Beantwoording EENLokaal.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen EENLokaal - RV 2022-5 Beleidskader Nieuwe Energie 1. Het is lastig te zeggen of een eventueel toekomstig energie-initiatief daadwerkelijk kan worden aangesloten. Dit geldt zowel voor een grootschalig zonneveld, als voor een middelgroot initiatief. De reden om de voorkeur te geven aan een grootschalig initiatief, is om verrommeling te voorkomen en het feit dat een middelgroot initiatief de kans voor aansluiting van een grootschalig initiatief kan verdringen. Een initiatief betreft echter altijd maatwerk, waarbij we rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit en het draagvlak vanuit de omgeving, ook als er geen grootschalig initiatief wordt ontwikkeld. 2. Nee. Door akkoord te gaan met dit voorstel stemt u enkel in met beleidsmatige uitgangspunten, waaronder een aanpak om de potentiegebieden uit de RES te verkennen en de wenselijkheid daarvan in beeld te brengen. Zowel de ontwikkeling van zonneparken als windturbines staat u hiermee niet toe. Concrete projecten in deze gebieden zijn immers niet aan de orde en behoren niet tot dit beleidskader. Hierover zal uw raad altijd afzonderlijk worden geraadpleegd. 3. Grootschalige initiatieven moeten niet per definitie fysiek kunnen aansluiten bij initiatieven van buurgemeenten.
Wel zien we dat de ruimte in de gemeente Venlo voor grootschalige initiatieven beperkt is, en hebben we er als regio voor gekozen om de energieopgave samen in te vullen. Dit maakt dat samen met regiogemeenten kijken wat er mogelijk is een logische vervolgstap, maar geen vereiste. 4. In theorie kan ook een middelgroot initiatief aansluiten bij initiatieven van aangrenzende gemeenten. 5. Het aansluiten bij buurgemeenten heeft de voorkeur om te verkennen, maar dit neemt niet weg dat impact op de omgeving ook van groot belang is. Het beleidskader benadrukt dat bij ieder mogelijk initiatief de impact daarvan op de ruimtelijke kwaliteit en de omwonenden zorgvuldig wordt afgewogen. Het een (verkennen met buurgemeenten) gaat in dit geval niet ten koste van het ander (rekening houden met de omgeving). Juist in een dergelijke verkenning staat de impact op de omgeving centraal. 6. Er is op dit moment geen sprake van plannen voor een grootschalige ontwikkeling in dat gebied. In een mogelijke verkenning wordt rekening gehouden met aspecten zoals de groene buffer. De verkenning moet deze perspectieven van belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld natuurbehoud juist inzichtelijk maken om een beeld te krijgen van de wenselijkheid en haalbaarheid van een ontwikkeling. 7. Door de gemeente Venlo is niet gesproken met individuele grondeigenaren.
Wel heeft de gemeente Venlo ambtelijk contact gehad met de lokale energiecoöperatie en een ontwikkelaar die beide hebben deelgenomen aan het participatieproces voor de totstandkoming van dit beleidskader. Ook is de gemeente Venlo ambtelijk en bestuurlijk bijgepraat over de verkenning van de gemeente Beesel, dit in het kader van de samenwerking vanuit de regionale investeringsagenda. 8. Nee. Middelgrote initiatieven zorgen niet per definitie voor verrommeling en maatwerk is daar zeker mogelijk. 9. De gemeente Venlo heeft nog geen informatie opgehaald over de uitsluitingsgebieden voor windturbines in de gemeenten Nettetal en Brüggen/Bracht of de Regio Viersen. Vooralsnog zijn er geen plannen om deze informatie op te halen, gelet op de ruime afstandsnorm die de gemeente Venlo zelf op dit moment al wenst te gaan hanteren middels dit beleidskader. 10. Deze definitie geldt niet voor heel Nederland, maar heeft de gemeente Venlo gebaseerd op de stedelijkheid van de gemeente (hoge energiebehoefte, weinig ruimte). In Venlo zien we 15 hectare al als grootschalig, waar dit in meer landelijke gemeenten met meer ruimte mogelijk anders is. 11. Nee, dezelfde oppervlakte-definitie geldt niet voor windturbines. Één grote windturbine beschouwen we per definitie als grootschalig. 12. Dit is niet aan de orde, omdat we grote windturbines per definitie niet als kleinschalig beschouwen. 13.
Deze locatie is op dit moment niet in beeld om verder te verkennen omdat dit gebied niet is aangemerkt als potentiegebied binnen de RES. 14. Nee, hierover zijn door de gemeente Venlo geen gesprekken gevoerd over het opwekken van duurzame energie.
15. De provincie Limburg houdt vooralsnog vast aan het verbod op windturbines in uitsluitingsgebieden (trede 5 zonneladder provincie). Dit zijn onder andere het natuurnetwerk Limburg, natura-2000 gebieden, waterwingebieden en bestaande bos- en natuurgebieden gelegen in de groenblauwe mantel. De provincie betrekt de RES op het moment dat deze uitsluitingsgebieden worden geactualiseerd. De uitwerking hiervan wordt opgenomen in de omgevingsverordening, waardoor gemeenten hier niet van mogen afwijken. 16. Ongeacht de formele status van een gebied, zal er altijd zorgvuldig worden gekeken naar de wenselijkheid om daar duurzame energie op te wekken. Ook gebieden die de provincie Limburg niet als uitsluitingsgebied waardeert, kunnen door de gemeente Venlo als zeer waardevol worden ingeschat. 17. Bij deze stations zitten de problemen met name op het onderstation. 18. In de RES zijn de drie grootschalige ontwikkelingen uit dit beleidskader meegenomen, dat wil zeggen dat er in de doorrekeningen van Enexis rekening wordt gehouden met projecten op deze locaties. Het betreft hier Greenport, Het Meelderbroek en t ’Hanik. 19. Deze studie is meegenomen in het opstellen van het beleidskader. Echter gaan ontwikkelingen zo snel dat er binnen de RES maandelijks met de provincie en Enexis wordt gesproken wordt over de infrastructuur.
Daarnaast spreekt Enexis ook drie maandelijks met ons als individuele gemeente. Ook op het net van Tennet zijn belemmeringen rondom het terug leveren. Daarom is het belangrijk dat we in gesprek blijven over de infrastructuur met zowel Enexis als Tennet. Op deze manier kunnen we stappen zetten met de uitbreiding van het net richting 2030. Er wordt op dit moment gekeken naar de mogelijkheden voor nieuwe stations in de regio. 20. We zien nog steeds kansen voor het uitrollen mogelijke energie-initiatieven vanuit dit beleidskader. Dit enerzijds omdat de potentiegebieden zijn meegenomen in de RES en Enexis rekening houdt met deze gebieden. Daarnaast kijken we samen met de provincie en Enexis naar alternatieve mogelijkheden rondom netaansluiting. Hierbij valt onder andere te denken aan het aftoppen van pieken, het realiseren van een achter de meter aansluiting, of het ontwikkelen van energiehubs. 21. De strijdigheid met een bestemmingsplan kan in dit geval worden opgeheven met een buitenplanse afwijking, waarmee een omgevingsvergunning wordt aangevraagd van tijdelijke aard. Hierdoor blijft de bestemming ongewijzigd en geldt de functie van grondgebonden energieopwek als tijdelijke functie. 22. Het bevoegd gezag voor het afwijken van een bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning is het college.
Echter dient de gemeenteraad in dit geval nog steeds een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Alleen bij toepassing van de kruimelgevallen kan in bepaalde gevallen voor een periode van maximaal 10 jaar worden afgeweken zonder verklaringen van geen bedenkingen. Onder de omgevingswet zal dit veranderen en krijgt de raad een verzwaard adviesrecht. De controlerende rol van de gemeenteraad blijft hierdoor ook onder de Omgevingswet geborgd. Ook kan de raad een verplichting tot participatie opleggen. 23. Nee, deze afwijking dan plaats in plaats van een bestemmingsplanwijziging en het betreft een tijdelijke functie. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning (maximaal 15 jaar) moet de (bestaande) situatie hersteld worden. Ook de raad heeft hierin een rol (zie vraag 22 en 26). 24. Dat is op dit moment nog onvoldoende duidelijk. Op welke wijze ruimtelijke procedures onder de nieuwe Omgevingswet exact zullen worden ingericht, wordt in de toekomst mede bepaald middels een dialoog met uw raad. 25. Er zijn geen plekken binnen de gemeente waar grootschalige grondgebonden energie-initiatieven passen binnen de huidige bestemming. 26. De gemeenteraad krijgt onder andere de bevoegdheid om te bepalen bij welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie wordt verplicht.
Daarnaast kan de gemeenteraad de regels voor het opwekken van duurzame energie vastleggen in een omgevingsplan daaraan verbonden ruimtelijke wetgeving zoals bijvoorbeeld het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl.)
27. Indien plannen reeds SDE hebben aangevraagd staan deze op de lijst van Enexis. Kortom, voor zon op dak zijn alleen de plannen meegenomen waar reeds SDE aanvragen zijn gedaan. Indien dit niet het geval is, staan ze nog niet op de lijst. Volgens de laatste informatie die bij ons bekend is over SDE aanvragen in Venlo, betreft dit geen locaties op Spikweien. 28. Het betreft hier een citaat uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De rijksoverheid stelt in de NOVI dat er bij initiatieven met windturbines aandacht dient te zijn voor de landschappelijke inpassing. Gemeenten brengen eerst zelf in beeld of windmolens voldoende inpasbaar zijn in een landschap. 29. Er is op dit moment geen sprake van het aanwenden van de groene buitengebieden in Belfeld (Meelderbroek) voor het opwekken van duurzame energie. Door een verdere verkenning uit te voeren, worden eventuele zorgen en belangen van belanghebbenden in het gebied juist in beeld gebracht. Het volgen van de zonneladder en het prioritair aanwenden van daken kan daarin een zorg/belang zijn. Door in te stemmen met dit beleidskader geeft u enkel de kaders mee voor het verkennen van deze gebieden. 30. De RES geeft de gemeente Venlo de opgave om de potentiegebieden (waaronder Meelderbroek) verder te verkennen en de haalbaarheid en wenselijkheid om daar duurzame energie op te wekken in beeld te brengen. 31. Ja.
Met beide begrippen wordt bedoeld dat er geen aandacht meer is voor de samenhang van energie-initiatieven, waardoor het landschapsbeeld onnodig wordt verstoord en de kwaliteit van het landschap daardoor achteruit gaat. 32. Ja, in dit geval wordt 50% lokaal eigendom verplicht gesteld voor medewerking. Dit is geen streven voor alle projecten cumulatief. De juridische mogelijkheden om dit af te dwingen zijn echter beperkt. 33. In de praktijk niet altijd haalbaar dat opbrengsten volledig landen bij de inwoners. Het doel is echter wel om draagvlak vanuit de omgeving te creëren voor een energie-initiatief. Dit kan door inwoners te betrekken en hen mogelijkheden te bieden om te participeren. Soms is een commerciële partij (ontwikkelaar) nodig om een businesscase rond te krijgen. Het is dan belangrijk dat er afspraken worden gemaakt waardoor de opbrengsten zoveel mogelijk landen in het gebied waar de energie wordt opgewekt en inwoners profiteren van de opwek van energie. 34. Bekeken vanuit ruimtelijke wetgeving is het juridisch afdwingen van lokaal eigendom in de vorm van financiële participatie niet mogelijk. Hoewel de beleidsmatige wenselijkheid hiervan wordt vastgelegd, ontbreekt er in de huidige wetgeving een wettelijke basis om dit te verankeren.
Wel kan middels het opnemen van een participatieverplichting in gemeentelijk beleid een inspanningsverplichting worden opgelegd aan initiatiefnemers om participatie te organiseren. Het streven naar financiële participatie kan een vorm zijn om daar aan te voldoen. Zo is dit uitgangspunt ook vastgelegd in dit beleidskader. 35. Zoals aangegeven zijn de juridische instrumenten op dit moment beperkt. We zetten voornamelijk in op de inspanningsverplichting (vraag 34). 36. Die instrumenten zijn op dit moment nog niet in beeld. Dit omdat de gemeente Venlo zich ook niet heeft uitgesproken over de wenselijkheid van die gebieden om daar duurzame energie op te wekken. Meer algemeen geldt bijvoorbeeld de Wet Voorkeursrecht als mogelijk instrument voor dergelijke vraagstukken. In deze wet staat dat de gemeente als eerste de optie moet krijgen om grond te kopen van grondbezitters alvorens het aangeboden wordt aan derden. Dit is nu echter niet aan de orde. 37. Er is inderdaad net zoals de provinciale zonneladder sprake van een voorkeursvolgorde die niet dwingend is. Het is aan provincies en gemeenten om het afwijken hiervan zorgvuldig te onderbouwen. 38. Nee, dit is niet mogelijk. Ten eerste zijn cijfers onvoldoende in beeld. De gemeente Venlo heeft geen zicht op het aantal daken dat geschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen.
Daarnaast heeft de gemeente weinig sturingsinstrumenten om zon op dak projecten te stimuleren en de aansluiting daarvan op het elektriciteitsnet te prioriteren ten opzichte van grondgebonden projecten. Bij een grondgebonden energie-initiatief zal daarom altijd goed moeten worden onderbouwd of er geen betere alternatieven zijn. Tot slot zal enkel het opwekken van energie op daken onvoldoende zijn om aan onze volledige energiebehoefte te voldoen. Zeker als we er rekening mee houden dat onze elektriciteitsbehoefte alleen maar zal toenemen de komende jaren. Denk bijvoorbeeld aan elektrisch rijden.
39. Naar aanleiding van de ervaringen die we hebben opgedaan bij het zonnepark aan de Bernhardstraat in Tegelen, wordt er bij de voorbereiding van nieuwe initiatieven strikter gekeken naar de landschappelijke inpassing van een zonnepark. Ten aanzien van het voorbereiding zijnde zonnepark Berkter Hei gaat er extra aandacht uit naar de inpassing en wordt er in de omgevingsvergunning een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren en in stand houden van de landschappelijke inpassing. Ook komt er een verplichting om planten en bomen te vervangen indien deze niet aanslaan. Landschappelijke inpassing van een eventueel nieuw zonnepark wordt onder de omgevingswet een aandachtspunt in het kader van een door de initiatiefnemer verplicht uit te voeren omgevingsdialoog voorafgaande aan een aanvraag om een omgevingsvergunning. 40. Het zonnepark in Tegelen is nooit opgeleverd door de gemeente Venlo. Op dit moment hebben we de huidige eigenaar aangegeven dat hij de landschappelijke inpassing conform vergunning moet gaan uitvoeren. Hierover heeft begin december 2021 een gesprek plaatsgenomen met de gemeente Venlo en de huidige eigenaar Obton GreenIPPE. Wij zijn bezig om hier door middel van een voornemen dwangsom de huidige eigenaar te dwingen om het zonnepark conform vergunning te laten uitvoeren. 41.
Voorwaarden voor landschappelijke inpassing zijn altijd maatwerk en worden in dialoog met de initiatiefnemer, en rekening houdend met de kwaliteiten van de omgeving bepaald. 42. De vergelijking met Wellsmeer en Ooijen-Wanssum richt zich op een gebiedsgerichte benadering. Dit wil zeggen dat het opwekken van energie bij een verkenning naar de kansen in een gebied slechts een van de mogelijke functies is, maar dat er ook naar andere kansen en mogelijkheden wordt gekeken. In het geval van Ooijen-Wanssum, zijn dit mogelijk hele andere functies dan in de potentiegebieden zoals benoemd in het beleidskader Nieuwe energie. Wat precies die kansen kunnen zijn voor de Venlose gebieden moet juist blijken uit de eventueel te starten verkenningen in die gebieden. 43. Op Greenport Venlo is reeds 100 hectare aan zonne-energie op bedrijfsdaken gerealiseerd. Daarnaast is er zo’n 26 hectare nog in ontwikkeling. De potentie van nog op te richten industriële gebouwen in het gebied hebben we op dit moment onvoldoende in beeld. Wel hebben we bij nieuwe initiatieven bijzondere aandacht voor het gebruik van daken ten behoeve van duurzame energieopwek. Dit is ook vastgelegd in een overeenkomst met Greenport.
Nieuwe wetgeving, namelijk een wijziging in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geeft gemeenten vanaf 1-7-2022 de bevoegdheid om te bepalen dat het dak van een industriegebouw moet worden gebruikt voor duurzame energieopwek. We verkennen of dit instrument ons kan helpen om de volgordelijkheid van de zonneladder na te streven. 44. Een mogelijke verkenning in deze gebieden zal zo breed mogelijk worden uitgevoerd, waarbij zowel de kansen voor zonne- als windenergie (of een combinatie daarvan) in ogenschouw worden genomen. Uiteraard houden we hierbij rekening met de uitgangspunten van het beleidskader, zoals afstandsnormen voor turbines. 45. De gemeente Venlo heeft zelf geen gedetailleerde kaarten beschikbaar met uitsluitingsgebieden voor zonne- of windenergie op het grondgebied van de gemeente Venlo. 46. De provincie Limburg kan in haar omgevingsverordening uitsluitingsgebieden vastleggen die bindend zijn voor gemeenten. Van provinciale uitsluitingsgebieden mogen gemeenten niet afwijken. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. De nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is inmiddels in ontwerp gereed. 47. Nee, meer gedetailleerde kaarten voor de gebieden zijn niet beschikbaar. 48. De hoogte categorie windturbines betreft windmolens > 75 meter tiphoogte. 49.
Windmolens tot 74 meter tiphoogte worden per definitie als niet wenselijk beschouwd. Afstandsnormen zijn daarom in dit geval niet relevant/van toepassing. 50. Deze norm geldt alleen voor grote windturbines > 75 meter tiphoogte, omdat kleinere windturbines per definitie als onwenselijk worden beschouwd. 51. Ja, de afstandsnorm geldt voor de dichtstbijzijnde turbine tot bebouwing (zie vraag 52).
52.In principe is deze afstandsnorm altijd van toepassing. De vorm en dichtheid van bebouwing heeft hierop geen invloed. Enkel Indien alle omwonenden binnen het gebied instemmen met een ontwikkeling, kan pas worden overwogen om hiervan af te wijken.
53. Voor dergelijke normen die terugkomen in het beleidskader geldt dat deze na vaststelling door uw raad waar mogelijk ook juridisch zullen worden verankerd in een toetsingskader en een beleidsregel. De exacte invulling hiervan wordt door de gemeente nog nader in beeld gebracht. 54. Een kleinschalig landschap is een subjectief begrip. Deze veronderstelling is gebaseerd op de oproep van zowel uw raad als de deelnemers aan het participatieproces om bij energie-initiatieven rekening te houden met het feit dat de gemeente Venlo in tegenstelling tot regiogemeenten dichtbevolkt is en tegelijkertijd beschikt over relatief weinig buitengebied waar een energieopgave kan landen. Dit vraagt dat er zorgvuldig zal moeten worden afgewogen waar duurzame energie wenselijk is. 55. Ja, dit betreft ook de nog in onderzoek zijnde mogelijke gevaren van infrasoon geluid. Zie ook de verwijzing naar het onderzoek van audioloog Jan de Laat, waar naar wordt verwezen in het beleidskader en de verwijzingen naar de toepassingen van het voorzorgsbeginsel. 56. Bij concrete projecten zullen hierover altijd maatwerkafspraken worden gemaakt met initiatiefnemers. Het is belangrijk om dit van tevoren duidelijk vast te leggen in de voorwaarden van het verstrekken van een eventuele omgevingsvergunning. Hierin wordt ook de tijdelijkheid vastgelegd.
Ook leggen we vooraf vast wie er verantwoordelijk is voor het verwijderen van de installatie en het opleveren van de grond na afloop van de vergunning. 57. Zie hiervoor vraag 56. 58. Onder de nieuwe omgevingswet is participatie een aanvraagvereiste. De initiatiefnemer moet aangeven wat hij aan participatie heeft gedaan. Maar op welke manier hij daar invulling aan geeft, is een eigen keuze. Hij kan ook aangeven waarom er juist geen participatie is uitgevoerd. Indien een initiatief niet past binnen het omgevingsplan, vraagt dit namelijk altijd om een zorgvuldige afweging of dit initiatief toch wenselijk is. Ook een klein initiatief zou hinder kunnen veroorzaken. De gemeente Venlo kan voorwaarden stellen om medewerking te verlenen aan het verstrekken van een vergunning. 59. De norm 5 maal de tiphoogte is hier niet aan de orde. Kleinschalige windenergie staan we in principe niet toe. Dit is wel een ontwikkeling die we in de gaten houden en waar relevant kunnen meenemen in de herziening van het beleidskader na twee jaar. 60. Nee, dit is niet het geval. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt hier uiteraard wel rekening mee gehouden. 61. De belangrijkste overweging die hieraan ten grondslag ligt is dat het opwekken van energie hier niet het hoofd-verdienmodel zou moeten worden en dat dit ten koste gaat van de teelten. Ook deze norm leggen we waar mogelijk vast in een beleidsregel. 62.
Op dit moment nog niet aan de orde Uiteraard monitoren we deze ontwikkelingen. Op het moment dat dit kan resulteren in een rendabele businesscase, dan gaat de gemeente met ondernemers in gesprek over de mogelijkheden voor de toepassing hiervan. 63. De stuw in Belfeld en het daar opwekken van energie middels waterkracht is slechts benoemd als voorbeeld om bij de verkenning van een gebied ook aandacht te hebben voor andere ontwikkelingen die in de omgeving plaatsvinden. Er zijn op dit moment geen concrete plannen. 64. Een degelijke berekening is altijd bij benadering. De gemeente Venlo draagt met een aantal (geplande) initiatieven al goed bij aan de opgave voor het opwekken van energie. Er zijn diverse grote initiatieven op daken ontwikkeld en de komst van windturbines op Greenport staat op de planning. Tegelijkertijd gaat de RES verder dan 2030. Gelet op de groeiende energiebehoefte in de toekomst, wordt van de gemeente Venlo verwacht om nu ook al na te denken over de langere termijn.