op kleine schaal wordt deze ‘ontstening’ al uitgevoerd. Bomen Bomen spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van hittestress, het tegengaan van luchtvervuiling, de opslag van CO2 en de opvang van regenwater (10% van een bui wordt opgevangen door het bladerdek en verdampt daarna weer). Een verdiepende analyse van potentiële plantlocaties, op basis van ondergrondse parameters (kabels en leidingen & grondwaterstand) laat zien dat er nog volop ruimte is in de buurten om boom- en groenstructuren te versterken, te herstellen en extra bomen te planten. Daarbij is gekeken of de ruimte geschikt is voor een boom van de 1e grootte, van de 2e grootte of van de 3e grootte: de tabel is dus getrapt opgebouwd. Klimaatadaptatie De inrichting van de openbare ruimte moet weerbaar genoeg worden om hevige piekbuien en perioden van hitte en droogte te doorstaan. Dit kan door verharding te beperken en meer groen toe te voegen (vergroening) en door het afkoppelen van regenwater van het (gemengde) gemeentelijk riool en ter plaatse in de bodem te laten zakken. Hierdoor wordt het gemeentelijk (gemengd) riool ontlast en wordt de sponswerking van de bodem verhoogd.

De stresstest van het Waterpanel Noord 4 laat zien waar de knelpunten in het stedelijk gebied zitten. Waterkwaliteit De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn die tot doel heeft om de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, zoals grondwater en oppervlaktewater. Het moet de vervuiling van waterlichamen verminderen en voorkomen, duurzaam watergebruik bevorderen en de effecten van overstromingen en droogte beperken. De waterkwaliteit in Nederland verbetert, maar veel waterlichamen voldoen in 2027 naar verwachting nog niet aan de gestelde doelen. Er ligt een opgave om de omvang van het aantal overstorten vanuit het gemengd riool naar oppervlaktewater terug te dringen.

4 Klimaatatlas WPN 2019

7

In het rioolsysteem van Venlo zijn 61 overstorten opgenomen, 39 daarvan komen uit op beken in beheer bij gemeente of waterschap. Uit een recente inventarisatie van het Waterschap komen 10 overstorten naar voren die kwetsbaar (voor planten en dieren) zijn en dus een hoge prioriteit kennen. De benodigde maatregelen dienen voor zover kosteneffectief, haalbaar en betaalbaaruiterlijk in 2027 te worden uitgevoerd. In het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP), 2027-2031 zijn middelen voor de aanpak van acht overstorten opgenomen.

8

Economie

Voor een terugblik op de economische ontwikkeling van Venlo maken we gebruik van de cijfers die het CBS ons op maat aanlevert. Deze cijfers lopen een jaar achter. In 2022 is de economie van gemeente Venlo met 4,3% (2021: 6,5%) gegroeid. Deze groei is gelijk aan de 4,3% (2021: 6,2%) groei van de Nederlandse economie en duidelijk hoger dan de 2,9% groei van de Limburgse economie.5 De omvang van de lokale Venlose economie bedraagt overigens 46,5% van de COROP-regio Noord-Limburg. Kortom, bijna de helft van iedere in Noord-Limburg verdiende euro wordt in de gemeente Venlo verdiend. Niet alleen het regionale bedrijfsleven, maar ook de culturele sector lijkt zich te herstellen van de Covid-periode. Zo trok De Maaspoort niet eerder zoveel bezoekers (231.500) als in 2023. Met name vonden het afgelopen jaar, meer dan voorheen, jonge bezoekers de weg naar het theater. De verwachting is dat in 2023 de economische groei in Nederland vrijwel tot stilstand is gekomen en we voor de komende jaren bescheiden groeicijfers mogen verwachten. Voor 2024 een groei van 0,3% en voor 2025 1,0%. Dit is eveneens zichtbaar op de conjunctuurklok.6 Het inflatiecijfer over 2023 komt met 4,1% significant lager uit dan de 11,6% in 2022 en zal naar verwachting verder afnemen naar 2,9% in 2024 en 2,2% in 2025 en daarmee nagenoeg op de beleidsdoelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB).7

Het begrotingstekort van het Rijk komt in 2023 naar verwachting uit op 0,9% van het nationaal inkomen en neemt in 2024 en 2025 (zonder rekening te houden met de inhoud van een nieuw regeerakkoord) toe naar 2,6%, respectievelijk 2,9%. Deze ontwikkeling komt met name door de stijging van de overheidsuitgaven voor asiel, steunpakketten voor Oekraïne, infrastructuur, defensie en klimaat. Door de krappe arbeidsmarkt en CBS, Urban Data Center Den Haag, juli 2023 CBS, Conjunctuurklok, december 2023 7 DNB, Najaarsraming, december 2023 5 6

9

andere uitvoeringsproblemen lukt het de overheid overigens niet om alle geplande uitgaven ook daadwerkelijk te kunnen doen. Dit heeft een gunstige invloed op het begrotingstekort in 2023. In 2024 eindigen de maatregelen ter compensatie van de gestegen energiekosten, waaronder het prijsplafond. Tegelijkertijd stijgen de uitgaven door de investeringen uit het regeerakkoord en door uitgaven die zijn doorgeschoven naar latere jaren. Daarnaast lopen de rentelasten op de uitstaande schuld geleidelijk op, door de snel gestegen rentetarieven en de aanhoudende begrotingstekorten. Hierdoor verdubbelen de rente-uitgaven tussen 2022 en 2025 naar verwachting naar circa €10 miljard. Omdat de gemiddelde looptijd van Nederlands schuldpapier bijna negen jaar is, blijven de rente-uitgaven ook na 2025 oplopen.8 Veel ruimte voor consumptieve uitgaven en investeringen is er de komende jaren naar verwachting daarmee niet. Circulaire economie Het Rijk, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden werken aan een duurzame economie voor de toekomst. In deze circulaire economie worden spullen die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo zijn er minder of geen nieuwe grondstoffen nodig. De economie moet in 2050 volledig circulair zijn9. In 2023 schonken de rijksoverheid10 en haar adviesorganen11 aandacht aan de ruimtevraag die hiermee gepaard gaat.

Zij concluderen dat de transitie naar een circulaire economie de komende decennia extra fysieke en milieu-ruimte vraagt. De aandacht gaat daarbij nadrukkelijk uit naar havens en watergebonden bedrijventerreinen. Bovendien wordt breed onderschreven dat er moet worden geïnvesteerd in de herstructurering en verduurzaming van verouderde bedrijventerreinen voor het MKB. Daarnaast is er landelijk ook oog voor ontwikkelruimte voor de kennisindustrie en kennisclusters, waaronder campussen12. Voor wat betreft grootschalige (logistieke) bedrijfsvestigingen gaat de aandacht uit naar afgewogen keuzes en regie op basis van regionale meerwaarde en ruimtelijke inpassing13. Het voorgaande sluit naadloos aan op de uitgangspunten, richtinggevende keuzes en majeure gebiedsontwikkelingsprojecten die zijn opgenomen in de in 2023 vastgestelde economische visie. Waterstof en Delta Rhine Corridor Waterstof kan als energiedrager een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van de economie. Voor industriële bedrijven, zoals de keramische industrie in Venlo, met hoge temperatuur verbrandingsprocessen, is elektrificatie van processen vaak niet (goed) mogelijk. Waterstof vormt voor deze bedrijven vooralsnog het beste alternatief voor gas. Daarnaast is waterstof voor langeafstandstransport efficiënter als energiedrager dan batterijen.

Op lange termijn kan waterstof mogelijk ook in andere economische sectoren zoals de glastuinbouw en de gebouwde omgeving een rol gaan vervullen als alternatief voor gas. Een regionale aansluiting op de waterstofbuisleiding en DNB, Najaarsraming, december 2023 Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030; ministerie van I&W mede namens de ministeries van EK, BZK, LNV en BZ (2023). 10 Programma Ruimte voor Economie; ministerie van EZK (2023). 11 Ruimte voor circulaire economie; verkenning van de ruimtelijke voorwaarden voor een circulaire economie; PBL (2023). Samen werken; Kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen; Rli (2023). De logistiek van morgen begint vandaag; Hoe kunnen we werken aan een gezonde bloedsomloop voor de circulaire economie; CRa (2023). 12 Programma Ruimte voor Economie; ministerie van EZK (2023). 13 Programma Ruimte voor Economie; ministerie van EZK (2023). De logistiek van morgen begint vandaag; Hoe kunnen we werken aan een gezonde bloedsomloop voor de circulaire economie; CRa (2023). 8 9

10

mogelijk gelijkstroomverbinding van de Delta Rhine Corridor, waarvan het beoogde tracé naar Duitsland via Venlo loopt, biedt kansen om het regionale bedrijfsleven te verduurzamen en de concurrentiepositie van Venlo te versterken14.

Arbeid De economische groei is naar verwachting de komende jaren lager door teruglopende uitvoer van goederen, een lagere consumptie en een hogere rente. Daarom wordt er tot 2028 ook een minder sterke groei van de werkgelegenheid verwacht dan in de voorgaande jaren. Van de 2,2 miljoen baanopeningen in Nederland tot 2028 komt 90% door vervanging op de arbeidsmarkt. Het gaat bijvoorbeeld om het vervangen van werkenden die met pensioen gaan of tijdelijk het arbeidsproces verlaten vanwege arbeidsongeschiktheid of zorgtaken. In de voorgaande jaren was er een sterke toename van het aantal gediplomeerden uit het hoger onderwijs. Het gaat om een sterke stijging van de studenten op het hbo (bachelor) en een toename van internationale studenten op universiteiten. Voor gediplomeerden op masterniveau en MBO4-niveau zijn de perspectieven in onze regio het meest gunstig. Het aanbod van MBO4-gediplomeerden is net voldoende om aan de (vervangings)vraag te kunnen voldoen. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen opleidingsrichtingen binnen de niveaus. De krapte op de arbeidsmarkt voor technici houdt aan in de komende jaren. Er wordt naar oplossingen gezocht voor het werven van personeel in het buitenland. Veel buitenlandse studenten in een technische studie in het hoger onderwijs blijven na hun studie in Nederland werken, maar dit zorgt niet voor voldoende aanbod de komende jaren.

Een andere oplossing voor het vergroten van het aanbod is manieren vinden om meer Nederlandse jongeren te interesseren voor een technische studie en de sector aantrekkelijker te maken door bijvoorbeeld hogere salarissen te betalen of de mogelijkheid van deeltijdwerken aan te bieden.

De regio Noord-Limburg kampt met een toegenomen arbeids- en personeelstekort. In 2021 was het tekort nog 5,3% en dat loopt naar verwachting op tot 12,3% in 2030; het hoogste tekort van Nederland.

https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/drc , https://www.gasunie.nl/projecten/delta-rhine-corridor en https://www.delta-rhine-corridor.com/nl . 14

11

Ook de knelpunten voor onderwijs- en zorgpersoneel blijven bestaan. Dit geldt vooral voor artsen en verpleegkundigen, docenten in het basisonderwijs en leidsters in de kinderopvang. Zorg en onderwijs zijn relatief populaire studies onder jongeren, maar tegelijkertijd is de uitstroom uit de sector groot. Ondanks de daling van de werkgelegenheid in de agrarische sector zijn er door vergrijzing knelpunten voor agrarische beroepen. Er zijn te weinig jongeren die een diploma in deze richting behalen.15 Het is evident dat deze knelpunten in de agrarische sector en techniek buitengewoon relevant zijn voor onze stad en regio want die steunt bovengemiddeld op de proces- en maakindustrie en agrarische sector. De werkgelegenheid in de arbeidsmarktregio Noord-Limburg is in 2023 verder gegroeid. Vanaf 2024 komt de werkgelegenheidsgroei echter in een lagere versnelling terecht door een lagere economische groei en aanhoudende personeelstekorten. Hoewel de meeste sectoren nog een groeiende werkgelegenheid laten zien, krijgen met name de industrie en financiële dienstverlening te maken met banenkrimp. Personeelstekorten spelen hierbij een belangrijke rol. De mensen die beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt worden bijna allemaal volledig ingezet. Dit zorgt ervoor dat er op de arbeidsmarkt bijna geen ruimte meer is voor verdere groei.

Nieuwkomers kunnen, met ondersteuning en begeleiding in de toekomst een deel van oplossing zijn. De druk van aanhoudende personeelstekorten stimuleert bedrijven om vol in te zetten op automatisering, robotisering en andere manieren om de arbeidsproductiviteit te laten toenemen. 16 De verwachting is dat het aantal banen van werknemers in Noord-Limburg in 2024 krimpt met 400. In de meeste sectoren daalt het aantal werknemersbanen in 2024, het groeitempo stagneert. Slechts twee sectoren met een oververtegenwoordiging in Noord-Limburg, i.c. groothandel en transport, laten (een verwachte) banengroei zien.17 De Nederlandse Bank (DNB) verwacht een stilvallende werkgelegenheidsgroei en een licht oplopende werkloosheid van 3,6% in 2023 naar 4,2% in 2025. De arbeidsmarkt blijft daarmee (nog steeds) historisch krap. De loonontwikkeling wordt door DNB voor 2024 en 2025 ingeschat op 5,7% respectievelijk 3,7%.18 Het aantal inwoners dat voor zijn inkomen afhankelijk is van gemeentelijke bijstand is het afgelopen jaar, na een daling in de afgelopen jaren van bijna 1.000 uitkeringsgerechtigden, vrijwel onveranderd gebleven. Dat geldt ook voor het aandeel uitkeringsgerechtigden dat langer dan vijf jaar van een uitkering afhankelijk is. Dat cijfer lijkt zich, na een aanvankelijke stijging, nu te stabiliseren rond 54% van de bijstandspopulatie.

Nieuwe uitkeringsaanvragen zijn met name te herleiden naar de instroom van statushouders.19

Universiteit Maastricht, De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2028, 12 december 2023 UWV, Noord-Limburg, regionale arbeidsmarktprognose 2023-2024, juni 2023 17 UWV, Regio in Beeld Noord-Limburg, 31 oktober 2023 18 DNB, Najaarsrapportage december 2023 19 Gemeente Venlo, bestandsontwikkeling BUIG, januari 2024 15 16

12

Deze personeelskrapte voelen wij als lokale overheid ook. Meer taken en verantwoordelijkheden bij lokale overheden leggen immers een steeds zwaarder beslag op onze ambtelijke capaciteit, ook waar die al toegewezen was aan opgaven en opdracht die in de reguliere begroting opgenomen waren. Er is dus aandacht nodig voor een zorgvuldige intake en positionering van deze aanvullende opdrachten. We willen dat de capaciteit voor de aanvullende opdracht/crisis geborgd is en er tegelijkertijd voldoende capaciteit overblijft voor de reguliere taken/opgaven zoals vastgelegd in de programmabegroting. In het verlengde van bovengenoemde waarneming voorzien we ook voor onze organisatie een stevige opgave om, voor de bestuurlijke opgaven, personeel te werven en te behouden. Het aandeel moeilijk vervulbare vacatures in 100.000+ gemeenten is landelijk 17,9% (tegen 17,2% een jaar eerder). De functiegebieden die in Venlo moeilijk vervulbaar zijn, zijn met name financiën, bouw, vastgoed, ICT en project- en procesmanagement. In 2022 waren er binnen onze organisatie 146 vacatures en in 2023 in de periode tot en met november reeds 202. Dat is een toename van 38,4%. De gemeente Venlo stuurt continue met strategische personeelsplanning op voldoende bezetting en op de juiste persoon op de juiste plaats.

Ook zijn bij de begroting 2024-2027 aanvullende middelen en extra actie voor de arbeidsmarktpositie vastgesteld. 2023 was het jaar waarin ChatGPT en generatieve AI voor het eerst een enorm potentieel aan creativiteit en productiviteit bij het grote publiek ontketenden. AI is meer dan alleen technologie; het zal een vergelijkbare impact hebben op de maatschappij als het internet. Het brengt aanzienlijke veranderingen met zich mee voor de maatschappij en de gemeentelijke organisatie. Het zal van invloed zijn op de arbeidsmarkt, waarbij banen verdwijnen, functies veranderen en nieuwe banen ontstaan. Vrijwel elke sector zal de invloed van AI gaan merken. Gartner voorspelt onder andere dat in 2028 er meer smart robots worden ingezet in de productiesector, detailhandel en logistiek dan menselijke arbeidskrachten door tekorten op de arbeidsmarkt. AI heeft ook invloed op de gemeentelijke organisatie. Automatisering van routinetaken, verbetering van besluitvormingsprocessen en burgerparticipatie vormen slechts enkele aspecten die we de komende jaren gaan merken. Naast de opwinding heerst er ook gezonde scepsis en is er bezorgdheid over de risico's. De voorgestelde Europese wetgeving20 op het gebied van AI stelt strikte normen vast op het gebied van ethiek, transparantie, risicobeoordeling en bescherming van burgerrechten.

De doelstelling van het Europees parlement is ervoor te zorgen dat de in de EU gebruikte AI-systemen veilig, transparant, traceerbaar, niet-discriminerend en milieuvriendelijk zijn. AI-systemen moeten worden gecontroleerd door mensen, in plaats van door automatisering, om schadelijke gevolgen te voorkomen. 20

Gartner: Gartner’s Top Strategic Predictions for 2024 and Beyond — Living With the Year Everything Changed

13

Onderwijs & opleidingen Landelijk werd in studiejaar 2023-2024 een bescheiden boeggolf aan nieuwe studenten verwacht door de herinvoering van de basisbeurs. Deze ontwikkeling is echter landelijk (nog) niet te zien en ook in Venlo zien we dat (nog) niet terug in de instroomcijfers. Fontys Venlo telt in het huidige studiejaar 3.440 studenten. Een jaar eerder waren dit er 3.511. Het aantal WO studenten in Venlo is stabiel gebleven met 239 studenten in het studiejaar ’23-’24. Samen met de Universiteit Maastricht verkennen we de mogelijkheden naar een verdere inbedding, verdieping en verbreding van het wetenschappelijk onderwijs in Venlo. Dit is nodig om ons ook in de toekomst te verzekeren van de toestroom van jongeren met dit specifiek profiel naar het regionale bedrijfsleven en de voor de economische ontwikkeling noodzakelijke kennis en onderzoeksfaciliteiten. Het aantal studenten bij Gilde bedraagt 2.951 (‘23/’24). De verwachting is dat landelijk het aantal studenten in het mbo en hbo de komende jaren licht zal afnemen. In het mbo en hbo is er een stijgende trend zichtbaar van om-/bijscholing van reeds werkenden. Landelijk neemt het aantal WO-studenten de komende jaren licht toe.

In Venlo wordt dit naar verwachting zichtbaar in een groter dan landelijke groei van het aantal WO-studenten, met name als gevolg van de doorontwikkeling van nieuwe bachelor- en masteropleidingen op de Brightland campus. Een landelijke politieke discussie over de (beperking van de) internationalisering van het hoger onderwijs is op dit moment actueel. Onderwijs is meer dan opleiden voor een beroep. Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een verdere groei van de digitale volwassenheid bij gemeentelijke dienstverlening. Ook van onze inwoners vraagt het om een zekere mate van digitale- en taalvaardigheid. Van de Nederlandse bevolking tussen de 16 en 65 jaar beschikt 15 tot 21% niet over het basisniveau om online taken te kunnen uitvoeren of om via digitale technologieën te communiceren. Tijdens de laatste meting in 2017 was circa 23% van de Venlose beroepsbevolking laaggeletterd, vrouwen iets meer dan mannen en inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond meer dan oorspronkelijk uit Nederland afkomstige inwoners. De recente berichtgeving over het leesniveau van 15 jarigen stemt in dit verband niet tot optimisme.21 Daarentegen presteren Nederlandse leerlingen voor wiskunde ruim boven het gemiddelde van de landen in het onderzoek en waarderen zij hun leven gemiddeld met een 7. Dat is hoger dan hun leeftijdsgenoten uit omringende landen.

Armoede

In 2023 werden de negatieve gevolgen van de hoge energieprijzen en inflatie deels gedempt door aanvullende maatregelen vanuit het Rijk, zoals de energietoeslag voor de lagere inkomens en het prijsplafond. In 2024 worden die maatregelen losgelaten. Zonder aanvullend Rijksbeleid stijgt het aantal personen, inclusief kinderen, die onder de armoedegrens leven significant.

21 PISA (Programme for International Student Assessment)

14

Door aanvullende maatregelen vanuit het Rijk, zoals de verhoging van het kindgebonden budget en de huurtoeslag, neemt de koopkracht van de meeste mensen echter toe. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek van het Nibud dat 60% van de Nederlanders in 2023 financieel kwetsbaar of ongezond was. In Venlo leeft 8% van de inwoners onder het sociaal minimum (landelijk is dit 6,7%). Het blijft daarom van belang om de ontwikkelingen rond armoede en koopkracht te blijven volgen en waar nodig is lokaal bij te sturen.

Jong in Venlo

Vooropgesteld, het merendeel van de jongeren groeit zonder noemenswaardige (opvoed)problemen in hun eigen leefomgeving op. Het grootste deel van de Venlose jongeren (84%) onder de 22 jaar ervaart de eigen gezondheid dan ook als (zeer) goed. Soms is er (tijdelijk) professionele ondersteuning nodig voor de jeugdige en/of de ouders/ verzorgers. Uit landelijke benchmarkgegevens23 blijkt dat het aandeel jongeren tot 18 jaar in de gemeente Venlo dat gebruik maakt van jeugdhulp iets hoger is dan het landelijk gemiddelde: 11,7% ten opzichte van 11,1% in Nederland. Ten opzichte van 2022 is dit een lichte stijging, een ontwikkeling die we in landelijke cijfers ook terugzien. Bij de uitsplitsing van het jeugdzorggebruik blijkt dat in onze gemeente het percentage voor jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering (licht) hoger is dan het landelijk gemiddelde. Dat komt onder andere de wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet per 1 januari 2022. Door deze wijziging heeft de gemeente Venlo de verantwoordelijkheid gekregen voor een groep jeugdigen met grotendeels een langdurige inzet, zoals pleegzorg. Ook is er sprake van een lichte toename van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van ambulante hulp. Daarnaast zien we een verzwaring van de zorg: langduriger, duurdere zorgvormen en intensiever. De toename van de

22 23

RIVM, Algemene gezondheid jongeren | RIVM CBS

15

zorgkosten komt niet alleen voort uit toename van het aantal jeugdigen maar ook door de tariefstijgingen, onder andere door de hoge indexering door CAO-stijgingen. Verder valt op:  Het aantal jeugdigen dat behandeling met een verblijf ontvangt is in 2023 verder gedaald. We werken aan opname-vervangende oplossingen voor jeugdigen waardoor tijdelijk elders moeten wonen voorkomen of verkort kan worden.  Bij jeugdhulp zonder verblijf zien we in 2023 dat het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugd-GGZ lager ligt dan in 2021.  Er lijkt sprake van een (gedeeltelijke) verschuiving naar het gebruik van andere vormen van ambulante jeugdhulp. Andere vormen van ambulant jeugdhulp groeien in 2023. Het gaat om verschillende onderdelen van ambulante jeugdhulp zoals dyslexie, hulp bij echtscheidingen, hulp voor thuiszitters vanuit het onderwijs en hulp bij hoogbegaafdheid.  Het aandeel jeugdbescherming (jongeren tot 18 jaar) ligt in Venlo op 1,7% ten opzichte van 1% landelijk in het eerste halfjaar van 202324. We zien de afgelopen jaren in de gemeente Venlo een daling van het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen. Het gaat hierbij om jeugdigen die onder toezicht zijn gesteld of die een voogdijmaatregel hebben gekregen. Vaak gaat het om jeugdigen waar bij de ouders sprake is van een (v)echtscheiding of jeugdigen uit multiprobleemgezinnen.  De ondersteuning bij huisartsen heeft effect.

Inzet van de Specialistisch Ondersteuner Jeugd voorkomt in ruim 55% van de gevallen de inzet van jeugdhulp25. Als er toch sprake is van een vervolgvraag, wordt dit in de overige 45% van de gevallen aan het sociaal wijkteam overgedragen. De inzet van de jeugdhulpverlening is erop gericht dat jeugdigen bij problemen zo spoedig mogelijk geholpen worden. Dit lukt niet altijd. Vanuit aanbieders in de jeugdzorg komen signalen dat het, vanwege krapte op de arbeidsmarkt, vooral in de specialistische jeugdzorg ( jeugd-GGZ) steeds lastiger wordt om vacatures in te vullen. Daarnaast is het ziekteverzuim onder zorgpersoneel zeer hoog. 26 Bovendien blijkt dat bijna een derde van de zorginstellingen in financieel zwaar weer verkeert, met name in de sectoren langdurige zorg voor de jeugd, gehandicapten en ouderen. Het overall financieel rendement komt uit op 1,1% over 2022, het laagste cijfer in 10 jaar. In schooljaar 2022-2023 hebben scholen in totaal 956 keer een melding van (mogelijk) ongeoorloofd verzuim gedaan bij Leerplicht Venlo27. Dit is een toename van 113 meldingen ten opzichte van schooljaar 2021-2022. Er is vooral veel vaker een verzuimmelding van 16 uur per 4 weken door scholen gedaan. Ook het aantal meldingen overig verzuim is gestegen. Opvallend is dat het aantal verzuimmeldingen gestegen is, maar dat het aantal verzuimende leerlingen nagenoeg gelijk gebleven is.

Dat betekent dat voor een aantal leerlingen vaker verzuim gemeld wordt. Bovendien is er sinds afgelopen schooljaar sprake van een ‘plaatsingswachtlijst’: niet alle jongeren konden (direct) een onderwijsplek vinden, omdat er een groeiende behoefte is aan gespecialiseerd (voortgezet) speciaal onderwijs / ontwikkelgroepen.

Venlo in Cijfers - Gemeente Venlo – dashboard sociale zekerheid Evaluatie van de inzet van de SOJ in Venlo, januari t/m oktober 2022, Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie (april 2023) 26 Jaarlijkse zorgbarometer van EY 27 Jaarverslag 2022-2023 RMC 24 25

16

Ondermijning Een deel van de Venlose jongeren komt terecht in de wereld van ondermijnende criminaliteit. Van de ruim 340 Nederlandse gemeenten nam Venlo in 2022, op basis van 20 indicatoren, op de Onderwereldkaart28 een 15e positie in wat de kwetsbaarheid voor criminele ondermijning. Wat betreft het aandeel hoogrisicojongeren neemt Venlo een 20e positie in. Van de ruim 25.000 jongeren tussen de 8 en 25 jaar die in 2022 in Venlo woonden, werden 895 jongeren als verdachte aangemerkt, waarvan 71% als verdachte van een misdrijf en 29% als verdachte van een overtreding.29 Wat betreft ondermijnende delicten, plegen jongeren in Venlo het vaakst druggerelateerde delicten. In de periode 2019-2022 werden ruim 250 jongeren verdacht van een drugsdelict en 132 jongeren verdacht van een wapenmisdrijf. Hierbij gaat het in het merendeel van de gevallen (81%) om het bezit van niet-vuurwapens, zoals messen. Preventie met Gezag De gemeente Venlo ontvangt vanaf 2024 Rijksmiddelen in het kader van ‘Preventie met Gezag’ om de aanpak van jeugdcriminaliteit te versterken. Beoogd wordt om de jongeren te beschermen en perspectief te bieden met de mogelijkheid om kansrijk op te groeien. De aanpak richt zich met name op een drietal focusgebieden: Blerick, Tegelen, Venlo-Oost en -Zuid.

Perspectief bieden aan de betreffende doelgroep vereist inzet op vele leefgebieden, van zorg tot veiligheid, en een stevige samenwerking tussen preventie en repressie. Cybercrime Onze samenleving digitaliseert. Steeds vaker regelen inwoners, ondernemers en publieke instellingen hun zaken en diensten online. De online wereld biedt veel mogelijkheden en kansen, maar er zijn ook risico’s. Inwoners die slachtoffer worden van cybercrime, bijvoorbeeld in de vorm van gehackt worden, sexting, phishing internetfraude of online afpersing. Jongeren in de leeftijd van 12 tot 25 jaar en senioren zijn in het bijzonder kwetsbaar. Ook ondernemers hebben veel last van cybercrime. Landelijk kampt meer dan de helft van de ondernemers met ICT-veiligheidsincidenten en het aantal slachtoffers van cybercrime is één op de vijf. Desondanks blijft de melding- en aangiftebereidheid van slachtoffers betrekkelijk laag. Jongeren zijn de afgelopen jaren bij steeds meer cybercrime-zaken betrokken. Landelijk was in 2022 in 47% van de zaken iemand van 21 jaar of jonger betrokken, waar dat in 2018 nog in 33% van de cybercrime-zaken het geval was. Hoe het dader- en slachtofferschap van cybercrime in Nederland, Limburg of Venlo zich ontwikkelt is vanwege de relatief lage pakkans en lage meldingsbereidheid niet exact vast te stellen.

Wel kunnen we het aantal meldingen en aangiften van slachtoffers in Venlo vergelijken met Limburgse en landelijke cijfers. Veiligheidsmonitor 2021

Nederland

Limburg

Venlo

28 RTL Onderwereldkaart, 8 december 2022 29 Quickscan RIEC Limburg 2023

17

Meldingen slachtofferschap cybercrime

46,5%

49%

46,8%

Aangiften slachtofferschap cybercrime

18,7%

20%

20,5%

Slachtoffers cybercrime

16,9%

17%

15,3%

Veiligheidsmonitor 2023

Samenleving Tweejaarlijks wordt in de stadspeiling het vertrouwen onder de Venlose bevolking in het gemeentebestuur gemeten. Voor de derde keer in successie is dit oordeel -tegen de landelijke ontwikkeling in- verder verbeterd. 37% van de inwoners geeft aan veel tot heel veel vertrouwen te hebben in het gemeentebestuur, 13% geeft aan weinig tot geen vertrouwen te hebben. Er is zowel een afname zichtbaar van het aantal inwoners dat aangeeft geen tot weinig vertrouwen te hebben als een toename van het aantal dat aangeeft veel tot heel veel vertrouwen te hebben. De helft van inwoners neemt een neutrale positie in.

Op nationaal niveau is het beeld een stuk minder gunstig. Slechts 42% van de Nederlandse bevolking geeft aan voldoende vertrouwen te hebben in de regering en de Tweede Kamer. Dat is een stevige daling na de ‘coronapiek’ in 2020. Ter relativering, ook in 2012, 2013 en 2016 werden door het SCP dergelijk lage scores opgetekend.

18

Dit vertrouwen wordt per kwartaal gemeten. Normaal gesproken rapporteert het SCP twee jaar na meting over de vertrouwenscijfers. In 2023 is er in het kader van de Kamerverkiezingen echter een extra verkiezingsbericht uitgebracht met actuele cijfers. Interessant is het uiteraard om te volgen of het vertrouwen vanaf deze positie opnieuw herstelt of verder afneemt.

Financiële positie Het voeren van een solide financieel beleid is een voorwaarde voor het realiseren van de ambities op de (middel)lange termijn. Bij een solide beleid gaan we op een doelmatige en doeltreffende manier om met onze middelen. Dit is ook nodig voor het realiseren van de strategische opgave zoals geformuleerd in de Regiovisie Noord-Limburg 2040 en de Venlo 2040 ‘Strategische visie gemeente Venlo’. De beoordeling van de financiële positie gebeurt op basis van de strategische en tactische doelstellingen waaraan gekoppeld de openbare financiële kengetallen waar gemeenten sinds enige jaren over moeten rapporteren aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Jaarlijks voert BDO accountants en adviseurs een onderzoek uit hoe het is gesteld met de financiële positie van gemeenten.30 Een benchmark in combinatie met een financiële stresstest van gemeenten. In dit onderzoek worden alle Nederlandse gemeenten langs de financiële meetlat gelegd om zo tot een ranking te kunnen komen. Dit gebeurt op basis van de openbare financiële kengetallen31. Dit jaar is voor het eerst ook de (meerjaren)begroting 2023-2027 meegenomen in de ranking.

Venlo scoort een 9 waarbij een 10 de maximale score is (in 2021 was het cijfer eveneens een 9). Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde rapportcijfer van 7,4 en het gemiddelde rapportcijfer van 7,4 van de categorie gemeenten met > 100.000 inwoners. De hoogst scorende gemeente in deze categorie is Rotterdam met een 10. De laagst scorende gemeente in deze categorie is Amersfoort met een 4,6. De categorie gemeenten met > 100.000 inwoners telt 32 gemeenten met in totaal afgerond 38% van de totale Nederlandse bevolking ( afgerond 6,8 miljoen inwoners). In 2022 bekleedt de gemeente Venlo plaats 7 van de 32 gemeenten waarbij de best scorende gemeente op 1 staat (rapportcijfer 10). 30 BDO – Benchmark Nederlandse gemeenten 2024 ‘Onbalans taken en middelen bedreigt slagkracht

gemeenten, een onwerkbaar financieel perspectief’ 31 Solvabiliteit, Netto/gecorrigeerde schuldquote, Grondexploitatie, Structurele exploitatieruimte, Belastingcapaciteit. Hierbij is gebruik gemaakt van de cijfers uit de jaarrekeningen over 2022 en de oorspronkelijke begroting 2023 en de (meerjaren)begroting 2024-2027.

19

Onderdeel van de beoordeling door BDO zijn de gemeentelijke begrotingen 2023 tot en met 2027. Omdat dit jaar ook de begrotingen zijn meegenomen in de berekeningen, daalt het gemiddelde rapportcijfer landelijk van een 8,3 vorig jaar naar een 7,4 dit jaar. Voor 2024 verwachten gemeenten in totaal € 551 miljoen tekort, voor 2025 een overschot van € 767 miljoen, voor 2026 een tekort van € 1,1 miljard en voor 2027 een tekort van € 1 miljard. Gemeenten zien zich geconfronteerd met een structurele korting van € 3 miljard op het gemeentefonds vanaf 2026. De onzekerheden over de structurele ontwikkeling van de financiële huishouding blijven groot, onder andere door de val van het kabinet en dreigende bezuinigingen door het Rijk. De ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte heeft eerder gerapporteerd dat de overheid € 17 miljard moet bezuinigen om de overheidsfinanciën houdbaar te houden. Er is nog steeds geen overeenstemming over de uitwerking van de nieuwe financieringssystematiek vanuit het Rijk. Een lange formatie kan betekenen dat gemeenten ook bij het opstellen van de begroting 2025-2028 nog geen duidelijkheid hebben over het financieel perspectief vanaf 2026. Volgens BDO moeten gemeenten niet wachten op de uitkomsten van de kabinetsformatie. Het is van belang nu al prioriteiten te stellen en keuzes te maken. ‘Niet alleen over geld praten maar vooral de opgave centraal stellen’.

Venlo heeft hierop geanticipeerd door structurele opgaven afhankelijk te stellen van een daadwerkelijke compensatie van rijksmiddelen op basis van de taken die wij uitvoeren (scenario van ‘hoop’). Daarnaast zijn de incidentele middelen binnen het eigen vermogen gereserveerd voor (strategische) maatschappelijke opgaven met incidentele verplichtingen van afgerond € 100 miljoen32 om op termijn uit te geven. Twee belangrijke indicatoren in het onderzoek zijn de solvabiliteitsratio en de netto/gecorrigeerde schuldquote. De solvabiliteitsratio van Venlo bedraagt bij de jaarrekening 2022 34%. Het landelijk gemiddelde is 39%. De netto/gecorrigeerde schuldquote van Venlo bedraagt bij de jaarrekening 2022 20% en het landelijk gemiddelde 33%. Het gekozen scenario voor een sluitende (meerjaren)begroting 2024-2027 en het scenario van ‘hoop’ in Venlo verklaart voor een belangrijk deel het stabiele rapportcijfer en de verbetering van de positie van Venlo in het onderzoek ten opzichte van vorig jaar in de categorie > 100.000 inwoners. De opgaven van de (lokale) overheid blijven onverminderd groot waardoor gemeenten in een complexe 32 Eigen vermogen minus de algemene reserves peildatum 31-12-2024 uit: Programmabegroting

2024-2027 gemeente Venlo.

20

situatie blijven. Het gaat hierbij om belangrijke opgaven die nog een aanvullende financiële vertaling moeten krijgen zoals klimaat, energie en duurzaamheid, woningbouwopgave, vergrijzing bevolking, digitalisering en informatieveiligheid. Een helder langetermijn - perspectief vanuit het Rijk op de bekostiging van opgaven is hard nodig. Tegelijkertijd doen zich ook altijd kansen voor, zoals de recente toekenning van een nieuwe regiodeal met een omvang van €10 miljoen aan Rijksmiddelen voor onze regio. De ontwikkeling van de zorguitgaven is één van de kanttekeningen die geplaatst wordt bij het vorm en inhoud geven aan de nieuwe financieringssystematiek van het Rijk. De zorguitgaven blijven hard groeien. Zo hard dat we in 2040 zonder verdere maatregelen twee keer zoveel kwijt zijn aan zorg als in 2015. Hiermee zouden de zorgkosten over 20 jaar op €174 miljard uitkomen. In 2023 is er werk gemaakt van de diverse akkoorden (Integraal Zorgakkoord en Gezond en Actief Leven Akkoord) om tot een integrale aanpak te komen om zo passend mogelijk zorg en ondersteuning te bieden. Het doel is om tot een (financieel) houdbaar zorglandschap te komen waarin de nadruk verschuift van ‘zorg’ naar ‘gezond leven’. Te denken valt aan bijvoorbeeld het organiseren van de extramurale ouderenzorg vanuit de Wmo in plaats van de Wet langdurige zorg33.

Tegelijkertijd hebben we op dit moment ook te maken met een grote (jeugd-)zorgaanbieder die, mede als gevolg van de aanhoudende prijsdruk, in zwaar weer verkeert.

De gezondheidscijfers laten zien dat de gezondheid van inwoners in Venlo kwetsbaar en op onderdelen ook zorgelijk blijft. In Noord- en Midden-Limburg heeft meer dan de helft van de volwassenen overgewicht en bewegen zowel kinderen als volwassenen te weinig. Van de jeugdigen tussen de 18 en 24 jaar kampt ruim een kwart met overgewicht. Initiatieven zoals de Gezonde Basisschool van de Toekomst zijn er op gericht om jeugdigen vanaf jonge leeftijd vertrouwd te maken met gezonde voeding en voldoende beweging. Hiermee zetten we structureel en duurzaam in op de gezondheid van jongeren. Naar verwachting zal tot 2030 het aantal mensen met chronische aandoeningen met ongeveer 5.500 toenemen. In algemene zin kampt de regio met een toenemende en een complexere zorgvraag en ondersteuning. Dit is te wijten aan de (dubbele) vergrijzing, ongezonde(re) inwoners en de toename van sociale problematiek. De opdracht van het Rijk om, via bewegingen als IZA/GALA34, de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, staat op gespannen voet met deze ontwikkelingen. Datzelfde geldt voor de krapte op de arbeidsmarkt, zoals boven omschreven.

33 RVS rapport Met de Stroom mee (2023)

34 Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Integraal Zorgakkoord (IZA)

21

De noodzakelijke euro’s zijn niet alleen het antwoord op de vraag of (lokale) overheden alle (grote) opgaven kunnen uitvoeren. Een andere belangrijke factor is de (gemeentelijke) uitvoeringskracht. In eerste instantie moet een gemeente beschikken over voldoende kennis en capaciteit. Door een algehele krapte op de arbeidsmarkt is het een uitdaging om werk weg te zetten in de benodigde sectoren/branches zoals aannemers, adviseurs, bouwers, zorgaanbieders et cetera. Uitvoeringskracht gaat ook over interbestuurlijke samenwerking, coalitievorming met andere sectoren, innovatiekracht en het stellen van prioriteiten. Dit vraagt veel oplossend vermogen van gemeenten en politieke bereidheid om keuzes te maken in wat wel en niet haalbaar is. 35

Tot slot Venlo is een stad in ontwikkeling. Venlo kent veel uitdagingen die ieder op zichzelf genomen niet uniek of onderscheidend zijn. In onderlinge samenhang en in combinatie met de specifieke kenmerken van onze gemeente en haar inwoners kunnen we van Venlo een omgeving maken waarin veel mogelijk is. Met deze analyse hebben wij getracht u hiervan een goed beeld te geven. Het is aan u, de gemeenteraad, om aan te geven op welke wijze u de inhoud daarvan wenst terug te zien in de kadernota, respectievelijk de meerjarige programmering in de programmabegroting.

35 Uit BDO – Benchmark Nederlandse gemeenten 2024 ‘Onbalans taken en middelen bedreigt slagkracht

gemeenten, een onwerkbaar financieel perspectief’

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/364/documents/7699