560991 Bijl01 Handhavingsprotocol integriteitsschendingen politiek ambtsdagers.pdf
Tekst van het document
Handhavingsprotocol voor integriteitsschendingen politiek ambtsdagers gemeente Venlo
1
Inleiding Integriteit vormt de basis voor het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur. Om dit vertrouwen te behouden, is het essentieel dat alle bestuursorganen binnen de gemeente Venlo zich houden aan hoge normen van zorgvuldigheid, transparantie en onpartijdigheid. De Gemeentewet geeft de gemeenteraad hierbij een centrale rol. De gemeenteraad stelt namelijk de gedragscode vast voor zijn eigen leden (artikel 15, derde lid), voor de wethouders (artikel 41c, tweede lid) en de burgemeester (art 69, tweede lid). Hiermee bepaalt de raad de integriteitsregels voor het gehele gemeentebestuur. De gedragscodes van de raadsleden, de wethouders en de burgemeester vormen samen met dit protocol de basisstructuur van de bestuurlijk integriteit in de gemeente Venlo. 1[1] De gedragscodes (en de wetten waarop ze gebaseerd zijn) geven aan waar politieke ambtsdragers zich minimaal aan moeten houden, het protocol richt zich vervolgens op de naleving en handhaving van deze integriteitsregels. Gezien de positie van de gemeenteraad als hoogste bestuursorgaan kan de raad alleen zelf – op basis van gedeelde basisprincipes – afspraken maken waarmee zij zichzelf en anderen een zorgvuldige handhaving garanderen bij een vermoeden van een schending.
Via dit protocol krijgt de burgemeester, die bij wet al is aangewezen als hoeder van de integriteit, maar daarvoor geen speciale bevoegdheden heeft gekregen, van de gemeenteraad bepaalde taken en beslissingsbevoegdheden toebedeeld.2 Daardoor wordt de burgemeester in positie gebracht om in geval van vermeende integriteitsschendingen zodanig op te treden dat de zorgvuldigheid wordt gediend. De burgemeester wordt daarbij zo nodig bijgestaan door de Commissaris van de Koning die ook een wettelijke taak heeft rondom de handhaving van de bestuurlijke integriteit. 3 Ook andere politieke ambtsdragers of organen zoals de griffier, de gemeentesecretaris of de gemeenteraad hebben in de diverse processtappen in dit protocol een taak. Dit protocol is opgesteld om de handhaving van integriteit binnen het gemeentebestuur van Venlo helder en eenduidig vast te leggen. Het document bevat algemene uitgangspunten en beschrijft de procedures en maatregelen voor de verschillende bestuursorganen, met respect voor hun eigen positie en verantwoordelijkheden zoals wettelijk vastgelegd. Dit protocol heeft als doel om voor alle betrokkenen duidelijke en transparante stappen te schetsen bij (vermoedens van) integriteitsschendingen.
Door vooraf procedures vast te leggen, wordt gewaarborgd dat meldingen zorgvuldig en rechtvaardig worden behandeld, met respect voor de betrokkenen en het vertrouwen van de samenleving.’
1
Deze regelingen zijn openbaar en door derden te raadplegen. De raadsleden, wethouders en de burgemeester ontvangen bij aantreden een exemplaar van de op hen van toepassing zijn gedragscode en het Uitvoeringsprotocol. De CdK ontvangt tevens een exemplaar van de gedragscodes en het Uitvoeringsprotocol. 2
Artikel 170 lid 2 Gemeentewet: De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.
3
Artikel 182, lid 1.c Provinciewet: De commissaris is belast met het adviseren en bemiddelen bij verstoorde bestuurlijke verhoudingen in een gemeente en wanneer de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is. Artikel 182 lid 2 Provinciewet: De commissaris is bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevoegd alle vergaderingen van het gemeentebestuur bij te wonen en kennis te nemen van alle bescheiden waarover het gemeentebestuur beschikt en waarvan naar het redelijk oordeel van de commissaris kennisneming voor het vervullen van die taak nodig is.
2
Met de vaststelling van dit protocol onderstreept de gemeenteraad haar verantwoordelijkheid en leidende rol in het bevorderen van een integere en betrouwbare gemeentelijke overheid, waarin alle bestuursorganen gezamenlijk de integriteit hooghouden. Het protocol heeft meerdere doelen, te weten: - het garandeert een zorgvuldige procesgang aan alle politieke ambtsdragers vanaf een melding/signaal tot een mogelijke sanctionering; - het biedt specifieke routekaarten voor politieke ambtsdragers wanneer zij twijfelen of een handeling van een ander of een eigen handeling mogelijk een integriteitschending is of zal opleveren; - het biedt een routekaart voor de burgemeester (of Commissaris van de Koning) na afronding van een integriteitsonderzoek; - het biedt een instrumentarium voor de burgemeester en de Commissaris van de Koning om (tezamen) hun wettelijke taak uit te oefenen t.a.v. de naleving van integriteitsregels. [4] - het beschrijft de rollen en taken van overige politieke ambtsdragers in het handhavingsproces. Het protocol start met een beschrijving van de verschillende fases die van toepassing zijn in het proces van handhaving. Elk hoofdstuk bestrijkt één fase: 1) Bespreken en melden 2) Afweging en opvolgingsadvies 3) Opvolging 4) Beoordelen en sanctioneren en 5) Evalueren en leren.
Ten behoeve van fase 1 zijn de processtappen van de verschillende politiek ambtsdragers nader uitgewerkt in handige routekaarten (zie bijlagen 1,2, 3 en 4). In dit protocol wordt gesproken over integriteitsschendingen, hieronder wordt verstaan een schendingen van de gedragscode, interpersoonlijke schendingen en misstanden. Waar in dit protocol wordt gerefereerd aan raadsleden, wordt daaronder tevens verstaan burgerraadsleden
3
Vier basisprincipes voor een zorgvuldige handhaving 1. Onpartijdige handhaving Onze gedragscodes voor raadsleden en burgemeester en wethouders (en de wetten waarop ze gebaseerd zijn) definiëren integriteitsschendingen en leggen zo de morele minima vast waaraan hun handelen moet voldoen. De kern is dat de zuiverheid van de besluitvorming erdoor wordt gewaarborgd. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag in de handhaving geen rol spelen. Gebeurt dat toch, dan is de kans groot dat er onrecht geschiedt. Uit het beginsel van onpartijdige handhaving volgt dat alle volksvertegenwoordigers en bestuurders de discipline moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te staan.
2. Terughoudend met publiciteit In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd door de media. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitsschendingen door politici kan het echter voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan – met als gevolg willekeur, schade aan (onschuldige?) individuele ambtsdragers en aantasting van de geloofwaardigheid van de politiek. Daarom is het zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Hieruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep van personen die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk sprake blijkt te zijn van een integriteitsschending en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag, en heeft de burger er in principe recht op dat, de kwestie naar buiten worden gebracht.
3. Zorgvuldigheid tegenover de vermeende schender Iedereen die mogelijk een integriteitsschending heeft begaan, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Dat begint al voordat de betreffende handeling is uitgevoerd. Heeft een politiek ambtsdrager er weet van dat iemand van plan is om iets te doen wat een integriteitsschending kan opleveren, dan wordt verwacht dat deze hem of haar daarvoor waarschuwt en de weg wijst naar advies. Iedere politieke ambtsdrager die twijfelt, heeft recht op vertrouwelijk advies. Komt iemand onder de verdenking te staan van het plegen van een integriteitsschending, dan dient te worden beoordeeld of er grond is voor die verdenking. Als het opvolgingsadvies luidt om integriteitsonderzoek te doen, moet daarin ook de context worden meegenomen en dient de mate van verwijtbaarheid apart te worden beoordeeld. Een eventuele sanctie moet passend zijn en in verhouding staan tot de schending.
4. Bescherming van slachtoffers Iedereen die meent het slachtoffer te zijn van een interpersoonlijke schending – zoals discriminatie, pesten, seksuele intimidatie of seksueel geweld – heeft het recht om gehoord te worden, recht op een interventie om de schending stop te zetten en recht op hulp en zorg.
4
Fase 1 – Bespreken en melden Politieke ambtsdragers raadsleden, wethouders, burgemeester) kunnen twijfels hebben over eigen of andermans handelen. De eerste stap is het bespreekbaar maken:
Raadsleden: vragen advies aan de griffier. Wethouders: vragen advies aan de gemeentesecretaris. Burgemeester: vraagt advies bij de gemeentesecretaris of griffier Er kan advies gevraagd worden aan de strategisch adviseur integriteit
Het bespreken van twijfels met de persoon op wie de twijfel betrekking heeft, is in beginsel wenselijk. Dit draagt bij aan transparantie en zelfcorrectie. Er zijn echter situaties waarin het gesprek niet aangegaan hoeft te worden of zelfs wordt afgeraden, bijvoorbeeld:
Bij ernstige vermoedens waarbij het risico bestaat dat het gesprek het onderzoeksbelang schaadt; Wanneer de onderlinge verhouding dusdanig is verslechterd dat effectief aanspreken niet mogelijk is.
Bij ernstige vermoedens of bij aanhoudende twijfel vindt melding plaats bij de burgemeester. Indien de melding betrekking heeft op de burgemeester zelf, wordt deze gedaan bij de Commissaris van de Koning (CdK), die vervolgens de verdere afhandeling coördineert. Een melding vormt de formele overgang naar fase 2.
5
Fase 2 – Afweging en opvolgingsadvies In fase 2 start de beoordeling van de melding en daarvoor wordt alle relevante informatie vergaard. De burgemeester ontvangt de melding en schakelt met de strategisch adviseur integriteit, om een eerste beoordeling te doen. Indien nodig kan aanvullende specialistische deskundigheid ingeschakeld worden. Beoordeling (niet limitatief): 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Is de melding ontvankelijk en voldoende concreet? Valt de gedraging binnen de invloedsfeer van het bestuursorgaan. Gaat het om een vermoedelijke schending van een integriteitsregel? Is de mogelijke schending ernstig genoeg voor verder onderzoek? Kan er redelijkerwijs onderzoek gedaan worden (is het onderzoekbaar)? Is onderzoek de beste vorm van opvolging, of zijn er alternatieven (zoals herstel of gesprek)?
Opvolgingsadviezen kunnen zijn:
Geen vervolg nodig: als de melding onvoldoende onderbouwd is of geen integriteitsschending betreft. Gesprek of herstel: bijvoorbeeld een gesprek tussen betrokkenen om misverstanden uit te praten. Stopgesprek: bij aanhoudend ongewenst gedrag, zoals pesten of intimidatie. Mediation: als er sprake is van aanhoudende relationele of communicatieve spanningen. Integriteitsonderzoek: als er voldoende aanwijzingen zijn voor een ernstige schending. Voorbeeld: Een raadslid meldt dat een collega zakelijke belangen heeft bij een genomen besluit van de gemeenteraad. Als dit onderbouwd is, volgt mogelijk een onderzoek. De burgemeester heeft dan een gesprek met dit raadslid. Voorbeeld: Een wethouder wordt beticht van onprofessionele communicatie. Bij erkenning of duidelijke context kan een gesprek of mediation voldoende zijn.
Gesprekken in deze fase:
De strategisch adviseur integriteit voert een gesprek met de melder voor de nadere duiding van de melding. Op verzoek van melder kunnen de griffier of de gemeentesecretaris bij dit gesprek aanwezig zijn. Indien mogelijk wordt ook de betrokkene (de persoon op wie de melding betrekking heeft) gehoord over de feiten en zijn/haar kant van het verhaal.
Als de melding betrekking heeft op de burgemeester zelf, wordt deze afweging en het opvolgingsadvies uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van CdK. De burgemeester ontvangt in andere gevallen op basis van de afweging een schriftelijk opvolgingsadvies van de deskundige. Daarna besluit de burgemeester over het vervolg (overgaan naar fase 3 of afronden).
6
Fase 3 – Opvolging Wanneer besloten is tot opvolging, kiest de burgemeester (of de CdK) voor de passende vorm. Dat kan zijn: A. Een formeel integriteitsonderzoek:
De burgemeester geeft, tenzij de melding over hem- of haarzelf gaat, een opdracht aan de strategisch adviseur integriteit tot onderzoek. Bij meldingen over de burgemeester geeft de CdK de opdracht tot onderzoek. De strategisch adviseur integriteit formuleert de opdracht welke bijvoorbeeld een duidelijke vraagstelling, planning en toetsingskader bevat. Het onderzoek wordt primair door een extern deskundige uitgevoerd. De onderzoeker spreekt betrokkenen, verzamelt documenten en toetst aan wet- en regelgeving. De strategisch adviseur integriteit begeleidt namens de burgemeester het onderzoek.
B. Een alternatieve maatregel: Afhankelijk van de situatie beoordeelt de burgemeester wie uitvoering geeft aan de alternatieve maatregel. Voorbeelden van alternatieve maatregelen zijn:
Mediation: bijvoorbeeld als de samenwerking in een fractie is verstoord. Herstelgesprek: bijvoorbeeld als een raadslid zich kwetsend heeft uitgelaten tegenover een collega. Stoptraject: bijvoorbeeld bij herhaald grensoverschrijdend gedrag. Voorbeeld: Een wethouder maakt zich schuldig aan kleinerende opmerkingen richting medewerkers. In overleg wordt gekozen voor een combinatie van gesprek, training en een hersteltraject, zonder dat een formeel onderzoek nodig is.
7
Fase 4 – Beoordeling en sanctionering Als is vastgesteld dat er sprake is van een integriteitsschending, volgt een beoordeling van de ernst en de passende sanctie. De burgemeester doet een voorstel tot sanctie aan de gemeenteraad of het college, tenzij de melding over hem- of haarzelf gaat. In het geval van een schending door de burgemeester doet de CdK een voorstel aan de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist bij raadsleden én bij de burgemeester; het college beslist bij wethouders. Overzicht van sanctiemogelijkheden
Corrigerend gesprek: het aanspreken van betrokkene door burgemeester en/of fractievoorzitter. Oproep tot excuses: bijvoorbeeld in de raadszaal of intern binnen het college. Motie van treurnis of afkeuring of wantrouwen: politieke uiting van ongenoegen. Tijdelijke uitsluiting van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt: conform artikel 89 Gemeentewet. Ontslag: bij wethouders en burgemeester (geldt niet voor raadsleden) Royement uit fractie of partij: interne partijmaatregel. Strafrechtelijke vervolging: bij vermoeden van een misdrijf (bijvoorbeeld corruptie). Ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd: bijvoorbeeld lidmaatschap van een commissie, bijvoorbeeld de Auditcommissie. Verwijdering uit de raadsfractie: een interne maatregel van de politieke fractie waarbij het lid geen deel meer uitmaakt van de fractie. Het raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard: in uitzonderlijke situaties waarin het handelen onverenigbaar is met het raadslidmaatschap.
Toetsingskader voor sanctie:
Aard van de schending: raakt deze de zuiverheid van besluitvorming? Context: opzet, herhaling, druk van buitenaf, medewerking van betrokkene. Mate van erkenning: toont betrokkene inzicht of berouw?
8
Fase 5 – Evaluatie en leren Na afloop van ieder traject:
Evaluatiegesprek met betrokkene(n), indien nodig met begeleiding. Schriftelijke evaluatie bij complexe of politiek gevoelige kwesties. Eens per bestuursperiode: gezamenlijke evaluatie van dit protocol met fractievoorzitters, de burgemeester, gemeentesecretaris en griffier.
Doel is om te leren van het proces, patronen te herkennen en de integriteitscultuur te versterken. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Fase 1: Routekaart voor raadsleden Fase 1: Routekaart voor wethouders Fase 1:Routekaart voor de burgemeester Fase 4: Routekaart voor de burgemeester Routekaart integriteitsonderzoek
Slotopmerking Dit protocol treedt in werking na besluitvorming door de gemeenteraad en vervangt het Handhavingsprotocol uit 2018. Het protocol is een bestuurlijke afspraak, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid voor integriteit.
Bijlage 1: Routekaart voor raadsleden Bij twijfel over het eigen handelen of het handelen van een ander (fase 1 handhavingsprotocol). Deze routekaart helpt raadsleden in Venlo om stap voor stap te bepalen wat te doen bij twijfel over integer handelen.
1.
Twijfel over eigen handelen
a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft er twijfel? Het raadslid bespreekt dit samen met de griffier met de burgemeester.
9
3. De burgemeester geeft advies over de voorgenomen handeling en laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 4. Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als hiervan toch wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. Voorbeeld: Je twijfelt of je mag meepraten over een bouwproject waar je broer aan werkt. Je bespreekt dit eerst met de griffier. b. Handeling is al uitgevoerd 1. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft er twijfel? Het raadslid gaat samen met de griffier naar de burgemeester. 3. Erkent iedereen dat de handeling niet correct was? Dan meldt het raadslid dit zelf in de gemeenteraad. 4. Het raadslid maakt de handeling ongedaan of herstelt de schade, als dat kan. 5. Is er geen sprake van een gedeelde conclusie of vraagt de handeling desondanks verder onderzoek, beslist de burgemeester of de stap naar fase 2 van het handhavingsprotocol wordt gezet. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. Voorbeeld: Je hebt per ongeluk vertrouwelijke informatie gedeeld. Je bespreekt dit met de griffier en meldt het daarna zelf in de raad. 2. Twijfel over handelen van een ander raadslid a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1.
Het raadslid bespreekt de voorgenomen handeling met het andere raadslid, als dat kan. 2. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 3. Blijft de twijfel? Het raadslid gaat samen met de griffier naar de burgemeester. 4. De burgemeester adviseert het andere raadslid over de voorgenomen handeling. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 5. Het andere raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als hiervan toch wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het andere raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. Voorbeeld: Een collega raadslid wil stemmen over een besluit waarbij hij zakelijk belang heeft. Jij bespreekt dit en schakelt de griffier in.
b. Uitgevoerde handeling 1. Het raadslid bespreekt de voorgenomen handeling met het andere raadslid, als dat kan.
10
2. Erkent het andere raadslid de niet correcte handeling? Dan meldt het raadslid dit zelf aan de burgemeester en gemeenteraad. 3. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 4. Blijft er twijfel? Het raadslid gaat samen met de griffier naar de burgemeester. 5. Is er sprake van geen gedeelde conclusie of vraagt de handeling desondanks verder onderzoek, beslist de burgemeester of de stap naar fase 2 van het handhavingsprotocol wordt gezet. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit Voorbeeld: Je hoort dat een raadslid vertrouwelijke informatie heeft gedeeld. Bespreek je zorgen met het collega-raadslid als dat mogelijk is. 2. Vraag advies aan de griffier. 3. Twijfel blijft? Bespreek het met de burgemeester. Voorbeeld: Een raadslid maakt beledigende opmerkingen in een commissievergadering. Je spreekt hem/haar aan en schakelt zo nodig de griffier in.
11
3. Twijfel over handelen van een wethouder
a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. Het raadslid bespreekt de voorgenomen handeling met de wethouder wanneer dat mogelijk is. 2. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 3. Blijft er twijfel? Het raadslid meldt het bij de burgemeester. De burgemeester adviseert de wethouder. De burgemeester kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 4. Als dit gesprek niet leidt tot een gedeelde conclusie? Dan formuleert de burgemeester, na raadpleging van de strategisch adviseur integriteit, een advies aan de wethouder. 5. De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf aan het college van B&W en indien nodig aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het. Voorbeeld: Een wethouder overweegt subsidie te geven aan een stichting waar hij recent nog bestuurslid was. Je bespreekt dit en meldt het bij de burgemeester. b. Uitgevoerde handeling 1. Het raadslid bespreekt de twijfel met de wethouder wanneer dat mogelijk is. 2. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 3. Blijft er twijfel? Het raadslid meldt het bij de burgemeester.
De burgemeester adviseert, na raadpleging van de strategisch adviseurs integriteit, de wethouder. 4. De burgemeester beslist of de zaak wordt afgesloten of doorgaat naar fase 2 van het handhavingsprotocol. Voorbeeld: Een wethouder heeft een project in portefeuille waar familie van hem bij betrokken is. 1. Bespreek de twijfel met de wethouder als dat mogelijk is. 2. Vraag advies aan de griffier. 3. Blijft er twijfel? Bespreek het met de burgemeester. Voorbeeld: Een wethouder besluit over subsidie voor een organisatie waar hij bestuurslid is geweest. Je meldt dit na overleg met de griffier bij de burgemeester.
12
4. Twijfel over handelen van de burgemeester
a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Het raadslid en de griffier bespreken de casus met de burgemeester, als dat mogelijk is. De burgemeester kan dan in overleg met de strategisch adviseur integriteit zelf bepalen om een advies te vragen aan de Commissaris van de Koning (CdK). 3. De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelf aan de gemeenteraad, het college van B&W en de CdK. 4. Indien de burgemeester dit nalaat, informeert de CdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens het college van B&W en de gemeenteraad informeren. Voorbeeld: De burgemeester wil deelnemen aan overleg met een organisatie waar hij/zij recent nog werkte. Je meldt dit bij de CdK. B. Uitgevoerde handeling 1. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Het raadslid en de griffier bespreken de casus indien mogelijk, met de burgemeester. 3. Erkent de burgemeester het niet correct handelen? Dan meldt de burgemeester dit bij de CdK en de gemeenteraad. 4. Als het gesprek niet leidt tot een gedeelde conclusie meldt het raadslid de casus bij de CdK.
De Cdk beslist of de zaak wordt afgesloten of doorgaat naar fase 2 van het handhavingsprotocol Voorbeeld: De burgemeester maakte een afspraak met een lobbygroep zonder de raad te informeren. 1. Bespreek het met de burgemeester als dat mogelijk is. 2. Vraag advies aan de griffier. 2. Twijfel blijft of is ernstig? Meld het bij de Commissaris van de Koning (CdK). Voorbeeld: De burgemeester ondertekent een overeenkomst zonder dat hier een besluit aan ten grondslag ligt. Je bespreekt dit eerst met de griffier, en daarna met de CdK. 5. Twijfel over handelen van de griffier4
a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier, als dat mogelijk is. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft de twijfel? Het raadslid bespreekt de casus met de werkgeverscommissie. 4
Mocht er bij de griffier of een griffiemedewerker sprake zijn van een mogelijke integriteitsschending wordt de Regeling melding en onderzoek integriteitsschendingen van de ambtelijke organisatie gevolgd. Bevoegd gezag is dan respectievelijk de Werkgeverscommissie of de griffier.
13
3. De werkgeverscommissie adviseert de griffier. Zij kunnen advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 4. Volgt de griffier dit niet op, beslist de werkgeverscommissie over de opvolging. Zij kunnen advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. b. Uitgevoerde handeling 1. Het raadslid bespreekt de casus met de griffier, als dat kan. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft de twijfel? Het raadslid bespreekt het met de werkgeverscommissie. Zij kunnen zich laten adviseren door de burgemeester. De burgemeester kan zich advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 3. De werkgeverscommissie beslist over de opvolging. Zij kunnen zich laten adviseren door de burgemeester. De burgemeester kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. Voorbeeld: De griffier heeft een afspraak gemaakt buiten zijn mandaat. 1. Bespreek het met de griffier als dat kan. 2. Twijfel blijft? Bespreek het met de werkgeverscommissie. 6. Handelen van een ambtenaar of medewerker griffie5 1. Het raadslid meldt de casus bij de griffier. 2. Betreft de melding een ambtenaar, dan wordt de melding door de griffier doorgeleid naar de gemeentesecretaris, die beslist over een passende opvolging. 3. Betreft de melding een medewerker van de griffie, beslist de griffier over een passende opvolging.
De griffier kan zich hierin laten adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 4. Betreft de melding het handelen van de gemeentesecretaris zelf wordt de melding door de griffier doorgeleid naar de burgemeester.
Kort samengevat: Begin bij twijfel altijd bij de griffier. De burgemeester is het volgende aanspreekpunt. Gaat het over de burgemeester? Dan ga je naar de CdK
5
Mocht er sprake zijn van een mogelijke integriteitsschending is de Regeling melding en onderzoek integriteitsschendingen van de ambtelijke organisatie van toepassing. Bevoegd gezag is de Gemeentesecretaris.
14
Bijlage 2: Routekaart voor wethouders Bij twijfel over het eigen handelen of het handelen van een ander (fase 1 handhavingsprotocol) Deze routekaart helpt wethouders in Venlo om stap voor stap te bepalen wat te doen bij twijfel over integer handelen. Twijfel over eigen handelen a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft er twijfel? De wethouder bespreekt het samen met de gemeentesecretaris met de burgemeester. 3. De burgemeester geeft advies over de voorgenomen handeling en laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 4. De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als hiervan toch wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in het college en, zo nodig, in het fractievoorzittersoverleg. Samen wordt bepaald of het in de raad gemeld moet worden. Laat de wethouder dit na, doet de burgemeester het. Voorbeeld: Je overweegt deel te nemen aan een bijeenkomst van een organisatie die bij je vorige werk hoorde. Je bespreekt dit met de gemeentesecretaris. b. Handeling is al uitgevoerd 1. De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2.
Blijft er twijfel? De wethouder bespreekt het samen met de gemeentesecretaris met de burgemeester. 3. Erkent iedereen dat de handeling niet correct was? Dan meldt de wethouder dit zelf in het college van B&W. Daarnaast wordt het door de burgemeester besproken met de fractievoorzitters. Samen wordt bepaald of het nodig is om de zaak te melden in de gemeenteraad. 4. De wethouder maakt de handeling ongedaan of zal de schade herstellen, als dat kan. 5. Is er geen sprake van een gedeelde conclusie of vraagt de handeling desondanks verder onderzoek, dan beslist de burgemeester of de stap naar fase 2 van het handhavingsprotocol wordt gezet. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. Voorbeeld: Je hebt een opdracht gegeven aan een bevriende ondernemer zonder mandaat. Je bespreekt dit met de gemeentesecretaris en meldt het in het college.
15
Twijfel over handelen van een collega-wethouder a.
Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De wethouder bespreekt de twijfel met de collega-wethouder, als dat mogelijk is. 2. De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 3. Blijft er twijfel? De wethouder bespreekt het samen met de gemeentesecretaris met de burgemeester. 4. De burgemeester formuleert een advies aan de desbetreffende wethouder. De burgemeester vraagt hiervoor advies aan de strategisch adviseur integriteit. 5. De betreffende wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in het college van B&W en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het.
Voorbeeld: Je merkt dat een collega-wethouder wil deelnemen aan besluitvorming over een onderwerp waarbij zijn partner betrokken is. Je bespreekt dit eerst met hem en daarna met de gemeentesecretaris. b. Uitgevoerde handeling 1. De wethouder bespreekt de twijfel met de collega-wethouder, als dat mogelijk is. 2. Erkent de collega-wethouder de niet correcte handeling? Dan meldt deze dit zelf aan de burgemeester en het college van B&W en zo nodig de gemeenteraad. 3. De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 4. Blijft er twijfel? De wethouder bespreekt het samen met de gemeentesecretaris met de burgemeester. 5. Is er sprake van geen gedeelde conclusie of vraagt de handeling desondanks verder onderzoek, beslist de burgemeester of de stap naar fase 2 van het handhavingsprotocol wordt gezet. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit Voorbeeld: Een wethouder heeft zonder overleg onderhandeld met een commerciële partij waar hij persoonlijk contact mee heeft. Je meldt dit bij de burgemeester 3. a.
Twijfel over een raadslid Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De wethouder bespreekt de voorgenomen handeling met het raadslid, als dat kan. 2. De wethouder bespreekt de casus met de burgemeester. De burgemeester kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 3. De burgemeester adviseert het raadslid over de voorgenomen handeling. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit.
16
4. Het raadslid volgt in beginsel dit advies op. Als hiervan toch wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het Voorbeeld: Een raadslid wil tijdens een debat reclame maken voor een organisatie waar hij zelfs de bestuurder is. b.
Uitgevoerde handeling 1. De wethouder meldt de casus bij de burgemeester. 2. De burgemeester beslist of de zaak naar fase 2 van het handhavingsprotocol gaat. De burgemeester laat zich hierbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit.
Voorbeeld: Een raadslid heeft geheime informatie gedeeld met de pers. 3. a.
Twijfel over de burgemeester Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. De wethouder en de gemeentesecretaris bespreken samen de casus met de burgemeester als dat kan. De burgemeester kan dan zelf bepalen om een advies te vragen bij de Commissaris van de Koning (CdK). 3. De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelf aan de gemeenteraad, het college van B&W en de CdK. 4. Indien de burgemeester dit nalaat, dan informeert de CdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college van B&W en de gemeenteraad informeren. 5. Is het niet mogelijk de casus met de burgemeester te bespreken (zie 2) dan maakt de wethouder melding bij de CdK.
b. Uitgevoerde handeling 1. De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. De wethouder en de gemeentesecretaris bespreken de casus samen met de burgemeester, als dat mogelijk is. 3. Erkent de burgemeester de niet correcte handeling, dan meldt de burgemeester dit zelf bij de CdK en informeert het college van B&W en de gemeenteraad hierover. 4. Als het gesprek niet leidt tot een gedeelde conclusie, dan meldt de wethouder de casus bij de CdK. De CdK beslist of de zaak wordt afgesloten of doorgaat naar fase 2 van het handhavingsprotocol.
17
Voorbeeld: De burgemeester heeft zich laten uitnodigen voor een besloten bijeenkomst van een vastgoedontwikkelaar die plannen heeft in Venlo. Deze uitnodiging is niet vooraf besproken met het college. Je bespreekt dit met de gemeentesecretaris. Omdat de burgemeester de situatie niet herkent als een probleem en geen actie onderneemt, meld je het bij de CdK. Twijfel over de griffier 6 a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De wethouder bespreekt de casus met de griffier, als dat mogelijk is. De griffier kan advies vragen aan de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft de twijfel? Dan bespreekt de wethouder het met de burgemeester. 3. De burgemeester adviseert de griffier, door tussenkomst van de strategisch adviseur integriteit. 4. Volgt de griffier dit niet op? Dan meldt de burgemeester dit aan de werkgeverscommissie. Voorbeeld: De griffier wil een contract afsluiten met een softwareplatform voor bestuursmanagement waar zijn dochter werkt. b. Uitgevoerde handeling 1. De wethouder bespreekt de casus met de griffier, als dat kan. 2. Blijft de twijfel? De wethouder bespreekt het met de burgemeester. Deze kan zich laten adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 3. De burgemeester beslist over de opvolging. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit 6. Twijfel over een ambtenaar of medewerker griffier7 1.
De wethouder bespreekt de casus met de gemeentesecretaris/griffier. Deze kan zich laten adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 2. De gemeentesecretaris/griffier informeert zo nodig de burgemeester en/of werkgeverscommissie. Hij laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit.
Mocht er bij de griffier of een griffiemedewerker sprake zijn van een mogelijke integriteitsschending wordt de Regeling melding en onderzoek integriteitsschendingen van de ambtelijke organisatie gevolgd. Bevoegd gezag is dan respectievelijk de Werkgeverscommissie of de griffier. 6
Mocht er sprake zijn van een mogelijke integriteitsschending is de Regeling melding en onderzoek integriteitsschendingen van de ambtelijke organisatie van toepassing. Bevoegd gezag is de Gemeentesecretaris dan wel de griffier 7
18
3. In geval van twijfel over het handelen van de gemeentesecretaris zelf wordt de twijfel besproken met de burgemeester en informeert de burgemeester de andere leden van het college van B&W.
Kort samengevat: De wethouder bespreekt twijfel altijd met de persoon zelf, als dat mogelijk is. Blijft twijfel bestaan? Ga naar de burgemeester. Gaat het over de burgemeester zelf? Meld dit bij de CdK. Volg de stappen afhankelijk van of het gaat om voorgenomen of uitgevoerde handelingen.
19
Bijlage 3: Routekaart voor de burgemeester Bij twijfel over het eigen handelen of het handelen van een ander (fase 1 handhavingsprotocol) Deze routekaart helpt de burgemeester in Venlo om stap voor stap te bepalen wat te doen bij twijfel over integer handelen. Twijfel over eigen handelen c. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De burgemeester bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan zich laten adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft er twijfel? De burgemeester vraagt de CdK advies. De CdK formuleert een advies. 3. De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester van het advies afwijkt, meldt deze dit zelf aan de CdK, in het college van B&W en zo nodig, na consultatie met het fractievoorzittersoverleg, aan de gemeenteraad. 4. Indien de burgemeester dit nalaat, dan informeert de CdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens het college van B&W en indien noodzakelijk de gemeenteraad informeren. Voorbeeld: Je overweegt deel te nemen aan een bijeenkomst van een organisatie die bij je vorige werk hoorde. d. Uitgevoerde handeling 1. De burgemeester bespreekt de casus met de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris kan zich laten adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 2. Blijft er twijfel? De burgemeester bespreekt de casus met de CdK. 3.
Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van niet correct handelen, zal de burgemeester in ieder geval het college en indien noodzakelijk ook de gemeenteraad informeren, 4. De burgemeester herstelt de schending als dat kan. 5. De raad beoordeelt op basis van een advies van de CdK de politieke consequenties (zie fase 4). 6. Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de CdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet. De CdK laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. Voorbeeld: Je hebt een opdracht gegeven aan een bevriende ondernemer zonder aanbesteding en onderliggend besluit van het college. Je bespreekt dit met de gemeentesecretaris en meldt het in het college.
20
Twijfel over handelen van een raadslid a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De burgemeester bespreekt de voorgenomen handeling samen met de griffier met het raadslid, als dat kan. De burgemeester kan hierin geadviseerd worden door de strategisch adviseur integriteit. 2. Als dit gesprek met het raadslid niet leidt tot een gedeelde conclusie, formuleert de burgemeester na raadpleging van de strategisch adviseur integriteit een advies aan het betrokken raadslid. 3. Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. Voorbeeld: Een raadslid wil tijdens een debat reclame maken voor een organisatie waar hij zelf bestuurder is. b. Uitgevoerde handeling 1. De burgemeester bespreekt de uitgevoerde handeling samen met de griffier met het raadslid, als dat kan. 2. Als het raadslid erkent de niet correcte handeling te hebben begaan, informeert het raadslid de gemeenteraad hierover. 3. Het raadslid herstelt de handeling, als dat kan. 4. De raad beoordeelt op basis van een advies van de burgemeester de politieke consequenties (zie fase 4). 5. Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 van het handhavingsprotocol wordt gezet.
De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. Voorbeeld: Een raadslid heeft geheime informatie gedeeld met de pers. Twijfel over een wethouder a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De burgemeester bespreekt de voorgenomen handeling met de wethouder. 2. De burgemeester formuleert met tussenkomst van de strategisch adviseur integriteit een advies ten behoeve van de wethouder. 3. De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf aan het college van B&W en indien noodzakelijk aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het. Voorbeeld: Een wethouder overweegt deel te nemen aan beraadslaging en besluitvorming over een subsidie voor een stichting waar hij bestuurslid was. Je bespreekt dit en meldt het bij de burgemeester.
21
b. Uitgevoerde handeling 1. De burgemeester bespreekt samen met de gemeentesecretaris, de uitgevoerde handeling met de wethouder, als dat kan. 2. Als de wethouder erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert de wethouder het college van B&W en indien noodzakelijk de gemeenteraad hierover. 3. Indien mogelijk maakt de wethouder de handeling ongedaan. 4. De raad beoordeelt op basis van een advies van de burgemeester de politieke consequenties (zie fase 4). 5. Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 van het handhavingsprotocol wordt gezet. De burgemeester laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit.
Voorbeeld: Een wethouder heeft deelgenomen aan de beraadslaging en besluitvorming over een project waarbij zijn broer betrokken is. Handelen van de griffier 8 a. Voorgenomen handeling (nog niet uitgevoerd) 1. De burgemeester bespreekt de voorgenomen handeling met de griffier, als dat kan. 2. De burgemeester formuleert met tussenkomst van de strategisch adviseur integriteit een advies ten behoeve van de griffier. 3. De griffier volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de griffier dit zelf aan de werkgeverscommissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het. b. Uitgevoerde handeling 1. De burgemeester bespreekt de uitgevoerde handeling met de griffier, als dat kan. 2. Als de griffier erkent mogelijk een niet correcte handeling te hebben begaan, meldt deze dit zelf aan de werkgeverscommissie. 3. De griffier maakt de handeling ongedaan of zal de schade herstellen, als dat kan. 4. De werkgeverscommissie beslist over een passende opvolging. Zij kunnen zich hierbij laten adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 5. Bij aanhoudende twijfel is het aan de werkgeverscommissie om een besluit te nemen over een passende opvolging.
Mocht er bij de griffier of een griffiemedewerker sprake zijn van een mogelijke integriteitsschending wordt bij fase 2 de Regeling melding en onderzoek integriteitsschendingen van de ambtelijke organisatie gevolgd. Bevoegd gezag is de griffier en de Werkgeverscommissie. 8
22
Voorbeeld: De griffier heeft een afspraak gemaakt zonder mandaat van de raad. Bespreek het met de griffier als dat kan. 5. Handelen van een ambtenaar9 1. De burgemeester bespreekt de twijfel met de gemeentesecretaris. 2. De gemeentesecretaris beslist over een passende opvolging. Hij laat zich daarbij adviseren door de strategisch adviseur integriteit. 3. In geval van twijfel over het handelen van de gemeentesecretaris zelf wordt de twijfel besproken met de strategisch adviseur integriteit en wordt het handelen in combinatie met een passende opvolging, gemeld aan het college van B&W.
Mocht er sprake zijn van een mogelijke integriteitsschending wordt vanaf fase 2 de Regeling melding en onderzoek gemeenteambtenaren gevolgd. Bevoegd gezag is de Gemeentesecretaris. 9
23
Bijlage 4 Routekaart voor de burgemeester (of CdK) na afronding integriteitsonderzoek (bij Fase 4) Deze routekaart geeft aan welke processtappen er door de burgemeester (of CdK) moeten worden gezet nadat een integriteitsonderzoek naar een politiek ambtsdrager is afgerond. Handelen van een raadslid Geen integriteitsschending vastgesteld: De burgemeester deelt de onderzoeksresultaten mondeling met: Het betrokken raadslid De melder De griffier De fractievoorzitters Eventuele bredere bekendmaking in overleg met de fractievoorzitters. Wel integriteitsschending vastgesteld: De burgemeester: Beoordeelt de ernst van de schending (zwaarte-oordeel), na advies van de strategisch adviseur integriteit. Bespreekt in vertrouwelijk overleg met fractievoorzitters over: - Onderzoeksresultaten - Zwaarte-oordeel - Presentatie aan de raad - Communicatiestrategie naar de samenleving De burgemeester legt rapport en zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad.
De raad: Vormt een eigen oordeel Besluit over eventuele sanctie Vermijdt partijpolitieke beïnvloeding Handelen van een wethouder of de burgemeester Wethouder: Geen integriteitsschending vastgesteld: De burgemeester deelt de onderzoeksresultaten mondeling met: De betrokken wethouder De melder De collegeleden De griffier De fractievoorzitters Eventuele bredere bekendmaking in overleg met het college Wel integriteitsschending vastgesteld: De burgemeester: Beoordeelt de ernst van de schending (zwaarte-oordeel), na advies van de strategisch adviseur integriteit.
24
Bespreekt in vertrouwelijk overleg met fractievoorzitters over: - Onderzoeksresultaten - Zwaarte-oordeel - Presentatie aan de raad - Communicatiestrategie naar de samenleving De burgemeester legt rapport en zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad.
Burgemeester: Geen integriteitsschending vastgesteld: De CdK deelt de onderzoeksresultaten mondeling met: De burgemeester De melder De griffier De fractievoorzitters Het college van burgemeester en wethouders Eventuele bredere bekendmaking in overleg met de fractievoorzitters. Wel integriteitsschending vastgesteld: De CdK Beoordeelt de ernst van de schending (zwaarte-oordeel), na advies van de strategisch adviseur integriteit. - Bespreekt in vertrouwelijk overleg met fractievoorzitters over: - Onderzoeksresultaten - Zwaarte-oordeel - Presentatie aan de raad - Communicatiestrategie naar de samenleving Legt rapport en zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad. Handelen van griffier of griffiemedewerker Voor de griffier en de griffiemedewerkers wordt de regeling melding en onderzoek integriteitsschendingen van de ambtelijke organisatie gevolgd. Communicatie met de pers In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd, maar te vroege media-aandacht bij integriteitsschendingen kan schade veroorzaken. Terughoudendheid is noodzakelijk om onterechte veroordelingen te voorkomen, en pas na onderzoek mag de kwestie openbaar worden gemaakt.
Vanuit dit uitgangspunt wordt als volgt gecommuniceerd: Onderzoek naar een raadslid: Nadat de burgemeester het eigen zwaarte-oordeel aan de gemeenteraad heeft gepresenteerd – en nog vóór de raadsvergadering – stelt hij/zij de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen (zoals de melder, het raadslid wiens handelen is onderzocht, fractievoorzitters, raadsleden, politieke partijen) met de pers. Allen wachten daarmee tot na de raadsvergadering, aangezien dit de kans op onpartijdigheid sterk vergroot. Onderzoek naar de wethouder: Kort voor de raadsvergadering stelt de burgemeester de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers. Onderzoek naar burgemeester:
25
Kort voor de raadsvergadering stelt de CdK de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers. Onderzoek naar de griffier: Over een eventuele schending van de griffier wordt niet gecommuniceerd naar de pers, behalve als het een zwaardere schending met dientengevolge een zwaardere sanctie. De burgemeester brengt dan, kort nadat de werkgeverscommissie een besluit over sanctionering heeft genomen, de pers op de hoogte kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
26
Bijlage 5: Routekaart Integriteitsonderzoek: Een gids voor raadsleden, wethouders en burgemeester 1. Inleiding en leeswijzer 1.1 Inleiding Dit document is een routekaart voor raadsleden en richt zich op de processen die in gang worden gezet naar aanleiding van een melding van een vermoedelijke integriteitsschending. Een integriteitsonderzoek is een zorgvuldige procedure, voorbehouden aan professionals, die tot doel heeft feiten te verzamelen en vast te leggen. De doelen van deze routekaart is: 1. Handvatten bieden hoe zorgvuldig te handelen bij vermoedens van een schending. 2. Helderheid verschaffen aan iedereen die bij een onderzoek is betrokken over wat hen te wachten staat en wat hun rechten en plichten zijn. 3. Voor alle persoonsgerichte feitenonderzoeken eenzelfde set aan minimumeisen stellen. 4. De rol en taak van alle betrokken functionarissen beschrijven. In dit Onderzoeksprotocol dat gericht is op het garanderen van een zorgvuldig onderzoek zijn de volgende richtinggevende principes van toepassing: - Proportionaliteit en subsidiariteit: gekeken wordt of onderzoek nodig is en of dit in verhouding staat met de vermoedelijke integriteitsschending. Tijdens het onderzoek wordt steeds bekeken wat de minst ingrijpende onderzoeksmethode is die kan worden ingezet.
- Waarheidsvinding: het onderzoek is gericht op een volledig en accuraat beeld van de situatie en zowel belastende als ontlastende feiten en omstandigheden worden meegewogen. - Fairplay: er worden geen beloften gedaan tijdens het onderzoek die niet waar gemaakt kunnen worden en er wordt geen oneigenlijke druk uitgeoefend. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en er wordt geen onderscheid gemaakt in de behandeling tijdens het onderzoek van functionarissen. - Professioneel en onafhankelijk: alle functionarissen die te maken hebben met het onderzoek zijn professioneel en hebben geen betrokkenheid of persoonlijk belang bij de uitkomst van het onderzoek. - Kennis over onderzoek in kleine kring: tijdens een onderzoek wordt de kring van personen die kennis hebben van het onderzoek zo beperkt mogelijk gehouden om eventuele schadelijke gevolgen voor betrokkenen te voorkomen. Hieronder volgen eerst de bepalingen van het onderzoeksprotocol. In de toelichting is voor zover dit nodig was per hoofdstuk aanvullende informatie gegeven en zijn enkele van de meest voorkomende onderzoeksmethoden beschreven. 2. Het onderzoek De onderzoeksopdracht Als de burgemeester heeft besloten om onderzoek te laten verrichten, verstrekt hij daartoe een opdracht aan een extern onderzoeksbureau. De burgemeester fungeert formeel als opdrachtgever.
De strategisch adviseur integriteit werkt in opdracht van de burgemeester en is verantwoordelijk voor het opstellen van de onderzoeksopdracht, de begeleiding en coördinatie van het onderzoek en de rapportage en het advies aan de burgemeester hierover. De beslissingen ten aanzien van het onderzoek worden steeds voorgelegd aan de burgemeester voor goedkeuring. De opdrachtverstrekking bevat de volgende punten: de aanleiding van het onderzoek; een duidelijk omschreven opdracht;
27
de onderzoeksvragen; de te verwachten in te zetten onderzoeksmethoden; de bevoegdheden waarvan gebruik gemaakt kan worden; de grenzen waarbinnen gewerkt wordt; de te verwachten duur/doorlooptijd van het onderzoek; de te verwachten benodigde inzet; de wijze waarop en de frequentie waarmee de burgemeester op de hoogte wordt gehouden van de voortgang van het onderzoek; afspraken hoe (lang) gegevens verwerkt en bewaard worden.
Als gedurende het onderzoek op basis van bevindingen de behoefte bestaat om de opdracht te wijzigen, dan worden de wijzigingen ter goedkeuring voorgelegd aan de burgemeester en schriftelijk vastgelegd in de onderzoeksopdracht. 2.2. De onderzoekers De burgemeester draagt het onderzoek op aan een extern onderzoeksbureau dat zelf op geen enkele manier bij het vermoeden van de integriteitsschending betrokken is. De onderzoekers rapporteren aan de strategisch adviseur integriteit. De strategisch adviseur integriteit maakt met de onderzoekers vooraf afspraken over de wijze waarop tussentijds gerapporteerd wordt. De onderzoeksstrategieën worden, na goedkeuring van de strategisch adviseur integriteit, door de onderzoekers vastgesteld. Bij het bepalen van de procedures, strategieën en methoden van onderzoek worden de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit toegepast. De onderzoekers verrichten het onderzoek aan de hand van dit document. Een afwijking van dit document kan slechts na goedkeuring van de opdrachtgever. Voorafgaand aan, tijdens en na afloop van het onderzoek, stellen de onderzoekers zonder toestemming van de opdrachtgever geen informatie aan derden ter beschikking, tenzij de onderzoekers daartoe door een wettelijk voorschrift of gerechtelijke uitspraak worden verplicht. De gemeente blijft te allen tijde eigenaar van de informatie met betrekking tot het onderzoek.
De onderzoekers zullen bewijs niet onrechtmatig, dat wil zeggen niet in strijd met wet- en regelgeving of jurisprudentie vergaren. Ook zullen onderzoekers geen oneigenlijke druk uitoefenen op betrokkene of andere bij het onderzoek betrokken personen. Alle bij het onderzoek betrokken personen ontvangen van de strategisch adviseur integriteit een exemplaar van het onderzoeksprotocol, zodra om hun medewerking aan het onderzoek wordt verzocht. 2.3 Uitvoering onderzoek De betrokkenen die door de strategisch adviseur integriteit gevraagd worden om mee te werken aan het onderzoek, hebben zich met de vaststelling van het protocol door de gemeenteraad gecommitteerd om deze medewerking te verlenen De betrokkene heeft daarentegen het recht om zijn medewerking aan het onderzoek te weigeren, voor zover hij hiermee zichzelf in strafrechtelijke zin zou belasten. De personen waarmee in het kader van het onderzoek wordt gesproken ontvangen van de onderzoekers een verslag. Dit verslag is geen woordelijk verslag maar een zakelijke weergave van hetgeen is besproken. De onderzoekers leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de desbetreffende personen. Deze ontvangen het vastgestelde verslag.
28
Betrokkene mogen de onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen. De gespreksverslagen maken deel uit van het onderzoeksrapport. 2.4 Onderzoeksmethoden De onderzoekers kunnen tijdens een onderzoek beschikken over diverse van de opdrachtgever afgeleide, bevoegdheden. Deze bevoegdheden worden pas aangewend na toestemming van de opdrachtgever en met inachtneming van de volgende beginselen: - Proportionaliteit: de verhouding tussen de gebruikte onderzoeksmethode en het onderzoeksbelang dient te worden gewogen. De ingezette methode moet in verhouding staan tot de ernst van de zaak en de belangen van de betrokkenen; - Subsidiariteit: afgewogen moet worden of de gekozen onderzoeksmethode de beste manier is om het (onderzoeks)doel te bereiken. Er moet gekeken worden of er andere, minder ingrijpende methodes zijn, waarmee hetzelfde doel bereikt kan worden; - Hoor en wederhoor: zowel de melder van een vermoeden van een integriteitsschending wordt gehoord, als de persoon in kwestie. Hierbij wordt de persoon in kwestie ook in de gelegenheid gesteld om zijn eigen verhaal te vertellen; - Zorgvuldigheid: het onderzoek dient zorgvuldig plaats te vinden.
Alle rechten en belangen (de belangen van de persoon in kwestie, het belang van het onderzoek, het belang van de organisatie, de belangen van getuigen, melder en eventueel benadeelde) moeten worden afgewogen; - Rechtmatigheid: het meldpunt en onder diens aanwijzing werkzame onderzoekers zullen bewijs niet onrechtmatig vergaren en de rechten en plichten van betrokken personen worden in acht genomen. 3. De resultaten van het onderzoek 3.1. Het onderzoeksrapport Wanneer het onderzoek is afgerond, stellen de onderzoekers een onderzoeksrapport op. Het onderzoeksrapport bevat alle relevante informatie (inclusief de verslagen van de interviews met de betrokken) die gedurende het onderzoek is verkregen. Bovendien wordt in het onderzoeksrapport verantwoording afgelegd over de wijze waarop de informatie is vergaard. Zodra het onderzoek is afgerond, wordt de betrokkene zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk te reageren op de bevindingen die zijn neergelegd in het onderzoeksrapport. Bij het inzien van het onderzoeksrapport en/of het wederhoor is het mogelijk zich te laten vergezellen door een raadsman of een andere persoon naar keuze. De betrokkene wordt uitgenodigd op een locatie binnen de gemeente en in bijzijn van een onderzoeker worden alle relevante onderzoeksbevindingen aan de betrokkene ter beschikking gesteld.
Het is daarbij niet toegestaan dat de betrokkene stukken meeneemt of geheel of gedeeltelijk reproduceert. Voor deze handelwijze is gekozen ter bescherming van bij dit onderzoek betrokken getuigen. Het maken van aantekeningen is wel toegestaan. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om te reageren op de onderzoeksbevindingen. Daartoe krijgt hij een redelijke termijn om zijn oordeel te vormen over de resultaten van het onderzoek. Van de opmerkingen van de betrokkene naar aanleiding van inzage/wederhoor wordt een verslag gemaakt dat wordt gevoegd bij het onderzoeksrapport. De onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast en stellen dit ter beschikking van de opdrachtgever. De opdrachtgever gaat om met het onderzoeksrapport met in achtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. 3.2. Besluitvorming naar aanleiding van het onderzoek
29
Aan de hand van het onderzoeksrapport wordt een aanbiedingsbrief opgesteld door de strategisch adviseur integriteit aan de burgemeester. Hierin wordt een samenvatting van onderzoeksgegevens opgenomen en wordt een advies gegeven over een eventuele maatregel, Na ontvangst van de aanbiedingsbrief beoordeeld de burgemeester beoordeeld of met inachtneming van het advies of het onderzoeksrapport al dan niet aanleiding geeft tot het kwalificeren van de gedragingen als integriteitsschending. De betrokkene krijgt de gelegenheid om zijn reactie te geven over de bevindingen van het onderzoeksrapport. Burgemeester formuleert binnen twee weken een zwaarte-oordeel en bespreekt in vertrouwelijk overleg met fractievoorzitters over: Onderzoeksresultaten Zwaarte-oordeel Presentatie aan de raad Communicatiestrategie naar de samenleving De burgemeester legt voor beraadslaging het rapport en zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad. De burgemeester beoordeelt tevens of – indien dit nog niet is gebeurd –een externe instantie van het onderzoeksrapport op de hoogte moet worden gesteld. De melder wordt na afronding van het onderzoek geïnformeerd over de belangrijkste conclusies van het onderzoek. 3.3. De nazorg en evaluatie Na het onderzoek wordt aan de personen die betrokken zijn geweest gevraagd of er behoefte is aan nazorg. Als dit zo is, dan wordt passende nazorg geboden.
De strategisch adviseur integriteit zal de burgemeester adviseren en ondersteunen bij deze gesprekken. Een afgerond onderzoek naar een vermoeden van integriteitsschending kan ook aanleiding zijn om in (een) bijeenkomst(en) met raadsleden lering te trekken uit wat is voorgevallen. 4. Nadere uitwerking 4.1 Onderzoeksmethoden De opzet en aanpak van elk onderzoek hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Sommige onderzoeksmethoden zullen altijd aan de orde moeten komen, anderen weer niet. Bij een feitenonderzoek zijn diverse onderzoeksmethoden denkbaar. Een aantal methoden wordt hieronder beschreven. Daarbij is het mogelijk om in afwachting van een onderzoek bestanden veilig te stellen. a) Het interviewen van personen Een belangrijk deel van het onderzoek zal bestaan uit het voeren van gesprekken met de betrokkene en eventuele andere in- of extern betrokken personen. Deze gesprekken moeten op zorgvuldige wijze plaatsvinden zonder dat gebruik wordt gemaakt van ongeoorloofde psychische of fysieke druk of dwang dan wel misleidende mededelingen of gedragingen. Voordat het gesprek plaatsvindt, moeten de betrokken en overige te interviewen personen op de hoogte worden gesteld van de aard en het doel van het gesprek en van het recht zich te laten bijstaan door een raadsman of belangenbehartiger.
De betrokkene moet duidelijk worden gemaakt voor welk handelen of nalaten hij zich dient te verantwoorden. Het interview met de betrokkene zal altijd door twee personen gevoerd worden. Betrokkene kan zich laten bijstaan in het interview. Anonieme getuigenverklaringen zijn als bewijs alleen toegestaan indien er ook ander verifieerbaar bewijsmateriaal is en indien het handhaven van de anonimiteit op zeer zwaarwegende gronden noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij serieuze bedreigingen. Het collectief