CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

472223 Bijl05 Bijlagen bij regels Bijl4 Menukaart natuurinclusief Veilingterrein Venlo.pdf

Raadsvergadering 11 juni 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 5.3: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Veilingterrein (401218)8.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Veilingterrein Venlo. Tabel 1 is een beoordeling voor het gehele Veilingterrein met alle fase-ontwikkelingen bij elkaar. In Tabel 1 wordt de ambitie geconcludeerd per doelsoort op basis van de in te schatten hoeveelheid natuurinclusieve maatregelen in de gehele ontwikkeling. Daarna wordt de sub-tabel (volgende tab-bladen) voor de desbetreffende individuele fase-ontwikkeling ingevuld waaruit een beoordeling volgt.

Uitleg en gebruik Tabel 1: 'Ambitiebepaling gehele ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen de ontwikkelingen zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet mede-bepalend voor de beoordeling. In alle ontwikkelfases tezamen worden dus maar 8 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoortspecfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terugkomt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning. Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan. De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geïmplementeerd.

Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geïmplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de gehele ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de gehele ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 6 van de 8 doelsoorten naar keuze minimaal een B (goede ondersteuning) scoort en 2 doelsoorten naar keuze een A (uitmuntend ondersteund). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen. Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje.

Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ?XXX

? ? ? ? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 geintegreerde nestelstenen voor bijen

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

groepje van 3 gierzwaluwkasten

1 vlinderhuisje

1 nestkast kerkuil (niet gevel-geintegreerd!)

groepje van 5 spreeuwenkasten

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

? ? ? ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

? ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

?

-

-

-

-

-

Voorwaarden openbare ruimte buiten de ontwikkeling:

?

Houtwallen of gelijkende structuren met volgende soorten: sprokkelhout, wegendoorn,

-

?

Groene verbindingzones zoals stuiken & geen pesticidegebruik

-

?

?

-

-

-

?

Op max 50-100m afstand van de nestelplekken bloemrijk grasland met iig longkruid, aalbes of kruisbes & geen pesticidegebruik Insectenrijke omgeving: faunarijkgrasland en water & geen pesticidegebruik & Bomen en water lijnen in en

-

-

-

-

?

Insectenrijk grasland in nabijheid

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

?

Aanplanten waardbomen: iep, populier, zoete kers en wilgen & geen pesticidegebruik & Afwisselend kruidenrijke randen, struweel en houtwallen & zitposten

-

-

-

-

-

-

?

Insectenrijk grasland & Besdragende struiken

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) groepje van 5 spreeuwenkasten 1 nestkast kerkuil (niet gevel-geintegreerd!) 1 vlinderhuisje groepje van 3 gierzwaluwkasten 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis groepje van 2 geintegreerde nestelstenen voor bijen Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 3 of meer groepjes; B: 1-2 groepjes; C: geen groepjes A: 2 of meer nestkasten; B: 1 nestkast; C: geen nestkast A: 5 of meer vlinderhuisjes; B: 1-4 vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 4 of meer groepjes; B: 1-3 groepjes; C: geen groepjes A: 3 of meer kasten; B: 1-2 kast; C: geen kasten A: 3 of meer groepjes; B: 1-2 groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 1 ontwikkeling Veilingterrein Venlo. Uitleg en gebruik SubTabel Fase 1: 'Beoordeling Fase 1 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet mede-bepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor gierzwaluw, kerkuil en spreeuwen qua positie van de ontywikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregelen worden niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling: dit maakt dat gierzwaluwen en kerkuilen niet in deze Fase 1 ondersteund worden en dus niet meedoen in de beoordeling. In deze fase worden dus maar 6 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoort-specfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning.

Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan. De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd. Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 1 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 5 van de 6 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 1 doelsoort een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen.

Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje. Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ?XXX

? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 geintegreerde nestelstenen voor bijen

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

1 vlinderhuisje

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

A ? ? ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

?

-

A

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

?

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

? ?

-

-

-

-

?

?

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

? ?

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis groepje van 2 geintegreerde nestelstenen voor bijen Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 2 ontwikkeling Veilingterrein Venlo. Uitleg en gebruik SubTabel Fase 2: 'Beoordeling Fase 2 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet mede-bepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor gierzwaluw, kerkuil en spreeuwen qua positie van de ontwikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregelen worden niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling: dit maakt dat gierzwaluwen en kerkuilen niet in deze Fase 2 ondersteund worden en dus niet meedoen in de beoordeling. In deze fase worden dus maar 6 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoort-specfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning.

Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan. De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd. Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 2 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 5 van de 6 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 1 doelsoort een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen.

Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje. Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ?XXX

? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 geintegreerde nestelstenen voor bijen

1 vlinderhuisje

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

? ? ? ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

?

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

? ?

-

-

-

-

?

?

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

? ?

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis groepje van 2 geintegreerde nestelstenen voor bijen Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 3 ontwikkeling Veilingterrein Venlo. Uitleg en gebruik SubTabel Fase 3: 'Beoordeling Fase 3 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet mede-bepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor gehoornde metselbijen en kerkuilen qua positie van de gehele ontwikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregel wordt niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling: dat betekent dat de doelsoort kerkuil niet meedoet in de beoordeling. In deze fase worden dus maar 7 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoort-specfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning. Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan.

De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd. Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 3 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 6 van de 7 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 1 doelsoort een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen.

Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje. Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ? XXX

? ? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 gierzwaluwkasten

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

1 vlinderhuisje

groepje van 5 spreeuwenkasten

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

? ? X ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

?

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

? ? ? ? ? ? ?

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis groepje van 3 gierzwaluwkasten groepje van 5 spreeuwenkasten Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 4 ontwikkeling Veilingterrein Venlo. Uitleg en gebruik SubTabel Fase 4: 'Beoordeling Fase 4 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet mede-bepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor gierzwaluwen, kerkuilen en spreeuwen qua positie van de gehele ontwikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregelen worden niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling: dat betekent dat de doelsoorten gierzwaluw en kerkuil niet meedoen in de beoordeling. In deze fase worden dus maar 6 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoortspecfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning. Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan.

De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd. Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 4 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 5 van de 6 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 1 doelsoort een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen.

Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje. Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ? XXX

? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 geintegreerde nestelstenen voor bijen

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

1 vlinderhuisje

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

? ? X ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

? ?

-

-

-

-

?

? ?

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

?

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

? ?

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis groepje van 2 geintegreerde nestelstenen voor bijen Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 5 ontwikkeling Veilingterrein Venlo.

Uitleg en gebruik SubTabel Fase 5: 'Beoordeling Fase 5 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet medebepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor gehoornde metselbijen qua positie van de ontwikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregel wordt niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling. In deze fase worden dus 8 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoortspecfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning. Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan. De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd.

Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 5 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 6 van de 8 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 2 doelsoorten een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen. Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje.

Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ? XXX

? ? ? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 gierzwaluwkasten

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

1 vlinderhuisje

1 nestkast kerkuil (niet gevel-geintegreerd!)

groepje van 5 spreeuwenkasten

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

? ? X ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

? ? ? ? ? ? ? ?

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis 1 nestkast kerkuil (niet gevel-geintegreerd!) groepje van 3 gierzwaluwkasten groepje van 5 spreeuwenkasten Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 nestkast; C: geen nestkast A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 6 ontwikkeling Veilingterrein Venlo. Uitleg en gebruik SubTabel Fase 6: 'Beoordeling Fase 6 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet medebepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor kerkuilen qua positie van de gehele ontwikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregelen worden niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling: dat betekent dat de doelsoort kerkuil niet meedoet in de beoordeling. In deze fase worden dus maar 7 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoort-specfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning. Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan.

De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd. Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 6 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 6 van de 7 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 1 doelsoort een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen.

Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje. Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

? ? XXX

? ? ? ? ? ?

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 geintegreerde nestelstenen voor bijen

groepje van 3 gierzwaluwkasten

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

1 vlinderhuisje

groepje van 5 spreeuwenkasten

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

? ? X ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

?

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

? ?

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

?

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

?

-

-

-

X

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

? ? ? ? ? ? ?

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis groepje van 2 geintegreerde nestelstenen voor bijen groepje van 3 gierzwaluwkasten groepje van 5 spreeuwenkasten Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

Hier volgt de uitleg van de beoordelingstabel voor natuurinclusiviteit voor Fase 7 ontwikkeling Veilingterrein Venlo. Uitleg en gebruik SubTabel Fase 7: 'Beoordeling Fase 7 ontwikkeling Veilingterrein Venlo'. Verticaal staan de doelsoorten van de natuurinclusieve analyse (Aveco de Bondt, 2024). Binnen deze ontwikkeling zijn geen ondersteunende maatregelen nodig voor de bloedrode heidelibel en eekhoorn en zijn dus niet mede-bepalend voor de beoordeling. Ook zijn nestkasten voor gierzwaluw en spreeuwen qua positie van de gehele ontwikkeling binnen het gebied ongeschikt en deze maatregelen worden niet meegenomen in deze sub-ontwikkeling: dit maakt dat gierzwaluwen niet in deze Fase 7 ondersteund worden en dus niet meedoen in de beoordeling. In deze fase worden dus maar 7 doelsoorten gefaciliteerd. Horizontaal staan verticaal-geschreven alle doelsoortspecfieke maatregelen die gelden voor gebouwgebonden of buitenruimte binnen de ontwikkeling (voorgesteld in Aveco de Bondt, 2024). De mate waarin elke specifieke maatregel in de ontwikkeling terug komt is verdeeld in 3 categorien: A, B en C. Waarbij C onvoldoende ondersteuning vertegenwoordigt, B een goede ondersteuning, en A vertegenwoordigt een uitmuntende ondersteuning. Door in het gele vak (via droplists) een A, B of C in te vullen per maatregel komt er automatisch bij de relevante doelsoorten ook die categorie te staan.

De range van de categorien A, B en C staan per maatregel onder het tabel uitgelegd. Een doelsoort scoort een A (uitmuntend) als alle relevante maatregelen voor die doelsoort met categorie A worden geimplementeerd. Als 1 van de maatregelen relevant voor een doelsoort onvoldoende wordt geimplementeerd (C) dan scoort de doelsoort als geheel C en kunnen we er van uit gaan dat de doelsoort onvoldoende wordt ondersteund in de ontwikkeling. Zie werkvoorbeeld hieronder. Voor de Fase 7 ontwikkeling van Veilingterrein Venlo wordt als ambitie gesteld dat 6 van de 7 doelsoorten minimaal een B (goed) scoort en 1 doelsoort een A (uitmuntend). NB alleen het gele vak invullen! Werkvoorbeeld: Voor de doelsoort het boomblauwtje zijn de volgende maatregelen relevant: 'Gevel met klimop vanuit de volle bodem', 'Geen pesticide', en 'Aanplanten van sprokkelhout, wegendoorn, etc.'. In het huidige ontwerpplan zijn nauwelijks erfafscheiding beoogt, dus de maatregel 'Erfafscheding met struikhei, hulst of rode kornoelje' doet niet mee aan de beoordeling, Om voor de doelsoort een B (goede ondersteuning) te scoren moeten alle maatregelen minimaal in de B categorie vallen.

Dus minimaal 10% van alle strekkende meter gevel moeten ingevuld worden met klimop groeiend vanuit de volle grond, er wordt in ieder geval geen pesticide gebruikt in het beheer na aanplanting, en ten minste 3% van alle buitenruimte binnen de ontwikkelingen worden aangeplant met sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, hulst, struikhei, vlinderstruik en/of rode kornoelje. Komt 1 van deze maatregelen toch in categorie C terecht dan wordt de doelsoort als C beoordeeld. In het gele vak kan de ontwikkelaar zelf aangeven welke mate van toepassing per maatregel hij/zij de ontwikkeling oplegt. Voorlopige uitzondering: In het huidige ontwerp van de ontwikkelingen komen nauwelijks erfafschedingen voor vanwege het gezamenlijke karakter van de tuinen en publiek gebruik ervan. Daarom worden de maatregel(en) 'Inheemse erfafscheiding' en 'Opening tussen erfafscheidingen' niet meegenomen in de beoordelingen aangezien er weinig voortdeel zal zijn. Mocht in de loop der jaren bij latere ontwikkelingen inzichten veranderen en toch met meer erfafscheidingen gewerkt worden dan kunnen deze maatregelen weer worden toegevoegd.

Bloedrode heidelibel Boomblauwtje Eekhoorn Egel Gehoornde metselbij Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote vos Kerkuil Spreeuw

ABXXX

BAABA

Resultaat per doelsoort

Houtstronk op dak

Opening tussen erfafscheidingen

iep, populier, zoete kers en wilgen

sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje.

Aanplanten van waardplanten:

Geen pesticidengebruik in buitenruimte

groepje van 3 geintegreerde nestelstenen voor bijen

1 inbouwkast voor gewone vleermuis

1 nestkast kerkuil (niet gevel-geintegreerd!)

1 vlinderhuisje

Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd)

met besdragende struiken zoals lijsterbes

met struikhei, hulst of rode kornoelje

Inheemse erfafscheiding

met klimop als klimplant

Gevel met klimplanten vanuit volle grond

Gebouwen

Buitenruimte binnen de ontwikkelingen

Openbaar gebied buiten de ontwikkeling

INVULLEN categorie:

Gevel met inheemse klimplanten

Doelsoort-specifieke natuurinclusieve maatregelen binnen de ontwikkelingen:

Lichtgroen: ter toetsing Wit: valt buiten toetsing

A ? ? ?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

B

-

X

-

-

-

-

-

-

A

-

A

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

A

-

X

-

-

-

-

-

-

-

A

-

-

-

?

-

-

A

-

-

-

-

-

-

-

-

B A

-

-

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

A

-

A

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

A

-

-

-

-

-

B

-

-

-

A

-

-

?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

A

-

-

-

-

-

-

-

-

-

A

-

-

-

X

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

B ? ? A ? A A

Categorieen per maatregel: Gevel met klimplanten vanuit volle grond met klimop als klimplant Inheemse erfafscheiding met struikhei, hulst of rode kornoelje (>10%) met besdragende struiken zoals lijsterbes (>10%) Nestgelegenheid gebouw (gevel-geintegreerd) 1 vlinderhuisje 1 inbouwkast voor gewone dwergvleermuis 1 nestkast kerkuil (niet gevel-geintegreerd!) groepje van 2 geintegreerde nestelstenen voor bijen Geen pesticidengebruik in buitenruimte Aanplanten van waardplanten: sprokkelhout, wegendoorn, klimop, grote kattenstaart, struikhei, hulst, vlinderstruik en rode kornoelje. iep, populier, zoete kers en wilgen Opening tussen erfafscheidingen Houtstronk op dak

A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >25% strekkende meter gevel; B: 10-25% strekkende meter gevel; C: 0-10% strekkende meter gevel A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: >60% strekkende meter inheemse afscheiding; B: 25-60% strekkende meter inheemse afscheiding; C: 0-25% strekkende meter inheemse afscheiding A: 1 of meer vlinderhuisjes; C: geen vlinderhuisje A: 1 of meer kasten; C: geen kasten A: 1 nestkast; C: geen nestkast A: 1 of meer groepjes; C: geen groepjes A: 0% pesticidengebruik en pesticidevrij plantmateriaal; B: 0% pesticidengebruik; C: geen zicht op

A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; B: 3-10% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten; C 0-2% van oppervlakte buitenruimte gevuld met deze soorten A: >80% van de percelen in verbinding door de openingen; B: 40-80% van de percelen in verbinding door de openingen; C: geen openingen A: 1 houtstronk per 75m2 dak of meer; B: 1 houtstronk per 200m2 dak; C: geen houtstronk op het dak

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/889/documents/22540