557156 Bijl12 Bijlage E Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo Documentnummer: 24SP2952-adv-01
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs Ekkersrijt 2058 | 5692 BA Son en Breugel Postbus 94 | 5690 AB Son en Breugel T +31 499 471792 | info@socotec-geotechnics.nl KvK 17068712 www.socotec-geotechnics.nl
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo Opdrachtnummer: 24SP2952
Rapport betreffende Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740
Documentnummer 24SP2952-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 10 februari 2025
Opdrachtgever COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers Postbus 30203 2500 GE 's-Gravenhage
Opgesteld door: Ing. M.J.M. Vervoort
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Collegiale toets: Ing. H.C.M. Bosch
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten, boring B003
: : : : : : : : : :
24SP2952 Verkennend bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 463 Venlo COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers Ing. M.J.M. Vervoort 10 februari 2025 definitief 495 m2 x: 210663,60 y: 373550,60
2. Aanleiding en doel verkennend bodemonderzoek Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen realisatie van een tijdelijk dienstengebouw. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond boven de interventiewaarden aanwezig zijn. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor onderhavige onderzoekslocatie uitgegaan van de onderzoeksstrategie onderzoeksstrategie diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) uit de NEN 5740. Met name zware metalen, PAK en PCB zijn ‘kansrijk’ voor wat betreft de vaste bodem. Het grondwater bevond zich dieper dan 5,0 m - mv en is derhalve, conform normvoorschrift, niet onderzocht. Verder is in de zuidoostelijke hoek van de geplande nieuwbouw een asbestinspectiekuil gemaakt. Uit eerder onderzoek bleek dat in de 4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. Monster Traject > AW (m - mv)
>T
>I
MM1
0,00 - 0,50
cadmium, lood, zink, PAK, PCB’s
-
-
MM2
0,50 - 1,20
cadmium, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB’s
-
-
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
5. Conclusie en aanbevelingen Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw. Bevoegd gezag is de gemeente, derhalve wordt aanbevolen voorliggende rapportage aan de gemeente ter beoordeling te overleggen. Wel wordt het volgende opgemerkt. Indien bij de geplande bouwwerkzaamheden in meer dan 25 m 3 grond wordt gegraven, gaat het dan dus om het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde. Indien het niet gaat om ‘tijdelijk uitplaatsen’ of een spoedreparatie aan vitale infrastructuur, geldt een informatieplicht aan het bevoegd gezag. Ten minste een week van tevoren dient de initiatiefnemer de volgende bescheiden aan te leveren: -
begrenzing locatie de verwachte datum begin activiteit de verwachte duur van de activiteit
De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................1
2.
RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2
2.1 Ligging/omgeving...........................................................................................................................2 2.2 Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................................3 2.3 Voormalig bodemgebruik ...............................................................................................................4 2.3.1 Historisch kaartmateriaal ........................................................................................................4 2.3.2 Archieven gemeente Venlo ....................................................................................................6 2.3.3 Achtergrondwaarden ........................................................................................................... 10 2.3.4 Informatie betrokkenen ........................................................................................................ 10 2.3.5 Eigen archieven ................................................................................................................... 10 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................... 10 3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................... 11
3.1 3.2
Gehanteerde onderzoeksopzet .................................................................................................. 11 Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740 ............................................................................... 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................ 12
4.1 4.2 4.3 4.4
Uitvoering .................................................................................................................................... 12 Lokale bodemopbouw................................................................................................................. 12 Organoleptische beoordeling ...................................................................................................... 12 Monstername .............................................................................................................................. 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE .......................................... 14
5.1 5.2 5.3
Analysestrategie vaste bodem ................................................................................................... 14 Toetsing analyseresultaten grond .............................................................................................. 14 Interpretatie onderzoeksresultaten ............................................................................................. 14
6.
CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................................................. 15
BIJLAGEN: A) Regionale ligging onderzoekslocatie B) Situatietekening SIT-01 met boorpunten en asbestinspectiekuil C) Fotoreportage D) Boorprofielbeschrijvingen en legenda E) Toelichting toetsingskader F) Laboratoriumcertificaat grondanalyses G) Toetsingstabellen grondanalyses VERSIE: 1.0 Rapportage verkennend bodemonderzoek VERZENDLIJST: COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, t.a.v. mevr. B. van Druten; barbaravandruten@coa.nl
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Project Opdracht Document
1.
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
INLEIDING
Door COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is ons bureau opdracht gegeven een verkennend bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen realisatie van een tijdelijk dienstengebouw. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond boven de interventiewaarden aanwezig zijn. Het verkennend bodemonderzoek is vooralsnog niet bedoeld om de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging aan te geven. SOCOTEC Geotechnics B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering. De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 2. Overzicht van relevante BRL(‘s).
Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 1 van 15
Project Opdracht Document
2.
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
RESULTATEN VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Het gaat hierbij om de volgende ‘aanleidingen’ uit de NEN 5725: − aanleiding A – uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie; − aanleiding H – uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s’ gezien de toekomstige bouwactiviteiten op de locatie. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: − huidig en toekomstig bodemgebruik; − voormalig bodemgebruik; − bodemopbouw en geohydrologie; − (financieel-)juridische situatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de gemeente Venlo, alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1
Ligging/omgeving
De onderzoekslocatie is gelegen op perceel Kaldenkerkerweg 463 te Venlo, in de gelijknamige gemeente, en heeft een oppervlakte van 495 m2. De coördinaten volgens het R.D.-stelsel, boring B003 zijn x = 210663,60 en y = 373550,60. De coördinaten van de overige boringen zijn weergegeven op de boorbeschrijvingen in de bijlage D. Kadastraal staat het perceel bekend onder (kadastrale) gemeente Venlo, sectie F, nummers 3525 en 3526. Figuur 1. Kadastrale situatie.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 2 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
De locatie is bevindt zich op het terrein van het voormalige Dominicanessenklooster Bethanië, wat is gelegen aan de zuidoostelijke rand van Venlo. Dit terrein is nu in gebruik door Flexrooms Living. De omgeving van de locatie bestaat onder andere uit: noord oost zuid west
: parkeerplaatsen en Beckersweg; : bebouwing Flexrooms Living (voormalig klooser); : buitenterrein perceel (bos); : woning en Kaldenkerkerweg.
De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart in de bijlage A. 2.2
Huidig en toekomstig gebruik
Ten tijde van de veldwerkzaamheden in december 2024 en februari 2025, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Het terrein was deels in gebruik als parkeerplaats, verhard met klinkers en grastegels. Het overige terreindeel betrof grasveld. Bij de locatie/inspectie is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van verdachte plekken, verzakkingen, ophogingen, dempingen, etc. Hierbij zijn voornoemde aspecten niet waargenomen. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Gepland is de realisatie van een tijdelijk dienstengebouw, zie de onderstaande figuur 2. Figuur 2. Situering geplande nieuwbouw
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 3 van 15
Project Opdracht Document
2.3
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Voormalig bodemgebruik
Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de omgevingsdienst en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1
Historisch kaartmateriaal
Uit het via topotijdreis geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 3. Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie. Jaartal Gebruik
Bijzonderheden
1901
er is sprake van (land)bouwgrond met enkele bomen. Ook zijn enkele gebouwtjes zichtbaar.
-
1939
de bebouwingssituatie is gewijzigd, een deel van het voormalige klooster is zichtbaar.
-
1959
ook op onderhavig terreindeel is sprake van bebouwing.
-
1979
het gebouw op onderhavige locatie is niet meer aanwezig.
sloop
1998
de huidige situatie is nagenoeg waarneembaar.
-
Figuur 3. Situatie 1901.
Figuur 4. Situatie 1936.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 4 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Figuur 5. Situatie 1959.
Figuur 6. Situatie 1979.
Figuur 7. Situatie 1998.
Er zijn geen relevante aspecten naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van andere potentieel bodembedreigende activiteiten. SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 5 van 15
Project Opdracht Document
2.3.2
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Archieven gemeente Venlo
Door ons bureau is een digitale rapportage bodeminformatie opgevraagd. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: Blijkens het, overigens niet noodzakelijkerwijs volledige, tankarchief is op of in de directe omgeving van onderhavige locatie geen sprake (geweest) van onder-/ of bovengrondse olietanks. Op onderhavig perceel zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd. In 2002 is door TAUW een historisch onderzoek uitgevoerd op het perceel Beckersweg 2, projectnr. 4270605, 18 december 2002. Onderhavig onderzoeksterrein is binnen het betreffende terreindeel gelegen. Op basis van het archiefonderzoek en de terreininspectie zijn op het perceel de volgende (voormalige) bodembedreigende activiteiten naar voren gekomen: − voormalige ondergrondse HBO-tank, inhoud 25.000 liter; − ondergrondse benzinetank, inhoud 4.000 liter; − werkplaats; − garage met smeerput; − garage in voormalige slagerij; − 2x septictank. Bovengenoemde deellocaties zijn buiten onderhavig onderzoeksterrein gelegen, zie onderstaande figuur. Op onderhavige locatie was sprake van een grasveld. Figuur 8. Situatietekening 4270605.
onderzoeksterrein
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 6 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
In 2015 is door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een bodemonderzoek uitgevoerd, opdrachtnr. 67274, 18 juni 2015. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter plaatse van een viertal deellocaties, te weten: 1. 2. 3. 4.
septictank zuidwestelijk terreindeel; ondergrondse 4.000 liter benzinetank; septictank binnenterrein; voormalige ondergronds 25.000 liter HBO-tank.
Opgemerkt wordt dat door de terreinbeheer was aangegeven dat op het binnenterrein geen sprake is geweest van een septictank, maar wel van een gedempte vijver, welke uiteindelijk is onderzocht. Figuur 9. Situatietekening 67274.
onderzoeksterrein
In de opgeboorde grond zijn bijmengingen met puin/baksteen, kolengruis en sintels aangetroffen. Uit de onderzoeksresultaten bleek dat enkel in de ondergrond ter plaatse van de septictank op het zuidwestelijke terreindeel lichte verhogingen met cadmium, kwik, lood, zink en PAK waren aangetoond. In de vaste bodem ter plaatse van de overige drie onderzochte deellocaties waren geen verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetoond. Daar tot 5,0 m - mv geen grondwater is aangetroffen, heeft er geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. Na beoordeling van het bovengenoemd bodemonderzoek door de gemeente Venlo is door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige benzinetank, en heeft op de gehele locatie een verkennend asbest bodemonderzoek plaatsgevonden. Een en ander is gerapporteerd onder opdrachtnr. 67274 (rev.1), 10 september 2015. Uit de onderzoeksresultaten bleek dat ter plaatse van de ondergrondse benzinetank geen verontreinigingen met minerale olie waren aangetoond. Verder was zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Eén van de asbestinspectiekuilen, ABG3, was binnen onderhavig onderzoeksterrein gemaakt, deze is ook meegenomen bij één van de samengestelde onderzochte mengmonsters. Gesteld werd dat de locatie als asbestonverdacht mag worden beschouwd.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 7 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Figuur 10. Situatietekening 67274 (rev.1).
onderzoeksterrein
In 2020 is door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een aanvullend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd, rapportnr. 2001109.001, versie 3, d.d. 2 december 2020. Figuur 11. Situatietekening 2001109.001.
onderzoeksterrein ABG106 SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 8 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Uit de onderzoeksresultaten bleek het volgende: Garagegebouw, ten noordwesten In de bovengrond waren lichte verhogingen met cadmium, lood, zink en PCB’s aangetoond. In de ondergrond kwamen geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten voor. Lokaal was een asbestgehalte van 19,9 mg/kg gemeten. Boerderij, deels binnen onderhavig onderzoeksterrein In de vaste bodem zijn geen verhoogde gehalten met asbest aangetoond. Kantoorgebouw, direct ten oosten In baksteenhoudende bovengrond kwamen sterke verhogingen met PAK en PCB’s, en lichte verhogingen met kobalt, lood, zink en minerale olie voor. In de asfalt-, puin- en baksteenhoudende bovengrond waren een sterke verhoging met PAK en lichte verhogingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood en zink gemeten. In de bovengrond van asbestinspectiekuil ABG106, zie figuur 11, is asbesthoudend materiaal aangetroffen. In deze grondlaag is een asbestgehalte van 202,3 mg/kg d.s. gemeten. In het andere grondmengmonster, bestaande uit ABG002 t/m ABG004, is analytisch géén asbest aangetoond. In 2021 is door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, op een terreindeel direct ten noorden van onderhavige locatie, rapportnr. 2102205, d.d. 25 augustus 2021. Figuur 12. Situatietekening 2102205.
onderzoeksterrein
Zintuiglijk waren geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Uit het analytisch onderzoek bleek dat in de bovengrond lichte verhogingen met cadmium, lood, zink, PAK en PCB’s waren aangetoond. In de ondergrond waren geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten gemeten.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 9 van 15
Project Opdracht Document
2.3.3
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Achtergrondwaarden
Uit de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020 - 2029 blijkt het volgende: Door de omgevingsdienst is een bodemfunctiekaart vastgesteld. Hieruit blijkt dat onderhavig onderzoeksterrein onder de functieklasse ‘landbouw/natuur‘ valt. Dit geldt ook voor de parameter PFAS. Blijkens de ontgravings- en toepassingskaarten behoren de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie tot de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. 2.3.4
Informatie betrokkenen
Uit informatie afkomstig van de betrokkenen zijn geen aanvullende relevante punten naar voren gekomen voor onderhavig bodemonderzoek. 2.3.5
Eigen archieven
Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (straal < 50 meter) geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Wel is gelijktijdig met onderhaig onderzoek door een geotechnisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn enkele handboringen verricht. Hierbij zijn in de opgeboorde grond puinbijmengingen aangetroffen. 2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Volgens het digitale DINO-loket is de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie uit de volgende geologische eenheden opgebouwd: Tabel 4. Geologische opbouw. Diepte, m - mv Geologische eenheid 0,0 - 18,1
Formatie van Sterksel
18,1 - 38,0
Formatie van Kreftenheye
38,0 - 94,6
Kiezeloöliet Formatie
Uit de archief- en literatuurgegevens valt tevens af te leiden dat de regionale stroming van het eerste watervoerende pakket een overwegend westelijke richting heeft. Uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op onderhavig perceel blijkt dat het grondwater zich dieper dan 5,0 m - mv bevindt. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 10 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Gehanteerde onderzoeksopzet
Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie mogelijk sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Derhalve is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) toegepast. Met name zware metalen, PAK en PCB zijn ‘kansrijk’ voor wat betreft de vaste bodem. De onderzoeksoppervlakte bedraagt 495 m2. De voorgeschreven boringen zijn evenredig over het onderzoeksterrein verdeeld. Ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de bodem (baksteen)puinbijmengingen ‘van onbekende herkomst’ aangetroffen. Dit betekent dat de bodem als asbestverdacht wordt beschouwd, en zou een verkennend asbest bodemonderzoek aan de orde zijn. Echter, uit in 2015 en 2020 uitgevoerde bodemonderzoeken, zie § 2.3.2, blijkt dat in de puinhoudende bodem ter plaatse van onderhavige nieuwbouwlocatie zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetroffen. Derhalve is afgezien van een verkennend asbestbodemonderzoek conform de NEN 5707 voor onderhavige nieuwbouwlocatie.
Wél is in de zuidoostelijke hoek van de geplande nieuwbouw zekerheidshalve een asbestinspectiekuil, dit in verband met een eerder aangetroffen sterke asbestverontreiniging in de bodem van asbestinspectiekuil ABG106, zie ook § 2.3.2. Aangezien in de bodem van ABK001 enkel sprake is van een minimale puinbijmenging, en geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen, kan op basis van de resultaten/bevindingen van bovengenoemde eerdere onderzoeken gesteld worden dat de locatie niet asbestverdacht is, en is derhalve geen asbestanalyse uitgevoerd. Daar de grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie zich beneden 5,0 m - mv bevindt, is het grondwater, conform normvoorschrift, niet meegenomen in dit onderzoek. Wel is ter verificatie één boring doorgezet tot 5,5 m - mv. Opmerking Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. 3.2
Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740
Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5740 zijn geen afwijkingen aan de orde.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 11 van 15
Project Opdracht Document
4.
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
VELDWERKZAAMHEDEN
SOCOTEC Geotechnics B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform het volgende protocol: − −
4.1
SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2018: ‘Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’ Uitvoering
Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 20 december 2024 en 7 februari 2025 door dhr. G. van Gestel in totaal vijf boringen verricht, genummerd B001 t/m B005. Ook is d.d. 7 februari 2025 één asbestinspectiekuil gemaakt met een oppervlakte van circa 30 x 30 cm, genummerd ABK001. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 5. Overzicht boorgegevens. Boring/ asbestinspectiekuil
Opmerking
Diepte in m - mv
B001 B002 B003 B004 B005
gestaakt -
5,50 2,00 0,50 0,60 0,60
ABK001
asbestinspectiekuil 30 x 30 cm
0,50
De boringen B001 t/m B005 zijn evenredig over het onderzoeksterrein verdeeld. De asbestinspectiekuil ABK001 is in de zuidoostelijke hoek gemaakt. De locaties van de boorpunten en inspectiekuil zijn ingetekend op de situatietekening SIT-01 in bijlage B. 4.2
Lokale bodemopbouw
Tot de verkende diepte van 5,5 m - mv bestaat de bodemopbouw globaal uit zeer fijn tot zeer grof, zwak tot sterk siltig, zand. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D. 4.3
Organoleptische beoordeling
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Tabel 6a. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. Boring Einddiepte Traject Grondsoort in m - mv in m - mv
Afwijkingen
B001
5,50
0,50 - 1,00
zand
zwak puinhoudend, sporen kolengruis
B002
2,00
0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 0,70 - 1,50
zand zand zand
resten puin matig baksteenhoudend sporen kolengruis
B003
0,50
0,20 - 0,50
zand
zwak puinhoudend, sporen kolengruis
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 12 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
Tabel 6b. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen (vervolg). Boring Einddiepte Traject Grondsoort in m - mv in m - mv
Afwijkingen
B004
0,60
0,20 - 0,40 0,40 - 0,60
zand zand
sporen kolengruis, resten puin matig puinhoudend
B005
0,60
0,20 - 0,60
zand
sporen kolengruis, resten puin
ABK001
0,50
0,00 - 0,50
zand
resten puin
De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Opgemerkt wordt echter dat hier geen onderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 is uitgevoerd. 4.4
Monstername
De boringen zijn vanaf maaiveld tot een maximale diepte van 2,0 m - mv over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 13 van 15
Project Opdracht Document
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE
5.1
Analysestrategie vaste bodem
De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 7. Overzicht grondanalyses. Monster Traject Deelmonsters (m - mv) (m - mv)
Analysepakket
Toelichting
MM1
0,00 - 0,50
B002 (0,00 - 0,50) B003 (0,20 - 0,50) B004 (0,20 - 0,40)
NEN-g*
zandige bovengrond, puin- en kolengruishoudend
MM2
0,50 - 1,20
B001 (0,50 - 1,00) B002 (0,70 - 1,20)
NEN-g*
zandige ondergrond, puin- en kolengruishoudend
* NEN-g = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.
5.2
Toetsing analyseresultaten grond
De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 8. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. Monster Traject > AW (m - mv)
>T
>I
MM1
0,00 - 0,50
cadmium, lood, zink, PAK, PCB’s
-
-
MM2
0,50 - 1,20
cadmium, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB’s
-
-
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G. 5.3
Interpretatie onderzoeksresultaten
De lichte verhogingen met cadmium, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK en PCB’s in de boven- (MM1) en/of ondergrond (MM2) kunnen hier in verband worden gebracht met de aanwezigheid van puin en kolengruis. De ervaring leert dat voornoemde stoffen in combinatie met puin en/of kolengruis in de grond in verhoogde mate kunnen worden aangetroffen. Verder blijkt uit eerdere onderzoeken dat deze parameters in de vaste bodem vaker in verhoogde gehalten worden aangetoond.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 14 van 15
Project Opdracht Document
6.
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 24SP2952-adv-01 [versie 1.0]
CONCLUSIE EN ADVIES
Onderhavig terrein is in verband met de voorgenomen realisatie van tijdelijke dienstengebouw onderzocht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740. Op basis van de beschikbare gegevens is hierbij uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) toegepast. Met name zware metalen, PAK en PCB zijn ‘kansrijk’ voor wat betreft de vaste bodem. Zintuiglijk zijn in de bodem bijmengingen met puindeeltjes en kolengruis waargenomen. Analytisch zijn in de puin- en kolengruishoudende bovengrond (MM1) ten hoogste lichte verhogingen met cadmium, lood, zink, PAK en PCB’s aangetoond. In de puin- en kolengruishoudende ondergrond (MM2) komen lichte verhogingen met cadmium, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK en PCB’s voor. Het grondwater bevond zich dieper dan 5,0 m - mv en is derhalve, conform normvoorschrift, niet onderzocht. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te aan te nemen, er is echter geen noodzaak tot nader onderzoek. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is hier volgens het vigerende omgevingsplan de interventiewaarde bodemkwaliteit. De interventiewaarde wordt hier in geen van de monsters overschreden, noch benaderd. De gevolgde onderzoeksopzet wordt als adequaat beoordeeld.
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw. Bevoegd gezag is de gemeente, derhalve wordt aanbevolen voorliggende rapportage aan de gemeente ter beoordeling te overleggen. Wel wordt het volgende opgemerkt. Indien bij de geplande bouwwerkzaamheden in meer dan 25 m 3 grond wordt gegraven, gaat het dan dus om het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde. Indien het niet gaat om ‘tijdelijk uitplaatsen’ of een spoedreparatie aan vitale infrastructuur, geldt een informatieplicht aan het bevoegd gezag. Ten minste een week van tevoren dient de initiatiefnemer de volgende bescheiden aan te leveren: -
begrenzing locatie de verwachte datum begin activiteit de verwachte duur van de activiteit
De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
Pagina 15 van 15
BIJLAGE A Regionale ligging onderzoekslocatie
Project Opdracht Betreft
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 Regionale ligging onderzoekslocatie
BIJLAGE B Situatietekening SIT-01 met boorpunten en asbestinspectiekuil
8A
8-
eg
c Be
rsw ke
2
-2 2A
6-6
H
F00
2 F00
1
B004
B005
B001
A 4-4
N
B003
B002
F004
ABK001 F0 03
r nke lde
Ka g
we
ker
0
25m
Bestaande bebouwing
Nieuwbouw
Opdrachtomschrijving / locatie:
Omschrijving tekening:
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo
Situatietekening
N
Bewerkt:
NBN
Schaal:
1:500
Opdrachtnummer:
24SP2952
Datum:
10 februari 2025
Formaat:
A3
Bijlage:
SIT-01
Deze situatietekening dient om inzicht te geven in de locatie van de meet- en onderzoekspunten. De tekening dient niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.
n:\opdrachten\socotec\2024\29\24sp2952\06-veldwerk\04-tekeningen\24sp2952-sit-01-lrt.dwg
BIJLAGE C Fotoreportage
Project Opdracht Betreft
Verkennend bodemonderzoek aan de Kaldenkerkerweg 463 te Venlo 24SP2952 Foto’s
F001
F002
F003
F004
SOCOTEC Geotechnics B.V. Inpijn-Blokpoel ingenieurs
BIJLAGE D Boorprofielbeschrijvingen en legenda
Opdracht: 24SP2952 Project: Kaldenkerkerweg 463, Venlo
Boring: B001
Boring: B002
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
20-12-2024 G van Gestel 210654,70 373554,80 40.298
0.00
1 40.00
0.20
2 0.50
3 1.00
4 1.30
39.00 5
1.70
6 2.10
38.00
2.40
3.00
Grasbeton tegels Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen wortels, neutraal bruincreme, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Zand matig grof, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, sterk siltig, sporen roest, licht roestgrijs, Edelmanboor Zand zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigegrijs, Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, sporen roest, licht beigegrijs, Edelmanboor
36.00
35.00 5.50
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics
0.00
gras
0.50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, resten puin, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
2 39.00
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, sporen kolengruis, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Zand matig grof, matig siltig, sporen roest, licht roestgrijs, Edelmanboor
37.00
20-12-2024 G van Gestel 210673,10 373543,20 39.89
0.70
3
4 1.50
5 38.00
2.00
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten wortels, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, resten wortels, licht grijsbeige, Edelmanboor
Opdracht: 24SP2952 Project: Kaldenkerkerweg 463, Venlo
Boring: B003
Boring: B004
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
20-12-2024 G van Gestel 210663,60 373550,60 40.107
0.00 0.08
40.00
1
0.20
2 0.50
20-12-2024 G van Gestel 210660,60 373565,50 40.489
klinker
0.00 0.08
Volledig klinkers, Beitel
1
Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
2
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, sporen kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics
40.00
3
0.20 0.40 0.60
klinker Volledig klinkers, Beitel Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen kolengruis, resten puin, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, matig puinhoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
Opdracht: 24SP2952 Project: Kaldenkerkerweg 463, Venlo
Boring: B005 Datum: Boormeester: X: Y: Z:
7-2-2025 G van Gestel 210665,70 373554,91 40.213
0.00 0.08
40.00
1
0.20
2 0.60
klinker Volledig klinkers, Beitel Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal beigecreme, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, resten kolengruis, donker grijsbruin, Edelmanboor
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics
Opdracht: 24SP2952 Project: Kaldenkerkerweg 463, Venlo
Boring: Abk001 Datum: Boormeester: X: Y: Z:
7-2-2025 G van Gestel 210675,00 373540,80 39.692
0.00
gras
0.50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, resten puin, donker grijsbruin, Schep
1
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics
LEGENDA TEKENINGEN Boring
Kernboring
Boring met peilbuis
Asbestsleuf
Niet uitgevoerde boring
Asbestkuil
Boring eerdere fase
Asbestkuil met boring
Boring derden
Bestaande peilbuis
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC geotechnics
Positie en richting foto
0-Punt lokaal assenstelsel
Bestaande bebouwing
BIJLAGE E Toelichting toetsingskader
Betreft
Toelichting toetsingskader
Toelichting toetsingskader Toetsing van de bodemkwaliteit is van belang voor verschillende aspecten. Een van de meest voorkomende is ingrepen in of op de bodem, doorgaans graafwerkzaamheden. Ingrepen in de bodem Van belang is dan of gegraven wordt in bodem met gehalten aan stoffen boven of onder de interventiewaarde. Voor het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit gelden algemene rijksregels van het Bal, Besluit Activiteiten Leefomgeving. Het Bal bevat de aanwijzing van wat er onder de milieubelastende activiteit valt en wat vergunningplichtig is. Ook staat hier welke inhoudelijke regels gelden. De milieubelastende activiteit graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is in het Bal aangewezen. Deze activiteit kan schadelijk zijn voor het milieu. De nadelige gevolgen kunnen risico's voor de gezondheid zijn. Of het vermengen van partijen grond met verschillende kwaliteitsklassen (bijvoorbeeld grond die herbruikbaar en niet-herbruikbaar is) en het ondoelmatig beheer van afvalstoffen. Handelingen die onder de milieubelastende activiteit vallen zijn:
− − − −
het graven in de bodem, wanneer dat voldoet aan een aantal criteria voor de aanwijzing van de milieubelastende activiteit; het tijdelijk opslaan van de grond tijdens het graven. Deze tijdelijke opslag vindt plaats voordat de grond weer teruggaat in de bodem of voordat afvoer naar een andere plek plaatsvindt; het terugplaatsen van de grond na het tijdelijk uitnemen; het zeven van de uitgegraven grond op dezelfde locatie.
Graven vindt bijvoorbeeld plaats bij het bouwen van huizen, het aanleggen van kabels, leidingen, rioleringen en het inrichten van de openbare ruimte of landschap. Dat graven kan onder of boven het grondwaterpeil plaatsvinden. De grond gaat na de werkzaamheden weer terug in de afgegraven bodem. Als de grond niet wordt teruggeplaatst, moet deze afgevoerd naar een verwerker, bijvoorbeeld een grondreiniger of immobilisatiebedrijf. Eventueel wordt de grond eerst afgevoerd naar een (vergunde) opslaglocatie. Dat opslaan valt onder de paragraaf over het opslaan van grond of baggerspecie. Alleen als reiniging of immobilisatie niet mogelijk is, kan de grond naar een stortplaats. Graven valt alleen onder deze milieubelastende activiteit als: − − −
de kwaliteit van de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is. Let op: hiervoor geldt géén minimale omvang zoals dat onder de Wet bodembescherming het geval was. het totale bodemvolume waarin het graven plaatsvindt meer is dan 25 m 3. Deze volumegrens staat los van een omvang van een verontreiniging. het graven plaatsvindt in de landbodem of op de zogenaamde droge(re) oevergebieden van de waterbodem. Het graven in de waterbodem valt er niet onder.
Het is niet toegestaan een activiteit bewust op te knippen met als doel beneden de ondergrens van 25 m3 uit te komen om daarmee niet onder de regels uit deze activiteit te vallen. Het bevoegd gezag kan handhavend optreden als aannemelijk gemaakt kan worden dat de opgeknipte activiteiten feitelijk één grotere activiteit zijn. Bijvoorbeeld omdat het grondverzet plaatsvindt in de directe omgeving en op hetzelfde moment. Ook kan meespelen of er sprake is van dezelfde opdrachtgever en/of uitvoerend aannemer.
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
Betreft
Toelichting toetsingskader
Bodemgevoelige locatie Een bodemgevoelige locatie is een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Een bijbehorend bouwwerk tot 50 m 2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. De gemeente kan in het omgevingsplan andere locaties aanwijzen als bodemgevoelige locatie, zoals kinderspeelplaatsen of moestuinen en stadslandbouw. De toelaatbare kwaliteit van de bodem in geval van een bodmegevoelige locatie is aangegeven in het lokale omgevingsplan. Doorgaans is dit overigens de eerder genoemde interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m 3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. Het zinsdeel ‘in meer dan 25 m 3 bodemvolume’ is overigens niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest. De interventiewaarde bodemkwaliteit is een waarde voor bodemverontreiniging waarboven mogelijke risico's bestaan voor mens, plant of dier.
Deze waarde staat voor verschillende stoffen in bijlage IIA van het Bal. Om onder de milieubelastende activiteit te vallen, moet één enkele stof boven de interventiewaarde bodemkwaliteit uitkomen. Het is niet mogelijk om de interventiewaarde bodemkwaliteit via een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift aan te passen. Deze waarde maakt namelijk het onderscheid tussen de twee verschillende milieubelastende activiteiten voor graven. De interventiewaarde bodemkwaliteit is onderdeel van de aanwijzing van de milieubelastende activiteiten in hoofdstuk 3 van het Bal. De aanwezigheid van niet-genormeerde stoffen in de bodem (stoffen waarvoor in bijlage IIA van het Bal geen interventiewaarden bodemkwaliteit staan) is niet bepalend voor de keuze welke activiteit van toepassing is. De kwaliteit van de overige (wel in bijlage IIA van het Bal genormeerde) stoffen bepaalt dan of er sprake is van de activiteit graven boven interventiewaarde of van de activiteit graven onder of gelijk aan interventiewaarde. Voorafgaand aan toetsing worden de gemeten gehalten in de bodem omgerekend naar een standaardbodem, dit is een bodem met een gehalte organische stof van 10 % en een gehalte lutum van 25 %. Deze gecorrigeerde gehalten worden dan getoetst aan de interventiewaarden uit het Bal. De toetsing vindt plaats middels de toetstool BoToVa.
Hiertoe dient door RWS de oude toetsmethode in BoToVa (Circulaire bodemsanering) omgezet te worden naar de toets volgens de Omgevingswet (Bal). Er is echter een vertraging opgetreden in de aanpassingen van BoToVa aan de Omgevingswet. Grondwater Voor 'nieuwe' grondwaterverontreinigingen die tussen 1 januari 1987 en de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt, geldt in principe het overgangsrecht van artikel 3.2a Aanvullingswet bodem. Hiervoor blijven de artikelen 13, 27, 88 en 95 van de Wet bodembescherming (Wbb) gelden. Verontreinigingen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt, vallen onder de Omgevingswet. Bij nieuw ontstane verontreinigingen gelden dan de verschillende zorgplichten onder de Omgevingswet. Ook kan het gaan om herstelsaneringen na een eindonderzoek (§ 5.2.1 van het Bal, voor de milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen). In al die situaties geldt het uitgangspunt dat de verontreiniging, voor zover redelijkerwijs mogelijk, moet worden beperkt of ongedaan moet worden gemaakt.
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
Betreft
Toelichting toetsingskader
Dan is het voor de toetsing relevant om de aangetoonde concentraties in het grondwater te vergelijken met de resultaten van: − − − −
een nulonderzoek bodem (indien van toepassing); de kwaliteit van het grondwater in de omgeving; de voormalige streefwaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 of de detectiegrens
Voor gevallen van ernstige verontreiniging die geheel en al onder overgangsrecht vallen (artikel 3.1 Aanvullingswet bodem), geldt in principe het oude recht (historische verontreinigingen die vóór 1 januari 1987 zijn ontstaan). Als sprake is van overgangsrecht waardoor de Wet bodembescherming van toepassing blijft, dan kan de toetsing plaatsvinden zoals gebruikelijk was onder de Wbb. In dat geval is toetsing aan de interventiewaarden grondwater aan de orde én aan het spoedcriterium voor verspreidingsrisico’s. Onder de Omgevingswet stelt het Rijk geen regels meer aan een grondwatersanering. Wel heeft het Rijk taken toebedeeld aan provincies, waterschappen en gemeenten. En er zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij de afweging of een grondwatersanering als maatregel moet worden voorgeschreven, moet de provincie de 'signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering' uit Bijlage Vd van het Bkl betrekken. Dit zijn de voormalige interventiewaarden grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013. Decentrale overheden kunnen rechtstreeks werkende regels voor initiatiefnemers opnemen, bijvoorbeeld in de omgevingsverordening of het omgevingsplan. Initiatiefnemers en adviesbureaus moeten rekening houden met deze decentrale regels.
Het bevoegd gezag, maar ook initiatiefnemers en adviesbureaus, moeten rekening houden met de risico's die een eventuele grondwaterverontreiniging met zich mee kan brengen bij huidig of toekomstig gebruik. Denk aan het risico op uitdamping van vluchtige verbindingen. Bijvoorbeeld bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Als er overschrijdingen zijn van de signaleringsparameters, kan sprake zijn van onaanvaardbare risico's voor de gezondheid. Er kan dan sprake zijn van een ‘toevalsvondst bodem’. Het is dan aan de betrokken organisaties om de risico's op basis hiervan in te schatten en eventuele vervolgstappen te ondernemen. De eigenaar moet op verzoek van het bevoegd gezag vervolgens de maatregelen nemen. Als er een verontreiniging aangetoond is, die mogelijk de kwaliteit van drinkwater bedreigt, moet overleg plaatsvinden tussen gemeente en provincie (artikel 19.3 Omgevingswet). Hergebruik van grond (of baggerspecie) Bij het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem gelden algemene kwaliteitseisen. Deze staan in artikel 4.1272 van het Bal. De combinatie van de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem en de bodemfunctieklasse bepaalt de toepassingseis. Dubbele toets bepaalt de toepassingseis De kwaliteitseisen bij het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem kennen twee uitgangspunten: 1.
het toepassen van grond of baggerspecie mag niet leiden tot verslechtering van de actuele kwaliteit van de bodem, en 2. het toepassen van grond of baggerspecie moet in overeenstemming zijn met de kwaliteitseisen die gelden voor de beoogde functie van de landbodem. Concreet betekent dit dat de kwaliteit van toe te passen grond of baggerspecie op de landbodem moet voldoen aan deze twee eisen: Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
Betreft
Toelichting toetsingskader
1. kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem ter plaatse van de toepassing 2. bodemfunctieklasse ter plaatse van de toepassing Bij een toepassing op de landbodem moet de toe te passen grond of baggerspecie voldoen aan de strengste van bovenstaande twee eisen. Dat heet ook wel de 'dubbele toets'. Als de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, is toepassing altijd toegestaan. Het uitvoeren van de dubbele toets is dan niet nodig. Kwaliteitsklassen ontvangende bodem Het Besluit bodemkwaliteit kent de volgende kwaliteitsklassen voor de ontvangende landbodem: −
landbouw/natuur
−
wonen
−
industrie
−
matig verontreinigd
−
sterk verontreinigd.
De kwaliteitsklassen zijn begrensd door zogenaamde kwaliteitseisen die in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022 staan. Degene die toepast toont de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem aan met een milieuverklaring bodemkwaliteit. Dit kan met de bodemkwaliteitskaart, mits de bodemkwaliteitskaart door de gemeente is vastgesteld en de toepassingslocatie op de kaart is ingedeeld. Heeft de gemeente geen bodemkwaliteitskaart of is de locatie daar niet op ingedeeld? Dan kan de initiatiefnemer de kwaliteitsklasse bepalen met een bodemonderzoek volgens NEN 5740 volgens de onderzoeksstrategieën die in artikel 7.5 van de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn aangewezen. Bodemfunctieklassen Het Besluit activiteiten leefomgeving kent de volgende drie bodemfunctieklassen voor de landbodem: −
landbouw/natuur
−
wonen
−
industrie
De bodemfunctieklassen staan op de bodemfunctieklassenkaart die iedere gemeente moet hebben vastgesteld.
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
Betreft
Toelichting toetsingskader
Werking van de dubbele toets Voor het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem moet de initiatiefnemer de dubbele toets gebruiken. Deze werkt in drie stappen. •
Stap 1: bodemkwaliteitsklasse ontvangende bodem. Als eerste bepaalt de initiatiefnemer ter plaatse de bodemkwaliteitsklasse waar de functionele toepassing moet komen. Hiervoor kan men bijvoorbeeld de bodemkwaliteitskaart gebruiken.
•
Stap 2: bodemfunctieklasse. Daarna bepaalt de initiatiefnemer ter plaatse de bodemfunctieklasse van het werk dat er moet komen. De bodemfunctieklasse staat op de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente.
•
Stap 3: Toepassingseis vaststellen. De dubbele toets houdt in dat de strengste klasse van bovenstaande eisen gebruikt moet worden.
Als de kwaliteitsklasse van de toe te passen grond of baggerspecie gelijk of beter is dan de toepassingseis die volgt uit de 'dubbele toets', dan is toepassing van de partij op die locatie toegestaan. In onderstaande figuur is de werking van de dubbele toets via de drie stappen toegelicht.
Maatwerk kwaliteitseisen Artikel 4.1272 van het Bal stelt algemene kwaliteitseisen aan de grond of baggerspecie die in een functionele toepassing komen. Afwijken van die eisen is met een maatwerkregel of een maatwerkvoorschrift mogelijk. In artikel 4.1273 van het Bal staan de voorwaarden voor maatwerk. Soepelere eisen mogen alleen als de toe te passen grond of baggerspecie afkomstig is uit hetzelfde bodembeheergebied als waar ze weer worden toegepast. De gemeente moet het bodembeheergebied aanwijzen in het omgevingsplan. Dit staat in een instructieregel van het Bkl. Op deze manier zal de bodemkwaliteit binnen het beheergebied niet verslechteren. Dit wordt ook wel stand still genoemd.
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
Betreft
Toelichting toetsingskader
Voor PFAS geldt de indeling als genoemd in het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, laatst aangepast december 2023. Hierbij geldt de volgende indeling bij beoogd hergebruik op een landbodem:
Voor asbest tenslotte bestaat enkel een interventiewaarde. Deze bedraagt 100 mg/kg ‘gewogen’. Deze weging bestaat dan uit het gehalte serpentijnasbest (ook chrysotiel of witte asbest) opgeteld met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (overige asbestsoorten).
Inpijn-Blokpoel ingenieurs SOCOTEC Geotechnics
BIJLAGE F Laboratoriumcertificaat grondanalyses
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Socotec Geotechnics B.V. Marco Vervoort Ekkersrijt 2058 5692 BA SON
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 5
: Kaldenkerkerweg 463, Venlo : 24SP2952 : 14215645, versienummer: 1. : LWGX81GI
Rotterdam, 06-01-2025
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 24SP2952. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Business Unit Manager
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 5
Analyserapport Socotec Geotechnics B.V. Marco Vervoort Projectnaam Kaldenkerkerweg 463, Venlo Projectnummer 24SP2952 Rapportnummer 14215645 - 1
Orderdatum 20-12-2024 Startdatum 20-12-2024 Rapportagedatum 06-01-2025
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 B002 (0-50) B003 (20-50) B004 (20-40) MM2 B001 (50-100) B002 (70-120)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 87.9 <1 geen
Ja 89.9 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.0
2.4
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
4.9
5.1
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
41 2.0 <3 9.6 0.10 36 <1.5 4.8 140
46 0.42 <3 9.1 0.09 37 3.0 19 71
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.01 fenantreen mg/kgds S 0.22 antraceen mg/kgds S 0.05 fluoranteen mg/kgds S 0.47 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.23 chryseen mg/kgds S 0.22 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.12 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.26 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.19 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.19 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 1.96 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 2.5 <1 8.1 10 7.7 1) 30.4
002
<0.01 0.16 0.04 0.37 0.21 0.20 0.11 0.24 0.18 0.18 1) 1.697
<1 <1 <1 <1 <1 2.2 1.6 1) 7.3
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 5
Analyserapport Socotec Geotechnics B.V. Marco Vervoort Projectnaam Kaldenkerkerweg 463, Venlo Projectnummer 24SP2952 Rapportnummer 14215645 - 1
Orderdatum 20-12-2024 Startdatum 20-12-2024 Rapportagedatum 06-01-2025
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 B002 (0-50) B003 (20-50) B004 (20-40) MM2 B001 (50-100) B002 (70-120)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 5
Analyserapport Socotec Geotechnics B.V. Marco Vervoort Projectnaam Kaldenkerkerweg 463, Venlo Projectnummer 24SP2952 Rapportnummer 14215645 - 1
Orderdatum 20-12-2024 Startdatum 20-12-2024 Rapportagedatum 06-01-2025
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 5
Analyserapport Socotec Geotechnics B.V. Marco Vervoort Projectnaam Kaldenkerkerweg 463, Venlo Projectnummer 24SP2952 Rapportnummer 14215645 - 1
Orderdatum 20-12-2024 Startdatum 20-12-2024 Rapportagedatum 06-01-2025
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium