503553 Bijl04 TAM-omgevingsplan bijlagen - bij motivering.pdf
Tekst van het document
10
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl en de verspreidingsatlas van NDFF zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Maasduinen”. De afstand tot dit Habitatrichtlijnengebied bedraagt 7 km, en ligt ten noorden van de projectlocatie. Het meest dichtbijgelegen Duitse Natura 2000-gebied ligt direct aan de grens op een afstand van 2,7 km ten oosten van de projectlocatie. Het betreft natuurreservaat “Swalm-Nette”.
Afbeelding
3:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
en
Natura
2000
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 21/06/2024)
De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (samen ca. 53.000 ha). Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde
11
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast wordt ingezet op het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving. De Natura 2000-gebieden (ca. 17.000 ha) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitatten, waarop de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg geven inzicht in hetgeen daarvoor nodig is. Er zijn ook Natura 2000-gebieden (net) buiten de provinciegrens. Vanuit de Europese wet- en regelgeving geldt een strenge wet- en regelgeving gericht op beheer en bescherming van de natuurwaarden. Onder andere via het Aanvalsplan Stikstof wordt gewerkt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura 2000-gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en dus kan geconcludeerd worden dat het project geen gevolgen heeft voor het Natuurnetwerk.
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.
12
Afbeelding 4: Te slopen garage, rechts de woning met aanbouw (blijven behouden)
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
13
Afbeelding 5: Zijgevel te slopen garage
Afbeelding 6: Gevel te slopen garage en erfafscheiding met begroeiing
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
14
Afbeelding 7: Erfafscheiding en begroeiing worden verwijderd
Afbeelding 8: tuin achter bedrijfswoning, verwilderd
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
15
Afbeelding 9: Overkapping aan achtergevel woning, blijft behouden
Afbeelding 10: Linker zijgevel woning en voorgevel aanbouw, blijven behouden
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
16
Afbeelding 11: Binnenzijde te slopen garage
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
17
Afbeelding 12: Binnenzijde te slopen garage
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
18
Afbeelding 13: Voorgevel hal, geen bouwkundige veranderingen
Afbeelding 14: Voorgevel bedrijfspand buren, grenzend aan parkeerterrein. ,
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
19
Afbeelding 15: linker zijgevel hal, recentelijk voorzien van een nieuw dak
Afbeelding 16: binnenzijde hal
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
20
Afbeelding 17: Linker zijgevel hal, onder de dakrand diverse open stootvoegen
Afbeelding 18: Gevel garageboxen die grenzen aan parkeerterrein
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
21
Afbeelding 19: Linker zijgevel woning, links de te slopen garage aan de aanbouw
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
22
Afbeelding 20: Hoek woning, blijft in tact
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
Afbeelding 21: Voorgevel woning met links op foto de te slopen garage aan de aanbouw
Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Het parkeerterrein is volledig verhard. Langs de zijgevel van de te slopen garage groeien grassen en algemeen voorkomende kruiden. De tuin achter de woning is volledig verwilderd en is eveneens begroeid met grassen, kruiden en braamstruiken. Er staan enkele bomen onder andere esdoorn en beuk die gerooid zullen gaan worden en struiken van laurier. Langs de stammen groeit hedera.
23
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. De te slopen garage heeft een gesloten karakter. Hierdoor is deze voor een marter niet te betreden. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie.
Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. De bunzing en hermelijn zijn in de provincie Limburg vrijgesteld. Voor deze soorten geldt uitsluitend de zorgplicht. Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Eekhoorns verkiezen vaak oude, dichte bossen, met een diversiteit aan soorten waarin zijn hun voedsel kunnen vinden om in te verblijven. De bomen op de projectlocatie zijn erg solitair. De bomen zijn geinspecteerd op nesten. Deze zijn niet aangetroffenEen negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. De eekhoorn is in de provincie Limburg in de periode maartapril en juli t/m november vrijgesteld. In die periode geldt alleen de zorgplicht. Bever Er leven bevers in de Maas en in de wateren die aan de Maas verbonden zijn. Dat is op afstand van de projectlocatie.
Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. De bever leeft in het water of de waterkant. Rondom de projectlocatie is geen water aanwezig. Verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Dassen komen wel voor in het buitengebied van Venlo, maar niet in stedelijk gebied. Zij maken hun burchten in de grens tussen bos(jes) en weilanden. Bij voorkeur in een talud, verstopt in de dekking. Daar is rondom de projectlocatie geen sprake van. Het verstoren van een vaste rust- en verblijfplaats en foerageergebied is daarmee uit te sluiten. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.
24
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. De te slopen garage is gebouwd met metselwerk gevels met spouw. In de gevels zitten geen open stootvoegen. Het dak is plat en afgewerkt met een aluminium daktrim die geen toegang biedt tot de spouw. Hiermee is uitgesloten dat er vleermuizen verblijven in de te slopen garage. Grenzend aan deze garage staat een woonhuis met aanbouw. Zowel het woonhuis als de aanbouw bestaan uit metselwerk gevels. Het woonhuis en de aanbouw zijn gebouwd in 1935. In die tijd werden nog niet alle woningen voorzien van een spouwmuur. Het betreffende woonhuis en aanbouw zijn niet voorzien van een spouwmuur.
Het dak van de aanbouw is deels plat en afgewerkt met een daktrim. Het achterste deel is wel voorzien van een pannendak. De onderzijde van de pannen is voorzien van dakbeschot. De kantpannen zijn met specie dichtgesmeerd. Het is niet aannemelijk dat er vleermuizen wonen in de aanbouw van de woning. Hiermee is de kans op verstoring van deze soort (als gevolg van trillingen) nihil. De te rooien bomen zijn gecontroleerd op verblijfplaatsen voor boom bewonende vleermuizen. Er zijn geen holtes aangetroffen die geschikt zijn om als verblijfplaats te dienen. Daarbij zijn de stammen grotendeels door hedera begroeid. Er zijn in en om het pand geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden.
De te rooien bomen maken geen onderdeel uit van zo’n lijnvormig element. De bomen langs de Groenveldsingel en langs de grachten van Venlo vormen wel duidelijke lijnvormige elementen die voor vleermuizen zeer geschikt zijn.
25
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo
Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het stedelijk gebied kunnen dit zijn: buizerd, havik, huismus, steenuil, kerkuil, gierzwaluw, bosuil, ransuil en torenvalk. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied.
Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in de bebouwde omgeving, is het nest jaarrond beschermd. Het habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van: plekken voor nestgelegenheid jaarrond beschikbaar zijn van voedsel (voor volwassen en jongen) dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop) plekken voor stofbaden drinkwater Ontbreekt een van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt. De achtertuinen van de woningen aan de Stalbergweg zijn redelijk groen. en er staan veel woningen met daken die geschikt zijn om onder te nestelen. Hiervoor kiezen huismussen bij voorkeur pannendaken met een dakgoot. Er zijn wel huismussen gehoord op een afstand van zo’n 50 a 100 meter van de projectlocatie vandaan, in dezelfde straat. Maar op de projectlocatie zelf zijn ze niet waargenomen. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen garage. Gierzwaluw De Gierzwaluw heeft sterk de voorkeur voor hoge (oude) gebouwen in de oude kern van dorpen en steden. Ze bouwen hun nesten achter spleten en gaten. Een groot deel van hun leven bevinden ze zich in de lucht. Tijdens de broedtijd zitten ze op hun nesten.
Voor hun nestgelegenheid zijn gierzwaluwen afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes. De openingen in de bebouwing moet vrij zijn van versperringen, zodat er een invliegroute mogelijk is. Bovendien gebruiken gierzwaluwen hoogte om zich te laten vallen en zo snelheid te maken waardoor ze bij het wegvliegen minder gemakkelijk gegrepen kunnen worden door roofvogels. De openingen dienen derhalve op minimaal 2,5 meter of hoger te zitten. De te slopen garage heeft een plat dak en is niet hoog genoeg. Daarmee is uit te sluiten dat de garage door gierzwaluwen wordt gebruikt. Daarnaast zijn in de betreffende woningen geen geschikte openingen waargenomen die door Gierzwaluwen gebruikt zouden kunnen worden.
26
Quickscan Soortenbescherming – Stalbergweg 131-135 Venlo