Artikel 36 vragen - Pepijnstraat.pdf
Tekst van het document
Aan het college van Burgemeesters en Wethouders van de Gemeente Venlo Van: Fractie EENLokaal / Bram Beurskens Venlo 25 Februari
Voorzitter, Zoals u weet is er recent een vergunning verleend voor kamerbewoning aan Pepijnstraat 169. Dit adres grenst aan een gebied met zelfbewoningsplicht en kent een recht van overpad via naburige percelen. Ik wil enkele vragen stellen aan het college over de afwegingen die hieraan ten grondslag liggen.” 1 Overwegingen bij het recht van overpad “Kan het college aangeven: a) op basis van welke criteria is beoordeeld dat de toename van gebruik door kamerbewoning het recht van overpad niet onredelijk verzwaring oplevert? b) is er juridisch of feitelijk advies ingewonnen bij de buren of bij een externe deskundige over mogelijke overbelasting van het pad? c) hoe weegt het college de belangen van de buren af tegen het belang van de initiatiefnemer?” 2 Relatie tot gebied met zelfbewoningsplicht “Het pand grenst aan een wijk met zelfbewoningsplicht. Kan het college toelichten: a) Deelt het college de opvatting dat er nu een waterbed effect bestaat aan de randen van het gebied met zelfbewoningsplicht? Zo nee waarom niet? 3 Beleidskader en precedentwerking “Kan het college aangeven:
a) of er een risico is dat het verlenen van deze vergunning een precedent schept voor andere panden in vergelijkbare situaties? b) welke maatregelen het college overweegt om eventuele negatieve effecten (bijvoorbeeld intensiever gebruik van overpad, druk op parkeerplaatsen) te beperken?” 4 Mogelijke mitigatie en monitoring “Ten slotte, kan het college toelichten: a) of er maatregelen of voorwaarden zijn opgelegd om overlast voor buren/eigenaren van de grond van het overpad te beperken? b) hoe het college gaat monitoren of het gebruik daadwerkelijk binnen de toegestane grenzen blijft? c) of er een evaluatiemoment wordt ingepland, bijvoorbeeld een toets na een jaar