640724 Bijl04 Kadernota Begroting BsGW 2027 MJR 2028-2031.pdf
Tekst van het document
Kadernota begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Versie 0.4 Oktober 2025
3
Inhoudsopgave
1. Inleiding ...............................................................................................................................5 2. Organisatie ...........................................................................................................................7 3. Beleidsmatige ontwikkelingen .................................................................................................9 4. Financiën ............................................................................................................................ 14
4
1. Inleiding Hierbij bieden wij u de kadernota 2027 aan. Deze nota biedt de kaders voor het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. Deze kaders betreffen (beleids)ontwikkelingen, die in de begroting verder worden uitgewerkt en financieel worden doorvertaald evenals de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Meerjarenperspectief/Ontwikkelingen De in de kadernota 2027 genoemde ontwikkelingen, beleidsvoornemens en financiële uitgangspunten vormen de basis voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031, die komend voorjaar ter zienswijze wordt aangeboden aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van Waterschap Limburg en na vaststelling wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. BsGW is een uitvoeringsorganisatie en hanteert daarmee per definitie een beleidsarme begroting. Mocht er al sprake zijn van (nieuw) beleid, dan is dit op basis van een wettelijke grondslag (bijv. de Wet open overheid) dan wel op verzoek van de deelnemers (zoals het Samenwerkingsportaal). Naast een eerdere (gedurende de eerste zes jaren na oprichting heeft geen indexering plaatsgevonden) en lopende structurele bezuiniging (taakstelling OOP), is bij de totstandkoming van de begroting 2026 -met name in het kader van het Ravijnjaar- nogmaals extra kritisch gekeken naar de kostenontwikkeling.
Het garanderen van de continuïteit van de bedrijfsvoering van BsGW in het belang van de dertig deelnemende partijen was, is en blijft hierbij het uitgangspunt. Genoemde exercitie heeft onder andere geleid tot een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen, waarbij het surplus is teruggestort naar de deelnemers. Ook is de bestemmingsreserve qua financiële omvang verlaagd en daarmee ook de door de deelnemers jaarlijks te storten bijdrage hierin. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) is het tarief proceskostenvergoeding per toegekend bezwaar of beroep per 1-1-2024 drastisch verlaagd. Uitgaande van gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen, is in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 de post proceskosten voor wat betreft de uitkeringskosten verlaagd met € 1,5 miljoen. Ervan uitgaande dat zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen, het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2026 en 2027 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 en 2025, de waardestijging van de objecten alsmede de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven, blijft deze lagere begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’ gehandhaafd in de begroting 2027 (en verdere jaren). De renteopbrengsten maken -mede op basis van overleg met de accountant- geen onderdeel uit van de begroting van BsGW.
Deze worden met ingang van 2025 elk kwartaal doorgestort naar de deelnemers. Het betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. De accountant is op basis van het uitgangspunt ‘reëel begroten’ voorstander van het toepassen van indexeringspercentages en kan zich vinden in de hoogte en de onderbouwing van de indexpercentages, die BsGW hanteert. De belangrijkste ontwikkelingen voor 2027 voor BsGW worden gevormd door het beleid van de deelnemers, (nieuwe) wetgeving zoals cyberbeveiligingswet, de indexeringen -beïnvloed door de cao Werken voor waterschappen alsook de nationale, Europese en mondiale ontwikkelingen- en het voldoen aan de door het Algemeen Bestuur BsGW opgelegde kostenreductie in het kader van OOP.
5
Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening gewaarborgd blijven. BsGW volgt de huidige ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe c.q. aangescherpte (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging op de voet en zal deze de komende periode implementeren om hieraan te kunnen (blijven) voldoen. Op 23 september 2025 heeft het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) het normenkader hiervoor vastgesteld: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2). In het tweede kwartaal van 2026 verwacht het Rijk de Europese richtlijn Europese Network and Information Security (NIS2) als Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in de nationale weten regelgeving. BsGW verwacht voor het begrotingsjaar 2027 geen andere, voorzienbare kostenstijgingen dan de indexering. Het uitgangspunt voor de indexatie is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB-indexcijfers. BsGW werkt momenteel toe naar een structurele bezuiniging van € 1,3 miljoen vanaf 2028 (taakstelling OOP). Om dit te bereiken is de BsGW-begroting met ingang van 2024 stapsgewijs benedenwaarts bijgesteld. In 2027 bedraagt de taakstellende kostenreductie € 1,2 miljoen (2026 € 1 miljoen; met ingang van 2028 structureel € 1,3 miljoen).
6
2. Organisatie BsGW is als zelfstandige belastingsamenwerking voor zowel gemeenten als Waterschap Limburg opgericht op 1 april 2011. Sinds 1 januari 2021 zijn het Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal en Weert deelnemers in BsGW.
BsGW is belast met de heffing en inning van lokale heffingen voor zowel de deelnemende gemeenten als het waterschap en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de (huidige) heffingssoorten per deelnemer. Missie Wij heffen en innen belastingen voor onze klanten, slim en doordacht, op een kosteneffectieve wijze. Inzichtelijk, voorspelbaar en betrouwbaar in wat we doen. Visie Waarderen, heffen en innen; het wordt steeds complexer. Door het proces slim en goed te organiseren zijn wij dé organisatie om dit voor onze deelnemers te verzorgen. Zo kunnen zij zich op hun andere (kern)taken richten.
7
Ambitie BsGW heeft de ambitie een toppositie binnen de samenwerkingsverbanden te bekleden. Speerpunten Daarnaast is een aantal speerpunten aangegeven waar BsGW zich de komende jaren op gaat richten. Kostenbewust BsGW staat met ingang van 2028 voor een structurele bezuinigingsopgave van € 1,3 miljoen. Hiertoe wordt de BsGW-begroting met ingang van 2024 stapsgewijs benedenwaarts bijgesteld. Hybride werken Sinds het begin van de covid-19-pandemie zijn de BsGW-medewerkers volop thuis aan het werk. Inmiddels is het uitgangspunt dat er 60% thuis wordt gewerkt en 40% op kantoor. Het kantoor is een plek van ontmoeten en samenwerken. Dit betekent een andere manier van werken en ook een andere manier van investeren in huisvesting, werkplekken, automatisering en digitalisering. Per 31 oktober 2026 loopt het huurcontract voor het kantoorpand van BsGW af. Momenteel lopen de onderhandelingen inzake een huurcontract voor een nieuwe, toekomstbestendige kantoorlocatie.
8
3. Beleidsmatige ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. In bijlage 3 zijn deze ontwikkelingen waar nodig en mogelijk uitgebreider omschreven. Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de tarieven voor de proceskostenvergoedingen drastisch verlaagd. Daarnaast is het aantal bezwaren –na de hausse aan bezwaren in 2023– in 2024 en 2025 weer in lijn met het aantal bezwaren in 2022. Dit heeft geleid tot een structurele verlaging van de uitkeringskosten in de begroting 2026 en meerjarenraming 20272030. De uitvoeringskosten blijven op hetzelde niveau gezien de gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen vanaf 2024.
Ervan uitgaande dat er zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen, het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging de komende jaren geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 en 2025 (bijvoorbeeld als gevolg van intensief gebruik van AI door particulieren waardoor er veel unieke, complexe bezwaren ontstaan) en de waardestijging van de objecten alsmede de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven, blijft de huidige begrotingspost ‘proceskosten’ gehandhaafd in de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031. Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken, in de praktijk ook wel ‘Check uw woning’ genaamd, is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden. Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken.
In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). In het eerste kwartaal van 2026 wordt het project afgerond en vindt de rapportage plaats. Tegengaan toenemende armoede In eerdere miljoenennota’s zijn maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden.
9
Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers. Uit de Rijksbegroting 2026 blijkt dat het demissionair kabinet verder gaat met het Nationaal Programma Armoede en Schulden en de hierboven genoemde maatregelen. Doelen zijn: kleine schulden klein houden, betere schuldhulpverlening in alle gemeenten en meer waarborgen van het bestaansminimum. Vroegsignalering en interdepartementale samenwerking moeten nieuwe schuldenproblematiek voorkomen. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt vooralsnog aan. Het effect van toepassingen van AI is momenteel nog niet merkbaar, ook niet binnen het ICT-vakgebied. Vanwege de ontgroening en vergrijzing, die onze provincie extra treft, zal -naast het zelf op een verantwoorde wijze inzetten van AI- gezocht moeten worden naar andere manieren om toch bijtijds de juiste, noodzakelijke kennis in huis te halen én te houden. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen De Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen, die per 1 januari 2026 in werking treedt, biedt waterschappen meer en betere mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang.
Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. Daarnaast kunnen waterschappen voortaan beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wet regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor eventuele structurele kosten. Deze zullen via de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) worden verwerkt en doorbelast aan Waterschap Limburg. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen.
Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamde Samenwerkingsportaal. Landelijk was het streven om te komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR); een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele
10
(administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie zouden in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) opgaan. Tevens was het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie zouden worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR zou gevolgen hebben voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is immers inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Een nieuwe streefdatum is nog steeds niet bekend. De vraag is of er überhaupt een SOR gaat komen.
Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit ligt het voor de hand om het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) te continueren om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Om wendbaar, betrouwbaar en efficiënt te blijven opereren, is het noodzakelijk om te investeren in toekomstbestendige informatievoorzieningen. Informatievoorziening ondersteunt beleid en uitvoering met actuele, volledige, betrouwbare en goed ontsloten data. Artificial Intelligence (AI) en business intelligence -mits proven technology én veilig- kunnen worden ingezet om trends te herkennen, processen te optimaliseren en dienstverlening te verbeteren.
Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als het belasting- en waarderingspakket op basis van een Europese aanbesteding gegund (2022/2023) en geïmplementeerd (2023/2024). Deze voor BsGW omvangrijke, complexe en intensieve operatie is eind 2024 formeel afgerond, waarna in 2025 de beheerfase is aangebroken. Van daaruit kan gekeken worden naar verdere procesoptimalisatie. Naast het primaire proces van Waarderen, Heffen en Innen geldt dit ook voor de ondersteunende processen (Bedrijfsvoering, Klantzaken en Staf). Hierbij wordt, zoals gezegd, ook de inzet van AI betrokken, rekening houdend met juridische, technische en ethische aspecten. Robotisering en Artificial Intelligence Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie oftewel Artificial Intelligence (AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI heeft grote impact op de maatschappij en samenleving en daarmee op de overheid en in het verlengde daarvan samenwerkingsverbanden, zoals
11
BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren (kwaliteit), om processen te verbeteren (efficiency) en om de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als ncnp-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology. Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen. De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast door: samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde en als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI. Door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving. BsGW mag om moverende redenen niet voorop lopen. Het is vooral zaak om tijdig en op de juiste wijze aan te haken. Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet, die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet, ook op het gebied van informatiebeveiliging.
Des te belangrijker het verantwoord gebruik van AI, waaronder AI-geletterdheid van medewerkers. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening is gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW monitort dit niet alleen zelf intern op naleving, maar laat ook externe audits en onderzoeken uitvoeren. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan Europese en (daaruit voortvloeiende) nationale wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. Europese Network and Information Security (NIS2) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid. In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldeed de NIS en daarmee ook de Wbni niet langer.
Vandaar de komst van de NIS2. Op 17 oktober 2024 is de NIS2richtlijn in werking getreden. Nederland streeft ernaar om in het voorjaar van 2026 zowel de NIS2 als de Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in wet- en regelgeving. Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: • Risicogestuurde informatiebeveiliging • Strengere meldplicht • Zorgplicht: Meer focus op preventie • Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden • Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders • Registratieplicht
12
Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid Op 23 september 2025 heeft het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) de Baseline Informatiebeveiliging Overheid versie 2 (BIO2) vastgesteld. Vertaling door BsGW Naast de reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2. Zo is de update van het bedrijfscontinuïteitsplan van BsGW nagenoeg afgerond. In de volgende fase wordt gestart met het periodiek simuleren van en oefenen met diverse scenario’s.
Een Bedrijfsimpactanalyse (BIA) maakt hier onderdeel van uit. Op basis van de uitkomsten van de simulaties en oefensessies wordt het continuïteitsplan actueel gehouden. Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 aantoonbaar een onevenredig beslag legt op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen.
13
4. Financiën Dit hoofdstuk bevat de financiële kaders, zoals BsGW die hanteert bij het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting BsGW 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. Onderwerp
Uitgangspunt
Raming personele lasten
Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).
Formatie en personeel
BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Raming materiële lasten
Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Inhuur derden
De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.
Raming onvoorzien
De raming onvoorzien bedraagt 1,4 % van de begrote kosten.
Investeringen in het belastingpakket
Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Afschrijven is niet aan de orde vanwege het feit dat BsGW geen juridisch eigenaar is.
Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.
Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers
Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.
14
Kostenverdeelmethode
De (nieuwe) kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024). Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.
Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020
Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: 2024 2025 2026 2027 2028
Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.300.000
Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren)begroting van BsGW. Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)
De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, maken geen onderdeel uit van de begroting van BsGW en worden elk kwartaal (achteraf) doorgestort naar de deelnemers. * betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.
Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de cao Werken voor Waterschappen. De huidige cao eindigt per 31 december 2026. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is (zoals te doen gebruikelijk) de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jarenniet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 dd februari 2025. Indexeringen Kadernota 2027 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 4,4%.
Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.
15