CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

525997 BIJL16 Bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf

Raadsvergadering 19 november 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 6.3: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo (Albtertushof) (525997)2.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK HAKKESSTRAAT (ONG. ) TE VENLO

Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Hakkesstraat

(ong.)

Opdrachtgever

te Venlo

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Rapportnummer Versienummer

12645.003 D1

Status

Eindrapportage

Datum

13

Vestiging

januari

2022

Limburg

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 088

-

5001600

(geanonimiseerd) Bmmeeconsuitancy.nl Opsteller Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EE

(geanonimise rd) sand NGB

Kwaliteitszorg Eeconsultancy

is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk.

Eeconsultancy boek.

Ons

werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandkwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

-

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

2

GEBIEDSBESCHRIJVING 2. 1 2. 2

. . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie

ONDERZOEKSMETHODIEK 3. 1 3. 2

4

2 4

.. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

5

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

6

Teunisbloempijlstaart Ransuil en torenvalk

. . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

. .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

ONDERZOEKSRESULTATEN 4. 1 4. 2

5

Teunisbloempijlstaart Ransuil en torenvalk

2

. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK 3

1

. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

. .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

6 6 7 7 7 8

12645. 003

Ne

1

INLEIDING

Econsultancy heeft lend

ecologisch

van

(geanonimiseerd) opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvulBN

onderzoek

de

aan

Hakkesstraat

(ong.) te Venlo.

Het aanvullend

ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy en naar aanleiding van recent in augustus 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 12645.002, datum 10 augustus 2021). staart en

een

Uit de

quickscan

het

Netwerk

gebleken

nesteninspectie benodigd

ransuil- en/of torenvalknesten

Econsultancy

is

is lid

van

de

aan

om

een aan-

aanvullend

of

onderzoek

afwezigheid

van

teunisbloempijlteunisbloempijlstaart en

naar

de

de

te tonen.

branchevereniging

opgestelde gedragscode

Rapport 12645.003 versie D1

was

dat

en

"Netwerk

Groene

Bureaus"

en

werkt

volgens

de

door

protocollen.

Pagina 1 van 10

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2. 1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 35 ha) ligt aan de Hakkesstraat (ong.) binnen de bebouwede kom van Venlo. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 210.140 Y = 378. 235. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. ,

,

,

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood vlak).

Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden zie figuur 2. Beide deelgebieden betreffen braakliggende terreinen. In het zuidelijk deelgebied bevinden zich enkele grond- en puindepots. Deze zijn afkomstig van de reeds gesloopte bebouwing en grondsanering. Daarnaast bevinden zich in het middendeel van deze locatie enkele trompetbomen en een bomenrij met paardenkastanjes. Deze bomen worden mogelijk bij de voornomen plannen gerooid. Aan de zuidoostzijde bevindt zich een houtsingel met onder meer zomereiken en een enkele Amerikaanse eik en ruwe berk. In het noordelijk deelgebied bevindt zich aan de noordzijde eveneens een houtsingel met onder meer vogelkers zoete kers berk zomereik en es. ,

,

,

,

Ten noorden grenst het plangebied aan de openbare weg Hakkesstraat. Ten oosten grenst de locatie aan de Hendrikkenhofstraat met aanliggend bedrijven. Ten zuiden grenst de locatie aan een bedrijventerrein en ten oosten aan een klooster met bijbehorende siertuin en bossen. In de siertuin en aan de zijgevel van het klooster bevinden zich diverse vleermuiskasten. Het betreffen zomerpaarverblijfplaatsen en een viertal kraamkasten. Deze kasten zijn ter compensatie van de reeds uit-

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 2 van 10

gevoerde sloop van de bebouwing in het plangebied opgehangen. Tijdens het veldbezoek op 3 augustus 2021 zijn deze vleermuiskasten gecontroleerd op aanwezigheid van vleermuizen middels een zaklamp. Hierbij zijn geen vleermuizen aangetroffen. ,

In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek ten behoeve van de quickscan. ,

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie (wit omkaderd) en directe omgeving.

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 3 van 10

Figuur 3. Zuidelijk deelgebied , kijkrich-Figuur 4. Zuidelijk deelgebied , kijkrich-Figuur 5. Zuidelijk deelgebied , kijkrichting westelijk. ting noordwestelijk. ting oostelijk.

Figuur 6. Zuidelijk deelgebied , kijkrich-Figuur 7. Noordelijk deelgebied , kijk-Figuur 8. Noordelijk deelgebied , kijkting noordelijk. richting is oostelijk. richting is zuidelijk.

2. 2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie

De initiatiefnemer is voornemens een resomeercentrum te realiseren als ook 29 units voor huisvestiging van internationale werknemers (figuur 9). Mogelijk worden bij de realisatie van de voorgenomen plannen de aanwezige trompetbomen en bomenrij met kastanjebomen gerooid. ,

Figuur 9. Locatie en beoogde situatie (bron: bestemmingsplan Albertushof , IKL).

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 4 van 10

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK Uit de quickscan blijkt dat om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd. In tabel 1 zijn de resultaten uit de quickscan Wet natuurbescherming weergegeven. ,

Tabel 1. Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep Broedvogels

jaarrond beschermd

Libellen en vlinders

Rapport 12645. 003 versie D1

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffings-

ja

mogelijk

ja

mogelijk

ja

mogelijk

ja

afhankelijk van nader onderzoek

Bijzonderheden / opmerkingen*

aanvraag

in bladerloze seizoen een inspectie uitvoeren naar aanwezige nesten van ransuil en torenvalk binnen de verstoringsafstand van 75 meter onderzoek naar teunisbloempijlstaart

Pagina 5 van 10

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

3. 1

Teunisbloempijlstaart

Voor het onderzoek naar teunisbloempijlstaart zijn in de periode augustus tot en met medio september 2021 drie veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens deze veldbezoeken zijn de waardplanten (in dit geval teunisbloem basterdwederik en wilgenroosjes) en de directe omgeving gecontroleerd op rupsen van de teunisbloempijlstaart. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden in het rupsstadium van de soort. De aan-/afwezigheid van rupsen geeft het beste aan of de beplanting op de onderzoekslocatie een essentiële bijdrage levert aan een (sub)populatie van de soort. ,

Tijdens

de

veldbezoeken waren de weersomstandigheden (half)bewolkt minimaal 8 °C en er stond weinig wind ( < 4 Bft).

gunstig

het was

,

droog

,

helder

tot

,

3. 2

Ransuil en torenvalk

Voor het onderzoek naar deze soorten heeft in het bladerloze seizoen in de maand december een inspectie plaatsgevonden naar aanwezige jaarrond beschermde nesten in de bomen binnen de invloedsfeer van de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek is gelet op aanwezigheid van potentiele roofvogelnesten recente prooiresten ruiveren en verse uitwerpselen en braakballen. ,

,

,

,

Overzicht veldbezoeken Onderstaande tabel bevat een overzicht van de uit te voeren veldbezoeken Tabel 2.

Onderzoeksinspanning per soortgroep 2021 augustus

teunisbloempijlstaart

tijdstip

-

september 3 x overdag

datum

28 augustus* 2 september* 10 september*

functie

Leefgebied

datum functie

december -

Tijdstip Ransuil en torenvalk

oktober-november

1 x overdag -

15 december* Aanwezige beschermde nesten

* inventarisatie uitgevoerd door twee ecologen

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 6 van 10

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

4. 1

Teunisbloempijlstaart

In de omgeving van de planlocatie zijn waarnemingen bekend van de teunisbloempijlstaart. Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de teunisbloempijlstaart geldt dat deze gebonden is aan specifieke waardplanten. De waardplanten van teunisbloempijlstaart zijn teunisbloem kattenstaart basterdwederik en wilgenroosje. ,

,

Tijdens het eerste veldbezoek ten behoeve van de quickscan op 3 augustus 2021 is de planlocatie en directe omgeving gecontroleerd op de aanwezigheid van waardplanten voor vlinders. De waardplanten van teunisbloempijlstaart teunisbloem en basterdwederik zijn in grote getalen aanwezig op de planlocatie en verder zijn enkele wilgenroosjes waargenomen. De waardplanten zijn aangetroffen op het braakliggend terrein verspreid over de planlocatie. ,

,

,

Figuur 10. Teunisbloem spec. op onderzoekslocatie.

Figuur 12. Lang griendhaantje teunisbloem spec. met vraatsporen.

Figuur 11. Wilgenroosje op de onderzoekslocatie

op

De waardplanten zijn gedurende de veldbezoeken op 28 augustus 2 september en 10 september 2021 gecontroleerd op de aanwezigheid van eitjes rupsen of andere sporen van de teunisbloempijlstaart zoals uitwerpselen en vraatsporen. Op verschillende teunisbloemen zijn vraatsporen aangetroffen. Echter zijn geen rupsen of eitjes van de teunisbloempijlstaart of overige sporen waargenomen tijdens de veldbezoeken. De vraatsporen kunnen verklaard worden door de aanwezigheid van een keversoort “lang griendhaantje” (figuur 12) welke eveneens vraatsporen kunnen veroorzaken op de waardplanten. ,

,

,

,

,

Door het ontbreken van rupsen of eitjes van de teunisbloempijlstaart kan de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de teunisbloempijlstaart op de planlocatie uitgesloten worden. 4. 2

Ransuil en torenvalk

Tijdens het veldbezoek op 15 december 2021 zijn geen grote nesten aangetroffen van roofvogels waaronder ransuil en torenvalk. Verder zijn ook geen recente prooiresten ruiveren en verse uitwerpselen en braakballen waargenomen. Daarmee kan worden uitgesloten dat op de onderzoekslocatie en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden jaarrond beschermde nesten van ransuil en torenvalk aanwezig zijn. Het is niet uitgesloten dat er nesten van algemene broedvogels op en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig zijn. ,

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 7 van 10

Ne

5

CONCLUSIES

Econsultancy heeft voerd aan

EN

AANBEVELINGEN

in

van

opdracht

de Hakkesstraat

(ong.)

(geanonimiseerd) een aanvullend ecologisch onderzoek uitgeBN

te Venlo.

Voorgenomen ingreep De

initiatiefnemer is voornemens

resomeercentrum

een

te realiseren

als

ging van internationale werknemers. Mogelijk worden bij de realisatie de aanwezige trompetbomen en bomenrij met kastanjebomen gerooid.

ook 29

van

units

voor

de voorgenomen

huisvesti-

plannen

Voorgaand onderzoek quickscan Wet natuurbescherming (rapport 12645.002, d.d. 10 augustus 2021) is gebleken een aanvullend onderzoek naar de teunisbloempijlstaart en een nesteninspectie benodigd was aan- of afwezigheid van teunisbloempijlstaart en ransuil- en/of torenvalknesten aan te tonen. Uit de

dat om

Veldonderzoek Binnen drie

de

voor

de

teunisbloempijlstaart optimale periode om uitgevoerd. Tijdens deze veldbezoeken is

veldbezoeken

op de onderzoekslocatie

teunisbloempijlstaart

(en

directe

onderzoek de

uit te

aanwezigheid

omgeving)

voeren, van

de

zijn

in totaal

rupsen

van

onderzocht.

Tijdens de veldbezoeken zijn, ondanks grondige inspecties, geen eitjes en rupsen van teunisbloempijlstaart waargenomen. Er zijn echter wel vraatsporen aangetroffen op waardplanten van de teunisbloempijlstaart. Desalniettemin kan de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart uitgesloten worden vanwege het feit dat er geen individuen van teunisbloempijlstaart zijn aangetroffen en de vraatsporen op desbetreffende waardplanten verklaard kunnen worden door de aanwezigheid van de keversoort

“lang griendhaantje”. Tot slot

zijn tijdens

roofvogels

de

nesteninspectie

een

waaronder

ransuil

catie en

binnen

torenvalk

aanwezig zijn.

en

invloedsfeer

in het bladerloze

torenvalk. van

Daarmee

seizoen

geen grote nesten

aangetroffen

van

kan worden

de werkzaamheden

uitgesloten dat op de onderzoekslojaarrond beschermde nesten van ransuil en

Conclusie Met

betrekking

de soorten

tot de

teunisbloempijlstaart, ransuil

ten

aanzien

van

Dit houdt

in dat al

plicht van

dieren

en

torenvalk

hoeven

vanwege

de

afwezigheid

van

maatregelen getroffen tijde algemene zorgbroedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën nageleefd te worden. het redelijkerwijs mogelijke gedaan wordt om het verstoren, verwonden en/of doden

geen

verdere

te worden.

Wel

dient te allen

de

te voorkomen.

Rapport 12645.003 versie D1

Pagina 8 van 10

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied , ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt " externe werking " genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS , ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren , wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid , voedsel etc.

) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren , eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven , groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening , dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos , houtwallen , struikgewas , heide , ruigtekruiden , vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 9 van 10

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan , daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels , voor zoogdieren , planten , paddenstoelen , insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen , kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing , een zogenaamde passende beoordeling , moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied , aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling , dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip , de soorten hoeven er niet te zitten , het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is.

Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije , maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen , verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt , binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Rapport 12645. 003 versie D1

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/893/documents/23883