660865 Bijl02 regels.pdf
Tekst van het document
13.4.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.4.1 voor het bouwen van bouwwerken anders dan opgenomen in 13.3, wordt alleen verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b.
vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende waterkering.
13.5 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden die zijn aangewezen als ‘Waterstaat-Waterkering’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen;
c.
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
d. e. f. g.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen; het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.
13.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 13.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. behoren bij de aanleg van de nieuwe waterkering; b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, waaronder de vervanging van bestaande boomstructuren, lichtmasten, paden; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreding van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
13.5.3 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 13.5.1 wordt alleen verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het functioneren van de primaire waterkering; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de primaire waterkering.
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 14 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 15 Spuitvrije zone 15.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op de locatie die is aangeduid als Spuitvrije zone. 15.2 Verbod Het is verboden op de locatie die is aangeduid als Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Artikel 16 Algemene bouwregels 16.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. functiegrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt. 16.2 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 16.2.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande, legale bouwwerken, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 16.2.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande, legale bouwwerken, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
16.2.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 16.2.1 en artikel 16.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 16.3 Ondergronds bouwen 16.3.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij hoofd- en bijgebouwen; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken welke gelegen zijn buiten de buitenmuren van het
c.
hoofdgebouw of bijgebouw mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bijgebouwen boven peil; in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarde: 1. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen als bedoeld in artikel 9.2.3 in acht wordt genomen;
3. d.
het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
4. per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd; de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil.
Artikel 17 Algemene regels omgevingsplanactiviteiten 17.1 Algemene regels - parkeervoorzieningen a. Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk 22C dient voldoende
b.
parkeergelegenheid te worden gerealiseerd. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ (juli 2024) of diens opvolger dan wel het op dat moment geldend gemeentelijk parkeerbeleid. Bij een gebruikswijziging waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ (juli 2024) of diens opvolger dan wel het op dat moment geldend gemeentelijk parkeerbeleid.
17.2 Gebodsbepaling in stand houden parkeervoorzieningen Indien in het kader van een vergunningplicht als opgenomen in dit hoofdstuk 22C dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig artikel 17.1, dan dient de betreffende parkeervoorziening zoals aangegeven in de aanvraag en vervolgens is vergund na de aanleg ervan duurzaam in stand te worden gehouden. 17.3 Algemene regels - hemelwatervoorzieningen Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk 22C, waaronder begrepen het verbouwen en uitbreiden van bestaande bouwwerken, dient op eigen terrein een adequate voorziening te worden getroffen voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater. Er wordt een adequate voorziening getroffen wanneer wordt voldaan aan de 'Afkoppelbeslisboom Gemeente Venlo' zoals opgenomen in het Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2031 en als vastgesteld door de gemeenteraad op 30 juni 2021. 17.4 Gebodsbepaling in stand houden hemelwatervoorzieningen Indien in het kader van een vergunningplicht als opgenomen in dit hoofdstuk 22C dient te worden voorzien in een adequate voorziening voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater overeenkomstig artikel 17.3, dan dient de betreffende voorziening zoals aangegeven in de aanvraag en vervolgens is vergund na de aanleg ervan duurzaam in stand te worden gehouden.
17.5 In stand houden bestaande bouwwerken In aanvulling op artikel 22.40 van het Omgevingsplan gemeente Venlo is voor het in stand houden van een bestaand bouwwerk geen omgevingsvergunning vereist, mits het een feitelijk bestaand bouwwerk betreft dat is gebouwd: a. overeenkomstig een daarvoor verleende omgevingsvergunning; b. overeenkomstig algemene regels als opgenomen in dit omgevingsplan; c. overeenkomstig algemene regels, zoals die golden ten tijde van het bouwen van het bouwwerk, hetgeen ook kan worden aangetoond.
Hoofdstuk 4
Overgangsrecht
Artikel 18 Overgangsrecht 18.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van dit hoofdstuk 22C, mag, mits deze
b.
afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22C, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvóór – als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venlo - geldende tijdelijke deel van het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat tijdelijke deel van het omgevingsplan.
18.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22C en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met dit hoofdstuk 22C strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk 22C strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22C voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te d.
hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvóór – als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venlo - geldende tijdelijke deel van het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat tijdelijke deel van het omgevingsplan.
18.3 Uitzondering overgangsrecht Het bepaalde in artikel 18.2 lid a is niet van toepassing op een gebruik dat in strijd is met het bepaalde in artikel 15.