Art 45 vragen Veur Groeët Venlo - Voortgang n.a.v. RIB 130.pdf
Tekst van het document
College van Burgemeester en Wethouders Art. 45 RvO vragen Onderwerp: Voortgang inzameling huishoudelijk afval na 31-12-2025 Venlo, 18 september 2024
Geacht college,
In de op 19 juni gehouden themasessie Grondstoffenplan 2030 – vervolgacties en aanbesteding afvalinzameling – heeft u ons een 22 pagina’s tellende presentatie voorgehouden. In deze sessie heeft ondergetekende gevraagd naar de status van de aanbestedingsprocedure en de criteria waar die raad in Q1-2024 al zouden zijn voorgelegd (aangenomen amendement d.d. 27-9-23 RV 015)’. U gaf aan dat het streven is om in september de raad hierover te informeren. Uw raad heeft op vrijdag 13 september RIB 130 ontvangen (datum 04-09-2024) met als onderwerp ‘Inbesteden huis-aan-huis inzameling huishoudelijk afval laagbouw’. Hierover heeft u als college een besluit genomen (onder voorbehoud accordering budgetten in de begroting) en treedt op 01-01-2026 in werking. De wijze van inzamelen wordt met uw raad in oktober besloten. Veur Groeët Venlo heeft enkele vragen. 1. Waarom heeft u uw raad genegeerd bij het nemen van dit belangrijkste besluit in dit dossier en heeft u niet de raad, conform genoemd aangenomen amendement - vijfde bullit, meegenomen en vooraf geraadpleegd? 2. Welk businessmodel staat aan de basis van deze keuze? Wordt het een aparte B.V. waarvan de gemeente eigenaar is of wordt er een nieuwe afdeling ingericht? 3. Graag ontvangen wij het ‘indicatief model’ waaruit blijkt ‘dat de structurele kosten ongeveer gelijkwaardig zijn’? Wat is de marge van ‘ongeveer’? 4.
Waarom heeft u een verkeerde volgorde gehanteerd en niet gehandeld volgens de vierde bullit van genoemd amendement waarin u eerst de keuze maakt en met uw raad besluit op welke wijze u de afzonderlijke afvalstromen in gaat zamelen en daarna een tender uitschrijft en gaat aanbesteden? 5. Waarom maakt u een verschil tussen laagbouw en hoogbouw? In beide gevallen is sprake van inzameling van huishoudelijk afval echter anders ingericht maar eveneens uit- of inbesteedbaar. 6. Op 19 juni benoemde u nog uitgebreid de mogelijkheid om regionaal samen te werken (pag. 20 en 21 presentatie). Wat is er allemaal tijdens het zomerreces gebeurd dat dit beeld zo snel is gekanteld? 7. ‘De tijd is te kort’, zo schrijft u. Welke gesprekken heeft u gevoerd met gemeenschappelijke partners en wanneer? Wat is de uitkomst van de Marktconsultatie? De raad staat wederom, net zoals in september 2023, door tijdsdruk met de rug tegen de muur, ondanks het vaak en veel aandacht vragen voor dit dossier en het stellen van vragen.
1
8. Hoe ziet uw noodscenario eruit als dit dossier door de tijd wordt ingehaald en u op 01-01-2026 nog niet operationeel kunt zijn?
Veur Groeët Venlo ziet met belangstelling uw mondelinge antwoorden tegemoet.
Veur Groeët Venlo Peter Bastiaens
2