516716 Bijl04 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Trappistenweg 10-10A, bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Bijlagen Bij De Toelichting
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A Gemeente Venlo
TAM-OMGEVINGSPLAN - Bijlagen bij de toelichting -
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A Gemeente Venlo
IDN-nummer:
NL.IMRO.0983.TAM202401TRAP1010A-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
18 augustus 2025
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Memo stikstof
6
Bijlage 2
Quickscan flora en fauna
24
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A
3
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A
Bijlagen bij de toelichting
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A
5
Bijlage 1
6
Memo stikstof
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A
WONEN EN LEVEN
Notitie
kenmerk team RGWLEV datum 03-02-2025 ons
Onderwerp MEMO Stikstofdepositieberekening Trappistenweg Tegelen De gemeente Venlo is voornemens een strook grond aan de Trappistenweg te Tegelen te verkopen aan het naastgelegen bedrijf gevestigd aan de Trappistenweg 10-10a. Het betreft een gedeelte van het perceel kadastraal bekend Tegelen sectie B nummer 5150 van circa 186 m2. Het bedrijf is voornemens deze strook toe te voegen aan diens bedrijfsterrein. Om de strook toe te kunnen voegen dienen er werkzaamheden te worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden veroorzaken een stikstofdepositie. Zodoende is een berekening voor de aanlegfase en gebruiksfase uitgevoerd. In deze notitie zijn de uitgangspunten toegelicht. ,
,
,
Aanlegfase Voor de aanlegfase is uitgegaan van de inzet van meerdere mobiele werktuigen. De werkzaamheden bestaan uit het volgende: • • •
Reguliere werkzaamheden (het verplaatsen van het aanwezige materiaal etc. ); Graafwerkzaamheden (bouwrijp en gebruiksrijp maken van gronden); en Hijs en bouwwerkzaamheden ter afscherming terrein.
Reguliere werkzaamheden Voor de reguliere werkzaamheden wordt een mobiele hijskraan (75-560 kW Stageklasse IIIB) ingezet. Het brandstofverbruik voor een mobiele hijskraan bedraagt gemiddeld 20 liter per uur. De mobiele hijskraan zal in totaal 24 draaiuren worden ingezet. ,
Graafwerkzaamheden Voor de graafwerkzaamheden wordt een mini graafmachine (56 < kW Stageklasse IV) ingezet. Het brandstofverbruik voor een mini graafmachine bedraagt gemiddeld 3 liter per uur. De mini graafmachine zal in totaal 16 draaiuren worden ingezet. ,
Hijs en bouwwerkzaamheden Voor de hijs en bouwwerkzaamheden wordt een graafmachine (75-560 kW Stageklasse IV) ingezet. Het brandstofverbruik voor een graafmachine bedraagt gemiddeld 10 liter per uur. De graafmachine zal in totaal 16 draaiuren worden ingezet. ,
Bouwverkeer Met de werkzaamheden worden ook verkeerbewegingen gegenereerd. De verkeersbewegingen zijn onder verdeeld in lichtverkeer (werkbusjes en aannemers) middelzwaar vrachtverkeer (kleine vrachtwagens ten behoeve van afvoer van grond en dergelijke) en zwaar vrachtverkeer (zwaar transport en dergelijke). ,
1
Notitie
In totaal worden door de werkzaamheden vier lichtverkeersbewegingen twee middelzwaar vrachtverkeersbeweging en vier zwaar vrachtverkeersbewegingen gegenereerd ,
Ten aanzien van het modelleren van verkeerstromen in de AERIUS Calculator is de vraag aan de orde op welk moment het verkeer op gaat in het heersende verkeersbeeld en dus niet meer onderscheidend is door het voornemen. Voor de aanlegfase komt dat neer op een afwikkeling vanaf de Trappisteweg tot de Kaldenkerkerweg. Op dit traject is een stagnatiepercentage van 10% verondersteld. Behalve de stikstofemissie die ontstaat als gevolg van verkeersgeneratie is ook sprake van stikstofemissie als gevolg van een koude start van voertuigen die langer dan 2 uur stil hebben gestaan. Voor de aanlegfase betreft dit de helft van de verkeersgeneratie van het personenverkeer bestaande uit 2 koude starten. Het middelzware- en zware vrachtverkeer is enkel ten behoeve van het laden en lossen van materiaal en zal niet langer dan 2 uur stilstaan. Bij mobiele werktuigen blijkt een differentiatie van koude starten en warme motor geen meerwaarde te hebben en behoeve hierom ook niet te worden opgenomen (handreiking koude start – BIJ12 2024). ,
,
,
Resultaat en conclusie Het resultaat is een stikstofdepositie 000 mol/ha/jaar. Zodoende kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden in de aanlegfase geen significante gevolgen hebben voor de omliggende Natura 2000-gebieden. ,
104610
2
Notitie
Gebruiksfase Voor de gebruiksfase wordt uitgegaan dat de toekomstige werkzaamheden niet zullen veranderen ten opzicht van de huidige werkzaamheden. De extra strook die erbij zal worden gekocht zorgt enkel voor een efficiëntere manier van werken. Voor de volledigheid zijn de werkzaamheden en de verkeersbewegingen alsnog opgenomen in de berekening Reguliere werkzaamheden Ter plaatse van de locatie draaien dagelijks twee mobiele hijskranen. Deze verplaatsen het materiaal en laden vrachtwagens op. De vrachtwagens rijden af en aan om materiaal te vervoeren.
Voor de mobiele hijskranen is een inschatting gemaakt dat deze in totaal 520 draaiuren in het jaar hebben en een verbruik van 20 liter per uur hebben. Per dag rijden er maximaal 8 vrachtwagens en 2 auto’s heen en weer. Hiermee is de verkeersgeneratie voor het zwaar vrachtverkeer 8 verkeersbewegingen en licht verkeer 4 verkeersbewegingen. Het verkeer zal in deze fase ook opgaan in het heersend verkeersbeeld op de Kaldenkerkerweg en het stagnatiepercentage bedraagt net als in de aanlegfase 10%. De koude start is voor de gebruiksfase tevens alleen van toepassing op de lichte verkeersbewegingen en betreft 2 koude starten. Conclusie Het resultaat is een stikstofdepositie 000 mol/ha/jaar. Zodoende kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden in de gebruiksfase geen significante gevolgen hebben voor de omliggende Natura 2000-gebieden. Tevens is te stellen dat de werkzaamheden niet veranderen ten opzichte van de bestaande en vergunde situatie. ,
104610
3
Bijlage 2
24
Quickscan flora en fauna
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Trappistenweg 10-10A
Quickscan Flora
en
Fauna
Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen
aelmans Projectgegevens
Rapportnummer
:
AMO24022
Datum
:
15
rapportage
Versienummer
augustus
2024
11
Quickscan Flora Trappistenweg
naast
Opdrachtgever
en
Fauna
10-10a te
Tegelen
Tonnaer Adviseurs
:
in
Omgevingsrecht
B.V.
(geanonimiseerd) Berlicumseweg 5248
Contactpersoon Aelmans Milieu
Ecologisch Datum
medewerker
uitvoering veldwerk
Opsteller rapportage Handtekening Controle rapportage
Handtekening Rapportstatus
Aelmans is een
Milieu
handelsnaam
van
Landweerstraat-Zuid
109
T +31
Aelmans
NT
(geanonimiseerd) nn
6D
ROSMALEN
(geanonimiseerd)
(geanonimise rd)
Milieu Oss B.V.
(0)412 65 50 58
3
oss@aelmans.com
%
©
www.aelmans.com/milieu
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Milieu Oss B.V, h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486.
Aelmans
Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans
Milieu is niet
vermeld
staan
in dit
rapport zelf neemt.
aansprakelijk voor schade
die direct dan wel
rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk
indirect voortvloeit uit
voor
conclusies, aannames en/of aanbevelingen die mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit
Samenvatting Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B. V. heeft in verband met de verkoop van een terrein aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel naast Trappistenweg 10-10a te Tegelen. ,
,
De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van artikel 11.37 11. 46 en 11. 54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. ,
Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan niet worden uitgesloten dat de beoogde activiteiten een negatieve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit Omgevingswet en het Bal. In onderstaande tabel is vermeld op welke manier de onderzoekslocatie gebruikt wordt door beschermde flora en fauna. Toetsing van de effecten van de werkzaamheden op (potentiële) aanwezige soorten conform de Ow Soort
Belang locatie*
Alpenwatersalamander
A
(Potentiële) overtreding Ow Artikel 11. 54
NO/zorgplicht
Benodigde inspanning
Zorgplicht
Werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden buiten de overwinteringsperiode (september t/m maart)
*Toelichting: A. De nabije bosschage en poel bieden mogelijk geschikt voortplantings- en landhabitat voor de soort. Daarbij zijn aan de zuid- en oostzijde van de locatie hopen met materialen welke grotendeels in roulatie zijn waar de soort mogelijk kan overwinteren. Door het uitbreiden van het recyclingbedrijf kunnen overwinterende alpenwatersalamanders geschaad of gedood worden. ,
,
Bij de werkzaamheden dient men op te passen dat de aanwezige Japanse duizendknoop niet wordt verspreid. De grond besmet met deze soort dient afgegraven te worden en thermisch behandeld (min 50°C) en mag niet verkocht of verplaatst worden tenzij deze naar een voorziening wordt gebracht waar deze kan worden uitgeroeid. Daarbij dient het materieel wat op het terrein wordt gebruikt goed gereinigd te worden na gebruik zodat deze plant niet verspreid naar andere bouwplaatsen door per ongeluk meegenomen wortelstukken.
Ondanks dat geschikt habitat ontbreekt in de huidige situatie wordt geadviseerd om tijdens de geplande werkzaamheden tijdelijke plassen en poelen te voorkomen om te voorkomen dat er geschikt voortplantingshabitat ontstaat waar de rugstreeppad eieren kan afzetten. ,
De onderzoekslocatie is onderdeel van het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (LNN). Binnen het LNN worden geen activiteiten of wijzigingen toegelaten indien deze kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit oppervlakte of samenhang tussen de gebieden van het LNN. Het verdwijnen van dit stuk LNN leidt niet tot verlies van kwaliteit of samenhang van het LNN maar het leidt wel tot verlies van oppervlakte. De voorgenomen activiteit mag alleen worden uitgevoerd als de verloren oppervlakte (186 m)2 van het LNN tijdig wordt gecompenseerd. ,
,
Voor de geplande ingreep worden de enkele opkomende acacia’s gerooid welke te jong zijn om te dienen als nestgelegenheid voor vogels. Bomen kunnen tijdens het broedseizoen niet jaarrond beschermde nesten bevatten. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. Dit gaat verloren door de geplande ingreep. Onder artikelen 11.6 11. 27 en 11. 116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren planten en bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. ,
,
,
,
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 1. 1
Aanleiding
1. 2
Doelstelling
1. 3
Werkwijze
. .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
1
. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
1
. .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
1
Wettelijk kader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 2. 1
Omgevingswet
. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
3
2. 2
Zorgplicht
. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
3
2. 3
Gebiedsbescherming
2. 4
Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild.
2. 5
Houtopstanden
2. 6
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
.. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
4
. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
5
. .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
6
.. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
7
Plangebied . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3. 1
Plangebied huidig
.. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
8
3. 2
Geplande ingrepen
.. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
8
3. 3
Nabij gelegen Natura2000 gebieden
3. 4
Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland
. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .
8 9
Quickscan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 4. 1
Locatiebezoek
4. 2
Resultaten quickscan
.. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . ..
.. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . .. . .. . .. . .. .. . ..
11 12
5
Toetsing van de bevindingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
6
Conclusies en aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Kaartmateriaal Foto’s Gegevens Natuurloket Checklist onderzoek vleermuizen Literatuurlijst
nd aelmans
enor
Inleiding 1.1
Aanleiding Tonnaer Adviseurs
in
Omgevingsrecht B.V. heeft, in verband met de verkoop van een terrein, aan opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het terrein naast de Trappistenweg 1010a te Tegelen. De contactpersoon namens de opdrachtgever was De werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door (geanonimiseerd) Aelmans Milieu
(geanonimiseerd)
1.2
Doelstelling quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Omgevingswet te voorkomen. Om een overtreding met de Omgevingswet te voorkomen kunnen preventieve maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden. De
1.3
Werkwijze uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Op basis van de resultaten van de quickscan kan een soortgericht onderzoek noodzakelijk zijn en zal deze geadviseerd worden. Een
quickscan
wordt
is inzicht
Tijdens
het bureauonderzoek wordt
standaardwerken
op basis
aan
de hand
van
“expert judgement”
verspreidingsatlassen,
van
Quickscan
Flora en
Fauna
nagegaan
Trappistenweg Aelmans Milieu
naast
10-10a
welke
andere
planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn. en
te
Tegelen
beschermde
1
AMO240221
Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar holen uitwerpselen vraat- loop- en veegsporen prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling. ,
,
,
,
,
,
,
.
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
2
AMO240221
2
Wettelijk kader
2. 1
Omgevingswet De bescherming van natuurgebieden en van nature in het wild levende dieren of planten is in artikel 4. 3. lid 1 onder j en o en lid 3 onder d van de Omgevingswet opgenomen. De bescherming is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het in standhouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onderdeel van de Omgevingswet beschrijft 3 afdelingen met activiteiten waarvoor regelgeving is opgesteld: ,
,
1.
,
Activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden (Afdeling 11. 1 van het Bal) Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild (Afdeling 11. 2 van het Bal) Activiteiten die houtopstanden hout en houtproducten betreffen (Afdeling 11. 3 van het
2. 3.
,
Bal) Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht per activiteiten groep. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. ,
2. 2
Zorgplicht Onder artikelen 11.6 11. 27 en 11. 116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren planten bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. ,
,
,
,
,
Voor flora en fauna- en Natura 2000-activiteiten houdt de zorgplicht in dat voorafgaand aan de activiteit een quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten hun leefgebieden en natuurgebieden. Als deze aanwezig zijn kunnen indien mogelijk op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen worden uitgesloten voor dieren van die soorten hun nesten foerageerplaatsen voortplantingsplaatsen rustplaatsen en eieren of voor beschermde planten en natuurgebieden. Indien dit niet mogelijk is kunnen de gevolgen met passende maatregelen worden voorkomen. Deze dienen wel gecontroleerd te worden. Indien de maatregelen het beoogde effect niet hebben moeten de werkzaamheden gestaakt worden of als dit redelijkerwijs niet meer mogelijk is moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
3
AMO240221
2. 3
Gebiedsbescherming De Natura 2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorgdragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen ,
,
habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. Onder de Omgevingswet zijn alle Natura 2000 gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden beschermd. De wet verbiedt Natura 2000-activiteiten in art. 5. 1 lid 1 aanhef en onder e. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten of het realiseren van projecten die een significante gevolg kan hebben op een Natura 2000 gebied. Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met een gebied maar in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art. 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn). ,
,
Op de wet zijn uitzonderingen voor projecten die: •
• •
een
positief effect hebben op het beheer bescherming en instandhoudingsmaatregelen of ,
passende maatregelen ter voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden (art. 11. 18 lid 2 a en b van het Bal) zijn vastgelegd in een omgevingsverordening (art. 11. 19 van het Bal). van groot nationaal belang zijn (art. 11. 20 van het Bal).
Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de Gedeputeerde Staten in hun eigen provincies (art. 2.44 vierde lid Omgevingswet). De Gedeputeerde Staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk. Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in het Besluit kwaliteit leefomgeving Bkl) genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats (bijlage I Habitatrichtlijn) en de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten. Tevens kunnen Gedeputeerde Staten gebieden aanwijzen die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden samen met het NNN aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden. ,
,
,
,
,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
4
AMO240221
2. 4
Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren (art. 5. 1 lid 2 onder g Omgevingswet). Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Vergunningsplichtige gevallen zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onderverdeeld in drie beschermingsregimes: ,
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§11. 2. 2 van het Bal). De wet voorziet ook in de bescherming van de nesten rustplaatsen en eieren en het verbieden van het opzettelijk verstoren van vogels. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn (§11. 2. 3 van het Bal). Hierbij gaat het om de bescherming van de soorten genoemd in deze verdragen hun voortplantings- of rustplaatsen en het vernielen van beschermde planten door plukken afsnijden of ontwortelen. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage IX van het Bal. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren amfibieën reptielen vissen dagvlinders libellen kevers (onderdeel A van de bijlage) hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§11. 2. 4 van het Bal). ,
,
,
,
,
,
2. 4. 1
,
,
,
,
,
Vrijgestelde soorten De Omgevingswet maakt invulling van de wet door provincies mogelijk hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Limburg geregeld in het Omgevingsverordening Limburg geconsolideerd op 1 december 2023. ,
,
In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
5
AMO240221
Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer Soortgroep
Soort
Periode
Soortgroep
Soort
Periode
Amfibieën
Bastaardkikker
Gehele jaar
Zoogdieren
Haas
Gehele jaar
Reptielen
(middelste groene kikker)
Hermelijn
Bruine kikker
Huisspitsmuis
Gewone pad
Konijn
Kleine watersalamander
Molmuis
Meerkikker
Ondergrondse Juli t/m
woelmuis
september
Ree
15 augustus t/m
Rosse woelmuis
15 oktober
Steenmarter
15 augustus t/m februari
Tweekleurige bosspitsmuis
Gehele jaar
Bunzing Dwergmuis
Veldmuis
Hazelworm Levendbarende hagedis
Zoogdieren
Aardmuis
Gehele jaar
Bosmuis
Dwergspitsmuis
Vos
Eekhoorn
Maart t/m april , juli t/m november
Egel
Gehele jaar
Wezel Woelrat
Gewone bosspitsmuis
2. 4. 2
Invasieve exoten In het Bal is wetgeving om de introductie en verspreiding van invasieve exoten in de natuur te voorkomen. Conform §11. 2. 10 van het Bal is het verboden om opzettelijk invasieve uitheemse soorten te houden kweken of te vervoeren. Daarbij mogen deze soorten niet worden toegestaan om zich voort te planten of worden vrijgelaten in de natuur. ,
2. 5
Houtopstanden Conform hoofdstuk 11 afdeling 11. 3 van het Bal is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie. Artikel 11. 129 van afdeling 11. 3 verplicht een 1-op-1 compensatie beter bekend als de herplantplicht binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het Natura-2000 gebieden dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. ,
,
Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht en kapmelding. Ook dunningswerkzaamheden voor de aanleg van brandgangen onder een gedragscode zijn vrijgesteld van de herplantplicht en een kapmelding. ,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
6
AMO240221
Deze afdeling heeft geen betrekking op: • houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap. • houtopstanden op erven en tuinen • bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van noten en fruit en bijbehorende windschermen worden geteeld • naaldbomenproductie voor “Kerstbomen” die niet ouder zijn dan twintig jaar. ,
,
,
• •
boomkwekerijen beplantingen bestaande uit wilgen of populieren bij wegen waterwegen of eenrijige beplanting langs landbouwgronden Dunningswerkzaamheden van houtopstanden ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand houtproductie van populier wilg es of els bestaand uit minstens 10. 000 stoven per ha aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt. houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 1000 m 2 of bestaan uit een rijbeplanting van 20 of minder bomen. ,
,
• • •
,
,
,
,
De hiervoor genoemde kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Omgevingswet. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit. ,
,
2. 6
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. ,
Y. C. van der Sterren BSc voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
7
AMO240221
3
Plangebied
3. 1
Plangebied huidig De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Tegelen sectie B nummer 5150 (ged. ). De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoeklocatie betreft een onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en is gelegen aan de rand van een bedrijventerrein in het buitengebied van Tegelen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: ,
-
3. 2
Noordzijde: Oostzijde: Zuidzijde: Westzijde:
,
LNN met de A74 en daarachter bosrijk gebied. LNN met de A74 met daarachter agrarisch gebied. bedrijventerrein met daarachter een woonwijk van het dorp Tegelen. bedrijventerrein en een woonwijk van het dorp Tegelen met daarachter de A73.
Geplande ingrepen Het voornemen bestaat om een groenstrook behorende bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) te verkopen ten behoeve van de uitbreiding van een aangrenzend recyclingbedrijf. Het aanwezige groen zal hier verwijderd worden en (bestaande) muren van stapelbare betonblokken worden
mogelijk verlegd of aangelegd.
3. 3
Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 12 kilometer ten zuiden van de onderzoeklocatie is het 'Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg' gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 1). Gezien de kleinschaligheid en afstand van de activiteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. ,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
8
AMO240221
'Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg' Figuur 1: nabij gelegen Natura2000 gebieden.
3. 4
Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De locatie valt binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg en binnen het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (figuur 2). De onderzoeklocatie is onderdeel van het gebied dat is aangewezen als dennen- eiken- en beukenbos (N15. 02). Circa 60 meter ten oosten van de onderzoekslocatie is tevens een gebied gelegen dat is aangewezen als kruiden- en faunarijk grasland (N12. 02). Deze gebieden zijn tevens onderdeel van het LNN. Binnen het LNN worden geen activiteiten of wijzigingen toegelaten indien deze kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit oppervlakte of samenhang tussen de gebieden van het LNN. ,
,
Het LNN waar de onderzoekslocatie onderdeel van is wordt omringd door een snelweg aan de noordzijde en een bedrijventerrein aan de overige zijden. Dit betekent dat de kwaliteit van dit gebied hoogstwaarschijnlijk laag is gezien hier sprake is geluidsverstoring trillingen verzuring en bemesting (stikstof). Daarbij is de onderzoekslocatie direct naast een recyclingbedrijf gelegen en heeft er in de voorgaande jaren meerdere malen bodemroering plaatsgevonden. De onderzoekslocatie zelf betreft een braakliggend terrein waar pioniervegetatie groeit. Ook groeit hier Japanse duizendknoop welke verder zal gaan woekeren richting de rest van het LNN indien er geen maatregelen genomen worden. De onderzoekslocatie is van een slechte kwaliteit als zijnde natuurgebied en heeft de potentie om te verslechteren door de aanwezigheid van de Japanse duizend knoop die hier groeit. Door het gebied te saneren wordt de kwaliteit verbeterd van het omringende LNN gebied. Zodoende is er geen sprake van afname van de kwaliteit van het LNN. ,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
,
9
AMO240221
De onderzoekslocatie is onderdeel van de uiterlijke zuidrand van een doodlopend deel van het lokale LNN. Derhalve zal het verdwijnen van de onderzoekslocatie als LNN geen effect hebben op de functie als migratie route van dit deel van het LNN. Ook staat dit deel van het LNN niet in verbinding met andere gebieden en is er sprake van een doodlopend stuk waardoor hier geen sprake is van ,
afname van samenhang. De geplande ingreep leidt tot een afname van het oppervlakte van het LNN. Het LNN waar de onderzoekslocatie onderdeel van is beslaat een oppervlakte van circa 35 hectare waarvan de onderzoekslocatie enkel circa 186m 2 betreft. Indien dit tijdig gecompenseerd wordt aan bijvoorbeeld de noord- of zuidzijde van het huidige deel van het LNN is er geen sprake van een afname waardoor de huidige wetgeving geen belemmering zou moeten vormen voor de geplande werkzaamheden. ,
,
Figuur 2: nabij gelegen beheertypen & Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (LNN).
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
10
Saelmans
vana
Quickscan 41
Locatiebezoek Het veldbezoek is op
uitgevoerd
co
2 augustus
(geanonimiseerd) -
tabel. In bijlage 2 zijn foto's
van
uitgevoerd. Het locatiebezoek is weersomstandigheden zijn opgenomen in onderstaande
2024 tussen
10:15 en
11:30
het locatiebezoek opgenomen.
Weersomstandigheden
Bewolking
Neerslag
Wind
Temperatuur
halfzware
geen
ZO
21 °C
1 BFT
Opmerkingen
tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie sprake is van een braakliggende strook grond welke onderdeel is van het LNN (figuur 3). Ten noorden van de locatie is een bosschage met poel welke eveneens onderdeel is van het LNN gesitueerd. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan een recyclingbedrijf.
Ten
Figuur 3: luchtfoto van de onderzoeklocatie. De onderzoekslocatie
hoofdzakelijk begroeid met witte honingklaver, akkersdistel, wilde peen en basterdwederik. Op de locatie zijn meerdere sprinkhanen, wantsen, lantaarntjes en een icarusblauwtje waargenomen. Langs de oost- en zuidelijke perceelsgrens van de locatie staat een haag van de Japanse duizendknoop en opkomende acacia's. Daarnaast groeien aan deze zijden van de locatie meerdere teunisbloemen. Het veldbezoek is uitgevoerd op het moment dat de teunisbloempijlstaart zich in het rupsstadium bevond. Derhalve zijn de planten onderzocht op rupsen, vraatsporen en fecaliën van de teunisbloempijlstaart. Op de teunisbloemen zijn vraatsporen van vermoedelijk een keversoort “altica spec” en slakken inclusief fecaliën van slakken aangetroffen, echter zijn er geen sporen van de teunisbloempijlstaart waargenomen. is
Quickscan Flora en
Fauna
Trappistenweg Aelmans Milieu
naast
10-10a
te
Tegelen
u
AMO240221
Aan de oostzijde van de locatie is achter de hier aanwezige begroeiing welke overwegend bestond uit Japanse duizendknoop een rommelhoekje van hout- en tuinmaterialen aanwezig. Door de begroeiing was het rommelhoekje slecht te inspecteren. Langs de zuidzijde aangrenzend aan de locatie liggen meerdere hopen met (auto)onderdelen. Waar mogelijk is onder deze materialen gecontroleerd op het voorkomen van fauna. Onder een autokoplamp richting de westzijde is een gewone pad aangetroffen. Ook was hier ten tijde van het veldbezoek een ondiepe plas water waarop een drijflaag is waargenomen. Aan de westzijde van locatie woekeren bramenstruiken. Achter deze bramenstruiken groeide bomen van de acacia. ,
,
De bosschage ten noorden van de onderzoekslocatie bestaat uit zomereik tamme kastanje esdoorn en opkomende acacia. De ondergroei bestaat hoofdzakelijk uit klimop. Daarnaast is er een strooisellaag aanwezig. Aan twee zomereiken in de bosschage is een vleermuisnestkast geplaatst. De poel in de bosschage heeft flauwe en goed begroeide oevers. Ook verder rondom de poel was ten tijde van het bezoek dichte vegetatie aanwezig. De begroeiing bestond hoofdzakelijk uit riet grote kattenstaart en koninginnekruid. Nabij de poel zijn meerdere jonge bruine kikkers en de rups van ,
,
,
een
4. 2
braamvlinder waargenomen.
Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp. nl (bijlage 3) dat door de NDFF is opgesteld en door indien aanwezig provinciale databanken. ,
,
4. 2. 1
,
,
Amfibieën Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander bastaardkikker boomkikker bruine kikker gewone pad kamsalamander kleine watersalamander knoflookpad meerkikker rugstreeppad en vinpootsalamander zijn ,
,
,
,
,
,
,
,
,
waargenomen.
Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bastaardkikker bruine kikker gewone pad kleine watersalamander en meerkikker in Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het voorkomen van deze meer algemenere soorten is niet uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Ten tijde van het veldbezoek zijn de bruine kikker en gewone pad waargenomen. ,
,
,
De alpenwatersalamander heeft een voorkeur voor zandige leemgronden waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. De soort komt ook veel voor op ruderale terreinen. Daarbij is het belangrijk dat er een goede strooisel- of moslaag aanwezig is om uitdroging te voorkomen. In het voorjaar is deze soort in allerlei typen water te vinden zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. De meeste dieren overwinteren op het land. Hiervoor kunnen allerlei holten houtwallen overhoekjes houtstapels stenen en afvalhopen dienst ,
,
,
,
,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
12
AMO240221
doen. Op de onderzoekslocatie is geen sprake van holten houtwallen ed. Wel zijn er aan de oost- en zuidzijde hopen met (auto)materialen en een rommelhoekje gesitueerd waar de soort onder zou kunnen verblijven echter zijn deze hopen met (auto)materialen continue in roulatie en is het rommelhoekje gelegen tegen een sleufsilo welke regelmatig wordt gebruikt. Hierdoor zullen dit geen duurzame en waarschijnlijke verblijfsplaatsen zijn voor de alpenwatersalamander. De nabije bosschage biedt mogelijk wel geschikte landhabitat en de nabije poel biedt geschikt voortplantingshabitat. Hierdoor is het voorkomen van de alpenwatersalamander niet uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Echter gezien de kleinschaligheid van de onderzoekslocatie en het feit dat de nabije bosschage en poel behouden blijven blijft er geschikt habitat aanwezig voor de soort. In het kader van de zorgplicht dienen de werkzaamheden buiten de overwinteringsperiode (september t/m maart) van de alpenwatersalamander uit te voeren. ,
,
,
De boomkikker heeft een voorkeur voor het landschapstype ‘bos en struweel’. Daarnaast wordt de boomkikker gemeld uit agrarisch gebied (halfopen kleinschalige cultuurlandschappen). Boomkikkers worden vooral aangetroffen in poelen en daarop lijkende kleine geïsoleerde wateren zoals vijvers grachten en moerassen. Ook uit vennen en sloten zijn waarnemingen bekend. De boomkikker mijdt de stedelijke omgeving. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie nabij bebouwd gebied is de boomkikker uit te sluiten. Daarbij ontbreekt geschikt habitat voor deze soort binnen de ,
,
onderzoekslocatie. Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren. Het voortplantingsbiotoop bestaat voornamelijk uit matig voedselrijke tot voedselrijke stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Veel vindplaatsen zijn beek of rivier begeleidend. Op de onderzoekslocatie zelf is geen sprake van bos houtwallen of struweel. Wel is in de nabije bosschage dit habitat aanwezig en mogelijk biedt de nabije poel geschikt habitat voor de soort echter betreft dit een geïsoleerd water. Derhalve is het onwaarschijnlijk dat de kamsalamander hier voorkomt. Daarbij zal de geplande ingreep geen effect hebben de nabije bosschage en poel. ,
,
,
,
,
De knoflookpad is gebonden aan de stroomdalen van beken en rivieren in het oosten en zuidoosten van Nederland. De soort heeft een voorkeur voor agrarisch gebied ruderaal terrein (zoals volkstuinen) en halfnatuurlijke graslanden. Het voortplantingsbiotoop bestaat vaak uit vrij grote en diepe poelen met een weelderige onderwater- en oevervegetatie en een voedselrijk karakter. Een absolute voorwaarde voor deze (grotendeels ondergronds levende) soort is de aanwezigheid van open zandplekken omringd door vegetatie. Het zand moet een zodanige structuur hebben dat het goed vergraafbaar is. Op de onderzoekslocatie zijn geen open zandplekken aanwezig. Derhalve is de knoflookpad uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Ook in de nabije bosschage is nauwelijks sprake van open zandplekken. Mogelijk biedt de poel wel geschikt voortplantingshabitat echter zal de gepland ingreep hier geen effect op hebben. ,
,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
13
AMO240221
Voor de rugstreeppad zijn open gebieden met slechts hier en daar schuilplaatsen een geschikte habitat liefst met zandgrond om goed te kunnen graven. De rugstreeppad staat bekend als een echte pionierssoort omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. De rugstreeppad heeft een hekel aan hogere begroeiing omdat deze het zonlicht weg vangt. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten waardoor geschikte habitats ontstaan. De onderzoekslocatie is volledig begroeid met ruigte soorten waardoor hier geen open gebieden zijn. Daarnaast is er op de kleine plas water welke ongeschikt is gezien de olie en smeer o.i.d. geen water aanwezig op de locatie. Derhalve is de rugstreeppad uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Ook in de nabije bosschage is nauwelijks sprake van open zandplekken. Ondanks dat geschikt habitat ontbreekt in de huidige situatie wordt geadviseerd om tijdens de geplande werkzaamheden tijdelijke plassen en poelen te voorkomen om te voorkomen dat er geschikt voortplantingshabitat ontstaat waar de rugstreeppad eieren kan afzetten. ,
,
,
,
,
,
,
,
Vinpootsalamanders worden in Nederland in twee landschapstypen aangetroffen de heidegebieden op de hogere zandgronden en het heuvellandschap van Zuid-Limburg. Gezien het ontbreken van dergelijk habitat op en nabij de onderzoekslocatie is de vinpootsalamander uit te sluiten. ,
4. 2. 2
Dag- , nachtvlinders Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de grote vos grote weerschijnvlinder kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart zijn waargenomen.
,
,
Op de onderzoekslocatie ontbreken de geschikte waardplanten voor de grote vos grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder. Door het ontbreken van waardplanten en essentieel leefgebied op de onderzoekslocatie zijn deze soorten uit te sluiten. ,
De teunisbloempijlstaart komt voornamelijk voor op open plekken in vochtige bossen bosranden en warme open plaatsen. De soort overwintert hier als pop in de strooisellaag. De waardplanten van de soort zijn het wilgenroosje de teunisbloem bastaardwederik en kattenstaart. Op de onderzoekslocatie zijn meerdere teunisbloemen waargenomen en langs de nabij gelegen poel groeiden meerdere kattenstaarten. Op de onderzoekslocatie ontbreekt een strooisellaag waarin de soort kan overwinteren echter is deze strooisellaag wel aanwezig in de nabij gelegen bosschage. Derhalve is er sprake van geschikt voortplantingshabitat voor de teunisbloempijlstaart op de onderzoekslocatie. Gezien het veldbezoek is uitgevoerd op het moment dat de teunisbloempijlstaart zich in het rupsstadium bevond zijn de planten gecontroleerd op rupsen vraatsporen en fecaliën van de teunisbloempijlstaart. Op de planten zijn vraatsporen en fecaliën aangetroffen echter zijn er geen rupsen of eitjes of overige sporen van de teunisbloempijlstaart waargenomen tijdens het veldbezoek. De vraatsporen kunnen verklaard worden door de aanwezigheid van een keversoort (altica spec). De aangetroffen fecaliën behoren bij de slakken welke op de planten zijn waargenomen.
Aangezien er geen sporen van de teunisbloempijlstaart zijn waargenomen op de waardplanten gedurende het rupsstadium van de soort is het onwaarschijnlijk dat de teunisbloemen op de locatie worden gebruikt als voortplantingshabitat. Daarbij staan langs de nabij gelegen poel meerdere kattenstaarten voor de soort en zal de geplande ingreep geen effect hebben op deze waardplanten waardoor geschikt voortplantingshabitat in de nabije omgeving behouden blijft. ,
,
,
,
,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
14
AMO240221
4. 2. 3
Kevers Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de vermiljoenkever is waargenomen. De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Ook meer solitaire of opgestapelde boomstammen kunnen gekoloniseerd worden. Populier is in Nederland de absolute favoriete boom voor de soort echter worden ook de andere loofboomsoorten en zelfs enkele naaldboomsoorten bewoond. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout op en nabij de onderzoekslocatie is de vermiljoenkever uit te sluiten. Wel is het mogelijk dat er geschikte bomen verderop in de bosschage aanwezig zijn echter zal de geplande ingreep hier geen effect op hebben. ,
,
,
Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde kevers binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Wel is het mogelijk dat er geschikte bomen verderop in de bosschage aanwezig zijn en dat de aanwezige poel geschikt habitat biedt echter zal de geplande ingreep hier geen effect op hebben.
,
,
4. 2. 4
Libellen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekrombout en gewone bronlibel zijn waargenomen. Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (25 < meter) is het voorkomen van beschermde libellen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Hoewel er tijdens het veldbezoek geen stroming is waargenomen in de poel is het mogelijk dat de poel geschikt habitat biedt voor beschermde libellen. Echter heeft de geplande ingreep gezien de
afstand hier geen effect op. 4. 2. 5
Reptielen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm levendbarende hagedis muurhagedis en zandhagedis zijn waargenomen. ,
,
Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de hazelworm (gedurende jul t/m sep) en de levendbarende hagedis (gedurende 15 aug t/m 15 okt) in Limburg vrijgestelde soorten. De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm zich handhaven zoals houtwallen (spoor)wegbermen en zelfs in tuinen parken en volkstuintjes kan de hagedis worden aangetroffen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Op de onderzoekslocatie ontbreekt een strooisellaag houtstapels en dichte bodemvegetatie waarin de soort kan schuilen en jagen. Derhalve is de hazelworm uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Wel is het mogelijk dat de soort voorkomt in de nabije bosschage echter heeft de geplande ingreep hier geen effect op. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
15
AMO240221
De levendbarende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. Door het ontbreken van dergelijk habitat is de soort uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De muurhagedis is een warmteminnende soort en komt in ons land uitsluitend in Maastricht voor. Verspreid over de rest van Nederland zijn de afgelopen 20 jaar individuen uitgezet. Aangezien sprake is van geïsoleerde individuen of maximaal enkele exemplaren is geen sprake van een levensvatbare populatie en kan het voorkomen van de muurhagedis binnen de onderzoekslocatie worden
uitgesloten. In Nederland is de zandhagedis sterk gebonden aan duin- en heidegebieden. Derhalve is de zandhagedis uit te sluiten op de onderzoekslocatie. 4. 2. 6
Vaatplanten Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de blaasvaren dreps gladde zegge kartuizer anjer kluwenklokje pijlscheefkelk wilde ridderspoor en wolfskers zijn waargenomen. ,
,
,
,
,
,
De bovengenoemde soorten zijn hoofdzakelijk afhankelijk van kalkrijke stikstofarme zwak tot matig voedselrijke ruderale gronden. Aangezien sprake is van een soortenarm ruderaal terrein dat grenst aan een recyclingbedrijf en waar veel bodemroering heeft plaatsgevonden is de locatie niet geschikt voor deze soorten. Ten tijde van het veldbezoek zijn er geen beschermde vaatplantsoorten waargenomen. Hierdoor is het voorkomen van de genoemde soorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. ,
,
,
Blaasvaren pijlscheefkelk en wolfskers zijn soorten die op rotsige oppervlakte zoals muren kunnen groeien. Op de onderzoekslocatie zijn geen (stenen) bebouwing en rotsige oppervlakten aanwezig. Derhalve kunnen deze soorten eveneens worden uitgesloten op de onderzoekslocatie. ,
Wel is er Japanse duizendknoop waargenomen langs de oost- en zuidelijke perceelsgrens van de onderzoekslocatie. De Japanse duizendknoop is een invasieve soort welke zich snel uitbreidt en gaat overheersen. Door zijn diepgaande wortels is deze plant lastig te verwijderen. Echter kan de plant worden uitgeput door de bovenste wortel laag (tot 40cm diep) af te graven en te verwijderen en alle nieuw opkomende scheuten handmatig te verwijderen. De wortels kunnen zeer slecht tegen hitte en kunnen met thermische compostering (minimaal 50°) worden verwerkt. Met het afgraven en het grondverzet dienen de materialen goed afgespoeld te worden gezien een wortelstukje van 03 cm al voldoende is om een nieuwe plant te laten groeien. Door het materieel slecht te reinigen kan deze plant verspreid worden naar andere (bouw)plaatsen door per ongeluk meegenomen wortelstukken. ,
,
Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend. 4. 2. 7
Vissen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekprik en gestippelde alver zijn waargenomen.
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
16
AMO240221
Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van beschermde vissoorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. De nabij gelegen poel biedt mogelijk geschikt habitat echter heeft de geplande ingreep gezien de afstand geen effect op dit ,
water. 4. 2. 8
Vleermuizen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bosvleermuis gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis grijze grootoorvleermuis kleine dwergvleermuis laatvlieger rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis zijn waargenomen. ,
,
,
,
,
,
De gewone dwergvleermuis grijze grootoorvleermuis kleine dwergvleermuis en laatvlieger zijn soorten die in gebouwen verblijven. De rosse vleermuis is voornamelijk een boombewonende soort. De overige soorten kunnen zowel in bomen als in gebouwen verblijven. ,
,
De beoordeling van de onderzoekslocatie is uitgevoerd met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4). Op en direct nabij de onderzoekslocatie is geen bebouwing aanwezig waarop de geplande ingreep effect heeft. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie groeit een enkele opkomende acacia echter zijn deze
van onvoldoende formaat om een geschikte verblijfsplaats voor boombewonende vleermuissoorten te bieden. In de bomen in de nabije bosschage zijn mogelijk geschikte verblijfsplaatsen aanwezig en de aanwezige vleermuiskasten aan de bomen worden mogelijk gebruikt door vleermuizen. Echter zal de geplande ingreep hier geen effect op hebben. Derhalve kunnen verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuissoorten eveneens worden uitgesloten op de onderzoekslocatie. ,
Gezien er nauwelijks hogere begroeiing aanwezig is op de onderzoekslocatie zijn vliegroutes uit te sluiten. De nabije bosschage dient hoogstwaarschijnlijk wel als vliegroute voor vleermuizen echter zal de gepland ingreep hier geen effect op hebben. Mits er tijdens en na de geplande ingreep geen kunstmatig licht op gericht wordt. ,
De onderzoekslocatie wordt mogelijk door vleermuizen gebruikt als foerageergebied. Echter gezien de kleinschaligheid van de locatie is essentieel foerageergebied uit te sluiten. Daarbij zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voldoende soortgelijke of geschiktere gebieden aanwezig. 4. 2. 9
Vogels Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boomvalk buizerd gierzwaluw grote gele kwikstaart havik huismus kerkuil oehoe ooievaar ransuil roek slechtvalk sperwer steenuil en wespendief zijn waargenomen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw huismus kerkuil en steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. Door het ontbreken van bebouwing op en direct nabij de onderzoekslocatie zijn verblijfsplaatsen van deze soorten uit te sluiten. Wel kan de onderzoekslocatie als foerageergebied dienen voor de gierzwaluw en uilen. De gierzwaluw foerageert hoog in de lucht en de voorgenomen werkzaamheden zullen daardoor geen negatief effect hebben op deze soort. Gezien de ,
,
Quickscan Flora en Fauna Trappistenweg naast 10-10a te Tegelen Aelmans Milieu
17
AMO240221
kleinschaligheid van de onderzoekslocatie zal dit geen essentieel foerageergebied voor uilen zijn. Daarbij zijn er in de directe omgeving voldoende gelijkwaardige en geschiktere foerageergebieden voor deze soorten waardoor er op de onderzoekslocatie geen sprake is van essentieel foerageergebied. Hierdoor zullen de voorgenomen werkzaamheden geen invloed hebben op het voorkomen van deze soorten. Voor de overige vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest zijn binnen de onderzoekslocatie geen nestmogelijkheden aanwezig of sporen (veren krijtstrepen of braakballen) aangetroffen. Het is mogelijk dat in de nabij gelegen bosschage geschikte nestmogelijkheden aanwezig zijn echter heeft de geplande ingreep hier geen effect op. ,
,
,
,
In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger boomklever ekster mezen spechten en spreeuw). Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om als de broedplaats verloren is gegaan zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is. ,
,
,
,
,
,
,
,
4. 2. 10 Weekdieren Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. ,
4. 2. 11 Overig zoogdieren Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aardmuis bever bosmuis bunzing damhert das dwergmuis dwergspitsmuis edelhert eekhoorn egel haas huisspitsmuis konijn ondergrondse woelmuis ree rosse woelmuis steenmarter veldmuis vos waterspitsmuis wezel wild zwijn woelrat en wolf zijn waargenomen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
, ,
,
,
Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Limburg een (tijdelijke) vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2. 1). Van deze soorten is het (sporadisch) voorkomen van de muizen egel haas konijn ree en vos niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. ,
,
,
,
Gezien de kleinschaligheid de ligging en door het ontbreken van geschikt habitat op de onderzoekslocatie kan essentieel leefgebied van de bever damhert edelhert eekhoorn wild zwijn en wolf worden uitgesloten. Wel is het mogelijk dat de eekhoorn voorkomt in de nabije bosschage echter heeft de geplande ingreep hier geen effect op. ,