557156 Bijl11 Bijlage D - Weging van het Waterbelang.pdf
Tekst van het document
Weging van het Waterbelang AZC Venlo - Dienstengebouw COA 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
Contactpersoon L. VD. M.
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding en doelstelling
4
1.2
Omschrijving plangebied
4
Waterbeleid
5
2.1
Europese kaderrichtlijn water
5
2.2
Nationaal bestuursakkoord water
5
2.3
Waterschap Limburg
5
2.4
Omgevingsvisie Limburg en het Provinciaal Waterprogramma
6
2.5
Gemeente Venlo
6
Huidig situatie
9
3.1
Inleiding
9
3.2
Hoogteligging
9
3.3
Bodemopbouw
11
3.4
Grondwater
12
3.5
Oppervlaktewater
14
Toekomstige situatie
15
4.1
Toename verharding
15
4.2
Bergingsopgave
16
4.3
Inpassing bergingsopgave
16
4.4
Waterkwaliteit
18
Colofon
3
Datum: 16 december 2024 - Confidential
19
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doelstelling
COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) is sinds 1994 verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in Nederland. Het COA is voornemens in de gemeente Venlo: • •
een tijdelijk asielzoekerscentrum (AZC) te realiseren in een voormalig klooster; een tijdelijk dienstengebouw te realiseren op het parkeerterrein van het voormalige klooster.
De bestaande kloostergebouwen worden gebruikt as-is. De toevoeging is het dienstengebouw en hier is de ruimtelijke onderbouwing voor benodigd. In dit dienstengebouw zullen de kantoren van COA en ketenpartners gesitueerd worden met nevenruimtes. Het realiseren van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw is een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Ten behoeve hiervan is een weging van het waterbelang uitgevoerd.
1.2
Omschrijving plangebied
Het voormalige klooster ligt aan de Kaldenkerkerweg 463, 5915 PP Venlo. Het COA wil hier voor een periode van vier jaar 328 asielzoekers gaan opvangen. De ligging van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw is weergegeven in Figuur 1. Ten zuiden van de locatie is een autosloperij gesitueerd. In westelijke richting is sprake van een bosgebied en voor het overige is er grotendeels sprake van een gebied met een agrarische bestemming.
Figuur 1: De ligging van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw.
4
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
2
Waterbeleid
2.1
Europese kaderrichtlijn water
Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden. Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het Rijk is opsteller van het Nationaal Waterprogramma 2022-2027, wat het Nationaal Waterplan heeft vervangen. In het Bestuursakkoord Water (BAW, 2011) en een aanvulling hierop (2018) zijn het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven maatregelen voor een doelmatig waterbeheer overeengekomen.
2.2
Nationaal bestuursakkoord water
Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het Rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: • Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. • Toepassen van de trits schoonhouden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. • Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW-normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt).
2.3
Waterschap Limburg
Een deel van het beleid van het waterschap ligt vast in de Keur (01-04-2019). De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit beken en andere wateren. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om water of dijken, heeft met de Keur te maken. Bij afvoer en lozing van hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak wordt het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) gehanteerd. Dit wil zeggen dat er bij een toename van het verhard oppervlak het debiet van de lozing uit een gebied niet toe mag nemen. Een ontwikkeling waar bestaande verharding wordt vervangen voor nieuwe verharding wordt ook gezien als een toename aan verharding. Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op. Waterschap Limburg hanteert geen ondergrens. Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is kan een dynamische bergings-/infiltratievoorziening aangelegd worden met leegloopvoorziening. Om afwenteling naar benedenstrooms te voorkomen mag hiermee in Limburg maximaal 2 l/s/ha geloosd worden. Er dient boven de inhoud van de dynamische berging een waking gehanteerd te worden van minimaal 25 cm. Geadviseerd wordt een waking van 50 cm te hanteren.
Daarnaast gelden de volgende toetsingspunten voor deze weging van het waterbelang: •
Circa 10% van het plangebied reserveren voor water: Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd.
•
Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving: Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom.
5
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
•
Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand: Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen.
•
Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit: Schoonhouden, scheiden, zuiveren.
•
Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit: Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool.
•
Toepassen voorkeurstabel afkoppelen: Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen.
•
Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord-Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur: Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.
•
Beheer en onderhoud regelen: Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.
2.4
Omgevingsvisie Limburg en het Provinciaal Waterprogramma
In de Omgevingsvisie staan vanuit een langetermijnperspectief de belangrijkste wateropgaven, provinciale belangen en rolopgaven. In het Waterprogramma en de daarmee samenhangende uitvoeringsprogramma’s en projecten worden die concreet uitgewerkt. De verplichtende keuzes en regels komen in de Omgevingsverordening. Samen met hun partners voorziet de Provincie in monitoringssystemen en een regelmatige herijking van beleid. Het provinciaal Waterprogramma werkt, voor zover het de uitvoering van de EU-waterrichtlijnen betreft, op grond van de Omgevingswet rechtstreeks door naar het Waterschap. In het Waterprogramma wordt de doorwerking van andere aspecten van het waterbeleid naar het Waterschap en de doorwerking naar andere partijen door middel van de inzet van de instrumenten van de Omgevingswet uitgewerkt. Keuzes en ambities worden verder geconcretiseerd in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027. Die gaan onder andere over: • • •
Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weersextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen. Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het gehele stroomgebied van de Maas. De zoetwatervoorziening (voor drinkwater en andere functies), natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw, landschap en de stikstofproblematiek wordt in samenhang bezien en aangepakt.
2.5
Gemeente Venlo
De gemeente Venlo heeft het Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo (Financiële actualisatie exploitatie GRP 2021 – 2031) beschikbaar gesteld voor het ophalen van de relevante waterbeleidsaspecten voor deze Weging van het Waterbelang. Op het gebied van hemelwater zijn de volgende (relevante) beleidsuitgangspunten benoemd:
6
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
•
Het scheiden van hemelwater en afvalwater en het afkoppelen van het aangesloten verhard oppervlak van gemengde stelsels ziet de gemeente Venlo als een doelmatige manier om het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de riolering te verbeteren. • Voor het afkoppelen van verhard oppervlak bij nieuwe ontwikkelingen, (concept) plannen en omgevingsvergunningen, hanteert de gemeente de ‘beslisboom afkoppelen’. • Er worden vanuit beheer openbare ruimte alleen (openbare) verhardingen afgekoppeld wanneer de werkzaamheden mee kunnen liften met wegonderhoud, wegreconstructies of gebiedsontwikkelingen en budget beschikbaar is. De bovengenoemde ‘beslisboom afkoppelen’ (Figuur 2) is een stappenplan, bedoeld als hulpmiddel om te bepalen welke eisen er gelden voor de omgang met hemelwater bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (voor de activiteit 'bouw') of een aanvraag voor een rioolaansluiting.
Figuur 2: Beslisboom Afkoppelen Gemeente Venlo (volledige versie: beslisboom-afkoppeling-riool)
De eisen uit de beslisboom dragen bij aan het behalen van de gemeentelijke doelstellingen en het toekomstbestendig maken van het gemeentelijk watersysteem. Door onder andere in te spelen op voorspelde klimaatontwikkelingen, zoals intensievere regenbuien. Regenwater is relatief schoon en hoeft niet te worden gezuiverd. Infiltratie in de bodem van 7
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
regenwater vermindert de verdroging, houdt het grondwater op peil en zorgt dat er minder water te snel naar de beken en de Maas loopt. Tot slot zal de kwaliteit van het oppervlakte water schoner worden doordat er tijdens extreme buien minder rioolwater via noodoverlaten overstorten op de beken en de Maas
8
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
3
Huidig situatie
3.1
Inleiding
Inzicht in de huidige geohydrologische situatie is van belang om de effecten van de ontwikkeling in beeld te krijgen en voor de uitwerking van de waterhuishouding van de toekomstige situatie. Navolgend zijn de hoogteligging, huidige bodemopbouw, grondwaterhuishouding en oppervlaktewatersituatie beschreven.
3.2
Hoogteligging
Op basis van de hoogtekaart in Figuur 3 wordt zichtbaar dat het maaiveld in het (indicatieve) plangebied zich in een laagte bevindt ten opzichte van de omgeving. Het maaiveld binnen het plangebied bevindt zich op een hoogte tussen de ca. NAP +40,00 – NAP +41,00 m. Zowel richting het noorden, oosten als westen loopt het maaiveld binnen enkele honderden meters op naar meer dan NAP +43,00 m. Opvallend aan de hoogtekaart is de Kaldenkerkerweg langs de westelijke grens van het plangebied. Deze weg ligt met een hoogte van ca. NAP +41,60 ca. 1,5 m hoger dan de aangrenzende omgeving.
Figuur 3: Hoogtekaart met indicatie plangebied (AHN).
In Figuur 4 is een hoogteprofiel weergegeven. Hierop is te zien dat het huidige maaiveld ter plaatse van het nieuwe dienstengebouw op ca. NAP +40,25 m ligt. In vergelijking met de omgeving ligt het plangebied in een ‘kom’ waarbij het laagste punt (ca. NAP +39,50 m) zich in het bosje ca. 50 m ten zuiden van het toekomstige dienstengebouw bevindt. 9
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
Figuur 4: Hoogteprofiel omgeving plangebied (op basis van AHN4) inclusief locatie dienstengebouw.
10
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
3.3
Bodemopbouw
Via Dinoloket is er een boorlocatie aanwezig binnen de grenzen van het plangebied. Het boorprofiel van deze locatie is weergegeven in Figuur 5. Op basis van het boorprofiel wordt duidelijk dat de bodem van het plangebied tot een diepte van minimaal 10,00 m onder maaiveld (-mv) hoofdzakelijk bestaat uit zand. Tot een diepte van ca. 9,00 m -mv wordt dit zand gecategoriseerd als ‘fijn’, waarna het op grotere diepte overgaat op zand uit de ‘grove’ categorie.
Figuur 5: Boorprofiel B58F0022 (Dinoloket)
11
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
In het verleden zijn er verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd in het plangebied. Zo is in het ‘Bodemonderzoek Souterrain Bethanië Klooster 2021’ (2001109.002) geconcludeerd dat de bodem tot 5,5 m -mv overwegend uit matig grof tot matig fijn, matig siltig zand bestaat. Met name de bovengrond is humushoudend en in de bodemlaag van grofweg 0,4 – 0,9 m-mv zijn sporen metselpuin aangetroffen. Bij het ‘Bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 463, 2015’ (67274 (rev.1)) zijn verschillende boringen in de omgeving van het toekomstige dienstengebouw geplaatst. B05 is een van die boringen en is weergegeven in Figuur 6. Het boorprofiel van B05 geeft aan dat de bodem tot een diepte van ca. 2,50 m -mv volledig uit (fijn) zand bestaat. Bij deze boring worden tussen 1 en 1,7 m -mv sporen van baksteen aangetroffen.
B05
Figuur 6: Boorprofiel B05 nabij toekomstige locatie dienstengebouwen (Bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 463, 2015).
Op basis van deze gegevens is de globale bodemopbouw in de omgeving van het toekomstige dienstengebouw te beschrijven als: een fijn zandige bovengrond met sporen van (baksteen)puin tot enkele meters onder maaiveld, waaronder zich vervolgens een grofzandige laag bevindt. Naar verwachting is de bodem hier redelijk tot goed doorlatend en is het kansrijk om water te infiltreren.
3.4
Grondwater
Via Dinoloket en Grondwatertools is er slechts 1 grondwatermeetpunt in de buurt van het plangebied aangetroffen. Dit meetpunt (B58F0045) ligt op een afstand van ca. 200 m ten zuiden van het plangebied. De maaiveldhoogte op de locatie van deze peilbuis bedraagt NAP +42,60 m, wat ca. 1,50 – 2,50 meter hoger is dan de maaiveldhoogte in het plangebied. In Figuur 7 is de meetreeks van peilbuis B58F0045 weergegeven. Hierop is te zien dat de Representatieve Hoogste Grondwaterstand (RHG) (gebruikt als statistische benadering van de GHG 1) van het grondwatermeetpunt gelijk is aan NAP +31,22 m, de RHG bevindt zich dus ruim 10 meter onder maaiveld bevindt. Op basis van de berekende RHG en ervan uitgaande dat de grondwatersituatie in het plangebied grofweg vergelijkbaar is als bij meetpunt B58F0045, volgt dat de grondwaterstand geen beperkende factor vormt voor de infiltratiemogelijkheden binnen het plangebied. Vanuit het Bodemonderzoek Souterrain Bethanië Klooster, 2021 (2001109.002) wordt ook aangegeven dat de grondwaterstand van het freatisch pakket zich meerdere meters onder maaiveld bevindt. Daarbij wordt ook aangegeven dat het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater regionaal gezien in overwegend noordwestelijke richting
1 De RHG is een statistische benadering van de ‘klassieke’ GHG, waarbij het 90-percentiel van de verdeling
grondwaterstanden gebruikt wordt. 12
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
stroomt. De locatie ligt niet grondwaterbeschermingsgebied.
in
het
intrekgebied
van
een
grondwaterwinning,
Figuur 7: Meetreeks peilbuis B58F0045 – maaiveldhoogte: NAP +42,60 m(Grondwatertools).
13
Datum: 16 december 2024 - Confidential
respectievelijk
een
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
3.5
Oppervlaktewater
In of grenzend aan het plangebied bevindt zich volgens de legger van Waterschap Limburg geen oppervlaktewater (Figuur 8). De dichtstbijzijnde watergang bevindt zich op circa 300 m ten westen van het plangebied, langs de spoorweg tussen Venlo en Duitsland. Dit is de A-watergang ‘Venlose Molenbeek’ die enkele kilometers naar het westen uiteindelijk uitmondt in de Maas.
Figuur 8: Legger oppervlaktewater Waterschap Limburg.
14
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
4
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie is COA voornemens om een tijdelijk asielzoekerscentrum (AZC) te realiseren in een voormalig klooster. Daarbij wordt er ook een tijdelijk nieuw dienstengebouw geplaatst op het parkeerterrein van het voormalige klooster. De ligging en het indicatief ontwerp van het dienstengebouw zijn weergegeven in Figuur 9.
Figuur 9: Locatie en indicatief ontwerp dienstengebouw.
4.1
Toename verharding
Bij het bepalen van de toename aan verharding is uitgegaan van de volgende uitgangspunten (op basis van het waterbeleid in Hoofdstuk 2): •
Waterschap Limburg – Een ontwikkeling waar bestaande verharding wordt vervangen voor nieuwe verharding wordt ook gezien als een toename aan verharding. Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op. Waterschap Limburg hanteert geen ondergrens. • Gemeente Venlo: – Aangezien het nieuwe dienstengebouw zich volgens het ontwerp in zijn geheel bevindt op een locatie die in de huidige situatie al volledig verhard is (parkeerplaats), vindt er ten opzichte van de huidige situatie geen toename aan verhard oppervlak plaats. Voor het bepalen van de toename aan verharding wordt het meest strikte beleid gehanteerd. Ervan uitgaande dat het dienstengebouw de enige aanpassing in verharding is, is het oppervlak van het dienstengebouw in dit geval gelijk aan
15
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
de verhardingstoename. Totaal op basis van de ontwerptekening beslaat het nieuwe dienstengebouw een oppervlakte van 495 m2.
4.2
Bergingsopgave
Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. Voor de omgang met hemelwater wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • Hemelwater wordt gescheiden ingezameld van het vuilwater. • Bergingseisen o.b.v. waterbeleid – Waterschap Limburg: • Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord-Limburg (ten noorden van Sittard). • Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. – Gemeente Venlo: • Aangezien het nieuwe dienstengebouw volledig overlapt met huidige verharding, valt de toename aan verharding in de categorie ‘maximaal 100 m2’ • Voor een toename aan verharding van maximaal 100 m2 geldt volgens de gemeentelijke beslisboom voor afkoppelen bergingseis 1: 4mm bergen op eigen terrein. Voor het bepalen van de toename aan verharding wordt het meest strikte beleid gehanteerd. Dit komt neer op de bergingseis van het Waterschap Limburg van 100 mm op de gehele nieuwe verharding (ongeacht overlap met bestaande verharding). Tabel 1: Bergingsopgave als gevolg van toename verharding en bijbehorende bergingseis.
Toename verharding [m²]
Bergingseis [m]
Bergingsopgave [m³]
495
0,10
49,5
Op basis van de ontwerptekening (Figuur 9) beslaat het nieuwe dienstengebouw een totaal oppervlakte van 495 m². Met een bergingseis van 100 mm komt dit neer op een bergingsopgave van 49,5 m² (Tabel 1).
4.3
Inpassing bergingsopgave
In deze paragraaf zijn meerdere oplossingsrichtingen benoemd voor het inpassen van de bergingsopgave. De daadwerkelijke uitwerking van (een combinatie van) maatregelen voor de inpassing dient in latere fases van het ontwerp verder uitgewerkt te worden. Belangrijke aspecten daarbij zijn bijvoorbeeld de aanlegkosten, het beheer & onderhoud en de aanleg van een noodoverloop. 1. Wadi Een wadi is een soort groene greppel in het bebouwde gebied. Een wadi bergt regenwater en zuivert het, waarna het water infiltreert in de ondergrond. Mogelijk kan de groenstrook tussen het nieuwe dienstengebouw en het naastgelegen bestaande gebouw aangepast worden tot wadi (Figuur 10). Het hemelwater zou mogelijk direct vanuit de regenpijpen afgekoppeld kunnen worden naar de wadi.
16
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
Figuur 10: indicatie wadi (tussen het toekomstige dienstengebouw (niet zichtbaar) en het bestaande gebouw).
Deze groenstrook heeft een oppervlakte van grofweg 175 m2. Met een gemiddelde diepte van ca. 30 cm volstaat de groenstrook om de bergingsnorm van 49,5 m³ in te passen. Gezien de aanwezige bomen (en mogelijke kabels en leidingen) is nader onderzoek nodig om te bepalen of deze groenstrook (gedeeltelijk) bruikbaar is om om te vormen tot wadi. Mogelijk liggen er ook (aanvullende) kansen voor een dergelijke wadi/waterberging in het naastgelegen groen ten zuiden van het gebouw. 2. Infiltratiekratten Een alternatieve optie voor het inpassen van de bergingsopgave is het aanleggen van een infiltratiekrattensysteem onder de parkeerplaats. Dit is echter een relatief dure optie en heeft gezien de tijdelijke aard van het dienstengebouw niet de voorkeur. Indien het niet mogelijk is een wadi aan te leggen kan een krattensysteem toch een mogelijkheid bieden voor het inpassen van de bergingsopgave. Het dak van het gebouw kan direct via regenpijpen worden aangesloten op het krattensysteem. Door deze kratten zal het water lokaal infiltreren in de ondergrond.
17
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
In het totaal heeft de nieuwe verharding een oppervlak van 495 m2. Bij het aanleggen van ca. 83 m2 aan infiltratiekratten wordt voldaan aan de bergingsopgave van 49,5 m³. In de berekening is uitgegaan van infiltratiekratten met een oppervlakte van 0,7 m², een diepte van 0,60 m en een inhoud van 0,42 m³. Bij de inpassing van de infiltratiekratten dient rekening gehouden te worden kabels, leidingen en met wortelingroei van bomen/planten in de omgeving. Hierdoor kunnen delen van de parkeerplaats niet geschikt zijn voor de plaatsing van infiltratiekratten. Tabel 2: Dimensionering infiltratiekrattensysteem als inpassing bergingsopgave.
Benodigd oppervlak [m²]
Oppervlak infiltratiekrat [m²]
Aantal kratten
Inhoud infiltratiekrat [m³]
Berging [m³]
83
0,70
118
0,42
49,5
Waterbergend (blauw) dak Een blauw dak vangt hemelwater op en houdt dit tijdelijk vast. Het is als het ware een open reservoir, of het benut de holle ruimten in een grindlaag of constructie boven op het dak. Een deel van het water verdampt ter plaatse, de rest komt gestuurd of vertraagd tot afvoer. Een voordeel van een waterbergend dak is (mits er voldoende capaciteit gecreëerd kan worden) dat er in geen aanvullend ruimtebeslag nodig is in de rest van het plangebied Bij het ontwerpen van de dakconstructie van het nieuwe dienstengebouw (Figuur 9) ontstaat de kans om het dak geschikt te maken voor waterberging. In verband met overige bebouwing/apparatuur (en dergelijke) op het dak wordt aangenomen dat ca. 90% van het totale dakoppervlak uitgevoerd kan worden als waterbergend. Uitgaande van een waterberging van 80 mm / m² (gebaseerd op bestaande blauwe/waterbergende daken) en een beschikbaar dakoppervlak van ca. 445 m² kan er een berging worden gerealiseerd van ca. 35 m³. Hiermee wordt niet voldaan aan de volledige bergingsopgave van 49,5 m³. Mogelijk kan de resterende bergingsopgave ingepast worden middels een alternatieve bergingsmaatregel.
4.4
Waterkwaliteit
Wij adviseren gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
18
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
Colofon WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO - DIENSTENGEBOUW KLANT COA AUTEUR L. vd. M. PROJECTNUMMER 30073218 DATUM 16 december 2024 STATUS Concept GECONTROLEERD DOOR
G. v. K. Specialist Water & Klimaatadaptatie
19
Datum: 16 december 2024 - Confidential
WEGING VAN HET WATERBELANG AZC VENLO DIENSTENGEBOUW
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende datagedreven duurzame ontwerp-, advies- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij zijn met 36.000 architecten, data-analisten, ingenieurs, projectplanners, water- en duurzaamheidexperts. Onze gedeelde passie is: Improving quality of life. Toewijding aan de strategie ‘accelerating a planet positive future’ onderschrijft onze wereldwijde samenwerking met klanten en hoe we hen helpen met duurzame projectkeuzes. We combineren digitale met mensgerichte innovaties en omarmen toekomstgerichte vaardigheden op het gebied van milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. We werken vanuit meer dan dertig landen en rapporteerden in 2023 een bruto omzet van 5 miljard euro. www.arcadis.com www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 20
Arcadis
Datum: 16 december 2024 - Confidential