631321 Bijl09 Natuurtoets Van der Grintenstraat.pdf
Tekst van het document
Natuurtoets
realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te VenloNoord (Provincie Limburg)
projectnummer 0509672. 100 definitief revisie 00 23 april 2026
www. anteagroup. nl
je)
anteagroup
Natuurtoets
realisatie
overkluizing (Provincie Limburg) projectnummer
Zwartwaterbeek te Venlo-Noord
0509672.100
definitief revisie 00 23
april
2026
Auteur
(geanonimiseerd)
Opdrachtgever Gemeente
Venlo
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Gecontroleerd
(geanonimiseerd)
Antea Group Netwerk
is aangesloten
Groene
bij het
Bureaus
NGB
datum
beschrijving
23
Definitief revisie 00
april 2026
(geanonimise rd) (geanonimiseerd)
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1. 1 1. 2 1. 3
Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer
4 5 5
2.
Effectbeschrijving en -beoordeling
6
2. 1 2. 2 2. 3 2. 3. 1 2. 3. 2 2. 3. 3 2. 3. 4 2. 3. 5 2. 3. 6 2. 3. 7 2. 3. 8 2. 3. 9 2. 4 2. 5 2. 6 2. 7
Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Planten Zorgplicht Natura 2000 NNL Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden
6 7 7 7 7 10 12 13 14 14 14 15 16 17 18 18
3.
Conclusie & advies
19
3. 1 3. 1. 1 3. 2 3. 2. 1 3. 2. 2 3. 2. 3 3. 3
Soortbescherming Zorgplicht Soortbescherming Natura 2000 NNL Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap
19 20 21 21 21 21 21
Literatuurlijst
22
Bijlage 1 Wettelijk kader
24
Bijlage 2 Methodiek natuurtoets
33
Bijlage 3 Rode lijst soorten uit NDFF
36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
1.
Inleiding
1. 1
Aanleiding & planvoornemen Canon Production Printing Netherlands B. V. is voornemens een overkluizing te realiseren ter plaatse van de Zwartwaterbeek en de rijbaan Van der Grintenstraat inclusief fietspad en bermen. Hiervoor worden werkzaamheden uitgevoerd binnen zowel gemeentelijke en provinciale grond. De provincie Limburg heeft gevraagd om een natuurtoets uit te voeren op de Van der Grintenstraat (rijbaan fietspad en bermen). In een separate natuurtoets is de overkluizing van de Zwartwaterbeek behandeld (Antea Group 2026). ,
,
Deze natuurtoets betreft de rijbaan Van der Grintenstraat inclusief fietspad en de bermen exclusief de Zwartwaterbeek. De PowerPointpresentatie (24 februari 2026) is gebruikt als uitgangspunt. In figuur 1. 1 is de ligging van het plangebied globaal weergegeven en in figuur 1. 2 is een impressiebeeld van het ontwerp weergegeven. De start en de duur van de werkzaamheden zijn nog onbekend. ,
Figuur 1. 1. Globale ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving. Kaart gemaakt met QGIS.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten beschermde gebieden of houtopstanden (Omgevingswet (hierna Ow) Natuurnetwerk Limburg (NNL) en overig provinciaal beleid (Groenblauwe mantel). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden als deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. ,
,
,
blad 4 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Figuur 1. 2. Gedetailleerde ligging van het plangebied. Bron: Gemeente Venlo , 2025.
1. 2
Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of op de - in het kader van de Ow beschermde natuurwaarden - als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.
1. 3
Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling ; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten beschermde gebieden en houtopstanden aan de omgevingswet en overige beleidskaders ; Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen.
,
In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van bekende waarnemingen van rode lijst soorten in het plangebied.
blad 5 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
2.
Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2. 1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2. 2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2. 3 t/m paragraaf 2. 7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan beschermde soorten onder de Ow Natura 2000-gebieden NNL (Natuurnetwerk Limburg) overig provinciaal beleid van de provincie Limburg (Groenblauwe mantel) en beschermde houtopstanden onder de Ow. ,
,
,
2. 1
Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 1 maart 2026 is vanaf ongeveer 10:30 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij helder weer met een temperatuur van ongeveer 9 °C (Weeronline. nl). Het plangebied is te voet geïnspecteerd. Hierbij zijn omliggende/nabij gelegen solitaire bomen bomenrijen en bosschages met een verrekijker geïnspecteerd op de aanwezigheid van holten en nesten. Normaliter worden daken en gevels van diverse nabijgelegen gebouwen geïnspecteerd op potentiële in- en uitvliegmogelijkheden voor vleermuizen en nesten voor gebouwbroedende vogels (o. a. huismus en gierzwaluw). Binnen en nabij het plangebied ontbreken echter dergelijke gebouwen. De nabijgelegen groenstructuren zijn onder andere geïnspecteerd op eventueel aanwezige waardplanten voor vlinders en potentiële habitats voor grondgebonden zoogdieren amfibieën en reptielen. ,
,
,
De Van der Grintenstraat wordt in de bermen geflankeerd door hoog opgaande bomenrijen met afwisselend robinia gewone esdoorn en grove den. In figuur 2. 1 is een impressie gegeven van het plangebied. ,
Westelijk uiteinde rijbaan met gewone esdoorn en grove den in wegberm.
Wegberm noordzijde Van der Grintenweg (westelijk uiteinde rijbaan)
Reeds overkluisd deel over Zwartwaterbeek.
Waargenomen nest in berm ten zuiden van Van der Grintenstraat en fietspad.
blad 6 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Robinia’s ter plaatse van wegberm aan de noordzijde van Van der Grintenstraat.
Dode robinia met holen in wegberm tussen Van der Grintenstraat en fietspad.
Figuur 2. 1. Impressie van het plangebied. Bron: foto’s veldbezoek Antea Group , 1 maart 2026.
2. 2
Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: Bij de voorgenomen werkzaamheden wordt binnen de rijbaan fietspad en bermen tijdelijk grond verzet waarna het weer terug wordt geplaatst ; Een deel van de rijbaan Van der Grintenstraat (incl. fietspad en bermen) zal worden bebouwd ; De bomen langs de Van der Grintenstraat worden niet gekapt (o. b. v. PowerPointpresentatie Gemeente Venlo d. d. 24 februari 2026) ; Er gaan machinale graafwerkzaamheden plaatsvinden. ,
,
,
Er is sprake van geluidsverstoring/optische verstoring gedurende de werkzaamheden.
2. 3
Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijke effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.
2. 3. 1
Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van meerdere soortgroepen worden uitgesloten. Er vinden geen werkzaamheden aan oppervlaktewater plaats waardoor vanuit de werkzaamheden geen negatieve effecten optreden voor vissen kreeftachtigen en weekdieren. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd. ,
,
2. 3. 2
Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1) en/of rustplaats (categorie 3) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest/of en jaarrond beschermde rustplaats in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2. 1 Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest en/of rustplaats in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF , 2021-2026). Soort Categorie Boerenzwaluw 1
blad 7 van 36
,
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Soort Categorie Gierzwaluw 1 Grote gele kwikstaart 1 Havik 1 Huismus 1 Torenvalk 1 Aalscholver 3 Kraanvogel 3 Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten. Categorie 3: Jaarrond beschermde rustplaats.
Zoals blijkt uit de bureaustudie zijn een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving altijd een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten (zoals de havik) gebouwbroedende soorten (zoals de boerenzwaluw huismus en de gierzwaluw) en overige soorten met een jaarrond beschermd nest (zoals grote gele kwikstaart kraanvogel en torenvlak). Tijdens het terreinbezoek zijn enkele huismussen waargenomen op relatief grote afstand tot het plangebied ( > 50 meter). ,
,
,
,
,
Boombroedende soorten Tijdens het terreinbezoek is in (de directe omgeving van) het plangebied (75 < meter plangebied) één nest in een boom aangetroffen die kan toebehoren aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest. Er zijn ook diverse bomen op aangrenzende percelen ten opzichte van het plangebied gesitueerd welke nestmogelijkheden bieden aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest (zie figuur 2. 1). De specifieke boom met nest is in de wegberm ten zuiden van de Van der Grintenstraat waargenomen. Het nest zou geschikt kunnen zijn voor een boomvalk of sperwer. De boom hoeft volgens het planvoornemen niet te worden gekapt. Ook vanwege de dagelijkse verstoring (rijbanen voor autoverkeer fiets- en wandelpaden met een hoge intensiteit) zullen de graafwerkzaamheden met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet zorgen voor een wezenlijke toename van geluids- licht- en optische verstoring. Tot slot zijn in de omliggende groenstructuren vele houtduiven eksters en zwarte kraaien waargenomen waarvan de kans zeer groot is dat één van deze soorten het nest gaat bezetten. De kans op schadelijke effecten zijn nihil. Om alle risico’s uit te sluiten wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (periode maart-juli). Indien onverhoopt de betreffende boom verwijderd moet worden is nader onderzoek noodzakelijk. ,
,
,
,
,
,
Figuur 2. 2. Waarneming potentieel JRB-nest. Bron: foto veldbezoek Antea Group , 1 maart 2026.
blad 8 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Gebouwbroedende soorten Binnen en op de aangrenzende percelen ten opzichte van het plangebied zijn geen geschikte gebouwen voorzien met een pannendak en daklijsten waar gebouwbroedende soorten kunnen broeden (o. a. de huismus en de gierzwaluw). Met het voornemen wordt ook geen bebouwing gesloopt en/of hoog opgaande groenelementen en/of gekapt (bijv. beukenhaag geschikt voor huismus). Effecten op gebouwbroedende soorten kunnen worden uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
Overige soorten Het plangebied biedt geen nestgelegenheid voor de overige waargenomen soorten met een jaarrond beschermd nest aangezien de werkzaamheden uitsluitend betrekking hebben op verhardingen en de naastgelegen wegbermen met kort gemaaid gras. Bovendien ontbreken o. a. specifieke nestkasten (o. a. steenuil) en nestpalen (o. a. torenvalk) binnen de minimale verstoringsafstand van 75 meter. Negatieve effecten zijn uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
,
Soorten waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven (categorie 2) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2. 2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF , 2021-2026). Soort Categorie Buizerd 2 Gekraagde roodstaart 2 Grauwe klauwier 2 Grauwe vliegenvanger 2 IJsvogel 2 Kraanvogel 2 Kuifmees 2 Matkop 2 Patrijs 2 Zomertaling 2 Categorie 2: Vogels waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven.
Tijdens het terreinbezoek is een overvliegende buizerd waargenomen. Nesten van de categorie 2-vogelsoort zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 2-soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. De meeste van de in tabel 2. 2 weergegeven soorten betreffen passerende dieren zonder binding met (de directe omgeving van) het plangebied. Daarom zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 2-soorten vallen daarmee onder de bescherming van ‘algemene broedvogels’. Algemene broedvogels Tijdens het terreinbezoek zijn diverse algemene broedvogels waargenomen (o. a. de pimpelmees koolmees boomklever boomkruiper houtduif kauw groene specht gaai zwarte kraai merel putter). De plaatselijk aanwezige bomen en opgaande vegetatie binnen de werklocatie bieden nestgelegenheid aan deze algemene soorten. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Ow (artikel 11. 37 Bal). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden.
Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (maart tot en met juli)1 en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Omgevingswet aan de orde. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden ; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
blad 9 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
De vogelsoorten die mogelijk nesten in de bomen en bosschages nabij het plangebied hebben zijn gewend aan verstoring door o. a. een hoge verkeersintensiteit overig geluid en optische verstoringen. De aard van de werkzaamheden zal geen extra verstoring met zich meebrengen. Effecten op broedende vogels kunnen worden uitgesloten er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Mocht er onverhoopt toch hoog opgaande beplanting verwijderd dient worden zijn vervolgstappen wel aan de orde (zie kader vervolgstappen). ,
,
,
,
Vervolgstappen - algemene broedvogels Indien hoog opgaande beplanting wordt verwijderd/gekapt: Werken buiten het broedseizoen (maart-juli) ; Indien bovenstaande maatregel niet mogelijk is is een nestencheck en vrijgave noodzakelijk (enkele dagen voorafgaand aan de werkzaamheden) ; Indien sprake is van een actueel broedgeval ; locatie-specifieke maatregelen worden voorgesteld en/of de graaflocatie(s) wordt niet vrijgegeven en dienen te worden uitgesteld totdat het nest(en) niet meer in gebruik is. ,
2. 3. 3
Vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Tabel 2. 3. Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF ,
2021-2026). Soort
Beschermingsregime Artikel 11. 46 Bal X X
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. ,
,
,
Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen (o. a. de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger) verblijven met name in spouwmuren onder dakbetimmering achter boeiborden of op (kerk)zolders. Boombewonende vleermuizen (o. a. de rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis) verblijven in gaten holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. ,
,
,
Gebouwbewonende soorten Binnen en aangrenzend aan het plangebied is geen geschikte bebouwing aanwezig met potentiële in- en uitvliegmogelijkheden zoals bijvoorbeeld woningen met overhangende dakpannen spouwmuren etc. De nabije gebouwen betreffen platte bedrijfspanden die doorgaans minder geschikt zijn. Schadelijke effecten zijn uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
,
Boombewonende soorten Binnen het plangebied in de wegberm tussen de Van der Grintenstraat en het fietspad zijn twee dode robinia’s met holen waargenomen (zie figuur 2. 3). Deze bomen bieden in potentie verblijfplaatsen voor boombewonende soorten (o. a. rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis). De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten kan niet worden uitgesloten. Mogelijke verblijfplaatsen van deze vleermuissoorten worden gedurende de werkzaamheden fysiek niet aangetast maar kunnen wel verstoord worden door verlichting. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de actieve periode van vleermuizen (april – november (BIJ12 2024)) dienen deze uitgevoerd te worden tussen zonsopkomst en zonsondergang. Uitstraling van verlichting richting bomen dient ten alle tijden te worden voorkomen (zie kader vervolgstappen). Let op ; indien onverhoopt de twee betreffende robinia’s verwijderd moeten worden ten behoeve van de ,
,
,
,
,
blad 10 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
overkluizing/bebouwing dan is nader onderzoek noodzakelijk. ,
Figuur 2. 3. Waarneming holen in dode robinia’s , berm zuidzijde Van der Grintenstraat. Bron: foto’s veldbezoek Antea Group , 1 maart 2026.
Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren zoals bomenrijen (zie figuur 2. 1). Deze kunnen als (essentiële) vliegroutes voor vleermuizen fungeren. Deze elementen zullen intact blijven maar kunnen wel verstoord worden door verlichting. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de actieve periode van vleermuizen (april – november (BIJ12 2024)) dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd te worden. Uitstraling van verlichting richting bomen dient ten alle tijden te worden voorkomen (zie kader vervolgstappen). Let op ; indien onverhoopt bomen verwijderd moeten worden ten behoeve van de overkluizing dan is nader onderzoek noodzakelijk. ,
,
,
,
blad 11 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Vervolgstappen vleermuizen (verblijfplaatsen , vliegroutes) Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de actieve periode van vleermuizen (april – november (BIJ12 2024)) dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd te worden. Uitstraling van verlichting richting bomen dient ten alle tijden te worden voorkomen. ,
,
Let op ; indien onverhoopt de twee betreffende dode robinia’s (potentiële verblijfplaatsen) en/of overige bomen (eventueel onderdeel vliegroute) verwijderd moeten worden ten behoeve van de overkluizing - > nader onderzoek noodzakelijk. ,
Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. Het plangebied zal mogelijk als foerageergebied worden gebruikt maar betreft een marginaal onderdeel van een veel groter foerageergebied voor vleermuizen. De gehele omgeving betreft geschikt foerageergebied (m. u. v. verhard bedrijventerrein). De kans op een aantasting van essentieel foerageergebied en daarmee effecten op verblijfplaatsen in de omgeving kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
2. 3. 4
Zoogdieren – overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2. 4. Overzicht van waargenomen beschermde zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)
(NDFF 2021-2026). ,
Soort
Beschermingsregime Art. 11. 54 Bal en Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren
Art. 11. 46 Bal Bever Das Eekhoorn Haas Konijn 2 De soort is in provincie 3 De soort is in provincie 4 De soort is in provincie
X X X2 X3 X3 Limburg vrijgesteld in de periode maart-april en juli tot en met november. Limburg vrijgesteld. Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus tot en met februari.
Bever Vanwege het hoofdzakelijk verharde karakter van het plangebied zal geen essentieel leefgebied voor de bever worden aangetast (verblijfplaats). De naastgelegen Zwartwaterbeek is vanwege het gebrek aan beschutting en de hoge mate aan verstoring (rijbaan en bedrijventerrein) eveneens ongeschikt leefgebied voor de bever. De kans op verblijfplaatsen en aanwezigheid van essentieel leefgebied van de bever binnen de invloedssferen van de werklocatie kan worden uitgesloten. Schadelijke effecten zijn uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
Das Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen (wroetsporen wildsporen haar etc. ) en/of burchten van de das aangetroffen in de naastgelegen wegberm/bosschages van de Van der Grintenstraat. De omgeving is qua landschappelijke kenmerken relatief geschikt voor de das en is in de buurt van het werkgebied waargenomen. De omliggende percelen bestaan deels uit bosgebied. Aangezien de werkzaamheden zich hoofdzakelijk tot verhardingen en naastgelegen wegbermen beperken zullen er geen verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied van de das worden aangetast. Schadelijke effecten zijn uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
,
,
,
Op basis van de waarnemingen tijdens het terreinbezoek het ontbreken van geschikt biotoop in combinatie met actuele verspreidingsgegevens worden overige streng beschermde overige zoogdieren niet verwacht. ,
,
blad 12 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied beperkt biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten als de egel huisspitsmuis konijn haas en de kleine marterachtigen (bunzing hermelijn en de wezel). Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Limburg geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkómen dan wel beperkt. In paragraaf 2. 3. 9 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden. ,
2. 3. 5
,
,
,
Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Tabel 2. 5. Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF , 2021-
2026). Soort
Beschermingsregime Art. 11. 46 Bal
Alpenwatersalamander Boomkikker
Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX X
Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX Vrijgestelde amfibieën
X
Alpenwatersalamander Er zijn recente waarnemingen van de Alpenwatersalamander bekend op circa 250 ten zuidoosten van de Zwartwaterbeek waargenomen (bron: NDFF 2026). Vanwege deze locatie kan de soort niet worden uitgesloten in de Zwartwaterbeek. In de directe omgeving is geschikt landbiotoop aanwezig (groenstructuren zuidzijde Van der Grintenstraat). Voortplantings- en landbiotoop van de Alpenwatersalamander kan niet worden uitgesloten waardoor de geplande werkzaamheden mogelijke biotoop aantasten. Vervolgstappen zijn aan de orde (zie kader vervolgstappen). ,
,
Vervolgstappen Alpenwatersalamander Nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht (cf. NGB 2023). ,
Methode schepnetbemonstering - > 2 bezoeken in de periode ½ maart-juli met één bezoek in de periode ½ maart-½ mei. Boomkikker De boomkikker is op circa een kilometer ten noorden van het plangebied waargenomen (incl. boven A67). De boomkikker plant zich het liefst voort in geïsoleerd liggende wateren maar soms ook in sloten. De soort is wel kritisch op diens voortplantingsbiotoop waarbij sprake moet zijn van een zonnige beschutte ligging met helder water en veel plantengroei. De naastgelegen Zwartwaterbeek voldoet daar onvoldoende aan. De kans op aanwezige individuen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn nihil. Schadelijke effecten kunnen worden uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
,
,
,
Op basis van het ontbreken van geschikt biotoop in combinatie met actuele verspreidingsgegevens worden overige streng beschermde amfibieën niet verwacht. ,
Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Binnen het plangebied zijn zwervende individuen van algemeen voorkomende soorten als de bruine kikker gewone pad en de kleine watersalamander niet uitgesloten. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Limburg geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2. 3. 9 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden. ,
blad 13 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
2. 3. 6
Reptielen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van reptielen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Tabel 2. 6. Overzicht van waargenomen reptielen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF , 2021-
2026). Soort
Beschermingsregime Art. 11. 46 Bal Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX Geen waarnemingen in NDFF
Vanwege het verharde karakter van het plangebied ontbreekt geschikt biotoop. Dit in combinatie met actuele verspreidingsgegevens worden streng beschermde reptielen niet verwacht. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.
2. 3. 7
Insecten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van beschermde insectensoorten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2. 7. Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF , 2021-
2026). Soort
Beschermingsregime Art. 11. 46 Bal Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX X
Grote vos
Dagvlinder (grote vos) Er zal geen hoog opgaande vegetatie worden verwijderd en/of bomen worden gekapt. Hierdoor zullen geen waardplanten van dagvlinders zoals de grote vos (iep zoete kers en sommige wilgensoorten) verloren gaan (Vlinderstichting z.d.) welke ook niet zijn waargenomen in de omgeving. Bovendien zijn er slechts 2 exemplaren waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Schadelijke handelingen kunnen worden uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
,
,
,
Op basis van de waarnemingen tijdens het terreinbezoek het ontbreken van geschikt biotoop in combinatie met actuele verspreidingsgegevens worden overige beschermde insecten niet verwacht. ,
2. 3. 8
Planten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van planten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
Tabel 2. 8. Overzicht van waargenomen planten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF , 2021-
2026). Soort
Beschermingsregime Art. 11. 46 Bal Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX
Art. 11. 54 Bal en Bijlage IX Vrijgestelde planten
Geen waarnemingen in NDFF
In de bermen parallel aan de Van der Grintenstraat (incl. fietspad) zijn geen streng beschermde planten waargenomen en worden niet verwacht op basis van NDFF. De bermen bestaan hoofdzakelijk uit eutroof grasland met eveneens een lage diversiteit aan grassoorten (zie figuur 2. 1). Schadelijke effecten zijn uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
blad 14 van 36
,
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
2. 3. 9
Zorgplicht Ter plaatse en nabij het plangebied kunnen zeer plaatselijk vrijgestelde amfibieën en grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn zoals de egel huisspitsmuis haas konijn kleine marterachtigen (bunzing hermelijn en de wezel) bruine kikker gewone pad en de kleine watersalamander. Deze soorten zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht voor de Omgevingswet (Ow) in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze soorten net als alle overige in het wild levende dieren en planten de zorgplicht (zie bijlage 1). Dit houdt in dat tijdens de werkzaamheden zo veel mogelijk negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. Zo moet een initiatiefnemer een beeld hebben van de (bijzondere) natuurwaarden op en nabij het plan- of projectgebied. In het kader van de specifieke zorgplicht dient een initiatiefnemer in het geval van verslechterende effecten actief te anticiperen op het voorkomen of verzachten van deze effecten. Onder de Ow dient onder andere extra aandacht besteed te worden aan soorten van de Rode Lijsten. Provincies kunnen onder de Ow beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld.
In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. De Rode Lijst soorten waarvan waarnemingen in de NDFF bekend zijn zijn opgenomen in Bijlage 3. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Tabel 2. 9. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.
Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) en amfibieën
Maatregel • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien (berm Van der Grintenstraat/fietspad). • Stapvoets rijden tijdens het maaien. • In één richting maaien zodat dieren tijdig kunnen vluchten , in de richting van een vluchtmogelijkheid. Bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe , zoals een ruigte of bosschage. • Overdag werken en geen gebruik maken van kunstmatige verlichting. • Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen verblijven. • Voorkom het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april tot en met augustus).
De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen is weergegeven in tabel 2. 9.
blad 15 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
2. 4
Natura 2000 Het plangebied is niet binnen een Natura 2000-gebied gesitueerd (zie figuur 2. 4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Maasduinen en ligt op circa 45 kilometer meter ten noorden van het plangebied. Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn (HR). Op verdere afstand maar binnen een straal van 25 kilometer zijn de overige Natura 2000-gebieden gesitueerd ; Boschhuizerbergen Deurnsche Peel & Mariapeel Groote Peel Leudal en Meinweg. ,
,
,
,
,
Figuur 2. 4. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: QGIS , PDOK , 2025.
Bij voorliggend planvoornemen is sprake van een aanleg- en gebruiksfase. Er is daardoor sprake van structurele effecten. Gezien de aard en de tijdelijke duur van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten (o. a. verdroging- of geluid- en lichtverstoring) op de N2000-gebieden worden uitgesloten. ,
Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase niet op voorhand uit te sluiten. De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Geadviseerd wordt dan ook om een dergelijke berekening uit te voeren. Indien uit de AERIUS-berekening volgt dat er als gevolg van het voornemen een verhoogde stikstofdepositie plaats vindt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden dient dit ecologisch te worden beschouwd door middel van een ecologische Voortoets Stikstof. ,
,
Vervolgstappen Natura 2000 Er dient een AERIUS-berekening voor de aanleg- en gebruikersfase te worden opgesteld. Indien sprake is van een toename in stikstofdepositie dient een ecologische Voortoets Stikstof te worden opgesteld. ,
blad 16 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
2. 5
NNL Binnen of aangrenzend aan het plangebied is geen NNL-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNL-gebied is op circa 450 meter afstand ten opzichte van het plangebied gesitueerd (oevers Maas) waardoor geen sprake is van directe aantasting van essentiële waarden en kenmerken van NNL-gebied (zie figuur 2. 5). Bij provincie Limburg is geen sprake van toetsing van mogelijke effecten op NNL als gevolg van externe werking. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Figuur 2. 5. Ligging van het plangebied ten opzichte van NNL-gebied (in grijs weergegeven). Kaart gemaakt met QGIS.
blad 17 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
2. 6
Overig provinciaal beleid Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Groenblauwe mantel-gebied. Daardoor is geen sprake van aantasting van Groenblauwe mantel-gebied (zie figuur 2. 6). Het dichtstbijzijnde GBW-gebied is op circa 350 meter afstand gelegen ten opzichte van de voorgenomen overkluizing. Negatieve effecten op essentiële waarden en kenmerken van GBW-gebied kunnen worden uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
Figuur 2. 6. Ligging van het plangebied ten opzichte van de Groenblauwe mantel (in blauw weergegeven). Bron: website Atlas Limburg (Provincie Limburg , Omgevingsverordening , Kaart 08 Natuur ; Groenblauwe mantel)
2. 7
Beschermde houtopstanden In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bomen aanwezig. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden houtopstanden mogelijk (indirect) aangetast. Geadviseerd wordt om in overleg met het bevoegd gezag nader te toetsen of deze houtopstanden al dan niet beschermd zijn (buiten de bebouwingscontour houtkap en/of Omgevingsplan) en/of eventuele vervolgstappen noodzakelijk zijn. Mogelijke vervolgstappen bij kap van bomen zijn: een melding houtkap (op basis van Bal – Omgevingswet) of een omgevingsvergunning houtkap (gemeentelijke beleid). Ook kan het noodzakelijk zijn een Boom Effect Analyse (BEA) op te stellen waarbij wordt getoetst in hoeverre bomen in de invloedssfeer daadwerkelijk negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden ondervinden. ,
blad 18 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
3.
Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.
3. 1
Soortbescherming Ter plaatse en nabij het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met een jaarrond beschermd nest (boombroedend) algemene broedvogels vleermuizen en amfibieën. In tabel 3. 1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2. 3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. ,
,
Tabel 3. 1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soortl(groep)
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied?
Nader onderzoek nodig?
Maatregelen?
Omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit Ow aan de orde? Nog niet bekend.
Vogels met een jaarrond beschermd nest
Ja , nest in boom binnen wegberm ten zuiden van Van der Grintenstraat.
Nee , mits de specifieke boom onaangetast blijft.
Ja , zie tabel 3. 3.
Vogels algemene broedvogels
Ja , nestgelegenheid in opgaande begroeiing.
N. v. t.
Nee
Zoogdieren (diverse soorten
Ja , binnen het plangebied zijn geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor boombewonende vleermuizen (twee robinia’s met holen). De bomen parallel aan de Van der Grintenstraat zijn idem. geschikt als vliegroute. In de directe omgeving van de naastgelegen Zwartwaterbeek zijn waarnemingen van de soort bekend. Het is niet uitgesloten dat de aangrenzende beek een geschikt voortplantingsbiotoop betreft. Zie tabel 3. 4
Mogelijk , zie tabel 3. 3.
Nee , enkel indien groenstructuren wordt verwijderd en/of aangetast (zie tabel 3. 2). Ja , zie tabel 3. 3.
Nee
Nee
(boombroedend) o. a. boomvalk , sperwer
vleermuizen) verblijfplaatsen , essentiële vliegroutes
Amfibieën Alpenwatersalaman der
Vrijgestelde soorten
Ja , NO nodig om voortplanting in Zwartwaterbeek aan te tonen , dan mogelijk landbiotoop aanwezig , zie tabel 3. 2.
Nog niet bekend.
In tabel 3. 1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is voor één beschermde amfibiesoort. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in onderstaande tabel 3. 2 uiteengezet. Tabel 3. 2. Beschrijving nader onderzoek. Maatregelen Soort(groep) Amfibieën Nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht (cf. NGB , 2023). Alpenwatersalamander Methode schepnetbemonstering - > 2 bezoeken in de periode ½ maart-juli met één bezoek in de periode ½ maart-½ mei.
blad 19 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
In tabel 3. 1 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3. 3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3. 3 Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen.
Soort(groep) Vogels met een jaarrond beschermd nest (boombroedend) o. a. boomvalk , sperwer Vogels algemene broedvogels
Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) - verblijfplaatsen , essentiële vliegroutes
Maatregelen Werken buiten het broedseizoen (maart-juli) ; Indien onverhoopt de betreffende boom met nest verwijderd moet worden - > nader onderzoek noodzakelijk. Voorkom verwijdering en/of aantasting van groenstructuren. Indien er toch onverhoopt een groenstructuur (hoog opgaande begroeiing) moet worden weggehaald dienen onderstaande vervolgstappen te worden ondernomen: Werken buiten het broedseizoen (maart-juli) ; Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is , is een nestencheck noodzakelijk (bij voorkeur) tijdens de bladloze periode (nov-feb) of enkele dagen voorafgaand aan de werkzaamheden tijdens broedseizoen (mrt-jul) , waarbij mogelijk nader onderzoek noodzakelijk is ; Indien sprake is van een actueel broedgeval ; locatie-specifieke maatregelen worden voorgesteld en/of de graaflocatie(s) wordt niet vrijgegeven en dienen te worden uitgesteld totdat het nest(en) niet meer in gebruik is. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de actieve periode van vleermuizen (april – november (BIJ12 , 2024)) , dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd te worden. Uitstraling van verlichting richting bomen dient ten alle tijden te worden voorkomen.
Let op ; indien onverhoopt de twee betreffende , dode robinia’s (potentiële verblijfplaatsen) en/of overige bomen (eventueel onderdeel vliegroute) verwijderd moeten worden ten behoeve van de overkluizing - > nader onderzoek noodzakelijk.
3. 1. 1
Zorgplicht Uit paragraaf 2. 3. 9 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in Tabel 3. 3. Tabel 3. 4Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.
Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) en amfibieën
Maatregel • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien (berm Van der Grintenstraat/fietspad). • Stapvoets rijden tijdens het maaien. • In één richting maaien zodat dieren tijdig kunnen vluchten , in de richting van een vluchtmogelijkheid. Bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe , zoals een ruigte of bosschage. • Overdag werken en geen gebruik maken van kunstmatige verlichting. • Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen verblijven. • Voorkom het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april tot en met augustus).
Onder de Ow dient nadere aandacht te worden besteed aan soorten van de Rode Lijsten. Onder de Ow kunnen provincies beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. Door middel van de maatregelen beschreven in tabel 3. 3 kunnen op negatieve effecten worden gemitigeerd op (een deel van) de opgenomen Rode Lijst soorten.
blad 20 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
3. 2
Soortbescherming
3. 2. 1
Natura 2000 In tabel 3. 5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2. 4 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3. 5 Conclusies Natura 2000-gebieden. Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden?
Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit of akkoord van de provincie noodzakelijk?
3. 2. 2
Natura 2000 Nee , het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Maasduinen en ligt op circa 45, kilometer meter ten noorden van het plangebied. Op verdere afstand , maar binnen een straal van 25 kilometer zijn de overige Natura 2000-gebieden gesitueerd ; Boschhuizerbergen , Deurnsche Peel & Mariapeel , Groote Peel , Leudal en Meinweg. Ja , er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja , er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Nog onbekend.
NNL In Tabel 3. 6 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNL-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2. 5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3. 6Conclusies NNL-gebieden. Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNL-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?
3. 2. 3
NNL Plangebied is niet ter plaatse van NNL-gebied gesitueerd. Meest nabije NNL-gebied zijn de Maasoevers op circa 450 meter afstand. Nee Nee Nee Nee
Overig provinciaal beleid Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Groenblauwe mantel-gebied. Daardoor is geen sprake van aantasting van Groenblauwe mantel-gebied. Het dichtstbijzijnde GBW-gebied is op circa 350 meter afstand gelegen ten opzichte van de voorgenomen overkluizing. Negatieve effecten op essentiële waarden en kenmerken van GBW-gebied kunnen worden uitgesloten vervolgstappen zijn niet aan de orde. ,
3. 3
Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bomen aanwezig. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden houtopstanden mogelijk (indirect) aangetast. Geadviseerd wordt om in overleg met het bevoegd gezag nader te toetsen of deze houtopstanden al dan niet beschermd zijn (buiten de bebouwingscontour houtkap en/of Omgevingsplan) en/of eventuele vervolgstappen noodzakelijk zijn. Mogelijke vervolgstappen bij kap van bomen zijn: een melding houtkap (op basis van Bal – Omgevingswet) of een omgevingsvergunning houtkap (gemeentelijke beleid). Ook kan het noodzakelijk zijn een Boom Effect Analyse (BEA) op te stellen waarbij wordt getoetst in hoeverre bomen in de invloedssfeer daadwerkelijk negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden ondervinden. ,
blad 21 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Literatuurlijst Netwerk Groene Bureaus (NGB) , 2023. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie nov 2023). Netwerk Groene Bureaus (NGB) , 2021. Vleermuisprotocol 2021. Overig NDFF Street Smart AERIUS-calculator versie 2024. 0. 1 www. floron. nl www. ravon. nl www. verspreidingsatlas. nl www. vlinderstichting. nl www. zoogdiervereniging. nl www. weeronline. nl ,
blad 22 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Bijlage 1Wettelijk kader
blad 23 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Bijlage 1Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving ; de Omgevingswet (Ow) en het beleidskader. Naast bescherming vanuit de Ow zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De aanwijzing en bescherming van het NNN gebeurt in de Omgevingsverordening. Ow - Algemeen De Ow is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ow beschermt: De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming) ; De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming) ; Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LVVN bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen landelijke spoorwegen hoofdvaarwegen primaire waterkeringen militaire terreinen en oefengebieden militaire luchthavens Schiphol en overige burgerluchthavens het landelijke gastransportnet hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis. LVVN is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Gemeenten kunnen een loketfunctie hebben. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning maar dit hoeft niet. De Ow richt zicht op bescherming van gebieden soorten en houtopstanden. ,
,
Ow - Soortbescherming In de Ow is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie geldt een vergunningsplicht bij verschillende schadelijke handelingen die zijn vermeld in artikel 11.37 11. 46 en 11. 54 Bal van de Ow. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11. 37 Bal) ; 2) Strikt beschermde soorten (artikel 11. 46 Bal) ; 3) Andere soorten (artikel 11. 54 en bijlage IX onder A en onder B Bal). ,
,
blad 24 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11. 37 Bal Ow) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 11. 37 e. v. ,
1. 2.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen ; Het is verboden opzettelijk nesten rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen ; Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben ; Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen ; Het verbod bedoeld in het vierde lid is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ,
,
3. 4. 5.
,
,
Het is mogelijk om omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen het optreden van schadelijke handelingen. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging) ; Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o. a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten) ; Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Strikt beschermde soorten (artikel 11. 46 Bal Ow) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11. 46 Bal e. v. : ,
1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten genoemd in bijlage IV onderdeel a bij de Habitatrichtlijn bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen ; Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren ; Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of ,
,
,
2. 3.
,
,
te rapen ;
4. 5.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen ; Het is verboden planten van soorten genoemd in bijlage IV onderdeel b bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. ,
,
,
,
,
,
Onder de Ow is het mogelijk om voor strikt beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 11. 46 Bal bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht bij schadelijke handelingen uit artikel 11. 46 Bal. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen artikel 11. 46 Bal van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging) ; Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o. a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ ; Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. ,
,
blad 25 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Andere soorten (artikel 11. 54 Bal Ow) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage IX onder A en onder B Bal van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11. 54 Bal e. v. ,
,
Het is verboden: a. In het wild levende zoogdieren amfibieën reptielen vissen dagvlinders libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage onderdeel A bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen ; b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen of c. Vaatplanten van de soorten genoemd in de bijlage onderdeel B bij deze wet in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LVVN goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van een vergunningsplicht bij schadelijke handelingen in artikel 11. 54 Bal ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11. 27 Bal). Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht. ,
Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee als gevolg van het voornemen schadelijke handelingen in artikel 11. 54 Bal optreden dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. ,
Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging) ; Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o. a. belang h ‘in het algemeen belang’ ; Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
blad 26 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Samenvatting gronden waarop een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 311.37 , 11. 46 en 11. 54 Bal). Vergunningsgronden Artikel 11. 37 Artikel 11. 46 Artikel 11. 54 Bal Bal Bal en bijlage IX Vogels Strikt Andere beschermde soorten soorten 1Er bestaat geen andere bevredigende Ja Ja Ja oplossing 2Leiden niet tot verslechtering van de staat van Ja Ja Ja instandhouding 3volksgezondheid en openbare veiligheid Ja Ja Ja veiligheid van luchtverkeer Ja Nee Ja ter voorkoming van schade aan gewassen , Ja Ja Ja vee , bossen , visserij Ja Ja Ja ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek , onderwijs , uitzetten en Ja Ja Ja herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang , Nee Ja Ja met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling Nee Nee Ja schade en overlast , ter beperking omvang Nee Nee Ja populatie , ter bestrijding van lijden en ziekte , bestendig beheer en onderhoud (ook natuurbeheer) , algemeen belang , bestendig gebruik
Zorgplicht Er dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 11. 27 Bal van de Ow. Deze zorgplicht houdt o. a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor in het wild levende dieren en planten deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht heeft betrekking op de gebieds- en op de soortbescherming. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. ,
,
1.
2.
Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving ; De zorg bedoeld in het eerste lid houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) Dergelijke handelingen achterwege laat dan wel b) Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen of c) Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt ; Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. ,
,
,
,
,
,
,
,
3.
Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
blad 27 van 36
Natuurtoets realisatie overkluizing Zwartwaterbeek te Venlo-Noord projectnummer 0509672. 100 23 april 2026 revisie 00 Gemeente Venlo
Ow - Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is vastgelegd in artikel 11. 1 tot en met 11. 9 Bal van de Ow. Hierin wordt de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Hiermee zijn de verplichtingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor zover die betrekking hebben op gebiedsbescherming geïmplementeerd in het Nederlands recht. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingdoelstellingen beschrijven voor de voor het gebied aangewezen habitattypen en soorten of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Voor activiteiten of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Deze omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit worden verleend door de provincies of door de Minister van LVVN. ,