Beantwoording technische vragen EENLokaal - RV 42 Zonnepanelen project particuliere daken.pdf
Tekst van het document
Leon van den Beucken RN 42 Zonnepanelenproject Particuliere Daken TECHNISCHE VRAGEN In de bijlage Veelgestelde vragen, lezen we dit Wie kan deelnemen aan dit Zonnepanelen-Project: Dit project wordt opengesteld voor: Particuliere woningeigenaren Vereniging van eigenaren (VvE’s) van appartementen en wooncomplexen voor wat betreft de centrale aansluiting Verenigingen (zoals sport- en muziekverenigingen) Huisgebonden MKB Het zo zomaar kunnen dat er hier deelnemers zijn die boven de 2000 € BTW gaan komen. Als het gaat om terugvorderen van BTW heeft de overheid gedurende het spel de spelregels veranderd, in het nadeel van de inwoner die wat meer wil bijdragen aan de transitie met zonnepanelen. Op het moment dat de btw-som boven de 2000 € komt, dient deze btw over 4 jaar weer terugbetaald te worden aan de fiscus. Dus als je 1999 € aan BTW hebt is er niets aan de hand, bij 2001 € moet je alles terugbetalen. De mensen in casu hier worden natuurlijk ontzorgd, maar: We lezen wel dat het aantal panelen begrensd is, maar dan wel 30 stuks en dan kom je mogelijk boven de € 2000 BTW, afhankelijk van de soort en PV-vermogen. Vraag 1 Wat gebeurt er indien deze 30 stuks (doorverbeterde technieken) meer dan 15 KW produceren? Immers dan spreek je in RES kader over grootschalige energie opwek? Antwoord vraag 1 Deze regeling richt zich op kleinschalige opwek.
Met de huidige stand van de techniek is het niet de verwachting dat de grens van 15KW hiermee wordt overschreden. Die grens ligt met de huidige stand van de techniek eerder rond de 40 tot 50 panelen. Ervaringen van andere gemeenten leren ons dat een gemiddelde installatie bestaat uit 12 panelen. Mocht de grens desondanks toch worden overschreden, dan zal er sprake zijn van een uitzondering en heeft dit geen gevolgen voor de doelstellingen van dit project of de regionale doelstellingen voor grootschalige opwek vanuit de RES. Vraag 2 Wordt er rekening mee gehouden dat als de btw boven een bepaald bedrag komt, deze niet in zijn geheel niet terugvorderbaar is, dus niet alleen het bedrag dat boven die 2000 euro uitkomt, maar helemaal niet? Antwoord vraag 2 Hier wordt rekening mee gehouden. Weliswaar gaat het om €2500 in plaats van €2000. Zolang de btw niet meer dan €2500 is, hoeft een deelnemer vanuit de kleine ondernemersregeling (KOR) geen btw terug te betalen. Bij particulieren zal deze grens niet snel worden behaald. In dit project is de keuze gemaakt voor een begrenzing op 30 panelen, omdat de grens naar verwachting rond deze investeringswaarde ligt (€11,900 ex btw (€11,900/0,21%=€2500). Waar de grens exact ligt, hangt af van de definitieve gegunde watpiekprijs die voortkomt uit de aanbesteding.
In de uitvoering wordt erop gestuurd dat de maximale grootte van de installatie zodanig wordt beperkt dat deze binnen de KOR-regeling valt. Conform de verordening is het college immers bevoegd om het maximum aantal PV-panelen van 30 op een ander aantal vast te stellen. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat deelnemers een installatie van bijvoorbeeld ‘slechts’ maximaal 28 of 29 panelen kunnen aanschaffen.
De titel van het raadsvoorstel draagt het woord “daken” in zich. Maar dat sluit niet op voorhand mini-zonneweiden in tuinen uit. Ook geeft u aan dat u zich wil gaan richten op woningeigenaren zonder geschikt dak? Vraag 3 Betekent dit in de toekomst dat er in tuinen ook stellages opgericht kunnen gaan worden en hoe past dit met de klimaatadaptie (Groen, hittestress) ? Hoe gaat dit dan geborgd worden, welke eisen aan inpassing worden dan gesteld? Antwoord vraag 3 De plaatsingsregels voor grondgebonden opstellingen zullen worden verankerd in het toetsingskader van het beleidskader Nieuwe energie. Dit beleidskader wordt in het vierde kwartaal van dit jaar aan de gemeenteraad voorgelegd. In ieder geval dient conform de zonneladder eerst het dakoppervlak te worden benut. Vraag 4 Zijn er ook bepalingen, die het gebruik van deze regeling echt alleen (juridisch) beperken tot daken? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 4 Ja. In artikel 2 Lid 1 van de verordening ‘Zonnepanelenproject gemeente Venlo 2021’ is opgenomen dat het toepassingsbereik van de regeling zich beperkt tot het aanbrengen van een PV-installatie op bestaande gebouwen in de gemeente.
Vraag 5 Wat zijn ongeschikte daken, alleen daken met onvoldoende draagvlak of verkeerde ligging, of ook daken van monumentale panden? Antwoord vraag 5 In artikel 2, lid 5g van de verordening ‘Zonnepanelenproject gemeente Venlo 2021’ is opgenomen dat ook monumenten, mits voldaan aan een eventueel hiervoor geldende vergunningplicht, kunnen deelnemen aan dit project. Daken van monumentale panden zijn dus niet per definitie geschikt of ongeschikt voor deelname aan de regeling. In dit geval geldt dat de inwoner een reguliere vergunning zal moeten aanvragen, voordat deelname mogelijk is. Toetsing vindt plaats door de adviescommissie welstand. Wij zien in bepaling 1.4 dat de gemeente wordt ontzorgd in de uitvoering. Nu is dit natuurlijk geen Gemeenschappelijke Regeling of een deelneming, maar je zet een en ander misschien toch “op zekere afstand”. Hoewel er als het gaat om kanttekeningen onderbouwd is hoe risico’s beteugeld zijn toch even de algemene vraag: Vraag 6 Hoe wordt ervoor gezorgd dat voldoende zicht/grip vanuit de gemeente komt op die ontzorgende organisatie, immers de gemeente wordt nu een publieke taak toegekend waarvoor ze geld vrijmaakt? Antwoord vraag 6 We stellen een interne projectleider aan die de kwaliteit van de serviceprovider bewaakt.
In de inschrijvingsleidraad voor het aanbesteden van de serviceprovider stellen daarnaast we harde eisen aan te leveren prestaties, zodat we deze (juridisch) kunnen afdwingen. Ook vragen we de serviceprovider om periodieke inhoudelijke en financiële rapportages aan te leveren om aan te tonen dat het project conform de overeengekomen prestaties wordt uitgevoerd. Gedurende de looptijd voeren we structureel project-overleggen met de serviceprovider. Met name in de eerste jaren waarin de plaatsing plaatsvindt, zal dit intensiever zijn.
Er wordt aangegeven dat dit project zich richt op particuliere woningeigenaren die momenteel geen zonnepanelen kunnen of willen aanschaffen. Dat houdt in dat ze dit niet kunnen betalen en/of ze niet in staat zijn om een leverancier te zoeken en de administratieve rompslomp te volbrengen. Vraag 7 Hoe voorkomen we dat zich mensen met ruim voldoende draagkracht en “administratief en initiërend vermogen” gaan melden, en de mensen waarvoor dit primair bedoeld is “verdringen” ? Antwoord vraag 7 De regeling is opgesteld om duurzame energieopwekking te stimuleren bij alle woningeigenaren die nu nog niet de stap nemen om te verduurzamen. Alle inwoners die gebruik maken van de regeling deden dat eerder niet zelfstandig. Van ‘’verdringing’’ is dus in principe geen sprake. De praktijk leert daarnaast dat er binnen de gestelde targets voldoende ruimte is voor deelname, waardoor potentiële deelnemers zelden teleurgesteld hoeven worden. Voor de groep inwoners met voldoende financiële draagkracht en een sterk administratief en initiatief vermogen is deze regeling wellicht ook al minder interessant. Het aangaan van een lening gaat immers altijd gepaard met het betalen van (minimale) rente. Gezien de huidige bankrentes is het voor de doelgroep met veel vermogen ook interessant om zelfstandig zonnepanelen aan te schaffen zonder lening.
Desondanks leert inderdaad de ervaring dat de mate waarin inwoners de weg weten te vinden naar gemeentelijke regelingen nogal verschilt. Daarom zetten we in op verschillende communicatiemiddelen om alle doelgroepen te kunnen bereiken voor deelname aan de regeling. Deze mogelijkheden worden verder verkend. Vraag 8 De ontzorging is prima, alleen de geschiktheid van het dak ligt bij de deelnemer zelf, welk risico zit daaraan en hoe wordt gegarandeerd dat de serviceprovider daarbij afdoende helpt? Antwoord vraag 8 Het is ook in het belang van de serviceprovider om een goede werkende installatie aan te leggen. De serviceprovider dient de installatie immers 15 jaar lang te voorzien van service en onderhoud. In de aanbesteding leggen we daarnaast vast dat de serviceprovider een minimale opbrengstgarantie dient te garanderen aan de deelnemer en de deelnemer anders dient te compenseren. Dit stimuleert de serviceprovider om zorg te dragen voor goedwerkende installatie. Eventuele conflicten omtrent de plaatsing op ongeschikte daken zijn ook voor een serviceprovider erg tijdsintensief en zorgen voor een mindere businesscase. In de schouw bij potentiële deelnemers zal een serviceprovider hier dus goed op sturen, weliswaar uit eigen belang. De serviceprovider heeft daarmee voldoende aanleiding om een goede installatie op een geschikt dak te borgen.
EENLokaal, Leon van den Beucken