525997 BIJL18 Bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf
Tekst van het document
AANVULLEND ARCHEOLOGISCH BOORONDERZOEK NIJMEEGSEWEG TE VENLO GEMEENTE VENLO
aanvullend
archeologisch booronderzoek
Nijmeegseweg
te Venlo
Opdrachtgever
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Rapportnummer
9595.002
Versienummer!
1
Datum
Vestiging
22 maart 2021
Limburg
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 088
-
5001600
(geanonimiseerd) Bammeeconsuitancy.nl Opsteller Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
(geanonimiseerd) EN (geanonimise rd) EN (geanonimiseerd) | EN
(geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd) en OM Foto's en tekeningen: (geanonimiseerd) tenzij anders vermeld. MN. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 ISSN: 2210-8785
1
Versie 1 betreft een
beoordeeld
door de
(Analoog rapport) (Digitaal rapport E-depot)
rapport waarvan geen beoordeling bevoegde overheid.
van
de
bevoegde
overheid
is
ontvangen, bij versie
2 is het
rapport
wel
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Administratieve gegevens
plangebied
Projectcode
9595.002
Toponiem
Nijmeegseweg
Opdrachtgever
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
(geanonimiseerd) |
Venlo
Plaats
Venlo
Provincie
Limburg
Kadastrale
(geanonimiseerd) verie. sectie A. DN
gegevens
Omvang plangebied
circa
Kaartblad
52H
Coördinaten
Bevoegde
centrum
plangebied
overheid
X:
2367
(ged.), 4198 (ged.) en 6307 (ged.)
1,6 hectare
210.095
Gemeente
Y:
378.192
Venlo
Postbus
3434,
T:
3596994
077
nummers
—
5902
Contactpersoon: RK
VN
(geanonimise rd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) en
Venlo
ARCHIS3
Archeoregio Beheer
en
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
4896592100
NOaA
Limburgs zandgebied
plaats
documentatie
(geanonimiseerd) ____}
Swalmen/
Provinciaal
Archeologisch Depot Limburg
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)
Uitvoerder
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is (geanonimiseerd) lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden
kwalitatief
heid. Tevens
belangen
van
hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarbij ce WN (geanonimiseerd) NN (geanonimiseerd) >: NN (geanonimiseerd) rc meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie.
MNN
is (geanonimiseerd) resten
Betrouwbaarheid is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken
Dit onderzoek
kracht
derzoek
van
de
zijnde regelgeving.
Een
booron-
bodem, waardoor het, op basis
de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar BN (geanonimiseerd) voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan (geanonimiseerd) niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. tancy van
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
NE
SAMENVATTING een (geanonimiseerd) heeft in opdracht van GN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) TN (geanonimiseerd)
(IVO-overig,
zoek
verkennende
fase) uitgevoerd
inventariserend
veldonder-
plangebied gelegen aan de Nijmeegseweg een huisvestingslocatie voor circa 750 arbeidsmigranten te ontwikkelen (permanente locatie voor tijdelijk verblijf) en een herdenkingspark te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het be-
te Venlo
in de
gemeente
De
Venlo.
voor
een
initiatiefnemer is voornemens
doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeolohet plangebied kunnen worden verwacht. Het inventariserend veldonderzoek gische verkennende (IVO-overig, fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de stemmingsplan
worden
waarden
binnen
gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied maakt onderdeel uit van een groter plangebied middel
van
een
archeologisch
bureauonderzoek
deels
en
van
4,7
hectare
verkennend
een
dat
in
2019
booronderzoek
al door is onder-
Het huidige onderzoek betreft het deel van het terrein dat in 2019 niet onderzocht kon worden. bebouwing op het terrein is inmiddels gesloopt. Uit de landschappelijke ligging blijkt dat het plan-
zocht.
Alle
vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum landbouwers. De archeologische vondsten en sporen die rondom het plangebied zijn gevonden
gebied voor en
het
het
historische kaartmateriaal
onderzoeksgebied
in de
van
de
resten in het
archeologische
Resultaten
laten
perioden
zien dat
er
Paleolithicum
menselijke activiteiten tot en
plangebied is dien
ten
met
hebben
plaats gevonden
in
Nieuwe tijd. De kans op het voorkomen
gevolgen hoog
voor
alle
perioden.
inventariserend veldonderzoek
Uit het verkennend
booronderzoek
blijkt dat het plangebied grotendeels ligt op een Maasterras uit het Allergd. Langs de westelijke rand van het plangebied bevinden zich rivierduinafzettingen uit de Jonge Dryas. In het noordelijke deel en langs de oostelijke rand van het plangebied bleek het bodemprofiel tot in de Maasterrasafzettingen verstoord te zijn. Ook de uitgegraven bouwput van de voormalige plangebied bevindt zich in deze zone. In het centrale en westelijke deel van het plangebied zijn (grotendeels) intacte bodemprofielen aangetroffen. Advies dubbelbestemeen plangebied adviseert (geanonimiseerd) MEM waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dieming archeologie waarbij mogelijke archeologische beschermende in het te worden Mocht het niet nen regels bestemmingsplan mogelijk opgenomen.
Voor
het westelijke
en
centrale
deel
van
het
de
zijn
om
rend
en
de
archeologische waarden
waarderend wordt
in situ
te
behouden,
dan
adviseert
uit te voeren.
In de
rest van
proefsleuvenonderzoek geadviseerd geen vervolgonderzoek
het
plangebied
van
(geanonimiseerd) pe BN
resultaten
van
onderhavig
waarden de
De
onderzoek
bevoegde (gemeente Venlo). bevoegde tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven overheid
worden
dienen
overheid
neemt
deel
het
van
het nu
uitvoeren. te
een
karte-
onderzochte
deel
Bovenstaand
advies
is
door
de
worden
beoordeeld
vervolgens plangebied toch een
besluit.
van
Mochten
archeologische
aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van uit Erfgoedwet jul 2016 bij hot GN (geanonimiseerd) (ce (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) 2
te laten
om (geanonimiseerd) BEN
(geanonimiseerd) email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: mn. (geanonimiseerd) |
Rapport 9595.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING 1. 1 1. 2
2
Aanleiding tot het onderzoek en leeswijzer Resultaten vooronderzoek
Doelstelling en onderzoeksvragen Methoden Resultaten Conclusie veldonderzoek
. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
4
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
5
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
5
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
LIJST VAN AFBEELDINGEN Detailkaart van het plangebied Detailkaart van het plangebied 2021 Resultaten van het booronderzoek
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
3
.. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
LIJST VAN TABELLEN
Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3.
1 1
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
LITERATUUR
Tabel I.
1
3 3 3 4
. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
CONCLUSIE EN ADVIES
BRONNEN
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4
3
. . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMZ-cyclus
Boorprofielen
Rapport 9595. 002 versie 1
NE
1
INLEIDING
1.1
_ Aanleiding
tot het
onderzoek en
leeswijzer
heeft in opdracht van (geanonimiseerd) een inventariserend veldonder(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) TN (geanonimiseerd) GN zoek (IVO-overig, verkennende fase) uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Nijmeegseweg te Venlo in de gemeente Venlo (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). De initiatiefnemer is voornemens een huisvestingslocatie voor circa 750 arbeidsmigranten te ontwikkelen (permanente locatie voor tijdelijk verblijf) en een herdenkingspark te realiseren. Om
deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). In de
rapportage
zal
huidige onderzoek Vervolgens zullen verkennende derzoek
fase)
wordt een
Het archeologisch
na
samenvatting
een
en
de
de
methodiek
door
te
beantwoorden
middel
van
onderzoek
is
onderzoeksvragen
resultaten
en
advies gegeven
het vooronderzoek
van
het
van
uitgevoerd
1.2
Resultaten vooronderzoek
Het
plangebied (zie figuur 2) uit 2021
onderzoek
is onderzocht
in
2021
maart
uitvoering
van
maakt onderdeel
Formatie
Rand het
Geomorfologie®
ligging blijkt dat
jagers-verzamelaars
sporen
die
rondom
vanaf het
en
het
was
het
menselijke
cum
tot en
Nieuwe
bied
is dien ten gevolgen hoog
De
kans voor
en
en
deels een
destijds
niet
van
4,7
hectare
verkennend
toegankelijk
boor-
voor
de
Maasterras
uit
—grind (Be3)
| (circa |(geanonimiseerd) BP) -
plangebied
het
Neolithicum
230.000
126.000
vanaf
landbouwdek)
BP)
naar
landbouwers.
en
het historische
De
het
de
zuidwest
gunstig
in de
archeologische
laag
geweest vondsten
laten
perioden resten
rand
is
archeologische
kaartmateriaal
onderzoeksgebied van
((code 3L5),
Paleolithicum
voor
het
tot
12.850
oud
op het voorkomen
alle
rivierzand
deel dekzandruggen (+/(code 4K19)
hebben
tijd.
uit het
plangebied zijn gevonden plaats gevonden in
activiteiten
met
Beegden;
Maasterras
Grootste
landschappelijke
van
Allergd (circa 14.500
landduin
er
groter plangebied
een
Gegevensomschrijving
Maasterras®
en
uit van
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Geologie“
voor
(hoofdstuk 2.1). (IVO-overig,
worden
veldonderzoek
(geanonimiseerd) RN B (geanonimiseerd) (Senior KNA Prorapport is gecontroleerd door NN (geanonimiseerd) EA (geanonimiseerd)
bureauonderzoek
een
gegevens
Uit de
het
veldwerk.
Tabel I.
Type
van
door
archeologisch (zie figuur 1). Het huidige plangebied van
beschreven
doelstelling
boringen worden behandeld (hoofdstuk 0). Op basis van het onof vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 3).
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) spector) en IN BN (stecieir KN KNA Archeoloog). (geanonimiseerd) (senior DN
al door middel
eerst de
inventariserend
(geanonimiseerd) Het
dat in 2019
(S 1.2)
zien
dat
Paleolithi-
in het
plange-
perioden.
il (geanonimiseerd) 2020 ,
4
(geanonimiseerd) et al, 2003.
$
Van
6
Alterra, 2003.
den
Berg,
1996.
Rapport 9595.002 versie 1
Pagina 1 van 5
Eco/nsultancy, EERE
Uit de
EPL
resultaten
het
van
EE
eene
het eerste inventariserend deel
veldonderzoek
van
nu
door
middel
eee
(IVO, van
verkennende
booronderzoek
ne
deren
s
fase) blijkt dat onderzochte
in
zuidelijke noordwestelijke het plangebied geen archeologische resten meer te verwachten zijn door de sterke verstoring van de bodem. In het noord(oostelijk) deel van het plangebied is de bodem dermate intact dat hier archeologische waarden in situ aanwezig kunnen zijn. en
het
neme
deel
van
een dubbelbestemming noord(oostelijk) deel van het plangebied adviseerde (geanonimiseerd) BN de waarden ín situ worden bewaard. Hiertoe dienen archeologie waarbij mogelijke archeologische te beschermende regels in het bestemmingsplan worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert (geanonimiseerd) om een karterend en BEN waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. In de rest van het nu onderzochte deel van het plangebied, het zuidelijke en noordwestelijke deel worden geen archeologische resten in situ meer verwacht. Voor dit deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Tijdens het veldwerk bleek dat een deel van het plangebied niet toegankelijk was al gevolg van asbest dat aangetroffen was tijdens de sloop van een gebouw. Hierdoor konden zeven van de geplande boringen niet gezet worden. Het advies voor dit deel van het plangebied is om hier alsnog een verkennend booronderzoek uit te voeren na de asbestsanering om de archeologische verwachting van het bureauonderzoek ook voor dit deel van het plangebied te toetsen.
Voor
het
Huidige situatie Het huidige onderzoek betreft het deel van het terrein dat in 2019 niet onderzocht kon worden. Alle bebouwing op het terrein is inmiddels gesloopt. Wel is er nog een circa 0,5 tot 1,5 meter diep uitgegraven bouwput en een grote stortberg aanwezig (zie foto 1). Het plangebied is verder braakliggend.
Foto
1: het plangebied in maart
Rapport 9595.002 versie 1
2021
Pagina 2
van
5
NE
2
VELDONDERZOEK
INVENTARISEREND
2.1
Doelstelling
Het
inventariserend
en
onderzoeksvragen
veldonderzoek
archeologische verwachting heeft tot doel antwoorden
aan
(IVO-overig,
te vullen en
te vinden
vastgesteld wat de gevolgen zijn van gespecificeerde archeologische verwachting.
2.2
Methoden
Het
inventariserend
onder
veldonderzoek
certificaat op grond
middel
is
het in het
uitgevoerd
na
van
BRL
SIKB
in
de
heeft tot doel de
gespecificeerde
Het veldonderzoek
boringen. plangebied.
van
is binnen
Tevens
dient
plangebied aangetroffen bodemprofiel
voor
vorm
van
het
verkennend
een
booronderzoek,
(KNA, versie 4.1, 24-05-2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24-05-2018), specificatie VSO3. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 28 september 2020 door (geanonimiseerd) El WN (geanonimiseerd) (Senior KNA Prospector) een Plan Het gehele plangebied was op de stortberg in het noordoosten van het van Aanpak (PvA) opgesteld. plangebied
de
door
op wat de bodemopbouw
te worden de
fase)
verkennende
te toetsen
4000
vrij toegankelijk.
De
boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige stortberg en uitgegraven bouwput. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) zeven boringen tot maximaal 1,50 meter -mv gezet (Figuur 3). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven.”
boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). veldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De
Aan
de
van
een
opgeboorde
materiaal
Tevens
is
is
beoordeeld
of
boringen
is
de
maai-
er
de
naar
Resultaten
Geologie De
van
het
alle
wel, geen of slechts deels sprake is gaaf bodemprofiel. gekeken aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of die zichtbaar als cultuurlagen, zijn bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 2.3
hand
Van
en
bodem
resultaten
van
de
weergegeven.
Op
basis
demde In het
bodemopbouw plangebied
boringen als
van
zijn opgenomen deze
volgt
boorprofielen
worden
in de
vorm
kunnen
boorprofielen en worden hoofdlijnen van de opbouw
van
de
in van
bijlage 3 de
bo-
weergegeven.
is
matig fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig en plaatselijk zwak grindig zand aangetroffen. Bij boringen 2-7 zijn aan de basis zwak grindig zandafzettingen, behorende tot het Maasterras uit het Allergd, aangetroffen. Bij de boringen 2, 4 en 5 is in de top van de Maasterrasafzettingen een (deels) intacte B-horizont en bij boring 2 en 4 ook een AE-horizont aangetroffen vanaf 45 75 cm -mv. Deze afzettingen zijn afgedekt met een zwak humeus eerddek. Bij de boringen 3, 6 7 is direct boven de intacte Maasterrasafzettingen, welke hier op 80-85 cm -mv zijn aangetroffen, en de
—
een
verstoord
voormalige
pakket waargenomen.
B-horizont
zichtbaar.
Ook
Bij boring 3
waren
hier bevindt zich
aan
in
het
verstoorde
het maaiveld
een
pakket 40-45
resten cm
zwak
van
een
humeus
dik eerddek. verstoord
7
Bij de meest noordwestelijke boring 1 is onder een 20 cm dikke bouwvoor een 60 cm dik zandpakket aangetroffen. Vanaf 80 cm -mv zijn lichtgele zandafzettingen aangetroffen wel-
Bosch, 2005.
Rapport 9595.002 versie 1
Pagina 3 van 5
NE
ke
vermoedelijk
westen
rivierduinafzettingen
het
van
plangebied
Archeologische In geen
van
verkennend de
boringen zijn archeologische
bodemonderzoek
archeologische
Conclusie
2.4 Het
dat zich
tot
het
rivierduincomplex
indicatoren
richt op de
kunnen
beïnvloeden
vondsten
en/of sporen.
behoren
dat
zich
direct ten
waargenomen.
bodemopbouw
en
Het
hier echter om
niet zo zeer
op het
en
gaat
een
mogelijke bodemverstoringen die onderzoeken op de aanwezig-
veldonderzoek
veldonderzoek heeft tot doel
gebied
die
indicatoren
de
archeologische trefkans
heid van
zijn
bevindt.
antwoorden
te vinden
op wat de bodemopbouw
is binnen
het
plan-
gevolgen zijn plangebied aangetroffen bodemprofiel gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het plangebied grotendeels ligt op een Maasterras uit het Allergd. Langs de westelijke rand van het plangebied bevinden zich rivierduinafzettingen uit de Jonge Dryas. In het noordelijke deel en langs de oostelijke en
wat de
van
rand van de
het plangebied uitgegraven bouwput
westelijke 3).
deel
het
van
van
het
EN
ADVIES
Het
bureauonderzoek
toonde
bevinden.
van
verkennend
een
de
de voormalige
CONCLUSIE
kunnen
voor
bodemprofiel tot in de Maasterrasafzettingen verstoord te zijn. Ook plangebied bevindt zich in deze zone. In het centrale en plangebied zijn (grotendeels) intacte bodemprofielen aangetroffen (zie figuur bleek
3
zouden
het in het
aan
Daarom
booronderzoek
dat is
er er
zich
mogelijk archeologische
aansluitend
een
inventariserend
waarden
in
het
veldonderzoek
plangebied in de
vorm
uitgevoerd.
gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderis door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor het noorden en oosten. Voor het westelijke centrale en deel van het plangebied blijft de hoge gespecificeerde verwachting gehandhaafd (zie figuur 3) De
zoek,
westelijke en centrale deel van het plangebied adviseert BEM (geanonimiseerd) een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert (geanonimiseerd) om om een kartezijn BEN rend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. In de rest van het nu onderzochte deel van het plangebied (het noordelijke en oostelijk deel) worden geen archeologische resten in situ meer verwacht. Voor dit deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeVoor
het
ren.
De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden (geanonimiseerd) BEN overheid bevoegde (gemeente Venlo). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij he (geanonimiseerd) nn (de (geanonimiseerd)
Bovenstaand beoordeeld
8
advies
is van
door de
(geanonimiseerd) email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: mn. (geanonimiseerd) |
Rapport 9595.002 versie 1
Pagina 4
van
5
NE
LITERATUUR
Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische
Berg,
M.W.
mate
kaart
van
Nederland, schaal
1:25.000.
den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics change at various time-scales. Thesis, (geanonimiseerd) nn
Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, rapport, NITG 05-043-A). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, IL. Ritsema, W.E. Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Normalisatie-Instituut, nisch
and
van
onderzoek
beschrijving.
Nederlands, en
beproeving
2020: -
Westerhoff, T.E. Wong, 2003:
NEN-EN-ISO
Identificatie
Versie
en
14688-1:2019+NEN
classificatie
van
grond
5.2.
De
Deel
(TNO-
ondergrond
8990:2020 -
Utrecht
cli-
van
nl: Geotech-
1: Identificatie
en
Delft.
Schutte, A.H.,2020: Archeologisch onderzoek Oude Nijmeegseweg Econsultancy Archeologisch rapport, 9595.001
(ong.)
te
Venlo, gemeente Venlo.
BRONNEN
AHN:; internetsite,
maart
2021.
http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, (geanonimiseerd) (RCE). maart
Amersfoort,
2021.
https://archis.cultureelerfgoed.nl SIKB; internetsite,
maart
2021.
https://www.sikb.nl
Rapport 9595.002 versie 1
Pagina 5 van 5
Figuur 1. Detailkaart van het plangebied
Nijmeegseweg te Venlo. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 9595. 002 versie 1
NL
Figuur 2.
Detailkaart
het
van
plangebied 2021°
Nijmeegseweg te Venlo. Detailkaart
van
het plangebied 2021
Legenda
|
Plangebied
(geanonimiseerd) 2
Rapport 9595.002 versie 1
(2
Figuur 3.
Resultaten van het booronderzoek
Nijmeegseweg te Venlo. Resultaten van het booronderzoek
Rapport 9595. 002 versie 1
Eco/nsultancy,
Bijlage
Overzicht geologische
1
en,
Chronostratigrafie
en
archeologische tijdvakken
Lithostratigrafie
MIS Formaties: 1
Holoceen 11.755
J
12.745
4
’
13.675
14.025
15.700
Late
Dryas (koud)
J
Laat-
Allergd
Weichselien
(warm) Vroege Dryas (koud) Balling (warm)
(Laat-
Glaciaal)
J kl
4
2,E
Kc:
29.000F
Ko
|]
Lel} S[2{
Pleniglaciaal
Midden_Weichselien
MiddenPleniglaciaal 9
”
Ei | (Pleniglaciaal) i
2
75.000
2
4
Vroeg-
Pleniglaciaal
+ -
Vroeg-
©
6
ES 115.000
5 8
Weichselien
8
Glaciaal)
(Vroeg-
@
4
a
130.000
Eemien
4
(warme periode)
(geanonimiseerd) (ijstijd) |
Formatie van
Kreftenheye
Formatie
‚
van
4
Boxtel
Sa
Formatie
sb
SaR
Beegden
5c 5d Eem
5e
Formatie Formatie Drente
van
6
5
Holsteinien
Formatie
2
(warme perioiode)
Urk
i
4
5
Ke
js
410.000
475.000
3
-
en
370.000
|_
Laat-
i
50.000
Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Ke]
+
Elsterien
8
van
(ijstijd)
ET
Cromerien
(warme periode) 850.000,
Formatie van al
lei
>
>
s
2.600.000
Rapport 9595.002 versie 1
s
Pre-Cromerien
Formatie Peelo
van
Sterksel
Eco/nsultancy, eee
seeeeeeeeeeesseeseeeeseeeseseeseeeeseeeeseeeseeeeeeeeseeseseeeeeeeeeeseeeeee
en Ehr
Pollen
Chronostratigrafie
XC jaren
1950
Loofbos
Nieuwe
eik en hazelaar
z
[-450 rl,
k
Subatlanticum koeler vochtiger
overheersen
Vb1
Romeinse
rogge, boekweit, korenbloem
IJzertijd zer)
Loofbos
Bronstijd
2650
IVb
Subboreaal
2000
droger
5
overheersen invloed
beuk>1%
IVa
landbouw
®
50008
3755
(granen)
5
ol ES =
4900
eik, els en hazelaar
warm
U
overheersen in zuiden speelt linde een grote rol
U
hazelaar, eik, iep,
vochtig
5300
7020
8000
den
Boréal warmer
>
8240
[S 5
sooog
Preboreaal
8800 10.150
12.745}
10.800}
Late Laat-__ 11.800
14.025
12.000
15.700
FE 1300015) 2
ES
Glaciaal)
ge
eenboscon open
Vroege Dryas
Balling
|
parklandschapmet
Laat-Paleolithicum
iet
vegetatie
{open
.
kruiden
f
en
berkenbomen
0
8e o|®
‘gro
2 £
35.000
Parklandschap d
WIJ
LW
0
|
Mesolithicum
: berk en later overheersend
den
uw
|Allerod
Weichselien (Laat-
13.675
Dryas
overheerst
„nde, on
eerst
Ü
warmer 11.755
Neolithicum
Loofbos Atlanticum
-
tijd
eik en hazelaar
koeler
-
Middeleeuwen
800 815
|-
tijd IJ
haagbeuk cultuurplanten
veel Va
|
hit
Vb2
-1500
-
Vegetatie
0
cl
E
5
2
ie
weed 5 el
perioden
_
met
ee
af
perioden met toendia
(Pleniglaciaal) ae
een en een
75.0004
Vroeg-
perioden met bos en perioden met
(Vroeg-
een
subarctisch
open
landschap
Weichselien
Glaciaal)
115.000
Midden-Paleolithicum
TT emien
loorbos
(warme periode)
130.000 Cc 0 ® ie}
5
EZ ®
|-
300.000
En
(geanonimiseerd) BN stie)
c 0 ke]
kej
Vroeg-Paleolithicum
=
Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). 2003), toegepast eichselien en het Holoceen. Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramse op het La: Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de (geanonimiseerd) (ROB). os Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens & Kiden Ï
P.
Rapport 9595.002 versie 1
P.
jé
Bijlage 2
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan indien reeds voldoende gegevens bekend zijn een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid gemeente provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting. Indien dit het geval is dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). ,
,
De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. ,
,
,
,
De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid de aard het karakter de omvang de datering de gaafheid de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. ,
,
,
,
,
,
Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende karterende en waarderende fase. De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. ,
,
,
Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 9595. 002 versie 1
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen die aanleiding geven tot nader onderzoek kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. ,
,
,
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven maar wel van belang zijn voor de wetenschap kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. ,
,
,
Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen die aanleiding geven tot nader onderzoek kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. ,
,
,
Rapport 9595. 002 versie 1
Eco/nsultancy,
Schema
de
van
Archeologische
Monumenten
Zorg
Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling v
Toetsing
aan
archeologisch
beleid >
(geanonimiseerd) Provincie. Rijk) PE. v
Vergunningverlening indien zakelijk wordt geacht.
geen
onderzoek
nood-
Bureauonderzoek*
(verzamelen
opstellen verwachtingsmodel)
gegevens en
v Besluit
(door de bevoegde
overheid
op basis
Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van Einde onderzoek, voor archeologie. vrijgeven functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
resultaten)
van
v veldonderzoek*
Inventariserend v Verkennend veldonderzoek Door
p
Karterend
middel van: -
Ook
v ****
Door
terreininspectie
-
-
booronderzoek**
-
-
kan
besloten
begeleiden archeologen.***
van
veldonderzoek
middel van:
worden de
over
te
gaan
het
op
door
graafwerkzaamheden
oppervlaktekartering booronderzoek**
proefsleuven*** van
v Besluit
(door de bevoegde
overheid
op basis
Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van Einde voor onderzoek, archeologie. vrijgeven functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
resultaten)
van
v Bewezen
of
hoge
Waarderend
kans op de aanwezigheid eenn
veldonderzoek door
van
middel van
archeologie
Ook
kan
besloten
begeleiden van archeologen.***
proefsleuven***
(variant begeleiding)
worden de
over
te
gaan
graafwerkzaamheden
het
op
door
hd Besluit
(door de bevoegde
overheid
op basis
v
Opgraven*** Verwijderen van archeologische resten
door
resultaten)
van
v
Beschermen de
Bescherming van de archeologie door planaanpassing
archeo-
Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven functie (eventueel met voor bouwkundige voorwaarden).
logen (variant begeleiding) *_
Combinatie
**_Voorafgaand Voorafgaand ***
“Na
een
verkennende of karterende fase
mogelijk, indien een PvA aanwezig is. opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid.
aan
het booronderzoek dient een PvA
worden
aan
het onderzoek
PvA
verkennend
moet worden “et
bureauonderzoek en IVO
dient een PvE
booronderzoek kan
de
en
bevoegde
overheid
besluiten
dat een
aanvullend
karterend
bureauonderzoek
uitgevoerd.
Een combinatie
proefsleuven is mogelijk, goedgekeurd aanwezig instemming bevoegde overheid. Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. van
indien een
*eektr
Rapport 9595.002 versie 1
bureauonderzoek en
PvA
en
een
IVO
karterende en waarderende
PvE
is en met
fase door
van
middel van de
Bijlage 3
Rapport 9595. 002 versie 1
Boorprofielen
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind , siltig
Klei , zwak siltig
Grind , zwak zandig
Klei , matig siltig
Grind , matig zandig
Klei , sterk siltig
Grind , sterk zandig
Klei , uiterst siltig
Grind , uiterst zandig
Klei , zwak zandig Klei , matig zandig
geen geur
zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie
zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie uiterste olie-water reactie
Zand , matig siltig
Leem , zwak zandig
p. i. d. -waarde >0 >1 > 10 > 100 > 1000 > 10000
Zand , sterk siltig
Leem , sterk zandig
monsters
zand
Klei , sterk zandig Zand , kleiïg Zand , zwak siltig
leem
geroerd monster
Zand , uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus veen Veen , mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen , zwak kleiïg
sterk humeus
Veen , sterk kleiïg
zwak grindig
Veen , zwak zandig
matig grindig
Veen , sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib water
Rapport 9595. 002 versie 1