618130 Bijl13 Nota van Zienswijzen TAM Hoofdstuk 22K de Berktweg 13-17 Hout-Blerick.pdf
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K De Berktweg 13-17 Hout-Blerick Het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22K De Berktweg 13-17 Hout-Blerick heeft voor eenieder gedurende 6 weken tot en met 3 februari 2026 ter inzage gelegen. Genoemde stukken konden verder worden geraadpleegd via de website www.regelsopdekaart.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. Op afspraak konden de planstukken op het Stadskantoor in Venlo worden ingezien. Er is in totaal 1 schriftelijke zienswijze ingediend. Van de mogelijkheid om mondeling een zienswijze in te dienen, is geen gebruik gemaakt. De zienswijze is binnen de termijn van terinzagelegging ingediend en voldoet aan de voorwaarden. Deze is daarmee ontvankelijk. In deze nota treft u de zienswijze geanonimiseerd samengevat aan voorzien van ons commentaar (schuingedrukt). Bij de beoordeling van de zienswijze is wel de volledige brief, zoals deze bij de gemeente is ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen. Deze nota zal bij de vaststelling van het TAM-omgevingsplan elektronisch beschikbaar worden gesteld. Reclamant 1 Een gemachtigde dient namens de reclamant een zienswijze in. De percelen van reclamant grenzen aan het plangebied. Reclamant geeft aan dat door de wijziging van het omgevingsplan een onrechtmatige beperking ontstaat voor het gebruik van zijn agrarische gronden.
Het recht om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken gewasbeschermingsmiddelen wordt namelijk uitgesloten. Reclamant is het niet eens met het planologisch-juridisch borgen van een spuitvrije zone op een gedeelte van de agrarische percelen. Reclamant stelt ook dat het niet is toegestaan om op deze manier de woningen planologisch in te passen. Hiervoor wordt in de conclusie van de reactie verwezen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. ECLI:NL:RVS:2026:929). Hierin wordt aangegeven dat in het algemeen een in acht te nemen afstand van 50 meter aanvaardbaar is, en in het geval van afwijken daarvan, naar een kortere afstand, een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek is vereist. Het is volgens reclamant ook niet relevant om te benoemen dat er geen of nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Hiervoor wordt verwezen naar de conclusie van bovengenoemde uitspraak, waarin is overwogen dat in besluitvorming moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Reclamant verzoekt van vaststelling af te zien omdat niet is voldaan aan een deugdelijke ruimtelijke ordening.
1
Notitie
Reactie gemeente Reclamant woont op een perceel dat grenst aan het plangebied. Deze gronden hebben in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, onderdeel ‘Buitengebied Laerbroeck’, deels de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlak en deels de bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ zonder bouwvlak. Reclamant haalt diverse rechterlijke uitspraken aan en trekt hieruit enkele conclusies. Het is inderdaad zo dat: In het geldende plan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen planologisch-juridisch mogelijk is ter plaatse van het agrarisch perceel; Een afstand van 50 meter tot gevoelige functies (zoals woningbouw) in beginsel aanvaardbaar is, volgens de vuistregel in de rechtspraak; Een kortere afstand slechts kan worden aangehouden op het moment dat locatiespecifiek onderzoek aantoont dat dit mogelijk is; De feitelijke situatie niet leidend is in de afweging al dan niet over te gaan tot een spuitvrije zone, maar de maximale planologische mogelijkheden. Gelet op de rechterlijke uitspraken over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en nieuwe gevoelige functies wordt de lijn gehanteerd dat woningbouw slechts planologisch-juridisch kan worden toegestaan als het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt uitgesloten binnen een afstand van 50 meter. In de regels van het TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22K De Berktweg 13-17 Hout-Blerick’ is dit dan ook opgenomen.
In deze situatie wordt het opleggen van een spuitvrije zone als de enige manier gezien om te borgen dat er geen gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt binnen de afstand waarin deze gezondheidsrisico’s kunnen opleveren voor toekomstige bewoners. Alleen de omschrijving van de feitelijke situatie is volgens de rechtspraak niet voldoende. Indien er geen spuitvrije zone is opgenomen rondom de gevoelige functies, is het juridisch niet relevant welk grondgebruik feitelijk plaatsvindt en of gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Daarom is er bij voorliggende ontwikkeling er wél een spuitvrije zone opgenomen. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies is de planregel dan ook noodzakelijk. Wanneer bij een initiatief spuitzonering aan de orde is, kan de initiatiefnemer proberen in goed overleg uit te komen met de eigenaren van omliggende percelen. Dat is dan ook de inzet geweest. De initiatiefnemers zijn met andere grondeigenaren tot overeenstemming gekomen over de opgenomen spuitvrije zone. Echter niet met reclamant. Dit is, buiten andere belangen die spelen, een aspect dat relevant is voor het al dan niet vaststellen van het TAM-omgevingsplan. De volgende af te wegen belangen zien wij: 1. De belangen vanuit het initiatief. De aanleiding van dit plan is de herinrichting van het laagterras van de Maas.
Door de verplaatsing van de bestaande kering, komen 16 woningen buitendijks te liggen. Voor de bewoners van dit gebied is het er niet meer veilig om te blijven wonen. Bij een hoge waterstand van de Maas zou dit gebied namelijk geregeld onder water zal komen te staan. De eigenaren van de betreffende woningen hebben de wens uitgesproken tot een mogelijke herhuisvesting in het projectgebied. Samen met de partners van het project hebben wij ons als gemeente bereid verklaard om ons in te spannen om herhuisvesting in het gebied mogelijk te maken. De locatie 2
Notitie
Tangveld is een van de locaties. Ook hebben wij ons ingezet om te onderzoeken of gevraagd individueel maatwerk mogelijk is op andere locaties, buiten Tangveld. De bewoners van de Berktweg 13 en 17 hebben dit gevraagd. Het initiatief is voorstelbaar, aangezien er geen nieuwe woningen worden toegevoegd, maar verplaatst. Hierdoor doet het initiatief geen afbreuk aan de ruimtelijke waarden in het gebied: doorkijken, dichtheid en open gebieden. Met dit plan wordt dus een eerste stap gezet voor de verplaatsing van de bewoners uit het projectgebied. 2. Het belang van reclamant. Het perceel van reclamant grenst rechtstreeks aan het plangebied. Het perceel heeft een omvang van ruim 1 hectare. Hiervan heeft ruim 1.000 m2 de functie Wonen en is ingericht als woonperceel. Op luchtfoto’s is te zien dat in 2020 een paardenstal is opgericht en de rest van het perceel is ingericht als paardenweide. Ook is er een rijbak voor paarden aanwezig. Door het opleggen van een spuitvrije zone mogen tot op ongeveer de helft van het perceel in de toekomst geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Het agrarische gebruik blijft op dit gedeelte wel planologisch toegestaan. 3. Feitelijk lijkt het perceel momenteel dus niet te worden gebruikt voor agrarische bedrijfsvoering of akkerbouw. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is nu planologisch-juridisch niet uitgesloten op het perceel.
Het is echter onduidelijk waarom reclamant onevenredig wordt beperkt in zijn gebruiksmogelijkheden als dit wel wordt uitgesloten. Ten tijde van dit vast te stellen omgevingsplan, is niet aannemelijk dat er sprake is van een agrarisch gebruik met gewasbeschermingsmiddelen. Reclamant gebruikt de gronden namelijk niet bedrijfsmatig voor het telen van gewassen om in zijn inkomen te voorzien. Reclamant geeft ook niet aan in zijn zienswijze waarom dit zo is. Tevens blijkt uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat op het adres van reclamant geen onderneming in de vorm van een agrarisch bedrijf staat ingeschreven. Daarnaast is het perceel zodanig beperkt van omvang dat dit opzichzelfstaand niet rendabel is voor duurzame agrarische bedrijfsvoering, ook niet in de toekomst. Reclamant heeft niet kenbaar gemaakt of anderszins is aannemelijk geworden, dat het perceel is en/of in de toekomst wordt verpacht aan derden. Reclamant heeft geen concreet voornemen bekend gemaakt het wel agrarisch met gewasbescherming te gaan of te laten gebruiken. Een dergelijk gebruik is redelijkerwijs ook niet voorzienbaar binnen afzienbare tijd. Uit de zienswijze blijkt onvoldoende wat het reële belang van reclamant is. Het belang lijkt niet actueel. 4. Er is geen reden om geen spuitvrije zone op te nemen, als een kortere afstand aan te houden.
In de gevallen waarbij een locatiespecifiek onderzoek heeft geleid tot een kortere afstand, gaat het bijvoorbeeld om de aanwezigheid van afschermende bebouwing (ECLI:NL:RVS:2026:1410). Daarvan is in deze situatie geen sprake. Het plangebied ligt direct aangrenzend tegen de percelen van reclamant. Er is in de huidige situatie geen sprake van afscheidende beplanting of bebouwing tussen de percelen, waardoor 3
Notitie
eventuele drift gereduceerd kan worden. Evenmin zijn er bouwmogelijkheden op grond van het plan. In bovengenoemde uitspraak was machinaal spuiten praktisch niet mogelijk. Dit zat in de omstandigheid dat het perceel niet bereikbaar was. Daar is in dit geval ook geen sprake van. Mede gelet op het feitelijk gebruik, zoals beargumenteerd onder 3, is er geen locatiespecifiek onderzoek uitgevoerd. In dit geval is er reden om het maatschappelijke belang van de verplaatsing van de woningen uit het overstromingsgebied zwaarder te laten wegen dan het individuele belang van reclamant. Het gebruik van het perceel door reclamant wordt niet ernstig beperkt door de spuitvrije zone. Niet aannemelijk is gemaakt dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt op het perceel. Onder meer is ter zake geen administratie overlegd waaruit dit volgt. Ook in het geval er wel al sprake zou zijn om het perceel te gaan gebruiken of te laten gebruiken voor agrarisch gebruik met gewasbeschermingsmiddelen, blijft het perceel gedeeltelijk bruikbaar hiervoor. Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen.
4