525997 BIJL27 Tussenuitspraak Raad van State 16 juli 2025.pdf
Tekst van het document
25.
:
Bestuurlijke lus
26.
De Afdeling ziet in het belang van een spoedige beeindiging van het geschil aanleiding om de raad op grond van artikel 8 : 51 d van de Awb de gelegenheid to geven om de geconstateerde gebreken to herstellen. De Afdeling zal daartoe in de beslissing van deze uitspraak een termijn stellen.
27.
De raad kan het onder 11 .2 geconstateerde gebrek herstellen door aan artikel 1.54 van de planregels toe to voegen dat de maximale
verblijfsduur bij short - stay huisvesting bijvoorbeeld 4 maanden per half jaar bedraagt. De raad kan het onder 14.6 geconstateerde gebrek herstellen door, bijvoorbeeld door middel van een akoestisch onderzoek, aan to tonen dat ter plaatse van de huisvestingslocatie sprake is van een aanvaardbaar woon - en
28.
leefklimaat. Bij een eventueel nieuw of gewijzigd besluit kan de raad desgewenst betrekken wat de gevolgen zijn van het geconstateerde gebrek onder 10.3 ten aanzien van de functieaanduiding "specifieke vorm van resomeercentrum" en de artikelen 3.6.2, 4.5.2, 5.5.2 en maatschappelijk
29.
-
6.5.2. 30.
Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 27 maart 2024, ECLI NL : RVS : 2024 : 1174, blijft op een gewijzigd of nieuw :
202207331 / 1 / R2
22
16 juli 2025
besluit het recht, zoals dat gold voor 1 januari 2024, van toepassing. Afdeling 3.4 van de Awb hoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd of nieuw besluit niet opnieuw to worden toegepast. Proceskosten en griffierecht 31. In de einduitspraak wordt beslist over vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
202207331 / 1 / R2
16 juli 2025
23
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State :
draagt de raad van de gemeente Venlo op om : binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, de onder 27 en 28 omschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente Venlo van 19 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hakkesstraat - Hendrikkenhofstraat Venlo" to herstellen en de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee to delen en het gewijzigde of nieuwe besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend to maken en mee to delen. Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. A.J.C. de Moor van Vugt en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Arneri,
griffier.
w.g. Knol voorzitter
w.g. Arneri griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025
1010 Verzonden : 16 juli 2025
202207331 / 1 / R2
24
16 juli 2025
BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht
Artikel 1 : 2 luidt : "1. Onder belanghebbende wordt verstaan : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen."
Artikel 3 : 2 luidt : "Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevance feiten en de of to wegen belangen. "
Artikel 3 : 46 luidt :
"Een besluit dient to berusten op een deugdelijke motivering. "
Artikel 8 : 1 luidt : "Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de
bestuursrechter."
Artikel 8 : 6, eerste lid, luidt : "Het beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak clan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift. " Wet ruimtelijke ordening
Artikel 3.1, eerste lid, luidt : "De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Deze regels kunnen tevens strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met then verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorie6nuitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied."
Artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, luidt :
"'I. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van
de bij het plan to geven regels : [ ... I
c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bij het plan aan to geven regels;[...]""