4c.3 Woonbehoefte in beeld Stec 2021.pdf
Tekst van het document
Geïnteresseerd 55% 47% 32% 20% 19% 17% 14% 14% 13%
Wensen ten aanzien van woonomgeving Voorkeur locatie 2 2
6
20
16
4 6
1
2 2
12 4
99
Onder respondenten bestaat de meeste interesse voor grondgebonden- en hofjeswoningen (zowel als Knarrehof als in appartementsvorm).
Gewenste woonmilieus Venlo centrum Kazerne kwartier Blerick Hout-Blerick Boekend Tegelen Steyl Velden Lomm Arcen Belfeld Venlo overig Buiten de gemeente Venlo Anders
• Meer dan de helft van de respondenten geeft eigen kern/stadsdeel (Arcen) aan als (een van de) voorkeurslocatie(s). In vergelijking met andere kernen/stadsdelen is dit een groot aandeel.
1. Binnenstad 12
5 22 4
4
3
1
2. Levendige stadswijk 3. Rustige stadswijk 4. Luxe woonwijk 5. Woonwijk gemengd 6. Woonwijk laagbouw 7. Dorps
75
8. Landelijk Weet niet / geen antwoord
• Respondenten binnen deze kern/dit stadsdeel hebben een duidelijke voorkeur om in een dorps woonmilieu te wonen.
69
Woningbehoefte Venlo in beeld 20.373
Belfeld Algemeen Respondenten t.o.v. huishoudens • Totaal aantal huishoudens in de wijk: 2.355 (CBS, 2019). • Aantal respondenten: 137. Respons van 5,8% • Resultaten op deze factsheet zijn daarmee onvoldoende representatief om conclusies te trekken voor de hele kern.
Leeftijdsverdeling respondenten
Verhuiswens Totaal
18
70 jaar en ouder
19
53
23
21
70 jaar en ouder
3
2
55 tot 70 jaar
8
6
55 tot 70 jaar 24
24
40 tot 55 jaar
40 tot 55 jaar
25 tot 40 jaar
25 tot 40 jaar
Starter
1
7
4
2 2
Ja, aan het oriënteren
61 7
9
5
Ja, actief op zoek
30 16 9 7
20%
Ja, niet actief op zoek
8
7 0%
Starter
31
40%
4
60%
80%
0 100%
Nee, ik heb geen verhuiswens
• De verhuiswens is het grootst onder de starters. • Het aandeel dat aangeeft geen verhuiswens te hebben is het grootst onder de leeftijdsgroep van 40 tot 55 jaar.
• Binnen deze kern/dit stadsdeel ontbreken reacties van respondenten tussen 18 en 25 jaar.
Wensen ten aanzien van de woning Voorkeur woningeigendom Totaal
42
63
70 jaar en ouder
32
10
55 tot 70 jaar
2
19
40 tot 55 jaar
7
20
6
11
25 tot 40 jaar
Huurwoning
14 6
Koopwoning
21
Starter
3
7 0%
10%
9
20%
30%
40%
50%
Weet niet / geen voorkeur
2
60%
70%
80%
90%
100%
• Respondenten tussen 25 en 40 jaar hebben een sterke voorkeur voor een koopwoning.
Koopprijs (o.b.v. respondenten met voorkeur voor koop) Totaal
1
9
13
5
70 jaar en ouder
17
10
1 1
1
Starter
4
3 0%
10%
30%
40%
50%
€ 240.000 tot € 325.000
60%
€ 325.000 tot € 400.000
4
70%
€ 400.000 tot € 500.000
2
1
3 20%
€ 200.000 tot € 240.000 2
6
3
2
€ 165.000 tot € 200.000
4
5
1
3
25 tot 40 jaar
6
3
4
40 tot 55 jaar
Minder dan € 165.000
2
1
1
55 tot 70 jaar
4
80%
€ 500.000 tot € 600.000
90%
100%
Weet niet / geen antwoord
• De voorkeur voor koopwoningen gaat uit naar prijzen van € 325.000 tot € 400.000, deze voorkeur komt naar voren onder leeftijdsgroepen tussen 25 en 70 jaar. • De starters uit deze kern hebben een lagere betalingsbereidheid dan de overige groepen.
Huurprijs (o.b.v. respondenten met voorkeur voor huur) Totaal 70 jaar en ouder 55 tot 70 jaar 40 tot 55 jaar Starter
1 0%
10%
20%
30%
40%
50%
€ 680 tot en met € 753
1 2
2
2
€ 635 tot en met € 679
2
1
1
2
1
60%
70%
80%
Minder dan € 443 € 443 tot en met € 634
5
6
6
1
2
1
3
3
1
7
9
11
12
2
€ 754 tot en met € 850 90%
100%
€ 851 tot en met € 1000
• Respondenten hebben een voorkeur voor huurwoningen in de prijsklassen € 443 tot en met € 634 en € 635 tot en met € 679, gevolgd door huurprijzen van € 680 tot en met € 753. • Circa acht respondenten met een voorkeur voor een huurwoning willen een huurprijs betalen boven de liberalisatiegrens (vanaf € 754).
70
Woningbehoefte Venlo in beeld 20.373
Voorkeur woningtype Totaal
44
70 jaar en ouder
22
55 tot 70 jaar
2
40 tot 55 jaar 25 tot 40 jaar
88 44 3 8
2
Starter
5 0%
12
10
2
9 10%
20%
2
10
2
1
31
11
6
8
3
2
20 5
30%
413 9 1
18
7
40%
50%
1 5
60%
70%
Rijwoning (hoek- of tussenwoning) Geschakelde woning Twee-onder-een-kapwoning Vrijstaande woning Appartement met lift Appartement zonder lift Niet-zelfstandige woning Verpleeg- of verzorgingshuis Weet niet/ geen voorkeur Anders namelijk
8 26 18
56 12
9
4
112
59
2
14
1
118
19 1
10
25 tot 40 jaar
38
3 80%
1
3
90%
100%
• Onder de grondgebonden woningen is er een sterke voorkeur voor de vrijstaande woning, gevolgd door de geschakelde woning. Er is een minder grote voorkeur voor rijwoningen en twee-onder-een-kappers. • Ook gaat de voorkeur uit naar appartementen met lift. De respondenten boven 70 jaar geven aan, naast het appartement met lift, nog een voorkeur te hebben voor vrijstaande woningen.
Levensloopbestendige woning Totaal
6
80
70 jaar en ouder
1
50
16
55 tot 70 jaar
5
1
40 tot 55 jaar
7
16
25 tot 40 jaar
1
Starter
0
4 10%
Ja, een levensloopbestendige woning
7
Ja, een zorgwoning
19
3 0%
Ja, een aanleunwoning
2
41
Nee, geen voorkeur / behoefte
15 20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
• Vanaf 40 jaar neemt de wens voor levensloopbestendige woningen toe.
Bijzondere woonvormen Interesse in bijzondere woonvormen Bijzondere woonvormen Individuele zelfbouwwoning (PO) Prefabwoning Collectieve zelfbouwwoning (CPO) Woning met kantoor aan huis Woning met bedrijf aan huis Tiny house FRIENDS-woning Flexwoning
Geïnteresseerd 29% 27% 21% 19% 13% 13% 9% 6%
Neutraal 17% 24% 20% 17% 12% 15% 18% 15%
Niet geïnteresseerd 54% 48% 59% 64% 75% 73% 73% 79%
Neutraal 15% 18% 18% 15% 32% 22% 20% 20% 24%
Niet geïnteresseerd 29% 33% 50% 63% 51% 63% 64% 67% 64%
De meeste interesse bestaat voor individuele zelfbouwwoningen en prefabwoningen. Voor de woonconcepten van een FRIENDSwoning en flexwoning is erg weinig interesse.
Interesse in bijzondere woonvormen voor ouderen Bijzondere woonvormen Grondgebonden woning Hofjeswoning (Knarrehof) Hofjeswoning in appartementsvorm Woontoren Aanleunwoning Serviceflat Zorgvilla Traditioneel Serniorencomplex Kangoeroe- / mantelzorgwoning
Geïnteresseerd 56% 50% 32% 21% 17% 15% 15% 13% 11%
Wensen ten aanzien van woonomgeving Voorkeur locatie
17
15 6 9 7
5 6
6
31
42
104
4 3
Onder respondenten bestaat de meeste interesse voor grondgebonden seniorenwoningen en Knarrehofjes. Daarnaast is er interesse in de hofjeswoning als appartementsvorm en de woontoren.
Gewenste woonmilieus Venlo centrum Kazerne kwartier Blerick Hout-Blerick Boekend Tegelen Steyl Velden Lomm Arcen Belfeld Venlo overig Buiten de gemeente Venlo Anders
• Circa een vijfde van de respondenten geeft de eigen kern/stadsdeel (Belfeld) aan als (een van de) voorkeurslocatie(s). • Andere voorkeurslocaties zijn Tegelen en Steyl.
2 8
6
6
1. Binnenstad 2. Levendige stadswijk
10 6
3. Rustige stadswijk 4 2
4. Luxe woonwijk 5. Woonwijk gemengd 6. Woonwijk laagbouw
79
7. Dorps 8. Landelijk Weet niet / geen antwoord
• Het meeste gewenste voorkeursmilieu voor respondenten uit deze kern/dit stadsdeel is dorps.
Woningbehoefte Venlo in beeld 20.373
71
Bijlage B: verslagen groepsgesprekken Professionals Aanwezigen Makelaars en woningcorporaties Verhuiswens De makelaars geven aan dat er onder alle leeftijdsgroepen verhuisgeneigdheid is en dat deze toeneemt. Verder zien ze behoefte aan (bijna) alle woningprijssegmenten. Uit het WBO blijkt dat circa 40% van de woningzoekende respondenten zich heeft ingeschreven in het woningzoeksysteem van de woningcorporaties, maar dat ze geen aanbieding hebben ontvangen. Er wordt aangegeven vanuit de professionals dat het goed is om te achterhalen waarom deze woningzoekenden geen woning aangeboden hebben gekregen. De uitkomsten van het WBO en cijfers uit het woningzoeksysteem, kunnen voor het opstellen van de woonvisie (en de prestatieafspraken) naast elkaar gehouden worden / elkaar mogelijk aanvullen. Als er gesproken wordt over de aantrekkelijkheid van Venlo valt het de professionals op dat er een steeds grotere vraag komt van mensen buiten Venlo om in Venlo te wonen. Dit is dan bijvoorbeeld de vraag vanuit de Randstad/. Deze groep instromende huishoudens is heel divers en verhuist vooral vanwege de lagere woningprijzen. Zowel de makelaars als de corporaties zien deze verschuiving. Woningsoort De professionals onderschrijven dat de meeste respondenten een koopwoning zoeken, net als het beeld dat senioren een grotere huurbereidheid hebben.
Wel wijzen ze op de krapte in het (sociale) huuraanbod. Doordat ouderen tegenwoordig langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen, is de behoefte aan levensloopbestendige woningen groot. Het aanbod aan dit type woningen en het aandeel binnen de totale woningvoorraad aan levensloopbestendige woningen is echter klein. Hierdoor moeten er vaak aanpassingen in de huidige, bestaande woning worden gedaan. Als het aanbod aan levensloopbestendige woningen vergroot wordt, dan voorzien de meeste professionals dat het aantal verhuisbewegingen onder senioren zal toenemen. Een aantal makelaars geeft nog het volgende aan: een groot deel van de senioren woont nu in een koopwoning, maar wil (zoals blijkt uit het WBO) wel verhuizen naar een huurwoning. Het verkooptraject van een koopwoning kost echter vaak een aantal maanden, terwijl er voor huurwoning binnen een aantal dagen een aanmelding moet plaatsvinden. Hierdoor wordt het dus extra lastig om passend aanbod voor deze vervolgstap te vinden. Het bevorderen van de doorstroming is erg relevant binnen de gemeente Venlo, met name verhuisbewegingen die ouderen zullen maken, waardoor ook (uiteindelijk) woningen voor starters vrij kunnen komen. De professionals beamen dat deze kwestie eigenlijk in alle kernen binnen de gemeente speelt. De nieuwe generatie ‘senioren’ wordt door de professionals aangemerkt als meer zelfverzorgend.
Zij denken nu meer na over de toekomst en hoe om te gaan met toekomstige woonwensen en eventuele benodigde zorg. De vraag die dan wel opkomt is of het überhaupt mogelijk is om te blijven wonen in de huidige buurt met daarbij de juiste voorzieningen die dat huishouden nodig heeft. Er wordt aangegeven dat het van belang is
Woningbehoefte Venlo in beeld 20.373
72
dat het aanbod op een goede plek komt, dit zal vaak de omgeving zijn waar ze nu wonen of juist dichter bij voorzieningen. De professionals geven ook aan dat door de hoge druk op de woningmarkt, de woonwensen kunnen afwijken van de daadwerkelijke mogelijkheden. Soms is het aanbod niet (meer) beschikbaar of hebben de woonwensen zich juist meer aangepast aan het (beperkte) aanbod. Schaarste Naast de focus op doorstroming en het faciliteren van de juiste seniorenhuisvesting, geven de professionals aan dat er ook een groot tekort is aan betaalbaar woningaanbod (tot € 200.000). Dit ligt in lijn met het WBO, waar circa 20% aangeeft dat de gemeente sterker zou moeten inzetten op het voorzien in betaalbare huur- en koopwoningen. De professionals ervaren dit als een zeer nijpend probleem maar geven wel aan dat dit ook komt door de huidige status van de markt (hoogconjunctuur op de woningmarkt). Ze raden aan om dan ook in te zetten op versnelling en het realiseren van voldoende nieuwbouwwoningen en daarbij de kwaliteit van de woningen niet uit het oog te verliezen. Er wordt aangegeven dat deze woningbouw over de dorpen verspreid kan worden, om zo de dorpen aantrekkelijk te houden. Huurprijzen In het WBO wordt door de (huurzoekende) respondenten aangegeven dat ze vooral op zoek zijn naar een huurwoning met een huur t/m € 753.
Met het stijgen van de koopprijzen zien de professionals echter de relatie met de wat duurdere huur interessanter worden. Een huurwoning in het vrije segment is goed te verhuren, mits de locatie en de kwaliteit van de woning goed zijn. De makelaars geven aan dat vanuit alle doelgroepen (alle leeftijden) er behoefte is aan vrijesector huur. Wel verwachten ze dat de vraag naar huurwoningen vanaf € 1.000 per maand beperkt is. Woningtype De voorkeur van 55-plussers voor een appartement met lift wordt herkend. Wel nuanceren de professionals dit beeld door aan te geven dat het erg aanbodafhankelijk is waar inwoners daadwerkelijk voor kiezen. De professionals zien dat steeds meer mensen (ook op een jongere leeftijd) aangeven behoefte te hebben aan een levensloopbestendige woning, mede omdat het conform ook erg belangrijk wordt gevonden. Bij woningen voor ouderen is de locatie in combinatie met de juiste prijs een belangrijke factor. Ze zien dat er nu in de stad geen projecten zijn met grondgebonden seniorenwoningen (patio-bungalows, hofjeswoningen, knarrenhofjes oid). Wel wordt er gezegd dat er vanuit de markt nog niet persé een vraag is om meerdere generaties te ‘mixen’. Ook geven de professionals aan dat de toekomstige senioren vitaler zijn dan de vroegere senioren. Hierdoor zijn de woonwensen van ‘de senioren’ ook aan verandering onderhevig.
Verduurzaming Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker thema op de koopwoningmarkt. Bewoners worden zich steeds bewuster van het nut en de noodzaak om te verduurzamen. Dit vertaalt zich in een toenemende investeringsbereid. De voornaamste reden om te verduurzamen is de eigen portemonnee is, wat ook blijkt uit het WBO. Kleine investeringen worden volgens de makelaars wel gedaan, maar echt grote investeringen blijven voorlopig nog uit. Huurders kunnen geïnformeerd worden over de mogelijkheden bij verduurzaming. Hierdoor neemt de bereidheid van huurders toe, mits ook het voordele op het niveau van totale woonlasten inzichtelijk wordt gemaakt (huur plus energielasten).
Woningbehoefte Venlo in beeld 20.373
73
Ouderenplatform Aanwezigen Seniorenplatform Verhuiswens De achterban wil na verhuizing het liefst alles gelijkvloers hebben. Wel wil een groot deel van de senioren zo lang mogelijk thuis/ in de eigen woning blijven wonen. Dit leidt er toe dat senioren vaak pas verhuizen als de zorgvraag acuut wordt. 75-plushuishoudens hebben over het algemeen minder met digitalisering, waardoor het zoeken naar een woning soms lastiger is. Deze mensen zullen dan ook sneller naar een woningmakelaar gaan. Hierdoor krijgen ze uiteindelijk wel weet over het eventuele geschikte aanbod. Woningsoort Vaak hebben ouderen wel een vermogen opgebouwd om een wat duurdere woning te kopen. Er zijn signalen vanuit de achterban dat de ouderen liever huren. Dit betreft wel de wat oudere senior. In het geval van huren, gaat de voorkeur wel uit naar een zo laag mogelijke huur. Alleen als de kwaliteit van de woning dermate hoog is, zodat in de woning geen aanpassingen meer uitgevoerd hoeven te worden, dan is men bereid een hogere huur te betalen. Senioren wonen het liefst in de eigen buurt. Dit komt overeen met de uitkomsten van het woonwensenonderzoek. Het sociale contact is erg belangrijk, net als de nabijheid van de voorzieningen. Woningtype Het voordeel van een woonconcept waar ouderen bij elkaar wonen is het sociale aspect, wat veel ouderen toch wel belangrijk vinden.
Of dan de voorkeur meer uit gaat naar een Knarrenhofconcept of een meergeneratiewoning is bij het seniorenplatform niet zozeer bekend. Ouderen zijn voornamelijk geïnteresseerd in een woning in een rustige stadswijk of de binnenstad. Dit hangt samen met het voorzieningenniveau. Wel moet het ’s avonds rustig zijn in de directe omgeving. Lomm is een goed voorbeeld waarbij ouderen niet altijd nabij voorzieningen hoeven te wonen. In Lomm zijn er haast geen voorzieningen aanwezig, maar omdat het een hele hechte gemeenschap is, hebben veel ouderen geen reden om te gaan verhuizen naar een locatie met meer voorzieningen. Verduurzaming Het thema duurzaamheid leeft niet erg onder de senioren. Dit omdat investeringen vaak niet (snel) rendabel genoeg zijn. Alleen als er op korte termijn iets te besparen valt dan is het voor senioren (financieel) aantrekkelijk.
Woningbehoefte Venlo in beeld 20.373
74
Woonconsumentenvertegenwoordigers Aanwezigen Huurdersorganisatie & Adviescommissie Wonen Woningsoort Er moet voorzichtig om worden gegaan met het bijbouwen van woningen. Over een aantal jaar zal namelijk de behoefte aan woningen als gevolg van de vergijzing en huishoudenskrimp wat af gaan nemen. Er wordt aangegeven dat er juist een kwalitatieve slag gemaakt moet worden (ook in de bestaande voorraad). Levensloopbestendige woningen spelen hierin een belangrijke rol volgens de woonconsumenten. Deze levensloopbestendige woningen moeten niet alleen een rol gaan vervullen voor de ouderen doelgroep, dit soort woning kan namelijk door alle leeftijdsgroepen bewoond worden. Niet iedereen staat er echter (vroeg genoeg) bij stil dat je op ieder moment een levensloopbestendige woning nodig kunt hebben (bijvoorbeeld door een ongeluk of snel verergerde zorgbehoefte). Volgens de woonconsumentenvertegenwoordigers moet de gemeente de woningvoorraad zo veel mogelijk aanvullen met levensloopbestendige woningen. De voorkeuren naar huur, koop, levensloopbestendigheid en andere kenmerken uit het WBO worden door de woonconsumentenvertegenwoordigers herkend. Ze vinden de voorkeur voor (duurdere) koopwoningen wel aan de hoge kant: de spreiding van inkomens in de gemeente Venlo ligt iets lager, waardoor hogere hypotheken niet altijd mogelijk zijn.
Voor een huurwoning is naast de locatie, ook de kwaliteit van de woning erg belangrijk. Hier ligt een opgave voor de woningcorporaties, aangezien zij te weinig geïnvesteerd hebben in middenhuurwoningen. Als consument kom je al snel niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning. Dan moet het middeldure huursegment een oplossing bieden. Woningtype De woonconsumenten kunnen zich vinden in het beeld dat er de meeste vraag is naar grondgebonden woningen. Deze woningen kunnen eenvoudig levensloopbestendig uitgevoerd worden: op de begane grond ook een slaap- en/of badkamer. De behoefte aan zelfbouw herkennen de woonconsumentenvertegenwoordigers niet zozeer, net zo min als de behoefte aan verschillende soorten hofjeswoningen. Bij de achterban komt deze vraag echter (nog) niet naar voren. Voor het Kazernekwartier is bij de woonconsument niet inzichtelijk welke behoefte hier speelt. Wel wordt de locatie positief gewaardeerd en omschreven als een locatie ‘waar woningen in het hogere segment aangeboden kunnen worden'. Het beeld dat uit het woonwensenonderzoek naar voren komt wat betreft de voorzieningen komt herkenbaar voor. Er wordt aangegeven dat de inwoners van de dorpen gewend zijn aan een laag voorzieningenniveau en dat juist hier de sociale contacten een belangrijke rol spelen. Verduurzaming Belangrijkste reden voor investeringen in verduurzaming zijn de lagere energielasten.
Voor huurders kan dit tegelijk op twee manieren positief uitvallen: lagere energielasten en iets hogere huren waarvoor weer iets hogere huurtoeslag mogelijk is (tenzij dit boven de aftoppingsgrenzen uitkomt).