472223 Bijl13 Bijlagen bij toelichting Bijl6 Bodem - Milieuhygiënische onderzoeken.pdf
Tekst van het document
Milieuhygiënische onderzoeken Veilingterrein Venlo Hagerhofweg 2 te Venlo
Rapport
Holten
-
Amstelveen
-
Breda
(geanonimiseerd) EN 2
-
Eindhoven
-
Nieuwegein
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) Ú_______ (geanonimiseerd) evecodebondt.nl EB avecodebondt.nl
Milieuhygiënische onderzoeken Veilingterrein Venlo project
herontwikkeling Veilingterrein te Venlo
(geanonimiseerd) NN projectleider | (geanonimiseerd)
projectnummer
opdrachtgever
AKRO
datum referentie
25 oktober 2023 221579001
AdB_RAP_0002
Handelsonderneming
postadres
(geanonimiseerd) Anoeraar BN contactpersoon
Rijken
status
Definitief
versie
3.0
(geanonimiseerd)
paraaf
gecontroleerd
datum referentie
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) DN
25 oktober 2023
221579001 AdB RAP _0002 v3.0
P 1/29
v3.0
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6 2. 7 2. 8 2. 9 2. 10
Vooronderzoek Beschrijving van de onderzoekslocatie Topografische kaarten Beschikbare onderzoeksgegevens Verontreinigende activiteiten Bodemopbouw en geohydrologie Gebiedsspecifiek bodembeleid en bodemkwaliteit Asbest Niet Gesprongen Explosieven Archeologie Conclusies vooronderzoek
4 4 6 7 9 10 11 11 11 11 11
3
Opzet onderzoek
13
4 4. 1 4. 2 4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2 4. 3. 3 4. 4
Uitvoering onderzoek Terreinverkenning Veldwerkzaamheden Veldresultaten Lokale bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Meetgegevens grondwater Monsterselectie en analyses
16 16 18 18 18 19 20 21
5 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 7 5. 8
Resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek Toetsingskader Resultaten grond Resultaten grond PFAS Resultaten grond asbest Resultaten grondwater Resultaten verhardingsonderzoek Interpretatie onderzoeksresultaten Voetnoten analysecertificaten
23 23 23 24 24 24 25 25 27
6
Conclusie(s) en aanbevelingen
28
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Locatietekening Foto’s terreinverkenning Profielbeschrijvingen Analysecertificaten milieuhygiënisch bodemonderzoek Toelichting toetsingskader(s) Toetsingsresultaten Wbb Kwaliteitsborging Beproevingscertificaat asfaltkernen Omgevingsrapportage
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 2/29
1
Inleiding
Ontwikkelaar JPO B. V. is voornemens het Veilingterrein in het Middengebied te Venlo te transformeren tot een gecombineerde woon- en werkplek. Om de bouwplannen mogelijk te maken moet een partiële herziening van het bestemmingsplan plaatsvinden. Op dit moment is binnen het vigerende bestemmingsplan geen woningbouw toegestaan.
In het kader van de beoogde ontwikkelingen worden een aantal onderzoeken uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit op de locatie vast te stellen. Het gaat daarbij om een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) en een verhardingenonderzoek (asfalt en funderingsmateriaal). Verkennend bodemonderzoek Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om te beoordelen of deze vanuit milieuhygiënisch oogpunt een belemmering vormt vanuit de Wet Bodembescherming voor de voorgenomen ontwikkeling en het toekomstige gebruik van het terrein. Uitgangspunt daarbij is dat geen belemmering vanuit de Wet Bodembescherming bestaat indien geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Mogelijke belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling en het toekomstige gebruik van het terrein vanuit andere wet- en regelgeving is niet uitgevoerd in het kader van onderhavig onderzoek. Voor asbest is het doel om met de onderzoeksinspanning van een verkennend bodemonderzoek asbest vast te stellen of op de locatie een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is en een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte aan asbest in de bodem. In verband met de mogelijke afvoer van vrijkomende grond wordt de grond aanvullend onderzocht op PFAS.
Verhardingsonderzoek Naast het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt ook de kwaliteit van de asfaltverharding vastgesteld. De doelstelling van het asfaltonderzoek is nagaan of het aanwezige asfalt teerhoudend (en daarmee niet herbruikbaar) is. Tevens worden de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van het onderliggende funderingsmateriaal bepaald.
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 3/29
2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan een bodemonderzoek moet een milieuhygienisch vooronderzoek worden uitgevoerd conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725 (Nederlands Normalisatie-instituut oktober 2017). ,
Doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen binnen de onderzoekslocatie. Er wordt een inschatting gemaakt van de aard mate oorzaak en ligging van de mogelijke verontreinigingen. De resultaten van het vooronderzoek zijn de basis voor de veld- en laboratoriumwerkzaamheden van het bodemonderzoek en kunnen worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten afkomstig uit het veld- en laboratoriumonderzoek. ,
,
,
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld geanalyseerd en geïnterpreteerd. Welke aspecten bij het vooronderzoek meegenomen moeten worden is afhankelijk van de aanleiding van het vooronderzoek. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is weergegeven in tabel 2. 1. ,
Op onderhavige locatie is sprake van de volgende aanleiding: Het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek. Tabel 2. 1: Onderzoekaspecten
Onderzoekaspecten Locatiegegevens Bodemopbouw geohydrologie
en
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie , verdachte situatie , activiteiten , ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging Kwaliteit op basis van Besluit bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Asbestverdacht
Bronnen Kadaster Actueel hoogtebestand Nederland (AHN) Dinoloket , Bodemloket Bodemloket , Terreinverkenning Dinoloket , Bodemloket , Grondwatertools Kadaster , Bodemloket Bodemkwaliteitskaart , Nota Bodembeheer Bodemloket , Omgevingsrapportage Bodemloket , Topotijdreis Topotijdreis , Atlas Leefomgeving , Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) , Terreinverkenning , VEO-bommenkaart Bodemloket , Bodemkwaliteitskaart , Asbestdakenkaart , Asbestkansenkaart ,
2. 1 Beschrijving van de onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Hagerhofweg 2 te Venlo en staat kadastraal bekend als gemeente Venlo sectie H perceelnummers 5080 en 7794. De totale oppervlakte van de percelen bedraagt circa 69. 000 m² hiervan was in het verleden circa 21. 000 m² bebouwd. De bebouwing is volgens de website BAGviewer (kadaster. nl) aanwezig vanaf 1975. In de huidige situatie is een groot deel van de voormalige gebouwen reeds gesloopt en is nog circa 6. 000 m² bebouwd voornamelijk met hallen. Ter plaatse van de bebouwing die reeds is gesloopt zijn de vloeren bestaand uit een verharding van asfalt en/of beton nog aanwezig. In de huidige situatie wordt het terrein naast het bedrijfsmatige gebruik (hallen) gebruikt als parkeerterrein groenstroken en weiland. ,
,
,
,
,
,
De onderzoekslocatie ligt in het zuiden van Venlo en wordt grofweg begrensd door de Tegelseweg (N271) de Hagerhofweg de Wylrehofweg en de Hulsterweg. Aan de westzijde loopt de onderzoekslocatie niet helemaal tot aan de Hulsterweg. De strook waarop zich de islamitische basisschool en de stichting jeugdvereniging de Meulewiekers bevinden is geen onderdeel van de onderzoekslocatie. ,
,
Tot circa 1975 had de locatie een agrarische bestemming. Daarna is de locatie ingericht als veilingterrein en sindsdien heeft het de huidige functie als bedrijventerrein. In de huidige situatie is het overgrote deel van de locatie verhard met asfalt en/of beton. Alleen op het zuidelijke deel van de locatie (twee weilanden) en ter datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 4/29
plaatse van de groenstroken is geen gesloten verharding aanwezig. De opdrachtgever is voornemens om de locatie te ontwikkelen tot een gebied voor wonen zorg onderwijs beweging werken en gezonde horeca. ,
,
,
,
Een luchtfoto met de ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2. 1. In figuur 2. 2 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van de omgeving weergegeven. Verder zijn in bijlage 1 een locatietekening en in bijlage 2 de foto’s van de terreinverkenning toegevoegd.
Figuur 2. 1: Luchtfoto met ligging onderzoekslocatie globaal rood omlijnd in de huidige situatie(bron PDOK viewer).
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 5/29
Figuur 2. 2: Ligging van onderzoekslocatie ten opzichte van omliggende functies
2. 2 Topografische kaarten In figuur 2. 3 zijn een aantal historische topografische kaarten opgenomen. Aan de hand hiervan wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden op de locatie. Opgemerkt wordt dat de jaartallen van de topografische kaarten doorgaans een aantal jaren later zijn dan de werkelijkheid en dat de digitaal beschikbare kaarten niet altijd juist zijn gegeorefereerd. (leidende tot een geringe verschuiving van de geprojecteerde onderzoekslocatie). Op de topografische kaarten is de locatie tot 1966 onbebouwd. Verder valt op dat op het zuidelijke deel van de locatie een tweetal watergangen aanwezig zijn. De contouren van de wegen die ook in de huidige situatie nog globaal de begrenzing van de locatie vormen zijn ook op de kaart van 1958 al zichtbaar. ,
Op de kaart van 1967 zijn voor het eerst contouren van gebouwen op de locatie zichtbaar. Het gaat daarbij om vijf losstaande gebouwen. Dit wijkt af van de gegevens uit de BAG-viewer waarin wordt aangegeven dat de bebouwing op de locatie dateert uit 1975. Op het noordwestelijke deel van locatie is een weg zichtbaar. Een tweede toerit tot de percelen bevindt zich iets zuidelijker vanaf wat nu de Hagerhofweg is. In de loop der jaren is de aanwezige bebouwing op de locatie uitgebreid waarbij de aanwezige ruimte tussen de reeds aanwezige panden is volgebouwd. Alleen op het noordoostelijke deel van de locatie staat een vrijstaand gebouw. Vanwege al deze uitbreidingen zijn de aanwezige watergangen waarschijnlijk gedempt. Vanaf 1979 zijn deze niet meer zichtbaar op de topografische kaart. De laatste gebouwen zijn bijgebouwd rond 1998 aan de zuidoostzijde van de dan aanwezige bebouwing. De contouren van de dan aanwezige bebouwing komt overeen met de gebouwcontouren in de huidige situatie. Vanaf 1998 is ook voor het eerst de afrit van de snelweg A73 zichtbaar.
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 6/29
1958 – 1966
1967 – 1978
1979 – 1987
1988 – 1997
1998 – 2010
2011 – 2021
Figuur 2. 3: Historische topografische kaarten
2. 3 Beschikbare onderzoeksgegevens Op de site bodemloket. nl is geen informatie bekend met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie. Aan de hand van de omgevingsrapportage blijkt dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving daarvan eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Voor zover relevant voor dit onderzoek zijn de gegevens samengevat weergegeven in dit hoofdstuk. Tenzij anders vermeld betreft de samenvatting uitsluitend een weergave van de inhoud van het rapport en is geen inhoudelijke beoordeling uitgevoerd. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. De ontvangen omgevingsrapportage voor de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 9. Tevens zijn de bij de gemeente Venlo beschikbare bouwdossiers opgevraagd. De ontvangen bouwdossiers zijn beoordeeld. Voor zover relevant voor dit onderzoek zijn de gegevens van de bouwdossiers samengevat weergegeven in dit hoofdstuk.
Onderzoekslocatie
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 7/29
1. Indicatief en nader bodemonderzoek op het terrein van de coöperatieve Venlose groenteveiling aan de Hagerhofweg te Venlo Haskoning kenmerk 91/1387.06.01/1K d. d. november 1991; 2. Saneringsonderzoek en -plan voor het terrein van de coöperatieve Venlose groenteveiling aan de Hagerhofweg te Venlo Haskoning kenmerk 91/1387.06.02/1K d. d. december 1991; 3. Evaluatie grondsanering voor het voormalig veilingterrein aan de Hagerhofweg 2 te Venlo Haskoning kenmerk 92/1387.06.03/1K d. d. januari 1992; ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Uit deze onderzoeken komt het volgende naar voren: • Het voormalige veilingterrein had een omvang die groter is dan de huidige onderzoekslocatie en bestond uit twee delen welke werden gescheiden door de Wylrehofweg; • In het verleden waren meerdere ondergrondse brandstoftanks een tankstation een stookplaats en een opgehoogd terreindeel aanwezig (zie ook paragraaf 2. 4); • Op de gehele locatie zijn tot een diepte van gemiddeld 10 m-mv (plaatselijk tot 30 m-mv) bijmengingen met puin dakpanresten koolresten en/of metaalresten waargenomen; • In de grond van 00 – 10 m-mv op een onverdacht terreindeel is een licht verhoogd gehalte PAK gemeten; • Door middel van de onderzoeken (ad. 1 en ad. 2) zijn op vier deellocaties bodemverontreinigingen aangetoond. Het gaat om verontreinigingen met minerale olie lood zink en PAK. De aanwezige opslagtanks (ondergrondse) en de aangetoonde verontreinigingen zijn middels een sanering volledig verwijderd; • Na uitvoering van de sanering is geen sprake meer van bodemverontreiniging; • In het kader van de onderzoeken is geen onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige verhardingen en mogelijk daaronder aanwezige fundatielagen; • Het terrein buiten de loodsen is grotendeels verhard hoofdzakelijk met asfaltverharding. Ook ter plaatse van de bebouwing (op basis van de boorprofielen uit voorgaande onderzoeken) is een verharding met asfalt aanwezig.
Het is niet duidelijk of de asfaltverharding(en) teerhoudend zijn; • Uit de beschikbare informatie blijkt dat de groenteveiling op het terrein aanwezig is geweest van 1954 tot 1991. De op de locatie aanwezige hallen zijn geplaatst in de periode 1960 tot 1971 waarbij de huidige bebouwing dateert van rond 1975. In de periode na de tweede wereldoorlog tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw is veel asbest toegepast in bebouwing. Op basis van het bouwjaar van de aanwezige bebouwing is de locatie verdacht op de aanwezigheid van asbest. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Opgemerkt wordt dat de beoordeelde rapporten waarin de milieuhygiënische bodemkwaliteit is beschreven gedateerd zijn (onderzoeken zijn meer dan 20 jaar geleden uitgevoerd) en geen beeld geven van de actuele bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie. In de onderzoeken zijn analyses uitgevoerd op het standaard analysepakket dat destijds van toepassing was. Het standaard analysepakket is in de tussenliggende periode echter al enkele keren van samenstelling gewijzigd. De uitgevoerde analyses voldoen daarmee niet aan de huidige analysepakketten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden die op dat moment van toepassing waren. Evenals de analysepakketten is het toetsingskader inmiddels een aantal keren gewijzigd. De resultaten voldoen daarom niet meer aan het huidige toetsingskader.
Omgeving onderzoekslocatie 4. Verkennend onderzoek Hulsterweg 1 Het Milieuburo kenmerk 96-653-46 d. d. 22 november 1996; 5. Verkennend onderzoek Hulsterweg 1 Fugro Milieu Consult kenmerk K-7023/110 d. d. 17 maart 1997; 6. Verkennend onderzoek Waterhoenstraat 44 Het Milieuburo kenmerk 97-599-33 d. d. 15 augustus 1997; 7. Verkennend onderzoek Waterhoenstraat 44 Het Milieuburo kenmerk 98-048-07 d. d. 20 februari 1998; 8. Verkennend onderzoek Waterhoenstraat 44 HMB-groep kenmerk 02-0613-39 d. d. 8 oktober 2002; 9. Verkennend onderzoek Waterhoenstraat (ong.) HMB BV kenmerk 06213501A d. d. 18 juli 2006; 10. Verkennend onderzoek Waterhoenstraat 38 en 44 / Hagerhofweg (ong.) Aelmans ECO b.v. kenmerk 04/04976/V/E/HW d. d. 5 oktober 2004. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
, ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Uit deze onderzoeken komt het volgende naar voren:
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 8/29
•
•
Op de locatie Hulsterweg 1 (direct ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie) zijn in de bovengrond zeer licht verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen boven de achtergrondwaarde aangetoond. Het grondwater bevat licht tot matig verhoogde concentraties aan nikkel en zink. Geconcludeerd werd dat deze verhogingen passen in het beeld van de verhoogde achtergrondwaarden voor zware metalen in Noord- en MiddenLimburg; Op de locatie Waterhoenstraat 38 en 44 / Hagerhofweg 15 17 en 21 (ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie) zijn in de bovengrond lichte verhogingen met minerale olie en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn zeer lichte verhogingen met minerale olie en kwik aangetoond. Het grondwater bevat plaatselijk lichte verhoogde concentraties cadmium chroom koper nikkel zink benzeen tolueen xylenen naftaleen en tetrachlooretheen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Bouw- en milieudossiers Op basis van een beoordeling van de ontvangen bouw- en milieudossiers zijn onderstaande dossiers van belang voor het verkennend bodemonderzoek: • 457-1655_Technische omschrijving en berekeningen_180455 (en 457) (geanonimiseerd); • 457-1655_tekeningen_181510 (12 23 en 24) (geanonimiseerd); • 457-1656_Technische omschrijving en berekeningen_172599 (geanonimiseerd); • 457-1656_Tekeningen_215790 (en 791) (geanonimiseerd); • 457-1656B_Tekeningen_215811 (en 12) (geanonimiseerd); • 457-1657_Tekeningen_215849 (en 58) (geanonimiseerd); • 457-6649_Technische omschrijving en berekeningen_86013 (geanonimiseerd); • 457-6649_Tekeningen_87876 (en 77) (geanonimiseerd); • 457-7900_115895 (geanonimiseerd); • 457-7900B_tekeningen_116284 (en 85) (geanonimiseerd); Bouwtekening: 457-10371_tekeningen_31621 (en 22) (geanonimiseerd). • ,
Uit bovenstaande bouwdossiers komt naar voren dat bij de bouw van diverse loodsen op het terrein (mogelijk) asbesthoudend materiaal is gebruikt. In de dossiers is informatie aanwezig waarin wordt gesproken over windveren golfplaten voor de gevels en het dak goten en afvoerpijpen welke mogelijk asbesthoudend waren. Daarnaast wordt geschreven over asbestcement wat is toegepast voor de dakconstructie. ,
,
2. 4 Verontreinigende activiteiten In de omgevingsrapportage worden voor de onderzoekslocatie de in figuur 2. 4 vermelde verontreinigende activiteiten benoemd voor de onderzoekslocatie. De ontvangen omgevingsrapportage voor de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 9.
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 9/29
Figuur 2. 4: Verontreinigende activiteiten vanuit omgevingsrapportage
2. 5 Bodemopbouw en geohydrologie figuur In 2. 5 is een schematische doorsnede van de bodemopbouw weergegeven (bron: DINO-loket). Het maaiveld ligt op circa 197 m+NAP. Ter plaatse is vanaf maaiveld tot een diepte van circa 8 m-mv een deklaag aanwezig bestaande uit zeer fijn tot matig fijn zand (formatie van Boxtel). Daaronder bestaat de bodem tot circa 25 m-mv uit matig tot uiterst grofzandige bodemlagen (formatie van Beegden). De basis van het eerste watervoerend pakket bevindt zicht op een diepte van circa 25 m-mv. Op deze diepte bevindt zich de eerste kleiige eenheid (Kiezeloöliet formatie). ,
Figuur 2. 5: Schematische doorsnede bodemopbouw
De lokale grondwaterstroming is ter plaatse in westelijke richting in de richting van de Maas. Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 3 á 35 m-mv. De stroming van het oppervlakkige grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren zoals waterlopen drainagesystemen lekke rioleringen en dergelijke. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbescherming- en/of waterwingebied. Op circa 17 kilometer naar het zuidoosten bevindt zich het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied. De Maas is op een afstand van circa 500 meter ten westen van de onderzoekslocatie het dichtstbijzijnde oppervlaktewater. ,
,
,
,
Direct ten oosten en westen van de onderzoekslocatie bevindt zich een grondwateronttrekking in het kader van bodemenergie. Ten oosten van de locatie betreft het een onttrekking van de onderwijsgemeenschap Venlo &
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 10/29
omstreken. In 2021 is hier 167. 030 m³ grondwater onttrokken. De onderkant van het filter is geplaatst op een diepte van 87 m-mv. Ten westen wordt grondwater onttrokken door Viecuri medisch centrum noord Limburg. In 2021 is hier 351. 400 m³ grondwater onttrokken. De onderkant van het filter is op 75 m-mv. geplaatst. Gezien de diepte van de grondwateronttrekkingen wordt verwacht dat de invloed op het freatische grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie beperkt is. 2. 6 Gebiedsspecifiek bodembeleid en bodemkwaliteit De gegevens van het lokale bodembeleid en de lokale bodemkwaliteit zijn vastgelegd in de Nota bodembeheer Limburg Noord 2020 – 2029 d. d. november 2019 versie 19. 3 en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart (Sweco referentienummer SWNL0244275 d. d. 24 mei 2019). De onderzoekslocatie ligt binnen de bodemfunctieklasse ‘wonen’. De bovengrond (00 – 05 m-mv) is op de ontgravingskaart aangemerkt als ‘wonen’. De ondergrond (05 – 20 m-mv) is op de ontgravingskaart aangewezen als ‘landbouw/natuur’. ,
,
,
,
,
,
,
,
PFAS Voor de regio Limburg Noord is eveneens een bodemkwaliteitskaart voor PFAS opgesteld (Sweco referentienummer SWNL0265598 d. d. 3 september 2020). Er is op voorhand geen informatie bekend op basis waarvan het noodzakelijk is om gebieden aan te wijzen waar atmosferische depositie vanuit een lokale bron geleid zou kunnen hebben tot hogere/afwijkende achtergrondconcentraties van PFAS. De regio is onverdacht voor het diffuus voorkomen van GenX in de bodem. De bovengrond (00 – 05 m-mv) is op de ontgravingskaart aangemerkt als ‘landbouw/natuur’. De ondergrond (05 – 20 m-mv) is op de ontgravingskaart aangewezen als ‘landbouw/natuur’. In tabel 2. 2 is een overzicht gegeven van de gemiddelde PFAS gehalten per deelgebied. ,
,
,
,
,
,
Tabel 2. 2: Gemiddelde PFAS gehalten per deelgebied (gehalten in µg/kg d. s. ) Deelgebied PFBA PFPeA PFOS 1) PFOA 2) Bovengrond (00, – 05, m-mv) 043 , , , , 027 008 008 Ondergrond (05, – 20, m-mv) 018 , 019 , 007 , 007 , 1) Betreft de som van PFOS lineair en PFOS vertakt 2) Betreft de som van PFOA lineair en PFOA vertakt µg/kg d. s. wordt veroorzaakt door verhoogde rapportagegrenzen 3) Het gemiddelde gehalte 008 ,
Overige PFAS , 007 3) 007/008 , ,
2. 7 Asbest Vanwege het bouwjaar van de aanwezige en voormalige bebouwing (1960 - 1998) bestaat er een kans dat asbest aanwezig is in de bodem. Met name in de periode na de tweede wereldoorlog tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw is veel asbest toegepast in bebouwing. Op basis van het bouwjaar van de aanwezige bebouwing is de locatie verdacht op de aanwezigheid van asbest. 2. 8 Niet Gesprongen Explosieven Volgens de VEO bommenkaart ligt de onderzoekslocatie of een deel van de onderzoekslocatie in een gebied dat verdacht is op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE). 2. 9 Archeologie basis van de archeologische verwachtingskaart blijkt dat de onderzoekslocatie in een gebied ligt met een Op verhoogde kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning begraving economische en rituele activiteiten. ,
,
2. 10 Conclusies vooronderzoek De huidige onderzoekslocatie beperkt zich tot het deel van het voormalige veilingterrein ten noorden van de Wylrehofweg. Het deel ten zuiden van de Wylrehofweg is geen onderdeel van onderhavig onderzoek. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er geen actueel beeld is van de milieuhygiënische kwaliteit (bodem en verhardingen) op de locatie. Op basis van het vooronderzoek worden in de grond verontreinigingen verwacht met zware metalen PAK minerale olie en/of asbest. Aangezien op de locatie voor zover bekend voornamelijk bovengrondse activiteiten ,
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
,
P 11/29
hebben plaatsgevonden is met name de bovengrond concentraties met zware metalen verwacht.
verdacht. In het grondwater
worden
verhoogde
Uit de beschikbare informatie blijkt dat de groenteveiling op het terrein aanwezig is vanaf 1954. De huidige bebouwing dateert van de periode 1960 - 1998. In de periode na de tweede wereldoorlog tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw is veel asbest toegepast in bebouwing. Dit wordt bevestigd door de bouw- en milieudossiers. Hierin is informatie aanwezig waarin wordt gesproken over het gebruik van (mogelijk) asbesthoudend materiaal in de windveren golfplaten voor de gevels en het dak goten en afvoerpijpen. Tevens is informatie gevonden waarin wordt gesproken over asbestcement dat is toegepast voor de dakconstructie. Op basis van het bouwjaar van de aanwezige bebouwing en de beoordeelde dossiers is de locatie verdacht op de aanwezigheid van asbest. ,
,
PFAS Uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van primaire verontreinigingsbronnen van PFAS. Mogelijk is wel sprake van verontreiniging als gevolg van atmosferische depositie (secundaire verontreinigingsbron). Asfalt en funderingsmateriaal In het kader van de onderzoeken is geen onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige verhardingen en de mogelijk daaronder aanwezige fundatielagen. Het terrein buiten de loodsen is grotendeels verhard hoofdzakelijk met asfaltverharding. Ook ter plaatse van de bebouwing (op basis van de boorprofielen uit voorgaande onderzoeken) is een verharding met asfalt aanwezig. Het is niet duidelijk of de asfaltverharding(en) teerhoudend zijn. Tevens is geen beeld van de kwaliteit (chemisch en asbest) van het aanwezige funderingsmateriaal. ,
Niet Gesprongen Explosieven (NGE) De onderzoekslocatie of een deel daarvan is verdacht op de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven. Archeologie Voor de onderzoekslocatie is sprake van een verhoogde verwachting op het aantreffen van archeologische vondsten.
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 12/29
3
Opzet onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd met de NEN 5740+A1 (april 2016) en de NEN 5707 + C2 (december 2017) als uitgangspunt. Het asfaltonderzoek wordt uitgevoerd met als richtlijn CROW-publicatie 210 ‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt’. Verkennend bodemonderzoek Op basis van het vooronderzoek worden in de grond verontreinigingen verwacht met zware metalen PAK minerale olie en/of asbest. Aangezien op de locatie voor zover bekend voornamelijk bovengrondse activiteiten hebben plaatsgevonden is met name de bovengrond verdacht. In het grondwater worden verhoogde concentraties met zware metalen verwacht. ,
,
De bodemkwaliteit wordt onderzocht volgens de richtlijnen van de NEN 5740 waarbij wordt uitgegaan van een strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming niet lijnvormig. (VED-HE-NL). ,
,
In de strategie VED-HE-NL zijn volgens de NEN 5740 geen analyses van de onverdachte bodemlagen (in dit geval de ondergrond) voorzien. Om toch een uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van de ondergrond worden voor de ondergrond het aantal vermelde analyses uitgevoerd. De samenstelling van de mengmonsters vindt hierbij plaats volgende de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Asbest Bij de aanvang van de werkzaamheden wordt het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen worden deze verzameld (materiaalmonsters) en geregistreerd. Ter verificatie worden de monsters van asbestverdachte materialen ter analyse aangeboden aan een laboratorium. Tevens is het uitgangspunt dat > 25% van het bodemoppervlak niet inspecteerbaar is door verharding bebouwing en/of beplanting. ,
,
Na uitvoering van de visuele inspectie worden met behulp van een schop verspreid over de locatie gaten gegraven van 03 x 03 meter tot circa 05 meter minus maaiveld. Op een aantal plaatsen worden de gaten door middel van een boring (diameter minimaal 12 cm) doorgezet tot op de ongeroerde laag met een maximale diepte van 2 meter minus maaiveld. De opgegraven grond wordt uitgespreid en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbest. ,
,
,
Voor het onderzoek wordt de aanwezige asfaltverharding op een aantal plaatsen doorboord. Hiervoor worden gaten met een diameter van 35 cm geboord. De boringen worden na de werkzaamheden gedicht met het uitkomende materiaal en de uitkomende boorkern wordt teruggeplaatst. Het onderzoek naar asbest is uitgevoerd conform de strategie ‘diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld’ (VED-HE). Dat het bodemoppervlak niet inspecteerbaar is doet geen afbreuk aan het onderzoek bij het hanteren van deze strategie. ,
,
PFAS Per 13 december 2021 geldt het handelingskader voor de stoffengroep PFAS in grond en baggerspecie. Als bij het ontgraven van de bodem voor het voorgenomen grondwerk sprake is van afvoer van grond naar elders is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Gezien de geplande ontwikkeling op de locatie wordt mogelijk grond afgevoerd. ,
,
Uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van primaire verontreinigingsbronnen van PFAS. Mogelijk is wel sprake van verontreiniging als gevolg van atmosferische depositie (secundaire verontreinigingsbron). In verband met de mogelijke afvoer van vrijkomende grond wordt de grond aanvullend onderzocht op PFAS. Omdat geen sprake is van primaire bronnen wordt voor de analyses aangesloten bij de strategie van een onverdachte locatie uit de NEN 5740 (strategie ONV-NL).
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 13/29
De veldwerkzaamheden en analyses zijn opgenomen in tabel 3. 2. Daarbij wordt opgemerkt dat de benodigde boringen voor het verkennend bodemonderzoek NEN 5740 de benodigde gaten voor het verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 en de boringen voor het onderzoek naar PFAS zoveel mogelijk worden gecombineerd. Uitgangspunt is dat de bovengrond (tot 05 m-mv) de meest verdachte laag is. ,
,
Verhardingsonderzoek Asfalt Naast het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt ook de kwaliteit van de asfaltverharding bepaald. Het asfaltonderzoek wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de CROW-210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt). Funderingsmateriaal: Aangenomen wordt dat op het deel van de onderzoekslocatie waar een asfaltverharding aanwezig is sprake is van een fundatielaag die op basis van de hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen niet meer als bodem wordt gezien. ,
De hergebruiksmogelijkheden van het funderingsmateriaal onder het asfalt worden indicatief bepaald. De bemonstering van het funderingsmateriaal is indicatief en derhalve zijn geen normen van toepassing. De indicatieve onderzoeksresultaten worden gezien het doel van het onderzoek als voldoende beschouwd voor het inschatten van de hergebruiksmogelijkheden. ,
,
Van de mengmonster(s) wordt de chemische samenstelling van de parameters minerale olie PAK en PCB vastgesteld. Daarnaast wordt de uitloging van 15 metalen en 4 anionen bepaald. Vanwege de indicatieve aard van dit onderzoek wordt er niet op de aanvullende parameters fenolen en BTEX geanalyseerd. Tevens worden de mengmonsters van het funderingsmateriaal onder het asfalt indicatief geanalyseerd op asbest. De resultaten worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. ,
Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de normen en strategieën zoals vermeld in tabel 3. 1. De te voeren veldwerkzaamheden en (chemische) analyses zijn weergegeven in tabel 3. 2. Tabel 3. 1: Onderzoeksstrategie bodemonderzoek.
Onderzoek
Norm Strategie Verkennend bodemonderzoek april 2016 NEN 5740+A1 VED-HE-NL + ONV-NL Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 + C2 December 2017 VED-HE Verkennend bodemonderzoek PFAS April 2016 NEN 5740+A1 ONV-NL Asfaltonderzoek: laagdikte en teerhoudendheid CROW 210 13 juli 2015 < 1995 , geen rv Funderingsmateriaal: Asbest in puin December 2017 Indicatief NEN 5897+C2 Funderingsmateriaal Samenstelling en uitloging Indicatief Indicatief Verklaring strategieën: NEN 5740 + NEN 5707 : onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie , niet lijnvormig. ONV-NL VED-HE-NL : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming , niet lijnvormig. VED-HE : onderzoeksstrategie voor een verdachte lijnvormige locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. CROW 210 < 1995 : Asfalt dat geheel of gedeeltelijk voor 1995 is aangelegd. Geen rv : Geen reparatievlakken
De veldwerkzaamheden en analyses zijn opgenomen in tabel 3. 2 Daarbij wordt opgemerkt dat de benodigde boringen voor het verkennend bodemonderzoek NEN5740 en de benodigde inspectiegaten voor het verkennend bodemonderzoek asbest NEN5707 waar mogelijk worden gecombineerd.
Tabel 3. 2: Veldwerkzaamheden en analyses.
Afmeting
datum referentie
Onderdeel
Strategie 1)
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
Veldwerkzaamheden 2 , 3)
(Chemische) analyses 4)
P 14/29
Bodem 67. 000 m²
Bodem
Loodsen KLG NEN5740: VED-HE-NL + ONV-NL
2 x boring tot 10, m-ov 1 x boring tot 20, m-ov 1 x boring met peilbuis
NEN 5707: VED-HE Parkeerterrein Viecuri NEN5740: VED-HE-NL + ONV-NL
3 x boring tot 10, m-ov 1 x boring tot 20, m-ov 1 x boring met peilbuis
NEN 5707: VED-HE Overig terrein NEN5740: VED-HE-NL + ONV-NL NEN 5707: VED-HE
49 x asfaltboring (ø 35 cm) 55 x boring/inspectiegat tot 10, m-ov 12 x boring/inspectiegat tot 20, m-ov 6x boring met peilbuis
Verdachte bodemlaag (00, – 10, m-ov): 1 x STAP-g 1 x PFAS 1 asbest in grond (indicatief) Ondergrond (10, – 20, m-ov): 5) 1x STAP-g Grondwater: 1 x STAP-gw Verdachte bodemlaag (00, – 10, m-ov): 2 x STAP-g 1 x PFAS 1 asbest in grond (indicatief) Ondergrond (10, – 20, m-ov): 5) 1 x STAP-g Grondwater: 1 x STAP-gw Verdachte bodemlaag (00, – 10, m-ov): 12 x STAP-g 6 x PFAS 12 asbest in grond Ondergrond (10, – 20, m-ov): 5) 6 x STAP-g Grondwater: 6 x STAP-gw
Asfalt en funderingsmateriaal 42. 000 m² Asfalt CROW-210:
4 x asfaltboring (ø 12 cm) 4 x PAK-marker loodsen KLG CROW 210: 5 x asfaltboring (ø 12 cm 5 x PAK-marker parkeerterrein Viecuri CROW 210: 28 x asfaltboring (ø 12 cm 28 x PAK-marker overig verhard terrein Funderings-NEN 5897: 37 x asfaltboring (ø 35 cm) 4 x Samenstelling en uitloging materiaal Indicatief 37 x boring tot onderzijde fundering 4 x Asbest in puin Opmerkingen bij de tabel: 1) Verklaring strategie: ONV-NL : onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie , niet lijnvormig. VED-HE-NL : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming , niet lijnvormig. VED-HE : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming 2) ov Onderzijde verharding inspectiegat Een inspectiegat heeft een minimale afmeting van 03, x 03, meter of een ø van 35 cm 3) De benodigde (asfalt)boringen/ inspectiegaten in het kader van de verschillende onderzoeken worden zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd. 4) Verklaring analyses: : standaard analysepakket voor grond (organische stof en lutum , 9 metalen , PAK , PCB en minerale olie). STAP-g STAP-gw : standaard analysepakket voor grondwater (9 metalen , vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen , vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
: advieslijst Bodem+ d. d. 12 juli 2019 (30 stoffen , exclusief GenX) PFAS 5) In de strategie VED-HE-NL zijn volgens de NEN 5740 geen analyses van de onverdachte bodemlagen (hier de ondergrond) voorzien. Om toch een uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van de grond onder de meest verdachte laag , worden van de ondergrond het vermelde aantal analyses uitgevoerd. De samenstelling van de mengmonsters vindt hierbij plaats volgens de strategie voor een onverdachte locatie.
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 15/29
4
Uitvoering onderzoek
De veldwerkzaamheden
voor het milieuhygiënische onderzoek van de bodem (zoals het verrichten van grondboringen, het plaatsen van peilbuizen en het nemen van grondwatermonsters) zijn verricht conform het procescertificaat van (geanonimiseerd) op basis van de BRL SIKB 2000. Voor meer informatie met betrekking tot | de kwaliteitsborging wordt verwezen naar bijlage 7.
4.1
_Terreinverkenning
WN
AN
terreinverkenning is op dinsdag 2 augustus 2022 uitgevoerd door (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) werkzaam voor GM (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Daarbij zijn de gegevens zoals opgenomen in de paragraven 2.1 t/m 2.9 beoordeeld. Foto's van de | terreinverkenning zijn opgenomen in bijlage 2. De
Uit de
terreinverkenning komt naar voren dat het nagenoeg de gehele locatie is voorzien van een gesloten verharding bestaande uit asfalt en/of beton. De kwaliteit van de aanwezige verharding is over het algemeen matig en op sommige plekken slechts (zie figuur 4.1). Plaatselijk is sprake van verzakkingen. B,
Figuur 4.1: Foto’s
met
betrekking tot de
kwaliteit van
de
zeer
ET
ee
aanwezige verharding
betonklinkers aanwezig. Dit is het geval op het van de locatie is een verharding met zuidwestelijke deel van de locatie en op het noordoostelijke deel van de locatie. Op het noordoostelijke deel is dit waarschijnlijk gebeurd in verband met de aanleg van een riool voor de afvoer van hemelwater. De straatkolken zijn op dit deel zichtbaar in de aanwezige verharding met betonklinkers. Op het overige deel van de
Op enkele kleine delen
locatie zijn geen Alleen het
straatkolken waargenomen.
op het
zuidelijke deel van de locatie, dat in gebruik is als weiland, en ter plaatse noordoostelijke deel van de locatie is geen verharding aanwezig. Tevens is rondom
aanwezig is de
vorm
Een groot deel
van
van
deel
van
de
groenstroken
op
de locatie veel groen
bomen.
huidige situatie zijn nog panden aanwezig gebruik zijn overige panden zijn reeds gesloopt en hiervan is alleen nog de vloer (asfalt en/of beton) aanwezig. In één van deze panden is met name sprake van kantoren. Tijdens de verkenning is gebleken dat onder een deel van dit pand een kelder aanwezig is. De twee andere panden zijn in gebruik voor de opslag van materialen in grote stellingen. van
de locatie
was
welke allemaal in
drie
datum referentie
en
25 oktober 2023 221579001
AdB_RAP_0002
in het verleden
bebouwd
worden
met
hallen.
In de
verhuurd. De
P 16/29
v3.0
r
terreinverkenning is kort gesproken met dem (geanonimiseerd) werkzaam bij JPO B.V. (opdrachtgever). Met hem is de situatie op het terrein doorgenomen zijn de nog aanwezige panden bekeken en zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de uitvoering van de benodigde onderzoeken. De ligging van de delen waarop de gemaakte afspraken betrekking hebben zijn aangegeven in figuur 4.2. Uit de verkenning met de opdrachtgever zijn de volgende zaken naar voren gekomen: e Het noordelijke deel van de locatie is in gebruik als parkeerterrein voor het personeel van het naastgelegen ziekenhuis (VieCuri Medisch Centrum), groen gearceerd in figuur 4.2. Middels betonblokken en een toegangspoort is het parkeerterrein afgesloten van het overige deel van de onderzoekslocatie. Vanwege deze fysieke barrières is dit deel van de locatie in het kader van de uit te voeren onderzoeken lastig bereikbaar voor ons. Daarnaast wordt veelvuldig gebruik gemaakt van het parkeerterrein. Hierdoor zijn grote delen bezet met auto’s en vinden veel verkeersbewegingen plaatst. In het kader van de veiligheid is dit een aandachtspunt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Vanwege deze situatie is in overleg besloten om de intensiteit van het onderzoek op dit deel naar beneden bij te stellen. Voor dit deel krijgt het
Tijdens
de
,
onderzoek e
e
een
meer
indicatief karakter.
(voormalige) panden is een kelder aanwezig. Eén van deze panden is nog aanwezig en op dit moment is daar met name sprake van kantoren. Het tweede pand is reeds gesloopt en ter plaatse was een restaurant aanwezig. Het doorboren van de vloeren van deze (voormalige) panden heeft gezien het historisch gebruik, de staat van de aanwezige vloeren, de aanwezigheid van een kelder en het doel van het onderzoek ons inziens geen toegevoegde waarde voor het onderzoek. Afgesproken is om op deze beide delen geen onderzoek uit te voeren. De betreffende delen zijn in figuur 4.2 rood gearceerd. Twee van de nog aanwezige panden zijn in gebruik bij KLG Europe (logistiek dienstverlener) en worden gebruikt voor de opslag van materialen. Omdat de hallen nog volop in gebruik zijn en volstaan met materialen zijn grote delen niet beschikbaar voor het plaatsen van boringen. Vanwege deze situatie is in overleg besloten om de intensiteit van het onderzoek op dit deel naar beneden bij te stellen. Voor dit deel krijgt het onderzoek een meer indicatief karakter. De betreffende delen zijn blauw gearceerd in figuur 4.2. Afgesproken is dat de veldwerkers de plaats van de boringen afstemmen met de beheerder (Frits) van de hallen. Insteek is dat ook in ter plaatse van de hallen alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd maar dat de intensiteit vanwege de huidige situatie wordt aangepast. Ter
plaatse van
twee
van
de
Eee
N
Figuur 4.2: Luchtfoto met globaal overzicht van het huidige gebruik van de locatie (bron: (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Op basis van de terreinverkenning en het overleg met de opdrachtgever wordt de onderzoeksopzet zoals opgenomen in hoofdstuk 3 op bovengenoemde punten aangepast. Op deze delen krijgt het onderzoek een indicatief karakter. Ondanks het indicatieve karakter is de opzet en intensiteit van het onderzoek voldoende het
huidige
datum referentie
doel
(bestemmingsplanprocedure).
25 oktober 2023
221579001_AdB_RAP_0002_v3.0
We
krijgen
middels het onderzoek
een
beeld
van
de
voor
aanwezige
Pel 29
milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van het aanwezige asfalt. Voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied, de aanvraag van de omgevingsvergunning bouw, de afvoer van asfalt en/of grond mogelijk nog aanvullend onderzoek nodig.
is
ON
Voorafgaand aan het veldwerk is op 15 augustus 2022 door de heer (geanonimiseerd) eveneens een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij is gecontroleerd of de gegevens in hoofdstuk 2 van dit rapport en de aanpassing van de onderzoeksstrategie zoals besproken met de opdrachtgever overeenkwamen met de situatie op dat moment in het veld. De resultaten van de terreinverkenning hebben geen aanleiding gegeven om de onderzoeksstrategie aan te passen. 42
Veldwerkzaamheden
In verband
de
verhoogde verwachting op archeologische vondsten en de mogelijke aanwezigheid van Gesprongen Explosieven zijn de werkzaamheden voor de milieuhygiënische onderzoeken gecombineerd uitgevoerd met een vrijgave op Niet Gesprongen Explosieven en een archeologisch onderzoek. met
Niet
bijlage 3 is een overzicht opgenomen van monsternemers die de veldwerkzaamheden hebben uitgevoerd. De plaats van de (kern)boringen, inspectiegaten en peilbuizen is weergegeven op de locatietekening in bijlage 1. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden hebben zich de volgende bijzonderheden en/of afwijkingen voorgedaan: e Een aantal boringen is gestaakt in verband met de aanwezigheid van een harde laag (> 50% bodemvreemd materiaal). Het gaat om de boornummers 68, A85, A86, A87 en 90. De diepte waarop de boringen zijn gestaakt varieert van „2 m-mv tot 1,1 m-mv. e _ Ter plaatse van een aantal boringen is een bodemlaag aangetroffen bestaande uit meer dan 50% bodemvreemd materiaal (puingranulaat). Dit betekent dat deze bodemlaag niet als bodem wordt beschouwd. Kwalibo is niet van toepassing op de bemonstering van deze laag. In
De
genoemde afwijkingen
resultaten
profielbeschrijvingen
in
4.3
Veldresultaten
4.3.1
Lokale
De
hebben
invloed op de kwaliteit van de verrichte werkzaamheden en/of de overzicht van de genomen monsters wordt verwezen naar de 3. Foto’s van de uitvoering zijn weergegeven in bijlage 2.
het onderzoek. Voor
van
bijlage
geen
een
bodemopbouw profielbeschrijvingen zijn weergegeven
Op basis
in
bijlage 3. Voor
de lokale
bodemopbouw
wordt hiernaar
verwezen.
opgeboorde grond blijkt dat de bodem voornamelijk bestaat uit zand, zeer fijn tot matig grof, siltig, grindig en plaatselijk zwak humeus of kleiig. Plaatselijk is er sprake van een kleilaag. Deze laag wordt aangetroffen op een diepte die varieert van 0,5 tot en met 1,5 m-mv. van
de
zwak
zwak
Tijdens
het uitvoeren
datum referentie
van
de
grondboringen
25 oktober 2023 221579001
AdB_RAP_0002
is het
grondwater aangetroffen
op
een
diepte
van
circa 1,4
m-mv.
P 18/29
v3.0
4. 3. 2 Zintuiglijke waarnemingen De bij de inspectiegaten en boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in tabel 4. 1 weergegeven afwijkingen waargenomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De onderzoekslocatie is voor het overgrote deel voorzien van een verharding bestaande uit asfalt. Ondanks dat het aantreffen van asfalt een zintuiglijke waarneming is zijn deze waarnemingen niet opgenomen in onderstaande tabel. De aanwezige verharding met asfalt betreft geen bodem en de kwaliteit hiervan is in het kader van het verhardingsonderzoek indicatief vastgesteld. ,
Tabel 4. 1: Overzicht zintuiglijke waarnemingen. Boring Diepte boring (m -mv) Traject (m -mv) A3 520 , 006 , , - 020
Zand
Waargenomen bijzonderheden Matig asfalthoudend
A4
100 ,
006 , - 050 , 050 , 100 - ,
Zand Zand
Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen Sporen baksteen
A5
110 ,
011 , - 050 , 050 , , - 070
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen
A8 A10
110 , 110 ,
013 , - 050 , 025 , , - 060
Zand Zand
Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen
A11
530 ,
060 , - 110 , 040 , , - 070
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
A17
450 ,
070 , - 100 , 080 , 100 - ,
Klei Klei
Sporen baksteen Sporen baksteen
A25
450 ,
019 , - 030 , 030 , , - 080
Zand Zand
Resten asfalt Sporen baksteen
34 37
065 , 110 ,
025 , - 045 , 055 , , - 080
Zand Zand
Sporen kooldeeltjes , resten baksteen Sporen baksteen
38 39
110 , 110 ,
045 , – 110 , 050 , , - 110
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
40
120 , 110 ,
050 , - 080 , 020 , 070 - ,
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
200 , 100 ,
090 , - 150 , 050 , , - 100
Zand Klei
Sporen baksteen Sporen baksteen
45 48
100 , 110 ,
017 , – 100 , 015 , , - 050
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
49 50
110 , 100 ,
015 , - 050 , 020 , , - 100
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
51 52
200 , 200 ,
019 , - 050 , 050 , 070 - ,
53 58
, 110 125 ,
, , 019 - 050 025 , - 050 ,
Zand Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen
62 67
215 237 ,
065 - 115 037 , - 087 ,
Klei Klei
Zwak asfalthoudend , Zwak baksteenhoudend
70 71
, 220 135 ,
, , 019 - 070 015 , - 025 ,
Zand Zand
Zwak asfalthoudend Zwak asfalthoudend
72 73
, 225 110 ,
, , 076 - 125 030 , - 050 ,
Zand Klei
Matig asfalthoudend Zwak baksteenhoudend
74 75
, 110 110 ,
, , 026 - 110 026 , - 050 ,
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen Sporen baksteen Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen
76
110 ,
050 - 080 011 , - 050 ,
Zand Zand
78
, 200
, , 013 - 080
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes
41 42 43
,
,
,
datum referentie
,
,
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
Grondsoort
P 19/29
Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
79
110 ,
050 , - 110 ,
80 81
, 200 100 ,
, , 014 - 050 015 , - 100 ,
Zand Zand
Sporen kooldeeltjes Sporen baksteen
82 83
100 120 ,
014 - 050 013 , - 050 ,
Zand Zand
Sporen kooldeeltjes , sporen baksteen Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes
84 A86
, 120 081 ,
, , 013 - 050 016 , - 035 ,
Zand Zand
Matig asfalthoudend Zwak asfalthoudend ,
Zand Zand
Sterk puinhoudend , matig baksteenhoudend Sporen baksteen
Zand Zand
Sporen baksteen , gestaakt Sterk puinhoudend , matig baksteenhoudend
Zand Zand
Sporen baksteen Resten asfalt , gestaakt op harde laag
Zand Zand
Sterk puinhoudend , matig baksteenhoudend Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
Zand Zand
Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen
Zand Zand
Sporen kooldeeltjes Sporen baksteen
Zand Zand
Sporen baksteen Sporen baksteen
Zand Zand
Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend , matig puinhoudend , sporen beton
Zand Zand
Zwak baksteenhoudend Sporen kooldeeltjes
Zand
Zwak baksteenhoudend , resten glas , sporen kooldeeltjes Gestaakt op harde laag
,
,
,
, , 035 - 050 050 , - 080 ,
A87
, 111
, , 018 - 030 040 , - 070 ,
470 ,
070 - 110 015 , - 050 ,
89
100 ,
, , 100 - 150 000 , - 070 ,
91
, 200
,
A88
,
, , 000 - 060 060 , - 100 ,
92
, 100
, , 000 - 050 050 , - 080 ,
93
400
000 - 050 100 , - 180 ,
94 95
, 100 100 ,
, , 000 - 050 000 , - 050 ,
96
, 100
, , 020 - 045
103 104
, 050 095 ,
, 0. 00 - 050 070 , - 090 ,
200 ,
, , 090 - 095 070 , - 090 ,
Zand
106 126
, 050
, , 000 - 050
Zand
,
,
,
080 , - 100 ,
Zand
Zwak baksteenhoudend , resten glas , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen
4. 3. 3 Meetgegevens grondwater De peilbuisgegevens en de grondwaterstand zijn weergegeven in tabel 4. 2. Tabel 4. 2: Peilbuisgegevens en grondwaterstand. Watermonster Filterdiepte (m -mv) Grondwaterstand (m -mv) 93-1-1 300 , - 400 , 336 ,
pH (-) 62,
EC (µS/cm) 751
Troebelheid (NTU) 36
A3-1-1 A7-1-1
430 , - 530 , 350 , - 450 ,
363 , 301 ,
63, 67,
735 641
48 28
A11-1-1 A17-1-1
435 , - 535 , 355 , - 455 ,
370 , 305 ,
63, 63,
491 407
37 19
A25-1-1 A32-1-1
355 , - 455 , 372 , - 472 ,
288 , 306 ,
65, 62,
836 836
18 12
A88-1-1
376 , - 476 ,
301 ,
62,
600
28
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 20/29
De in de bovenstaande tabel opgenomen waarden voor de pH (zuurgraad) EC (elektrische geleidbaarheid) en troebelheid zijn in het veld gemeten. De gemeten pH en EC waarden kunnen als normaal worden beschouwd. De bovengenoemde grondwaterstand betreft de gemeten stijghoogte. De in de boorprofielen aangegeven grondwaterstanden betreft de inschatting van de grondwaterstand tijdens de boorwerkzaamheden. ,
De troebelheid van de genomen grondwatermonsters is hoger dan 10 NTU. Voor de interpretatie van de analyseresultaten van deze peilbuizen is in paragraaf 5. 5 beoordeeld wat de invloed van de troebelheid op de analyseresultaten kan zijn. Bij de bemonstering van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. 4. 4 Monsterselectie en analyses Alle monsters zijn voor de analyse overgedragen aan het laboratorium van SGS Environmental Analytics B. V. te Rotterdam-Hoogvliet. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018 en erkend voor ‘Laboratoriumanalyses voor grond- waterbodem- en grondwateronderzoek’ (AS3000). De grondmonsters en grondwatermonsters zijn volgens tabel 4. 3 respectievelijk tabel 4. 4 geanalyseerd. ,
Tabel 4. 3: Monstersamenstelling en uitgevoerde analyses grond en puin. Monster- Traject Deelmonsters Motivatie code (m-mv) Chemische analyses
(Chemische) analyses
MM01
017 , - 080 ,
37-2 , 38-1 , 40-2 , 45-1
-
STAP-g
MM02 MM03
, , 050 - 110 000 , - 050 ,
38-3 , 39-2 , 39-3 , 45-2 89-1 , 92-1 , 93-1 , 95-1
STAP-g STAP-g
MM04 MM05
, , 050 - 100 080 , - 150 ,
91-3 , 92-2 93-3 , 96-4
Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes
MM06 MM07
, , 019 - 050 050 , - 100 ,
50-1 , 51-1 , 53-1 50-2 , 52-2 , A25-4
MM08 MM09
, , 015 - 050 017 , - 050 ,
A86-2 , A87-3 , A88-2 98-1 , A99-3
MM10 MM11
, , 011 - 050 013 , - 060 ,
75-1 , 76-1 , 80-1 , A5-3 78-1 , 81-1 , 82-1 , A8-2
MM12 MM13
, , 006 - 060 050 , - 110 ,
74-1 , A10-2 , A4-2 75-2 , 79-2 , A5-4
MM14 MM15
, , 040 - 110 006 , - 030 ,
74-2 , A10-3 , A11-3 , A4-3 A25-2 , A3-2
MM16 MM17 MM18
, , 015 - 070 , , 013 - 087 065 , - 125 ,
41-2 , 48-1 , 49-1 67-1 , 70-1 , 83-1 , 84-1 62-2 , 72-2 , A11-4
MM19
, , 100 - 200
MM20
100 , - 220 ,
MM21 MM22
Sporen baksteen tot zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Sporen baksteen Sterk puinhoudend , matig baksteenhoudend -
Sporen baksteen Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Resten asfalt tot matig asfalthoudend Sporen baksteen
STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g STAP-g
Zwak tot matig asfalthoudend Sporen baksteen tot zwak baksteenhoudend
STAP-g STAP-g STAP-g
51-3 , 52-5 , 55-4 , 65-3 , 91-4 , A1-4 , A17-6 , A25-6 , A3-6 67-3 , 70-5 , 72-4 , 78-4 , 80-3 , A11-5 , A32-4 , A7-6
-
STAP-g
-
STAP-g
, , 090 - 165 087 , - 170 ,
52-4 , 55-3 , 62-3 , 71-4 , A17-5 , A3-5 59-4 , 67-2 , 70-4
-
STAP-g STAP-g
MM23 MM24
, , 000 - 050 070 , - 090 ,
100-1 , 101-1 , 104-1 , 106-1 104-3 , 106-3
-
103-1
, , 000 - 050
-
-
Zwak baksteenhoudend , resten glas , sporen kooldeeltjes Sporen kooldeeltjes
STAP-g STAP-g STAP-g
PFAS
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 21/29
MM25
000 , , - 050
MM26
006 , - 080 ,
MM27
014 , , - 095
Asbest MMA1 MMA2 MMA3 MMA4 MMA5 MMA6 MMA7 MMA8 MMA9
000 , , - 050 015 , - 050 , , , 014 - 045 020 , - 050 , , , 016 - 030 019 , - 050 , , , 018 - 030 015 , - 065 , , , 014 - 050
MMA10
006 , - 050 ,
101-1 , 103-1 , 105-1 , 126-1 , 128-1 , 130-1 , 132-1 , 133-1 , 134-1 , 135-1 107-1 , 108-1 , 109-1 , 110-1 , 111-1 , 112-1 , 113-1 , 114-2 , 115-1 , 116-1 117-1 , 118-1 , 119-1 , 120-1 , 121-1 , 122-1 , 123-2 , 124-1 , 125-1 89 , 91 , 92 , 94 , 95 34 , 35 36 , 37 , 38 , 39 40 , 44 , 45 , 46 , 52 41 , 42 , 43 , 47 48 , 49 , 50 , 51 , 53 85 , 86 , 87 , 88 64 , 65 , 66 72 , 73 , 74 , 75 , 76 , 77 , 78 , 79 , 80 , 81 , 82 1 , 2, 4, 5
Tabel 4. 4: Overzicht uitgevoerde grondwateranalyses. Peilbuisnummer Traject (m-mv) Motivatie 93-1-1 300 , - 400 , A3-1-1 430 , , - 530 A7-1-1 350 , - 450 , A11-1-1 435 , , - 535 A17-1-1 355 , - 455 , A25-1-1 355 , , - 455 A32-1-1 372 , - 472 , A88-1-1 376 , , - 476 -
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
-
PFAS
-
PFAS
-
PFAS
-
Asbest-g Asbest-g Asbest in puin Asbest-g Asbest in puin Asbest-g Asbest-g Asbest-g Asbest-g
-
Asbest-g
-
(Chemische) analyses STAP-gw STAP-gw STAP-gw STAP-gw STAP-gw STAP-gw STAP-gw STAP-gw
P 22/29
5
Resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek
5. 1 Toetsingskader De analyseresultaten in dit rapport zijn getoetst aan de normen in de Wet bodembescherming. De resultaten van PFAS-analyses zijn getoetst aan het handelingskader PFAS. Een nadere toelichting op het toetsingskader is weergegeven in bijlage 5. 5. 2 Resultaten grond De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingstabellen voor de Wet bodembescherming zijn (Wbb) weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting van de resultaten is weergegeven in tabel 5. 1. Tabel 5. 1: Overschrijdingstabel grond Monster- Traject 1) code Motivatie (m-mv) , , MM01 017 - 080 MM02 MM03 MM04
050 , - 110 , , , 000 - 050 050 , - 100 ,
MM05 MM06 MM07 MM08
, , 080 - 150 019 , - 050 , , , 050 - 100 015 , - 050 ,
MM09 MM10 MM11
, , 017 - 050 011 , - 050 , , , 013 - 060
MM12
006 , - 060 ,
MM13
, , 050 - 110
MM14
040 , - 110 ,
MM15 MM16 MM17 MM18 MM19 MM20 MM21 MM22 MM23 MM24
, , 006 - 030 015 , - 070 , , , 013 - 087 065 , - 125 , , , 100 - 200 100 , - 220 , 090 , - 165 , , , 087 - 170 000 , - 050 , 070 , - 090 ,
Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Sporen baksteen Sterk puinhoudend , matig baksteenhoudend
Licht verhoogd Minerale olie (004) , , kobalt (-) 2 , kwik (-) 2 , lood (-) 2 PAK (001) ,
Matig verhoogd
Sterk
-
-
verhoogd
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Minerale olie (002) , Minerale olie (001) , PCB (046) , , zink (017) , , lood (002) , , minerale 2 olie (026) , , nikkel (009) , , molybdeen (-) , PAK (018) ,
-
-
-
-
Koper (055) ,
Kobalt (108) ,
-
-
-
-
Sporen baksteen Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Sporen baksteen , sporen kooldeeltjes Matig asfalthoudend Sporen baksteen Matig asfalthoudend Zwak baksteenhoudend
Kobalt (005) , Kobalt (001) ,
-
-
-
-
Lood (-) 2
-
-
Kwik (-) 2
-
-
-
-
-
, , minerale olie (04) , , kobalt (003) , PCB (007)
-
-
-
-
-
Minerale olie (003) , , kobalt (001) , , cadmium (-) 2
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Kobalt (002) ,
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Zwak baksteenhoudend , sporen glas , sporen kooldeeltjes Sporen kooldeeltjes
Cadmium (005) , , PAK (006) , , PCB (001) ,
-
-
103-1 000 , - 050 , PAK (02) , , PCB (005) , , minerale olie (002) , Opmerkingen bij de tabel: 1) In geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters , betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. Voor het traject per deelmonster wordt verwezen naar het analysecertificaat; 2) Ondanks de index van (-) wordt bij de toetsing een overschrijding van de achtergrondwaarde aangegeven. Op basis daarvan wordt aangenomen dat de index van (-) een afgeronde waarde is en de werkelijke index zeer minimaal verhoogd is.
datum referentie
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 23/29
Resultaten grond PFAS 5. 3 De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de resultaten is weergegeven in Tabel 5. 2. Tabel 5. 2: Overschrijdingstabel grond PFAS. Monster- Traject 1) Gehalte code (m-mv) (in μg/kg d. s. ) , , , , Som PFOS (03) , MM25 000 - 050 Som PFOA (03) MM26 006 , - 080 , Som PFOA (01) , , Som PFOS (01) , , , , , Som PFOS (02) , MM27 014 - 095 Som PFOA (01)
Bbk monsterconclusie Altijd toepasbaar , m. u. v. grondwaterbeschermingsgebieden Altijd toepasbaar , m. u. v. grondwaterbeschermingsgebieden Altijd toepasbaar , m. u. v. grondwaterbeschermingsgebieden
Opmerkingen bij de tabel: 1) In geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters , betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. Voor het traject per deelmonster wordt verwezen naar het analysecertificaat;
5. 4 Resultaten grond asbest De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een samenvatting van de resultaten is weergegeven in tabel 5. 3. Tabel 5. 3: Overschrijdingstabel asbest in grond en puin
Gewogen
Gewogen
fijne fractie
grove
fractie
asbest
Traject
asbest
Gewogen asbest totaal #
Monstercode MMA1 MMA2 MMA3
(m-mv)
Situering
Type
Aard
000 , , - 050 015 , - 050 , 014 , , - 045
89 , 91 , 92 , 94 , 95 34 , 35 36 , 37 , 38 , 39
-
-
-
-
-
-
-
-
<2 <2
Chrysotiel (NH) Chrysotiel (H)
Isolatie , asbestboard
-
-
, (S) 14783
MMA4 MMA5
020 , - 050 , , , 016 - 030
40 , 44 , 45 , 46 , 52 41 , 42 , 43 , 47
-
-
Chrysotiel (NH) Chrysotiel (H)
Koord , Asbestboard , plaat
MMA6 MMA7 MMA8 MMA9
, , 019 - 050 018 , - 030 , , , 015 - 065 014 , - 050 ,
48 , 49 , 50 , 51 , 53 85 , 86 , 87 , 88 64 , 65 , 66 72 , 73 , 74 , 75 , 76 , 77 , 78 , 79 , 80 , 81 , 82 1 , 2, 4, 5
-
-
-
54345 ,
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
<2 (S) 54345 ,
<2 < 2 (S) <2 <2 < 2 (S)
, , MMA10 006 - 050 Toelichting bij de tabel NH / H : Niet hechtgebonden / Hechtgebonden # : Als indicatief te beschouwen in verband met verkennende onderzoeksstrategie : Als indicatief te beschouwen als gevolg van te weinig monstermateriaal aangeleverd $
5. 5 Resultaten grondwater De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingstabellen voor de Wet bodembescherming zijn weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting van de resultaten is weergegeven in tabel 5. 4. Tabel 5. 4: Overschrijdingstabel grondwater. Peilbuisnummer Traject (m-mv) , , 93-1-1 300 - 400 A3-1-1 430 , - 530 , A7-1-1 350 , -450 , A11-1-1 435 , - 535 , 355 , , A17-1-1 - 455 A25-1-1 355 , - 455 , , , A32-1-1 372 - 472 A88-1-1 376 , - 476 ,
datum referentie
Licht verhoogd , Barium (006) Barium (004) , Barium (004) , Barium (005) ,
Matig verhoogd
Sterk verhoogd
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Barium (007) , , Barium (014) Barium (004) ,
-
-
-
-
-
-
25 oktober 2023 221579001_AdB_RAP_0002_v3. 0
P 24/29
In het grondwater uit de bemonsterde peilbuizen is een licht verhoogde concentratie barium aangetoond. De verhoogde concentratie barium die is aangetoond werd op basis van het vooronderzoek ook verwacht. Verder zijn voor de geanalyseerde paramaters geen concentraties boven de respectievelijke streefwaarden aangetoond. Gezien het feit dat geen concentraties zijn aangetoond met een index > 05 wordt geconcludeerd dat de verhoogde troebelheid geen significante invloed heeft gehad op het analyseresultaat. Een herbemonstering van het grondwater wordt niet zinvol geacht. ,
5. 6 Resultaten verhardingsonderzoek De analyseresultaten van het uitgevoerde asfaltonderzoek zijn weergegeven in het beproevingscertificaat zoals opgenomen in bijlage 8. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn in enkele boringen matig tot sterke bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Tevens zijn enkele boringen gestaakt vanwege een harde laag. Desondanks kan op basis van de resultaten worden geconcludeerd dat onder de aanwezige asfalt-/ betonverharding geen sprake is van een fundering laag. Daarom zijn in het kader van dit onderzoek geen analyses ingezet voor het bepalen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van het funderingsmateriaal. Uit het asfaltonderzoek blijkt dat de opbouw van het asfalt over de gehele onderzoekslocatie bezien verschilt zowel qua dikte als qua opbouw. De dikte van de geanalyseerde kernen varieert van 13 tot 110 mm. Het asfalt is afhankelijk van de kern opgebouwd uit een slijtlaag grindasfaltbeton (GAB) dicht asfalt beton (DAB) een penetratie laag open asfaltbeton (OAB) en/of steenslagasfaltbeton (STAB). ,