472223 Bijl11 Bijlagen bij toelichting Bijl4 Archeologie - Bureau en inventarisatie.pdf
Tekst van het document
Veilingterrein, Venlo (gemeente Venlo) Een bureauonderzoek booronderzoek
en
inventariserend
veldonderzoek in de
vorm
van
een
verkennend
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
D =/ Rapport in afwachting
van
beoordeling
door de bevoegde
overheid
uajosfloigoeysry
®
Rapport in afwachting
van
beoordeling
door de bevoegde
overheid
NZ
Colofon ADC
Rapport
5878
Veilingterrein, Venlo. Een
Gemeente
Venlo
bureauonderzoek en inventariserend
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) In
veldonderzoek in de vorm van
een
verkennend
booronderzoek
(geanonimiseerd)
opdracht van: (geanonimiseerd)
© ADC
ArcheoProjecten, Amersfoort, 12 oktober 2023 tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders
Foto's
en
Status
onderzoek:
vermeld
definitief
vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Niets
uit deze
worden door
ADC uit de
uitgave mag
worden
middel van
ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
(geanonimiseerd) Autorisatie:
(geanonimiseerd) ISSN
1875-1067
ADC
ArcheoProjecten
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Tel. 033-299 81 81 E-mail
info@archeologie.nl
Rapport in afwachting
van
beoordeling door de bevoegde overheid
Inhoudsopgave Colofon 2 Inhoudsopgave 3 Samenvatting 4 1 Inleiding en administratieve gegevens 6 2 Bureauonderzoek 8 2. 1 Doelstelling en vraagstelling 8 2. 2 Methodiek 8 2. 3 Resultaten 8 2. 3. 1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik 8 2. 3. 2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden 9 2. 3. 3 Beschrijving van bekende archeologische waarden 10 2. 3. 4 Beschrijving van de historische situatie mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden 13 2. 4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 17 3 Inventariserend Veldonderzoek 22 3. 1 Plan van Aanpak 22 3. 1. 1 Inleiding 22 3. 1. 2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden 22 3. 2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 23 3. 2. 1 Lithologische beschrijving 23 3. 2. 2 Interpretatie 24 3. 3 Conclusies 25 4 Aanbeveling 27 Literatuur 28 Geraadpleegde websites 29 Lijst van afbeeldingen en tabellen 30 ,
,
Bijlage 1 Boorgegevens
3
Samenvatting In opdracht
(geanonimiseerd) heeft ADC ArcheoProjecten in augustus 2022 een BN
van
bureauonderzoek
en
Venlo, gemeente
Venlo.
inventariserend
veldonderzoek
uitgevoerd
basis
van
wellicht in de
het bureauonderzoek werden vorm
archeologische resten
Veilingterrein te
van
een
in het
natuurlijke hoogte aan
resten vanaf het Laat Paleolithicum
Romeinse
worden
verwacht. Deze
is de voorgenomen
plangebied zandige Maasafzettingen verwacht, de westzijde van het terrein, waarin voor
kunnen
kunnen
komen.
Hier kunnen
met
name
tijd mogelijk gebracht mogelijk villaterrein, dat wellicht ten zuiden, oosten en zeer wel binnen het plangebied is gelegen. Naast archeologische resten uit de Romeinse tijd kunnen ook laatmiddeleeuwse resten worden verwacht die verband houden met een tweetal omgrachte hoeves, die net ten zuiden en zuidoosten van het plangebied zijn gesitueerd. De hoeves zijn waarschijnlijk al in de 13° eeuw aanwezig, en staan tot in de 20° eeuw op kaarten weergegeven. Verder heeft een beek door de oostelijke helft van het plangebied gelopen en is deze bovendien in historische tijd meerder malen gekanaliseerd. Langs en in de natuurlijke beekloop kunnen resten uit de prehistorie aanwezig zijn die verband houden met rituelen, infrastructuur en visserij. Langs eventuele gekanaliseerde gedeelten worden resten gerelateerd aan ontginning, bewoning etc. uit latere perioden verwacht. Tot slot kunnen resten uit de Tweede Wereldoorlog worden verwacht, aangezien het plangebied in de Duitse Maas-Stellung was gelegen en er op luchtfotografie loopgraven binnen het plangebied zichtbaar zijn. Tenslotte wordt rekening gehouden met verstoringen als gevolg van egalisatie ten behoeve van de huidige inrichting van het veilingterrein. met
uit de
voor
het onderzoek
op de locatie
aanleiding bestemmingsplanwijziging. Hiervoor wordt het huidige bedrijventerrein omgevormd naar een gecombineerde woon- en werkplek. Hiertoe wordt de huidige bebouwing gesloopt, gevolgd door nieuwbouw in het gehele plangebied. Op
De
in verband worden
een
Teneinde
verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied uitgevoerd. Uit het booronderzoek is gebleken dat in een groot recente verstoringen hebben plaatsgevonden. Hoewel deze van het diverse gedeelte plangebied sterk variëren in diepte, is nergens waargenomen dat de verstoringen tot diep in de verstoringen reiken. Bovendien kunnen de verstoringen (deels) bestaan uit terrasafzettingen Daarom kunnen overal in het plangebied onder de verstoringen nog ophogingspakketten. archeologisch kansrijke lagen intact zijn. Het voorkomen van archeologische resten met een datering vanaf het Laat Paleolithicum is aan de hand van het booronderzoek derhalve niet uit te een
de hierboven beschreven
verkennend
booronderzoek
sluiten. ADC
ArcheoProjecten adviseert een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. Daar het een bestemmingswijziging betreft en de geplande ontwikkeling nog niet volledig is uitgewerkt dient dit onderzoek binnen het gehele plangebied plaats te vinden. het
De exacte
invulling van
vastgelegd
in
een
de werkzaamheden
door de
bevoegde
voorafgaand aan het veldwerk te worden goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
dient
overheid
Het is altijd
mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Venlo. het licht komen.
Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
De
Rapport in afwachting
van
beoordeling door de bevoegde overheid
5
Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode
Afkorting
Tijd in jaren
Nieuwe tijd: Middeleeuwen: Late Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen Romeinse tijd: Laat-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd Vroeg-Romeinse tijd IJzertijd: Late IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege IJzertijd Bronstijd: Late Bronstijd Midden-Bronstijd Vroege Bronstijd Neolithicum (Jonge Steentijd): Laat-Neolithicum Midden-Neolithicum Vroeg-Neolithicum Mesolithicum (Midden-Steentijd): Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum Paleolithicum (Oude Steentijd): Laat-Paleolithicum Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
NT XME LME VME ROM ROML ROMM ROMV IJZ IJZL IJZM IJZV BRONS BRONSL BRONSM BRONSV NEO NEOL NEOM NEOV MESO MESOL MESOM MESOV PALEO PALEOL PALEOM PALEOV
1500 - heden 450 – 1500 na Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr. 270 - 450 na Chr. 70 - 270 na Chr. 12 voor Chr. - 70 na Chr. 800 – 12 voor Chr. 250 - 12 voor Chr. 500 - 250 voor Chr. 800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr. 1800 - 1100 voor Chr. 2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr. 2850 - 2000 voor Chr. 4200 - 2850 voor Chr. 5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr. 6450 - 4900 voor Chr. 7100 - 6450 voor Chr. 8800 - 7100 voor Chr. tot 8800 voor Chr. 35. 000 - 8800 voor Chr. 300. 000 – 35. 000 voor Chr. tot 300. 000 voor Chr.
Inleiding In opdracht
administratieve gegevens
en
van
(geanonimiseerd) heeft ADC ArcheoProjecten in augustus 2022 een BN
bureauonderzoek
en
Venlo, gemeente
Venlo
inventariserend veldonderzoek
(afb.
1
en
uitgevoerd
op de locatie
Veilingterrein
te
2).
De
aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Hiervoor wordt huidige bedrijventerrein omgevormd naar een gecombineerde woon- en werkplek. De huidige * bebouwing zal hiervoor worden gesloopt. het
De
aanleiding voor het onderzoek is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, Archeologische Beleidskaart Venlo (ABK) leidend is (zie onder). Gemeenten dienen bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Hieronder vallen zowel reeds bekende archeologisch waardevolle gebieden als gebieden waarvoor een (verhoogde) archeologische verwachting geldt. Deze waarden krijgen een archeologische (mede)bestemming, die wordt vermeld in de toelichting van een bestemmingsplan, wordt begrensd in de verbeelding (plankaart) en wordt voorzien van regels die zijn gekoppeld aan een vergunningenstelsel. Het
plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld, de Archeologische Beleidskaart Venlo (ABK). In de toelichting op deze kaart wordt met betrekking tot het toepassen ervan het volgende aangegeven’: “Bij
het
(her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze inschatting worden gemaakt van de bekende en de te verwachten archeologische waarden en risico's ter plekke. Behoud in situ van de archeologische resten vormt in het Nederlandse archeologiebeleid het uitgangspunt. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld bestemmingen worden gekozen die zoveel mogelijk matchen met de archeologie. Bij ontwikkelingen kan het ‘verhaal achter de archeologische resten! verder worden gebruikt ter inspiratie. Indien behoud in situ niet mogelijk is, kan aan de hand van de beleidskaart worden vastgesteld of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Deze noodzaak wordt getoetst aan de hand van normen (‘ondergrenzen’) voor de oppervlakte van de bodemverstoring t.b.v. de ontwikkeling in combinatie met de diepte tot waar de bodem wordt geroerd. Voor elke archeologische (verwachtings)waarde is vastgesteld tot welke omvang bodemingrepen zonder onderzoek zijn toegestaan.” een
Op de beleidskaart valt het plangebied in een zone met een hoge of middelhoge verwachting (afb. 8). Hier is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen groter dan of gelijk aan 500 m? en dieper dan 40 cm -mv. In het zuidoosten ligt een archeologische vindplaats (nr. 1258), waar archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen groter dan of gelijk aan O m? en dieper dan 40 cm —-mv.3 Omdat de voorgenomen plannen deze vrijstellingsgrenzen overschrijden, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde
van
het
plangebied
rapport beschreven In Nederland
voldoende
onderzoek
is vastgesteld.
In het kader
van
dit proces
heeft het in dit
plaatsgevonden.
dient het vaststellen
van
de
conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse
archeologische waarde van een plangebied te gebeuren Archeologie (KNA versie 4.1).* Gemeenten kunnen hierop
uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Venlo heeft voor zover bekend geen uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom de protocollen van de vigerende KNA gevolgd. aanvullende aanvullende
1
Bgsv.nl
2
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) BNN 205. Keartbijlage 6-B & tabel 1.
©
EN 2015. 7.
“SIKB 2018.
Rapport i
De
volgende administratieve
gegevens
zijn van toepassing:
opdrachtgever:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) E: (geanonimiseerd) avecodebondt.nl
fase
bureauonderzoek
AMZ-cyclus:
vorm
aanleiding:
van
een
en
veldonderzoek in de
booronderzoek
Bestemmingsplanwijziging om het huidige te slopen bedrijfspand te vervangen door nieuwbouw met gecombineerde woon- en werkfunctie. Hagerhofweg 2-6
locatie:
(geanonimiseerd)
plaats: gemeente: provincie:
Venlo
kaartblad:
Limburg gemeente Venlo 58E (1:25.000)
oppervlakte plangebied:
7 ha
coördinaten:
208.690 / 374.595
kadastrale
inventariserend
verkennend
gegevens:
sectie H nummer
5080 en
7794
208.935 / 374.424 208.669 / 374.258 208.523 / 374.385
bevoegde
overheid
met
contactgegevens:
(geanonimiseerd) U(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn(geanonimiseerd) T: 077-3596988 / 077-3596363
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens: goedkeuring rapport door bevoegde overheid:
n.n.b.
Archis-zaaknummer:
5286590100
ADC-projectcode:
000528
auteurs:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) A. (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) mn
projectmedewerker(s): autorisatie:
periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
Augustus 2022 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
Rapport in afwachting
2
beoordeling door de bevoegde overheid
van
8
Bureauonderzoek 2. 1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied om daarmee te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting. ,
,
Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en zo ja wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? ,
,
,
2. 2
Methodiek
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4. 1 Landbodems protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is zal zo mogelijk de aard de omvang de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien mogelijk zal de omvang worden weergegeven op een kaart. ,
,
,
,
,
2. 3
,
,
Resultaten
2. 3. 1
Afbakening plan- en onderzoeksgebied , beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in het zuiden van Venlo. Het wordt begrensd door de Tegelseweg in het westen de Hagerhofweg en de Velddijk in het noorden en de Wylrehofweg in het oosten. De zuidgrens wordt gevormd door een waterstroom de Venlose Molenbeek en de bebouwing aan de Hulsterweg. Het plangebied is momenteel bebouwd en op grote delen van het plangebied bevindt zich verharding (afb. 1 & 18). ,
,
,
Een gedeelte van de voormalig aanwezige bebouwing is reeds gesloopt. Hierbij is de fundering nog niet verwijderd. Zie verder paragraaf 2. 3. 4 voor een bespreking van de voormalige bebouwing. Op basis van de opgevraagde gegevens met betrekking tot de milieuhygiënische situatie in het plangebied kan worden gesteld dat er vooralsnog geen bodemverontreiniging bekend is in het plangebied. 5 Het verkennend booronderzoek is echter gelijktijdig met het milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd en de resultaten zijn nog niet gepubliceerd. In de jaren ’90 heeft een sanering plaatsgevonden waarbij verspreid over het terrein enkele locaties met een oppervlakte van enkele vierkante meters zijn ontgraven. Hierbij zijn mogelijk archeologische resten verstoord. ,
,
In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de ontvangen gegevens blijkt dat enkele kabels en leidingen door het plangebied lopen. De meeste ingegraven infrastructuur loopt vanaf de Hagerhofweg in het noorden naar de huidige bebouwing. Ondiep gelegen archeologische resten zouden hier verstoord kunnen zijn tijdens het ingraven van de kabels en leidingen. Naast de archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar binnen het plangebied zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 350 m rondom het plangebied om zo een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. ,
,
,
5 https://venlo. omgevingsrapportage. nl/
In het
plangebied
huidige bebouwing gesloopt, waarna in het plangebied opnieuw wordt gecombineerde woon- en werkfunctie. De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond ontwikkeld worden
wordt de
met een
aangetast.
2.3.2
Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied:
De
Bron
Informatie kaart van
Nederland
Geomorfologische 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)
Niet omschreven dalvlakteterrassen
wegens
bebouwing.
In de
(4E44)
doorsneden
met enkele
omgeving liggen droogdalen
(2R21). Geomorfogenetische Bodemkaart van
kaart Maasdal
Nederland
Interstadiale terrasvlakte
1:50.000
(landsdekkende, digitale versie)” Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)?
(IT)
Loopodzolgronden (cY23) De
hoogte binnen
tussen
19,3
het maaiveld
men
iets
het
plangebied ligt over het algemeen
19,7
m
hoger,
+NAP.
In het uiterste zuiden
op circa 20,2
m
is
ligt
+NAP.
Het
plangebied ligt langs de Maas, die tegenwoordig op ca. 500m ten westen van het plangebied ondergrond zijn bedekte Maasterrassen aanwezig, met een dikte van enkele tot een tiental meters. Deze terrassen zijn ontstaan in het Kwartair, waar in koude perioden de Maas en (in het Midden-Pleistoceen) de Rijn, als een vlechtende rivier door het landschap bewogen en waarbij op de riviervlakte sedimentatie plaatsvond. Bij toenemende temperaturen nam de watertoevoer toe en sneed de Maas zich als meanderende rivier in de bestaande afzettingen in. Ten oosten van het plangebied ligt het Hoogterras, ontstaan nadat de Maas zich na tektonische opheffing heeft ingesneden in de vrij grove grindhoudende zanden van de Formaties van Urk en Kreftenheye uit het Cromerien (850.000-475.000 BP), waarbij een steilrand onstond tussen het middenterras en het hoger gelegen hoogterras van de Rijn en Maas. Het plangebied is gelegen op het middenterras, dat is ontstaan tijdens het Bolling/Allergdinterstadiaal, een relatief gematigde periode aan het eind van de laatste ijstijd, het Weichselien. Direct ten westen van het plangebied bevindt zich het laagterras, wat is ontstaan in de allerlaatste koude fase van het Weichselien, het Jonge Dryas stadiaal (ca. 12.700-11.700 jaar geleden). In deze periode was er in het Maasdal sprake van een complex van geulen met daartussen hoger gelegen zandbanken.
Doordat het klimaat niet alleen koud, maar ook relatief droog was, vonden regelmatig verstuivingen vanuit de rivierbedding plaats en werden op sommige delen van de hoger gelegen terrasniveaus kleine en lage duintjes gevormd. Als in het Holoceen (11.700 jaar geleden) het klimaat is verbeterd, blijft dit micro-reliëf min of meer stroomt. In de
behouden in
een
en
verandert de Maas
meanderend
systeem Op
de
aan
drie
vormen
systeem
plekken
door constantere wateraanvoer
met één
voor
hoofdgeul. veengroei.®
en
De verlaten oude
de verminderde
geulen
van
sedimentlast
het vlechtend
geomorfologische kaart is het plangebied onbeschreven wegens bebouwing, maar wordt zijden omringd door dalvlakteterrassen (4E44, afb. 4), waardoor wordt aangenomen dat ook het plangebied op een dalvlakteterras is gelegen. Op de geomorfogenetische kaart van het Maasdal (afb. 5) ligt het plangebied dan ook gelegen op rand van een interstadiaal terras, dat grenst aan een lagergelegen hoge terrasvlakte uit het Dryas, gescheiden door tussenliggende terrasgeul uit het Dryas. Het plangebied heeft daarmee een gelijksoortige ligging als de Romeinse vicus die in de binnenstad van Venlo is gelegen. Uit diverse topografische kaarten uit de 19° en eerste helft van de 20° eeuw kan worden afgeleid dat zich binnen het plangebied een beek bevond (par. 2.3.4), de Venlose Molenbeek, die tegenwoordig langs de zuidwestgrens van het plangebied stroomt. In het plangebied zal het terrein $ Alterra
2008.
7
Alterra 2014.
8
ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.
©
(geanonimiseerd) BEN 2005: (geanonimiseerd) MNN ‘226 (neroruk 2008).
Rapport in afwachting
van
beoordeling door de bevoegde overheid
10
in het zuidoosten gezien de aanwezigheid van de beek vermoedelijk relatief laag gelegen zijn geweest. De hoogtematen van het maaiveld op de Rivierenkaart uit de periode 1933-1960 (afb. 15) bevestigen dit: langs de zuidoostgrens van het plangebied ligt ter hoogte van de voormalige loop van de Venlose Molenbeek een laagte met een maaiveldhoogte rond 18 m +NAP terwijl de hoogte van het maaiveld ten noordwesten en ten zuiden van deze geul oploopt tot 195 m +NAP en hoger. Ook de Bonnekaart van 1900 laat een duidelijke verhoging zien in het noorden van het plangebied wellicht een Laat Pleistoceen of Vroeg-Holoceen rivierduin (afb. 14). In het hogere noordwestelijke deel van het plangebied zijn hier en daar wel lagere maaiveldhoogte genoteerd op de Rivierenkaart wat mogelijk wijst op plaatselijke depressies en/of een grillig verloop van de flank van het beekdal. Dit micro-reliëf is tegenwoordig door de huidige inrichting niet of nauwelijks meer als zodanig te herkennen binnen het plangebied (afb. 6). Het maaiveld ten oosten van en in de zuidhoek van het plangebied ligt op circa 20 m +NAP terwijl dit binnen het plangebied over het algemeen tussen 193 en 197 m ligt.
Dit minieme hoogteverschil zal wellicht veroorzaakt zijn door de aanwezigheid van het (voormalige) beekdal maar de laagte van het beekdal is vrijwel niet meer herkenbaar doordat het dal in de loop van de 20 e eeuw is opgevuld in het kader van egalisatie van het terrein waarbij plaatselijk ca. 15 tot 2 m grond zal zijn opgebracht (gezien het verschil in hoogte tussen het huidige en voormalige maaiveld) ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
In het onderzoeksgebied komen Loopodzolgronden voor die zijn ontwikkeld in lemig fijn zand (afb. 3 code cY23 VII). De Loopodzolgronden worden gerekend tot de moderpodzolgronden. Deze zijn kenmerkend voor de drogere hoger gelegen delen van het dekzandlandschap en zijn veelal ontwikkeld in iets lemiger moedermateriaal (bijv. oud dekzand). Het zijn bodems die gunstig zijn voor (pre-)historische landbouw door de fysische en chemische eigenschappen zoals het vochthoudend vermogen en natuurlijke vruchtbaarheid. Loopodzolgronden zijn moderpodzolgronden met een matig dikke (30‐50 cm) humushoudende bovengrond welke over het algemeen worden geïnterpreteerd als vrij oude cultuurgronden met een opgebracht dek bestaande uit potstalbemesting. Bij de loopodzolgronden ontbreekt de E‐horizont en is de A‐horizont direct op de geelbruine B‐horizont gelegen die geleidelijk overgaat in de gele C‐horizont welke soms roestvlekken of ‐banden bevat. ,
,
,
,
,
2. 3. 3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn verschillende archeologische (indicatieve) waarden aanwezig verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd (afb. 7). Hieronder worden relevante vondstmeldingen en veldonderzoeken kort besproken.
,
en zijn
Rijksmonument/Omschrijving Datering 11 AMK-terrein 10 AMK 1510 / Locatie van een pannen-ROM Rijksmonument oven uit de Romeinse 46121 / Tijd. Onderzoek is begin Archis nummer 20 e eeuw uitgevoerd , 3191857100 exacte locatie de oven en uitbreiding van het terrein zijn nu onbekend.
Opmerking
Archis 3 zaakidentificatie 3117133100
Omschrijving
Datering 12
Opmerking
Fragmenten vuursteen
Verwerving onbekend , gevonden 1 e helft 20 e
2866472100
Steenfragmenten
PALEONEO ROM
3179197100
Bouwmateriaal
LME-NT
Aangetroffen in zand op een maasterras.
eeuw
Verwerving onbekend , gevonden 1 e helft 20 e eeuw
Verwerving onbekend , archiefvondst
10 Sinds 2014 wordt de Archeologische Monumentenkaart niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed. De huidige AMK moet daarom als een statisch bestand worden beschouwd. 11 Voor een verklaring van de afkortingen , zie tabel 1. 12 Voor een verklaring van de afkortingen , zie tabel 1.
Rapport in afwachting
Archis 3 zaakidentificatie 3097021100 2866691100
van
beoordeling door de bevoegde overheid
Omschrijving
Datering 12
Opmerking
Mogelijk grondspoor , verder geen informatie Een grafveld
ROM
Door gemeente aangedragen bij actualisatie archeologische basiskaart Literatuurvondst , geen verdere informatie beschikbaar
ROM
Archis 3 zaakidentificatie
Soort onderzoek
Resultaat
Advies
2049043100
bureau-/booronderzoek
Het plangebied is vrijgegeven
2060634100
bureau-/booronderzoek
2095295100
Archeologische begeleiding
2397855100
bureau-/booronderzoek
2418703100
Archeologische begeleiding
2435470100
Archeologische begeleiding
2458272100
bureau-/booronderzoek
4022073100
Archeologische begeleiding
4572745100
bureau-/booronderzoek
4573199100
bureau-/booronderzoek
4613966100
bureau-/booronderzoek
Ondergrond bestaat uit zandige afzettingen welke tot onder een potentieel archeologisch niveau zijn verstoord. Ondergrond bestaat uit grof zand , verstoord tot voorbij een mogelijk archeologisch niveau In onverstoorde delen van het tracé zijn loopodzolen aangetroffen. Geen archeologische resten aanwezig. Bodem verstoord tot minstens 110 cm -mv. Geen archeologisch niveau meer aanwezig. Mogelijk nog wel resten uit LME en NT aanwezig. Voortzetting van bovenstaand onderzoek. Verschillende bouwfasen uit Middeleeuwen tm de Nieuwe Tijd aangetroffen. Bodem niet ernstig aangetast. Sporen van bewoning vanaf 13 e eeuw , resten van dakpanproductie uit Romeinse tijd. Bodem ernstig verstoord , geen archeologisch niveau meer aanwezig. Resten uit de Romeinse tijd , Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Bodem ernstig verstoord , geen archeologisch niveau meer aanwezig. Bodem in het plangebied deels weinig verstoord , met een intacte B-horizont. De bodem is verstoord , er is geen archeologisch niveau meer aanwezig.
het plangebied is vrijgegeven.
-
Archeologische begeleiding
-
-
Het plangebied is vrijgegeven
-
Het plangebied is vrijgegeven
Proefsleuvenonderzoek in het deel met intacte B-horizont. Het plangebied is vrijgegeven
11
12
Over het
algemeen
laat onderzoek
in de omgeving zien dat grote delen van de omgeving tot grote mogelijk aanwezige archeologisch sporenniveau verloren is locaties met een deels intacte B-horizont aangetroffen.
diepte zijn verstoord, waarbij gegaan. Er
zijn echter
Verder
zijn
resten
houden
met de productie
resten
waar
In de van
uit met
en
rond
het
jaren
’30
van
Romeinse
enkele
name
de Romeinse
tijd aangetroffen.
Deze
lijken
vooral verband te
dakpannen, zoals het AMK terrein ten zuiden
van
van
het
plangebied,
de panovens zijn aangetroffen. Dit maakt waarschijnlijk onderdeel uit van een complex, wellicht een Villa Rustica, waarvan mogelijk resten zijn aangetroffen
van
groter Romeins binnen
een
plangebied. vorige eeuw
de
vondsten in
en
werden
rond
het
(geanonimiseerd) BM meerdere
door
plangebied.
De
overzichtskaarten
meldingen en beschrijvingen
gemaakt
van
de
zijn verspreid over meerdere brieven uit de periode 1935-1938 tussen (geanonimiseerd) | en het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, en het voert te ver om deze volledigheid uit te werken in het kader van deze bureaustudie. Daarom zal hier in hoofdlijnen een overzicht worden gegeven van de vondsten op de overzichtskaarten (geanonimiseerd) van Romeinse vondsten gedaan in en direct rond | het plangebied (afb. 9 & 10)’: vondsten
Nr. afb. 10
Nr. afb. 9
Vondstomstandigheden
b
16
Opgegraven
h
13a
door 1937 Losse vondsten
Soort
(geanonimiseerd) EN in
Villaresten
in de vorm van een klein gebouw ‘met geheel uitgebroken funderingen’. Dakpanresten (mogelijk van Romeins gebouw) over
j
een
zone
van
15x20 m
(geanonimiseerd) hoofdgebouw van villacomplex, Volgens ||
Losse vondsten
-
vindplaats/vondsten
nooit nader onderzocht scherven en dakpanresten’, locatie terugvonden bij archeologische begeleiding in 2013/2015, zie maar
e
13
Losse vondsten
d
15
Losse vondsten
onder
In het
bijzonder
dient
Materiaaldump
hoogte van
het beektracé
archeologische begeleiding genoemd te worden bij aanleg gasleiding werd uitgevoerd op het terrein van de voormalige Wylrehof (zie paragraaf 2.3.4), direct ten zuiden van het plangebied, waarbij sporen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd werden aangetroffen. Er werd daarbij een relatief intacte bodemopbouw aangetroffen in het In het noordwestelijk deel van de aangelegde sleuf, terwijl in het oostelijk deel van de sleuf een profiel werd waargenomen dat in de 20° eeuw grotendeels is verstoord tot in de C-horizont. Er werd een kuil aangetroffen met enkele fragmenten van Romeinse dakpannen en een laag met (bouw)keramiek (onder meer dakpannen en bakstenen) uit de daaropvolgende eeuwen van de Late- Middeleeuwen of begin Nieuwe Tijd. Tevens werden sporen van oorlogshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog gevonden, waaronder een loopgraaf. van
het recent onderzoek
ter
die door Archeodienst in 2013
de
de
van
een
Vervolgens heeft Geonius Archeologie in 2016 langs de zuidwestgrens van het plangebied een archeologische begeleiding uitgevoerd ten behoeve van de herinrichting van de Venlose Molenbeek rond de Wylrehof.'s Het gaat om een waterput en bouwfragmenten uit de Romeinse tijd, vermoedelijk van een in de onmiddellijke omgeving gelegen Villa Rustica en om aardewerkresten uit de Late Middeleeuwen, welke worden gerelateerd aan de Wylrehof. De sporen en resten uit de tweede wereldoorlog bestaan uit een tankgracht, een inslagkrater van een granaat en een granaat. Uit diverse aanwijzingen blijkt dat de bodem in het onderzoekgebied is afgetopt, waarbij waarschijnlijk archeologische waarden verloren zijn gegaan. Uit latere periodes
zijn
in de
welke verband
omgeving
van
het
Met dank
aan
correspondentie ve 15
Twan van
met enkele
plangebied
met name
resten vanaf de 13°
hoeves die direct ten zuiden
eeuw
aanwezig, plangebied aanwezig waren. Resten hiervan zijn aangetroffen in verstoorde grondlagen. Tot slot zijn verschillende resten uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen in de omgeving van plangebied. Ook deze sporen kunnen aanwezig zijn in eerder verstoorde bodemlagen.
13
houden
Ernst, Beleidsmedewerker Erfgoed Gemeente
(geanonimiseerd) nn en het leveren van een
(geanonimiseerd) 205 (geanonimiseerd) BN & Ernst 2019.
overzicht
van
Venlo,
voor
de relevante
van
het beschikbaar
het
stellen
informatie uit deze
van
de kaarten
documentatie.
het
en
13
2.3.4
Beschrijving
van
de historische situatie,
mogelijke verstoringen
bouwhistorische
en
waarden De historische situatie
is op verschillende kaarten als
volgt:
Bron
Jaartal
Tranchotkaart
1802-1805
Historische situatie Het
plangebied
is onbebouwd.
wordt doorkruist beek.
plangebied
Kadastrale
minuut
1842
Idem
Rivierenkaart
1933-1960
Idem
Topografische kaart
1967
De
westen van
lanen
en
plangebied loopt een voorloper van de huidige Tegelseweg (hier Chaussee de Ruremonde oftewel Roermondseweg geheten). Ten zuiden van het plangebied ligt de Wijlrehof, ten oosten hiervan ligt de Hagerhof. Dit zijn hoeven welke met een gracht zijn omgeven. een
Ten
Het
door verschillende het
eerste
bebouwing van een veiling in het plangebied is aanwezig, infrastructuur is aangepast
om
de bereikbaarheid
te verbeteren.
gebouwen uit een groot gebouw noorden
hiervan
van
Bebouwing
de bestaat
in het zuidwesten,
enkele
ten
langgerekte
bouwwerken.
Topografische
kaart
1979
De
bebouwing
in het
plangebied
is
aangepast. De langgerekte gebouwen
zijn groot pand. Een gebouw dat de twee panden met elkaar verbindt is opgetrokken. Het grote pand uit 1979 is naar het oosten uitgebreid. Dit is de huidige situatie in het plangebied. vervangen door een
Topografische
kaart
1989
Topografische
kaart
1998
enkel
oorspronkelijk microreliëf zoals dat van historisch kaartmateriaal is af te leiden werd al in paragraaf 2.3.2 besproken. Hier zullen we ons richten op het voormalig gebruik en de historische inrichting van het terrein. Het
(afb. 12) volgt de loop van oostelijk plangebied duidelijk als we naar de van deze kaart door het Aezel kijken bewerking project, waarbij per perceel het landgebruik is aangegeven en het grasland indicatief is voor het natte beekdal (afb. 13). Ook op de gemeentelijke cultuurhistorische inventarisatiekaart'’ staat het plangebied aangegeven als een onregelmatig verkaveld en gesloten beekdal tussen akkers, met in het noorden van het plangebied een droge kampontginning in de vorm van velden (afb. 16). Het betreft het dal van de Venlose Molenbeek, wat een gegraven waterloop is die zijn oorsprong heeft in de Middeleeuwen ontstaan toen de Mulbeek in de 15° eeuw werd verlegd maar waarvan de loop sindsdien meermaals is verplaatst.'* Het is overigens aannemelijk dat hierbij gebruik is gemaakt van reeds aanwezige natuurlijke laagtes, zoals de laagte in het zuidoosten van het plangebied, wat vermoedelijk een van oorsprong natuurlijk beekdal is. Tegenwoordig stroomt de Venlose Molenbeek direct langs de zuidwestgrens van het plangebied. De loop ontwaterde na aanleg ongetwijfeld een broekgebied en de aanwijzende tabellen van de kadastrale minuut geven dan ook aan dat de percelen in gebruik zijn als bouwland, weiland en De
een
perceelsindeling
die zichtbaar is op de kadastrale minuut uit 1842
beek die door het
deel
van
het
loopt. Dit wordt vooral
—
hooiland.
In het verleden werden
algemeen gebruikt
voor
—
nattere
of minder vruchtbare
hooi- of weiland.
16
Topotijdreis.nl
17
(geanonimiseerd) BEN (geanonimiseerd) 205. kearteijlege 1. blad 2. °°° (geanonimiseerd) EN
1
NN
delen
van
het landschap
over
het
14
Op de kadastrale minuut is eveneens te zien dat op ongeveer 50 m ten zuidwesten de Wylrehof is gelegen. Deze omgrachte boerderijhoeve dateert tenminste uit 14° eeuw, maar de exacte datum is onbekend. De boerderij werd in dezelfde periode met de Bosserhof, Hulsterhof en Hagerhof gebouwd, toen bij toename van de bevolking nieuwe ontginningen plaatsvonden. De Wylrehof werd in 1927 door brand verwoest en voor een deel opnieuw opgebouwd.'® Op de kadastrale minuut is te zien dat het plangebied buiten de hofterreinen is gelegen. Hoewel de omgrachte delen van de hoeves buiten het plangebied zijn gelegen, kunnen gerelateerde sporen niet worden uitgesloten. Door het plangebied lopen op historisch kaartmateriaal bijvoorbeeld verschillende wegen
die de hoeves verbinden
met de rest
Op
topografische
Rivierenkaart uit
de Bonnebladen,
kaarten
en
van
de infrastructuur.
navolgende perioden (afb.
14 &
15)
is geen verandering zichtbaar in de 19° en de eerste helft van de 20° eeuw ten opzichte van de kadastrale minuut. Het plangebied valt uiteindelijk binnen de Duitse Maas-Stellung in de Tweede
Wereldoorlog. Tijdens de slag om Venlo in 1945 is heftig in de omgeving van het plangebied gevochten. Mogelijk zijn ingegraven stellingen, kraters of fysieke resten van deze slag nog aanwezig in de ondergrond. De gemeente Venlo heeft in 2017 een bodembelastingskaart WOII laten opstellen. Op de deelkaart van de luchtfotoanalyse? (afb. 17 & 18) is te zien dat in de zuidwestelijke helft meerdere loopgraven gelegen zijn geweest, waarvan er één centraal in het plangebied eindigde bij een geschutstelling. Langs de noordwestgrens lag in de loopgraaf een serie mangaten. In de noordoosthoek lag eveneens eens loopgraaf met mangaten, maar hier met mitrailleurstelling. Langs de oostgrens lag een loopgraaf met luchtafweerstelling en direct ten zuiden van het plangebied een versperring. Uit mondelinge informatie die bij eerder onderzoek verkregen is van een bewoner van pand Hagerlei 14 (geanonimiseerd) | Schroder), zouden rond de Hagerhof diverse bommen/granaten zijn ontploft.2: Op de luchtfoto is overigens de voormalige loop van de Molenbeek te zien, die bij de aanleg van het veilingterrein in de jaren '60 van de twintigste eeuw is gedempt (afb. 17). Met
betrekking tot de voormalige bebouwing uit de 20° eeuw zijn de bouwdossiers opgevraagd bij van de gemeente Venlo. Voor de percelen binnen het plangebied waren 20 dossiers beschikbaar, die meer dan 250 documenten bevatten. In overleg met Twan Ernst, beleidsmedewerker van de gemeente Venlo, is daarom besloten de dossiers in een tabel op hoofdlijnen samen te vatten, waarbij de aard van de ontwikkeling, de algemene funderingsdiepte en -wijze en de positie (bij benadering, voor zover mogelijk) wordt aangegeven. De gegevens zijn als volgt het archief
Nr
Dossiercode
en
Beschrijving
Omschrijving fundering
Diepgang bodemingrepen
Bouw van afmijnhal nr. 0/4966 (20x35 m), neerzethal nr. 0/4965
Betonkolommen t.h.v. staalbalken
Ca.
jaartal 457-1655
(1958)
(60x16 m)
(1960)
Bouw
cm
-mv
&
neerzetloods nr. 0/4967 (120x 16
457-1656
30 tot 120
Overig
Positie zie afb. 19, 1.1 tm 1.3
m)
Betonkolommen
van
tomatenloods 30 m)
Bouwvergunning volledig geanonimiseerd.
(65 x
Ca.
75
cm
Bouwvergunning
-mv
t.h.v. staalbalken
deels
geanonimiseerd, toegewezen. Positie zie afb. 19, 2
(geanonimiseerd) 20
Met dank
21
(geanonimiseerd) BN Ernst 2019,
aan
&
Twan
Ernst, Beleidsmedewerker Erfgoed Gemeente 11.
Venlo,
voor
het beschikbaar
stellen
van
deze
gegevens.
Rapport in afwachting
Nr 3.
Dossiercode en jaartal 457-1656A (1961)
van
Beschrijving Uitbreiding kopersloods (45 x 75 m) ,
beoordeling door de bevoegde overheid
Omschrijving fundering Betonkolommen t. h. v. staalbalken
Diepgang bodemingrepen Ca. 120-150 cm -mv
15
Overig Bouwvergunning deels geanonimiseerd toegewezen. Positie zie afb. 19 3. Geen bouwdossier aanwezig voor bouw van eerste gedeelte kopersloods. Bouwvergunning volledig geanonimiseerd. Onduidelijk of het is uitgevoerd. ,
4.
457-6649B (1963)
Gedeeltelijke ommuring in steen van bestaande wanden van zuidelijk uiteinde neerzetloods onder nr. 1 (0/4967)
Staal
Ca. 20 cm
5.
457-6649A (1964)
Gedeeltelijke ommuring in steen van bestaande wanden van noordelijk uiteinde neerzetloods onder nr. 1 (0/4967)
Onbekend
Onbekend
Bouwvergunning volledig geanonimiseerd. Onduidelijk of het is uitgevoerd.
6.
457-1656B (1964)
Bouw van 2 open fustloodsen (2x16x53 m)
Betonkolommen t. h. v. staalbalken
Ca. 30 tot 90 cm -mv
Bouwvergunning deels geanonimiseerd toegewezen. Niet uitgevoerd zie nr. 8.
,
,
,
7.
457-1656C (1964)
Bouw van een transformatorgebouw (264 x 465 m) ,
Kruipruimte
Ca. 140 cm -mv
,
Bouwvergunning volledig geanonimiseerd. Positie zie afb. 19 7 onzeker of het is uitgevoerd (staat niet op inplanting van nr. 10. Bouwvergunning volledig geanonimiseerd. Positie zie afb. 19 8 ,
,
8.
457-1656C (1965)
Aangepast plan voor bouw van 2 open fustloodsen (totaal 333 x 65 ms)
Onbekend vermoedelijk betonkolommen t. h. v. staalbalken
Onbekend vermoedelijk ca. 75-120 cm
Bouw van kantoor (45 x 26 m)
Betonkolommen t. h. v. staalbalken
Ca. 85 cm -mv
,
9.
457-1656E (1965)
,
,
,
,
Bouwvergunning volledig geanonimiseerd. Positie zie afb. 19 9 onzeker of het is uitgevoerd (staat niet op inplanting van nr. 10. ) ,
,
Rapport in afwachting
Nr 10.
11.
Dossiercode en jaartal 457-1657 (1966-67)
457-6649 (1971)
van
Beschrijving Bouw van neerzethal in de vorm van overkapping tussen afmijnhal en dichte en open loods t. h. v. nr. 1 (ca. 29 x 120 m) Uitbreiding van neerzethal ten oosten van complex onder nr. 7 (ca. 30 x 100 m) waarbij neerzethal behorend tot nr. 1 (0/4965) (60x16 m) en kopersboxen behorend tot nr. 3 (45 x 75 m) worden verplaatst Aanpassing van 11 mb. t. de plaats voor het herplaatsen van neerzethal behorend tot nr. 1 (0/4965) (60x16 m) en kopersboxen behorend tot nr. 3 (45 x 75 m)
,
beoordeling door de bevoegde overheid
Omschrijving fundering Betonkolommen t. h. v. staalbalken
16
Diepgang bodemingrepen Ca. 75-95 cm -mv
Overig Geen bouwvergunning bij dossier. Positie zie afb. 19 10. Zie ook nr. 15. ,
Betonkolommen t. h. v. staalbalken
Ca. 100 cm -mv
Geen bouwvergunning bij dossier. Positie zie afb. 19 12. 1. Van nr. 10 is op de inplanting enkel de centrale hal ontwikkeld. Zie ook nr. 12. ,
,
,
12.
457-7900 (1972-73)
Geen bouwvergunning bij dossier. Positie zie afb. 19 12. 1 en 12. 2. Zie ook nr. 15. De kopersboxen staan niet op latere planinpassingen en topografische kaarten
,
,
,
aangegeven en
zijn waarschijnlijk nooit verplaatst maar enkel verwijderd. De beek staat aangegeven als gedempt. Geen bouwvergunning bij dossier. Positie zie afb. 19 13. ,
13.
14.
457-7900A (19721973)
457-7900B (1973)
Aanbouw kantoor (27x365) ten noorden van afmijnhal (inmiddels aangegeven als kantoor) onder nr. 1 ,
Staal betonkolommen kruipruimte en kelder ,
,
Staal ca. 80 cm -mv betonkolommen ca. 300 cm -mv kruipruimte ca. 85 cm -mv (2 noord-zuid georiënteerde sleuven)) kelder ca. 300 cm -mv (ca. 25 x 8 m aan noordzijde) ,
,
,
,
Bevat enkel ontwikkelingen buiten het plangebied met uitzondering van het plaatsen van een deur ,
15.
457-9863 (1978)
Bouw van een transformatorgebouw (264 x 465 m) in de zuidoosthoek van het loodsencomplex
Kruipruimte
Bouw van neerzethal in de vorm van
Betonkolommen t. h. v. staalbalken
,
16.
457-10371 (1979)
Ca. 140 cm -mv
,
Positie zie afb. 19 14. De ontwikkeling onder nrs. 10 en 12 is
,
weergegeven op
Ca. 50-100
cm -mv
de bestaande toestand. Positie zie afb. 19 16.
,
Rapport in afwachting
Nr
Dossiercode jaartal
van
Beschrijving
en
overkapping tussen bestaande loodsen aan zuidzijde van het complex (30 x 85 m). Tevens een inplanting van uitbreiding van een spant maar de locatie is onduidelijk en er is enkel een inplanting aanwezig. Betreft enkel afrastering Verbouwing van kantoor onder 13. Staat niet op latere inplanting uit 1985 (zie nr. 20) waarop oude indeling kantoor is aangegeven dus waarschijnlijk niet uitgevoerd.
beoordeling door de bevoegde overheid
17
Omschrijving fundering
Diepgang bodemingrepen
Overig
Nieuwe kantoor volledig onderkelderd
ca. 300-350 cm -mv
Betonkolommen t. h. v. staalbalken
Ca. 100-250
Geen bouwvergunning bij dossier. Op inplanting zijn naar het westen aangrenzende kantoren aangegeven die niet van eerdere dossiers bekend zijn. Positie zie afb. 19 19.
,
17. 18.
457-1981-478 (1981-82) 457-1982-439 (1982)
,
,
19.
457-1984-102 (1984)
Uitbreiding koelcel in het zuiden van het complex (105 x 16 m) Verbouwing van mijnzaal en kantine (de onbekende gebouwen op inplanting van nr. 18) en verplaatsen van oostelijke neerzethal naar westzijde van het complex
cm
,
,
20.
457-1985-69 (1985)
Mijnzaal: kruipruimte kantine: kelder neerzethal: Betonkolommen t. h. v. staalbalken ,
,
Kruipruimte (ca. 100 cm -mv over helft van het gebouw) kelder (ca. 300 cm -mv over helft van het gebouw) kolommen: ca. 200 cm -
Positie zie afb. 19 18.
,
,
mv
Twee gebouwen zijn voor het eerst te zien op de topografische kaart van 1979 (afb. 19 999) en de kaart van 1998 (afb. 19 998) maar hiervan zijn geen bouwdossiers beschikbaar. Wat opvalt bij de gebouwen waarvan wel dossiers beschikbaar zijn is dat het merendeel van de gebouwen relatief licht gefundeerd is met kolommen of poeren. Kelders en kruipruimtes zijn mogelijk alleen ter hoogte van de afmijnhal en kantoren aan de noordzijde van het complex aanwezig geweest maar het is niet zeker of deze plannen zijn uitgevoerd. Wel zijn enkele hallen (meermaals) verplaatst herbouwd en/of overbouwd waardoor in totaliteit toch een behoorlijk oppervlakte aan verstoring kan zijn ontstaan. Hierbij moet echter wel rekening gehouden worden met het feit dat het voormalig maaiveld ter hoogte van het voormalig beekdal 15 tot 2 m lager lag dan tegenwoordig wat betekent dat een opvulpakket eventuele archeologische waarden geconserveerd kan hebben. Er bevinden zich in de bouwdossiers overigens geen plannen of documenten met betrekking tot egalisatie van het terrein maar alle plannen laten een vlak maaiveld zien wat betekent dat het oorspronkelijke micro-reliëf niet meer als zodanig aanwezig was. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
2. 4
,
,
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en zo ja wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: In de omgeving van het plangebied liggen zandige Maasafzettingen op terrasafzettingen mogelijk afgedekt door dekzand waarin enkele droogdalen of voormalige riviergeulen voorkomen. Door de oostelijke helft van het plangebied stroomde tot aan de aanleg van het veilingterrein de Venlose Molenbeek aangelegd in de 14 e eeuw maar mogelijk met een natuurlijke voorganger. ,
,
,
,
,
,
,
,
Rapport in afwachting
beoordeling door de bevoegde overheid
van
18
In het plangebied zal het terrein in het zuidoosten gezien de aanwezigheid van de beek relatief laag gelegen zijn geweest. De hoogtematen van het maaiveld op de Rivierenkaart uit de periode 1933-1960 bevestigen dit: langs de zuidoostgrens van het plangebied ligt ter hoogte van de voormalige loop van de Venlose Molenbeek een laagte met een maaiveldhoogte rond 18 m +NAP terwijl de hoogte van het maaiveld ten noordwesten en ten zuiden van deze geul oploopt tot 195 m +NAP en hoger. Ook de Bonnekaart van 1900 laat een duidelijke verhoging zien in het noorden van het plangebied wellicht een Laat Pleistoceen of Vroeg-Holoceen rivierduin. Dit micro-reliëf is tegenwoordig door de huidige inrichting niet of nauwelijks meer als zodanig te herkennen binnen het plangebied. Het maaiveld ligt binnen het plangebied over het algemeen tussen 193 en 197 m wat betekent dat er plaatselijk ca. 15 tot 2 m grond zal zijn opgebracht (gezien het verschil in hoogte tussen het huidige en voormalige maaiveld). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
In de 20 e eeuw is over enkele decennia het veilingcomplex tot stand gekomen waarbij vooral bebouwing is aangebracht met een relatief lichte fundering maar doordat enkele hallen (meermaals) zijn verplaatst herbouwd en/of overbouwd waardoor in totaliteit toch een behoorlijk oppervlakte aan verstoring kan zijn ontstaan. Hierbij moet echter wel rekening gehouden worden met het feit dat het voormalig maaiveld ter hoogte van het voormalig beekdal 15 tot 2 m lager lag dan tegenwoordig wat betekent dat een opvulpakket eventuele archeologische waarden geconserveerd kan hebben. ,
,
,
,
,
,
In de top van een weinig of niet verstoorde C-horizont of B-horizont zouden archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum voor kunnen komen op de oorspronkelijk hogere drogere delen van het plangebied. Archeologisch onderzoek in de omgeving en binnen het plangebied laat zien dat het gebied met name vanaf de Romeinse tijd actief bewoond en gebruikt is. Zowel binnen als ten zuiden van het plangebied zijn resten uit deze periode aangetroffen. Eén van deze locaties is zowel een AMK-terrein als een archeologisch rijksmonument en het plangebied is op de gemeentelijke beleidskaart dan ook aangemerkt als bekende vindplaats. De Romeinse resten zijn mogelijk onderdeel van een groter Romeins complex wellicht een Villa Rustica waarvan bij een begeleiding mogelijk resten zijn aangetroffen langs de zuidwestgrens van het plangebied en in de eerste helft van de 20eeuw sporen en vondsten binnen het plangebied. ,
,
,
In het beekdal zullen nattere omstandigheden hebben overheerst maar zouden archeologische resten met name uit het Neolithicum en later aanwezig kunnen zijn in de vorm van oversteekplaatsen als voorden of bruggen maar ook rituele plaatsen of economische locaties als visfuiken. De topografische kaart van 1870 doet vermoeden dat de zuidoostelijke helft van het plangebied bestond uit grasland en de noordwestelijke helft uit akkerland. Deze scheiding valt vermoedelijk globaal samen met de begrenzing van het beekdal. Welke delen van het plangebied in het verleden nat terrein zijn geweest welke hydrologische omstandigheden aanwezig waren en waar de (natuurlijke voorganger van de) Molenbeek heeft gestroomd is op basis van de bureaustudie niet nauwkeurig vast te stellen al geeft de bewerking van de Kadastrale Minuutkaart (afb. 13) waarschijnlijk een redelijk accuraat beeld. ,
,
,
,
,
,
Er zijn bij de onderzoeken in de omgeving ook aanwijzingen gevonden voor bewoning vanaf de Late Middeleeuwen. Dit hangt samen met de aanwezigheid van de twee omgrachte hoeves in de omgeving van het plangebied die zijn ontstaan na ontginning van het gebied. Resten die hieraan zijn gerelateerd zijn bij onderzoek rond het plangebied dikwijls aangetroffen in verstoorde lagen die boven de natuurlijke ondergrond liggen. De aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied kan dus enkel worden uitgesloten wanneer met zekerheid kan worden gesteld de verstoringen van recente datum zijn. Hoewel de omgrachte delen van de hoeves buiten het plangebied zijn gelegen kunnen gerelateerde sporen niet worden uitgesloten. Hierbij wordt met name gedacht aan gekanaliseerde delen van de Venlose Molenbeek die in het zuidoostelijke deel van het plangebied worden verwacht (afb. 13). Tenslotte bevinden zich op historisch kaartmateriaal verschillende wegen die de hoeves verbinden met de rest van de infrastructuur. ,
,
,
In het plangebied zijn ten slotte mogelijk ook resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig aangezien het onderdeel uitmaakte van de Duitse Maas-Stellung en er tijdens de slag om Venlo ,
,
Rapport in afwachting
van
beoordeling door de bevoegde overheid
heftig is gevochten om het gebied. Op luchtfoto’s uit die periode is dan ook te zien dat er loopgraven binnen het plangebied zijn gelegen. zeer
19
Rapport in afwachting
van
beoordeling door de bevoegde overheid
Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Karakteristiek datering: complextype(n): Omvang: landschappelijke en/of geologische context:
diepteligging: Locatie: soort vindplaats: uiterlijke kenmerken: Conservering: Wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Karakteristiek datering: complextype(n): Omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: Locatie: Soort vindplaats: uiterlijke kenmerken: Conservering: Wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Karakteristiek datering: complextype(n): omvang:
landschappelijke en/of geologische context: Diepteligging: Locatie: soort vindplaats: uiterlijke kenmerken:
Conservering:
Omschrijving PALEOL-VME Tijdelijke kampement , nederzetting , nijverheid of industrie. Tot gehele plangebied In de top van de C-horizont , of B-horizont indien aanwezig , bestaande uit zandige Maasafzettingen of evt. eolische afzettingen , met name t. h. v. oorspronkelijk hogere delen van het plangebied Onbekend wegens egalisatie van het plangebied. Gehele plangebied Vindplaats met alleen grondsporen Fragmenten vuursteen , natuursteen , aardewerk , keramiek , verbrand bot , houtskool. Mogelijk goed indien later afgedekt door een beschermend pakket. De diepteligging van een eventueel archeologisch niveau is niet bekend. Het is onduidelijk of de geplande ontwikkelingen dit niveau bedreigen. Omschrijving NEO-NT Ritueel , infrastructuur , visvangst. Enkele meters tot door gehele plangebied In of naast een oude beekloop Onbekend wegens egalisatie van het plangebied. In of langs oude beekloop die door het oostelijk deel van het plangebied liep. Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing Karresporen , houten structuren. Mogelijk goed indien later afgedekt door een beschermend pakket. De diepteligging van een eventueel archeologisch niveau is niet bekend. Het is onduidelijk of de geplande ontwikkelingen dit niveau bedreigen.
Omschrijving LME-NT Nederzetting , infrastructuur , militaire infrastructuur , watermanagement Tot gehele plangebied In zandige Maasafzettingen , in de top van de C-horizont of in omgewerkt pakket hierboven. Onbekend wegens egalisatie van het plangebied. Gehele plangebied Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing , verdedigingswerken Omgewerkte laag , loopgraven , tankgrachten , fragmenten aardewerk , keramiek , houtskool , sintels , verbrand bot. Resten munitie , legeruitrusting. Mogelijk goed indien later afgedekt door een beschermend pakket.
20
Rapport in afwachting
van
beoordeling door de bevoegde overheid
Wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
21
De diepteligging van een eventueel archeologisch niveau is niet bekend. Het is onduidelijk of de geplande ontwikkelingen dit niveau bedreigen.
De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek (IVOO) uit te voeren (zie hoofdstuk 3). Gezien de mogelijke aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven is onderzoek hiernaar aangewezen voorafgaand aan het verkennend booronderzoek. ,
,
22
Inventariserend 3.1
Plan van
3.1.1
Inleiding
Het doel
Veldonderzoek
Aanpak
en waar nodig aanvullen van de op gespecificeerde opgestelde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen.
basis
van
van
het inventariserend veldonderzoek is het toetsen
het bureauonderzoek
Het verkennend
e
e
e
e
e
booronderzoek
leidt tot
beantwoording
van
de
volgende onderzoeksvragen:
geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? _ Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zoja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? _ Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? _Watis de
-
-
Wat is de aard en ouderdom
-
_In welk opzicht kan
e
worden e
e
op basis
van
van
deze indicatoren?
het veldonderzoek
de
archeologische verwachting
bijgesteld?
In hoeverre worden
de
(mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? _ Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
3.1.2
Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Op augustus 2022 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, onderzoek is vastgelegd. 9
Voor het beantwoorden onderzoeksmethode
aantal
van
waar
boringen:
de in par. 3.1.1
waarin de
genoemde onderzoeksvragen
werkwijze van
is de
het
volgende
mogelijk toegepast:
35
gepland, 32 uitgevoerd (waarvan 2 gestuit op beperkte diepte) gepland in raaien met onderlinge boorafstand van 50 m, afstand tussen de raaien is 40 m, maar ter plaatse aangepast op basis van terreinomstandigheden Tot minimaal 30 cm in de C-horizont (dekzand, dan wel bedding- of oeverafzetting) Edelmanboor/ Riversideboor met diameter 7 cm (handmatig) versnijden en/of verbrokkelen
boorgrid: diepte boringen:
boormethode: bemonstering:
plangebied betreft verhard terrein, bestaande uit beton of asfalt. Het gelijktijdig met milieukundig-, asfalt- en explosievenonderzoek In met het veldteam van | (geanonimiseerd) is besloten dat de archeologische uitgevoerd. overleg dezelfde locaties konden worden gezet. Een gedeelte van de boringen omvatten boringen op een monster een met diameter van ca. 30 cm werd uitgeboord. Daaronder betonmonsters, waarbij werden de milieuboringen gezet met een edelman met een diameter van 7 centimeter. Dit liet voldoende ruimte over om de archeologische boringen te plaatsen, zonder dat daarbij het boorgat van de milieuboringen werd aangeboord. Het overgrote deel verkennend
van
het
booronderzoek is
23
Daarnaast
zijn bij zeven boringen geen betonmonsters genomen, waardoor betonboring slechts ca. 10cm betrof. Hier zijn milieuboringen gecombineerd boringen uitgevoerd.
de diameter met de
van
de
archeologische
Voor aanvang
van het booronderzoek waren 35 boringen gepland. Vanwege de terreinomstandigheden konden 32 boringen gezet worden, maar moesten ten opzichte van het oorspronkelijk grid vaak over relatief grote afstanden verplaatst worden, waardoor niet meer evident was hoe ze zich verhielden tot de oorspronkelijk boorpunten. Daarom is er in sommige gevallen voor gekozen om nieuwe boornummers uit te delen. De boornummers 2, 3, 5, 7, 9-10, 12-15, 17, 19-21 zijn komen te vervallen, terwijl de nummer 36 t/m 46 zijn toegevoegd ten opzichte van het oorspronkelijk plan. Het merendeel van de boringen in het centrale deel van het plangebied was afgedekt met ca. 20 em beton en/of 10cm asfalt. In de zuidoostelijke hoek van het plangebied (boring 18, 24, 25 en 29 tot en met 35) was de bovengrond niet verhard. Er kwamen echter wel veel puinresten in de bovengrond voor. Boring 25 en boring 35 zijn hier na verscheidene pogingen gestaakt.
De
lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 51042 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus” en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm. Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zijn eventuele archeologische vondsten wel verzameld en (indien mogelijk) gedetermineerd. 3.2
Resultaten
Inventariserend
Veldonderzoek
(IVO-O)
3.2.1
Lithologische beschrijving van de boringen is weergeven op afbeelding 20. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. De bodemopbouw in het plangebied kan worden beschreven aan de hand van twee boringen (16 en 41) die representatief zijn voor de bodemopbouw in het plangebied. De locatie
Schematische
opbouw boring 16:
Pakket
Diepte (cm —-mv)
1
0-50
2
50
Omschrijving Grindig, matig siltig matig fijn puinresten Matig siltig matig fijn zand, enkele puinresten
90
—
Interpretatie zand
met
Omgewerkt pakket Eolische
afzetting/(voormalige) bouwvoor
90 4
110
Schematische
110
—
—
400
(einddiepte)
Sterk siltige klei met roestvlekken
Oeverafzettingen
Grindig, zwak tot matig siltig, matig fijn tot matig grof zand, plaatselijk met grindlagen
Maasterrasafzettingen
opbouw boring 41:
Pakket
Diepte (cm —-mv)
Omschrijving
Interpretatie
1
0-40
Omgewerkt pakket
2
40
3
240
Grindig, matig siltig matig fijn zand met puinresten Grindig, matig siltig matig fijn zand met puinresten Grindig, uiterst siltig matig fijn zand met
240
—
—
330
zand-
en
veenbrokken; bovenin
30 cm
Mogelijk archeologisch pakket Beekafzettingen (restgeul- op bedding-)
mineraalarm veen
22 23
4
330
(geanonimiseerd) | 2005; (geanonimiseerd) Ne:
Nederlands «.
—
400
1900.
(einddiepte)
Normalisatie-Instituut
Grindig, matig siltig, matig fijn zand
1989.
Maasterrasafzettingen
Rapport in afwachting
beoordeling door de bevoegde overheid
van
24
In zowel boring 16 als 41 wordt de basis gevormd door een pakket grindig zand; de terrasafzettingen van de Maas. Het betreft beddingafzettingen van een vlechtende rivier uit het Bølling/Allerød-interstadiaal. In boring 16 wordt dit pakket bedekt door een pakket sterk siltige klei die is geïnterpreteerd als oeverafzettingen van dit riviersysteem. Ook is hierboven sprake van een enkele decimeters dik pakket matig siltig matig fijn zand; de eolische (=wind)afzettingen. Dit pakket is overigens ook in boring 36 aangetroffen (zie afb. 21 & 22). Hierboven bevindt zich een pakket dat op basis van diverse kenmerken (duidelijk “moderne” puinresten zandbrokken etc. ) is geïnterpreteerd als recentelijk omgewerkt.
,
,
,
In boring 41 bevindt zich aan de basis hetzelfde pakket grindig zand (terrasafzettingen) alleen is de top ervan ruim 2 m lager gelegen. Het wordt bedekt door een enigszins heterogeen pakket bestaande uit uiterst siltig grindig matig fijn zand met veenbrokken. Dit pakket is geïnterpreteerd als beddingafzettingen van een beek. Hierboven bevindt zich een mineraalarm veenpakket vermoedelijk ontstaan in de restgeul van de beek. Hierboven bevindt zich een dik pakket grindig zand met puinresten. De puinresten in dit pakket hebben geen speciale kenmerken die een datering mogelijk maken en daarom kan zeker in het licht van de archeologische vindplaatsen in de directe omgeving niet worden uitgesloten dat het hier gaat om een archeologisch pakket. ,
,
,
,
,
3. 2. 2 Interpretatie Boring 16 is representatief voor grofweg de noordwestelijke helft van het plangebied waar de top van de terrasafzettingen (mits niet verstoord) van nature rond een niveau van ca. 1850 +NAP voorkomt. Ook is hier in een aantal gevallen nog een pakket oeverafzettingen en (zeer sporadisch) eolische afzettingen aanwezig (afb. 21 & 22 oranje bolletjes). In boring 41 alsmede in grofweg het zuidoostelijke gedeelte van het terrein is de top van de terrasafzettingen over het algemeen lager gelegen. Oeverafzettingen ontbreken hier dikwijls en in plaats daarvan zijn in zes boringen (24 27 30 31 32 en 41) humeuze of venige afzettingen aangetroffen. Deze zijn geïnterpreteerd als bedding- en restgeulafzettingen van de voormalige beken. De locatie van deze zes boringen komt sterk overeen met de verwachte ligging van het voormalige beekdal op basis van het historisch kaartmateriaal (afb. 21). De precieze ligging van de voormalige loop is aan de hand van het booronderzoek niet aan te wijzen maar het grid van een verkennend booronderzoek is vaak te ruim voor het plaatsbepalen van een smalle stroompje als dit. , ,