604394 Bijl05 Treasurystatuut Venlo 2026.pdf
Tekst van het document
TREASURYSTATUUT VENLO 2026
GEMEENTE VENLO
Treasurystatuut Venlo 2026
|
1
Teamnaam: Financiën Datum: 28 januari 2026 Ons kenmerk: 572814
2
|
Treasurystatuut Venlo 2026
TREASURYSTATUUT VENLO 2026...................................................................5 ALGEMEEN...................................................................................................... 5 I BEGRIPPENLIJST........................................................................................ 5 Artikel 1.......................................................................................................... 5 II DOELSTELLINGEN VAN DE TREASURYFUNCTIE........................................9 Artikel 2.......................................................................................................... 9
RISICOBEHEER................................................................................................ 9 III UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER..........................................................9 Artikel 3.......................................................................................................... 9 IV RENTERISICOBEHEER...........................................................................10 Artikel 4........................................................................................................ 10 V KOERSRISICOBEHEER............................................................................10 Artikel 5........................................................................................................ 10 VI KREDIETRISICOBEHEER........................................................................10 Artikel 6........................................................................................................ 10 VII INTERN LIQUIDITEITSRISICOBEHEER....................................................11 Artikel 7........................................................................................................ 11 VIII VALUTARISICOBEHEER.......................................................................11 Artikel 8........................................................................................................ 11
GEMEENTEFINANCIERING.............................................................................11 IX FINANCIERING......................................................................................11 Artikel 9........................................................................................................ 11 X LANGLOPENDE UITZETTINGEN..............................................................12 Artikel 10...................................................................................................... 12 XI NETTING............................................................................................... 12 Artikel 11...................................................................................................... 12 XII RELATIEBEHEER..................................................................................13 Artikel 12...................................................................................................... 13
KASBEHEER.................................................................................................. 13 XIII GELDSTROMENBEHEER......................................................................13 Artikel 13...................................................................................................... 13 XIV SALDO- EN LIQUIDITEITENBEHEER.....................................................13 Artikel 14...................................................................................................... 13
ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE...........................14 Treasurystatuut Venlo 2026
|
3
XV UITGANGSPUNTEN ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE................................................................................................ 14 Artikel 15...................................................................................................... 14 XVI VERANTWOORDELIJKHEDEN...............................................................15 Artikel 16...................................................................................................... 15 XVII BEVOEGDHEDEN...............................................................................17 Artikel 17...................................................................................................... 17 XVIII INFORMATIEVOORZIENING...............................................................20 Artikel 18...................................................................................................... 20 XIX INWERKINGTREDING..........................................................................21 Artikel 19...................................................................................................... 21
TOELICHTING................................................................................................ 22
4
|
Treasurystatuut Venlo 2026
Treasurystatuut Venlo 2026 Deze regeling is in werking getreden op 01-01-2026
Algemeen I Begrippenlijst Artikel 1 In dit statuut wordt verstaan onder: Agentschap
Het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Financiën, dat onder meer verantwoordelijk is voor de uitvoering van Schatkistbankieren;
Certificate of Deposit (CD)
Vastrentende waarde die tussentijds verhandelbaar is;
Commercial Paper (CP)
Verhandelbare vastrentende schuldbekentenis (lening) die is uitgegeven zonder zekerheden. De looptijd is gewoonlijk korter dan twee jaar, over het algemeen tussen één en zes maanden;
Daggeld
Een opname of uitzetting voor zeer korte termijn. Ook wel callgeld genoemd;
Deposito
Het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode niet vrij beschikt kan worden;
Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen, valuta’s of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
Drempelbedrag
Openbare lichamen zijn gerechtigd om een bepaald bedrag aan middelen buiten ‘s Rijks schatkist aan te houden. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten Treasurystatuut Venlo 2026
|
5
’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag;1 EER
Europese Economische Ruimte. Tot de EER behoren naast de landen van de Europese Unie ook Liechtenstein, Noorwegen en IJsland;
Financiële onderneming
Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van bank mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen;
Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. De financieringsmiddelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
Forward start payer swap
Payer swap met een overeengekomen toekomstige begindatum;
Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
Kasgeldlimiet
Een wettelijke norm op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar die de hoogte van de kortlopende leningen van decentrale overheden beperkt;
Koersrisico 1
6
Art. 7 Regeling Schatkistbankieren |
Treasurystatuut Venlo 2026
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde
verminderen door negatieve koersontwikkelingen; Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige uitgaven en ontvangsten ingedeeld naar aard en tijdseenheid;
Medium Term Note (MTN)
Verhandelbare schuldbekentenis van een middellange lening aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden;
Payer swap
Renteswap waarbij de betaler een vaste rente over de nominale waarde betaalt en een variabele rente over de nominale waarde ontvangt;
Rating
De inschatting door een ratingbureau van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;
Receiver swap
Renteswap waarbij de betaler een variabele rente over de nominale waarde betaalt en een vaste rente over de nominale waarde ontvangt;
Rentecap
Financieel derivaat waarbij de koper gedurende een in de overeenkomst overeengekomen renteperiode van de verkoper een geldsom ontvangt indien de variabele rente zich boven een overeengekomen rentepercentage beweegt;
Renterisico
Het gevaar van ongewenste negatieve gevolgen voor de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
Renterisiconorm
Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido
Treasurystatuut Venlo 2026
|
7
gefixeerd percentage van de totale lasten van de begroting van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden door de hoogte van de aflossingen en renteherzieningen in dat jaar; Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;
Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
Solvabiliteitsratio van 0%
Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend en een minimum aansprakelijk vermogen van 0% tegenover aangehouden risicograad gewogen activum voorschrijft;
Swaption
Financieel derivaat dat de koper gedurende een bepaalde periode of op een bepaald moment het recht geeft om onder bepaalde voorwaarden een renteswap af te sluiten;
Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;
Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode
8
|
Treasurystatuut Venlo 2026
van één jaar of langer; Vastrentende waarden
Financiële producten die een vast rentepercentage bieden voor een bepaalde periode;
Wet fido
Wet financiering decentrale overheden.
II Doelstellingen van de treasuryfunctie Artikel 2 De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Risicobeheer III Uitgangspunten risicobeheer Artikel 3 Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente verstrekt leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de “publieke taak”. De gemeenteraad bepaalt de publieke taak; 2. De gemeente kan, met inachtneming van de regels m.b.t. het schatkistbankieren, middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan; 4. De gemeente verstrekt geen hypothecaire leningen aan het personeel en politieke ambtsdragers van openbare lichamen. Deze bepaling strekt zich ook uit over garanties door openbare lichamen van hypothecaire leningen aan het hiervoor
Treasurystatuut Venlo 2026
|
9
genoemde personeel door een andere instelling.
IV Renterisicobeheer Artikel 4 1. De kasgeldlimiet wordt niet langer dan twee kwartalen overschreden conform de Wet fido; 2. De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. Nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van een lening/uitzetting, wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand; 5. De gemeente heeft geen rentevisie en volgt de markt; 6. Binnen de kaders gesteld onder lid 1 tot en met lid 5, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen.
V Koersrisicobeheer Artikel 5 1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de producten te hanteren met een vastrentende waarde of garantieproducten; 2. Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.
VI Kredietrisicobeheer Artikel 6 1. Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten2: a. Uitzettingen vinden slechts plaats in ‘s Rijks schatkist of bij financiële ondernemingen die: i. gevestigd zijn in een EER-lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating3 afgegeven door ten minste twee erkende ratingbureaus en; ii. voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee erkende rating-bureaus. 2 3
Conform Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) Zie toelichting artikel 6
10
| Treasurystatuut Venlo 2026
b. Lid a is niet van toepassing op uitzettingen waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt. 2. Bij het verstrekken van een geldlening of het afgeven van een garantie uit hoofde van de publieke taak zullen zekerheden worden gevraagd van de geldnemer om het risico van betreffende geldlening of garantie zo goed mogelijk af te dekken. Bij voorkeur betreft dit hypothecaire zekerheden. 3. Verstrekte leningen uit hoofde van de publieke taak worden geclassificeerd op risico (laag, midden, hoog). Afhankelijk van het toegekende risicoprofiel wordt een beheervorm toegepast (beperkt, regulier, intensief).
VII Intern liquiditeitsrisicobeheer Artikel 7 De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op zowel een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), als een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar.
VIII Valutarisicobeheer Artikel 8 Valutarisico’s worden door de gemeente uitgesloten door uitsluitend gelden uit te zetten in euro’s en uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.
Gemeentefinanciering IX Financiering Artikel 9 Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; 3. Vóórdat een langlopende financiering wordt aangetrokken worden de effecten op de renterisiconorm en de schuldquotes meegewogen; 4. De toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse geldleningen, commercial papers (CP), certificates of deposit (CD) en medium term Treasurystatuut Venlo 2026 |
11
notes (MTN); 5. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens een financiering aan te gaan. Gunning vindt plaats aan de offerte met de beste prijskwaliteitverhouding (BPKV). Deze offertes worden in het dossier vastgelegd.
X Langlopende uitzettingen Artikel 10 Bij het langlopend uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie gelden de volgende uitgangspunten: 1. Het uitzetten van overtollige middelen mag alleen plaatsvinden bij: a. het Agentschap in het kader van Schatkistbankieren (in ’s Rijks schatkist); b. financiële instellingen tot het drempelbedrag; c. een decentrale overheid met dien verstande dat de gemeente geen uitzetting kan verstrekken aan openbare lichamen die met het financiële toezicht van de gemeente zijn belast. 2. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden; 3. Bij een langlopende uitzetting wordt het rendement minimaal vergeleken met de rente op de rekening courant van ’s Rijks schatkist en een deposito in ’s Rijks schatkist met gelijke looptijd. De gemeente streeft er verder naar meerdere offertes op te vragen alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden vastgelegd; 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden zijn spaarrekeningen, deposito’s, (staats)obligaties, commercial paper, beleggingsfondsen en onderhandse geldleningen.
XI Netting Artikel 11 1. De gemeente gaat geen leningen aan met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten; 2. Tijdelijk overtollige gelden van aangetrokken leningen voor projectfinanciering worden uitsluitend uitgezet bij de financiële instelling waar deze leningen zijn aangegaan4, voor zover hierdoor het drempelbedrag van het schatkistbankieren niet wordt overschreden. Anders worden de middelen in ’s Rijks schatkist aangehouden.
4
Conform Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo)
12
| Treasurystatuut Venlo 2026
XII Relatiebeheer Artikel 12 De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de 6 jaar geëvalueerd; 2. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6; 3. Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank; 4. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
Kasbeheer XIII Geldstromenbeheer Artikel 13 Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en op de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.
XIV Saldo- en liquiditeitenbeheer Artikel 14 Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op de rekening-courant; 4. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan; Treasurystatuut Venlo 2026 |
13
5. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, kasgeldleningen en deposito’s; 6. Bij een kortlopende uitzetting wordt het rendement minimaal vergeleken met de rente op de rekening courant van ’s Rijks schatkist en een deposito in ’s Rijks schatkist met gelijke looptijd. De gemeente streeft er verder naar meerdere offertes op te vragen alvorens een kortlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden vastgelegd.
Administratieve organisatie en interne controle XV Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle Artikel 15 In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd. De belangrijkste voorwaarden zijn: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe); b. de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 2. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 3. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten. Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle; 4. Bij het voorbereiden en versturen van betalingsopdrachten wordt de betaaladvieslijst voorbereid door twee afzonderlijke functionarissen.
De versturing van de betalingsopdracht vindt plaats nadat twee afzonderlijke functionarissen, niet zijnde de functionarissen die de betaaladvieslijst hebben voorbereid, een digitale handtekeningen hebben geplaatst. Binnen de financiële administratie zijn vier functionarissen geautoriseerd om de eerste handtekening te zetten en vier andere functionarissen geautoriseerd om de tweede handtekening te zetten; 5. Minimaal éénmaal per jaar vindt er een integrale interne controle plaats op alle treasury transacties en de naleving van relevante wet- en regelgeving. De Interne
14
| Treasurystatuut Venlo 2026
Controle wordt uitgevoerd door een andere functionaris dan de treasurer. De Interne Controle-bevindingen worden gerapporteerd aan de adviseur verbijzonderde Interne Controle.
XVI Verantwoordelijkheden Artikel 16 De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd: Functie
Verantwoordelijkheden
De Gemeenteraad
Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten; Het vaststellen van de paragraaf financiering in begroting en het jaarverslag; Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan; Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid; Het uitvoeren van de niet aan het college van B&W overgedragen treasuryactiviteiten.
Het college van burgemeester Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele en wethouders (B&W)
verantwoordelijkheid); Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties (voor zover de Gemeenteraad dit niet aan zich heeft voorbehouden); Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.
De portefeuillehouder
Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke
Financiën
verantwoordelijkheid).
De treasurycommissie
Klankbordgroep voor treasury aangelegenheden bestaande uit de portefeuillehouder Financiën, directeur bedrijfsvoering, concerncontroller, hoofd financiën, strategisch adviseur financiën en treasurer.
Concerncontroller
Het bewaken van de doelstellingen op het gebied van treasury; Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;
Treasurystatuut Venlo 2026 |
15
Functie
Verantwoordelijkheden Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van B&W.
Hoofd Financiën
Het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf financiering; Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten; Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W.
De hoofden (budgethouders)
Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun teams aanleveren aan team Financiën en team Administratie met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten; Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury; Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.
De treasurer
Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en een deel van het kasbeheer (i.e. het aantrekken en uitzetten van liquiditeiten). Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en de paragraaf financiering worden uitgevoerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door het hoofd; Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties; Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de medewerker financiële administratie; Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied; Het adviseren van de teams over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten; Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens t.b.v. de financiële administratie;
16
| Treasurystatuut Venlo 2026
Functie
Verantwoordelijkheden Het afleggen van verantwoording aan het hoofd over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten; Het rapporteren over actuele derivatenposities aan een erkend Europees transactieregister in het kader van EMIR wetgeving.
Hoofd Administratie
Het uitvoeren van het kasbeheer (m.u.v. het aantrekken en uitzetten van liquiditeiten) en het debiteuren- en crediteurenbeheer.
De externe accountant
Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
XVII Bevoegdheden Artikel 17 In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering: Nr.
Treasury activiteit
Bevoegd functionaris
Autorisatie door
Treasurer
Hoofd Financiën
Treasurer
Hoofd Financiën
Betalingsopdrachten voorbereiden en
Medewerker beheer
Twee afzonderlijke
versturen
cluster administratie
functionarissen
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer 1
Het uitzetten van geld via daggeld, deposito, spaarrekening en onderhandse lening tot een looptijd van maximaal 2 jaar
2
Het kortlopend aantrekken van geld via daggeld of kasgeld of kredietlimiet op de rekening courant.
3
financiële administratie 4
Het storten en onttrekken van middelen
Medewerker beheer
Twee afzonderlijke
aan ’s Rijks schatkist in het kader van
cluster administratie
functionarissen
schatkistbankieren voor zover dit niet
financiële
geautomatiseerd gebeurt
administratie
Bankrelatiebeheer 5
Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen
Treasurer
Hoofd Financiën
6
Bankcondities en tarieven afspreken
Treasurer
Hoofd Financiën
Treasurystatuut Venlo 2026 |
17
Nr.
Treasury activiteit
Bevoegd functionaris
Autorisatie door
Treasurer
Hoofd Financiën
Risicobeheer 7
8
Het kennisnemen van de jaarlijkse controlerapporten van SWS van de
(wordt geïnformeerd
sportorganisaties waarvoor borgstellingen
middels position
zijn verstrekt
paper)
Het beoordelen van jaarrekeningen en
Treasurer
Hoofd Financiën
begrotingen van organisaties waaraan
(wordt geïnformeerd
leningen of garanties zijn verstrekt
middels position paper)
Financiering en langlopende uitzettingen 9
Het afsluiten van langlopende
Treasurer
College van B&W
Treasurer
College van B&W
Treasurer
College van B&W
Treasurer
College van B&W
Hoofd Financiën
College van B&W
kredietfaciliteiten 10
Het aantrekken van langlopende gelden via onderhandse geldleningen, commercial papers (CP), certificates of deposit (CD) en medium term notes (MTN’s)
11
Het langer dan 2 jaar uitzetten van gelden via spaarrekeningen, deposito’s, (staats)obligaties, commercial paper, beleggingsfondsen, onderhandse geldleningen.
12
Het beleggen in MTN’s en garantieproducten
13
Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak voor een bedrag, vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend, tot € 200.000
18
| Treasurystatuut Venlo 2026
Nr.
Treasury activiteit
Bevoegd functionaris
Autorisatie door
14
Het verstrekken van leningen aan derden
Hoofd Financiën
College van B&W na
uit hoofde van de publieke taak voor
de Raad in de
bedragen, vermeerderd met het
gelegenheid te
uitstaande bedrag waarvoor de gemeente
hebben gesteld haar
in het verleden aan de aanvrager
wensen en
financieringssteun heeft verleend, gelijk
bedenkingen
aan of groter dan € 200.000 tot een
kenbaar te hebben
bedrag van € 1.000.000
gemaakt (raadsconsultatie)
15
Het verstrekken van leningen aan derden
Hoofd Financiën
Raad (besluit)
Treasurer
Hoofd Financiën
Hoofd Financiën
College van B&W
Hoofd Financiën
College van B&W na
uit hoofde van de publieke taak voor bedragen, vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend, gelijk aan of groter dan € 1.000.000 16
Het uitvoeren van betalingen uit hoofde van een overeengekomen kredietfaciliteit.
17
Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak voor een bedrag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend, tot € 200.000
18
Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak voor bedragen,
de Raad in de
vermeerderd met het uitstaande bedrag
gelegenheid te
waarvoor de gemeente in het verleden
hebben gesteld haar
aan de aanvrager financieringssteun heeft
wensen en
verleend, gelijk aan of groter dan
bedenkingen
€ 200.000 tot een bedrag van € 1.000.000
kenbaar te hebben gemaakt (raadsconsultatie)
Treasurystatuut Venlo 2026 |
19
Nr.
Treasury activiteit
Bevoegd functionaris
Autorisatie door
19
Het garanderen van gelden uit hoofde van
Hoofd Financiën
Raad (besluit)
de publieke taak voor bedragen, vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend, gelijk aan of groter dan € 1.000.000
XVIII Informatievoorziening Artikel 18 Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: Nr. 1
Informatie
Frequentie
Via de reguliere P&C-cyclus
Maandelijks /
aanleveren van gegevens m.b.t.
Incidenteel
toekomstige uitgaven en
bij nieuwe
ontvangsten voor de
besluiten
Informatie-
Informatie-
verstrekker
ontvanger
Hoofden
Treasurer
liquiditeitenplanning 2
Liquiditeitenplanning
Kwartaal
Treasurer
Hoofd Financiën
3
Kwartaalberichten treasury
Kwartaal
Treasurer
Directie en Treasurycommissie
4
Beleidsplannen treasury in
Jaarlijks
College van B&W
Gemeenteraad
Jaarlijks
College van B&W
Gemeenteraad
Kwartaal
Hoofd
Derden
paragraaf financiering van de begroting 5
Verantwoording in paragraaf financiering via het jaarverslag
6
Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido en Ministeriele Regeling IV3
20
| Treasurystatuut Venlo 2026
Administratie
XIX Inwerkingtreding Artikel 19 1. Dit treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2026. 2. Op dat tijdstip wordt ingetrokken het Treasurystatuut gemeente Venlo van 12 mei 2015.
Treasurystatuut Venlo 2026 |
21
Toelichting In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het bestuur in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelwijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de richtlijnen en limieten wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. De paragraaf financiering bij de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven.
De paragraaf financiering in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting: Artikel 2
In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente weergegeven, hieronder worden deze afzonderlijk toegelicht.
Artikel 2 lid 1
In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijvoorbeeld bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform) te zijn.
Artikel 2 lid 2
De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke wijze
22
| Treasurystatuut Venlo 2026
dit wordt gewaarborgd. Artikel 2 lid 3
De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.
Artikel 2 lid 4
De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.
Artikel 3 lid 1
De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen en daarnaast het prudente karakter van (overige) uitzettingen. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “De gemeenteraad bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. In dit licht is het dus niet een financiële afdeling die het politieke besluit voor dergelijke garanties en leningen voorbereidt. Wel wordt geadviseerd dat het gemeentebestuur het advies van de ambtelijke organisatie inwint voordat zij een beslissing neemt t.a.v. het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak.
Artikel 3 lid 2
Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en de memorie van Treasurystatuut Venlo 2026 |
23
toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido. De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente. Artikel 3 lid 3
Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s. Het beleid van de gemeente is dat er geen gebruik wordt gemaakt van financiële derivaten.
Artikel 4 lid 1
Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (conform de Wet fido) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).
Artikel 4 lid 2
Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (conform de Wet fido) te vermenigvuldigen met de totale vaste begroting per 1 januari van enig jaar (zie artikel 5 en 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).
Artikel 4 lid 3
Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig
24
| Treasurystatuut Venlo 2026
respectievelijk beschikbaar zijn. Artikel 4 lid 5
Een rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd indien men een rentestijging verwacht. De gemeente hanteert geen eigen rentevisie, maar volgt de markt.
Artikel 4 lid 6
Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van leningen en uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de liquiditeitenplanning blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn.
Artikel 5 lid 1
Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting aan het einde van looptijd minimaal gelijk is gebleven. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”) uitgekeerd. Bij het uitzetten van gelden op rekening-courant, spaarrekening, daggeld of deposito’s worden géén koersrisico’s gelopen. Het kan bij dergelijke producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij deposito’s en soms bij een spaarrekening). Certificates of deposit, commercial papers, obligaties en medium term notes zijn vastrentende waarden die (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse verkoop kunnen koersrisico’s worden gelopen. Wanneer deze waarden tot het einde van hun looptijd worden aangehouden zal minimaal de nominale waarde en de vooraf overeengekomen (minimale) rente worden uitgekeerd. Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële) instelling garandeert dat op de afloopdatum (een bepaald percentage van) de hoofdsom wordt uitgekeerd.
Garantieproducten keren vaak minder of geen rente uit en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een aandelenindex (zoals de AEX-index). Garantieproducten waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt Treasurystatuut Venlo 2026 |
25
gegarandeerd zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet fido. Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom gegarandeerd. Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijvoorbeeld ter hoogte van het inflatieniveau) te eisen. Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Artikel 5 lid 2
Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar – wegens wijziging in de liquiditeitenplanning - voor de afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan wordt niet 100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde van de uitzetting afhankelijk van de rente en resterende looptijd. Om deze koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken stemt de gemeente de looptijd van de uitzetting af op de liquiditeitenplanning.
Artikel 6 lid 1
Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen kan uitzetten/beleggen. Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt toegekend door gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch Ratings. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch Ratings weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig”. Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat (bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van woningcorporaties).
Artikel 7
Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd
26
| Treasurystatuut Venlo 2026
van de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige uitgaven en ontvangsten van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op de meerjarige investeringsplanning van de gemeente is gekozen een liquiditeitenplanning met een periode van 4 jaar op te stellen. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat team Financiën juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige teams over de financiële gevolgen van hun activiteiten. Artikel 8
Door uitsluitend overeenkomsten te sluiten in euro’s wordt er geen valutarisico gelopen.
Artikel 9 lid 1
Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2a lid 2 van de Wet fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet fido) nadrukkelijk niet toegestaan.
Artikel 9 lid 2
Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd.
Artikel 9 lid 3
Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. Een Medium Term Note (MTN) is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimumlooptijd van één jaar en een minimumomvang van nominaal € 1.000.000. Deze maakt onderdeel uit van een medium term note programma. De term Commercial Paper staat voor verhandelbare schuldbekentenissen met een looptijd korter dan twee jaar, uitgegeven door niet-kredietinstellingen.
Artikel 9 lid 4
Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijvoorbeeld te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de op dat Treasurystatuut Venlo 2026 |
27
moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Artikel 10
Uitzettingen van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie hebben tot doel rente te genereren met tijdelijk overtollige middelen om zodoende renteresultaten te optimaliseren en dienen een prudent karakter te hebben, waaraan gehoor kan worden gegeven door te voldoen aan de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut. Het uitzetten van middelen is een bevoegdheid van de Treasurer met autorisatie door het Hoofd Financiën of college van B&W, afhankelijk van de looptijd van de uitzetting. Het verstrekken van leningen of het verstrekken van garanties uit hoofde van de publieke taak heeft tot doel de maatschappelijke effecten en programmadoelstellingen te bereiken. Er kan (vaak) niet worden voldaan aan de uitgangspunten van artikel 6 lid 1 en derhalve dienen zekerheden of garanties te worden geëist. Dit betreft een bevoegdheid van het Hoofd Financiën met autorisatie door het college van B&W, waarbij de Raad in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen kenbaar te hebben gemaakt in geval het gaat om een bedrag van € 200.000 of hoger tot een maximum van € 1.000.000 per jaar. Indien het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend gelijk is aan of hoger is dan € 1.000.000 is goedkeuring van de raad vereist.
Artikel 11
Het is gemeenten niet toegestaan middelen aan te trekken anders dan voor de publieke taak.
Artikel 12 lid 1
Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen in de momenten waarop de evaluatie van bankrelaties plaats heeft, is opgenomen dat deze evaluatie minimaal eens in de 6 jaar plaats moet hebben.
Artikel 12 lid 3/4
Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.
Artikel 13 lid 1
Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden
28
| Treasurystatuut Venlo 2026
afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren. Artikel 13 lid 2
Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden.
Artikel 14 lid 1
Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Artikel 14 lid 3
In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening-courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening-courant tegen vooraf overeengekomen condities.
Artikel 15
Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het treasurystatuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties.
Artikel 16
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 15 respectievelijk artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen Treasurystatuut Venlo 2026 |
29
te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen. Artikel 17
De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het college van burgemeester en wethouders. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid gebeurt dus vooral op ambtelijk niveau, met als voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming (=beschikkend), uitvoering, kas/bank/giro beheer (=bewarend), administratie en controle.
Artikel 18
De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1, 2 en 3), beleidsmatige informatie (punt 4) en verantwoordingsinformatie (punt 5 en 6). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente.
Artikel 18 punt 1
Teams dienen informatie te verschaffen in een zo vroeg mogelijk stadium waarin zich significante wijzigingen aandienen in hun verwachtingen omtrent tijdstip of omvang van toekomstige betalingen en ontvangsten (bijvoorbeeld bij uitstel van een grote investering).
30
| Treasurystatuut Venlo 2026
Treasurystatuut Venlo 2026 |
31