604394 Bijl02 Verordening leningen en garanties Venlo 2026.pdf
Tekst van het document
28
| Verordening leningen en garanties Venlo 2026
Daarnaast moet worden voorkomen dat financieringssteun wordt verstrekt aan geldnemers die niet integer zijn. Daarom wordt in onderdeel p geregeld dat een geldnemer zich dient te onthouden van gedragingen die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde en geen doelen mag nastreven die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. Onder het onthouden van gedragingen wordt tevens verstaan het nalaten van bepaalde gedragingen waardoor strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde ontstaat. Indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt of zal handelen, kan de aanvraag worden geweigerd. Tenslotte mag de financieringssteun geen onacceptabel risico voor de gemeentelijke begroting met zich meebrengen en moet passen binnen het gemeentelijke beleid. De beoordeling of er in een voorkomend geval sprake is van een onacceptabel risico voor de gemeentelijke begroting is voorbehouden aan het college. In een ideale situatie zal de geldnemer tijdig rente- en aflossingsverplichtingen voldoen en krijgt de geldgever zijn geld terug. In dat geval zijn er voor de gemeente geen kosten verbonden aan de financieringssteun. Maar het feit dat deze geldnemers niet zelfstandig geld kunnen lenen, geeft al aan dat er sprake is van een hoger risicoprofiel.
Daarnaast hebben leningen en garanties vaak een lange looptijd en kunnen gedurende deze looptijd wijzigende omstandigheden een (negatieve) invloed hebben op het risicoprofiel van de geldnemer en daarmee op de kans dat de gemeente schade leidt. Leningen en garanties zijn privaatrechtelijke overeenkomsten die de gemeente niet eenzijdig kan opzeggen, tenzij dit nadrukkelijk in de overeenkomsten is geregeld. Indien zich een risico manifesteert, dan resulteert dit in lasten voor de gemeente waarvoor geen budgettaire dekking is in de begroting. Hiermee zullen deze verliezen een aanslag doen op het gemeentelijke weerstandsvermogen. Op basis van een risicoanalyse wordt bepaald of het risico dat gepaard gaat met de financieringssteun acceptabel is of niet. Artikel 8 Overeenkomst van gemeentelening De financieringssteun wordt steeds voorwaardelijk verleend. Zo wordt de gemeentelening verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat binnen drie maanden na het besluit tot het verstrekken van een gemeentelening een overeenkomst van gemeentelening tot stand komt. In de overeenkomst van gemeentelening worden de privaatrechtelijke verhoudingen tussen de gemeente als geldgever en de aanvrager vastgelegd. De overeenkomst van geldlening
Verordening leningen en garanties Venlo 2026 |
29
wordt overeenkomstig een door of namens het college vastgesteld model opgesteld. De door het college vastgestelde Algemene Leningvoorwaarden zijn van toepassing op en maken deel uit van iedere overeenkomst van gemeentelening die valt onder de Verordening leningen en garanties Venlo 2026. Met het oog op marktconformiteit van de voorwaarden en condities zijn deze Algemene Leningvoorwaarden gebaseerd op de voorwaarden en condities die worden gesteld door de Bank Nederlandse Gemeenten aan hun geldnemers. Voor zover de inhoud van de Algemene Leningvoorwaarden afwijkt van of in strijd is met de inhoud van de overeenkomst van gemeentelening, gaat de inhoud van de overeenkomst van gemeentelening voor. Artikel 9 Rentepercentage en provisies Financieringssteun moet voldoen aan Europese regelgeving. Voorkomen moet worden dat er bij financieringssteun sprake is van staatssteun als bedoeld in artikel 107 eerste lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Hiervan is sprake als niet marktconforme voorwaarden en tarieven worden gehanteerd. Uitgangspunt bij leningverstrekking is het bij de geldnemer in rekening brengen van een marktconform rentepercentage. Dit rentepercentage bestaat uit de gemeentelijke inleenrente (de rente die de gemeente zelf voor een vergelijkbare lening op de markt moet betalen) vermeerderd met een kredietrisico-opslag.
Op basis van de kredietwaardigheid van de geldnemer in combinatie met de zekerheden in de vorm van hypotheek, pandrecht of anderszins en de looptijd van de onderliggende lening wordt de kredietrisico-opslag bepaald. Hierbij wordt rekening gehouden met de Europese staatssteunregels waarin het begrip marktconformiteit nader wordt uitgewerkt. Als het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend hoger is dan € 1,0 miljoen, wordt een second opinion gevraagd aan een extern adviesbureau over de kredietrisico-opslag. Het is (buiten de gemeente) gebruikelijk dat de renteopslagen dienen als voeding voor de (een) kredietrisico-reserve. Gemeente Venlo werkt niet met een separate kredietrisicoreserve maar met een algemeen weerstandsvermogen. Opslagen worden gestort in het weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen wordt dan gebruikt als buffer voor het opvangen van eventuele verliezen op verstrekte of gegarandeerde geldleningen.
30
| Verordening leningen en garanties Venlo 2026
Voor Diensten van algemeen economisch belang (DAEB) geldt een specifiek staatssteunregime dat afwijkt van het gewone staatssteunregime. Daarom is het van belang dat als er door de financieringssteun sprake is van bevoordeling in de zin van de staatssteunregelgeving de raad de activiteiten waarvan de financiering wordt ondersteund ook specifiek aanwijst als DAEB. Gelet op de complexe definitie van staatssteun, de deminimisvrijstelling en verschillende andere vrijstellingsverordeningen, de jurisprudentie en mededelingen van de Commissie zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of sprake is of zou kunnen zijn van staatssteun en zo ja, of de financieringssteun moet worden gemeld bij de Europese Commissie. In het laatste geval geldt een stand-still bepaling: de financieringssteun kan niet worden verleend zolang de Europese Commissie niet akkoord is. Indien er (passend binnen de Europese regelgeving) toch een “laagrentende” lening wordt verstrekt, dan dient bij leningen van € 1 miljoen of hoger binnen de begroting dekking te worden gevonden voor de voeding van het weerstandsvermogen met de niet in rekening gebrachte kredietrisico-opslag. Dergelijke voordelen zijn immers geen “gratis geld” en dat moet ook duidelijk worden in de vorm van budgettaire dekking. Daarmee is er ook sprake van een transparantere afweging binnen de bestuurlijke besluitvorming.
In voorkomend geval moet in de subsidiebeschikking worden vermeld welk voordeel de aanvrager hiermee verkrijgt. Ook kan een bereidstellingsprovisie in rekening worden gebracht. Dit is een vergoeding over het deel van de lening dat (nog) niet door de geldnemer is opgenomen, maar waarover al wel renteafspraken zijn gemaakt bij opname. Als het moment van opname voor de gemeente onzeker is, loopt de gemeente namelijk een renterisico. Het college kan besluiten om bij afsluiten van de lening een eenmalige (afsluit)provisie te rekenen ter dekking van eenmalige lasten die samenhangen met de leningverstrekking. Artikel 10 Renteherziening In de basis wordt de rentevoet voor de volledige looptijd van een geldlening vastgesteld. Mocht er een renteherziening zijn overeengekomen, moet de hoogte van de rentevoet door het college en de geldnemer in onderling overleg worden vastgesteld. De periode waarin partijen kunnen overleggen is beschreven in dit artikel. Als uiterlijk 2 weken vóór de renteherzieningsdatum geen overeenstemming is bereikt moet het college een definitief voorstel doen. Leidt dit vervolgens binnen 7 kalenderdagen nog steeds niet tot overeenstemming zal de restant leensom volledig door geldnemer moeten worden afgelost.
Verordening leningen en garanties Venlo 2026 |
31
Artikelen 11 tot en met 13 Garantie en overeenkomsten In plaats van leningverstrekking kan de gemeente er ook voor kiezen om op een andere wijze de noodzakelijke steun te geven voor de financiering van de geldnemer. Als een geldnemer geen financiering kan verkrijgen op eigen kracht, kan de gemeente namelijk zekerheid verstrekken aan de geldgever. De gemeente spreekt met de geldgever af dat als de geldnemer niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, de geldgever de gemeente kan aanspreken om de verschuldigde rente en aflossing te voldoen in plaats van de geldnemer. In dit artikel wordt de zekerstelling door de gemeente alleen beperkt tot de rente en aflossing. Vroeger werden in het Burgerlijk wetboek (BW) twee rechtsfiguren beschreven, een borgtocht en een garantieovereenkomst, met ieder hun eigen juridische kenmerken. In het huidige BW is alleen nog de borgtocht opgenomen (Burgerlijk Wetboek 7, artikel 850 e.v.). Aan het begrip garantie is geen vaststaande betekenis meer toegekend. Omdat bij juridische geschillen de wettelijk geregelde borgtocht een betere uitgangspositie biedt, verdient het de voorkeur om, indien mogelijk, alleen garanties te verlenen in de vorm van een borgtocht. Daar waar in deze verordening gesproken wordt over ‘garantie’ wordt dan ook bedoeld ‘borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW’, zie ook artikel 1 sub k.
Het recht op een garantie ontstaat respectievelijk vervalt, als de overeenkomsten, genoemd in de artikel 11 en 12, tot stand komen respectievelijk vervallen. In de overeenkomst van garantieverlening worden de privaatrechtelijke verhoudingen tussen gemeente als borg en de aanvrager vastgelegd. De overeenkomst van garantieverlening wordt overeenkomstig een door of namens het college vastgesteld model opgesteld. De door het college vastgestelde Algemene Garantievoorwaarden zijn van toepassing op en maken deel uit van iedere overeenkomst van garantielening die valt onder de Verordening leningen en garanties Venlo 2026. Aangezien de gemeente het risico dat de geldnemer niet voldoet aan zijn verplichting met betrekking tot de betaling van rente en aflossing overneemt van de geldgever, dient de gemeente zijn rechten jegens de geldnemer zo goed mogelijk te regelen. In de akte van borgtocht worden de privaatrechtelijke verhoudingen tussen de gemeente als borg en de geldgever als financier van de aanvrager geregeld.
32
| Verordening leningen en garanties Venlo 2026
Voor zover de inhoud van de Algemene Garantievoorwaarden afwijkt van of in strijd is met de inhoud van de overeenkomst van garantieverlening, gaat de inhoud van de overeenkomst van garantieverlening voor. Artikel 14 Garantiepremie en provisies Zoals het uitgangspunt bij leningverstrekking is dat bij de geldnemer een marktconform rentepercentage in rekening wordt gebracht (zie ook toelichting op artikel 9), is het uitgangspunt bij garantieverlening dat bij de geldnemer een marktconforme garantiepremie in rekening wordt gebracht. Deze garantiepremie is een vergoeding die wordt gerekend voor het risico dat de gemeente neemt. De garantstelling leidt voor de geldnemer tot een (betere) toegang tot de kapitaalmarkt en een voordeel in de rentekosten. Wanneer de gemeente zich garant stelt, dan zal de geldgever namelijk niet het risicoprofiel van de geldnemer als uitgangspunt nemen bij het bepalen van de hoogte van de rente, maar het risicoprofiel van de gemeente. Met gemeentegarantie is het rentepercentage van een lening voor een geldnemer slechts iets hoger dan het tarief waartegen de gemeente zelf op de markt kan lenen. Het risico wordt bijna volledig op de gemeente afgewenteld. Deze garantiepremie is gelijk aan het verschil tussen de rente die de geldnemer bij een gemeentelijke lening zou hebben betaald en de rente die voor een lening met gemeentegarantie wordt betaald.
De kredietwaardigheid van de aanvrager moet dus worden bepaald. Dit gebeurt op basis van een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. De hoogte van de garantiepremie is afhankelijk van de kredietwaardigheid. In principe wordt deze garantiepremie jaarlijks in rekening gebracht, maar het college kan besluiten om te kiezen voor een eenmalige verrekening bij aanvang van de lening. Als het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend hoger is dan € 1,0 miljoen, wordt een second opinion gevraag aan een extern adviesbureau over de garantiepremie. Evenals bij leningverstrekking geldt bij garantieverlening dat, indien er (deels) wordt afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme garantiepremie, voor leningen van € 1 miljoen of hoger binnen de begroting dekking dient te worden gevonden voor de voeding van het weerstandvermogen met de niet in rekening gebrachte garantiepremie. Het voordeel dat de aanvrager op deze wijze verkrijgt moet duidelijk worden gemaakt in de subsidiebeschikking.
Verordening leningen en garanties Venlo 2026 |
33
Het college kan besluiten om bij het verlenen van garantie provisies in rekening te brengen, zoals een eenmalige (afsluit)provisie ter dekking van eenmalige lasten die samenhangen met de garantieverlening. Artikel 15 Informatieplicht van de geldnemer De geldnemer dient de gemeente op eigen initiatief tijdig en schriftelijk te informeren over omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de besluiten tot het verlenen van financieringssteun en de overeenkomsten. Het college kan bepalen wat onder ‘tijdig’ wordt verstaan. Daarnaast is de geldnemer verplicht om mee te werken aan onderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd. Deze onderzoeken kunnen onder andere betrekking hebben op de investeringen die de geldnemer verricht met de verleende financieringssteun, op de financiële positie van de geldnemer of op zekerheidsrechten die de geldnemer heeft verstrekt aan de gemeente. Artikel 16 Nadere regels en overige verplichtingen van de geldnemer Het college kan nadere regels of verplichtingen stellen als geldgever of als borg om haar eigen financiële belangen te beschermen. Hierbij kan worden gedacht aan voorafgaande goedkeuring met betrekking tot de statuten, statutenwijzigingen en bestuurssamenstelling. Het college kan aanwijzingen geven met betrekking tot inrichting van de financiële administratie en informatieverstrekking.
Daarnaast kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de besteding van de door middel van de financieringssteun verkregen middelen. Hierbij moet worden gewaarborgd dat de te verlenen financieringssteun niet of in onvoldoende mate zal worden besteed aan investeringen die gericht zijn op de verwezenlijking van de publieke taak. De geldnemer is verplicht om de door de gemeente gevraagde zekerheidsrechten te verstrekken. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld hypotheekrecht en pandrecht. Nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat deze zekerheidsrechten niet (meer) of onvoldoende voldoen op het moment dat de gemeente genoodzaakt is om deze in te roepen. De geldnemer dient alles in het werk te stellen om eventuele risico’s of waardeverminderingen van de te financieren objecten en tot zekerheden strekkende objecten te beperken. Het college kan daarom nadere regels stellen met betrekking tot verzekering, instandhouding, bestemming, bezwaring en vervreemding van deze objecten. De geldnemer kan ook worden verplicht om op eerste aanvraag van het college alle verlangde inlichtingen en inzage in boeken en bescheiden te verstrekken die het college nodig acht voor de beoordeling van het financiële beheer van de geldnemer. Zo dient de geldnemer jaarlijks de jaarrekening van het afgelopen boekjaar en de begroting van het komende boekjaar toe te zenden.
Aan de hand van deze stukken kan onder andere de 34
| Verordening leningen en garanties Venlo 2026
financiële positie van de geldnemer worden beoordeeld. Het college kan ook vaststellen welke informatieverstrekking plaats moet vinden met betrekking tot bepaalde voornemens tot het verrichten van bepaalde rechtshandelingen en overige bijzondere ontwikkelingen in de onderneming van de geldnemer. De geldnemer dient die handelingen na te laten die de financiële belangen van de gemeente als geldgever of borg schaden. In nadere regels wordt vastgesteld voor welke (rechts)handelingen de geldnemer voorafgaande goedkeuring behoeft van het college en wat de gevolgen zijn bij niet nakoming van de verplichtingen door de geldnemer. Artikel 17 Verantwoording De geldnemer moet verantwoording afleggen over de financieringssteun. In dit artikel is geregeld welke informatie hij moet verstrekken en binnen welke termijn hij dat moet doen. Als de geldnemer niet aan dit artikel voldoet, kan het college de financieringssteun intrekken. Artikel 18 Intrekking of wijziging van het besluit tot het verstrekken van een gemeentelening Dit artikel geeft aan wanneer de gemeente een besluit tot het verstrekken van een gemeentelening kan intrekken of wijzigen. De in dit artikel opgenomen opsomming van intrekkings- en wijzigingsgronden is niet limitatief en vormt een uitwerking van de in de Awb geregelde intrekkings- en wijzigingsgronden.
Artikel 19 Intrekking of wijziging van het besluit tot het verlenen van garantie Bij garantieverlening ontstaat er een privaatrechtelijke verhouding tussen de gemeente en de geldgever door middel van de akte van borgtocht en een privaatrechtelijke verhouding tussen de gemeente en de geldnemer door middel van een overeenkomst van garantieverlening. Als een akte van borgtocht is gesloten met de geldgever, heeft intrekking of vernietiging van de subsidiebeschikking geen rechtstreekse gevolgen voor deze privaatrechtelijke overeenkomst. Die blijft bestaan. Het intrekken of wijzigen van een besluit tot het verlenen van garantie heeft dan ook alleen zin als de overeenkomst van geldlening tussen de geldnemer en de geldgever en de akte van borgtocht nog niet tot stand zijn gekomen. In principe dient deze overeenkomst binnen drie maanden na verzending van het collegebesluit tot stand te komen (artikel 12 lid 1). In artikel 19 worden de diverse intrekkings- of wijzigingsgronden genoemd. Deze zijn vergelijkbaar met de intrekkings- of wijzigingsgronden voor wat betreft verstrekte gemeenteleningen die zijn genoemd in artikel 18.
Verordening leningen en garanties Venlo 2026 |
35
Artikel 20 Kredietrevisie bij financieringssteun Jaarlijks moeten alle geldnemers aan wie financieringssteun is verleend worden beoordeeld op hun kredietwaardigheid. De uitkomst hiervan kan leiden tot een bijstelling van het risicoprofiel en bijbehorende toezichtsregime. Per toezichtsregime is aangegeven welke rating van toepassing is en hoe de kredietrevisie wordt uitgevoerd. Artikel 21 Hardheidsclausule Dit artikel bevat een hardheidsclausule, waarin is bepaald dat het college gebonden is aan deze verordening en daarvan in principe niet kan afwijken. Er kan alleen worden afgeweken als er sprake is van: -
bijzondere omstandigheden;
-
onevenredige gevolgen, en
-
gevolgen die onevenredig zijn in relatie met de doelen die door deze verordening worden gediend.
De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot bijzondere gevallen en behoeft goedkeuring van de raad. Artikel 22 Overgangsbepaling Dit artikel regelt dat de Verordening leningen en garanties Venlo 2026 niet van toepassing is op leningen/garanties die reeds zijn verstrekt of zijn vastgesteld voordat deze richtlijn in werking treedt. Artikel 23 Inwerkingtreding en toepassingsbereik De Verordening leningen en garanties Venlo 2026 treedt in werking op 1 januari 2026. Aanvragen waarvan de financieringssteun aanvangt op of na 1 januari 2026 worden beoordeeld op grond van de Verordening leningen en garanties Venlo 2026. Artikel 24 Citeertitel Als citeertitel van deze verordening wordt 'Verordening leningen en garanties Venlo 2026' gebruikt.
BIJLAGEN 36
| Verordening leningen en garanties Venlo 2026