472223 Bijl15 Bijlagen bij toelichting Bijl 8 Water - Watertoetsdocument.pdf
Tekst van het document
Rapport
Aveco Holten
-
Amstelveen
-
Breda
-
de Bondt
Eindhoven
-
BV
Nieuwegein
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) avecodebondt.nl B avecodebondt.nl
Watertoets project projectnummer projectleider
opdrachtgever
herontwikkeling Veilingterrein
herontwikkeling Veilingterrein te Venlo 221579
postadres
status
Definitief
auteur
(geanonimiseerd) mn
gecontroleerd
ne
(geanonimiseerd)
datum referentie
(geanonimiseerd) Bouwcombinatie Venlo 1992
Venlo
B.V.
24 oktober 2023 221579
AdB_RAP_0003
v3.0
Inhoudsopgave 1 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4 1. 5
Inleiding Doel Betrouwbaarheid en bruikbaarheid gegevens Gebruikte bronnen Plangebied Beoogde ontwikkeling
1 1 1 1 2 3
2 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6 2. 7 2. 8 2. 9
Beleidskader Generiek beleid Waterbeleid voor de 21e eeuw Waterwet Nationaal Waterplan Watertoets Provincie Limburg Waterschap Limburg Gemeente Venlo Samenvatting beleid wateropgave
5 5 5 5 5 5 6 6 8 9
3 3. 1 3. 2
Gebiedseigenschappen Hoogteligging Bodemopbouw
10 10 10
4 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5 4. 6 4. 6. 1 4. 6. 2 4. 7
Bestaand watersysteem Waterveiligheid Watergangen Waterberging Peilgebieden Afvoer hemel- en afvalwater Grondwater Regionaal Lokaal Waterkwaliteit en ecologie
12 12 12 12 12 12 13 13 14 15
5 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 5. 1 5. 5. 2 5. 6 5. 6. 1 5. 6. 2 5. 7 5. 7. 1
Toekomstig watersysteem Waterveiligheid Waterberging Verhard oppervlak Wateropgave Waterbergingstechnieken Bovengrondse bergingsmaatregelen Ondergrondse bergingsmaatregelen Afvoer hemel- en vuilwater Hemelwaterafvoer Vuilwaterafvoer Ontwerphoogten en infiltratiemogelijkheid Ontwerphoogten
16 16 16 16 17 18 19 19 20 20 20 22 22
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
5. 7. 2 5. 8 5. 8. 1 5. 8. 2 5. 9 5. 10
Infiltratie van hemelwater Omgevingskwaliteit Waterkwaliteit en ecologie Bodemdaling Beheer en onderhoud Vergunningen
22 22 22 23 23 23
6
Conclusie en aanbevelingen
24
Bijlage 1 Boorprofielbeschrijvingen uit milieuhygiënische onderzoeken
26
Bijlage 2 Bestaande riolering
27
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
1
Inleiding
Voor de ontwikkeling van het Veilingterrein in het Middengebied in Venlo wordt in opdracht van Bouwcombinatie Venlo 1992 B. V. een watertoets opgesteld. Onderdeel van dit plan is de waterparagraaf die tot stand komt door het doorlopen van het watertoetsproces. Op basis van deze watertoets wordt de waterparagraaf opgesteld. In de waterparagraaf is vastgelegd hoe binnen het project met de waterhuishoudkundige aspecten (waterveiligheid oppervlaktewater hemelwater grondwater waterkwaliteit en afvalwater) dient te worden omgegaan. Hiervoor zijn de watergerelateerde beleidskaders in beeld gebracht en de plan specifieke uitgangspunten waarop het ontwerp wordt gebaseerd zijn afgestemd met de gemeente en het waterschap. Het gaat hierbij om alle wateren (rijkswateren regionale wateren gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater). ,
,
,
,
,
,
1. 1 Doel Het doel van deze rapportage is om inzichtelijk te maken of de waterhuishoudkundige situatie gaat veranderen naar aanleiding van de ontwikkeling en welke maatregelen genomen kunnen worden om een eventuele verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie te voorkomen en bij voorkeur de waterhuishouding te verbeteren. 1. 2 Betrouwbaarheid en bruikbaarheid gegevens De beschikbare informatie die door de opdrachtgever is aangeleverd gelden als uitgangspunt voor deze watertoets en bestaat uit het stedenbouwkundig ontwerp. Om een goed ontwerp te kunnen maken zijn tevens bepaalde gegevens over de omgeving benodigd. In dit onderzoek zijn data voor verschillende toepassingen gebruikt maar voor enkele onderwerpen zijn (in een volgende fase) aanvullende en betrouwbaardere data vereist. Tabel 1-1 geeft per onderdeel aan in hoeverre data bruikbaar zijn en waar in volgende fasen aanvullende data vereist zijn. ,
Tabel 1-1: Geschiktheid van gegevens per onderdeel met een toelichting als aanvullende data vereist zijn voor een volgende fase. Huidige bron Toelichting aanvullende data Onderdeel Geschikt
t/m fase VO
Grondwaterstandmetingen in plangebied vereist t. b. v. ontwerphoogtes.
Oppervlaktewaterstand Legger
DO
Geen oppervlaktewaterpeilen en stuwstanden in openbare data
Bodemdoorlatendheid
DINOloket
VO
Infiltratiemetingen middels veldproeven zijn benodigd.
Bodemopbouw
DINOloket (GeoTOP 1. 4)
VO
Bodemonderzoek vereist t. b. v. inventariseren storende lagen.
Hoogteligging
AHN4
VO
Verharding
Ambitiedocument Veilingterrein en Middengebied (11-032022)
VO
Verhardingstoename berekenen o. b. v. het SO-ontwerp (28-042022) t. b. v. watercompensatie
Riolering
Gemeente Tekening: 12-10-2022
VO
Afstemming met gemeente nodig over aansluitingen.
Grondwaterstand
DINOloket
1. 3 Gebruikte bronnen 1. atlasleefomgeving. nl/kaarten 2. AHN4 3. risicokaart. nl 4. https://portal. prvlimburg. nl/viewer/app/default/ 5. klimaateffectatlas. nl 6. Quickscan Veilingterrein te Venlo 7. DINOloket. nl
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 1/27
8. Waterbeheerprogramma (2022-2027) Waterschap Limburg 9. Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2031 Gemeente Venlo 10. https://klimaatadaptatienederland. nl/hulpmiddelen/overzicht/maatlat-groene-klimaatadaptieve-gebouwdeomgeving/ 11. https://www. riool. net/overzicht-maatstaven-en-ontwerpgrondslagen Tabel F 1. 4 Plangebied In samenwerking met de gebiedspartners en de gemeente Venlo is de ambitie opgesteld om de maas-tot-heiroute te herstellen. Dit betreft een ambitie maar maakt geen deel uit van de ontwikkeling van het Veilingterrein. Gemeente Venlo heeft aangegeven dat het wel graag ziet dat het gebied ten zuiden van het Veilingterrein wordt meegenomen in de bestemmingsplanprocedure. Hier zullen geen bodemingrepen plaatsvinden en de bestaande opstallen blijven behouden. Voor de watertoets wordt enkel gekeken naar de percelen van het Veilingterrein voortaan aangegeven als het exploitatiegebied. Hierbinnen wordt de bergingseis en de oplossingsrichtingen berekend en verkend. ,
Het exploitatiegebied betreft een herontwikkeling tot een gemengd gebied voor wonen werken onderwijs en zorg in een groene leefomgeving en is gelegen in het middengebied van Venlo. Aan de westkant van het plangebied ligt de Tegelseweg (N271) en het VieCuri Medisch Centrum aan de noordkant de Hagerhofweg en Gilde opleidingen en aan de oostkant de Wylrehofweg. Aan de zuidkant ligt de basisschool Al Andalous de begraafplaats Venlo en de Fontys Hogeschool. De ligging van het gebied is te zien in zie Figuur 1-1. ,
,
,
,
In de huidige situatie bestaat het exploitatiegebied uit enkele loodsen bedoeld voor bedrijvigheid. De betreffende percelen staan kadastraal bekend als gemeente Venlo sectie H nummers 7794 en 5080. De totale oppervlakte bedraagt ca. 70. 109 m.2 ,
,
Figuur 1-1: Ligging van het plangebied.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 2/27
1. 5 Beoogde ontwikkeling Bij de herinrichting van het gebied wordt het Veilingterrein in het Middengebied getransformeerd tot een gemengd gebied voor wonen werken onderwijs zorg en een groene leefomgeving. Het gebied wordt 40 tot 50 % onverhard en als groene leefomgeving ingericht. In Figuur 1-2 en Figuur 1-3 is de verbeelding weergegeven van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. ,
,
,
Figuur 1-2: Verbeelding van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling zoals gepresenteerd in het stedenbouwkundig plan (22-05-2023).
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 3/27
Figuur 1-3: Bovenaanzicht van de beoogde ontwikkeling van het Veilingterrein [6] (uit Stedenbouwkundig plan 22-05-2023).
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 4/27
2
Beleidskader
In dit hoofdstuk is het beleid van de betrokken instanties voor de waterhuishoudkundige aspecten kort uiteengezet. Het hieronder beschreven beleid geeft het kader waarin de toekomstige situatie moet worden ingepast. 2. 1 Generiek beleid Op rijksniveau en Europees niveau zijn meerdere plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw de Waterwet en het Nationaal Waterplan. ,
2. 2 Waterbeleid voor de 21e eeuw In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: Vasthouden bergen en afvoeren. Deze strategie houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms • wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien vasthouden niet mogelijk is wordt het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden. Pas als vasthouden en bergen niet voldoende opleveren wordt het water afgevoerd. Schoonhouden scheiden en zuiveren. Bij deze strategie gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon • wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. ,
,
,
2. 3 Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen waaronder de Kaderrichtlijn Water. ,
2. 4 Nationaal Waterplan basis van de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is Op het Rijksplan voor het waterbeleid in Nederland. Op 22 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 wordt opgevolgd door het Nationaal Water Programma 2022-2027. Hierin wordt het Nationaal Waterplan en het Beheer- en ontwikkelplan integraal opgepakt zodat het Rijk zich voor kan bereiden op de komst van de Omgevingswet. ,
,
,
2. 5 Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening dient het watertoetsproces doorlopen te worden. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. ,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 5/27
2. 6 Provincie Limburg Op grond van de verplichting in de Waterwet om een regionaal waterplan op te stellen heeft de provincie Limburg de Omgevingsverordening 2021 opgesteld. In Figuur 2-1 zijn gebieden met een speciale status weergegeven.
Plan specifiek • Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; • Het plangebied bevindt zich in een boringsvrije zone boringen dieper dan 5 meter boven NAP zijn verboden tenzij men een ontheffing heeft; • Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) voorheen EHS; • Het plangebied heeft geen natuurfunctie; • Het plangebied ligt nabij KRW wateren; • Het plangebied is niet gelegen in een ‘overstroombaar gebied’ [4]. • De risiconorm wateroverlast is 1/100 jaar [4]. Dit betekent dat eens in de 100 jaar wateroverlast toelaatbaar is. • Het plangebied ligt kort nabij de Maas. De provincie geeft aan dat het van belang is dat dit plan getoetst wordt op waterveiligheid. ,
,
Figuur 2-1: Gebieden met een speciale status [1].
2. 7 Waterschap Limburg Het waterbeheer in het plangebied is in handen van Waterschap Limburg. Het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerprogramma (2022-2027) [8]. Als het gaat over normen en criteria dan zijn de Keur en de Legger van het waterschap belangrijke uitgangspunten voor de waterhuishouding. In de Keur staan onder andere gebods- en verbodsbepalingen en regels voor functies en activiteiten langs watergangen en waterkeringen. ,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 6/27
Het waterschap stelt specifieke uitgangspunten voor de ontwatering. Deze zijn: • 50 – 60 cm voor bebouwd gebied zonder kruipruimte; • 100 cm voor bebouwd gebied met kruipruimte; • Variabel voor natuurterreinen. [8] Deze grondwaterstanden zijn ten opzichte van maaiveld. Het waterschap hanteert de volgende toetsingspunten voor de waterparagraaf: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden scheiden zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water vasthouden in de bodem (infiltratie) tijdelijk bergen afvoeren naar oppervlaktewater afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie.
Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid controlemogelijkheid verantwoordelijkheid. ,
,
,
,
,
,
,
,
Het waterschap geeft aan dat de hierboven genoemde 100 mm niet statisch maar dynamisch geborgen moet worden over het totaal verhard oppervlak om wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. Dit houdt in dat het aandeel water dat geïnfiltreerd wordt van de bergingseis mag worden afgehaald om zo tot de statische bering te komen. Plan specifiek: • Als richtlijn wordt gerekend met een dynamische waterbergingsbehoefte van 100 mm neerslag over het totaal verhard oppervlak; • De afvoernorm voor het plangebied is 2 l/s/ha. Dit mag versneld worden afgevoerd. De overige neerslag dient geborgen te worden in het plangebied; • Halfverharding rekent het waterschap als 50% verhard.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 7/27
2. 8 Gemeente Venlo In de periode 2007-2011 werden de 'Wet gemeentelijke watertaken' en de Waterwet van kracht. Met deze wetten zijn de gemeentelijke watertaken verbreed en hebben gemeenten de zorgtaak gekregen voor het: • Inzamelen en verwerken van hemelwater dat redelijkerwijs niet op particulier terrein kan worden verwerkt (Waterwet artikel 3. 5); • Treffen van doelmatige maatregelen tegen structurele grondwateroverlast en verwerking van ingezameld grondwater (Waterwet artikel 3. 6). Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater (Wet milieubeheer artikel 10. 33); • ,
,
,
De beleidsmatige invulling van deze (verbrede) gemeentelijke watertaken wordt vastgelegd in het wettelijke verplichte gemeentelijke rioleringsplan (Wet milieubeheer artikel 4. 22). Bij de gemeente Venlo is dit het “GRP” 2021-2031 [9]. ,
In het GRP geeft de gemeente de volgende zaken aan: • Een concreet uitgangspunt bij het herinrichten van gebieden is het verminderen van (bestaande) verharding. • Conform de Waterwet hoeft de gemeente geen hemelwater te accepteren tenzij er echt geen andere mogelijkheid is voor degene die er van af wil. • De perceeleigenaar draagt de eerste verantwoordelijkheid om overtollig hemelwater te bergen op eigen perceel. De gemeente heeft vervolgens een inspanningsverplichting om als dit niet mogelijk is het overtollige hemelwater te ontvangen en af te voeren. • De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van overlast of schade ten gevolge van grondwater. Dit houdt in dat de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk is voor de ontwatering van het eigen terrein evenals voor het beheer en onderhoud van deze voorzieningen. • Bij rioleringsberekeningen van nieuwe stelsels en nieuwe gebieden wordt gerekend met intensievere neerslagsituaties (uitgangspunt bui van T=100) om rekening te houden met de effecten van klimaatverandering. ,
,
,
,
Om (grond)wateroverlast te voorkomen zijn richtlijnen opgesteld voor de minimale ontwateringsdiepte per gebiedstype. Deze bedraagt voor: • woongebieden 07 m; bedrijventerrein 07 m; • • stedelijke groengebieden 05 m; • wegen met asfaltverharding 07 m; wegen met elementverharding 07 m; • • gebieden met elementverharding 07 m. ,
,
,
,
,
,
Daarnaast hanteert de gemeente de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving [10] welke met betrekking tot wateroverlast de volgende eisen hanteert: • Geen waterschade bij een bui die 1x per 100 jaar voorkomt; • Kwetsbare en vitale functies blijven beschikbaar; • Geen waterschade bij 20 cm waterdiepte op straat; • Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of de watersysteemgrenzen • Aantonen dat neerslag op bebouwd deel van privaat terrein (range 40-70 mm voorzieningen zijn binnen 4860 uur beschikbaar) wordt verwerkt daar waar het valt: in voorzieningen op het privaat terrein of in daaraan gekoppelde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen. • Ontwikkeling voorkomt afwenteling – geen extra waterschade aan gebouwen en voorzieningen en geen extra afvoer op kwetsbare watersystemen of gebieden buiten de plangrens; ,
,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 8/27
• •
Afwatering zo veel mogelijk natuurlijk en bovengronds aanbrengen; Voorkeursvolgorde aanhouden: − Benutten en besparen; − Vasthouden en infiltreren; − Bergen; − Afvoeren.
Plan specifiek: Voor het plan zoals beschreven in Hoofdstuk 1 geldt aan de hand van de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving dat er geen waterschade mag ontstaan bij een bui die 1x per 100 jaar voorkomt. Ook mag er geen waterschade ontstaan bij een waterdiepte van 20 cm op straat. Hemelwater moet bij voorkeur op eigen terrein worden verwerkt voordat de openbare ruimte hiervoor gebruikt wordt. Hierbij wordt de voorkeursvolgorde benutten/besparen vasthouden/infiltreren bergen afvoeren gehanteerd. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen dienen zo veel mogelijk bovengronds (zichtbaar) geplaatst. Aangetoond moet worden dat neerslag op het bebouwde deel van privaat terrein (range 40-70 mm voorzieningen zijn binnen 48-60 uur beschikbaar) wordt verwerkt daar waar het valt: in voorzieningen op het privaat terrein of in daaraan gekoppelde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen. ,
,
,
,
,
,
Om te kunnen toetsen of voldaan kan worden aan de in het bestemmingsplan op te nemen eisen dient een waterhuishoudkundigplan van het plangebied te worden opgesteld. Onderdeel van dit plan is een toets middels modelberekening(en) van enkele maatgevende (extreme) neerslagsituaties (e. e. a. op basis van stedenbouwkundig planontwerp in overleg met de gemeente). ,
2. 9 Samenvatting beleid wateropgave Het beleid van het waterschap is het strengst en is voor dit plan maatgevend voor de wateropgave. Dit houdt in dat voor 100 mm per etmaal een dynamische waterberging over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied moet worden gerealiseerd. De bergingsvoorziening dient na 24 uur weer beschikbaar te zijn. Aanvullende eisen van de gemeente waarmee rekening dient te worden gehouden worden zijn: Infiltratie- en bergingsvoorzieningen worden bij voorkeur natuurlijk en bovengronds uitgevoerd. Hierbij geldt dat bij voorkeur particulier regenwater (range 40-70mm) zoveel mogelijk in de particuliere ruimte wordt verwerkt. Ook dient het uiteindelijke plan te voldoen aan de eis dat geen waterschade mag ontstaan bij een bui die 1x per honderd jaar voorkomt.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 9/27
3
Gebiedseigenschappen
In dit hoofdstuk staat de hoogteligging en de bodemopbouw beschreven. Gebiedseigenschappen staan in hoofdstuk 4 beschreven.
m. b. t. water
3. 1 Hoogteligging Het terrein van het plangebied ligt relatief vlak. De omgeving loopt van +20 m NAP aan de zuidoostzijde tot +19 m NAP aan de noordwestzijde (zie Figuur 3-1) [6]. De Tegelseweg aan de noordwestzijde ligt op circa +18 m NAP. De Hagerhofweg aan de noordzijde loopt op van +18 m NAP tot circa +20 m NAP. De Wylrehofweg aan de zuidoostzijde ligt op circa +20 m NAP.
Figuur 3-1: Hoogteligging van het plangebied en t. o. v. de directe omgeving [6].
3. 2 Bodemopbouw de projectlocatie Op is boorprofiel met code B58E1393 beschikbaar via het DINOloket [7]. Het bodemprofiel hiervan is weergegeven in Figuur 3-2. Hieruit blijkt dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand. De verwachting is dat de ondergrond geschikt is om te infiltreren. Echter is één boring met beperkte informatie niet voldoende en zijn er in de omgeving storende lagen aanwezig. De boorprofielen uit de milieuhygiënische onderzoeken (zie Bijlage 1) bevestigen dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand. Aanvullend zijn er lokaal slecht doorlatende lagen waardoor er mogelijk plekken zijn die minder geschikt zijn voor infiltratie. ,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 10/27
Figuur 3-2: Boormonsterprofiel peilbuis B58E1393 [7].
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 11/27
4
Bestaand watersysteem
In dit hoofdstuk is het bestaande watersysteem beschreven met betrekking tot waterveiligheid oppervlaktewater waterberging afvoer grondwater waterkwaliteit en ecologie. ,
,
,
,
,
,
4. 1 Waterveiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks en binnen het plangebied zijn geen primaire regionale of overige waterkeringen of beschermingszones van keringen gesitueerd (zie Figuur 4-1). Het plangebied ligt in een gebied dat een extreem kleine kans (overschrijdingskans van eens in de 100. 000 jaar) heeft tot overstroming tot 05 m [5]. ,
,
Figuur 4-1: Legger van het waterschap nabij het exploitatiegebied (rood omlijnd) [4].
4. 2 Watergangen In het exploitatiegebied liggen geen primaire of secundaire watergangen zoals te zien in de legger van het waterschap in Figuur 4-1. Werkzaamheden vinden niet plaats binnen de beschermingszone van de primaire watergang. Aan de zuidzijde van het exploitatiegebied ligt de Venlose Molenbeek een primaire watergang. Deze is in beheer bij het waterschap en de beschermingszone van de watergang grenst aan het exploitatiegebied. De beoogde uitbreiding van de watergang zoals weergegeven in Figuur 1-3 dient afgestemd te worden met het waterschap. ,
,
4. 3 Waterberging Er zijn geen vijvers wadi’s of andere waterbergingen in of nabij het plangebied aanwezig. ,
4. 4 Peilgebieden Het plangebied ligt niet in een peilgestuurd gebied
,
maar
is vrij afstromend.
4. 5 Afvoer hemel- en afvalwater In de directe omgeving ligt overwegend een vrij-verval gemengd rioolsysteem. Zie Figuur 4-2 voor een overzicht van de riolering in de omgeving rondom het plangebied. In de huidige situatie wordt afvalwater en hemelwater
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 12/27
geloosd op het gemengde stelsel. Het vermoeden is dat het terrein loost naar een leiding in het oosten van het perceel. In Figuur 4-2 is deze leiding rood omlijnd. Het betreft een beton 300 mm leiding. Van het Veilingterrein zelf is er geen gedetailleerde informatie beschikbaar over de huidige situatie met betrekking tot de afvoer van hemel- en afvalwater. Bij de ontwikkeling van het terrein dienen de huidige aansluiting(en) in kaart gebracht te worden en gedeeld te worden met de gemeente zodat hiermee met de verdere planuitwerking rekening gehouden kan worden
Figuur 4-2: Riolering omgeving Veilingterrein Venlo
4. 6 Grondwater gebied kenmerkt zich door wegzijging wat wil zeggen dat het regenwater via de ondergrond naar Maas Het stroomt wanneer de waterstand op de Maas gemiddeld lager is dan in het plangebied [6]. Om het grondwaterregime in het plangebied te begrijpen is inzicht in de regionale stroming belangrijk. ,
4. 6. 1 Regionaal De globale horizontale stroming van het freatisch grondwater verloopt in noordwestelijke richting (zie Figuur 4-3). De grondwaterstanden in de bovenste laag van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) lopen van 24 m NAP ten zuidoosten van Venlo tot 12 m NAP ten noordwesten van Venlo aan de Maas.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 13/27
Figuur 4-3: isohypsenkaart , regionale grondwaterstroming Venlo LHM laag 1. Plangebied is rood omcirkeld.
4. 6. 2 Lokaal Rondom de projectlocatie zijn geen peilbuizen beschikbaar in het DINO loket. Op circa 750 – 1. 500 m aan weerszijden van het plangebied liggen twee peilbuizen. De meetreeksen van deze peilbuizen staan weergegeven in Figuur 4-4. Het filter van de peilbuis met identificatienummer B58E0282 ligt op een diepte tussen +1366 m NAP en +1566 m NAP. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) wordt op basis van de meetreeks geschat op +1538 m NAP en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) op +1477 m NAP. Het filter van peilbuis met identificatienummer B52G0088 ligt op een diepte tussen +055 m NAP en +1155 m NAP. De GHG op basis van de meetreeks wordt geschat op +1561 m NAP en de GLG op + 1504 m NAP. Uit deze peilbuisgegevens blijkt dat de grondwaterstand tot 15 m onder maaiveld kan stijgen. In Tabel 4-1 is een overzicht van deze gegevens weergegeven. De grondwaterstand bij deze peilbuizen wordt onder andere beïnvloed door de Maas. Beide peilbuizen liggen dichter bij de Maas en lager dan het plangebied. De peilbuizen bevatten verouderde informatie en zijn door het sterke verhang in de grondwaterstanden niet representatief voor de grondwaterstand in het plangebied. Fluctuaties in de grondwaterstand maken het lastig om een goede schatting te geven van de grondwaterstand in het plangebied.
Uit de boorstaten van het milieuhygiënische onderzoek (Bijlage 1) blijkt dat roest in de bodem is aangetroffen tot 10 m onder maaiveld. Om deze reden wordt geschat dat de grondwaterstand tot 10 m onder maaiveld kan komen op de locatie. Lokale grondwatermetingen zijn benodigd voor het bepalen van de exacte grondwaterstanden en ontwateringsdiepte. Ook met het oog op het bepalen van de mogelijke constructiediepte van eventuele bergings- en infiltratievoorzieningen is meer inzicht in de grondwaterstanden nodig. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 14/27
Figuur 4-4: Grondwaterstandsverloop van peilbuis B58E0282 en B52G0088 [6 , 7]. Tabel 4-1: Meetpunten grondwaterstand met indicatie van de GHG en de GLG in nabijgelegen peilbuis.
Peilbuiscode
Afstand tot plangebied [m]
Filterdiepte [m NAP]
Meetperiode [jaar]
Maaiveld [m NAP]
GLG* [m NAP]
GHG* Hoogst gemeten [m grondwaterstand NAP] [m NAP]
B58E0282
1. 500
1366 – 1566 ,
1995 - 2016
1816 ,
1477
1538 1644
B52G0088
750
055 – 1155
1951 - 2002
1755
1504
1561 1796**
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
*Voor de GLG en GHG is respectievelijk het 16 e en 84 e percentiel genomen **Deze waterstand is gemeten ten tijde van de overstroming in december 1993 en is niet representatief. De hoogst gemeten representatieve grondwaterstand is 1675 , m NAP
4. 7 Waterkwaliteit en ecologie Op circa 400 m van het plangebied ligt KRW-watergang de Maas en haar natuur- en beschermingszone (zie Figuur 2-1 en Figuur 4-1). Verzilting speelt in het plangebied een geen rol van betekenis.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 15/27
5
Toekomstig watersysteem
In dit hoofdstuk is een voorstel uitgewerkt voor het toekomstige watersysteem waarin de effecten van de beoogde ontwikkeling op de waterhuishouding inzichtelijk zijn gemaakt. De beoogde ontwikkeling omvat alleen aanpassingen in het exploitatiegebied. Om die reden beperkt de uitwerking van de wateropgave zich tot het exploitatiegebied en niet het gehele plangebied. ,
Waterveiligheid 5. 1 Er is geen opgave met betrekking tot waterveiligheid. Het plangebied bevindt zich in een gebied met extreem kleine kans tot overstroming (1:100. 000). Bij de inrichting van het gebied kan eventueel nagedacht worden over maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico’s en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. ,
Waterberging 5. 2 In de toekomstige situatie dient er voldoende waterberging aanwezig te zijn en moet wateroverlast door hemelwater tijdens extreme neerslagsituaties voorkomen worden. Al het verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden met een waterberging of vertraagde afvoer naar het oppervlaktewater. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met de huidige bergingsmogelijkheid van het sportpark Hagerhof voor de (directe) omgeving. 5. 3 Verhard oppervlak Het verhard oppervlak in het plangebied van de bestaande situatie is vergeleken met die in het stedenbouwkundig plan van 22-05-2023. Uitgangspunt hiervoor zijn de verschillende types oppervlakten in de nieuwe situatie (Figuur 5-1) en de tekening zoals weergeven in Figuur 1-2. Hieruit is het verschil in verhard oppervlak afgeleid en opgedeeld in categorieën voor verharde en onverharde delen (zie Tabel 5-1). Uitgangspunt hierbij is dat de paden en parkeerplaatsen uit het ontwerp volledig verhard zijn. Uit de analyse blijkt dat in het plan het verharde oppervlak zal afnemen met 14. 280 m.2 Verder vinden geen aanpassingen of dempingen aan het oppervlaktewater uit de legger plaats die gecompenseerd moeten worden. In het plan wordt tevens 1. 103 m 2 oppervlaktewater toegevoegd welke aansluit aan de Venlose Molenbeek die aan de zuidzijde langs het plangebied stroomt.
Hierbij moet rekening gehouden worden met dat deze aanpassing het beheer en onderhoud van de Venlose Molenbeek niet negatief beïnvloedt. Daarnaast mag de aanpassing geen belemmering vormen voor de flora en fauna. In een later stadium moet dit in overleg met de gebiedspartners verder worden uitgewerkt.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 16/27
Figuur 5-1: Type oppervlakten in de beoogde ontwikkeling. Wadi’s zijn met nummers aangegeven. Tabel 5-1: Verhard oppervlak toekomstige situatie.
Verhard
Type
Onverhard m² %
m²
%
Bebouwing
23. 149
33
-
-
Bestrating
16. 791
24
-
-
Groen
-
-
29. 062
41
Water
-
-
1. 103
2
Totaal
39. 940
30. 165
5. 4 Wateropgave al het verhard oppervlak in het plangebied (bestrating en daken) dient een waterberging van 100 mm Over gerealiseerd te worden. Uitgaande van een verhard oppervlak van 39. 940 m 2 bedraagt de dynamische waterbergingsopgave 3. 994 m.3 Afhankelijk van de bergings- of infiltratiemaatregelen die worden toegepast neemt deze dynamische opgave af voor de statische opgave. Op dit moment zijn de grenzen tussen particuliere en openbare ruimte nog niet vastgelegd. Daardoor kan de uiteindelijke waterbergingsopgave particulier nog niet worden bepaald. Dit zal in het waterhuishoudkundigplan nader worden uitgewerkt in samenwerking met de gemeente Venlo. Voor de particuliere waterbergingsopgave geldt een minimale bergingsopgave van 40-70 mm. Hemelwater dat op particulier terrein valt zal daar zal volgens de maatlat bij voorkeur op particulier terrein geborgen moeten worden. De overige wateropgave mag in de openbare ruimte binnen het plangebied worden gerealiseerd. De gemeente geeft aan dat bergingsvoorzieningen grotendeels bovengronds gerealiseerd dienen te worden. Aanvullend wordt in lijn met de ambities voor het Veilingterrein de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving gevolgd. Hierin wordt voor hergebruik en berging van water de voorkeursvolgorde gebruikt: • Benutten/besparen; ,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
,
P 17/27
Vasthouden en infiltreren; Bergen; Afvoeren.
• • •
Over het onverharde oppervlak ligt geen wateropgave. Bij nadere invulling of wijziging van het exploitatiegebied dient een herberekening van de benodigde waterberging plaats te vinden. Waterbergingstechnieken 5. 5 Aansluitend bij de ambities van het Veilingterrein en de gemeente kunnen verschillende maatregelen toegepast worden. Voorbeelden zijn het realiseren van groene/blauwe daken om water te bufferen. Indien de grondwaterstand voldoende diep is en de ondergrond relatief goed waterdoorlatend is kunnen ook wadi’s aangebracht worden om het regenwater in te bergen en te laten infiltreren. Het water wordt hiermee benut voor het omliggende groen. Naast deze bovengrondse maatregelen zijn er ook nog aanvullende maatregelen nodig om te kunnen voldoen aan de wateropgave. Hierbij kan gedacht worden aan ondergrondse maatregelen zoals infiltratiekratten of waterbergende wegfundering. Bij het uitwerken van de waterbergingsopgaaf hebben natuurlijke oplossingen de voorkeur. Maatregelen waarbij water infiltreert hebben een positief effect op het voorkomen en/of verminderen van droogte. ,
,
,
Voor het bergen en verwerken van regenwater zijn een aantal zoekrichtingen beschikbaar. In het plangebied kunnen enkele wadi’s worden gerealiseerd (zie nummers in Figuur 5-1). Deze wadi’s kunnen in totaal voor circa 723 m³ (dynamische) berging zorgen zie Tabel 5-2. Om zo veel mogelijk bovengronds te bergen kunnen stukken groen aan de grenzen van het exploitatiegebied gebruikt worden om water te infiltreren. Deze gebieden zijn ingetekend in Figuur 5-2 en hebben een oppervlakte van ca. 4. 000 m². Dit zorgt voor een extra berging van 400 m³. In combinatie met de wadi’s zorgt dit voor een totale berging van ca. 1. 123 m³ bovengronds. Hiermee is de wateropgave niet volledig ingevuld en moeten extra maatregelen gerealiseerd worden voor het bergen van de resterende 2871 m³ regenwater. Dit kan door een combinatie van bovengrondse en ondergrondse maatregelen. ,
,
Tabel 5-2: Uitsplitsing berging in wadi’s.
Wadi
Lengte [m²]
Breedte [m]
1
38
13
2
11
3
Ruimtebeslag
Berging [m³]
Infiltratie [m³/dag]
510
134
235
13
159
39
107
28
13
380
99
187
4
36
13
484
127
225
5
32
10
332
84
192
6
39
3
241
56
206
7
30
7
218
52
168
591
132
Totaal
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
[m²]
,
,
,
,
,
,
,
P 18/27
Figuur 5-2: locatie oppervlakkige berging (rood gearceerde vlakken , ca. 4. 000 m²)
5. 5. 1 Bovengrondse bergingsmaatregelen de uitwerking van de resterende bergingsopgave geldt de voorkeur voor bovengrondse oplossingen zoals Voor groene daken groene gevels en infiltratie tuinen. ,
Een deel van de bergingseis kan ingevuld worden door middel van waterberging op daken. Water dat op (groen)blauwe daken valt wordt hier geborgen zodat het vervolgens vertraagd kan worden afgevoerd en kan worden hergebruikt in het groen in de omgeving. Een nadere invulling van deze groene daken dient verder uitgewerkt te worden in het waterhuishoudkundig plan. ,
Naast berging op daken kan (een deel van) het groene oppervlak gebruikt worden voor berging op maaiveld. Water blijft staan op toegewezen stukken groen zoals raingardens waar het vervolgens kan infiltreren. Om grondwateroverlast te voorkomen kunnen infiltratiemaatregelen gecombineerd worden met drains om overtollig grondwater vertraagd af te voeren naar de beek. Hiervoor geldt vanuit het waterschap een afvoernorm van 2 l/s/ha. ,
In overleg met het waterschap kan aan de uitbreiding van de Venlose Molenbeek mogelijk een bergende schijf toegekend worden ten behoeve van de bergingscapaciteit van het exploitatiegebied. Hier dient nog overeenstemming met het waterschap te worden bereikt over mogelijkheden en voorwaarden voor de uitbreiding van het oppervlaktewater. 5. 5. 2 Ondergrondse bergingsmaatregelen Naast bovengrondse maatregelen kunnen ook ondergrondse maatregelen toegepast worden om een deel van de bergingseis in te vullen. Opties zijn het plaatsen van infiltratiekratjes of waterbergende wegfundering onder de voet- en fietspaden. Dergelijke maatregelen passen ook bij de ambitie van water besparen en benutten omdat het water dat hierin geborgen wordt hergebruikt kan worden of benut kan worden voor het groen in de omgeving. ,
,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 19/27
Ook kan ondergrondse waterberging op particulier terrein gerealiseerd en gestimuleerd worden. Hier kan onder andere gedacht worden aan waterberging en infiltratie in tuinen zoals infiltratiekratten Hydrorock © of soortgelijke voorzieningen t. b. v. hergebruik. Afhankelijk van de resterende berging na het nemen van bovengrondse maatregelen kan met gebruik van ondergrondse maatregelen voldaan worden aan de totale bergingseis. Een nadere uitwerking van de (combinatie van) maatregelen dient te worden uitgewerkt in het waterhuishoudkundig plan. ,
,
,
De waterbergingsvoorzieningen dienen te voldoen aan verschillende eisen. Zo moet de voorziening zijn voorzien van een noodoverloop binnen de gestelde leeglooptijd weer beschikbaar zijn (24 uur) goed onderhouden worden geschikt zijn voor de plaatselijke omstandigheden (grondwater en bodemdoorlatendheid) en bij voorkeur bovengronds worden geplaatst. Afhankelijk van de keuze van het type maatregel neemt de dynamische wateropgave af. Hoe meer geïnfiltreerd kan worden hoe kleiner de statische opgave wordt. De infiltratiecapaciteit van de bergingsmaatregelen wordt bepaald door een combinatie van de infiltratiecapaciteit van de bodem én van de maatregel. ,
,
,
,
5. 6 Afvoer hemel- en vuilwater Om de afvoer van hemelwater en vuilwater in de nieuwe situatie goed te laten aansluiten op de omgeving is contact opgenomen met de gemeente. In de verdere planuitwerking zal dit verder met de gemeente afgestemd moeten worden. 5. 6. 1 Hemelwaterafvoer Het hemelwater dient zoveel mogelijk ter plaatse te worden gebufferd en moet gedoseerd worden afgevoerd bij voorkeur via een natuurlijke route naar de bodem of de Venlose Molenbeek. Indien noodzakelijk wordt er een HWA stelsel aangelegd als oppervlakkige afstroom niet voldoende mogelijk is. Het waterschap geeft aan dat het is toegestaan om af te voeren op de primaire watergang. Hierbij geldt een vergunningsplicht met als eis 100 mm in 24 uur. De afvoercapaciteit naar het oppervlaktewater dient maximaal 2 l/s/ha (landelijke afvoer) te zijn. De waterberging dient voorzien te zijn van een noodoverloop naar het oppervlaktewater. Eventuele opslagcapaciteit voor hergebruik van regenwater is aanvullend op de vereiste berging. 5. 6. 2 Vuilwaterafvoer aansluiting op het rioleringsstelsel dient in overleg te gaan met de gemeente Venlo (Cluster Stedelijk Water). De De gemeente geeft aan dat binnen het gebied een nieuw/aanvullend afvalwatersysteem dient te worden ontworpen en aangelegd ontsloten op het gemeentelijk riool. De voorkeur gaat uit naar een gescheiden stelsel.
In het plan worden 940 woningen gerealiseerd. Een uitsplitsing van de type woningen en het aantal inwoners per woning staat weergegeven in Tabel 5-3. Voor de DWA afvoer van de inwoners kan dus rekening gehouden worden met 2053 inwoners (vervuilingseenheden). Uitgangspunt is een afvoer van 120 l/inwoner/dag welke over een periode van 12 uur (overdag) plaatsvindt. Dit resulteert in een afvoer van 10 l/inwoner/uur en daarmee een totale afvoer van ca. 148 m³/uur. ,
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 20/27
Tabel 5-3: Aantal woningen en inwoners per categorie woning
Type
Aantal inwoners per woning
Aantal woningen
Aantal inwoners
Appartementen
1. 5
560
840
Maisonettes/appartementen gezinnen Studenten
3
130
390
1 1
180 70 940
180 70 1480
Wonen nieuw zorgconcept
Totaal
Voor de vuilwaterafvoer van de niet-wonen bestemmingen kan een inschatting gemaakt worden aan de hand van de beoogde categorieën niet-wonen uit het plan weergegeven in Tabel 5-4. Per categorie is de maatgevende belasting op de vuilwaterafvoer gegeven aan de hand van de Tabel Afvalwater van bijzondere bebouwing van RIONED [11]. Het aantal personen per categorie is gebaseerd op de verkeersgeneratie waarbij van twee personen per auto is uitgegaan. Voor alle niet-wonen bestemmingen samen resulteert dit in een verwachte vuilwaterafvoer van ca. 868 m³/uur. Samen met de woonbestemming (148 m³/uur) wordt in totaal uitgegaan van een vuilwaterafvoer van 1016 m³/uur. ,
,
,
,
,
Tabel 5-4: Vuilwaterafvoer (belasting) per categorie niet-wonen.
Categorie Positieve gezondheid
Type Expertisecentrum (fieldlab) Paramedisch centrum Fit & herstelhotel / Ronald
McDonaldhuis Artsencentrum Overig Leren & innoveren
Werken & ondernemen
Bewegen , ontspanning en verzorgen
Retail en horeca
Onderwijsfaciliteiten (Business)innovatiecentrum / fieldlabs Kinderopvang Kantoor / co-office / flexkantoor Studio's / ateliers / ambachten Pakkethubs Skaten / dansstudio / boksen / fitness Yoga / welness / spa Horeca-paviljoen Café / espressobar / smoothie-/juicebar , stadsbrouwer Retail Dienstverlening
Maatgevende belasting per persoon [l/h]
Aantal
Belasting [m³/h]
personen
6 6
560 1610
3. 4 9. 7
30 6 6 3
750 190 938 36
22. 5 1. 1 5. 6 0. 1
3 3
136 96
0. 4 0. 3
6
572
3. 4
6 6
84 80
0. 5 0. 5
6 20 50
616 120 432
3. 7 2. 4 21. 6
25 6 6
378 208 156
9. 5 1. 2 0. 9
Totaal
86. 8
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 21/27
5. 7 Ontwerphoogten en infiltratiemogelijkheid Bij nieuwe ontwikkelingen dient geen negatieve invloed te ontstaan op zowel de grondwaterstand als de grondwaterkwaliteit. 5. 7. 1 Ontwerphoogten Op basis van de beschikbare gegevens is het mogelijk om voldoende drooglegging en ontwateringsdiepte te behalen in het plangebied. Het is hierbij belangrijk dat een voldoende hoog bouwpeil gehanteerd wordt. Grondwaterstandsmetingen binnen het plangebied ontbreken waardoor het grondwaterregime binnen het plangebied kan afwijken van de beschikbare gegevens. Om met meer zekerheid te kunnen bepalen welke minimale bouwpeilen in het plangebied gehanteerd moeten worden (zonder toepassing van drainage) is aanvullende informatie over de grondwaterstand nodig bijvoorbeeld door grondwatermetingen te verrichten. Om de kans op waterschade bij water-op-straat te verminderen wordt geadviseerd om het vloerpeil minimaal 20 cm boven de as van het aanliggende straatpeil aan te leggen. ,
,
,
5. 7. 2 Infiltratie van hemelwater De infiltratiecapaciteit van de ondergrondse waterberging wordt bepaald door de bodemeigenschappen en de grondwaterstand. Uitgaande van een bodem bestaande uit matig grof zand en een voldoende lage grondwaterstand lijken de omstandigheden over het algemeen geschikt voor het infiltreren van hemelwater in het plangebied. Er zijn echter lokaal slecht doorlatende lagen aanwezig zoals beschreven in hoofdstuk 3. 2. Om dit met meer zekerheid te kunnen stellen zijn aanvullende bodemdoorlatendheidsmetingen en grondwaterstandsgegevens van het plangebied nodig. Infiltratie in het plangebied zou ter plaatse van slecht doorlatende bodemlagen mogelijk gemaakt kunnen worden door lokale bodemverbetering toe te passen zodat wordt aangesloten op de goed doorlatende ondergrond. Het verhard oppervlak zal in de toekomstige situatie afnemen waardoor er meer water wordt geïnfiltreerd dan in de bestaande situatie. Hierdoor kunnen hogere grondwaterstanden optreden. Indien niet voldoende ontwateringsdiepte gerealiseerd kan worden door op een voldoende hoog niveau te bouwen dan is het nog mogelijk om een drainagesysteem aan te leggen maar dit heeft niet de voorkeur. ,
,
,
,
5. 8 Omgevingskwaliteit Water kan van directe invloed zijn op de omgevingskwaliteit. In deze paragraaf wordt de invloed van het waterbeheer op een aantal watergevoelige aspecten kwalitatief beschreven. Waterkwaliteit en ecologie 5. 8. 1 In het ontwerp van het plan dient met een aantal zaken rekening te worden gehouden om de waterkwaliteit en ecologie niet negatief te beïnvloeden en waar dit mogelijk is te verbeteren. De gemeente geeft als aandachtspunt het aspect om medicijnresten zoveel mogelijk uit het afvalwater te houden gezien de ligging van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. De watergang waar op geloosd wordt staat in verbinding met een KRW-watergang. Daarom dient rekening gehouden te worden met: ,
• • •
Neem de ecologische waarde mee in het ontwerp van oppervlaktewateren en bergingsvoorzieningen. Door aandacht te hebben voor de ecologische waarde kan deze gemakkelijk worden vergroot. Wanneer regenwater oppervlakkig wordt afgevoerd dient rekening te worden gehouden met mogelijke vervuiling afkomstig van verharde oppervlakken die in de primaire watergang kunnen komen. Voor de nieuwbouw is een zorgvuldige materiaalkeuze van belang. Vermijd het toepassen van uitlogende (bouw)materialen (o. a. zink of koper). Bij gebruik van uitlogende materialen mag het dakwater niet direct op de sloten zijn aangesloten.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 22/27
5. 8. 2 Bodemdaling Het bodemtype in het plangebied is niet gevoelig voor bodemdaling als gevolg van ophoging en grondwaterstandsveranderingen [5]. Aandachtspunt hierbij is dat de signaalkaart bodemdaling [5] laat zien dat in het verleden bodemdaling heeft plaatsgevonden in het plangebied. 5. 9 Beheer en onderhoud het inrichten van de watergang(en) en waterberging(en) is het van belang om tevens over het beheer en Bij onderhoud na te denken. Dit is van belang om ook in de toekomst te garanderen dat het watersysteem naar behoren blijft functioneren dat er geen waterproblemen ontstaan en dat onderhoud eenvoudig en tegen beheersbare kosten kan plaatsvinden. ,
De verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de DWA en HWA in de openbare ruimte ligt bij de gemeente Venlo en op particulier terrein ligt dit bij de perceeleigenaar. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de infiltratievoorzieningen in de openbare ruimte. 5. 10 Vergunningen In het nieuw te ontwikkelen gebied worden de (grond)waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor het aansluiten van nieuwe woningen op het rioolstelsel dient contact opgenomen te worden met de gemeente zodat dit goed is afgestemd. Conform de Keur en regels van het waterschap zijn de volgende werkzaamheden die plaats gaan vinden vergunningsplichtig: ,
• • • • •
Het graven (verbreden) van nieuw oppervlaktewater (primaire watergang); Het afvoeren van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op primaire watergangen (Venlose Molenbeek); Het aanleggen van waterberging; Het aansluiten op de riolering; Mogelijk is bemaling nodig bij de aanleg van riolering afhankelijk van regenval en waterstanden.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 23/27
6
Conclusie en aanbevelingen
De beoogde ontwikkeling omvat meerdere ruimtelijke aanpassingen in het plangebied waaronder het realiseren van woningen en bestratingen. Het gebied wordt voor 43% onverhard en als groene leefomgeving ingericht. De totale verharding zal in het plan afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Om te voldoen aan de eisen van de gemeente en het waterschap zijn bepaalde maatregelen benodigd. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste conclusies en aandachtspunten: ,
•
•
Voor het totale nieuwe verharde oppervlak dient een waterbergingsvoorziening t. b. v. een vertraagde afvoer richting het oppervlaktewater te worden gerealiseerd. De beleidsuitgangspunten van zijn hiervoor maatgevend met 100 mm per m² verhard oppervlak. In het huidige ontwerp is uitgegaan van een verhard oppervlak van 39. 940 m². De dynamische waterbergingsopgave bedraagt daardoor 3. 994 m³. In het huidige ontwerp zijn verschillende voorzieningen opgenomen voor waterberging waaronder wadi’s. Extra maatregelen zijn benodigd om te voldoen aan de wateropgave. Hierbij geldt de voorkeur naar bovengrondse natuurlijke voorzieningen boven technische maatregelen. Om deze in te vullen kan gedacht worden aan het aanbrengen van extra bovengrondse maatregelen zoals water vasthouden en/of infiltreren op groene daken groene gevels en infiltratie tuinen. Indien met bovengronds maatregelen niet de volledige berging gehaald wordt kan de restberging met ondergrondse maatregelen zoals infiltratiekratten of waterbergende wegfundering worden aangevuld. Hiervoor wordt een infiltratieonderzoek geadviseerd en dient mogelijk bodemverbetering aangebracht te worden om de infiltratiecapaciteit van de bodem te vergroten ter plaatse van lokaal aanwezige slecht doorlatende lagen. Waterbergingsvoorzieningen dienen binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn.
Bergingsvoorzieningen voor hergebruik afhankelijk van vullingsgraad en leeglooptijd kunnen niet volledig meegerekend worden als hemelwaterberging omdat deze geledigd worden door gebruik van het water. Het toepassen van bergingsvoorzieningen voor hergebruik betreft maatwerk. Regenwater op particulier terrein moet zoveel mogelijk op particulier terrein geborgen en verwerkt worden. Op dit moment zijn de grenzen tussen particuliere en openbare ruimte nog niet vastgelegd. Daardoor kan de uiteindelijke waterbergingsopgave particulier nog niet worden bepaald. Dit zal in het waterhuishoudkundig plan in samenwerking met de gemeente Venlo nader worden uitgewerkt. Voor de particuliere waterbergingsopgave geldt een minimale bergingsopgave van 40-70 mm. Bij nadere uitwerking van het exploitatiegebied in het waterhuishoudkundig plan moet ook de eis geen schade bij T=100 bui 70 mm/u getoetst worden. Dit kan bepaald worden met bijvoorbeeld een 2D maaiveldmodel. Gezien de ligging kort nabij de Maas geeft de provincie aan dat het plan aanvullend op waterveiligheid wordt getoetst. De vuilwaterafvoer moet worden aangesloten op het bestaande rioolstelsel rondom het plangebied. Voor het plan wordt uitgegaan van een vuilwaterafvoer van 1016 m³/uur. De aansluiting op het bestaande riool zal in een volgende fase verder moeten worden onderzocht en bepaald in overleg met de gemeente.
Hiervoor moeten de huidige aansluiten in kaart worden gebracht zodat daarmee rekening gehouden kan worden bij de verdere planuitwerking. Voor verschillende onderdelen is een watervergunning nodig. Het gaat hier om: − Het graven (verbreden) van nieuw oppervlaktewater (primaire watergang); − Het afvoeren van hemelwater vanaf nieuw verhard oppervlak op primaire watergangen; − Het aanleggen van waterberging; − Het aansluiten op de riolering. − Mogelijk is bemaling nodig bij de aanleg van riolering afhankelijk van regenval en waterstanden. ,
,
•
,
,
•
•
,
• •
,
•
Bij het indienen van de omgevingsvergunning levert de initiatiefnemer een technisch uitgewerkt ontwerp aan waaruit is op te maken hoe de ontwikkeling haar totale bergings- en vertragingsopgave definitief invult. Ook
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 24/27
wijze waarop het water vanaf de verharde oppervlakken in de waterberging terecht komt en hoe deze in verband met de afvoer in verbinding komt te staan met het omringende watersysteem staat hier in weergegeven. Dit dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan waterschap Limburg en de gemeente Venlo. In overleg zijn alternatieve oplossingen vanuit marktpartijen bespreekbaar voor de waterbergings- en infiltratievoorzieningen.
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 25/27
Bijlage 1
Boorprofielbeschrijvingen uit milieuhygiënische onderzoeken
datum referentie
24 oktober 2023 221579_AdB_RAP_0003_v3. 0
P 26/27
+ , - $ - $ - $ . " , !
) / 0
! ! "
#$$#%&$ #%& $$
'( )*
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring:
Boring:
Al
(geanonimiseerd) Datum: X: Ms
Datum: X: Me
adviseert
A2
(geanonimiseerd)
Monsternemer:
18-8-2022 208697.77 374562.24
ontwerpt
18-8-2022 208674.00 374544.60
asfalt
asfalt o
Mt
Volledig
2
asfalt,
Zand,
matig
zwak
grindig,
Kernboor
grof, geen
lichtbruin,
reactie,
zwak
ot
N
o
De SA Volledig asfalt, Kernboor
Zand,
siltig, 2
olie-water River
fijn,
matig
grindig,
zwak
matig
kiezel
neutraalbruin,
River
siltig, houdend,
50.
Zand,
zeer
fijn,
neutraalbruin,
zwak
siltig,
River
3 3 100.
10
4
Zand,
matig
zwak
grindig,
geen
olie-water
roestbruin,
150.
grof, zwak
zwak
zoo
siltig,
roesthoudend,
reactie,
licht
River
5 200.
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
en
fundatie onderzoek
Pagina Schaal
(A4):
1/30 130
zwak
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring:
A3
Monsternemer:
(geanonimiseerd)
Datum: X: Ms
Boring: Datum: X: Me
adviseert
A4
— (geanonimiseerd)
Monsternemer:
18-8-2022 208647.74 374497.19
ontwerpt
18-8-2022 208622.63 374458.63
asfalt
A A
asfalt o
S__
Volledig
20__
Zand,
s0__
asfalt,
Kernboor
matig fijn,
zwak
siltig,
matig
asfalthoudend,
zwak
kiezel
houdend,
donkergrijs,
Schep
Zand,
zeer
fijn,
zwak
SO SNS Zand,
zeer
fijn, matig
donkergrijs, Klei,
sterk
2
&
__
Kernboor
fijn,
sporen
zwak
siltig,
kooldeeltjes,
Edelmanboor
Zand,
fijn, Kleiig,
sporen
zeer
neutraalbruin,
zoo
Edelmanboor
zo
Zand,
grof,
matig
grindig,
neutraal
zwak
siltig,
bruingrijs,
sterk
River
190
Zand,
grof,
matig
grindig,
zwak
neutraal
zwak
kiezel
siltig,
sterk
houdend,
bruingrijs,
River
zo
Zand,
zeer
grindig,
fijn,
zwak
lichtgrijs,
siltig,
zwak
River
250
Zand,
matig
matig
roesthoudend,
roestbruin,
fijn, matig
siltig,
neutraal
Edelmanboor
zoo
Zand,
matig fijn,
grindig,
sporen
neutraalbruin,
zwak
siltig,
zwak
roest,
Zuigerboor
520
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
en
fundatie onderzoek
sporen
donkergrijs,
Edelmanboor
A
zwak
baksteen,
baksteen,
10
asfalt,
matig
so
3
neutraalbruin,
Volledig
grindig,
A
OO
siltig,
Edelmanboor
zandig,
Ln
Zand,
50
siltig,
Edelmanboor
A
zwak
grindig,
donkergrijs,
0 d
Pagina Schaal
2/30
(A4): 1: 30
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring:
A5
(geanonimiseerd) Datum: X: Ms
18-8-2022 208592.73 374434.59
ontwerpt
Boring:
A6
Datum: X: Me
18-8-2022 208558.33 374393.51 0.35
Sleuflengte:
adviseert
(geanonimiseerd)
Sleufbreedte:
0.35
asfalt o
200
Aa
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt
o
pe
5
À S \ A
Volledig
asfalt,
Kernboor
volledig
asfalt,
Kernboor
Zand,
matig fijn,
grindig, zo
neutraalbruin,
30__
ES
asfalt-
221579-001
sporen
A
Zand, zo
\
zeer
zwak
siltig,
Volledig
asfalt,
Kernboor
zwak
Edelmanboor
fijn, matig
siltig,
sporen
donkergrijs,
Edelmanboor
Zand,
A,
baksteen,
kooldeeltjes,
zeer
['
sporen
baksteen,
fijn, Kleiig,
neutraalbruin,
Edelmanboor
zo
en
fundatie onderzoek
Pagina Schaal
3/30
(A4): 1: 30
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring: Datum: X: Ms
Boring:
A7
(geanonimiseerd) ==
Monsternemer:
hj}
”
Datum: X: Me
NS
2
asfalt
Ee Zo
(geanonimiseerd)
18-8-2022 208587.91 374372.24
asfalt 5
NRR Kemmboor asfalt, Make
Volledig
\
adviseert
AB
Monsternemer:
18-8-2022 208562.91 374360.51
ontwerpt
volledig
asfalt,
Kernboor
matig fijn,
zwak
siltig,
neutraalbruin,
River
[
Volledig
x
Zand,
3
Zand,
0
=
4
grindig, Zand,
SL
5
5
matig fijn,
grindig,
zwak
kiezel
lichtbruin,
River
Zand,
fijn,
zeer
grindig,
zwak
zwak
siltig,
zwak
2
grindig,
A
asfalt,
sporen
baksteen,
Kernboor
fijn,
matig
licht
zwak
siltig,
kooldeeltjes, grijsbruin,
Edelmanboor
50
Zand,
houdend,
zeer
fijn, Kleiig,
neutraalbruin,
Edelmanboor
3 zwak
lichtbruin,
siltig,
zwak
Edelmanboor 10
zo
U
é
zo
Zand,
zeer
fijn,
roest,
neutraal.
zwak
siltig,
sporen
roestbruin,
Edelmanboor 150
U
Zand,
matig
matig
grindig,
neutraal
7
grof,
zwak
roestbruin,
siltig, roest,
sporen
River
zoo
ter renee}
oo
Zand,
matig fijn,
grindig,
fee
licht
zwak
bruingrijs,
siltig,
zwak
Zuigerboor
zû
EE
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
en
fundatie onderzoek
Pagina Schaal
4/30
(A4): 1: 30
zwak sporen
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring:
Boring:
A9
(geanonimiseerd) Datum: X: Ms
18-8-2022 208617.75 374369.86
Datum: X: Me
asfalt o
mk
A
5
De *—\ Volledig asfalt, Kernboor
A
Volledig
beton,
le
ontwerpt
adviseert
A10
(geanonimiseerd) 18-8-2022 208605.34 374403.62
asfalt a
4
A
De ES volledig asfalt, Kernboor
A
Kernboor
25
Volledig
beton,
Kernboor
25
Zand,
50.
2
grindig,
k
sporen
baksteen, so
fijn,
matig
zwak
siltig,
kooldeeltjes,
neutraalbruin,
Edelmanboor
EEN Zand,
3
zeer
baksteen,
A
fijn, Kleiig,
sporen
neutraalbruin,
Edelmanboor
10 zo
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
en
fundatie onderzoek
Pagina Schaal
5/30
(A4): 1: 30
zwak sporen
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring:
Boring:
A11
(geanonimiseerd) Datum: X: Ms
Datum: X: Me
adviseert
A12
Monsternemer:
17-8-2022 208624.35 374406.53
ontwerpt
(geanonimiseerd)
17-8-2022 208621.66 374445.75
asfalt
asfalt o
1
Volledig
A
Zand,
asfalt,
fijn, matig
zeer
donkergrijs, Zand, 3
A
Kernboor
zeer
baksteen,
Volledig
A
siltig,
River
fijn, matig
siltig,
donkergrijs,
River
sporen
50
asfalt,
Kernboor
Zand,
matig fijn, matig
zwak
humeus,
zwak
olie-water
reactie,
bruingrijs,
River
Klei,
sterk
zandig,
geen
olie-water
siltig,
grindig,
geen
donker
62
4
A
Klei, matig
zandig,
baksteen,
donkerbruin,
sporen
neutraalbruin,
zwak
humeus,
reactie, Edelmanboor
Edelmanboor 100
u
10
Zand,
zeer
roest,
neutraalbruin,
Zand,
fijn, matig
fijn,
zeer
grindig,
siltig,
sporen
uz
Edelmanboor
zwak
siltig,
neutraalbruin,
zwak
Edelmanboor
zo
Zand,
matig
grof,
zwak
siltig,
grindig,
zwak
kiezel
sporen
roest,
neutraalbruin,
sterk
houdend,
Edelmanboor
380
Zand,
matig
neutraal.
fijn,
zwak
grijsbruin,
siltig,
Zuigerboor
530
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
en
fundatie onderzoek
Pagina Schaal
6/30
(A4): 1: 30
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring: Datum: X: Ms
Boring:
A13
(geanonimiseerd) 17-8-2022 208657.93 374440.74
Datum: X: Me
ontwerpt
adviseert
A14
(geanonimiseerd) 17-8-2022 208688.70 374425.17
asfalt
asfalt
o
0
_
1
A
Volledig
5
Zand, zwak
3
„„__
a
licht
grijsbruin,
Zand,
matig
fijn, matig
zwak
humeus,
geen
Klei,
sterk
geen
olie-water
zandig,
si
River
siltig,
Volledig
20__
zwak
humeus, neutraal
50.
17-8-2022 208696.28 374372.31
3
-
asfalt,
4
Zand,
matig
zwak
grindig,
geen
olie-water
Volledig
A
zwak
siltig,
leemhoudend, licht
reactie,
Edelmanboor
asfalt,
Kernboor
s
licht
grof, geen
zwak
siltig,
á
olie-water
geelbruin,
je
River
40
10
w
fundatie onderzoek
Zand,
matig
zwak
grindig, licht
reactie,
\
grof,
zwak
geen
siltig,
olie-water
geelbruin,
Edelmanboor
Zand,
matig fijn, matig
zwak
humeus,
geen
olie-water
zwak
neutraalbruin,
u
10
221579-001
humeus,
1
3
Projectcode:
matig fijn, matig
zwak
ä
Kernboor U
reactie,
en
Zand,
17-8-2022 208723.86 374414.30
5
asfalt-
reactie, Edelmanboor
(geanonimiseerd)
50
Projectnaam: Bodem-,
siltig,
leemhoudend,
asfalt o
Volledig u
U
olie-water
zwak
A16
asfalt °
2
geen
beigebruin,
Datum: X: Ni
_
U
humeus,
zo
Boring:
(geanonimiseerd)
N
zwak
120
A15
4
matig fijn, matig
neutraalbruin,
iä
Edelmanboor
Kernboor
Zand,
ú
Edelmanboor
reactie,
beton,
ON
10
Boring:
Re, “A Volledig asfalt, Kernboor
olie-water
neutraalbruin,
reactie,
grijsbruin,
U
Datum: X: hs
A
matig grof, zwak siltig, grindig, geen olie-water
reactie,
fl
1
Kernboor
u
2
ij
asfalt,
siltig,
leemhoudend,
reactie, Edelmanboor
4 u
us
Pagina Schaal
(A4):
7/30 130
Kver
L
de Bondt onderzoekt
ontwerpt
adviseert
Boring:
A17
Boring:
A18
Monsternemer:
(geanonimiseerd)
Monsternemer:
(geanonimiseerd)
Datum: X:
Mis
17-8-2022 208723.00 374450.21
Datum: X: Ne
17-8-2022 208691.96 37449811
asfalt
asfalt o
Volledig
Zand,
asfalt,
Kernboor
zeer
fijn,
grijsbruin,
River
zwak
Volledig
siltig,
licht
TA 50.
Zand, grindig,
fijn, matig siltig,
neutraal
grijsbruin,
zwak
-
River
zo
TT Klei,
A
zwak
zandig,
baksteen,
188
\
sporen
neutraalbruin,
-
_Edelmanboor
Klei,
zwak
neutraal.
matig fijn, matig
zwak
humeus,
donkerbruin,
reactie,
sporen
roestbruin,
roest,
River
Zand,
matig fijn, matig
zwak
humeus,
reactie,
neutraalbruin,
uiterst
siltig,
geen
olie-water
siltig,
olie-water
geen
Klei,
siltig,
olie-water
geen
neutraalbruin,
zandig,
Kernboor
Zand, zo
zeer
asfalt,
Edelmanboor
zwak
humeus,
reactie, Edelmanboor
zo
Edelmanboor
150
Zand,
matig
matig
grindig,
houdend,
fijn,
sporen
grijsbruin,
zwak
zwak
siltig,
kiezel
roest,
neutraal
Edelmanboor
zo
Zand,
matig
grindig,
zwak
neutraal.
grof,
zwak
kiezel
siltig,
sterk
houdend,
grijsbruin,
Edelmanboor
grof,
siltig,
zoo
Zand,
matig
neutraalbruin,
zwak
Zuigerboor
so
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
en
fundatie onderzoek
Pagina Schaal
8/30
(A4): 1: 30
Kver
L
de Bondt onderzoekt
Boring:
Boring:
A19
(geanonimiseerd) Datum: X: Ms
17-8-2022 208666.62 374494.38
Datum: X: Me
A7
asfalt De Volledig asfalt,
Ey, Velledigzestelt, Kemboor fi
matig
zwak
humeus,
reactie,
Klei,
siltig,
licht
matig
geen
donker
zwak
reactie,
fijn,
adviseert
A20
(geanonimiseerd) 17-8-2022 208713.08 374540.32
asfalt o
ve
Kernboor
Zand,d
ontwerpt
[__
\ siltig,
| [qz
A A
olie-water
bruingrijs,
geen
20
Volledig
asfalt,
Kemboor
ledig Volledig
asfal asfalt,
be Kernboor
ON
River
olie-water
beigebruin,
Edelmanboor
A21
Boring:
Monsternemer: Datum:
Xx:Ms
(geanonimiseerd) |
17-8-2022 208727.99 374516.64
A22
Monsternemer:
(geanonimiseerd)
Datum: X: Me
o
a asfalt Volledig asfalt,
N
17-8-2022 208756.88 374493.59
asfalt
9
1
Boring:
0
Et
Kernboor
B
A,
à
A23
Boring:
12-8-2022 208773.36 374515.88
Datum: X: NA
Boring:
(geanonimiseerd)
Datum: X: De
o
(:
Projectnaam: Bodem-, Projectcode:
asfalt-
221579-001
A
en
asfalt Be Volledig asfalt,
Kernboor
ET
fundatie onderzoek
LO Volledig asfalt, Kernboor
A è
B
Volledig
| d
Kemboor
A24
(geanonimiseerd) 12-8-2022 208792.74 374493.27
asfalt
OS
asfalt,
at
Ü
A )
A
ET
È_
Volledig
Tr
asfalt,
Kernboor